Beantwoording SV2025 nr 115 over Hardball of Softball
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, 115 HARDBALL OF SOFTBAL? Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
9 september 2025 College B&W Boorn - Nijboer violet.van.den.boorn@utrecht.nl 30710452 Sport
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 115 van Floris van Eck VVD) en Bert van Steeg (CDA) van 3 juli 2025 over Hardball of Softbal?. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1.1 Kan het college bevestigen dat in voorkeursvariant B op termijn beide honk- en softbalvelden van de Domstad Dodgers verdwijnen? Zo ja, wat vindt het college hiervan en waarom maakt het college deze keuze? Antwoord 1.1 Het klopt dat er in het eindbeeld van de voorkeursvariant geen honk- en softbalvelden meer zijn op sportpark Nieuw Welgelegen. Het vinden van voldoende sportruimte voor het groeiend aantal inwoners van de stad is een ingewikkelde opgave. Het is daarom nodig dat we keuzes maken over hoe we de beschikbare sportruimte zo goed en efficiënt mogelijk inzetten. Sportpark Nieuw Welgelegen moet ruimte gaan bieden aan veel meer sporters, omdat dit sportpark bij de grootste inbreidingslocaties van de stad ligt (de Merwedekanaalzone, Beurskwartier en Cartesius). Om ook deze nieuwe inwoners ruimte te bieden om te sporten zetten we op Nieuw Welgelegen primair in op uitbreiding van de sporten voetbal en hockey. Deze sporten hebben veel sporters per vierkante meter, hebben een wijkfunctie en worden veel door jeugd beoefend. Vooral voor kinderen is de nabijheid van sportvoorzieningen namelijk belangrijk.
Deze keuze betekent dat we voor honk- en softbal, dat meer een stedelijke functie heeft, een andere plek moeten zoeken. Het hebben van een passend alternatief voor Domstad Dodgers is naast het hebben van voldoende financiële middelen een belangrijke randvoorwaarde om de laatste twee velden van de voorkeursvariant te kunnen realiseren. Vraag 1.2 Wat betekent dit concreet voor het voortbestaan van de vereniging? Wat is in de ogen van het college een passend plan voor de Dodgers waar in de brief over wordt gesproken? Antwoord 1.2 Wij zijn al geruime tijd in gesprek met de Domstad Dodgers over de gevolgen van de scenario’s en daarbij is ook gesproken over wat een haalbaar en passend alternatief is voor de vereniging in de eerste fase en de tweede fase van de voorkeursvariant. Ook SportUtrecht en - sinds kort ook - de bond zijn daarbij betrokken. Wij willen dat passende plan vooral ook met de Domstad Dodgers samen bespreken. Er is op dit moment nog geen concreet alternatief. De gesprekken met de Domstad
Dodgers richten zich nu vooral op de eerste fase en het inpassen van een combi veld (zie ook het antwoord op de volgende vraag). Mochten we geen passend alternatief vinden voor de Domstad Dodgers kan het eindbeeld met 4 extra velden niet gerealiseerd worden. Vraag 1.3 Is het college bereid om toe te zeggen dat uitplaatsing van de Dodgers pas aan de orde is op het moment dat er een volwaardig alternatief is gerealiseerd in samenspraak met de Dodgers? Antwoord 1.3 Wij hebben in de raadsbrief van 13 mei 2025 over de voorkeursvariant aangegeven dat fase 2 pas wordt gerealiseerd op het moment dat er zicht is op een passend alternatief voor honk- en softbal en als er voldoende financiële middelen zijn om de 2e fase te realiseren. Vraag 2.1 In diverse rapporten (o.a. Mulier) komt naar voren dat de druk op voetbalvelden zich vooral concentreert op zaterdagen, terwijl de bezetting op zondagen relatief beperkt is.
Ziet het college kansen om gemeente-breed de capaciteit voor voetbal op de bestaande velden aanzienlijk uit te breiden door zondagen voortaan ook te benutten? En ziet het college kansen om op korte termijn – in overleg met de voetbalvereniging – ook op Nieuw Welgelegen te onderzoeken hoe meer spreiding in speeldagen kan bijdragen aan een efficiënter gebruik van de staande sport, bijvoorbeeld door programmering op zondag beter te benutten? Welke mogelijkheden voor dubbelgebruik, een ambitie uit het coalitieakkoord, worden waargemaakt op Nieuw Welgelegen? Antwoord 2.1 We zien inderdaad kansen om meer voetbalcapaciteit te creëren door middel van een beter gebruik van de velden. Zoals in het uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen 2025-2026 is aangegeven, werken we samen met de verenigingen, SportUtrecht en de KNVB aan een betere spreiding van wedstrijden over het weekend en de verschillende sportparken in de stad om zo de bestaande capaciteit beter te benutten. Ook Zwaluwen Utrecht wordt hierbij betrokken. Wanneer dit niet leidt tot resultaat, starten we met de inventarisatie van maatregelen om vanaf seizoen 2026/2027 betere spreiding van het Utrechtse voetbal af te dwingen. Betere spreiding van het voetbal in het weekend zou op verschillende sportparken helpen om de druk op de voetbalvelden te verlagen.
Bij spreiding over het weekend kijken we niet alleen naar het verplaatsen van wedstrijden van zaterdag naar zondag, maar ook van zaterdag naar bijvoorbeeld vrijdagavond. Door de zondag en de vrijdagavond ook te benutten voor wedstrijden, is het mogelijk om per saldo meer teams een plek te geven binnen de bestaande capaciteit. Dit leidt mogelijk wel tot knelpunten op het gebied van trainingscapaciteit. Op sommige sportparken is er nu al een tekort aan trainingscapaciteit doordeweeks. Naast efficiënter gebruik verwachten we dat op de langere termijn ook uitbreiding van voetbalvelden nodig is. Vooral op plekken in de stad waar de bezetting al hoog is en er nog veel extra vraag wordt verwacht als gevolg van woningbouwontwikkeling. Voor sportpark Nieuw Welgelegen verwachten we extra vraag vanwege de toename van bewoners in Merwedekanaalzone, Beurskwartier en Cartesius. Vraag 2.2 Hoe verhoudt de keuze van het college zich tot het gemeentelijke beleid waarin het belang van een gevarieerd en toegankelijk sportaanbod expliciet wordt benoemd (zoals in de Sportnota 2025–2032)? Antwoord 2.2 Het gemeentelijk sportbeleid beoogt inderdaad een gevarieerd en toegankelijk sportaanbod. Daarbij kijken we naar de gemeente als geheel. Met het verplaatsen van de honk- en softbal blijft het aanbod voor Utrecht behouden, maar op een andere plek.
De uitplaatsing van de honk- en softbal is onderdeel van een ruimtelijke herverdeling. Hiermee scheppen we ruimte voor meer wijkgericht sportaanbod dat nodig is op deze plek vanwege de toevoeging van veel woningen in het gebied. En dit is nodig, want zelfs met efficiënter gebruik van de voetbalvelden hebben we op deze locatie extra velden nodig om toegang tot voldoende sportaanbod voor nieuwe bewoners te realiseren.
2
Vraag 2.3 Gezien het grote gebrek aan ruimte en de voorziene groei van de stad moeten zorgvuldige afwegingen gemaakt worden voor wat te doen met de spaarzame ruimte die beschikbaar is. Wat vindt het college in dat licht van het standpunt dat er gekeken moet worden naar efficiënter gebruik van voetbalvelden in wijken? Antwoord 2.3 Wij onderschrijven het belang van efficiënter gebruik van alle sportruimte. We willen daarom op sportpark Nieuw Welgelegen inzetten op wijksporten met een hogere intensiteit qua gebruik. Zie ook antwoord 1.1. We zijn het eens dat er ingezet moet worden op efficiënter gebruik van voetbalvelden in de wijken (zie antwoord bij 2.1). Echter, efficiënter gebruik van de voetbalvelden in de nabijgelegen wijk (bijvoorbeeld Kanaleneiland) is op de lange termijn niet voldoende om de verwachte groei op te vangen. Vraag 3.1 Kan het college inzicht geven in de investeringen die in de afgelopen 10 jaar zijn gedaan in respectievelijk: a. de velden van Omnisportvereniging Zwaluwen (voetbal en hockey), en b. de velden van Domstad Dodgers? Antwoord 3.1 In de afgelopen 10 jaar zijn voor de voetbalvelden en hockeyvelden investeringen gedaan vanwege slijtage van de betreffende kunstgrasvelden of het toevoegen van voetbalcapaciteit door gras om te zetten naar kunstgras. In totaal betreft dit een bedrag van €2.6 miljoen.
Er zijn naast het reguliere onderhoud geen grote investeringen gedaan in het honkbal en softbalveld. De velden van Domstad Dodgers betreffen namelijk een combinatie van gravel en natuurgras. Deze velden zijn qua vervanging en benodigd onderhoud te vergelijken met natuurgrasvelden. Dit type velden vervangen we als de drainage of de toplaag na onderhoud niet meer functioneert. Bij dit type veld is er daarom geen sprake van een vaste vervangingstermijn of grote investeringen, omdat er geen sprake is van slijtage. Deze velden kunnen soms wel 30 jaar of langer mee gaan. Investeringen in honk- en softbalvelden zijn daarmee anders dan kunstgrasvelden. Hier is sprake van slijtage en afhankelijk van de mate van bespelen moet de toplaag na 10 tot 12 jaar worden vervangen. Waar we op inzetten is dat we alle gemeentelijke sportvelden die in gebruik zijn door verenigingen zoveel mogelijk beschikbaar en bespeelbaar houden zodat verenigingen hun sport kunnen beoefenen. Daarvoor voeren we extra onderhoud uit als dit nodig is. Naar aanleiding van signalen van de Domstad Dodgers hebben we bijvoorbeeld deze zomer extra onderhoud uitgevoerd aan de toplaag. Daarbij hebben we de drainage extra gecontroleerd zodat de waterdoorlatendheid van het veld toeneemt en water beter kan worden afgevoerd.
Vraag 3.2 Klopt het dat het combinatieveld in fase 1 als “tijdelijk” wordt beschouwd? Deelt het college de mening dat alleen sprake kan zijn van de stap naar fase 1 als het honkbalveld veel intensiever kan worden gebruikt en dus investeringen worden gedaan in drainage, lichtmasten en veld? Welke financiën zijn hiervoor geraamt, zoals besproken op pagina 30 van de variantenstudie? Antwoord 3.2 Het klopt dat dit combinatieveld als tijdelijk wordt beschouwd. Er zijn immers nog geen middelen voor de 2e fase en er is nog geen alternatief voor de Domstad Dodgers. In de raming voor de 1e fase zijn middelen gereserveerd voor de realisatie van een gecombineerd honk- en softbalveld met verlichting, waarbij een goed functionerende drainage uiteraard onderdeel is van het veld.
3
Vraag 3.3 Wat kan er gedaan worden met betrekking tot de middelen zodat kleinere gebiedspartijen als de Dodgers evenredig profiteren van kwaliteitsverbetering binnen het park? Antwoord 3.3 Bij het besluit over de variantenstudie zijn middelen geraamd, o.a. voor de inrichting van het nieuwe combinatieveld van de Domstad Dodgers. De Domstad Dodgers hebben al een aantal jaar de wens om verlichting te krijgen voor hun velden. Het aanbrengen van verlichting zal zorgen voor uitbreiding van speeluren doordat ook in de avonduren gebruik kan worden gemaakt van het veld. Daarnaast zal het huidige honkbalveld vervangen worden door een nieuw combinatieveld wat een positief effect heeft op de speeleigenschappen van het veld. Met de aanleg van dit nieuwe combiveld met verlichting krijgt de vereniging een kwalitatieve verbetering van de faciliteiten. Vraag 3.4 Welke stappen heeft het college gezet om het gesprek tussen sportverenigingen te faciliteren, zodat zij gezamenlijk tot een variant kunnen komen? Antwoord 3.4 Samen met SportUtrecht en de verenigingen werken we aan een goede samenwerking nu en in de toekomst. . In de gevoerde gesprekken is aan verenigingen gevraagd wat er nodig is om de samenwerking op het sportpark goed te houden. Daaruit hebben wij geen signalen gekregen dat er behoefte is om een gezamenlijke variant te ontwikkelen.
De gesprekken over de variantenstudie zijn separaat ingestoken omdat de belangen van beide verenigingen te veel uiteenlopen. Vraag 3.5 Gezien de doorlooptijd van een gebiedsontwikkeling als die op Nieuw Welgelegen en het ontbreken van financiering is het realistisch dat fase twee pas gerealiseerd kan worden over 10 jaar. De afschrijftermijn van een kunstgrasveld is ongeveer 10 jaar. Deelt het college het standpunt dat nu investeren in een goed kunstgrasveld goed te verantwoorden is, ook als het college besluit dat in fase 2 de Domstad Dodgers alsnog moet verhuizen? Zo nee, waarom niet? Antwoord 3.5 Bij de afweging om te investeren in kunstgras wordt niet gekeken naar de lengte van de afschrijftermijn, maar met name of het kunstgras benodigd is in verband met het aantal te spelen uren. Voor de economische afschrijftermijn gaan we daarnaast uit van 12 jaar voor een toplaag en voor een onderlaag 30 jaar. Belangrijk om te benoemen is dat we voordat we een toplaag vervangen eerst kijken naar de technische speeleigenschappen op dat moment. Bij intensief bespeelde velden kan het zo zijn dat een vervanging van een toplaag eerder is dan 12 jaar en bij minder intensief bespeelde velden kan deze ook langer worden gebruikt.
De gebruiksintensiteit van een heel honkbalveld/ softbalveld is gezien de kenmerken van de sport anders dan bij bijvoorbeeld hockey waarbij het hele veld intensief wordt bespeeld. Het gesprek met de Domstad Dodgers over hoe het combiveld eruit moet zien en waar het aan moet voldoen en wat zij gezien het aantal leden precies nodig hebben loopt nog en zetten we verder voort. Tot slot is er nog geen zicht op wanneer we overgaan tot het aanleggen van de laatste twee velden. Vraag 4.1 Klopt het dat het plan van Omnisportvereniging Zwaluwen als bijlage is opgenomen in de gemeentelijke startnotitie, en dat standpunten van Domstad Dodgers daar niet op vergelijkbare wijze in zijn verwerkt? Zo ja, waarom? Antwoord 4.1 Ja, het klopt dat het plan van Zwaluwen als bijlage is opgenomen. Zwaluwen heeft voorafgaand aan het startdocument twee keer een plan bij de gemeente ingediend voor uitbreiding van hun velden. Het meest recente plan is opgenomen in het gemeentelijke startdocument uit 2021 en daar staat ook een toelichting hoe we omgaan met deze input (zie p.5)..
4
Aan de Domstad Dodgers is voorafgaand aan het startdocument gevraagd naar hun standpunt. Voorafgaand aan de besluitvorming over de variantenstudie hebben de Domstad Dodgers schriftelijk hun standpunt gedeeld en deze brief is als bijlage aan de besluitvorming toegevoegd. Vraag 4.2 Deelt het college de mening dat dit de schijn van partijdigheid kan wekken in het participatieproces? Zo nee, hoezo niet? Antwoord 4.2 Wij zijn er ons van bewust dat die schijn zou kunnen ontstaan. Daarom zijn we hier zo transparant mogelijk mee omgegaan. Bijvoorbeeld door het plan van Omnivereniging Zwaluwen te benoemen in het startdocument. Daarbij is aangegeven dat dit plan wordt meegenomen als input voor de participatie waarin alle belanghebbenden gelijkwaardig worden behandeld. De variantenstudie is geen middel om antwoord te geven op het plan van Zwaluwen. Ook hebben we het plan in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld met de Domstad Dodgers en zijn we al voorafgaand aan het startdocument met hen in gesprek gegaan. Daarnaast hebben er in de afgelopen periode ook gesprekken plaatsgevonden tussen de Wethouder Sport en de Domstad Dodgers.
Vraag 4.3 Is het college bereid om, met het oog op sportieve spreiding en gelijke behandeling, het investeringsbesluit als ook het programma van eisen te heroverwegen waarbij ook de belangen van de Domstad Dodgers worden meegewogen? Zo nee, waarom niet? Antwoord 4.3 Wij zien geen aanleiding om de voorkeursvariant te heroverwegen. Het is een variant waarin we de benodigde sportruimte voor de stad uitbreiden en voor een deel tegemoet komen aan de zorgen van de Domstad Dodgers. Het is niet mogelijk om voldoende sport in de groeiende stad te realiseren zonder lastige keuzes te maken. We doen dat zo zorgvuldig mogelijk. De Domstad Dodgers zijn structureel meegenomen in het proces en hun belang hebben wij in de afweging meegenomen. Daarnaast hebben zij in een eerste reactie gereageerd op wat er nodig is in de eerste fase. Het opnemen van verlichting in de raming is daar een uitkomst van. Het gesprek over het combiveld is overigens nog gaande en we betrekken Domstad Dodgers in de nadere uitwerking hiervan. Vraag 4.4 Welke waarborgen hanteert het college om bij toekomstige gebiedsontwikkelingen te zorgen voor gelijke behandeling van betrokken sportverenigingen en ook verenigingen zelf meer te betrekken bij de besluitvorming? Antwoord 4.4 Bij elke ontwikkeling vanuit sport inventariseren we in een vroege fase welke stakeholders er in het gebied zijn.
De verenigingen zijn daarbij gelijkwaardig behandeld en op tijd bij de besluitvorming betrokken. Ook gaan we in een vroeg stadium in gesprek met SportUtrecht. Deze werkwijze is in alle 3 de variantenstudies (Maarschalkerweerd Noord, Rijnvliet en Nieuw Welgelegen) gehanteerd. De input die is opgehaald bij de verschillende stakeholders wordt geborgd in het samenwerkingsverslag conform ons beleid Samen Stad maken. Wij nemen mede op basis daarvan een integraal besluit. Vraag 5.1 Is het college het eens dat Utrechtse sportverenigingen van de gemeente mogen verwachten dat deze naast hen staat in plaats van tegenover hem, en dat het gemeentelijke beleid verenigingen moet ondersteunen in plaats van belemmeren met bijvoorbeeld gedwongen verhuizingen of (impliciete) druk tot fusie? Zo ja, op welke manier is dit op Nieuw-Welgelegen gebeurt? Antwoord 5.1 Wij zijn het eens dat we als gemeente sportverenigingen, die een essentiële rol spelen in het sport- en beweegaanbod, in de stad moeten steunen. Dat doen we daarom ook. Dit neemt niet weg dat in een verdichtende stad, waar de ruimte voor sport en bewegen schaars is, we de beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk willen inzetten. Dit betekent echter wel dat in sommige gevallen verenigingen 5
verplaatst moeten worden of dat er fusies nodig zijn om de ruimte die we hebben zo goed mogelijk te benutten. Uiteraard moet een dergelijk proces met verenigingen zorgvuldig worden doorlopen, waarbij we ook zoeken naar zoveel mogelijk draagvlak bij betrokken partijen. Wij zijn daarom al een aantal jaar – ook ruim voor de vaststelling van het startdocument in 2021 - met de Domstad Dodgers in gesprek over de mogelijke ontwikkeling van sportpark Nieuw Welgelegen en de gevolgen daarvan. Vraag 5.2 Zo ja, wat is het college bereid te doen om deze verwachting structureel te maken binnen gebiedsontwikkelingen en sportbeleid? Antwoord 5.2 Dit is reeds een aandachtspunt bij alle ontwikkelingen binnen de organisatie. Wij zien geen aanleiding om dit aan te passen. Vraag 6.1 Is het college bereid om – mede door signalen van de Domstad Dodgers – het besluittraject het integraal programma van eisen zo in te richten dat: A. Sportieve diversiteit expliciet wordt meegenomen; B. Eerst beleidsopties voor efficiëntere veld benutting worden uitgeput; en C.
Uitplaatsing van sport functies pas wordt overwogen bij beschikbaarheid van volwaardige alternatieven? Zo nee: waarom niet? Antwoord 6.1 Het huidige besluittraject voor de totstandkoming van de varianten op sportpark Nieuw Welgelegen is uitgegaan van de uitgangspunten uit het startdocument Nieuw Welgelegen uit juli 2021 waar de opgave is om ruimte te zoeken voor 2 voetbal- en 2 hockeyvelden. Insteek hierbij was om ruimte te zoeken voor de sporten waar tekorten zijn of worden verwacht, om voldoende sportruimte voor de nieuwe bewoners te bieden. Dit is ook in reactie op een tweetal moties (M324 Sporten in Zuidwest en M339 Wel een nieuwe wijk maar geen nieuwe sportvelden) uit uw raad. Als college houden wij vast aan dit uitgangspunt omdat het tekort aan sportvelden steeds verder oploopt en het vinden van locaties voor uitbreiding van sportvelden binnen de 10 minuten stad een ingewikkelde opgave is. Wij hebben uw raad daar eerder in meegenomen via het Meerjarenperspectief Ruimte, de Beleidsnota Sport en bewegen en via eerdere brieven over de capaciteitsbehoefte. Daarom blijft wat ons betreft de prioriteit om op dit sportpark meer ruimte te bieden aan sporten die door veel mensen beoefend worden, een wijkfunctie hebben, veel sporters per vierkante meter hebben en vooral door jeugd worden beoefend. -
Ten aanzien van A: Het integraal programma van eisen wordt opgesteld als verdere verfijning van de gekozen variant. Wij vinden het niet wenselijk om ‘sportieve diversiteit’ als uitgangspunt toe te voegen. We moeten keuzes maken om voldoende sportruimte in de nabijheid te kunnen blijven bieden aan onze inwoners, nu en in de toekomst. Wij zijn daarbij van mening dat er op deze plek al veel diversiteit (sporthal, turnhal, verschillende veldsporten) aanwezig is. Door het onderzoeken van verplaatsing van de honk- en softbal zorgen we ervoor dat er op stedelijk niveau voldoende divers aanbod blijft. Op wijkniveau is dat voor veel sporten die minder breed beoefend worden (naast honk- en softbal geldt dat ook bijvoorbeeld voor cricket en rugby) helaas niet mogelijk.
-
Ten aanzien van B: Wij onderschrijven het belang van efficiënter gebruik van bestaande sportvelden. Echter is gebleken dat alleen een efficiënter gebruik van de bestaande sportvelden niet leidt tot voldoende sportcapaciteit, zie antwoord 2.3. Met het uitbreiden van sporten bij bestaande verenigingen maken we gebruik van de bestaande infrastructuur van verenigingen. Het zorgt ervoor dat verenigingen vitaler kunnen worden en dat velden efficiënter gebruikt kunnen worden. De hockeyafdeling van Zwaluwen is bijvoorbeeld relatief 6
klein met 2 velden. Door velden voor hockey toe te voegen geven we hen de mogelijkheid om door te groeien. Dit draagt bij aan de structurele versterking van de vitaliteit van de vereniging. -
Ten aanzien van C hebben we in de raadsbrief over de voorkeursvariant reeds aangegeven dat fase 2 pas wordt gerealiseerd op het moment dat er zicht is op een passend alternatief voor honk- en softbal en als er voldoende financiële middelen zijn om de 2e fase te realiseren (zie ook het antwoord op vraag 1.3).
Vraag 6.2 Heeft het college in haar afweging voor de keuze voor een voorkeursvariant ook advies ingewonnen bij SportUtrecht? Zo nee: waarom niet? En is het college in dat geval alsnog bereid om advies in te winnen bij SportUtrecht over de impact van de voorkeursvariant op het sportieve ecosysteem en spreiding van sportaanbod in de stad? Antwoord 6.2 Wij hebben SportUtrecht betrokken en eind 2024 om advies gevraagd op de variantenstudie inclusief voorkeursvariant. Wij hebben input ontvangen op de overwegingen ten aanzien van de inrichting van het sportpark, het proces rondom de variantenstudie en het omgaan met de sportverenigingen. Daarnaast was SportUtrecht aanwezig bij verschillende gesprekken met de betrokken verenigingen in het gebied. Verder hebben we met SportUtrecht ook separate afstemming en betrekken we hun adviezen bij de inrichting van het proces met sportverenigingen. SportUtrecht heeft een rol in het behartigen van de belangen van de betrokken verenigingen, maar denkt ook mee hoe we de sportcapaciteit kunnen behouden en welke rol dit sportpark kan betekenen voor sport in brede zin voor een groeiend aantal Utrechters. Tot slot denkt SportUtrecht mee in welke alternatieven er mogelijk zijn voor de Domstad Dodgers.
Vraag 6.3 Deelt het college de observatie dat door het kiezen voor voorkeursvariant B een keuze wordt gemaakt die in strijd is met de door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsnota Sport en Bewegen 2025 – 2032, en dat daarom de keuze voor een voorkeursvariant ook in de gemeenteraad gemaakt zou moeten worden? Zo nee, waarom niet? Antwoord 6.3 Nee, die observatie delen wij niet. Allereerst is in het vastgestelde startdocument Nieuw Welgelegen uit 2021 het te doorlopen proces weergegeven conform het Utrechts Planproces (UPP) 4 voor buitenruimte projecten. Hierin is vastgelegd dat een variantenstudie door het college wordt vastgesteld. In de door uw raad vastgestelde Beleidsnota sport en bewegen leggen we de nadruk op het vinden van meer ruimte voor het toenemend aantal sporters in onze stad en dat daarin keuzes gemaakt moeten worden. We stellen ons ten doel dat onze sport- en beweegvoorzieningen aansluiten bij de groei van de stad en de behoeften van Utrechters. En daarbij zetten we ook in op het optimaal benutten van de beschikbare ruimte. Zie ook antwoord bij vraag 2.2. We zijn al sinds 2017 op zoek naar locaties om het tekort aan sportvelden op te lossen en sindsdien is sportpark Nieuw Welgelegen in beeld als locatie waar het nodig is om capaciteit uit te breiden.
Dit geldt ook voor de sportparken in Maarschalkerweerd en Leidsche Rijn gebaseerd op de oplopende tekorten zoals geconstateerd in de . Verder is in de Nota sport en bewegen 2025-2032 vastgesteld dat in de zoektocht naar ruimte voor sport wordt onderzocht of bepaalde sporten met een extensief ruimtegebruik een plek kunnen krijgen aan de randen van of zelfs buiten de stad. En of we sporten met een stedelijke functie meer kunnen bundelen. Het gaat hierbij vaak om sporten die veel ruimte vragen voor relatief weinig sporters. Tot slot is sportpark Nieuw Welgelegen in de omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk aangewezen als ‘te intensiveren en uit te breiden sportgebied’.
7
Variant B voldoet daarmee aan de kaders van het vigerende beleid en valt daarom binnen de bevoegdheid van het College. Vraag 7 Is het college bereid deze vragen te beantwoorden voor aanvang van het zomerreces van de raad? Antwoord 7 Vanwege de korte termijn tot aan het reces was dat helaas niet mogelijk. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
8
Schriftelijke vragen Hardball of Softbal? 2 juni 2025
De raad heeft kennisgenomen van de variantenstudie voor Sportpark Nieuw Welgelegen en de voorlopige keuze van het college voor variant B. Uit deze variant blijkt dat honk- en softbalvereniging Domstad Dodgers op termijn beide velden verliest en daarmee toekomstperspectief. Tegelijkertijd worden nieuwe voetbalvelden gerealiseerd, terwijl er beleidsmatig mogelijkheden zijn om de veldcapaciteit van voetbal efficiënter te benutten. De Domstad Dodgers ervaren een gebrek aan transparantie, invloed en gelijkwaardige behandeling in het proces. Dit roept vragen op over de consistentie van het gemeentelijk sportbeleid, doelmatigheid van investeringen en de borging van sportdiversiteit in een groeiende stad. De fracties van VVD en CDA hebben de volgende vragen:
Vragen: 1. Toekomst en borging sportieve functies 1.1. Kan het college bevestigen dat in voorkeursvariant B op termijn beide honk- en softbalvelden van de Domstad Dodgers verdwijnen? Zo ja, wat vindt het college hiervan en waarom maakt het college deze keuze? 1.2. Wat betekent dit concreet voor het voortbestaan van de vereniging? Wat is in de ogen van het college een passend plan voor de Dodgers waar in de brief over wordt gesproken? 1.3. Is het college bereid om toe te zeggen dat uitplaatsing van de Dodgers pas aan de orde is op het moment dat er een volwaardig alternatief is gerealiseerd in samenspraak met de Dodgers?
2. Doelmatigheid en beleidsconsistentie 2.1. In diverse rapporten (o.a. Mulier) komt naar voren dat de druk op voetbalvelden zich vooral concentreert op zaterdagen, terwijl de bezetting op zondagen relatief beperkt is. Ziet het college kansen om gemeente-breed de capaciteit voor voetbal op de bestaande velden aanzienlijk uit te breiden door zondagen voortaan ook te benutten? En ziet het college kansen om op korte 9
termijn – in overleg met de voetbalvereniging – ook op Nieuw Welgelegen te onderzoeken hoe meer spreiding in speeldagen kan bijdragen aan een efficiënter gebruik van de staande sport, bijvoorbeeld door programmering op zondag beter te benutten? Welke mogelijkheden voor dubbelgebruik, een ambitie uit het coalitieakkoord, worden waargemaakt op Nieuw Welgelegen? 2.2. Hoe verhoudt de keuze van het college zich tot het gemeentelijke beleid waarin het belang van een gevarieerd en toegankelijk sportaanbod expliciet wordt benoemd (zoals in de Sportnota 2025–2032)? 2.3. Gezien het grote gebrek aan ruimte en de voorziene groei van de stad moeten zorgvuldige afwegingen gemaakt worden voor wat te doen met de spaarzame ruimte die beschikbaar is. Wat vindt het college in dat licht van het standpunt dat er gekeken moet worden naar efficiënter gebruik van voetbalvelden in wijken? 3. Investeringen en gelijkwaardigheid 3.1. Kan het college inzicht geven in de investeringen die in de afgelopen 10 jaar zijn gedaan in respectievelijk: a. de velden van Omnisportvereniging Zwaluwen (voetbal en hockey), en b. de velden van Domstad Dodgers? 3.2.
Klopt het dat het combinatieveld in fase 1 als “tijdelijk” wordt beschouwd? Deelt het college de mening dat alleen sprake kan zijn van de stap naar fase 1 als het honkbalveld veel intensiever kan worden gebruikt en dus investeringen worden gedaan in drainage, lichtmasten en veld? Welke financiën zijn hiervoor geraamt, zoals besproken op pagina 30 van de variantenstudie? 3.3. Wat kan er gedaan worden met betrekking tot de middelen zodat kleinere gebiedspartijen als de Dodgers evenredig profiteren van kwaliteitsverbetering binnen het park? 3.4 Welke stappen heeft het college gezet om het gesprek tussen sportverenigingen te faciliteren, zodat zij gezamenlijk tot een variant kunnen komen? 3.4 Gezien de doorlooptijd van een gebiedsontwikkeling als die op Nieuw Welgelegen en het ontbreken van financiering is het realistisch dat fase twee pas gerealiseerd kan worden over 10 jaar. De afschrijftermijn van een kunstgrasveld is ongeveer 10 jaar. Deelt het college het standpunt dat nu investeren in een goed kunstgrasveld goed te verantwoorden is, ook als het college besluit dat in fase 2 de Domstad Dodgers alsnog moet verhuizen? Zo nee, waarom niet?
10
4. Gelijke behandeling in proces en besluitvorming 4.1. Klopt het dat het plan van Omnisportvereniging Zwaluwen als bijlage is opgenomen in de gemeentelijke startnotitie, en dat standpunten van Domstad Dodgers daar niet op vergelijkbare wijze in zijn verwerkt? Zo ja, waarom? 4.2. Deelt het college de mening dat dit de schijn van partijdigheid kan wekken in het participatieproces? Zo nee, hoezo niet? 4.3. Is het college bereid om, met het oog op sportieve spreiding en gelijke behandeling, het investeringsbesluit alsook het programma van eisen te heroverwegen waarbij ook de belangen van de Domstad Dodgers worden meegewogen? Zo nee, waarom niet? 4.3. Welke waarborgen hanteert het college om bij toekomstige gebiedsontwikkelingen te zorgen voor gelijke behandeling van betrokken sportverenigingen en ook verenigingen zelf meer te betrekken bij de besluitvorming?
5. Positie van de gemeente ten opzichte van de verenigingen. 5.1. Is het college het eens dat Utrechtse sportverenigingen van de gemeente mogen verwachten dat deze naast hen staat in plaats van tegenover hem, en dat het gemeentelijke beleid verenigingen moet ondersteunen in plaats van belemmeren met bijvoorbeeld gedwongen verhuizingen of (impliciete) druk tot fusie? Zo ja, op welke manier is dit op Nieuw-Welgelegen gebeurt? 5.2. Zo ja, wat is het college bereid te doen om deze verwachting structureel te maken binnen gebiedsontwikkelingen en sportbeleid?
6. Overkoepelende afwegingen. 6.1. Is het college bereid om – mede door signalen van de Domstad Dodgers – het besluittraject het integraal programma van eisen zo in te richten dat: A. Sportieve diversiteit expliciet wordt meegenomen; B. Eerst beleidsopties voor efficiëntere veld benutting worden uitgeput; en C. Uitplaatsing van sport functies pas wordt overwogen bij beschikbaarheid van volwaardige alternatieven? Zo nee: waarom niet? 11
6.2. Heeft het college in haar afweging voor de keuze voor een voorkeursvariant ook advies ingewonnen bij SportUtrecht? Zo nee: waarom niet? En is het college in dat geval alsnog bereid om advies in te winnen bij SportUtrecht over de impact van de voorkeursvariant op het sportieve ecosysteem en spreiding van sportaanbod in de stad? 6.3 Deelt het college de observatie dat door het kiezen voor voorkeursvariant B een keuze wordt gemaakt die in strijd is met de door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsnota Sport en Bewegen 2025 – 2032, en dat daarom de keuze voor een voorkeursvariant ook in de gemeenteraad gemaakt zou moeten worden? Zo nee, waarom niet?
7. Is het college bereid deze vragen te beantwoorden voor aanvang van het zomerreces van de raad?
Gesteld door: • •
Floris van Eck, VVD Utrecht Bert van Steeg, CDA
12