CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2024 nr 20 over Raadsbrief Uitvoeringsprogramma netcongestie

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 14 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-20261.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2024, NUMMER 20

Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

29 februari 2024 College B&W P. Schulze 14030 paula.schulze@utrecht.nl 12106811/20240207/PS Energie en Klimaat

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2024 nummer 20 van Charlotte Passier (Volt) en Gertjan te Hoonte (VVD) van 29 januari 2024 over ‘Raadsbrief Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026’. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Waarop baseert het college de aanname dat het niet nodig zal zijn om “ontwikkelingen en omgaan met schaarste te prioriteren”? Antwoord 1 In onze raadsbrief van 12 december 2023 hebben we aangegeven dat “we voorlopig nog niet aan het prioriteren van ontwikkelingen doen omdat we het ‘gat’ proberen te overbruggen met de maatregelen onder knop B”. Met knop B bedoelen we maatregelen die helpen het piekverbruik van elektriciteit omlaag te brengen; als gemeente voeren wij dit jaar bijvoorbeeld op grote schaal netbewust laden in op publieke laadpalen en onderzoeken wij hoe we ons eigen elektriciteitsverbruik (op piekmomenten) kunnen verlagen. Ook de netbeheerders nemen extra maatregelen; zo is het congestiemanagementonderzoek uitgebreid naar alle grootverbruikersklanten en zal bij onvoldoende respons deelname hieraan niet meer vrijblijvend zijn. Met deze mitigerende maatregelen van zowel de gemeente als de netbeheerder hopen we ruimte op het stroomnet te maken voor verdere groei en verduurzaming van de stad.

In de raadsbrief zeggen we echter ook: “Mocht de netcongestiesituatie verergeren zou dat (prioriteren van ontwikkelingen) op een later moment nodig kunnen zijn.” Zie ook vraag 5. Dit is helaas een realistisch scenario waar we ons op moeten voorbereiden. Vraag 2 Hoe verhoudt het antwoord op vraag 1 zich tot de prioritering van de Provincie, die o.a. in de p-MIEK en de provinciale Energievisie zal worden opgenomen?

Antwoord 2 Het prioriteren in de pMIEK en Energievisie is anders dan het ‘prioriteren van ontwikkelingen’ zoals bedoeld in de raadsbrief. Het ‘prioriteren van ontwikkelingen’ uit vraag 1 gaat over het wel of niet aanpassen van onze doelstellingen op gebied van woningbouw, bedrijvigheid en verduurzaming. In de pMIEK en de provinciale Energievisie energie-infrastructuur worden projecten zoals de uitbreiding of bouw van een hoogspanningsstation geprioriteerd. Vraag 3 Hoe verhoudt het antwoord op vraag 1 zich tot de energieregio U16, aangezien in de raadsbrief en het ‘Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026’ met geen woord over de energieregio wordt gesproken? Antwoord 3 We zijn in nauw overleg met de (energie)regio’s, de provincie en de netbeheerders TenneT en Stedin. Afstemming en coördinatie m.b.t. netcongestie en mitigerende maatregelen vindt in de ‘Energy Board’ plaats waar al deze partijen aan tafel zitten.

Vraag 4 Aangezien het college het niet nodig vindt om een prioritering te maken, hoe zorgt het college er in het kader van netcongestie voor dat de belangen van de gemeente Utrecht voldoende vertegenwoordigd zijn in de prioritering van de provincie Utrecht? Kan het college concreet maken welke belangen dat dan zijn? Antwoord 4 We zijn lid van de provinciale Energy Board en bij verschillende ambtelijke werkgroepen onder de Energy Board betrokken, zo ook in de werkgroep pMIEK en Energievisie. Daarin delen we alle plannen van onze stad, die invloed hebben op het energiesysteem (denk aan woningbouw, bedrijvigheid, warmtetransitie, en mobiliteit) zodat er een helder beeld ontstaat welk energiesysteem nodig is om deze plannen te kunnen realiseren. Hoe eerder we de plannen kunnen specificeren, hoe eerder de netbeheerders hier rekening mee kunnen houden in hun investeringsplannen. Daarom geven we in de in voorbereiding zijnde actualisatie van de Transitievisie Warmte ook meer aandacht aan de impact van verschillende warmtealternatieven op het elektriciteitsnet. Vraag 5 Welke instrumenten en middelen heeft de gemeente om “ontwikkelingen en omgaan met schaarste te prioriteren”? Kan het college de gemeenteraad over die instrumenten en middelen informeren? Antwoord 5 We maken onderscheid tussen ‘omgaan met schaarste’ en ‘prioriteren van ontwikkelingen’.

Het eerste doelt op het nemen van (overheids)maatregelen die bijdragen aan het verlagen van het elektriciteitsverbruik tijdens piekuren, zodat er meer ruimte ontstaat op het stroomnet voor nieuwe gebruikers. Denk hierbij aan het invoeren van netbewust laden op publieke laadpalen (waar Stedin ook recent in de media toe opriep) of het onderzoek naar hoe we het piekverbruik van ons gemeentelijk vastgoed omlaag kunnen brengen. Een verergering van netcongestie kan tot gevolg hebben dat we onze doelstellingen voor woningbouw, bedrijvigheid en verduurzaming in de komende ca. 5 jaar niet tegelijkertijd kunnen halen. Deze doelstellingen dragen bij aan de stijgende vraag naar stroom. Daarom kan prioriteren noodzakelijk worden. Dit betekent dat we dan wel doorgaan met de voorbereidingen, maar de laatste stap voor het behalen van de doelstelling pas gezet kan worden op het moment dat de elektriciteitsinfrastructuur uitgebreid is. De gemeente heeft bijvoorbeeld de mogelijkheid om het daadwerkelijk aardgasvrij maken van (eigen) gebouwen bij renovatie uit te stellen totdat het elektriciteitsnet uitgebreid is. De gemeente kan tijdelijk 2

stoppen met de uitgifte van kavels voor bedrijven en de uitbreiding van bestaande of ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. De gemeente kan netbewuste collectieve warmtevoorzieningen stimuleren, zoals warmtenetten, ten faveure van netbelastende individuele warmtevoorzieningen, zoals warmtepompen. Gemeenten zijn niet aan zet bij het aangeven van een volgorde wie transportcapaciteit voor stroom krijgt. Dat wordt gedaan door de netbeheerder op basis van het definitieve ‘Netcodebesluit’ van de Autoriteit Consument en Markt (ACM), waar de gemeente input op heeft geleverd. Vraag 6 Gezien de ernst van (de dreigende) netcongestie (op het laagspanningsnet), vindt het college ook, net als wij, dat een buurt- of wijkaanpak gericht op warmte óf elektriciteit te verkokerd is? En dat er beter ingezet kan worden op integrale, duurzame en toekomstbestendige energiesystemen, omdat daarmee het elektriciteitsnet enorm ontlast kan worden en dus voorkomen kan worden dat we met gecontroleerde black-outs of stilval van de samenleving te maken krijgen? Zou het niet beter zijn om nu gelijk in te zetten op lokale energiesystemen waarbij energie (elektriciteit en warmte) zoveel mogelijk lokaal in samenhang wordt opgewekt, opgeslagen en gebruikt? Antwoord 6 We bouwen in Utrecht aan een integraal energiesysteem.

Er vindt afstemming plaats tussen Stedin en de gemeente over het meenemen van het warmtesysteem in de inschattingen van de benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet. Daarnaast wordt ook de Transitievisie Warmte herzien, waarin warmte en elektriciteit in samenhang worden bekeken. Deze actualisatie gaat onder de Omgevingswet een warmteprogramma heten. In de bijbehorende bronnenstrategie wordt opslag van warmte meegenomen als belangrijke schakel in (lokale) energiesystemen. Onze grootste uitdaging is de ruimtelijke beperking in het dichtbevolkte gebied om zowel opwek als opslag van elektriciteit en warmte te realiseren. Dat maakt dat we ons niet alleen op de eigen gemeente kunnen richten, maar in de RES en in de provincie naar samenhang zoeken. Kortom, we zien de samenhang tussen warmte en elektriciteit. De elektriciteits- en warmte-infrastructuur kunnen op hun eigen snelheid prima los van elkaar gerealiseerd worden, zolang maar rekening wordt gehouden met het eindbeeld van het integrale energiesysteem.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

3

Schriftelijke vragen Raadsbrief Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026 29-01-2023 Op 18 december 2023 informeerde het college de gemeenteraad over ‘Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026’. Door netcongestie dreigt niet alleen de energietransitie stil te vallen, maar lopen alle belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen – woningbouw, economische activiteiten, aansluiting sociale voorzieningen, verduurzaming mobiliteitssector – stil te vallen. Het is dus van groot maatschappelijk belang dat het college de regie heeft en goed overziet wat er moet, kan en gaat gebeuren. De fracties van Volt en VVD hebben daarom vragen voor de wethouder.

Vragen: In de raadsbrief schrijft het college dat “we voorlopig nog niet aan het prioriteren van ontwikkelingen doen omdat we het ‘gat’ proberen te overbruggen met de maatregelen onder knop B”. Deze strategische keuze zou alleen logisch zijn als met ‘knop B’ kan worden voorkomen dat het nodig is om te prioriteren, maar dit blijkt niet uit ‘Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026’, de begeleidende raadsbrief of de raadsbrief ‘Actualisatie uitvoeringsprogramma's energie besparen gebouwde omgeving’ en bijbehorende documenten.

1. Waarop baseert het college de aanname dat het niet nodig zal zijn om “ontwikkelingen en omgaan met schaarste te prioriteren”? 2. Hoe verhoudt het antwoord op vraag 1 zich tot de prioritering van de Provincie, die o.a. in de p-MIEK en de provinciale Energievisie zal worden opgenomen? 3. Hoe verhoudt het antwoord op vraag 1 zich tot de energieregio U16, aangezien in de raadsbrief en het ‘Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026’ met geen woord over de energieregio wordt gesproken? 4. Aangezien het college het niet nodig vindt om een prioritering te maken, hoe zorgt het college er in het kader van netcongestie voor dat de belangen van de gemeente Utrecht voldoende vertegenwoordigd zijn in de prioritering van de provincie Utrecht? Kan het college concreet maken welke belangen dat dan zijn? 5. Welke instrumenten en middelen heeft de gemeente om “ontwikkelingen en omgaan met schaarste te prioriteren”? Kan het college de gemeenteraad over die instrumenten en middelen informeren? 6. Gezien de ernst van (de dreigende) netcongestie (op het laagspanningsnet), vindt het college ook, net als wij, dat een buurt- of wijkaanpak gericht op warmte óf elektriciteit te verkokerd is? En dat er beter ingezet kan worden op 4

integrale, duurzame en toekomstbestendige energiesystemen, omdat daarmee het elektriciteitsnet enorm ontlast kan worden en dus voorkomen kan worden dat we met gecontroleerde black-outs of stilval van de samenleving te maken krijgen? Zou het niet beter zijn om nu gelijk in te zetten op lokale energiesystemen waarbij energie (elektriciteit en warmte) zoveel mogelijk lokaal in samenhang wordt opgewekt, opgeslagen en gebruikt?

Gesteld door: • •

Charlotte Passier, Volt Gertjan te Hoonte, VVD

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=239e1c62-5795-4cc1-8701-3becb21b2a8f