Beantwoording SV2024 nr 165 over Hoe verder met 'Sociale Prestaties en Dagondersteuning (SPDO) in Utrecht
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2024, NUMMER 165
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
3 december 2024 College B&W W. Burggraaf 14030 willemijn.burggraaf@utrecht.nl 12948683 Wmo en Welzijn
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2024 nummer 165 van Oumar Barry (EenUtrecht), Gert Dijkstra (EenUtrecht) van 8 oktober 2024 over Hoe verder met 'Sociale Prestaties en Dagondersteuning' (SPDO) in Utrecht. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1a Waarom is er in de afgelopen 10 jaar (2014-24) nog geen evaluatie geweest naar de effecten en het functioneren van deze subsidieregeling op SPDO? Of zijn er wel evaluaties geweest maar zijn deze nog niet met de gemeenteraad gedeeld? Antwoord 1a Er zijn geen grootschalige evaluaties geweest over de SPDO-subsidie als geheel. Het gaat om een groot aantal partijen (30+) die erg divers zijn. Er zit een variatie in het type activiteiten (meedoen/meewerken/dagondersteuning/motivatietrajecten), het soort aanbod (van stoelyoga tot meewerken in een restaurant) en ook de leeftijd en achtergrond van de deelnemers is erg verschillend. Het aanbod laat zich dan ook moeilijk vergelijken. We evalueren het aanbod van elke individuele aanbieder door middel van de tussenrapportages die zij schrijven en gesprekken die we met hen voeren. Omdat het om een grote verscheidenheid van (kleine en grote) partijen gaat die vaak ook op vrijwilligers draaien is de administratie zo laag mogelijk houden één van de onderdelen van deze subsidie.
De gesprekken die we voeren met de aanbieders maar bijvoorbeeld ook met DOCK en het buurtteam zorgen ervoor dat we gaandeweg het aanbod evalueren en kunnen reageren op signalen. Er is tot dusver op basis van deze contacten geen reden geweest om grootschalig te evalueren. Vraag 1b Zo ja, kunnen wij die dan alsnog op korte termijn ontvangen? Antwoord 1b Zie antwoord 1a
Vraag 1c Indien er inderdaad niet is geëvalueerd is het college bereid alsnog een evaluatie begin 2025 te organiseren? Antwoord 1c Zie antwoord a. een grote evaluatie vraagt veel van de organisaties. En middelen van de gemeente. Deze capaciteit en middelen zetten we liever in voor het leveren van activiteiten voor kwetsbare Utrechters. Het is door de grote verscheidenheid aan organisaties moeilijk op het geheel te evalueren. Daarnaast is het ook lastig om dit in isolatie te evalueren omdat het onderdeel is van een gehele keten, het aanbod hangt sterk samen met het functioneren van andere voorzieningen in de sociale basis, buurtteam en maatwerk. Vraag 2 Hoe informeert het college bewoners en (potentiële) cliënten(groepen) over de beschikbare SPDOactiviteiten en is geëvalueerd of dat ook goed werkt? Antwoord 2 Hiervoor bestaat de site jekuntmeer.nl. Eén van de voorwaarden voor SPDO-subsidie is dat aanbieders hun aanbod op deze site publiceren. Daarnaast kan het buurtteam of huisartsen mensen doorverwijzen en doen partijen zelf promotie via flyers, websites en mond tot mond reclame. Daarnaast werken alle partijen outreachend om bewoners te bereiken. Omdat het aanbod heel erg wijkgericht is komen veel inwoners via via bij een initiatief terecht, wat de meest effectieve manier is hangt af van de wijk, de doelgroep en het soort aanbod.
Het aanbod wordt op dit moment goed gevonden; de organisaties geven aan dat de activiteiten goed bezocht worden en dit zien we ook terug in de bereik cijfers. We hebben dit niet geëvalueerd, dit zou door de verschillen tussen aanbieders en de gerichtheid op de eigen wijk ook per aanbieder apart moeten. Wel bespreken we met partijen wat zij zien, als er hieruit signalen komen dat bepaalde inwoners een initiatief nog niet weten te vinden dan denken we samen na over hoe we deze inwoners kunnen bereiken, bijvoorbeeld door het verbeteren van verbindingen met andere partijen in een wijk. Vraag 3 Hoe wordt de feedback en/of het oordeel van cliënten/deelnemers (en/of bewoners) over de dienstverlening en activiteiten van de huidige SPDO-partners verzameld? Antwoord 3 De SPDO-initiatieven zijn indicatieloos en laagdrempelig. De kern daarvan is dat inwoners zich niet hoeven te registreren en gewoon binnen kunnen lopen. Aanbieders voeren zelf tevredenheidsonderzoeken uit, passend bij de vorm van de activiteiten en de deelnemers. Daarnaast is een voorwaarde van de SPDO-subsidie dat organisaties zorgen voor eigenaarschap en regie bij de deelnemers waar het aanbod op wordt afgestemd. Mensen kiezen zelf een organisatie die bij hen past en denken ook mee over de activiteiten.
Ook gaan we regelmatig op werkbezoek waarbij we de deelnemers spreken over hoe zij het aanbod ervaren en wat deelname voor hen betekent.
Vraag 4 Op welke manier houdt het college toezicht op de kwaliteit en de effectiviteit van SPDO-activiteiten en –dienstverlening zoals uitgevoerd door de SPDO-partners? Antwoord 4 Wij vragen 2 keer per jaar een tussenrapportage over de uitgevoerde activiteiten en het aantal bereikte deelnemers. Ook voeren we geregeld gesprekken en gaan we langs om deelnemers te spreken. In de financiële eindrapportage (bij organisaties die meer dan 100.000 euro ontvangen is die inclusief accountantscontrole) controleren we of al het geld is besteed aan de activiteiten. Vraag 5 Hoe waarborgt het college dat de toegekende SPDO-subsidies doelmatig worden besteed en daadwerkelijk ten goede komen aan de beoogde doelen en doelgroepen? 2
Antwoord 5 Zie antwoord 4 Vraag 6 Is er een onafhankelijk orgaan dat de prestaties van SPDO-organisaties beoordeelt? Antwoord 6 Nee Vraag 6a Zo nee, overweegt het college dit in te stellen? Antwoord 6a Nee Vraag 6b En zo niet, waarom dan niet? Antwoord 6b De activiteiten zijn laagdrempelig, er worden heel veel initiatievenactiviteiten vanuit deze regeling gesubsidieerd. Dit zou geld kosten dat we liever besteden aan het subsidiëren van activiteiten voor kwetsbare Utrechters. Daarnaast is hier geen aanleiding voor, bijvoorbeeld signalen dat de prestaties onvoldoende zouden zijn. Ook onze contractzorg monitoren wij zelf. Vraag 7 Welke consequenties verbindt het college aan het niet nakomen van subsidievoorwaarden en/of het onvoldoende realiseren van doelen of bereiken van doelgroepen door SPDO-organisaties? Antwoord 7 Op het moment dat afspraken niet worden nagekomen en doelen niet worden gerealiseerd is de eerste stap een goed gesprek. Veel organisaties draaien op vrijwillige besturen en vaak is er geen sprake van onwil maar van onwetendheid. Het belang van de deelnemers staat voorop en financiële consequenties hebben vaak de meeste impact op de deelnemers en willen we waar mogelijk voorkomen. Als dit niet tot resultaat leidt vragen we om een verbeterplan en leggen we de afspraken vast in de subsidiebeschikking.
Als ook dit niet werkt kunnen we overgaan tot terugvordering of het stopzetten van de subsidierelatie. Dit gebeurt gelukkig niet vaak, maar komt wel voor. Zie ook antwoord 7a Vraag 7a Zijn er voorbeelden van handhaving in de afgelopen jaren? Antwoord 7a Ja, bij 1 organisatie is per 2024 de subsidierelatie stopgezet in verband met het al lange tijd ontbreken van een groepsbegeleider die aan de eisen van de nadere regel subsidie Sociale Prestatie en Dagondersteuning voldeed. Deze organisatie is uiteindelijk ondergebracht bij een andere regeling zonder eisen over de begeleiding zodat de deelnemers die dit wilden op hun vertrouwde plek konden blijven. Bij 1 organisatie is eind 2022 een verbeterplan opgelegd en is de organisatie gekoppeld aan een professional om te ondersteunen in de professionalisering van het financiële plaatje omdat hier bij het bestuur onvoldoende expertise voor was. Er was geen sprake van zorgen over de kwaliteit van het aanbod. Een verbeterplan opstellen is ook al eerder voorgekomen, dit heeft te maken met de eerder genoemde onwetendheid, veel organisaties hebben het verlenen van hulp en ondersteuning als expertise waarbij er soms wat hulp nodig is in het professionaliseren van de bedrijfsvoering. Er zijn verschillende partijen waarbij door de loop der jaren afspraken zijn opgenomen in de beschikking over bijvoorbeeld het aantal deelnemers.
Vraag 7b En hoe vaak zijn om die reden subsidierelaties met SPDO-partners verminderd of zelfs beëindigd? 3
Antwoord 7b Zie antwoord 7a Vraag 8 Bestaat er een klachtenprocedure voor deelnemers aan SPDO-activiteiten? Hoe worden deze klachten geregistreerd en afgehandeld? Antwoord 8 Er is geen officiële klachtenprocedure omdat het hier niet gaat over geïndiceerde zorg; het is laagdrempelig aanbod. Deelnemers kunnen zich met klachten richten tot de organisatie of kiezen voor ander aanbod in de wijk. Deelnemers kunnen natuurlijk altijd bij de gemeente terecht met signalen. Vraag 9 Overweegt het college om periodieke audits of inspecties uit te voeren bij SPDO-organisaties om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen en/of te meten? Antwoord 9 Nee, dit geld besteden we liever aan het organiseren van activiteiten voor kwetsbare inwoners. Bovendien is hier ook geen aanleiding toe. Daarnaast is vanuit het Utrechts sturingsmodel het zo dat we samenwerken vanuit partnerschap en vertrouwen. Wel gaan we regelmatig op werkbezoek. Wanneer er aanleiding is om wel actie te ondernemen (door signalen vanuit gesprekken, werkbezoeken, tussenrapportages, uit de stad, etc.) gebeurt dit ook (zie 7a). Vraag 10 Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de prestaties en eventuele tekortkomingen van SPDO-organisaties? Antwoord 10 De verstrekking van deze subsidie is belegd bij het ambtelijk apparaat. Dat betekent dat de verstrekking niet standaard langs de raad gaat.
Als er sprake is van tekortkomingen of uitwassen wordt uw raad uiteraard geïnformeerd. Dit is in het verleden nog niet voorgekomen. Ook bij wijzigingen in de regeling is uw raad in het verleden geïnformeerd. De aanbieders van dit aanbod zijn echter zeer stabiel en al jaren actief waardoor er in de laatste jaren weinig veranderingen hebben plaatsgevonden en er daarom niet apart over de voortgang van deze regeling is geïnformeerd zoals in de eerste jaren het geval was toen er nog wel sprake was van veranderingen. Vraag 11a In totaal is er over 2023 voor ruim 12 miljoen euro aangevraagd aan SPDO-subsidies terwijl er ca. 7 miljoen euro beschikbaar was en is besteed. Is er inzicht in de totale vraag naar SPDO-inzet in de stad? Klopt het inderdaad dat ca. 5 miljoen aan aanvragen SPDO (breed) in 2023 vanwege tekort aan beschikbare middelen niet kon worden toegekend? Antwoord 11a Nee. Er is voor het subsidiejaar 2023 6,7 miljoen euro aan subsidie aangevraagd. Hiervan is er 6,5 miljoen toegekend. We gaan er daarom vanuit dat u spreekt over subsidiejaar 2024. In het overzicht waar u naar verwijst is het aangevraagde bedrag hoger dan het daadwerkelijke aangevraagde bedrag voor subsidiejaar 2024. Dit heeft een aantal redenen: - Het overzicht neemt bij het aangevraagde bedrag ook meerjarige aanvragen mee zoals in de bijgevoegde brief aangegeven.
Zo zijn er organisaties die voor 3 jaar een bedrag hebben aangevraagd, waardoor het aangevraagde bedrag, zelfs bij volledige toekenning voor 2024, 3x het toegekende bedrag is. - Daarnaast zijn er dossiers waar een indexatie is toegekend met terugwerkende kracht in 2024 op dossiers van 2023 vanwege de koopkrachtcrisis. Daardoor komen de aangevraagde bedragen uit de oude dossiers opnieuw naar boven in 2024 maar bij de toekenning slechts de indexatie. 4
-
-
-
-
Er zijn organisaties die een niet sluitende of niet kloppende begroting hebben ingediend waarbij de aangevraagde subsidie na contact lager bleek dan in de begroting aangegeven was. Als een partij subsidie aanvraagt waarbij de activiteiten onder 2 programma’s vallen is het volledige aangevraagde bedrag bij beide programma’s opgenomen. Maar het toegekende bedrag vanuit elk programma is wel afgestemd op de daadwerkelijke bijdrage van elk programma aan de aanvraag. Bij één organisatie is het verkeerde aangevraagde bedrag in het systeem opgenomen, namelijk de totale kosten van de organisatie, de aangevraagde subsidie was lager in verband met andere inkomsten van de organisatie. De volledig afgewezen aanvragen waren echter niet meegenomen. Dit komt omdat aanvragen voor 2024 die worden afgewezen al eind 2023 worden afgesloten. Het systeem noteert deze aanvragen dan ook niet onder 2024.
Dit alles heeft te maken met hoe het subsidiesysteem de aanvragen in het systeem noteert en is er alleen uit te halen door elke subsidieaanvraag op basis waarvan de totaaltabel is gemaakt regel voor regel te bekijken. In totaal is er voor 2024 (dus meerjarige aanvragen niet meegerekend) €7.654.809 aangevraagd. Er is € 7.006.816 toegekend. Er is dus €639.528 niet toegekend. Vraag 11b Welk deel van deze afwijzingen vond plaats op basis van onvoldoende middelen en welk deel voldeed echt niet aan de basisvereisten voor een SPDO-subsidie? Antwoord 11b - €636.260 zit in deels of volledig afgewezen aanvragen vanwege niet voldoen aan de voorwaarden van de nadere regel, onvoldoende bijdragen aan de subsidiedoelstellingen of het gevraagde bedrag was hoger dan passend voor de beoogde activiteiten. - €100.466 komt van deels afgewezen aanvragen vanwege onvoldoende middelen. Het is echter lastig om deze categorieën 100% van elkaar te scheiden, immers bij een tekort aan middelen moet er kritischer worden gekeken/getoetst aan de voorwaarden dan bij overvloed waardoor deze niet los van elkaar te zien zijn.
Bij aanvragen die we (deels) hebben afgewezen in beide categorieën is het ook niet zo dat het altijd tot gevolg heeft dat een activiteit helemaal niet kon plaatsvinden, vaak kon dit (bijvoorbeeld in een andere vorm) alsnog of heeft het initiatief de activiteit voor minder middelen alsnog kunnen realiseren of met andere financiering (fondsen, sponsoren, andere subsidies etc.). Vraag 12 Welke beleidswijzigingen overweegt het college om de effectiviteit van SPDO te verbeteren en aan te passen aan huidige maatschappelijke behoeften? Antwoord 12 Er zijn meer dan 30 organisaties die elk jaar SPDO-subsidie ontvangen. De meeste ontvangen dit al vele jaren en organiseren mooie activiteiten voor kwetsbare Utrechters. We staan echter ook voor grote uitdagingen en we moeten keuzes maken om de zorg in Utrecht doelmatig en betaalbaar te houden. Dit zal ook voor de SPDO-subsidie gelden. Er zijn verschillende opties om te overwegen zoals een goede spreiding over de stad en ongelijk investeren voor gelijke kansen, dus inzet op de meest kwetsbaren. In lijn met de Wmo-beleidsnota. Ook kijken we naar gebruik van fondsen en andere financieringsbronnen zoals vriendenstichtingen. We zullen dit samen met de huidige SPDOsubsidiepartijen doen. We doen dit ook in samenhang en nauw overleg met de andere subsidieregelingen in het sociaal domein om te zorgen dat het aanbod goed op elkaar aansluit.
5
Vraag 13 De wethouder gaf aan dat het erop lijkt dat de SPDO-partners gezamenlijk niet voldoende efficiënt zijn en er dus wellicht met minder geld (orde grootte 10% minder) nog hetzelfde gedaan kan worden aan activiteiten en dienstverlening. Op basis van welke evaluatie, onderzoek, feiten of waarnemingen heeft het stadsbestuur kunnen vaststellen dat er goede redenen zijn om ervanuit te gaan dat sprake is van een inefficiënt georganiseerde ‘sector’ en dat op basis daarvan een korting op het gezamenlijke budget kan plaatsvinden zonder dat zit zou leiden tot verlies van dienstverlening en activiteiten? Antwoord 13 Analyse van de verleende subsidies laat zien dat er een heel groot verschil zit in kosten per deelnemer. Sommige van deze verschillen zijn te verklaren door het verschil in soort activiteit of doelgroep, zoals eerder genoemd zijn de activiteiten en doelgroepen divers, maar sommige ook niet. Sommige organisaties realiseren dus meer impact van hetzelfde bedrag dan anderen. Ook is de verdeling van het aanbod over de stad op dit moment niet optimaal, het totaalaanbod is over de historie gegroeid waardoor er op sommige plekken meer aanbod is dan andere plekken. Daarbij is er door de verscheidenheid aan regelingen waar partijen onder vallen die dezelfde doelstellingen hebben ook winst te behalen, hier gaan we als gemeente zelf mee aan de slag.
Vraag 13a Als die onderbouwing er niet is, hoe wil het college dat dan alsnog wel aantonen? Antwoord 13a N.v.t. Vraag 14 Zijn er aantoonbare redenen om te veronderstellen dat vele SPDO-partners in staat zouden zijn om meer medefinanciering bij derden te kunnen aanboren? Antwoord 14 Medefinanciering is één van de voorbeelden waar we, samen met de partners, naar willen kijken. Het is niet gezegd dat dit dé oplossing gaat zijn maar kan wel een onderdeel zijn. Een reden om te veronderstellen dat hier mogelijkheden voor zijn is dat er voorbeelden van organisaties zijn die al een deel van hun begroting invullen met medefinanciering. Vraag 14a Zijn daar goede voorbeelden van onder de huidige SPDO-partners en zouden deze voorbeelden dan wel in staat zijn om nog meer medefinanciering te organiseren? Antwoord 14a Er zijn zeker goede voorbeelden: samenwerking met lokale bedrijven, vriendenstichtingen, fondsenwerving, externe subsidies etc. We willen graag samen met de SPDO-subsidiepartijen bekijken welke mogelijkheden er zijn. Bijvoorbeeld door ons juist te richten op de partijen die hier nu nog minder ver in zijn. Vraag 14b Welke SPDO-partners zijn nagenoeg volledig afhankelijk van gemeentelijke financiering en is het duidelijk waarom dat zo is? Antwoord 14b Alle partners zijn voor het doen van hun activiteiten afhankelijk van gemeentelijke financiering. Dit is de aard van de sector.
Hoe groot deze afhankelijkheid is hangt af van de aard van de organisatie, zo hebben partijen die aanbod bieden om mee te werken soms wel wat verdiepcapaciteit met hetgeen zij produceren of leveren, voor hen is de subsidie slechts een deel van de begroting om het plaatje sluitend te maken. Maar andere organisaties die bijvoorbeeld dagactiviteiten voor ouderen bieden hebben geen verdienpotentieel, tenzij zij de deelnemers om een flinke bijdrage vragen, en dat vinden we onwenselijk.
6
Daarnaast speelt ook de grootte van de organisatie mee, zo zijn er organisaties die ook andere zorgvormen bieden of in andere gemeenten actief zijn. Deze grote partijen zullen niet ophouden te bestaan als wij met deze subsidie stoppen maar zullen hun laagdrempelige aanbod binnen deze regeling dan wel moeten stopzetten of moeten minimaliseren. Vraag 15 Hoe wil het college de mogelijke inefficiëntie in het SPDO-veld actief tegengaan? Antwoord 15 Er zijn verschillende denkrichtingen, maar we willen dit juist ook samen met de huidige partners bespreken om ook te kijken welke ideeën er in het veld zijn. Bijvoorbeeld: kijken naar betere richtlijnen voor aanvragende activiteiten zodat we meer handvatten hebben om te sturen. Ook kunnen we gezamenlijk leren uit best-practices. Ook een goede spreiding over de stad, diversiteit van initiatieven en ongelijk investeren voor gelijke kansen zijn denkrichtingen. Daarbij kijken we, in lijn met de Wmobeleidsnota naar welk aanbod het meeste bijdraagt aan het voorkomen van zwaardere zorg. Vraag 16a SPDO, als onderdeel van de 'Sociale Basis' in de Utrechtse aanpak heeft raakvlakken met andere werkgebieden zoals WMO AA (Arbeidsactivering), maar ook met Basiszorg en deels ook weer met Aanvullende Zorg.
Is er niet een te grote verkokering van subsidies? Hoe wil het college deze verkokering tegengaan? Antwoord 16a Arbeidsmatige activering is aanvullende zorg en daarmee anders dan aanbod in de sociale basis zoals SPDO. Hier is sprake van geïndiceerde zorg die wij wettelijk verplicht zijn om te leveren en waar ook andere (wettelijke) eisen voor gelden. De verbinding van de aanvullende zorg met de sociale basis heeft onze aandacht en wordt ook in de hervormingen Sociaal Domein meegenomen We werken, zoals benoemd in de programmabegroting op dit moment ook aan een herstructurering van de subsidies binnen het sociaal domein per 2027, waarbij we alle regelingen in samenhang bekijken en in relatie tot de basiszorg en aanvullende zorg. Het verdelen van financiering over onderdelen met duidelijke richtlijnen geeft echter ook meer sturingsmogelijkheden en duidelijkheid voor aanvragers dan één grote regeling. Het is belangrijk om hier goed de balans in te zoeken. Vraag 17a Wat is volgens het college het toekomstperspectief voor het SPDO-veld? Wat zijn de verwachtingen voor wat nodig is aan SPDO inzet in een groeiende stad? Antwoord 17a Door de beweging naar voren verwachten we dat er meer gebruik wordt gemaakt van voorliggende voorzieningen, waarmee zwaardere zorg wordt voorkomen.
Dit geldt voor organisaties die SPDO bieden maar bijvoorbeeld ook voor vrijwilligersinitiatieven (bijvoorbeeld organisaties binnen de regeling vrijwillige inzet voor elkaar, VIVE) en de basiszorg. Daarnaast staan we voor een financiële uitdaging. We zullen daarom op alle plekken de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk moeten inzetten en op de plekken waar dit het hardste nodig is. Dit aanbod is waardevol om zwaardere zorg te voorkomen. We richten ons dan ook op aanbod waarmee we aanvullende zorg zo lang mogelijk uitstellen of voorkomen en waarmee we zoveel mogelijk impact hebben op het leven van de meest kwetsbare inwoners in onze stad, in lijn met de Wmo-beleidsnota. Dit nemen we ook mee in de eerder beschreven herstructurering van de subsidies binnen het sociaal domein.
Hoogachtend,
7
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
8
Schriftelijke vragen: Hoe verder met ‘Sociale Prestaties en Dagondersteuning’ (SPDO) in Utrecht? 8 oktober 2024
Sociale Prestaties en Dagondersteuning (afgekort SPDO) is een subsidieregeling gericht op het ondersteunen van kwetsbare groepen, zoals ouderen, mensen met een beperking of chronische ziekte, en personen die moeite hebben om zelfstandig deel te nemen aan de samenleving. Deze regeling biedt dagondersteuning, begeleiding en activiteiten die bijdragen aan het welzijn van deze doelgroepen. Bij de Voorjaarsnota 2024 heeft de gemeenteraad in meerderheid ingestemd met een bezuiniging van 10% (op een totaal beschikbaar budget van ca. 7 miljoen euro per jaar), mede omdat er sprake zou zijn van inefficiëntie en ruimte voor alternatieve medefinanciering door derden. Vanuit het werkveld zijn er daarentegen meerdere SPDO-partners die zorgen hebben over het effect van deze bezuiniging en dat dit wel degelijk kan leiden tot het verminderen van het aanbod voor deze kwetsbare doelgroep van Utrechters die vaak alleen nog enigszins zelfstandig kunnen wonen dankzij de nu nog beschikbare SPDO-dienstverlening en -activiteiten. Gezien het belang van deze voorziening voor onze gemeenschap, willen we graag enkele vragen stellen over de resultaten en het functioneren van deze SPDO-regeling.
Vragen: Evaluatie kwaliteit en tevredenheid cliënten 1) Waarom is er in de afgelopen 10 jaar (2014-24) nog geen evaluatie geweest naar de effecten en het functioneren van deze subsidieregeling op SPDO? a. Of zijn er wel evaluaties geweest maar zijn deze nog niet met de gemeenteraad gedeeld? b. Zo ja, kunnen wij die dan alsnog op korte termijn ontvangen? c. Indien er inderdaad niet is geëvalueerd is het college bereid alsnog een evaluatie begin 2025 te organiseren? 9
2) Hoe informeert het college bewoners en (potentiële) cliënten(groepen) over de beschikbare SPDO-activiteiten en is geëvalueerd of dat ook goed werkt? 3) Hoe wordt de feedback en/of het oordeel van cliënten/deelnemers (en/of bewoners) over de dienstverlening en activiteiten van de huidige SPDOpartners verzameld? 4) Op welke manier houdt het college toezicht op de kwaliteit en de effectiviteit van SPDO-activiteiten en –dienstverlening zoals uitgevoerd door de SPDOpartners? 5) Hoe waarborgt het college dat de toegekende SPDO-subsidies doelmatig worden besteed en daadwerkelijk ten goede komen aan de beoogde doelen en doelgroepen? 6) Is er een onafhankelijk orgaan dat de prestaties van SPDO-organisaties beoordeelt? a. Zo nee, overweegt het college dit in te stellen? b. En zo niet, waarom dan niet? Functioneren SPDO-partners 7) Welke consequenties verbindt het college aan het niet nakomen van subsidievoorwaarden en/of het onvoldoende realiseren van doelen of bereiken van doelgroepen door SPDO-organisaties? a. Zijn er voorbeelden van handhaving in de afgelopen jaren? b.
En hoe vaak zijn om die reden subsidierelaties met SPDO-partners verminderd of zelfs beëindigd? 8) Bestaat er een klachtenprocedure voor deelnemers aan SPDO-activiteiten? Hoe worden deze klachten geregistreerd en afgehandeld? 9) Overweegt het college om periodieke audits of inspecties uit te voeren bij SPDO-organisaties om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen en/of te meten? 10) Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de prestaties en eventuele tekortkomingen van SPDO-organisaties? Behoefte aan SPDO-dienstverlening 11) In totaal is er over 2023 voor ruim 12 miljoen euro aangevraagd aan SPDOsubsidies terwijl er ca. 7 miljoen euro beschikbaar was en is besteed. Is er inzicht in de totale vraag naar SPDO-inzet in de stad? a. Klopt het inderdaad dat ca. 5 miljoen aan aanvragen SPDO (breed) in 2023 vanwege tekort aan beschikbare middelen niet kon worden toegekend? b. Welk deel van deze afwijzingen vond plaats op basis van onvoldoende middelen en welk deel voldeed echt niet aan de basisvereisten voor een SPDO-subsidie? 12) Welke beleidswijzigingen overweegt het college om de effectiviteit van SPDO te verbeteren en aan te passen aan huidige maatschappelijke behoeften? Niet efficiënt functioneren of financieren van SPDO-partners gezamenlijk
10
13) De wethouder gaf aan dat het erop lijkt dat de SPDO-partners gezamenlijk niet voldoende efficiënt zijn en er dus wellicht met minder geld (orde grootte 10% minder) nog hetzelfde gedaan kan worden aan activiteiten en dienstverlening. Op basis van welke evaluatie, onderzoek, feiten of waarnemingen heeft het stadsbestuur kunnen vaststellen dat er goede redenen zijn om ervanuit te gaan dat sprake is van een inefficiënt georganiseerde ‘sector’ en dat op basis daarvan een korting op het gezamenlijke budget kan plaatsvinden zonder dat zit zou leiden tot verlies van dienstverlening en activiteiten? a. Als die onderbouwing er niet is, hoe wil het college dat dan alsnog wel aantonen? 14) Zijn er aantoonbare redenen om te veronderstellen dat vele SPDO-partners in staat zouden zijn om meer medefinanciering bij derden te kunnen aanboren? a. Zijn daar goede voorbeelden van onder de huidige SPDO-partners en zouden deze voorbeelden dan wel in staat zijn om nog meer medefinanciering te organiseren? b.
Welke SPDO-partners zijn nagenoeg volledig afhankelijk van gemeentelijke financiering en is het duidelijk waarom dat zo is? 15) Hoe wil het college de mogelijke inefficiëntie in het SPDO-veld actief tegengaan? 16) SPDO, als onderdeel van de 'Sociale Basis' in de Utrechtse aanpak heeft raakvlakken met andere werkgebieden zoals WMO AA (Arbeidsactivering), maar ook met Basiszorg en deels ook weer met Aanvullende Zorg. Is er niet een te grote verkokering van subsidies? a. Hoe wil het college deze verkokering tegengaan? 17) Wat is volgens het college het toekomstperspectief voor het SPDO-veld? a. Wat zijn de verwachtingen voor wat nodig is aan SPDO inzet in een groeiende stad? Gesteld door: Oumar Barry en Gert Dijkstra, EenUtrecht
11