CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2024 nr 63 over Raadsbrieven Sekswerkbeleid

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 11 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Stand van Zaken modernisering Sekswerkbeleid2.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2024, NUMMER 63 Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

16 mei 2024 College B&W Else Ham & Jeroen Meijer 14030 moderniseringsekswerk@utrecht.nl 12301397 Sekswerk

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2024 nummer 63 van Myrthe Minnaert en Stevie Nolten (BIJ1) en Ruud Maas (Volt) van 4 april 2024 over Raadsbrieven Sekswerkbeleid. Vraag 1 Er zijn verschillende locaties die aangemerkt zijn als mogelijke locatie voor sekswerk zij het in de vorm van proeftuinen, kleinschalige locaties of straatsekswerk. Om hoeveel locaties gaat dit? Hoe zien de tijdspaden tot (mogelijke) realisatie van deze verschillende locaties eruit? Antwoord 1 Op dit moment hebben 5 locaties in de stad én het Nieuwe Zandpad de functie seksinrichting of raamprostitutie in het omgevingsplan. Voor 4 van deze locaties verstrekten wij een vergunning voor een seksinrichting. In de raadsbrief van 28 maart 2024 gaven we aan welke aandachtspunten wij zien voor kleinschalige locaties waar sekswerkers zelf een werkruimte kunnen huren. We laten het in eerste instantie aan geïnteresseerde ondernemers om een locatie te zoeken. Aan het eind van 2024 beoordelen we of deze aanpak voldoende werkt. Met de raadsbrief van 16 januari 2024 informeerden we u over onze plannen rondom het Nieuwe Zandpad.

Hierin gaven we aan het versnelde planproces voor tijdelijke woningen op het Nieuwe Zandpad op te starten waarbij we als randvoorwaarde opnemen dat er ruimte blijft voor een kleinschalige locatie voor sekswerk als dat in de toekomst gewenst blijkt. Vraag 2 Heeft het college onderzocht of er andere constructies mogelijk zijn om wel het Belgisch model toe te kunnen passen in Utrecht? Antwoord 2 In de raadsbrief van 9 november 2023 gaven we aan dat we het beheer van een kleinschalige locatie door de gemeente te risicovol vinden. We kiezen ervoor om het aan exploitanten te laten een kleinschalige locatie te starten. Dit kan ook een collectief van sekswerkers zijn.

Met Belle bespraken we of zij een mogelijke rol voor hulp- en dienstverlening zien in het beheer van een locatie. Belle is hier vanuit hun hulpverlenende rol geen voorstander van. De rollen van beheer en hulpverlening moeten onafhankelijk van elkaar worden ingevuld. Als er zich een partij aandient die een kleinschalige locatie voor de meest kwetsbare sekswerkers in beheer wil nemen, dan zou Belle vanuit hun dienstverlenende rol willen overwegen om deze partij te ondersteunen. Zo'n partij is echter vooralsnog niet in beeld. Vraag 3 Zijn er steden waar concepten vergelijkbaar met het Belgisch model worden gebruikt en heeft de gemeente contact met hen hierover gehad? Antwoord 3 Wij hebben gesproken met de gemeente Antwerpen. De gemeente Antwerpen is geen eigenaar/ verhuurder van panden waar sekswerk wordt gedaan. De gemeente heeft enkel regelgeving opgesteld die bepaalt waaraan een pand moet voldoen (stedenbouwkundig en volgens de in België zogenoemde politiecodex/APV). Ook is er gemeentelijke regelgeving die bepaalt waaraan een eigenaar moet voldoen. Voor zover bij ons bekend zijn er ook in Nederland geen steden die zelf een locatie in beheer hebben.

Vraag 4 Heeft de gemeente samen met de klankbordgroep en/of belangenorganisaties gesproken over de redenen die het voor de gemeente moeilijk maken om dit model uit te voeren? En is er gepoogd om samen met de klankbordgroep en/of belangenorganisaties oplossingen te bedenken voor de drempels die het college ziet? Antwoord 4 Als aangegeven in de raadsbrief van 9 november zien wij verschillende bezwaren en risico’s met betrekking tot het beheer van een kleinschalige locatie door de gemeente. Deze hebben onder andere te maken met de Wet Markt en Overheid en de financiële risico’s van het exploiteren van een locatie. Dit was geen onderdeel van ons gesprek met de klankbordgroep of belangenorganisaties. Vraag 5 Hoe ziet het vervolg van het proces eruit? En binnen welke termijn is de verwachting dat de proeftuinen gerealiseerd zullen zijn? Antwoord 5 Zoals vermeld in de raadsbrief van 26 maart gaan we in gesprek met (potentiële) ondernemers voor een kleinschalige locatie. Met de ondernemers kunnen we hun concrete plannen voor een kleinschalige locatie vervolgens bespreken op een omgevingstafel. Als op de omgevingstafel is bepaald dat de locatie kansrijk is, starten de vergunningsprocedures voor een kleinschalige locatie. Ten aanzien van de proeftuin thuiswerken ontving u op 22 april een voorstel om een deel van de APV te wijzigen.

Naast de APV-wijziging, is het nodig het omgevingsplan te wijzigen. Dit voorstel leggen wij vlak voor of na de zomer aan u voor. Bij een positief besluit kan, na het verlopen van de beroepstermijn, de proeftuin starten. Vraag 6 Zijn er al ideeën over door wie de proeftuinen beheerd zullen worden? Antwoord 6 Ten aanzien van de proeftuin kleinschalige locatie ligt het beheer bij de ondernemer. De gemeente ziet hierop toe. Er is op dit moment er nog geen ondernemer of collectief van sekswerkers die concreet hebben aangegeven te willen starten. 2

Ten aanzien van de proeftuin thuiswerken ligt het beheer van thuissekswerk bij de individuele thuissekswerker. Hiervan registeren we geen gegevens. Wel gaan we af op meldingen en zien we toe op gezond en veilig thuissekswerk. Vraag 7 Mocht de inzet zijn dat de proeftuinen beheerd gaan worden door een commerciële partij/stichting/organisatie, heeft de gemeente zicht op eventueel geïnteresseerde partijen? Antwoord 7 Zie antwoord vraag 5 en 6. Vraag 8 Hoe zou het beheer van de proeftuinen er inhoudelijk uitzien? Antwoord 8 Net als bij de huidige seksbedrijven is de ondernemer (exploitant/stichting/collectief/of andere vorm) verantwoordelijk voor het beheer van de kleinschalige locatie. In het bedrijfsplan dient de ondernemer aan te geven hoe hier invulling aan wordt gegeven. De gemeente ziet toe op de naleving daarvan. Vraag 9 Wat is precies de status van thuiswerken als proeftuin binnen dit nieuwe beleid? Is het college het met de indieners eens dat thuiswerken wél geëvalueerd moet worden gelijktijdig met de andere proeftuinen, maar dat de locaties voor thuiswerken niet aan dezelfde eisen hoeven te voldoen als de andere proeftuinen om het niet onnodig te bemoeilijken? Antwoord 9 De proeftuin thuissekswerk en de proeftuin kleinschalige locatie kennen beiden eigen eisen. Het college wil thuissekswerk onder voorwaarden (APV) als beroep-aan-huis mogelijk maken (omgevingsplan).

De partiële herziening van de APV betreffende thuissekswerk legde het college 22 april aan u voor. De partiele herziening van de APV betreffende seksbedrijven legt het college in Q4 aan u voor. Beide proeftuinen worden lerend geëvalueerd, maar het startmoment kan verschillen. Doel hiervan is om gedurende de looptijd van de proeftuinen samen met betrokken partijen te leren van de praktijkervaringen en te toetsen of de gewenste effecten van het beleid worden bereikt. Op basis hiervan kunnen we tussentijds bijsturen als dat nodig is. Het lerend evalueren draagt daarmee bij aan het realiseren van veilig en duurzaam sekswerk in Utrecht. Naar verwachting zullen we eind mei de opdracht gunnen aan de partij die het lerend evalueren samen met betrokkenen nader vormgeeft en uitvoert. Als de proeftuin thuissekswerk eerder start dan de proeftuin kleinschalige locatie, zal ook het startmoment van lerend evalueren eerder zijn. Vraag 10 Wanneer denkt het college te kunnen gaan beginnen met uitvoering geven aan M155? Antwoord 10 Zoals aangegeven in de raadsbrief van 9 november ligt de focus op dit moment op het mogelijk maken van thuiswerken en één of twee kleinschalige locaties. Een locatieonderzoek kost zeer veel tijd en ook capaciteit.

Omdat we de komende jaren vooral tot resultaat willen komen, ligt op dit moment onze focus op het mogelijk maken van thuiswerken en één of twee kleinschalige locaties. Vraag 11 Het is lang geleden sinds de laatste sekswerklocaties zijn opgeheven. En eerdere pogingen om straatsekswerk weer mogelijk te maken zijn vastgelopen op de moeilijkheid van het vinden van geschikte locaties. Hoe lang zou het proces van start onderzoek tot realisatie tippelzone duren? 3

Antwoord 11 De ervaring is dat het ingewikkeld is en veel tijd in beslag neemt om tot een locatie te komen. Doordat de planning van diverse factoren en besluiten afhankelijk is, is het niet mogelijk een vast tijdsbestek te noemen. Vraag 12 Hoe wil de gemeente het destigmatiseren van sekswerk aanpakken? Antwoord 12 Destigmatiseren kunnen we als gemeente niet alleen. Wel spelen we hier een rol in, die we op verschillende manieren invullen. Zo zijn we gestart met een training van gemeenteambtenaren die met sekswerk te maken hebben en waarin bewustwording van stigma en destigmatisering centraal staat. Ook is er een aanpak voor deskundigheidsbevordering met als streven een bijdrage te leveren aan het wegnemen van stigma over sekswerk en sekswerkers. Deze is onderdeel van de bestaande nadere regel subsidie. Daarnaast is recent het Platform Sekswerk Utrecht van start gegaan, waarin sekswerkers samen met gemeente en partijen in de stad in gesprek gaan over sekswerk gerelateerde onderwerpen. Eén van de doelen van dit platform is wederzijds begrip creëren voor elkaars situatie en standpunten. Per onderwerp bespreekt het Platform wie uitgenodigd wordt om aan te sluiten. Het destigmatiseren van sekswerk is één van de onderwerpen die de komende tijd besproken wordt.

Ook zijn we de laatste tijd in gesprek gegaan met leden van diverse wijkplatforms en huurdersorganisaties over sekswerk in de stad. Het bespreken van sekswerk draagt bij aan de normalisering ervan. Tot slot blijven we in gesprek met sekswerkers over hoe zij denken dat er – al dan niet gezamenlijk - meer begrip kan ontstaan voor elkaars leefwereld. Vraag 13 Hoe wil de gemeente inwoners meenemen en overtuigen dat in Utrecht ook plek moet zijn voor sekswerk? Antwoord 13 Er bestaan verschillende perspectieven op sekswerk. We vinden dat daar ook ruimte voor mag zijn. Door thuiswerk te legaliseren in een proeftuin en ruimte te maken voor kleinschalige locaties in een proeftuin willen we sekswerk meer dan nu het geval is een plek geven in de stad. We zijn en blijven hierover in gesprek met de verschillende betrokkenen in de stad. Onder meer door omwonenden te betrekken als er zicht is op een specifieke locatie voor een kleinschalige locatie en inwoners te betrekken bij het lerend evalueren. Vraag 14 Is de gemeente bereid om hiervoor ook contact op te nemen met andere steden en van hun ervaringen te leren, eventueel ook in België zoals Antwerpen? Antwoord 14 Wij hebben contact met verschillende steden over sekswerk en sekswerkbeleid.

Zo nemen wij deel aan het "Landelijk Programma Prostitutie", een overleg gecoördineerd door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) waaraan grotere gemeenten, betrokken ministeries en de VNG deelnemen. In een eerder stadium spraken wij al met onder andere de gemeente Antwerpen en met Utsopi, de Belgische Unie van Sekswerkers (belangenbehartiging). Vraag 15 Hoe gaat het college deze tijdelijke bewoners voorbereiden op de komst van een sekswerk locatie in de toekomst? 4

Antwoord 15 Als er een concrete locatie in beeld komt, gaan we hierover met eventuele omwonenden en/of omliggende bedrijven in gesprek over hoe deze locatie het beste kan worden ingepast. En welke zorgen en aandachtspunten er mogelijk zijn. Hoe we dat doen, hangt af van de specifieke locatie. Zie hiervoor ook de raadsbrief van 28 maart 2024. Vraag 16 Hoe gaat het college garanderen dat het plaatsen van tijdelijke woningen niet gaat botsen met de uitvoering van motie 163? Antwoord 16 In het planproces voor tijdelijke woningen op het Nieuwe Zandpad namen we als randvoorwaarde op dat er ruimte blijft voor een kleinschalige locatie voor sekswerk als dat in de toekomst gewenst blijkt. Vraag 17 De gemeente geeft in de raadsbrief van 28 maart aan dat het nauwelijks haalbaar is om kwetsbare sekswerkers te betrekken in de gekozen proeftuinen, hoe gaat de gemeente garanderen dat ze toch betrokken zijn, naast het voeren van gesprekken met de doelgroep? Antwoord 17 We kunnen helaas niet garanderen dat sekswerkers in een kwetsbare positie een plek krijgen in de proeftuinen. Omdat sekswerkers in een kwetsbare positie vaak te maken hebben met (een combinatie van (verslaving, schuldenproblematiek, geen (stabiele) huisvesting en/of psychische problematiek zijn de proeftuinen vaak niet passend voor hen. De complexiteit hiervan is nader toegelicht in de raadsbrief van 28 maart.

In de komende gesprekken met sekswerkers, hulp- en dienstverlening en exploitanten blijven we aandacht besteden aan de mogelijkheden van passende, toegankelijke werkplekken in combinatie met zorg en hulp- en dienstverlening. Vraag 18 En mocht de gemeente hier niet in slagen, hoe gaat de gemeente dan aantonen dat hun beleid werkt voor alle sekswerkers, inclusief de meest gemarginaliseerde? Antwoord 18 Er is op dit moment onvoldoende ruimte in de stad waar sekswerkers schoon, veilig en transparant hun beroep kunnen uitoefenen. Met de proeftuinen voor thuiswerken en één of twee kleinschalige locaties werken we aan verbetering hierin. Dit zijn eerste stappen en geen eindbeeld. We zijn ons ervan bewust dat hiermee nog niet alle sekswerkers worden geholpen, waaronder sekswerkers in een (zeer) kwetsbare positie. We kunnen echter niet alles tegelijk doen. We blijven hierover met sekswerkers en andere betrokkenen in gesprek. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

5

Schriftelijke vragen raadsbrieven sekswerkbeleid 4 april 2024

Vragen: Op 9 november 2023 en 28 maart 2024 ontving de raad de twee Raadsbrieven over de stand van zaken van verschillende moties over en modernisering van sekswerkbeleid12. De fracties van BIJ1 en Volt vinden het fijn om zo snel al een terugkoppeling te krijgen en kijken uit naar het aankomende raadsvoorstel. Ter voorbereiding van een commissiedebat, hebben de ondertekenende fracties de volgende vragen: 1 Raadsbrief Stand van Zaken moties sekswerkbeleid 2 Raadsbrief Stand van zaken modernisering sekswerkbeleid

Algemeen 1. Er zijn verschillende locaties die aangemerkt zijn als mogelijke locatie voor sekswerk zij het in de vorm van proeftuinen, kleinschalige locaties of straatsekswerk. Om hoeveel locaties gaat dit? Hoe zien de tijdspaden tot (mogelijke) realisatie van deze verschillende locaties eruit? Belgisch model Over M172 schrijft het college dat het toepassen van het Belgisch model is onderzocht en dat het voor de gemeente geen optie is om zelf een locatie te beheren waar sekswerkers kamers kunnen huren. Als redenen hiervoor worden onder andere verstrengeling van rollen en belangen en financiële risico’s genoemd. De indienende fracties betreuren het dat deze motie na dit korte onderzoek negatief is beoordeeld en afgehandeld. 2. Heeft het college onderzocht of er andere constructies mogelijk zijn om wel het Belgisch model toe te kunnen passen in Utrecht? 3. Zijn er steden waar concepten vergelijkbaar met het Belgisch model worden gebruikt en heeft de gemeente contact met hen hierover gehad? 4. Heeft de gemeente samen met de klankbordgroep en/of belangenorganisaties gesproken over de redenen die het voor de gemeente moeilijk maken om dit model uit te voeren? En is er gepoogd om samen met de klankbordgroep en/of belangenorganisaties oplossingen te bedenken voor de drempels die het college ziet?

6

Proeftuinen Over de proeftuinen schrijft het college dat er op dit moment wordt gewerkt aan het voorbereiden van wijzigingen aan het Omgevingsplan, de APV en bijbehorende beleidsdocumenten. We zijn blij om te lezen dat er hard wordt gewerkt aan de proeftuinen en hopen dat deze snel gerealiseerd kunnen worden. De indieners van deze vragen zien dat er na het wijzigen van deze stukken, nog andere voorbereidingen getroffen moeten worden voordat de proeftuinen realiteit zijn. 5. Hoe ziet het vervolg van het proces eruit? En binnen welke termijn is de verwachting dat de proeftuinen gerealiseerd zullen zijn? 6. Zijn er al ideeën over door wie de proeftuinen beheerd zullen worden? 7. Mocht de inzet zijn dat de proeftuinen beheerd gaan worden door een commerciële partij/stichting/organisatie, heeft de gemeente zicht op eventueel geïnteresseerde partijen? 8. Hoe zou het beheer van de proeftuinen er inhoudelijk uitzien? Straatsekswerk De raadsbrief geeft aan dat straatsekswerk op dit moment geen prioriteit is en dat er voorrang wordt gegeven aan de realisatie van andere vormen van sekswerk. De indieners snappen dat vanwege capaciteit keuzes moeten worden gemaakt over waar prioriteit aan te geven. 9. Wanneer denkt het college te kunnen gaan beginnen met uitvoering geven aan M155? 10. Het is lang geleden sinds de laatste sekswerklocaties zijn opgeheven.

En eerdere pogingen om straatsekswerk weer mogelijk te maken zijn vastgelopen op de moeilijkheid van het vinden van geschikte locaties. Hoe lang zou het proces van start onderzoek tot realisatie tippelzone duren? Inspraak van omwonenden Een bemoeilijkende factor voor realisatie van sekswerk locaties in het algemeen en straatsekswerk locaties in het bijzonder is mogelijke weerstand vanuit omwonenden. Met het instemmen van M155 heeft de Raad uitgesproken dat er ruimte voor straatsekswerk moet komen in Utrecht na 2026. Dit betekent dat er ook een opgave ligt om sekswerk te destigmatiseren en inwoners in Utrecht te overtuigen dat sekswerk ook past bij hun in de buurt. 11. Hoe wil de gemeente het destigmatiseren van sekswerk aanpakken? 12. Hoe wil de gemeente inwoners meenemen en overtuigen dat in Utrecht ook plek moet zijn voor sekswerk? 13. Is de gemeente bereid om hiervoor ook contact op te nemen met andere steden en van hun ervaringen te leren, eventueel ook in België zoals Antwerpen? Het Zandpad is een van de locaties die nog steeds aangemerkt is als optie voor sekswerk (M163). Tegelijkertijd wordt er nu gesproken over het mogelijk plaatsen van tijdelijke woningen hier en een eventuele kleinschalige sekswerklocatie. 14. Hoe gaat het college deze tijdelijke bewoners voorbereiden op de komst van een sekswerk locatie in de toekomst? 15.

Hoe gaat het college garanderen dat het plaatsen van tijdelijke woningen niet gaat botsen met de uitvoering van motie 163? Betrokkenheid gemarginaliseerde sekswerkers

7

Juist vanwege hun kwetsbare positie is het belangrijk dat gemarginaliseerde sekswerkers mee kunnen doen in de proeftuinen om te testen of het gemoderniseerde sekswerkbeleid ook voor hen werkt, zoals M169 onderschrijft. 16. De gemeente geeft in de raadsbrief van 28 maart aan dat het nauwelijks haalbaar is om kwetsbare sekswerkers te betrekken in de gekozen proeftuinen, hoe gaat de gemeente garanderen dat ze toch betrokken zijn, naast het voeren van gesprekken met de doelgroep? 17. En mocht de gemeente hier niet in slagen, hoe gaat de gemeente dan aantonen dat hun beleid werkt voor alle sekswerkers, inclusief de meest gemarginaliseerde?

Gesteld door: ● Myrthe Minnaert en Stevie Nolten, BIJ1 ● Ruud Maas, Volt

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b8815ad8-053e-4362-8463-b98c3faf3272