Beantwoording SV2024 nr 136 over Hoe verder met Turks Koffiehuis Transwijk
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2024, NUMMER 136
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
3 december 2024 College B&W S. Manetas 14030 s.manetas@utrecht.nl 12743287 Handhaving, Juridische zaken
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2024 nummer 136 van Mahmut Sungur (DENK) van 26 juli 2024 over het Turkse koffiehuis in Transwijk. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Elk ten onrechte genomen besluit zadelt de burger/ondernemer (soms jarenlang) nodeloos op met veel gedoe, spanning, onzekerheid en kosten, die lang niet allemaal vergoed worden bij de proceskostenveroordeling. Is het gebruikelijk dat de gemeente geen excuus aanbiedt aan de burger of ondernemer die met succes een besluit aanvecht in bezwaar, in beroep/hoger beroep bij zaken die jaren duren en zo ingrijpend zijn? Is het college het met DENK eens dat dat niet meer dan fatsoenlijk zou zijn? Antwoord 1 We begrijpen dat handhavingsbesluiten aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de betrokkene. Dit is precies de reden waarom wij bij elk genomen handhavingsbesluit van tevoren afwegen waarom we een besluit nemen en wat de consequenties zijn. We kijken naar de belangen (zowel van overtreders als omwonenden), wij gaan na of er gelijke gevallen zijn en hoe daarbij is opgetreden. Er wordt ook gekeken of het een evenredig besluit is en of het goed gemotiveerd is. Dat is bij dit besluit niet anders geweest. In deze casus vinden wij excuses niet op zijn plaats.
In dit geval loopt er nog een procedure omtrent de schade zodat wij geen mededelingen doen over de inhoud en niet op zaken vooruit willen lopen, maar we benadrukken wel dat de gemeente in verschillende procedures in het gelijk is gesteld. Pas bij de Raad van State is het beroep van de ondernemer gegrond verklaard, waarbij ook nog sprake was van een wijziging van jurisprudentie. Vraag 2 Is er veel empathie voor nodig om te begrijpen dat ruim 4 jaar procederen, de sluiting van een goedlopend koffiehuis en de aanzienlijke reputatieschade (de burgemeester sloot het koffiehuis omdat er gegokt zou worden, waardoor gezinnen van bezoekers in financiële problemen zouden komen) de
betreffende ondernemer zwaar getroffen heeft? Ontbreekt het de gemeente aan empathie? Waarom geeft ze daar anders geen blijk van door excuus aan te bieden nu het besluit door Raad van State vernietigd is? Antwoord 2 Zie antwoord vraag 1. Op dit ogenblik loopt de inhoudelijk procedure over de casus nog. Er is geen discussie dat het sluiten van een bedrijf gevolgen heeft. Vraag 3 Het nieuw genomen besluit op bezwaar werd op 19-4-2022 genomen. In de loop van de hele procedure waren er minstens 10 gemeentelijke juristen (met hun superieuren) bij de zaak betrokken [1]. Wat heeft het college gedaan om uit te zoeken welke fouten (en door wie) er in deze zaak gemaakt zijn door juristen van Handhaving en Juridische Zaken en door het college zelf? Het ligt voor de hand dat dezelfde fouten opnieuw worden gemaakt als er niets wordt gedaan om van de gemaakte fouten te leren. Wat is er geleerd uit deze casus en hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat deze fouten niet herhaald worden? Antwoord 3 In SV nr. 285 uit 2021 zijn we het antwoord op vraag 13 ingegaan op de lessen uit dit dossier. We hebben daarbij aangegeven de komende jaren zwaarder te toetsen op het ‘evenredigheidsbeginsel’. In een raadsbrief met toelichting op deze beantwoording van 21 januari 2022 leggen we dit nader uit.
Vraag 4 De reden om wél te handhaven tegen het Turkse koffiehuis en niet tegen 7 ‘Hollandse’ cafe’s en de bingoboot, hoewel daar ook bingo werd gespeeld wat strikt genomen in een horecagelegenheid niet mag, zou zijn geweest dat in het Turkse koffiehuis om veel geld zou worden gespeeld en bij de ‘Hollandse’ cafés en de bingoboot niet. Ook zou er veel geklaagd zijn over het bingo spelen in het Turkse koffiehuis. Zie de weigering om tegen de 7 Hollandse café’s te handhaven [2]. Kan uit de vernietiging door de RvS van het intrekkingsbesluit niet slechts de conclusie getrokken wor-den dat er een verboden onderscheid gemaakt werd tussen een Turks koffiehuis en Hollandse cafés, omdat ook in geval van het Turkse koffiehuis geen sprake is geweest van ‘veel’ geld? Kan het college zich voorstellen dat de getroffen ondernemer het om die reden niet aan-durft weer met zijn Turks koffiehuis te beginnen nu zijn vergunning door de uitspraak van de RvS is herleefd? Antwoord 4 Nee, beide cases die u aanhaalt zijn niet identiek. Om een voorbeeld te noemen, de activiteit in de ene casus (het koffiehuis) is daadwerkelijk geconstateerd gedurende de activiteit, terwijl bij de andere casus de activiteit achteraf via internetonderzoek moest worden onderzocht.
Er is geen enkele aanwijzing, dan uw suggestie, dat de achtergrond van de bedrijven een rol heeft gespeeld in de uiteindelijke keuze om wel of niet handhavend op te treden. Het is te betreuren dat de ondernemer aan de vragensteller heeft aangegeven dat hij niet meer zou willen ondernemen in Utrecht. In verschillende gesprekken met de ondernemer zijn wel al in eerdere stadia van de proces mogelijkheden om op de locatie te kunnen ondernemen besproken, los van de exploitatievergunning. Vraag 5 Volgens het onder ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 25 mei 2019 zou de aanleiding voor het handhaven zijn gelegen in een anonieme melding. De melder stuurde diverse camera-beelden mee. Dat zou op 10 mei 2019 zijn gebeurd via de telefoon naar een inspecteur van de gemeente [3]. Uit de “Eerste whatsapp met de melding” [4], blijkt dat de melding met het sturen van camerabeelden plaatsvond op 11 mei 2019, 00.04. Uit één van de later verstrekte beelden blijkt dat de anonieme melder zelf met de bingo meedeed en een biljet van 50 euro aanreikte.[5] Uit die “Eerste whatsapp met de melding” blijkt dat de zogenaamde “anonieme melder” een infiltrant was die gedurende zijn infiltratie in whatsapp contact stond met de dienstdoende ambtenaar van Handhaving.
Is het college het met DENK eens dat het proces-verbaal niet naar waarheid is opgemaakt door het feit van de infiltratie te verzwijgen? Was de OvJ om toestemming ge-vraagd voor de infiltratie? Antwoord 5 Nee, er bestaat geen aanleiding om te twijfelen aan het proces-verbaal dat onder ambtseed is opgemaakt en ook heeft de Raad van State aangegeven dat van de processen-verbaal in het dossier
2
mocht worden uitgegaan. Wij verwijzen hiervoor naar de uitspraak (ECLI:NL:RVS:2021:2445). Er was sprake van een melder, die op geen enkele wijze is verzocht om te infiltreren. Wij zullen nooit aan een burger de opdracht geven om ergens heimelijk binnen te dringen om zo informatie te verzamelen. Uiteraard kan het wel zo zijn dat als wij een melding ontvangen, de melder wordt verzocht om meer informatie. Het openbaar ministerie of de officier van justitie speelde in deze casus geen enkele rol, noch vanuit de werkwijze noch vanuit enige juridische grondslag (zoals het strafrecht). Vraag 6 De gemeente heeft noch bij de rechtbank, noch bij de Raad van State tegengesproken dat de ondernemer de handhavers tijden de inval op 24/25 mei 2019 de factuur heeft laten zien voor de huur van het grote bingoapparaat, dat het geld dat bij de bingo organisator werd aangetroffen hooguit 200 euro was (te weinig om op te tellen en niet vermeld werd in het proces verbaal), dat Handhaving de tijdig ingeleverde boekhouding niet beoordeeld heeft, omdat men vond dat er wel voldoende bewijs was.
Vindt het college niet dat feiten/waarnemingen die ten gunste kunnen zijn van de verdachte burger/ondernemer niet verzwegen mogen worden, noch in het proces-verbaal, noch in besluiten en verweren die namens het college worden genomen en opgesteld? Antwoord 6 In het belang van de lopende procedures kunnen we slechts beperkt ingaan op het feitencomplex en niet de aannames in de vraagstelling, behalve dat bovengenoemde feiten bekend waren. In zijn algemeenheid worden in elk dossier alle feiten, omstandigheden en belangen beoordeeld en voor zover nodig en relevant genoemd. Vraag 7 In de schriftelijke vragen van 30 november 2021 werd door een groot aantal fracties gevraagd om op korte termijn in gesprek te gaan over de schadevergoeding, zodat niet opnieuw een kostbare en tijdrovende juridische procedure hoeft te worden gevoerd? Hoe is aan dit verzoek gehoor gegeven? Is het proces rondom een schadevergoeding inmiddels afgerond? Wat gaat het college nog meer doen om het leed te verzachten dat aan de getroffen ondernemer is toegebracht? Antwoord 7 De formele schadeprocedure loopt op dit moment, het is nog niet bekend op welke termijn hierin een uitspraak verwacht kan worden. Wij bekijken de mogelijkheden om tot een vergelijk te komen, zonder dat een uitspraak van de rechter nodig is.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
[1] Zie woo-verzoek 31-12-2023 met kenmerk 2023-0991 [2] Besluit van 25 mei 2020 ondertekend door drs. J. Kleijwegt Hoofd Toezicht en Handhaving
Bebouwde Omgeving met kenmerk CHZ_HC-20-1479-CDZ_JADV-8474 [3] Mail a.erdogan@utrecht.nl aan kees@keesvanoosten.nbl d.d. 4-3-2020 [4] Woo-besluit d.d. 16-8-2022 over bestuurlijke rapporage (kenmerk 9951344/2) [5] Zie proces-verbaal Aanvullende informatie d.d. 18-11-2021
3
Schriftelijke vragen: Hoe verder met Turks Koffiehuis Transwijk 24-7-2024
Vragen: Op 20 december 2023 heeft de Raad van State het besluit d.d. 13 juni 2019 vernietigd waarbij de burgemeester de exploitatievergunning introk van de ondernemer van het Turkse koffiehuis Transwijk vanwege bingospelen. Eerder (3 november 2021) had de Raad van State de burgemeester al opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, maar de burgemeester was bij het eerder genomen besluit gebleven. Volgens de Raad van State had de burgemeester niet aangetoond dat er om veel geld werd gespeeld, anders dan om kleine prijsjes, en niet aannemelijk gemaakt dat er van gevaar was gebleken voor de openbare orde. Zie: https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@140791/202203120-1-a3/ Op 19-1-2024 ontvingen de burgemeester en de gemeenteraad een mail van Bureau Rechtsbescherming met onderwerp “Geen excuus burgemeester Sharon Dijksma aan Turks koffiehuis” Op 16-5-2023 ontvingen de burgemeester en de gemeenteraad opnieuw een mail van Bureau Rechtsbescherming: “Nog steeds geen excuus burgemeester Sharon Dijksma ivm nodeloze sluiting Turks koffiehuis”. DENK ziet daarin aanleiding voor het stellen van de volgende schriftelijke vragen: 1. Elk ten onrechte genomen besluit zadelt de burger/ondernemer (soms jarenlang) nodeloos op met veel gedoe, spanning, onzekerheid en kosten, die lang niet allemaal vergoed worden bij de proceskostenveroordeling.
Is het gebruikelijk dat de gemeente geen excuus aanbiedt aan de burger of ondernemer die met succes een besluit aanvecht in bezwaar, in beroep/hoger beroep bij zaken die jaren duren en zo ingrijpend zijn? Is het college het met DENK eens dat dat niet meer dan fatsoenlijk zou zijn? 2. Is er veel empathie voor nodig om te begrijpen dat ruim 4 jaar procederen, de sluiting van een goedlopend koffiehuis en de aanzienlijke reputatieschade (de burgemeester sloot het koffiehuis omdat er gegokt zou worden, waardoor gezinnen van bezoekers in financiële problemen zouden komen) de betreffende ondernemer zwaar getroffen heeft? Ontbreekt het de gemeente 4
aan empathie? Waarom geeft ze daar anders geen blijk van door excuus aan te bieden nu het besluit door Raad van State vernietigd is? 3. Het nieuw genomen besluit op bezwaar werd op 19-4-2022 genomen. In de loop van de hele procedure waren er minstens 10 gemeentelijke juristen (met hun superieuren) bij de zaak betrokken 1. Wat heeft het college gedaan om uit te zoeken welke fouten (en door wie) er in deze zaak gemaakt zijn door juristen van Handhaving en Juridische Zaken en door het college zelf? Het ligt voor de hand dat dezelfde fouten opnieuw worden gemaakt als er niets wordt gedaan om van de gemaakte fouten te leren. Wat is er geleerd uit deze casus en hoe gaat de gemeente er voor zorgen dat deze fouten niet herhaald worden? 4. De reden om wél te handhaven tegen het Turkse koffiehuis en niet tegen 7 ‘Hollandse’ cafe’s en de bingoboot, hoewel daar ook bingo werd gespeeld wat strikt genomen in een horecagelegenheid niet mag, zou zijn geweest dat in het Turkse koffiehuis om veel geld zou worden gespeeld en bij de ‘Hollandse’ cafés en de bingoboot niet. Ook zou er veel geklaagd zijn over het bingo spelen in het Turkse koffiehuis. Zie de weigering om tegen de 7 Hollandse café’s te handhaven 2.
Kan uit de vernietiging door de RvS van het intrekkingsbesluit niet slechts de conclusie getrokken worden dat er een verboden onderscheid gemaakt werd tussen een Turks koffiehuis en Hollandse cafés, omdat ook in geval van het Turkse koffiehuis geen sprake is geweest van ‘veel’ geld? Kan het college zich voorstellen dat de getroffen ondernemer het om die reden niet aandurft weer met zijn Turks koffiehuis te beginnen nu zijn vergunning door de uitspraak van de RvS is herleefd? 5. Volgens het onder ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 25 mei 2019 zou de aanleiding voor het handhaven zijn gelegen in een anonieme melding. De melder stuurde diverse camera-beelden mee. Dat zou op 10 mei 2019 zijn gebeurd via de telefoon naar een inspecteur van de gemeente 3. Uit de “Eerste whatsapp met de melding” 4, blijkt dat de melding met het sturen van camerabeelden plaatsvond op 11 mei 2019, 00.04. Uit één van de later verstrekte beelden blijkt dat de anonieme melder zelf met de bingo meedeed en een biljet van 50 euro aanreikte.5 Uit die “Eerste whatsapp met de melding” blijkt dat de zogenaamde “anonieme melder” een infiltrant was die gedurende zijn infiltratie in whatsapp contact stond met de dienstdoende ambtenaar van Handhaving.
Is het college het met DENK eens dat het proces-verbaal niet naar waarheid is opgemaakt door het feit van de infiltratie te verzwijgen? Was de OvJ om toestemming gevraagd voor de infiltratie? 1
Zie woo-verzoek 31-12-2023 met kenmerk 2023-0991
2 Besluit van 25 mei 2020 ondertekend door drs. J. Kleijwegt Hoofd Toezicht en Handhaving
Bebouwde Omgeving met kenmerk CHZ_HC-20-1479-CDZ_JADV-8474 3 Mail a.erdogan@utrecht.nl aan kees@keesvanoosten.nbl d.d. 4-3-2020 4 Woo-besluit d.d. 16-8-2022 over bestuurlijke rapporage (kenmerk 9951344/2) 5 Zie proces-verbaal Aanvullende informatie d.d. 18-11-2021 5
6. De gemeente heeft noch bij de rechtbank, noch bij de Raad van State tegengesproken dat de ondernemer de handhavers tijden de inval op 24/25 mei 2019 de factuur heeft laten zien voor de huur van het grote bingoapparaat, dat het geld dat bij de bingo organisator werd aangetroffen hooguit 200 euro was ( te weinig om op te tellen en niet vermeld werd in het proces verbaal), dat Handhaving de tijdig ingeleverde boekhouding niet beoordeeld heeft, omdat men vond dat er wel voldoende bewijs was. Vindt het college niet dat feiten/waarnemingen die ten gunste kunnen zijn van de verdachte burger/ondernemer niet verzwegen mogen worden, noch in het proces-verbaal, noch in besluiten en verweren die namens het college worden genomen en opgesteld? 7. In de schriftelijke vragen van 30 november 2021 werd door een groot aantal fracties gevraagd om op korte termijn in gesprek te gaan over de schadevergoeding, zodat niet opnieuw een kostbare en tijdrovende juridische procedure hoeft te worden gevoerd? Hoe is aan dit verzoek gehoor gegeven? Is het proces rondom een schadevergoeding inmiddels afgerond? Wat gaat het college nog meer doen om het leed te verzachten dat aan de getroffen ondernemer is toegebracht?
Gesteld door: •
Mahmut Sungur, DENK
6