CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2024 nr 111 over Handhavingsdossier Binnenstad Aanpak 2024

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat Handhavingsdossier Binnenstad5.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2024, NUMMER 111 Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

5 juli 2024 College B&W E. Rooke, M. van Hout 14030 e.rooke@utrecht.nl 12492423/1 Ruimtelijke Ordening

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2024 nummer 111 van Gert Dijkstra (EenUtrecht), Ruud Maas (Volt), David Bosch (UtrechtNu!) van 4 juni 2024 over het ‘Handhavingsdossier Binnenstad Aanpak 2024’. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Mededeling vooraf: Op 15 mei 2024 heeft de Raad van State geoordeeld dat de pandadressen en ook de naam van de eigenaar openbaar mogen worden gemaakt. Bij de beantwoording van uw vragen hebben wij daarom de exacte pandadressen gebruikt. Pand A is Oudegracht 228 en Pand B is Oudegracht 230. De eigenaar van pand A zal hieronder worden aangeduid als ‘eigenaar Oudegracht 228’. Vraag 1 Volgens de voorjaarsnota leidt dit dossier “tot onevenredig hoge kosten” die “niet binnen de normale begroting kan worden opgevangen”. Het gaat om de volgende type kosten: (i) juridische kosten voor de rechtszaken, (ii) de te betalen (proces)kosten op last van de rechter aan de eigenaar van pand A, (iii) de kosten voor het alsnog zelf volledig betalen van de uitgevoerde bouwwerkzaamheden aan de kelder en het zo mogelijk ook nog moeten betalen van de volledig nieuw op te bouwen achtergevel van pand A, (iv) inhuur van derden (o.a. bouwkundige en juridische adviseurs) en (v) ambtelijke kosten voor het begeleiden en afhandelen van deze zaak. a.

Kan het college een overzicht aanleveren voor de uitgaven t/m heden, uitgesplitst naar de genoemde onderdelen (i) t/m (v)? b. Als ook voor de nog te verwachten kosten de komende jaren? c. En van welke kosten is het college van mening dat deze onvermijdelijk zijn en niet hadden kunnen worden voorkomen, ook niet met een andere aanpak? d. Is het college van mening dat een aanpak met bemiddeling in plaats van de huidige strikt juridische aanpak mogelijk aanmerkelijk goedkoper kan uitpakken? e. Zo ja, waarom is hier dan niet voor gekozen?

Antwoord 1 In de bijlage treft u het gevraagde overzicht van de kosten. Daarbij willen we aangeven dat het handhavingsdossier een enorme omvang kent. Op 5 oktober 2022 informeerden wij u dat het om een totale omvang ging van 240 zaken (handhavingszaken, vergunningszaken, Woo-procedures, gerechtelijke procedures). In januari 2024 liepen er 64 zaken. Op dit moment lopen er nog 42 gerechtelijke procedures. We kennen geen ander dossier waarbij er zoveel handhavingsverzoeken en Woo-verzoeken door één inwoner worden ingediend. a. De kosten onder a zijn gebaseerd op een analyse van directe kosten die zijn gefactureerd of waarvoor intern uren zijn geschreven. Er zijn uiteraard ook indirecte kosten, maar die zijn moeilijker exact in beeld te brengen. Daarnaast geldt dat voor het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden aan de achtergevel het op dit moment gaat om geschatte kosten. We zijn begonnen met het terugbouwen van de achtergevel. b. Op dit moment loopt er nog een handhavingszaak voor het herstellen van de achtergevel “last onder bestuursdwang 1” zoals vermeld in onze raadsbrief van februari. We kunnen op dit moment enkel een inschatting maken voor de komende kosten. We zijn daarbij afhankelijk van door de aannemer en andere adviseurs uit te brengen offertes.

We zullen in elk geval kosten (zowel ambtelijk als extern) maken om de bestuursdwang voor te bereiden, het daadwerkelijk uitvoeren van de werkzaamheden, het verhalen van de gemaakte kosten etc. Op dit moment zijn we al bezig met het voorbereiden van de bestuursdwang. Daarnaast lopen er op dit moment 42 gerechtelijke procedures waarbij we ook kosten maken. Op basis van de ervaring tot nu toe verwachten we in de toekomst nieuwe handhavingsverzoeken, Woo-verzoeken en gerechtelijke procedures. We blijven u informeren over de gemaakte kosten. c. De enige kosten die in dit dossier goeddeels te vermijden waren zijn de dwangsommen en proceskosten vanwege het niet tijdig beslissen op de ingediende bezwaarschriften. Daarover hebben wij u reeds uitgebreid geïnformeerd in onze raadsbrief van 31 maart 2023 over het onderzoek van Berenschot. We doen er alles aan om dwangsommen vanwege te laat beslissen te vermijden. Kosten als gevolg van door de eigenaar Oudegracht 228 gestarte procedures zijn onvermijdelijk en uiteindelijk oordeelt de rechter of onze besluiten in stand blijven. d. en e. We staan open voor andere en aanvullende manieren om dit dossier af te ronden en onderzoeken die ook, maar hebben tot op heden nog geen kansrijke oplossing kunnen vinden, zoals ook benoemd in de raadsbrief 16 februari 2024.

Vraag 2 Het college heeft altijd betoogd in haar gelijk te staan en daarom terecht juridisch de strijd met de eigenaar van pand A is aangegaan, ook omdat deze niet bereid zou zijn geweest om (a) zijn werfkelder te herstellen en (b) de kosten ervan zelf te betalen. Nu lijkt het erop dat het college dit ten onrechte heeft beweerd, omdat de gemeente wel in het afgelopen jaar de kosten van het herstellen van de werfkelder in pand A deels bij de eigenaren van het naastgelegen pand heeft belegd (van pand B) en uiteindelijk alle herstelkosten orde grootte € 220.000 voor eigen rekening heeft genomen. a. Is het inderdaad zo dat de gemeente uiteindelijk alle kosten voor het herstellen van de werfkelder in Pand A (en pand B) heeft betaald? b. Zo ja, wat is daar van de reden en betekent dit ook dat de eigenaar van pand A (op dit punt) dus in zijn recht stond? c. Als dat zo is, hoe is dit dan gecommuniceerd met de eigenaar van pand A? d. En waarom heeft dit vervolgens dan niet geleidt tot een andere (een niet of minder juridische) aanpak van deze zaak?

2

Antwoord 2 a. Ja, we hebben besloten om alle kosten voor het herstellen van de werfkelder voor eigen rekening te nemen en deze dus niet in te vorderen bij de eigenaar Oudegracht 228. Om uw raad een goed beeld te geven van de urgentie van de situatie hierbij enkele foto's, ook van de overlast bij de buren:

b. We hebben na het uitvoeren van de bestuursdwang besloten om de gemaakte kosten niet te gaan invorderen, omdat we meenden dat dit niet redelijkerwijs kon worden gevergd, zie ook de (geheime) bijlage bij onze raadsbrief van 12 juli 2022). De eigenaar Oudegracht 228 is voorafgaand aan het opleggen van de bestuursdwang meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de situatie zelf op te lossen, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt. De gemeente heeft uiteindelijk zelf de keldermuur hersteld. Normaliter is dat bij een last onder bestuursdwang op kosten van de overtreder en volgt er een invorderingsbesluit. Dat we hebben besloten om niet te gaan invorderen, wil niet zeggen dat het besluit tot het opleggen van de last onder bestuursdwang onjuist is genomen. De Raad van State heeft (voorlopig) geoordeeld dat de beide lasten onder bestuursdwang terecht zijn genomen. 3

c.

Er is gecommuniceerd met de eigenaar Oudegracht 228 dat er geen invorderingsbesluit voor de keldermuur zal worden genomen en dat de gemaakte kosten niet op de eigenaar Oudegracht 228 verhaald zullen worden. d. We hebben door het niet over te gaan tot invorderen getracht om een minder juridische aanpak te hanteren en hebben daarbij ook juist de belangen van de eigenaar Oudegracht 228 in acht genomen. Dit heeft helaas niet tot een beoogde de-escalatie geleid. Vraag 3 De kosten van de bouwwerkzaamheden in de werfkelder in pand A zijn fors gelet op datgene wat is uitgevoerd, namelijk het stutten van de keldermuur om te voorkomen dat deze volledig wordt weggedrukt door (nieuw vrijgekomen) krachten vanuit het naastgelegen pand (pand B). De eigenaar van pand A heeft eerder een aanvraag ingediend voor een vergunning met werkzaamheden die hadden kunnen leiden tot een uitvoering tegen aanzienlijk lagere kosten. a. Waarom is niet gekozen voor een goedkopere uitvoering zoals was voorgesteld door de eigenaar van pand A? b. En heeft de gemeente hierdoor meer geld uitgegeven dan strikt genomen (bij nader inzien) noodzakelijk was? c. Loopt de gemeente hier niet hetzelfde risico bij het herstellen van de achtergevel? d. Zo nee, waarom kan dat hier dan wel worden uitgesloten? Antwoord 3 a.b. We hebben ons bij het toepassen van de bestuursdwang laten bijstaan door deskundigen.

Daarnaast is bij het toepassen gekeken naar de oorspronkelijk verleende vergunning voor de keldermuur en de daarbij horende bouwtekeningen. Op basis hiervan zijn de werkzaamheden uitgevoerd en is de illegale situatie opgelost. Er zijn geen onnodige werkzaamheden uitgevoerd waarmee we hogere kosten hebben gemaakt. We hebben daar ook geen belang bij. We zijn immers wettelijk gehouden om enkel de kosten te verhalen die redelijkerwijs kunnen worden verhaald op de overtreder. In deze zaak hebben we uiteindelijk besloten om géén van de gemaakte kosten voor het toepassen van de bestuursdwang 2 te verhalen op de eigenaar Oudegracht 228. De eigenaar is eerder in de gelegenheid gesteld om eerst zelf de situatie op te lossen. c.d. Nee, het bestuursorgaan is bij het uitvoeren van bestuursdwang gehouden om de minst bezwarende wijze te gebruiken. Het doel is immers het beëindigen van de overtreding en herstel van de situatie en niet inwoners onnodig op hoge kosten jagen. Bij het beëindigen van de overtreding van de achtergevel wordt dit uitgangspunt wederom in acht genomen. Vraag 4 We lezen in de raadsbrief van 16 februari jl. dat het college heeft besloten de last onder bestuursdwang over het ontbreken van de achtergevel van pand A te gaan uitvoeren.

In de uitspraak van de Raad van State waarnaar wordt verwezen staat dat het een voorlopig oordeel betreft en niet bindend is in de bodemprocedure. Het kan dus zijn dat de Raad van State in de bodemprocedure oordeelt dat het college de last aan de eigenaar van pand A ten onrechte heeft opgelegd. Uit een eerdere uitspraak van de rechtbank van 17 augustus 2023 (niet opgenomen in de raadsbrief van 16 februari 2024) blijkt dat de eigenaar van pand A op 13 mei 2020 heeft verzocht om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een nieuwe achtergevel en dat het college deze aanvraag in 2020 onterecht buiten behandeling had gesteld. De rechtbank oordeelde meer dan 3 jaar later dat het college een nieuw besluit moest nemen. a. Heeft het college inmiddels een nieuw besluit genomen over de aanvraag omgevingsvergunning voor een nieuwe achtergevel van de eigenaar van pand A? b. Als dat een negatief besluit is geweest, kan dan worden gegarandeerd dat dit besluit niet opnieuw door de rechter nietig wordt verklaard?

4

c.

Deelt het college onze mening dat het onredelijk overkomt enerzijds een aanvraag voor het zelf herstellen van de achtergevel op een onjuiste wijze (volgens de rechter) af te wijzen en tegelijkertijd een last onder bestuursdwang op te leggen met ook nog eens als risico dat deze route leidt tot aanzienlijk hogere kosten voor alle betrokkenen? d. Kan het college garanderen dat niet opnieuw, net als bij de werfkelder, ook bij het herstellen van de achtergevel uiteindelijk de overheid en de burger (weer) moet gaan opdraaien voor alle (mogelijk ook nog eens hogere) kosten? Antwoord 4 a. Na het volgen van meerdere gerechtelijke procedures heeft de Raad van State in 2023 opgedragen om opnieuw een besluit te nemen op de vergunningsaanvraag (realiseren uitbouw) van 13 mei 2020 en de daarbij behorende beslissing op bezwaar van 10 augustus 2022. De aanvraag is opnieuw beoordeeld, waarbij is geconcludeerd dat deze niet volledig is en dat we aanvullende stukken (o.a. nieuwe bouwtekeningen) van de aanvrager nodig hebben om tot een zorgvuldig besluit te komen. Dit komt doordat er geruime tijd tussen de aanvraag in 2020 en 2023 zit en er in de tussentijd het nodige is veranderd in het pand (waaronder de bestuursdwang 2). We hebben de eigenaar Oudegracht 228 een termijn gegeven om deze stukken aan te leveren, maar hier helaas geen reactie op ontvangen.

Nu de aanvraag onvolledig is, is deze op 18 oktober 2023 buiten behandeling gesteld. b. We hebben bij het nemen het besluit van 18 oktober 2023 zorgvuldig gehandeld en gemeend dat we in redelijkheid tot dit besluit hebben kunnen komen. Daarom moet er in beginsel vanuit worden gegaan dat het besluit in stand blijft. De rechtbank zal dit uiteindelijk onderzoeken en beoordelen. c. We delen de mening niet dat we onredelijk hebben gehandeld. Zoals uit de bovenstaande antwoorden blijkt, hebben we bij de beoordeling van de aanvraag en het nemen van de besluiten zorgvuldig gehandeld. De aanvraag ziet op het realiseren van een nieuwe achtergevel (verdere uitbouw) en de bestuursdwang ziet op herstel van de achtergevel omdat deze illegaal is verwijderd. De vergunningprocedure staat los van de handhavingsprocedure. De eigenaar Oudegracht 228 is in de gelegenheid gesteld om de gegevens aan te vullen. We kunnen een vergunningaanvraag niet beoordelen als de aanvraag niet compleet is. De eigenaar Oudegracht 228 heeft de kans gekregen om te reageren en de aanvraag compleet te maken, maar heeft hierop niet gereageerd. Mocht echter in de bodemprocedure blijken dat de last onder bestuursdwang onterecht is opgelegd, dan kunnen we besluiten om de kosten niet te gaan invorderen. We zien daarvoor nu geen aanleiding nu de Raad van State voorlopig heeft geoordeeld dat de last terecht is opgelegd.

Overigens zijn de kosten van bestuursdwang 2 niet verhaald. d. De wet regelt dat de kosten van de uitvoering van de bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder. Verder is bij het toepassen van bestuursdwang het uitgangspunt dat het bestuursorgaan gehouden is te kiezen voor de minst bezwarende wijze om aan de overtreding een einde te maken. Er zijn geen redenen om in dit geval van dit uitgangspunt af te wijken. De ervaring leert dat het invorderen van de kosten van bestuursdwang – vanwege de rechtsbeschermingsmogelijkheden – tijdrovend kan zijn. Vraag 5 Tot dusverre lijkt er slechts één rechtszaak voorlopig in het voordeel van de gemeente beslecht, maar daarover loopt het hoger beroep nog. De overige afgehandelde zaken heeft de gemeente verloren. Uit de raadsbrief van 16 februari 2024 volgt ook dat er nog meer dan 60 rechtszaken lopen. a. Klopt deze waarneming? b. Wat is de inschatting van het college over de uitkomsten van alle nog lopende rechtszaken? c. En welke conclusies verbindt zij hieraan? Antwoord 5 a. Nee deze waarneming klopt niet. Er lopen op dit moment 42 gerechtelijke procedures en er zijn ook meerdere bezwaarschriften en beroepsschriften ongegrond verklaard. b. We informeren u bij deze over drie hoofdgeschillen: 5

1. Onveilige situatie keldermuur: In de raadsbrief van 17 mei 2023 hebben wij u bericht dat de rechtbank Midden-Nederland in het primaire besluit, om handhavend op te treden tegen de onveilige situatie van de keldermuur heeft geoordeeld, dat de gemeente terecht handhavend optreedt. Dit is het gevolg van renovatie en andere bouwwerkzaamheden van de eigenaar Oudegracht 228 of in zijn opdracht uitgevoerd in het pand Oudegracht 228. De zaak ligt nu bij de Raad van State. 2. Hevige en langdurige wateroverlast als gevolg van ontbreken achtergevel: In de raadsbrief van 16 februari 2024 heeft u kunnen lezen dat de rechtbank ook vindt dat terecht handhavend wordt opgetreden tegen het ontbreken van de achtergevel waardoor de gebruikers van het pand Oudegracht 230 ernstige overlast en hinder ondervinden omdat de regen vrij spel heeft. Muren staan vol met vocht, vloerdelen trekken krom en schimmel groeit ongehinderd. Op de bijgevoegde foto’s (bijlage Fotorapportage handhavingsdossier Binnenstad) kunt u zien hoe de achtergevel van de Oudegracht 228 er nu uitziet. De staat van onderhoud gaat zorgwekkend achteruit. Houtrot en schimmel hebben de houten balken en vloeren aangetast.

De voorzieningenrechter in hoger beroep heeft de toepassingsbeschikking en bestuursdwang beoordeeld en aangegeven het verzoek van de eigenaar Oudegracht 228 om het uitvoeren van het herstel van de achtergevel door de gemeente tegen te houden afgewezen. Het feitelijk terugbouwen van de achtergevel is begonnen. De voorbereidingen daarvoor zijn reeds in volle gang zodat de buurpanden voor het eind van het jaar geen wateroverlast meer zullen hebben. We achten de situatie dusdanig ernstig dat we tot die tijd voorbereidende maatregelen nemen om de wateroverlast voor de omwonenden te beperken en het pand gereed te maken voor het uitvoeren van de bestuursdwang. De zaak ligt nu bij de Raad van State. 3. Openbaar maken pandadressen: Ook over het hoofdgeschil bij de 42 Woo-procedures heeft de Raad van State inmiddels ten finale uitspraak gedaan. De eigenaar Oudegracht 228 was principieel tegen het openbaar maken van de pandadressen Oudegracht 226, 228 en 230 en ook het woord “keldermuur” zou direct tot hem herleidbaar zijn. De rechtbank heeft inmiddels in meerdere uitspraken geoordeeld dat de pandadressen openbaar gemaakt mogen worden. De Raad van State heeft de behandeling van hoger beroep vervroegd om aan ons duidelijkheid te geven en kort na de zitting uitspraak gedaan.

Op 25 mei 2024 heeft de Raad van State in haar uitspraak geoordeeld dat de pandadressen openbaar mogen worden gemaakt. Hierbij kunnen we in een reeks beroepen en voorlopige voorzieningen over dit geschilpunt afsluiten. Tevens kunnen we nu verschillende Woo-dossiers openbaar maken op onze site. b. en c. De aard van de verschillende procedures is zeer verschillend. Wij kunnen hier dan ook geen generieke inschatting over geven. Wij kunnen ook geen uitspraken doen over de lopende rechtszaken (schaden procespositie) en wachten de rechterlijke uitspraken af. We proberen alle lopende zaken zo correct en zorgvuldig mogelijk af te ronden. Daar waar mogelijk anticiperen wij op de mogelijke uitkomsten van een rechterlijke toets. Vraag 6 Het lijkt erop dat de gemeente uitsluitend op een juridische wijze met de eigenaar van pand A contact heeft en er op geen enkele manier is geprobeerd om in een goed gesprek samen tot een oplossing te komen. Terwijl de eigenaar van pand A destijds in een schrijven naar raadsleden zelf heeft aangegeven “juridische procedures te willen voorkomen”, met de gemeente graag tot een vergelijk wil komen en zijn pand zelf wil herstellen en daar ook aanvragen voor heeft ingediend die keer op keer door de gemeente niet zijn goedgekeurd. a.

Waarom is het college nog steeds niet bereid om alsnog na te gaan hoe in een goed gesprek met pand A samen een oplossing kan worden uitgewerkt die maakt dat een verdere rechtsgang door

6

beide partijen kan worden gestaakt en het verder oplopen van onnodige kosten met overheidsgeld kan worden voorkomen? b. Kan het college aangeven onder welke voorwaarden zij mogelijk alsnog bereid is om dat traject te onderzoeken? c. Zo nee, waarom niet? Antwoord 6 Zoals in onze brieven van 12 juli 2022, 17 mei 2023 en 16 februari 2024) aan u aangegeven willen we in gesprek blijven met de eigenaar Oudegracht 228, maar is een eerdere poging tot mediation niet geslaagd. Sinds december ligt het aanbod voor het kiezen van een mediator bij de eigenaar en we stuurden nogmaals een brief hierover. De enige voorwaarde die we daaraan verbinden is dat het mediation traject niet op voorhand het toepassen van de bestuursdwang stillegt. Vanwege de aard en de ernst van de situatie ter plaatse kan het herstel van de achtergevel niet nog langer wachten. We zijn ook al begonnen met de voorbereiding van de bestuursdwang. De belangen van de buren, die ernstige hinder ondervinden in hun dagelijkse leven en werken en de bouwkundige veiligheid zijn in het geding. We hopen dat de eigenaar Oudegracht 228 spoedig met een reactie komt, zodat bekeken kan worden of een mediation traject kansrijk is en gestart kan worden. We willen aangeven dat gerechtelijke procedures niet kunnen worden voorkomen, het staat een belanghebbende vrij om in bezwaar/beroep te gaan tegen een genomen besluit.

Vraag 7 Alles bij elkaar ontstaat hier het beeld van een gemeente die ‘zijn ongelijk niet wil toegeven’ en koste wat kost in rechtszaken zijn gelijk wil blijven halen en zelfs bereid is daar enkele miljoenen aan overheidsgeld voor te willen uitgeven. Nota bene in een tijd waarin de gemeente tientallen miljoenen tekortkomt op de begroting (vanaf 2026). a. Op welke manier wil de gemeente deze zaak voortzetten en garanderen dat er niet nog meer overheidsgeld wordt verspild? b. Deelt het college onze opvatting dat hier een vervelend beeld ontstaat naar alle Utrechters toe van een gemeente die koste wat kost zijn gelijk wil halen, terwijl de waarheid mogelijk ergens in het midden ligt? c. Wordt het niet tijd om als college te kiezen voor (a) een traject van bemiddeling gericht op het zo snel en goedkoop mogelijk afsluiten van een billijke overeenkomst met de eigenaar van pand A in plaats van (b) blijvend de juridische confrontatie op te zoeken en daar nog eens 3,27 miljoen euro overheidsgeld voor te reserveren? Antwoord 7 a. Wij delen dit beeld niet. Wel constateren we dat door de eigenaar Oudegracht 228 een onevenredig beslag wordt gelegd op de gemeentelijke organisatie en publieke middelen. Het aantal verzoeken en procedures is dermate fors, dat wij ons hierop specifiek hebben moet organiseren en een apart projectteam hierop hebben opgericht.

Uiteraard zouden wij graag een minnelijke oplossing bereiken. Onze pogingen hiertoe zijn echter tot op heden vruchteloos gebleven. Dit neemt niet weg dat wij ons tot het uiterste inspannen om dit dossier zorgvuldig tot een goed einde te brengen. Hierbij kijken we verder dan de zuiver juridische weg. Het gaat er immers om dat ter plaatse een bouwkundige onveilige situatie en hinderlijke situatie voor de buren is. b. Wij delen dit beeld niet. Ons primaire doel is ter plaatse een (bouwkundig) veilige en leefbare situatie te realiseren. Wij streven naar een pand dat voldoet aan de geldende bouwkundige eisen. Helaas zijn wij genoodzaakt hiertoe handhavend op te treden. In dit traject wordt veelvuldig bezwaar en (hoger) beroep aangetekend tegen onze besluiten. Als bestuursorgaan zijn wij wettelijk verplicht in deze procedures besluiten te nemen dan wel verweer te voeren. c. Zie vraag 6. Het kan een optie zijn om het mediation traject te laten toespitsen op een billijke overeenkomst, echter wij menen dat het mediation traject breder zou moeten worden gezien, namelijk in elk geval ook op het verbeteren van de relatie met de eigenaar Oudegracht 228 en komen tot een 7

snelle oplossing, het beëindigen van de illegale situatie en verbeteren van de relatie met de eigenaar Oudegracht 228 en de omwonenden.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

8

Schriftelijke vragen: Handhavingsdossier Binnenstad Aanpak 2024 4 juni 2024 In 2022 bleek dat de gemeente met een pandeigenaar (pand A) in de Binnenstad in een juridische strijd verwikkeld was geraakt. De pandeigenaar bleek bijna 1 miljoen euro aan door de rechter erkende claims te hebben uitstaan bij de gemeente. Dit als gevolg van nalatig handelen van de gemeente zelf. In de meest recente raadsbrief hierover (d.d. 16 februari 2024) laat het college ons weten dat tot dat moment aan dwangsommen € 1.071.791 is uitgekeerd aan de pandeigenaar. Vorig jaar al meldt het college ons dat de gemeente er rekening mee houdt meer dan een paar miljoen euro overheidsgeld kwijt te zullen zijn aan deze zaak. 1 In de voorjaarsnota staat aangekondigd dat er voor deze zaak in de periode 2024 - 2028 jaarlijks nog eens € 654.000 gereserveerd moet worden; samen opgeteld een totaal van € 3.270.000, nog exclusief datgene wat al reeds is betaald. Dat is een immens bedrag dat niet meer in verhouding lijkt te staan met de zaak zelf. Bovendien zit de gemeente momenteel in zwaar financieel weer en is er alle reden om kritisch na te gaan op welke manier deze kosten kunnen worden vermeden. Vandaar de volgende vragen.

Vragen: 1. Volgens de voorjaarsnota leidt dit dossier “tot onevenredig hoge kosten” die “niet binnen de normale begroting kan worden opgevangen”. Het gaat om de volgende type kosten: (i) juridische kosten voor de rechtszaken, (ii) de te betalen (proces)kosten op last van de rechter aan de eigenaar van pand A, (iii) de kosten voor het alsnog zelf volledig betalen van de uitgevoerde bouwwerkzaamheden aan de kelder en het zo mogelijk ook nog moeten betalen van de volledig nieuw op te bouwen achtergevel van pand A, (iv) inhuur van derden (o.a. bouwkundige en juridische adviseurs) en (v) ambtelijke kosten voor het begeleiden en afhandelen van deze zaak. a. Kan het college een overzicht aanleveren voor de uitgaven t/m heden, uitgesplitst naar de genoemde onderdelen (i) t/m (v)? b. Als ook voor de nog te verwachten kosten de komende jaren? c. En van welke kosten is het college van mening dat deze onvermijdelijk zijn en niet hadden kunnen worden voorkomen, ook niet met een andere aanpak? d. Is het college van mening dat een aanpak met bemiddeling in plaats van de huidige strikt juridische aanpak mogelijk aanmerkelijk goedkoper kan uitpakken? e. Zo ja, waarom is hier dan niet voor gekozen? 2.

Het college heeft altijd betoogd in haar gelijk te staan en daarom terecht juridisch de strijd met de eigenaar van pand A is aangegaan, ook omdat deze niet bereid zou zijn geweest om (a) zijn werfkelder te herstellen en (b) de kosten ervan zelf te betalen. Nu lijkt het erop dat het college dit ten onrechte heeft beweerd, omdat de gemeente wel in het afgelopen jaar de kosten van het herstellen van de werfkelder in pand A deels bij de eigenaren van het 1 Zie het rapport Berenschot bij de raadsbrief van 31 maart 2023.

9

naastgelegen pand heeft belegd (van pand B) en uiteindelijk alle herstelkosten orde grootte € 220.000 voor eigen rekening heeft genomen. 2 a. Is het inderdaad zo dat de gemeente uiteindelijk alle kosten voor het herstellen van de werfkelder in Pand A (en pand B) heeft betaald? b. Zo ja, wat is daar van de reden en betekent dit ook dat de eigenaar van pand A (op dit punt) dus in zijn recht stond? c. Als dat zo is, hoe is dit dan gecommuniceerd met de eigenaar van pand A? d. En waarom heeft dit vervolgens dan niet geleidt tot een andere (een niet of minder juridische) aanpak van deze zaak? 3. De kosten van de bouwwerkzaamheden in de werfkelder in pand A zijn fors gelet op datgene wat is uitgevoerd, namelijk het stutten van de keldermuur om te voorkomen dat deze volledig wordt weggedrukt door (nieuw vrijgekomen) krachten vanuit het naastgelegen pand (pand B). De eigenaar van pand A heeft eerder een aanvraag ingediend voor een vergunning met werkzaamheden die hadden kunnen leiden tot een uitvoering tegen aanzienlijk lagere kosten. 3

a. Waarom is niet gekozen voor een goedkopere uitvoering zoals was voorgesteld door de eigenaar van pand A? b. En heeft de gemeente hierdoor meer geld uitgegeven dan strikt genomen (bij nader inzien) noodzakelijk was? c. Loopt de gemeente hier niet hetzelfde risico bij het herstellen van de achtergevel? d. Zo nee, waarom kan dat hier dan wel worden uitgesloten? 4. We lezen in de raadsbrief van 16 februari jl. dat het college heeft besloten de last onder bestuursdwang over het ontbreken van de achtergevel van pand A te gaan uitvoeren. In de uitspraak van de Raad van State waarnaar wordt verwezen staat dat het een voorlopig oordeel betreft en niet bindend is in de bodemprocedure. Het kan dus zijn dat de Raad van State in de bodemprocedure oordeelt dat het college de last aan de eigenaar van pand A ten onrechte heeft opgelegd. Uit een eerdere uitspraak van de rechtbank van 17 augustus 2023 (niet opgenomen in de raadsbrief van 16 februari 2024) blijkt dat de eigenaar van pand A op 13 mei 2020 heeft verzocht om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een nieuwe achtergevel en dat het college deze aanvraag in 2020 onterecht buiten behandeling had gesteld. De rechtbank oordeelde meer dan 3 jaar later dat het college een nieuw besluit moest nemen. a.

Heeft het college inmiddels een nieuw besluit genomen over de aanvraag omgevingsvergunning voor een nieuwe achtergevel van de eigenaar van pand A? b. Als dat een negatief besluit is geweest, kan dan worden gegarandeerd dat dit besluit niet opnieuw door de rechter nietig wordt verklaard? c. Deelt het college onze mening dat het onredelijk overkomt enerzijds een aanvraag voor het zelf herstellen van de achtergevel op een onjuiste wijze (volgens de rechter) af te wijzen en tegelijkertijd een last onder bestuursdwang op te leggen met ook nog eens als risico dat deze route leidt tot aanzienlijk hogere kosten voor alle betrokkenen? d. Kan het college garanderen dat niet opnieuw, net als bij de werfkelder, ook bij het herstellen van de achtergevel uiteindelijk de overheid en de burger (weer) moet gaan opdraaien voor alle (mogelijk ook nog eens hogere) kosten?

2 Bron: uitspraak rechter op https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:2281

en als het gaat over de hoogte van het bedrag ook in de toelichting bij een eerdere raadsbrief van 12 juli 2022. 3 Zie hiervoor de aanvraag: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/resultaten?q=(c.product-

area==%22officielepublicaties%22)and(cql.textAndIndexes=%22oudegracht%22%20and%20cql.textA ndIndexes=%22228%22%20and%20cql.textAndIndexes=%22utrecht%22%20and%20cql.textAndInde xes=%22reconstrueren%22)&pg=10&svel=Publicatiedatum&svol=Aflopend&zv=oudegracht%2b228% 2butrecht%2breconstrueren&col= 10

5. Tot dusverre lijkt er slechts één rechtszaak voorlopig in het voordeel van de gemeente beslecht, maar daarover loopt het hoger beroep nog. De overige afgehandelde zaken heeft de gemeente verloren. Uit de raadsbrief van 16 februari 2024 volgt ook dat er nog meer dan 60 rechtszaken lopen. a. Klopt deze waarneming? b. Wat is de inschatting van het college over de uitkomsten van alle nog lopende rechtszaken? c. En welke conclusies verbindt zij hieraan? 6. Het lijkt erop dat de gemeente uitsluitend op een juridische wijze met de eigenaar van pand A contact heeft en er op geen enkele manier is geprobeerd om in een goed gesprek samen tot een oplossing te komen. Terwijl de eigenaar van pand A destijds in een schrijven naar raadsleden zelf heeft aangegeven “juridische procedures te willen voorkomen”, met de gemeente graag tot een vergelijk wil komen en zijn pand zelf wil herstellen en daar ook aanvragen voor heeft ingediend die keer op keer door de gemeente niet zijn goedgekeurd. a. Waarom is het college nog steeds niet bereid om alsnog na te gaan hoe in een goed gesprek met pand A samen een oplossing kan worden uitgewerkt die maakt dat een verdere rechtsgang door beide partijen kan worden gestaakt en het verder oplopen van onnodige kosten met overheidsgeld kan worden voorkomen? b.

Kan het college aangeven onder welke voorwaarden zij mogelijk alsnog bereid is om dat traject te onderzoeken? c. Zo nee, waarom niet? 7. Alles bij elkaar ontstaat hier het beeld van een gemeente die ‘zijn ongelijk niet wil toegeven’ en koste wat kost in rechtszaken zijn gelijk wil blijven halen en zelfs bereid is daar enkele miljoenen aan overheidsgeld voor te willen uitgeven. Nota bene in een tijd waarin de gemeente tientallen miljoenen tekortkomt op de begroting (vanaf 2026). a. Op welke manier wil de gemeente deze zaak voortzetten en garanderen dat er niet nog meer overheidsgeld wordt verspild? b. Deelt het college onze opvatting dat hier een vervelend beeld ontstaat naar alle Utrechters toe van een gemeente die koste wat kost zijn gelijk wil halen, terwijl de waarheid mogelijk ergens in het midden ligt? c. Wordt het niet tijd om als college te kiezen voor (a) een traject van bemiddeling gericht op het zo snel en goedkoop mogelijk afsluiten van een billijke overeenkomst met de eigenaar van pand A in plaats van (b) blijvend de juridische confrontatie op te zoeken en daar nog eens 3,27 miljoen euro overheidsgeld voor te reserveren?

Gesteld door: • • •

Gert Dijkstra, EenUtrecht Ruud Maas, Volt David Bosch, UtrechtNu!

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6aea40ea-f9aa-42fc-a697-f4262efd3e87