CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2023 nr 230 over Waar blijven de toegankelijke woonzorgwoningen

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Toegankelijke woonzorgwoningen3.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2023, NUMMER 230 Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

6 februari 2024 College B&W J. Heemskerk / A.L. Dijkema 14 030 jochem.heemskerk@utrecht.nl / anna.louise.dijkema@utrecht.nl 12005263 Wonen en Volkshuisvesting / Wmo en Welzijn

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2023 nummer 230 van Jantine Zwinkels (CDA Utrecht) van 14 december 2023 over ‘Waar blijven de toegankelijke woonzorgwoningen?’. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Wordt er met voldoende snelheid c.q. urgentie aan het Actieplan gewerkt? Antwoord 1 Ja. De urgentie wordt breed gevoeld door alle partners die de intentieovereenkomst ‘Een (t)huis voor ouderen’ hebben ondertekend. Dit zijn ontwikkelaars, woningcorporaties, beleggers, belangenbehartigers, zorgorganisaties, zorgverzekeraar en gemeente. Al deze partners werken zelf én vanuit de gezamenlijke inzet aan het actieplan aan de woonzorgopgave voor ouderen. In de complexiteit van de huidige druk op de woningmarkt is het onze rol als gemeente om integraal naar het huisvestingsvraagstuk te kijken. Ouderen zijn één van de aandachtsgroepen die hierin wordt meegenomen. Vraag 2 Is de hierboven genoemde evaluatie gereed? Zo ja, wat zijn de uitkomsten/conclusies hiervan? Zo nee, waarom niet, en wanneer kunnen wij deze verwachten? Antwoord 2 De genoemde evaluatie is uitgevoerd onder partners van het actieplan ‘Een (t)huis voor ouderen’ en is gereed. Het doel van de evaluatie was om te leren met elkaar. Hieronder delen we de belangrijkste resultaten.

De partners hebben aangegeven blij te zijn dat een brede mix aan partijen de urgentie voelt om samen te werken in het actieplan. De partijen zien mooie resultaten zoals de pilot buurtvoorrang en de pilots in de wijken Lunetten en West.

Niet alle resultaten van de samenwerking zijn tot nu toe concreet. Uit de evaluatie blijkt dat we (gemeente en partners) graag komen tot meer concrete resultaten en deze ook zichtbaarder willen maken. Er wordt voor de regie op het actieplan naar de gemeente gekeken en partijen zoeken een duidelijke trekker binnen de gemeente. Tegelijkertijd willen we het actieplan gezamenlijk oppakken en bepalen op welke acties de regie naar andere partijen kan. Het vergroten van de urgentie blijft wel een aandachtspunt. Tenslotte werd de overlegstructuur door de partners niet altijd als effectief ervaren. Naar aanleiding van dit aandachtspunt in de evaluatie is in het tweede helft van 2023 de ambtelijke capaciteit verhoogd. Daarnaast is de overlegstructuur van het actieplan aangepast. Vraag 3 Is het college bereid om gezien de vergrijzing ook doelgroepenbeleid in te voeren voor senioren, o.a. vanwege doorstroming, aangezien we als gemeente ook aan studentenhuisvesting doen? Antwoord 3 De groep ouderen in Utrecht is zeer divers. Of het nu gaat om leeftijd, culturele achtergrond, vitaliteit, sociaal-economische situatie, seksuele voorkeur of andere karakteristieken. In ons beleid houden we rekening met deze diversiteit. We zien wel dat ouderen een aantal gemeenschappelijke karakteristieken hebben.

Belangrijk is dat Utrechtse ouderen over het algemeen duidelijk minder gezond zijn dan onze jongere inwoners. Zij hebben bijvoorbeeld veel vaker overgewicht, langdurige ziekten of aandoeningen. Daardoor kent deze groep een andere woonbehoefte (en zorgbehoefte) dan inwoners uit andere leeftijdscategorieën. Hier houden we rekening mee in de uitvoering van ons beleid. In het kader van de recent vastgestelde Wmo-nota ‘Samen leven, samen zorgen’ werken we in 2024 aan een uitvoeringsprogramma gericht op de zorg, welzijn en gezondheid van ouderen in Utrecht. Om de doorstroming te stimuleren hebben we al diverse maatregelen getroffen, waaronder een woonadviseur voor ouderen (nieuwe aanbesteding met een bredere aanpak), de ‘Van Groot naar Beter’ regeling en de buurtvoorrang (in een nog uit te werken nadere regel) in de huisvestingsverordening. Daarnaast zetten we in op het stimuleren van doorstroming in de breedte, voor alle doelgroepen. Middels betere doorstroming willen we bereiken dat meer woningzoekenden (inclusief ouderen) aanspraak kunnen maken op een betaalbare en meer passende sociale huurwoning. Hiervoor zetten we verschillende type maatregelen in.

We werken aan de acties uit het Plan van Aanpak ‘’Beter benutten bestaande voorraad’’ als onderdeel van de realisatie van huisvestingsmogelijkheden in het sociaal segment (binnen ‘Trede 3 ‘Optimaal benutten van de bestaande voorraad’). In Q3 2023 zijn wij onder andere een onderzoek naar doorstroming gestart. Dit onderzoek wordt in Q1 2024 naar uw raad gestuurd. Vraag 4 Inmiddels valt de projectleiding onder het ‘Sociaal Domein’ oftewel Zorg en Welzijn. Wat is de reden van deze verschuiving? En komt de uitvoering van het Actieplan hiermee niet ten onrechte volledig in de hoek van de zorg terecht? Het gaat in het Actieplan immers ook om aantrekkelijke woningen en woonvormen, alsook een veilige en sociale leefomgeving. Antwoord 4 We werken integraal aan de uitvoering van het actieplan binnen de gemeente. Concreet wil dit zeggen dat drie organisatieonderdelen en/of teams direct betrokken zijn bij de uitvoering van het plan. Dit zijn Wonen, Maatschappelijke Ontwikkeling en Bouwen aan Sociaal. Het is voor de uitvoering niet van belang waar het projectmanagement belegd is. Vraag 5 Welke wethouder is verantwoordelijk voor de Kopgroep en de uitvoering van het Actieplan?

2

Antwoord 5 Wethouder de Vries (portefeuille wonen) en wethouder Voortman (portefeuille WMO en Welzijn). Vraag 6 Er schijnt een nieuwe Regiegroep te komen vanuit het sociale domein (maatschappelijke ontwikkeling), klopt dit? En zo ja, waarom, met welk doel en welk bestuurlijk draagvlak? Antwoord 6 Het wordt ons niet duidelijk welke regiegroep bedoeld wordt in deze vraag. Vraag 7 Kan het college duidelijkheid geven over de eisen/kenmerken waaraan alle nieuwe woningen voor senioren en mensen met een fysieke beperking moeten voldoen? (zie punt a. en b. in het Actieplan). Antwoord 7 Locaties binnen ongeveer 500 meter van voorzieningen als supermarkten, gezondheidscentra, buurtcentra en woonzorgcentra willen we bij uitstek voor ouderenhuisvesting benutten. De woningen en woongebouwen die we bouwen voor ouderen proberen we zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de wensen en behoeften van ouderen. Ook proberen we zoveel mogelijk ontmoeting tussen bewoners te stimuleren. In de woonvisie hebben wij toegankelijkheid opgenomen als een kwaliteitskenmerk van woningen. We vragen (ver)bouwers ervoor te zorgen dat de woningen bewoonbaar zijn voor mensen in een rolstoel of met een rollator. Dat kan door hier bij het ontwerp rekening mee te houden. Nieuwbouwwoningen worden zoveel mogelijk als nultredenwoningen uitgevoerd.

In tenderprocessen betrekken we daarnaast eisen en wensen voor de fysieke toegankelijkheden. Vraag 8 Hoeveel van deze woningen zijn er sinds de start van het Actieplan gepland c.q. opgeleverd? Is dit aantal voldoende om de doorstroming van senioren te stimuleren? Antwoord 8 We registreren dit op dit moment niet. Het uitgangspunt is dat elk nieuwbouwappartement geschikt moet zijn voor ouderen. We zijn voornemens dit beter te gaan registreren: Onderdeel van de woonzorgvisie zal de monitoring van de realisatie van geschikte woningen zijn. Ouderen zijn namelijk één van de aandachtsgroepen waar de woonzorgvisie zich op richt. Vraag 9 Houdt het college bij hoeveel toegankelijke woningen er zijn gepland/gerealiseerd? Antwoord 9 Zie antwoord 8. Vraag 10 In Leidsche Rijn Centrum schijnen veel woningen te zijn gerealiseerd met onnodige trapjes, drempels, zware deuren, etc. De grote partijen houden zich aan het onvoldoende toereikende Bouwbesluit (2 cm drempel is te hoog). Herkent het college dit en zo ja, is zij bereid om hierover met de ontwikkelaars in gesprek te gaan? Antwoord 10 Het beeld dat er in Leidsche Rijn Centrum veel ontoegankelijke woningen zijn gerealiseerd, herkennen we niet. Er zijn op dit moment zo’n 3000 woningen in Leidsche Rijn Centrum gebouwd.

We hebben enkele klachten ontvangen over de toegankelijkheid van de woningen vanaf de openbare ruimte dan wel over de toegankelijkheid binnen de appartementencomplexen zelf. Die klachten zijn opgelost door het aanpassen van de overgang tussen openbare ruimte en entrees. Over de klachten binnen het

3

appartementengebouw hebben we contact gezocht met de ontwikkelaars om te komen tot oplossingen. Dit nemen we binnen de bestaande gesprekken met de ontwikkelaars mee. Vraag 11 Welke (juridische) vorm is hiervoor passend, vanuit een lokale inzet? Is het college het met ons eens dat een convenant te vrijblijvend is en dat we het duidelijker zouden moeten vastleggen? Zo ja, zouden de prestatieafspraken, de anterieure overeenkomsten en/of bestemmingsplannen zich hiervoor lenen? Antwoord 11 Voor iedere sectorale beleidsdiscipline geldt dat het beleidskader het uitgangspunt vormt voor projecten. De woonvisie (beleidskader wonen) is dan ook de plek waar de kaders zijn vastgelegd die het uitgangspunt vormen in woningbouwprojecten. Uiteindelijk volgt een integrale afweging van de uitgangspunten. De inzet wordt per project geborgd in de anterieure overeenkomst. Vraag 12 Onderschrijft het college het belang van het betrekken van de doelgroep bij de uitvoering van het Actieplan? Zo ja, waarom is de doelgroep sinds kort niet meer vertegenwoordigd in de Kopgroep? En hoe kan deze betrokkenheid in de toekomst versterkt worden? Antwoord 12 Ja, de doelgroep wordt op meerdere manieren betrokken bij de uitvoering van het actieplan ‘Een (t)huis voor ouderen’. Naar aanleiding van de evaluatie is de overlegstructuur van het actieplan aangepast (zie antwoord 2).

Deze nieuwe overlegstructuur is door alle betrokken partijen – waaronder belangenbehartigers - vastgesteld. Een effectievere kopgroep was een wens van alle partijen. Om sneller tot concrete stappen te komen is de samenstelling aangepast. In de nieuwe overlegstructuur blijft de belangenbehartiging zowel bestuurlijk (stuurgroep) als in de uitvoer (werkgroepen) vertegenwoordigd. Ook worden zij uitgenodigd voor kennis- en inspiratiemomenten. En er is regelmatig overleg tussen gemeente en belangenbehartiging over de voortgang van het actieplan. Vraag 13 Werkt de Kopgroep momenteel zoals het bedoeld was en welke plek is er voor de Werkgroep Wonen, die belangen en wensen van de doelgroep wil vertegenwoordigen? Antwoord 13 Zie antwoord 12. Vraag 14 Er zou nog een Klankbordgroep voor de Woonzorgvisie worden opgericht. Welke terugkoppeling krijgen betrokken organisaties wanneer te horen? Antwoord 14 Zoals is toegezegd in de raadsbrief ‘Opstellen woonzorgvisie’ informeren wij uw raad in het eerste kwartaal van 2024 over de stand van zaken van de woonzorgvisie, op lokaal en regionaal niveau. Ook aan de klankbordgroep van belangenbehartigers wordt in deze raadsbrief aandacht besteed. Vraag 15 Is het college bekend met het initiatief dat Ieder1 is gestart om ideeën bij elkaar te brengen? Antwoord 15 Nee, we zijn niet bekend met dit initiatief.

Bij een eerste verkenning lijkt deze woningbouworganisatie uit Deventer en Zutphen te werken aan het stimuleren van sociale samenhang in de wijken. Dat past bij de Utrechtse ambities. Aan de hand van uw suggestie zullen wij ons verdiepen in de werkwijze van de Ieder1-organisatie. Vraag 16 4

Heeft het college al scherp welke participatie (en hoe) zij wil organiseren op dit onderwerp met oog op de Nieuwe Omgevingswet die oproept om bewoners vroegtijdig te (laten) betrekken? Antwoord 16 Hoewel er vaak wordt gezegd ‘participatie is een pijler onder de Omgevingswet’, regelt de wet niet hoe er geparticipeerd moet worden. Hoe participatie vorm krijgt, is volgens de wet ‘maatwerk’. Dit is in lijn met hoe we in Utrecht al veel langer (willen) werken: we willen de stad vanaf het begin betrekken, en per project/activiteit kijken we welke vormen van participatie daarvoor gewenst zijn. Dit is vastgelegd in het Actieprogramma ‘Samen stad maken, de Participatieleidraad en de Participatie -en inspraakverordening gemeente Utrecht’. Vraag 17 Deelt het college onze wens om met oog op Utrecht Standaard Toegankelijk (UST) vooral ook onder ervaringsdeskundigen te vragen wat de wensen en behoeften zijn? En om dit in een vaster gremium te doen in plaats van ad hoc willekeurige senioren hiernaar te vragen? Welke rol zou het wijkbureau hierin kunnen spelen? Antwoord 17 We delen het belang van het betrekken van ervaringsdeskundigen en de wens om dit op een gestructureerde manier te doen. De gemeente Utrecht kent een sterke inzet op belangenbehartiging. Met betrekking tot de woonzorgopgave voor ouderen zijn de voornaamste partijen U op Leeftijd en Solgu.

Zij – en andere belangenbehartigers – zijn actief in de werkgroep Wonen. De werkgroep Wonen heeft subsidie toegekend gekregen om in 2024 een woonadviesgroep te starten voor Overvecht. Met de werkgroep Wonen wordt in 2024 afgestemd hoe dit initiatief ingebed wordt in de wijk. Vraag 18 Welk moment zouden we volgens het college nog beter kunnen aangrijpen bij nieuwbouw om deze vormen van participatie te versterken? Is dit bijvoorbeeld bij het startdocument wanneer er onderzoeksvragen worden geformuleerd? Antwoord 18 Om belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te kunnen betrekken, is het van belang om te weten welke doelgroep we voor ogen hebben bij nieuwbouw. Dit wordt met de onderzoeksvragen in het startdocument duidelijk. Dan kunnen belanghebbenden participeren (zie antwoord 17). Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

5

Schriftelijke vragen Waar blijven de toegankelijke woonzorgwoningen? 14 december 2023

Vragen: Al geruime tijd vraagt CDA Utrecht aan het college om werk te maken van woonzorgwoningen. Nu is er een woonzorgvisie aangekondigd voor het eerste kwartaal van 2024, maar liet het college ook alweer weten dat die woonzorgvisie vertraagd is en waarschijnlijk pas na het tweede kwartaal aan de raad wordt voorgelegd. In 2020 hebben wij op dit onderwerp een motie ingediend en die is toen door de raad aangenomen. Het is nu bijna 3 jaar geleden dat onze motie ‘Woonbeleid vanuit het perspectief van ouderen’ door de Raad werd aangenomen (3 december 2020). De motie vloeide voort uit een gelijknamige kadernotitie van de MNU-Werkgroep Wonen. Op basis hiervan heeft het College het Actieplan ‘Een t(h)huis voor ouderen’ uitgebracht. Begin 2021 is tevens een Kopgroep geformeerd bestaande uit vertegenwoordigers van o.a. zorginstellingen, ontwikkelaars, beleggers, zorgkantoor, woningbouwcorporaties, de gemeente en belangenbehartigers van senioren. De Kopgroeppartijen hebben het actieplan ‘Een (t)huis voor ouderen’ (maart 2022) ondertekend, met daarin een beschrijving van uitgangspunten en richtlijnen, acties, monitoring en samenwerking. Inmiddels is de Kopgroep ca. 2 jaar bezig, maar na het verschijnen van het actieplan is nog weinig merkbare en gecommuniceerde voortgang geboekt. In het Actieplan staat aangegeven dat over de resultaten jaarlijks gerapporteerd zal worden.

Helaas lijkt deze afspraak niet te worden nagekomen door het college. De werkgroep Wonen van het MNU is vertegenwoordigd in de Kopgroep en heeft hierin voortdurend aangedrongen op meer snelheid, urgentie, communicatie en een grotere betrokkenheid van de doelgroep. Het gevoel is dat het lang duurt, het weinig concreet is, het weinig resultaat oplevert en het verzandt in processen. Sinds begin 2023 staat een evaluatie van het actieplan op de agenda van de Kopgroep en de uitvoering van het actieplan, op verzoek van de doelgroep senioren. Wij hebben daarom de volgende vragen: 6

1) Wordt er met voldoende snelheid c.q. urgentie aan het Actieplan gewerkt? 2) Is de hierboven genoemde evaluatie gereed? Zo ja, wat zijn de uitkomsten/conclusies hiervan? Zo nee, waarom niet, en wanneer kunnen wij deze verwachten? 3) Is het college bereid om gezien de vergrijzing ook doelgroepenbeleid in te voeren voor senioren, o.a. vanwege doorstroming, aangezien we als gemeente ook aan studentenhuisvesting doen? De Kopgroep viel tot begin dit jaar onder het beleidsveld Wonen en Ruimte. Logisch, omdat een belangrijk deel van het Actieplan over wonen gaat. Zo staat er dat er “jaarlijks voorzien moet worden in ongeveer 135 woningen in geclusterde vorm met een zorgvoorziening en ongeveer 375 woningen in een verscheidenheid aan vormen specifiek gericht op de diverse doelgroep ouderen”. Inmiddels valt de projectleiding onder het ‘Sociaal Domein’ oftewel Zorg en Welzijn. 4) Wat is de reden van deze verschuiving? En komt de uitvoering van het Actieplan hiermee niet ten onrechte volledig in de hoek van de zorg terecht? Het gaat in het Actieplan immers ook om aantrekkelijke woningen en woonvormen, alsook een veilige en sociale leefomgeving.

5) Welke wethouder is verantwoordelijk voor de Kopgroep en de uitvoering van het Actieplan? 6) Er schijnt een nieuwe Regiegroep te komen vanuit het sociale domein (maatschappelijke ontwikkeling), klopt dit? En zo ja, waarom, met welk doel en welk bestuurlijk draagvlak? Inhoudelijk ten aanzien van toegankelijke en levensloopbestendige woningen hebben we de vragen: 7) Kan het college duidelijkheid geven over de eisen/kenmerken waaraan alle nieuwe woningen voor senioren en mensen met een fysieke beperking moeten voldoen? (zie punt a. en b. in het Actieplan). 8) Hoeveel van deze woningen zijn er sinds de start van het Actieplan gepland c.q. opgeleverd? Is dit aantal voldoende om de doorstroming van senioren te stimuleren? 9) Houdt het college bij hoeveel toegankelijke woningen er zijn gepland/gerealiseerd? 10) In Leidsche Rijn Centrum schijnen veel woningen te zijn gerealiseerd met onnodige trapjes, drempels, zware deuren, etc. De grote partijen houden zich aan het onvoldoende toereikende Bouwbesluit (2 cm drempel is te hoog). Herkent het college dit en zo ja, is zij bereid om hierover met de ontwikkelaars in gesprek te gaan? 11) Welke (juridische) vorm is hiervoor passend, vanuit een lokale inzet? Is het college het met ons eens dat een convenant te vrijblijvend is en dat we het duidelijker

7

zouden moeten vastleggen? Zo ja, zouden de prestatieafspraken, de anterieure overeenkomsten en/of bestemmingsplannen zich hiervoor lenen? Ten aanzien van het proces (en de participatie) schijnen zaken niet goed te zijn verlopen. Daarom: 12) Onderschrijft het college het belang van het betrekken van de doelgroep bij de uitvoering van het Actieplan? Zo ja, waarom is de doelgroep sinds kort niet meer vertegenwoordigd in de Kopgroep? En hoe kan deze betrokkenheid in de toekomst versterkt worden? 13) Werkt de Kopgroep momenteel zoals het bedoeld was en welke plek is er voor de Werkgroep Wonen, die belangen en wensen van de doelgroep wil vertegenwoordigen? 14) Er zou nog een Klankbordgroep voor de Woonzorgvisie worden opgericht.

Welke terugkoppeling krijgen betrokken organisaties wanneer te horen? 15) Is het college bekend met het initiatief dat Ieder1 is gestart om ideeën bij elkaar te brengen? 16) Heeft het college al scherp welke participatie (en hoe) zij wil organiseren op dit onderwerp met oog op de Nieuwe Omgevingswet die oproept om bewoners vroegtijdig te (laten) betrekken? 17) Deelt het college onze wens om met oog op Utrecht Standaard Toegankelijk (UST) vooral ook onder ervaringsdeskundigen te vragen wat de wensen en behoeften zijn? En om dit in een vaster gremium te doen in plaats van ad hoc willekeurige senioren hiernaar te vragen? Welke rol zou het wijkbureau hierin kunnen spelen? 18) Welk moment zouden we volgens het college nog beter kunnen aangrijpen bij nieuwbouw om deze vormen van participatie te versterken? Is dit bijvoorbeeld bij het startdocument wanneer er onderzoeksvragen worden geformuleerd?

Gesteld door: •

Jantine Zwinkels, CDA Utrecht

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=291bd0e7-72de-4ba1-bc91-45fd3acfe648