CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2024 nr 160 over Toegankelijke onderwijsgebouwen voor toegankelijk onderwijs

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Toegankelijkheid maatschappelijk vastgoed2.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2024, NUMMER 160

Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer

12 november 2024 College B&W Hans Wiersma 14030

E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

hans.wiersma@utrecht.nl 12814832 Onderwijs

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2024 nummer 160 van Maartje Vermeulen (GroenLinks), Hester Assen (PvdA), Linda Bode (Volt), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht), David Bosch (UtrechtNu!), Ingeborg Hornsveld (GroenLinks), Margreet Ramaker (VVD), Ruben Snijder (Student & Starter) en Bert Steeg (CDA) van 1 oktober 2024 over Toegankelijke onderwijsgebouwen voor toegankelijk onderwijs. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Onderwijshuisvesting is een taak van de gemeente. In hoeverre heeft het college zicht op de toegankelijkheid van onderwijsgebouwen? Antwoord 1 De taak van het college is om te voorzien in onderwijshuisvesting en heeft daarvoor met uw raad spelregels vastgesteld, zoals het bouwen op basis van een wettelijke norm (bouwbesluit), normbedragen en extra ambities. Utrecht Standaard Toegankelijk (UST) is zo’n extra ambitie, waar geen extra middelen voor beschikbaar zijn, maar die zo goed mogelijk wordt ingevuld binnen de kaders van een project. Het college heeft geen lijst van panden die voldoen aan de ambitie van UST. Dit omdat de meeste schoolgebouwen gebouwd zijn vóór de vaststelling van de ambitie. Het college is bovendien van mening dat niet iedere beperking hetzelfde van een schoolgebouw vraagt.

Het college vindt wel dat ze samen met het onderwijsveld de gezamenlijke verantwoordelijkheid heeft om iedere leerling optimaal te laten ontwikkelen en leren in een passende omgeving. Het vraagt niet altijd direct om aanpassingen van een schoolgebouw. En op het moment dat dit wel het geval is, zorgen we er samen voor dat dit lukt. Vraag 2 Worden schoolgebouwen ook meegenomen in het Utrecht Standaard Toegankelijk proces? Antwoord 2

Ja, bij nieuwe schoolgebouwen en schoolgebouwen die een grootschalige verbouwing ondergaan (bijvoorbeeld vanwege verduurzaming) is Utrecht Standaard Toegankelijk (UST) standaard onderdeel van het bouwproces. Het realiseren van bouwprojecten vraagt echter bovenal een integrale afweging van het projectteam (gemeente + schoolbestuur): op tijd, onderwijskwaliteit, ambitie, maar ook op (norm)kosten. De mate van toegankelijkheid is hierin dus ook één van de af te wegen onderdelen. Dat betekent dat soms nieuwe schoolgebouwen opgeleverd worden waarin de keuze voor meer onderwijskwaliteit in plaats van meer toegankelijkheid wordt gemaakt. Daarmee is een schoolgebouw overigens niet gelijk ontoegankelijk. De wettelijke ondergrens, waarop de normbedragen zijn gebaseerd, is bepaald in het BBL (Besluit Bouwwerken Leefomging – voorheen bouwbesluit). Vraag 3 En is hier ook aandacht voor niet zichtbare beperkingen, zoals prikkelarme ruimtes? Antwoord 3 Nee, zowel in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) (voorheen bouwbesluit) als ook in het UST worden hieraan geen specifieke voorwaarden gesteld. Wanneer tijdens een project uit gesprekken met de huurders/gebruikers deze wens naar voren komt dan kan in specifieke gevallen hier invulling aan worden gegeven. Dat wordt dan een integrale afweging binnen een project.

Vraag 4 Voldoen alle onderwijsgebouwen in het primair- en voortgezet onderwijs aan het Handboek toegankelijkheid? Antwoord 4 Nee, de onderbouwing is te lezen in het antwoord vraag 2 Vraag 5 Op welke wijze verhoudt het bouwbesluit zich tot het Verdrag voor de Handicap, de toevoeging aan de Wet Gelijke Behandeling van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) de Utrecht Toegankelijk Standaard? Antwoord 5 De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de ‘vertaling’ van het ‘VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ in landelijke wet- en regelgeving, waaronder het BBL (voorheen bouwbesluit). In het BBL zijn de wettelijke minimumnormen opgenomen voor toegankelijkheid. In Utrecht vinden we dat niet voldoende en hebben we ons gecommitteerd aan het UST. Het UST beschrijft een hogere ambitie en een meer integrale toepassing van toegankelijkheid voor projecten binnen VGU (groot onderhoud, renovatie of nieuwbouw). Het streven is dat iedereen moet kunnen doen wat hij/zij/hen volgens de bestemming komt doen. Het houdt in dat we als opdrachtgever per project aan het begin van het bouwproces vaststellen wat de prestatie qua toegankelijkheid moet zijn, en dat die prestatie in het gehele bouwproces wordt geborgd. De toepassing van UST leidt er bijna altijd toe dat er meer gedaan en geïnvesteerd moet worden dan het BBL voorschrijft.

Vraag 6 Op 27 september is naar aanleiding van het rekenkamerrapport ‘Drempels om te stemmen’ de motie toegankelijke stemlokalen aangenomen. Veel stemlokalen bevinden zich in scholen. Welke gevolgen heeft de uitvoering van deze motie op schoolgebouwen? Antwoord 6 Wij delen de mening met de raad dat iedereen meedoet; leerlingen, leerkrachten, ouders en grootouders. Tevens vinden we uiteraard dat iedereen zijn stem moet kunnen uitbrengen. Ook wanneer schoolgebouwen voor een andere functie ingezet worden zoals een stemlokaal. De organisatie die zich bezighoudt met de verkiezingen toetst bovendien de geschiktheid van de (school)gebouwen aan de mogelijkheden van de beoogde functie en of deze, dan wel met 2

aanpassingen ingezet kan worden als stemlokaal. Het is nog niet duidelijk welke gevolgen de motie Maak democratie toegankelijk Utrecht heeft voor schoolgebouwen. Op dit moment wordt naar aanleiding van het genomen raadsbesluit door deze organisatie het Plan van Aanpak uitgewerkt. Vraag 7 We constateren dat Academie 10 niet toegankelijk is voor leerlingen met een beperking. Het gaat dan onder meer om trappen zonder leuningen, sociale ontmoetingsplekken die niet bereikbaar zijn voor mensen in een rolstoel, visuele beperking en evenwichtsstoornissen en het ontbreken van een geschikte lift. Is het college hiervan op de hoogte en worden er stappen genomen om het gebouw te verbeteren? Antwoord 7 Ja, het college is hiervan op de hoogte. In de Voortgangsrapportage onderwijshuisvesting die op 15 oktober naar de raad gestuurd is, is daarom de onderstaande passage over Academie Tien opgenomen: “Wij vinden het belangrijk dat onze schoolgebouwen voor iedereen toegankelijk zijn. Wij stellen daarom aanvullende eisen die aansluiten bij de UST (Utrecht Standaard Toegankelijk). Bij de oplevering van Academie Tien is het gebouw door Solgu op toegankelijkheid getoetst. Uit de rapportage blijkt dat het gebouw voor mensen met een beperking moeilijk zelfstandig te gebruiken is.

Het rapport van Solgu laat achteraf zien dat we meer hadden moeten doen om het schoolgebouw en de sporthal toegankelijker te maken. In het ontwerp is uiteraard rekening gehouden met de eisen binnen het bouwbesluit, die ook eisen dat het volledige gebouw toegankelijkheid is. De UST stelt echter hogere eisen. Uiteraard is bezien welke maatregelen achteraf nog tot verbeteringen kunnen leiden. Om dit in de toekomst te voorkomen zijn een aantal acties uitgezet; zoals het beter borgen van de UST-uitgangspunten in de Uniforme Werkwijze VGU voor zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. Tevens zijn er kennisdragers in de organisatie aangesteld die als vraagbaak optreden, maar ook werken aan het vergroten van het bewustzijn en de kennis over toegankelijkheid bij collega's. Solgu wordt hierin ook betrokken. Door toegankelijkheid te blijven toetsen in de verschillende fases van een project, inclusief de oplevering, leren we bij elk project hoe het bij een volgend project nog weer beter kan.” In afstemming met Solgu zijn overigens tijdens de bouwfase reeds zaken aangepast bij de sporthal van de school. Naast rolstoeltoegankelijke kleedkamers en douches, MIVA-toiletten voor publiek en een verschoningsruimte, zijn extra trapleuningen aangebracht, garderobehaken lager gemonteerd en deurbeugels toegevoegd.

Op dit moment worden nog meer maatregelen genomen om de toegankelijkheid van Academie 10 te verbeteren. Zo wordt de zichtbaarheid van traptreden verbeterd en het dakplein beter toegankelijkheid gemaakt. Daarnaast wordt onderzocht of een upgrade van de liftbediening kan worden uitgevoerd. Vraag 8 We zien dat toegankelijkheid soms een sluitstuk is in plaats van het uitgangspunt. We hoorden dit terug bij een werkbezoek bij de Asch van Wijk school. Hier was bij de renovatie geen geld meer voor een lift, terwijl er wel een liftschacht is gemaakt en er kinderen op de school zitten die vanwege een beperking moeilijk traplopen. Hoe kijkt het college hiernaar? Antwoord 8 Het college herkent niet dat UST een sluitstuk is. Bij de Asch van Wijkschool zijn er tijdens de renovatie tegenvallers geweest en is er noodgedwongen gezocht naar besparingen die binnen de wetgeving nog mogelijk waren. In die zin is ieder project een combinatie van eisen, wensen en dilemma’s waarbinnen integraal afwegingen gemaakt moeten worden over de haalbaarheid en betaalbaarheid daarvan. Toegankelijkheid is in deze afweging niet ondergeschikt.

3

Vraag 9 SOLGU maakt zich zorgen over de toegankelijkheid van onderwijsgebouwen en dan niet alleen vanwege de leerlingen, maar ook de leerkrachten, ouders en grootouders. In hoeverre kunnen zij naar binnen en zijn er passende liften voor deze personen? Antwoord 9 Het college is bekend met de zorgen van Solgu en die hebben niet alleen betrekking op de entree of liften. Zoals aangegeven in vraag 7 zijn we in gesprek met Solgu hoe we de toepassing van het UST verder kunnen verbeteren om de toegankelijkheid voor leerlingen, leerkrachten, ouders en grootouders te vergroten. Vraag 10 Het College voor de Rechten van de Mens krijgt meldingen dat er vaak geen invalidentoiletten zijn en dat niet alle lokalen toegankelijk zijn voor kinderen in een rolstoel. Hoe kijkt het college hiernaar en is er ook binnen de gemeente een coördinatiepunt of meldpunt voor dergelijke kwesties? Antwoord 10 Het college is van mening dat alle Utrechters gewoon invulling moeten kunnen geven aan hun leven, ook als zij een beperking hebben. Aansluitend op de overige antwoorden op uw vragen gaat de toepassing van UST de toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed verder verbeteren. Voor inwoners en bezoekers is meer informatie beschikbaar via de website van de gemeente: Toegankelijkheid | gemeente Utrecht. Daar worden ook contactmogelijkheden gegeven, telefonisch en per mail.

Daarnaast geldt dat alle meldingen kunnen worden gedaan via de algemene meldingsmogelijkheden bij de gemeente Utrecht. Vraag 11 Uit onderzoek van de stichting Ouders & Onderwijs blijkt dat schoolgebouwen vaak niet toegankelijk zijn met het risico dat meer kinderen op het speciaal onderwijs belanden, terwijl zij eigenlijk wel naar een reguliere school hadden kunnen gaan wanneer het gebouw beter passend was geweest. De analyse dat meer kinderen naar het reguliere onderwijs kunnen, wanneer de gebouwen beter op orde zouden zijn, zie je ook terug in de VN-rapportage. Hoe kijkt het college hiernaar? En is hierover contact met de landelijke overheid? Antwoord 11 We werken nauw samen met het gehele onderwijsveld en onze contacten bij de landelijke overheid. Een ontoegankelijk gebouw is geen reden om een TLV (toelaatbaarheidsverklaring) voor het SO (Speciaal Onderwijs) of VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs) af te geven, tenzij er in de wijde omtrek geen énkel ander geschikt schoolgebouw zou zijn en er ook geen aanpassingen gedaan zouden kunnen worden aan het bestaande gebouw. Dat komt in Utrecht niet voor. Vraag 12 Het veelgehoorde argument “Maar wij hebben geen gehandicapte kinderen op school, zodra het nodig is passen wij het wel aan”, is een kip-of-het-ei-verhaal. Men kiest niet voor een school die niet toegankelijk is, mocht een kind een zichtbare of onzichtbare beperking hebben.

Dat beperkt de keuzevrijheid van ouders en kinderen. Is het college het met ons eens dat dit onwenselijk is? Antwoord 12 Het college vindt het onwenselijk dat een school ontoegankelijk is voor een leerling, zeker als hierdoor de keuzevrijheid van het onderwijs wordt beperkt. De antwoorden zoals gegeven op vraag 1 en 2 geven aan hoe het college invulling geeft op het moment dat dit speelt. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

4

de secretaris,

de burgemeester,

5

Schriftelijke vragen ‘Toegankelijke onderwijsgebouwen voor toegankelijk onderwijs’ 30 september 2024 Toegang tot Onderwijs is een mensenrecht. Elke kind moet onderwijs kunnen volgen, los van achtergrond of fysieke beperking. Dit is vastgelegd in verdragen zoals Kinderrechtenverdrag (IVRK), de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (UVRM) en het VN-Verdrag Handicap. Zeker in een stad als Utrecht, die zich profileert als mensenrechten- en kinderrechtenstad zou je verwachten dat in ieder geval de schoolgebouwen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zo zijn gebouwd dat de toegankelijkheid is gegarandeerd. Wij hebben daarom de volgende vragen over de fysieke toegankelijkheid van onderwijsgebouwen in Utrecht. Vragen: 1. Onderwijshuisvesting is een taak van de gemeente. In hoeverre heeft het college zicht op de toegankelijkheid van onderwijsgebouwen? 2. Worden schoolgebouwen ook meegenomen in het Utrecht Standaard Toegankelijk proces? 3. En is hier ook aandacht voor niet zichtbare beperkingen, zoals prikkelarme ruimtes? 4. Voldoen alle onderwijsgebouwen in het primair-en voortgezet onderwijs aan het Handboek toegankelijkheid? 5. Op welke wijze verhoudt het bouwbesluit zich tot het Verdrag voor de Handicap, de toevoeging aan de Wet Gelijke Behandeling van handicap of chronische ziekte( WGBH/CZ) de Utrecht Toegankelijk Standaard? 6.

Op 27 september is naar aanleiding van het rekenkamerrapport ‘Drempels om te stemmen’ de motie toegankelijke stemlokalen aangenomen. Veel stemlokalen bevinden zich ik scholen. Welke gevolgen heeft de uitvoering van deze motie op schoolgebouwen? Wij ontvingen verschillende zorgwekkende signalen. Op internationaal niveau is de VN kritisch, maar ook het College voor de Rechten van de Mens, de stichting Ouders & Onderwijs, belangenvereniging SOLGU en inwoners van onze eigen stad benaderen ons over de (on)toegankelijkheid van schoolgebouwen. Wij hebben naar aanleiding daarvan nog een aantal specifieke vragen. 7. We constateren dat Academie 10 niet toegankelijk is voor leerlingen met een beperking. Het gaat dan onder meer om trappen zonder leuningen, sociale ontmoetingsplekken die niet bereikbaar zijn voor mensen in een rolstoel, visuele beperking en evenwichtsstoornissen door het ontbreken van een geschikte lift. Is het college hiervan op de hoogte en worden er stappen genomen om het gebouw te verbeteren? 8. We zien dat toegankelijkheid soms een sluitstuk is in plaats van het uitgangspunt. We hoorden dit terug bij een werkbezoek bij de Asch van Wijk school. Hier was bij de renovatie geen geld meer was voor een lift, terwijl er wel een liftschacht is gemaakt en er kinderen op de school zitten die vanwege een beperking moeilijk trap lopen. Hoe kijkt het college hiernaar? 9.

SOLGU maakt zich zorgen over de toegankelijkheid van onderwijsgebouwen en dan niet alleen vanwege de leerlingen, maar ook de leerkrachten, ouders en grootouders. In hoeverre kunnen zij naar binnen en zijn er passende liften voor deze personen? 10. Het College voor de Rechten van de Mens krijgt meldingen dat er vaak geen invalidentoiletten zijn en dat niet alle lokalen toegankelijk zijn voor kinderen in een rolstoel. Hoe kijkt het college hiernaar en is er ook binnen de gemeente een coördinatiepunt of meldpunt voor dergelijke kwesties?

6

11. Uit onderzoek van de stichting Ouders & Onderwijs blijkt dat schoolgebouwen vaak niet toegankelijk zijn met het risico dat meer kinderen op het speciaal onderwijs belanden, terwijl zij eigenlijk wel naar een reguliere school hadden kunnen gaan wanneer het gebouw beter passend was geweest. De analyse dat meer kinderen naar het reguliere onderwijs kunnen, wanneer de gebouwen beter op orde zouden zijn, zie je ook terug in de VN-rapportage. Hoe kijkt het college hiernaar? En is hierover contact met de landelijke overheid? 12. Het veelgehoorde argument “Maar wij hebben geen gehandicapte kinderen op school, zodra het nodig is passen wij het wel aan”, is een kip-of-het-ei-verhaal. Men kiest niet voor een school die niet toegankelijk is, mocht een kind een zichtbare of onzichtbare beperking hebben. Dat beperkt de keuzevrijheid van ouders en kinderen. Is het college het met ons eens dat dit onwenselijk is? Gesteld door: • Maartje Vermeulen, GroenLinks • Ingeborg Hornsveld, GroenLinks • David Bosch, UtrechtNu! • Ruben Snijder, Student&Starter • Bert van Steeg, CDA • Cees Bos, Stadsbelang Utrecht • Linda Bode, VOLT • Patrick Jansen, VOLT • Hester Assen, PvdA • Margreet Ramaker, VVD

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=874005ba-6e1c-4a61-8de1-4f5052859608