CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2025 nr 122 over De stem van het kind dat niet gehoord werd

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Jeugdbescherming2.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 122

Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

9 september 2025 College B&W Wijbe Langeveld, Lotte Meulman, Lianne van Stuijvenberg wijbe.langeveld@utrecht.nl 31477755 Jeugd en Jeugdzorg

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 122 van Venita Dada-Anthonij (D66), Maartje Vermeulen (GroenLinks), Bert van Steeg (CDA), Stefan Gaillard (Stadsbelang Utrecht), David Bosch (UtrechtNu), Janouke van Meerveld (Student & Starter) van 16 juli 2025 over "De stem van het kind dat niet gehoord werd". De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Is het college, zeker mede gezien het feit dat de gemeente de opdrachtgever is van de verschillende betrokken jeugdzorginstellingen (sinds de decentralisatie), het met ons eens dat wij als gemeente wel verantwoordelijk zijn voor het welzijn van (kwetsbare) Utrechtse jongeren? Antwoord 1 Ja. De gemeente is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp in Utrecht. Daarmee dragen we een gedeelde verantwoordelijkheid voor het welzijn van onze Utrechtse kinderen en jongeren. Ouders zijn namelijk in de eerste plaats verantwoordelijk voor het welzijn van hun kinderen. In het geval van een ondertoezichtstelling krijgen ouders daar verplicht hulp van een jeugdbeschermer bij. Vraag 2 Kan het college aangeven hoe de organisatie gaat voorkomen dat dit soort situaties zich opnieuw voordoen? Antwoord 2 Allereerst willen we opmerken dat jeugdbeschermingscasussen vaak complex zijn en veel verschillende perspectieven kennen.

Zeker als er sprake is van conflict tussen ouders na een relatiebreuk. De jeugdbeschermer en de rechter hebben in casuïstiek vaak heel ingewikkelde afwegingen te maken. In de berichtgeving van RTV Utrecht komt een aantal perspectieven naar voren en wordt ook casusinhoudelijke informatie gepresenteerd. Maar in een dergelijk artikel wordt vanzelfsprekend geen complete weergave van het dossier gegeven. Het is daarom belangrijk om voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies op basis van berichtgeving.

Ook de gemeente heeft niet alle dossierinhoudelijke informatie, vanwege onze rol en privacy-regels, de informatie die wij wel van betrokkenen hebben gekregen is vertrouwelijk. Daarnaast heeft gemeente niet de expertise om de informatie die we wel gekregen hebben inhoudelijk te wegen. Daarom zullen we in de beantwoording niet op deze specifieke zaak ingaan, maar de vragen meer algemeen beantwoorden. In algemene zin willen wij ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen zoveel mogelijk voorkomen. Gedwongen hulpverlening is ingrijpend, en een uithuisplaatsing al helemaal. Daarom zetten we in op het zo vroeg mogelijk verlenen van passende hulp aan gezinnen, in het zogenoemde ‘vrijwillige kader’. We zetten daarbij ook in op het aanpakken van grondoorzaken, zoals schulden, psychische- of verslavingsproblematiek bij ouders, en ook het voorkomen van conflictscheidingen. Soms komt het wel tot een ondertoezichtstelling of zelfs een uithuisplaatsing. Het is aan de betrokken professionals om zo'n afweging zorgvuldig te maken en te onderbouwen en aan de rechter om hierover een besluit te nemen. Daarbij moeten zowel professionals als de rechtspraak goed luisteren naar de perspectieven van alle betrokkenen, inclusief die van het kind, wiens belang voorop staat. En dan kan het alsnog zo zijn dat professionals en de rechtbank een besluit nemen waarin niet alle betrokkenen zich kunnen vinden.

Of dat een besluit op een later moment toch herzien moet worden omdat de situatie zich anders heeft ontwikkeld dan eerder ingeschat. Dat een situatie zich anders ontwikkelt is helaas niet altijd te voorkomen. Vraag 3 Hoeveel kinderen zijn er via de genoemde organisatie uit huis geplaatst en hoe verhoudt dit zich tot andere gemeenten van vergelijkbaar formaat? Antwoord 3 Samen Veilig Midden Nederland (SVMN) levert niet standaard monitoringsinformatie bij de gemeente aan over het aantal uithuisplaatsingen. In het kader van deze raadsvragen hebben ze extra informatie aangeleverd. Bij SVMN zijn sinds 1 januari 2022 tot en met peildatum 13 augustus 2025 in totaal 114 kinderen (0-18 jaar) uit huis geplaatst voor een kortere of langere periode. Het gaat hierbij om (spoed) machtigingen uithuisplaatsing en (spoed)machtigingen gesloten plaatsing. Bij een uithuisplaatsing verblijven de kinderen niet in de thuissituatie, maar bijvoorbeeld in netwerkpleegzorg, pleeggezin, gezinshuis, residentiële plaatsing, GGZ-instelling of gesloten jeugdzorg. Bij een netwerkplaatsing kan het gaan om plaatsing bij familieleden. Daarnaast kunnen kinderen in geval van een scheiding bij de ouder worden geplaatst waar het kind niet zijn of haar hoofdverblijf heeft.

Uithuisplaatsingen vinden niet alleen plaats op verzoek van SVMN, maar kunnen ook op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of de twee andere gecertificeerde instellingen (William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering). We kunnen het aantal uithuisplaatsingen in Utrecht niet vergelijken met andere gemeenten. Dit komt omdat deze cijfers niet op dit niveau worden gepubliceerd. Het CBS publiceert wel landelijke cijfers waaruit (uit voorlopige cijfers) blijkt dat landelijk het aantal uithuisplaatsingen de afgelopen drie jaar aan het dalen is. We monitoren het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen structureel, maar het aantal uithuisplaatsingen als onderdeel van zo’n maatregel nog niet. We hebben behoefte aan meer inzicht in de ontwikkelingen in het aantal uithuisplaatsingen en we zijn aan het onderzoeken hoe we dit inzicht kunnen krijgen.

2

Vraag 4 Wat kan het college wel doen om de veiligheid, het welzijn én de menselijkheid van kinderen bij uithuisplaatsingen in Utrecht beter te borgen? Antwoord 4 Wij sturen zoveel mogelijk op samenwerking, ook na een uithuisplaatsing, tussen jeugdbescherming, jeugdhulppartners en de ouders. Waarin de situatie zo veel mogelijk samen bekeken en gewogen wordt. Ook worden inzet van hulp en begeleiding afgestemd. We faciliteren deze samenwerking onder andere door jeugdbeschermers tijd te geven voor het doen van hun werk: door de tarieven te verhogen is de caseload verlaagd. Daarnaast willen we in Utrecht met het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming werken aan het verbeteren van de jeugdbescherming. Toch blijft het, zoals ook in antwoord 2 is geschetst, lastig ‘het goede’ te doen, en daar is soms ook verschil van inzicht over. Zeker als ouders met elkaar in conflict zijn. Vraag 5 Hoe houdt het college toezicht op de kwaliteit van de besluitvorming voorafgaand aan een uithuisplaatsing en is het college bereid om aanvullende eisen te stellen wanneer signalen zoals deze zich herhalen? Antwoord 5 Wij houden geen toezicht op de kwaliteit van de besluitvorming voorafgaand aan een uithuisplaatsing. Een uithuisplaatsing is een zware maatregel waarvoor richtlijnen zijn opgesteld die een zorgvuldige afweging door professionals vereist.

Het is aan de rechter om te toetsen of er voldoende grond is voor een jeugdbeschermingsmaatregel en/of voor het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing. Zoals wij eerder schreven in beantwoording van schriftelijke vragen 2025 nr 13 is het toezicht op de kwaliteit van zorg geleverd vanuit de Jeugdwet geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Deze rol is belegd bij de IGJ, Inspectie J&V en bij het Keurmerkinstituut, dat het benodigde certificaat aan de gecertificeerde instelling (GI) verstrekt of kan intrekken. Vraag 6 Welke stappen onderneemt het college om te waarborgen dat bij uithuisplaatsingen kritisch gekeken wordt naar deskundigenduiding en fysieke veiligheid? Antwoord 6 Zie antwoord vraag 2, 4 en 5. Vraag 7 Hoe kijkt het college naar het feit dat een kind aangeeft zich niet veilig te voelen en daar vervolgens compleet aan voorbijgegaan lijkt te worden? Antwoord 7 Wij kunnen bovenstaande citaat uit het bericht van RTV Utrecht niet beoordelen op waarheid. Betrokken professionals nemen op basis van de beschikbare informatie en inzichten besluiten over wat het beste is in een dergelijke situatie. En als er een uithuisplaatsing gevraagd wordt, weegt de rechter of er voldoende grond is voor een uithuisplaatsing en motiveert de beslissing daartoe uitgebreid omdat het een vergaande en uiterste maatregel is. De stem van het kind moet daarin goed gehoord worden.

Wij kunnen verder niet oordelen over de inschattingen van betrokken jeugdbeschermers en de besluiten van de rechtbank, maar gaan ervan uit dat jeugdbeschermers en de rechtbank hun werk zorgvuldig doen, met het belang van het kind voorop. Vraag 8 Heeft het college zicht op de toepassing van de motiveringsplicht in dossiers van Utrechtse kinderen, en zijn er audits of toets-momenten waarbij gemeentelijke toezichthouders beoordelen of signalen van deskundigen daadwerkelijk zijn meegenomen? 3

Antwoord 8 Nee, er zijn geen gemeentelijke toezichthouders die beoordelen of signalen van deskundigen in een casus voldoende zijn meegenomen. De motivering en inbreng van deskundigen bij beslissingen over jeugdbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen worden getoetst door de rechter. Het lijkt ons niet wenselijk dat gemeentelijke toezichthouders hier daarna nog iets van vinden. Vraag 9 Gezien de constatering dat er “een sterke nadruk op het doorzetten van maatregelen ondanks tegenstrijdige signalen” was, hoe gaat het college voorkomen dat door urgentiedruk ingrijpende maatregelen - zoals deze traumatische vlucht uit bed - herhaald worden? Wat kan lokaal gebeuren om alternatieven en escalatiepreventie beter te borgen? Antwoord 9 Wij kunnen de bron van deze constatering niet herleiden. In algemene zin kunnen wij stellen dat urgentie soms voortkomt uit de aard van het werk van een jeugdbeschermer en de casuïstiek die hij of zij onder de hoede heeft. Soms is er sprake van dusdanig acute onveiligheid, dat het nodig is om een kind meteen uit die situatie te halen. De druk die daaruit voortkomt, leidt soms tot ingrijpende maatregelen en deze maatregelen moeten soms ook worden genomen als er tegenstrijdige signalen zijn. Jeugdbeschermingscasussen zijn vaak niet zwart-wit.

Juist daarom vragen we van jeugdbeschermers om het vizier altijd open te houden, en hun koers in samenwerking met andere deskundigen te bepalen. Voor de vraag wat wij lokaal kunnen doen zie beantwoording vraag 2. Aanvullend daarop: soms komt een inwoner bij de gemeente terecht met een vraag of klacht over een jeugdbeschermingstraject. In zulke gevallen kunnen wij niet ingrijpen in de casus, maar wijzen we betrokkenen op de mogelijkheden om in gesprek te gaan met de gecertificeerde instelling, een klacht in te dienen (al dan niet bij de externe klachtencommissie), of in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechter. Daarbij kunnen ouders ondersteuning krijgen, bijvoorbeeld van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Wanneer casuïstiek ingewikkeld is of er verschillende perspectieven zijn, willen wij hier in Utrecht ook van leren. Dit gebeurt doormiddel van procesevaluaties, waarbij professionals uit verschillende organisaties, soms met ouders, terugkijken naar het verloop van en de samenwerking in een casus. Wij hebben van SVMN begrepen dat zij ook deze casus willen gebruiken om gezamenlijk van te leren. Vraag 10 Hoe gaat het college zorgen dat de juridische bescherming van jeugdigen (en hun ouders) die te maken krijgen met een maatregel gewaarborgd wordt? Antwoord 10 De basis van de juridische bescherming is geborgd in wet- en regelgeving.

Omdat verbeteringen van de rechtsbescherming van ouders en kinderen nodig zijn, werkt het kabinet aan een wetsvoorstel om hun rechten te garanderen. In november 2024 is hierover een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin wordt onder andere voorgesteld het hoorrecht van kinderen te verlagen van 12 naar 8 jaar en krijgen ouders recht op kosteloze rechtsbijstand in procedures rondom uithuisplaatsing en gezagsbeëindiging. In gesprekken wijzen we ouders en jeugdigen op de mogelijkheden van klacht en beroep (zie het antwoord op vraag 9). Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

4

Schriftelijke vragen "De stem van het kind dat niet gehoord werd" 16 juli 2025 Op 5 juli jl verscheen op RTV Utrecht1 een indringend artikel over een elfjarig meisje dat in haar pyjama vluchtte uit het huis van haar opa en oma na een uithuisplaatsing. Het beeld dat hier geschetst wordt, is niet alleen “onprettig en ongewenst” zoals Paul Janssen, bestuursvoorzitter van Samen Veilig Midden-Nederland stelt, maar ronduit onacceptabel. Ondanks rechterlijke uitspraken en juridische kaders, waar wij als gemeenteraad vanzelfsprekend niet in kunnen of willen treden, hebben wij als gemeente en als politiek de verantwoordelijkheid om het welzijn van kwetsbare jongeren wel te bewaken en zijn wij als volksvertegenwoordigers ook de stem van de Utrechtse jeugd. Zeker wanneer deze niet gehoord lijkt te worden. D66 Utrecht stelt daarom samen met GroenLinks, CDA, Stadsbelang Utrecht, UtrechtNu en Student & Starter de volgende vragen, want als kinderen op deze manier hun plek ontvluchten, moeten we ons afvragen of ons systeem hen nog werkelijk beschermt.

5

Vragen: In het artikel stelt de wethouder “dat de gemeente geen rol heeft in dit soort gevallen”. 1. Is het college, zeker mede gezien het feit dat de gemeente de opdrachtgever is van de verschillende betrokken jeugdzorginstellingen (sinds de decentralisatie), het met ons eens dat wij als gemeente wel verantwoordelijk zijn voor het welzijn van (kwetsbare) Utrechtse jongeren? De wethouder is bekend met deze casus, zoals beschreven door RTV Utrecht, en er is contact geweest SAVE. 2. Kan het college aangeven hoe de organisatie gaat voorkomen dat dit soort situaties zich opnieuw voordoen? 3. Hoeveel kinderen zijn er via de genoemde organisatie uit huis geplaatst en hoe verhoudt dit zich tot andere gemeenten van vergelijkbaar formaat? 4. Wat kan het college wel doen om de veiligheid, het welzijn én de menselijkheid van kinderen bij uithuisplaatsingen in Utrecht beter te borgen? 5. Hoe houdt het college toezicht op de kwaliteit van de besluitvorming voorafgaand aan een uithuisplaatsing en is het college bereid om aanvullende eisen te stellen wanneer signalen zoals deze zich herhalen? Het artikel meldt dat diverse media hebben zich de afgelopen jaren gebogen over de vraag over gecertificeerde instellingen als SVMN voldoende aan waarheidsvinding doen. In deze casus waren er signalen dat politie en orthopedagogen twijfelden over de veiligheid. 6.

Welke stappen onderneemt het college om te waarborgen dat bij uithuisplaatsingen kritisch gekeken wordt naar deskundigenduiding en fysieke veiligheid? De nota jeugd benadrukt dat uithuisplaatsingen alleen plaatsvinden wanneer alle andere vormen van ondersteuning thuis mislukt zijn, en wanneer de veiligheid of ontwikkeling van het kind ernstig in gevaar is. “Als thuis opgroeien (tijdelijk) niet mogelijk is, zorgen we voor vervangende veilige en stabiele zorg.” – p. 36, beleidsnota De beleidsnota noemt de noodzaak van “zorgvuldige besluitvorming en waarheidsvinding” in dit soort trajecten. Bovendien wordt in de nota participatie van het kind en ouders essentieel genoemd in de afwegingen. “Nora laat al meer dan drie jaar weten dat ze niet naar haar vader wil. Aan de lerares van haar groep 6 verklaart Nora dat haar vader dingen deed die vaders niet horen te doen. SAVE gelooft de verhalen van het meisje niet.” Zo schrijft RTV Utrecht. 7. Hoe kijkt het college naar het feit dat een kind aangeeft zich niet veilig te voelen en daar vervolgens compleet aan voorbijgegaan lijkt te worden?

6

8. Heeft het college zicht op de toepassing van de motiveringsplicht in dossiers van Utrechtse kinderen, en zijn er audits of toets-momenten waarbij gemeentelijke toezichthouders beoordelen of signalen van deskundigen daadwerkelijk zijn meegenomen? 9. Gezien de constatering dat er “een sterke nadruk op het doorzetten van maatregelen ondanks tegenstrijdige signalen” was, hoe gaat het college voorkomen dat door urgentiedruk ingrijpende maatregelen - zoals deze traumatische vlucht uit bed - herhaald worden? Wat kan lokaal gebeuren om alternatieven en escalatiepreventie beter te borgen? 10. Hoe gaat het college zorgen dat de juridische bescherming van jeugdigen (en hun ouders) die te maken krijgen met een maatregel gewaarborgd wordt?

Gesteld door: • • • • • •

Venita Dada-Anthonij, D66 Maartje Vermeulen, GroenLinks Bert van Steeg, CDA Stefan Gaillard, Stadsbelang Utrecht David Bosch, UtrechtNu Janouke van Meerveld, Student & Starter

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5963ed56-3ed9-41ce-be83-c24e5eacadf1