CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2021 nr 235 over De rol van bewonerscoöperaties bij energieprojecten.pdf

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Beantwoording SV 2021, nr. 235 over De rol van bewonerscoöperaties bij energieprojecten4.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2021, NUMMER 235

Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

29 oktober 2021 College B&W H. Kraaij 030 - 28 61042 h.kraaij@utrecht.nl 9371766/211014HK Energie

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2021 nummer nr. 235 van raadsleden Schreuder (D66), Heijne (GroenLinks) en Zwinkels (CDA) over ‘de rol van bewonerscoöperaties bij energieprojecten’. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Reflectie op inleidende tekst In het Klimaatakkoord staat het streven dat nieuwe duurzame energieprojecten, bijvoorbeeld zon- en windenergieprojecten, voor 50% in eigendom zijn van de lokale omgeving (bewoners en bedrijven). Lokaal eigendom is een middel om meer draagvlak en acceptatie te verkrijgen. De doelstelling van het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom voor grootschalige duurzame energieprojecten omarmen we nu al en nemen we op in de uw raad toegezegde Energievisie. De concrete invulling van lokaal eigendom is maatwerk en een zoektocht die we graag samen met de Utrechtse coöperaties en direct omwonenden van energieprojecten aangaan. Als gemeente staan we achter het streven naar 50% lokaal eigendom, omdat daarmee drie doelen gediend worden: (1) bewoners kunnen financieel meeprofiteren van de opbrengsten van de energieproductie; (2) bewoners krijgen zeggenschap over (a) de vormgeving van de energieproductie en (b) beheer en exploitatie van de energieproductie; (3) een gevoel van eigenaarschap van de eigen energievoorziening.

De doelen kunnen ook op andere manieren bereikt worden, maar lokaal eigendom, meestal georganiseerd via bewonerscorporaties of energiecoöperaties, is een unieke manier om alle doelen in één middel te vangen. De in Utrecht actieve coöperaties zijn in eerste instantie gemotiveerd om duurzame energieprojecten van de grond te krijgen en steken daar vooral veel vrije tijd in. In tweede instantie willen coöperaties winst maken, die ze uit kunnen keren (1) aan de leden van de coöperatie en/of (2) ten gunste van (duurzaamheids)doelstellingen van de coöperatie, zoals bijvoorbeeld energieadvies en -maatregelen voor omwonenden. Het verschil met bedrijven zit hem niet in het streven naar winst, maar in de vorm van de winstuitkering. Bij de toepassing van lokaal eigendom in de praktijk lopen we tegen

uitdagingen aan. Bij eigendom horen namelijk niet alleen de lusten van duurzame energieproductie, maar ook het dragen van de lasten. In de beantwoording van de vragen komen al deze uitdagingen aan de orde. Vraag 1 Welke uitgangspunten hanteert de gemeente momenteel voor uitwerking van lokaal eigendom? Welke eisen worden en kunnen bijvoorbeeld gesteld worden aan afstand van mede-eigenaars tot het project? Antwoord 1 De gemeente neemt het streven naar 50% lokaal eigendom mee in alle lopende projecten of die gaan starten. In tenderprocedures voor het verdelen van gemeentelijke grondposities of de schaarse rechten (zoals bijvoorbeeld de netaansluitingscapaciteit), wordt als eis gesteld dat minimaal 50% lokaal eigendom wordt aangeboden aan omwonenden. Voor projecten die ontwikkeld worden op private grond kunnen wij dit niet privaatrechtelijk afdwingen. In die gevallen stimuleren we initiatiefnemers om invulling te geven aan 50% lokaal eigendom, door in gesprek te gaan en de initiatiefnemers in contact te brengen met de lokale coöperaties. De achterban van deze coöperaties bepaalt de afstand van de mede-eigenaars tot een project. Uitwerking van het lokale eigendom kan op verschillende manieren. In de lopende projecten hebben we daar op verschillende manieren sturing aan gegeven (zie huidige praktijk). Huidige praktijk • Voor zon op dak-projecten sturen we beperkt op lokaal eigendom.

Deze projecten zijn namelijk vaak te klein om de kosten te kunnen dragen van overleg over en onderzoek naar financieeljuridische contractering van verdeling van eigendom. In veel gevallen is er vanzelfsprekend sprake van lokaal eigendom door de dakeigenaar, met name bij de kleinschalige projecten. Ook bij grootschalige projecten is vaak sprake van gevoel van eigenaarschap en financieel meeprofiteren door de dakeigenaar. Wij ondersteunen met onze subsidieregeling voor collectieve projecten buurtstroomprojecten van Energie-U, die hieraan toevoegen dat ook bewoners eigenaar kunnen worden van zonnepanelen op grote daken van zakelijk en maatschappelijk vastgoed. • Bij Meijewetering hebben we 100% lokaal eigendom gegund aan Energie-U. Daaraan hebben we verder geen eisen verbonden. Energie-U heeft er vervolgens voor gekozen om één derde van het eigendom te gunnen aan Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Reden hiervoor was dat HDSR voor het project waardevolle zaken levert: voorbereidingskosten, advieskracht, verzekeringen en de beschikbaarheid van een aansluiting op het elektriciteitsnet. Daarbij is HDSR een betrouwbare partner gebleken in het overleg met de eigenaren van de kabels en leidingen onder het zonneveld. Zonder HDSR was Energie-U waarschijnlijk voor onoplosbare problemen komen te staan.

• In het uitnodigingskader voor energielandschap Rijnenburg en Reijerscop is opgenomen dat bij voldoende interesse 50% van het eigendom (in de vorm van aandelen) beschikbaar gesteld moet worden aan inwoners van de gemeenten Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort en Woerden. Zie bijlage voor de relevante passage over lokaal eigendom in het uitnodigingskader. Rijne Energie, de coöperatie die onderdeel is van het consortium dat gewonnen heeft, is hiervoor verantwoordelijk. • In de tender voor het zonneveld op de geluidswal A12 bij Veldhuizen is een plan van aanpak gevraagd. Hierin dient te worden omschreven hoe de inschrijver de bewoners gaat betrekken bij het bieden van de mogelijkheid om mee te profiteren van de opbrengst van de zonnepanelen, door minimaal 50% lokaal eigendom of minimaal 50% lokale financiering. De vorm van de financiële participatie en de geografische afbakening is in deze tender vrijgelaten omdat we op voorhand niet wisten of er in de directe omgeving voldoende interesse is voor lokaal eigendom en

2

•

ook niet welke vorm van financiële participatie gewenst wordt door de omwonenden. De projectontwikkelaar (Sunrock) gaat dit in overleg met de omwonenden verder concretiseren. In Ockhuizen (particuliere grondposities) hebben we ervoor gekozen om de initiatiefnemende grondeigenaren aan te bevelen om zelf lokaal eigendom te organiseren. Dit heeft geresulteerd in de selectie van een ontwikkelaar door de grondeigenaren die lokaal eigendom als uitgangspunt hanteert (Windunie). Inmiddels zijn coöperatie Haarse Zon en de direct omwonenden betrokken bij de eerste bespreking over de toekomstige inrichting van het gebied Ockhuizen, met mogelijk ook ruimte voor een zonneveld.

Wat hebben we geleerd? • Het invullen van de vorm van het lokaal eigendom hoort bij de door bewoners gewenste zeggenschap. Het is vooral belangrijk om als gemeente te zorgen voor een eventwichtige machtsverdeling tussen ontwikkelaar en coöperaties, zodat ze in onderling overleg kunnen komen tot gewenste afspraken. Hierbij vertegenwoordigen de coöperaties de stem van de bewoners die graag bij willen dragen aan duurzame energie in hun buurt. Vraag 2 D66, GroenLinks en CDA vinden het van belang dat lokaal eigendom verder gaat dan financiële participatie en dat bewoners ook zeggenschap en eigenaarschap hebben. Is het college dit met ons eens en hoe wordt hier invulling aan gegeven? Antwoord 2 Dat zijn wij met u eens. Wij zien lokaal eigendom nadrukkelijk als méér dan alleen financiële participatie. Doelen van lokaal eigendom zijn, zoals eerder aangegeven, (1) financieel meeprofiteren, (2) zeggenschap over de vormgeving, beheer en exploitatie en (3) een gevoel van eigenaarschap. In de lopende projecten hebben we op een verschillende manier ruimte geboden voor de invulling van zeggenschap en eigenaarschap (zie huidige praktijk). Afgezien van de buurtstroomprojecten voor zon op dak hebben we in Utrecht nog geen ervaring met projecten die het financieel meeprofiteren al helemaal hebben uitgewerkt.

Huidige praktijk • Meijewetering is geïnitieerd en ontwikkeld door Energie-U, die op diverse momenten afstemming met de achterban houdt. Voor het project richt Energie-U waarschijnlijk een aparte coöperatie op. De leden van deze projectspecifieke coöperatie worden gezamenlijk de eigenaar van het project. Deze leden/eigenaren krijgen zeggenschap over de exploitatie en het beheer van het project. De ruimte voor zeggenschap over het ontwerp was gering, omdat het een klein project is met veel ruimtelijke beperkingen door de kabels en leidingen onder het perceel. Door het late moment van instappen lag het ontwikkelrisico bij de stadsbrede energiecoöperatie Energie-U en niet bij de leden van de projectspecifieke coöperatie. Energie-U heeft deze risico’s voor zichzelf weten te beperken door veel vrijwilligerswerk, subsidies van de gemeente en de Rabobank en hulp van HDSR. • De leden van Rijne Energie hebben zeggenschap over de vormgeving en ontwikkeling van het project via ledenvergaderingen die regelmatig plaatsvinden. Vormgeving van het financieel meeprofiteren is recent gestart. Onder de bijna 500 leden wordt nu een bedrag opgehaald van 100.000 euro om de milieueffectrapportage te kunnen betalen en leden praten mee over de opzet van de milieueffectrapportage.

Als het project gerealiseerd wordt, krijgen deze leden hun inleg met 50% toeslag terug in de vorm van aandelen in het energielandschap. Als het project niet doorgaat zijn ze hun geld kwijt. • Voor de geluidswal A12 is de ruimte voor zeggenschap over de inrichting van het zonneveld minimaal, omdat die sterk bepaald werd door de technische complexiteit van de montage van zonnepanelen op de geluidswal. Op dit moment wordt het lokaal eigendom verder vormgegeven. 3

•

•

De geselecteerde ontwikkelaar (Sunrock) heeft eerst (1) een enquête uitgevoerd naar de interesse voor lokaal eigendom, vervolgens (2) een inloopavond georganiseerd om vragen te beantwoorden over de vergunning en lokaal eigendom en gaat binnenkort (3) in overleg met geïnteresseerde omwonenden en coöperaties over de manier waarop lokaal eigendom het beste vormgegeven kan worden. Voor de Haarrijnseplas zijn we al enkele maanden in overleg met de lokale coöperatie Haarse Zon en de stadsbrede coöperatie Energie-U over de wijze waarop we het beste invulling kunnen geven aan het lokale eigendom. Recent is daar een groep geïnteresseerde bewoners aan toegevoegd die zich hiervoor aangemeld hebben na een eerste bewonersbijeenkomst. Samen vormen deze partijen een bewonerscollectief met wie we gaan bespreken hoe we de tender vorm gaan geven voor het selecteren van een ontwikkelaar voor zonne-eilanden op de Haarrijnseplas en hoe we het lokaal eigendom hierin verankeren. In Ockhuizen zal het lokaal eigendom gebaseerd worden op nog te maken afspraken tussen de grondeigenaren, ontwikkelaars Windunie en de lokale coöperatie Haarse Zon. Wij zijn niet voornemens hierop inhoudelijk te sturen, omdat de intentie van genoemde partijen is om er samen uit te komen.

Wat hebben we geleerd? • Betrokkenheid van omwonenden, in welke vorm dan ook, leidt tot een groter draagvlak voor duurzame energieprojecten en mensen die trots zijn op wat ze doen en anderen om zich heen kunnen inspireren ook een bijdrage te leveren aan de energietransitie. • Utrechtse inwoners zijn verdeeld over hun voorkeuren voor zeggenschap, financiële participatie en de behoefte aan eigenaarschap. Uit een groep van 269 Utrechtse inwoners (niet representatieve steekproef in de enquête van Sunrock) bleek 30% geïnteresseerd in eigendom; 40% heeft de voorkeur voor een lager rendement zonder de risico’s die met eigendom gepaard gaan. • We weten nog niet goed hoe groot de bereidheid is van Utrechtse bewoners en bedrijven om in energieprojecten te investeren in een zeer risicovolle fase. Wij kijken dan ook met belangstelling uit naar de resultaten van de crowdfunding door Rijne Energie. • Ook binnen het lokaal eigendom door coöperaties kunnen aan bewoners en bedrijven verschillende arrangementen aangeboden worden voor bijvoorbeeld aandeelhouderschap met een groter risico en financiering met een kleiner risico. Vraag 3 Naast zeggenschap en financiële participatie zijn er ook mogelijkheden om bijvoorbeeld te werken met omgevingsfondsen zodat de winst ook echt terugvloeit naar de gemeenschap.

Hoe wordt hier invulling aan gegeven? Is een omgevingsfonds een van de voorwaarden? Antwoord 3 De zonneveldontwikkelingen in Utrecht zijn relatief klein en de winstmarges zijn soms smal en altijd onzeker. Daarom zijn we voorzichtig om omgevingsfondsen te verplichten voor zonnevelden. Coöperaties en marktpartijen zijn natuurlijk wel vrij om dit zelf in te richten, als daar behoefte aan is en financiële ruimte voor is. Voor het energielandschap hebben we een omgevingsfonds wel verplicht gesteld als er sprake is van realisatie van windmolens. Bij de inrichting van de SDE-subsidie voor windmolens is namelijk wel ruimte ingebouwd voor omgevingsfondsen. De inrichting van een omgevingsfonds brengt uitdagingen met zich mee. Wie beslist over de besteding van het fonds en wat doen we als de omwonenden het daarover niet eens worden? Op dit moment leggen we de verantwoordelijkheid voor inrichting en besteding van omgevingsfondsen neer bij de coöperaties die dat in overleg met hun achterban en/of de omgeving vormgeven. We weten dat coöperaties ook nadenken over de mogelijkheid om omgevingsfondsen te gebruiken voor energieadvies en maatregelen voor mensen die geen geld hebben om zelf te investeren in een energieproject. 4

Vraag 4 Welke juridische kaders (bijvoorbeeld de Wet Markt en Overheid) bepalen de ruimte die de gemeente heeft om bewonerscoöperaties een plek te geven bij energieprojecten? Antwoord 4 Uit het juridisch advies over het energielandschap blijkt dat er geen bestuursrechtelijke mogelijkheden zijn om het lokaal eigendom af te dwingen, maar er is ook geen belemmering om privaatrechtelijke afspraken over lokaal eigendom te maken. Een voorbeeld hiervan is het gunnen van lokaal eigendom aan coöperaties bij tenders door de gemeente. In ons selectiebeleid voor gronduitgifte is deze optie nu ook expliciet opgenomen. Waar we wel op moeten letten is dat deelname aan het lokale eigendom inclusief is: iedereen (binnen een bepaald gebied) moet mee kunnen doen als hij/zij dat wil. Door deze inclusiviteit voorkomen we dat er concurrentie ontstaat tussen coöperaties. Vraag 5 Daarnaast vragen we ons ook af hoe solide de eis van lokaal eigendom nu doorwerkt.

Als een energieproject technisch de 50% lokaal eigendom geregeld heeft aan de voorkant, heeft het gevolgen als in de praktijk te weinig verkoop gerealiseerd wordt en het lokale eigendom bij realisatie (ver) onder de 50% blijft? Heeft dit gevolgen voor de uitvoerende partij van het energieproject? Antwoord 5 In het klimaatakkoord is opgenomen dat “gestreefd” wordt naar 50% lokaal eigendom en in tenders hebben we dat vertaald naar een eis dat minimaal 50% lokaal eigendom aangeboden moet worden. Immers: we kunnen bewoners en lokale bedrijven niet dwingen om eigendom te nemen. Of het bod voor lokaal eigendom wordt geaccepteerd, hangt af van de aantrekkelijkheid van dit bod en de bijbehorende risico’s. De huidige praktijk • Bij Meijewetering was lokaal eigendom door bedrijven ook een doelstelling vanwege het nabijgelegen bedrijventerrein. Als onderdeel van het invullen van dit doel heeft HDSR een deel van het eigendom overgenomen van Energie-U en in ruil daarvoor een aantal kosten en risico’s voor haar rekening genomen. • De afspraak tussen de vier ontwikkelende partijen in energielandschap Rijnenburg en Reijerscop is dat het eigendom met alle bijbehorende lusten en lasten gelijk verdeeld worden: 50% voor Rijne Energie en De Windvogel (gezamenlijke BV), 25% voor Eneco en 25% voor BHM Solar.

• Voor de geluidswal A12 hebben we alleen het aanbieden van minimaal 50% lokaal eigendom of 50% lokale financiering als eis gesteld en moeten de afspraken tussen ontwikkelaar en bewoners nog tot stand komen. Als het niet lukt om tot goede afspraken te komen tussen Sunrock en de bewoners(coöperaties) over lokaal eigendom of lokale financiering, dan kan dat reden zijn voor de gemeente om de opstalovereenkomst met Sunrock te heroverwegen. Wat hebben we geleerd? • Het is verstandig om bij alle projecten voor grootschalige duurzame energie met een verantwoord risicoprofiel de in het betreffende gebied opererende coöperatie(s) meteen bij het begin te betrekken en met hen het gesprek aan te gaan over de gewenste vorm van lokaal eigendom en hun rol bij (proces)participatie van omwonenden. • Het geeft helderheid aan alle partijen als minimaal 50% lokaal eigendom het uitgangspunt is voor verdere planontwikkeling en dit af te dwingen (als mogelijk) en te stimuleren (als nodig). • Door in overleg met de bewoners(coöperaties) een goed moment te kiezen voor de inwerkingtreding van het lokale eigendom, kan gestuurd worden op de risicoverdeling tussen marktpartijen en omwonenden.

5

Vraag 6 Hoe wordt de soliditeit van lokaal eigendom in de invulling van tenders en andere selectietrajecten beoordeeld? Welke mogelijkheden heeft het college hiervoor reeds gebruikt en op het oog voor volgende projecten? Antwoord 6 De huidige praktijk is dat de Utrechtse coöperaties het kapitaal vergaren, op het moment dat het nodig is. Hiervoor wordt een beroep gedaan op leden en op dat moment beschikbare subsidies en leningen. Dit geldt voor de meeste coöperaties in Nederland en daarom heeft het Rijk het Ontwikkelfonds in het leven geroepen. Provincie Utrecht is één van de provincies die dit Ontwikkelfonds heeft aangevuld en waardoor het beschikbaar is voor Utrechtse coöperaties. Op deze manier kunnen coöperaties, naast crowdfundingcampagnes, samenwerkingen met andere (landelijke) coöperaties of marktpartijen en persoonlijke leningen/investeringen, aan voldoende financiële middelen komen om de financiering van het project rond te krijgen. Van tevoren staat de financiering van coöperatie niet vast en daarom zorgen we er in tenders voor dat er geen onverantwoorde risico’s bij de coöperaties komen te liggen, in plaats van dat we de soliditeit van de coöperaties beoordelen. Vraag 7 Bewonerscoöperaties hebben nu moeten optrekken met marktpartijen bij aanbestedingen.

Is het denkbaar om de invulling van lokaal eigendom los te trekken van de tender of andere selectieprocedure van het energieproject? Antwoord 7 Dat is goed denkbaar en ook wenselijk. Bij de tender van de Geluidswal A12 was het onze bedoeling om een ontwikkelaar te tenderen die we daarna zouden koppelen aan een coöperatie. Tot onze verrassing brachten drie van de acht aanbieders een eigen coöperatie mee, waarvan één van buiten de gemeente Utrecht. Gelukkig heeft de winnende ontwikkelaar als doel (en ook als verplichting) om direct omwonenden financiële participatie aan te bieden. Als dat betekent dat er een rol is weggelegd voor een lokale coöperatie, dan staan ze daarvoor open. Op basis daarvan hebben al enkele gesprekken met Energie-U plaatsgevonden. Wat ons betreft gaat het niet om het gunnen van posities aan bepaalde coöperaties, maar om het verankeren van lokaal eigendom voor (bij voorkeur direct) omwonenden. Een coöperatie is een middel om dat doel te bereiken. In de aanstaande tender voor de Haarrijnseplas willen we op voorhand duidelijker maken dat we alleen een ontwikkelaar tenderen en dat die vervolgens tot overeenstemming moet komen met een lokaal bewonerscollectief. Dit bewonerscollectief is inclusief en zal bestaan uit (leden van) de coöperaties Haarse Zon en Energie-U, aangevuld met geïnteresseerde omwonenden die (nog) niet aangesloten zijn bij deze coöperaties.

Op deze manier combineren we de ervaring van energiecoöperaties met dergelijke projecten en de betrokkenheid van direct omwonenden van het project. Vraag 8 Welke rol ziet het college voor zichzelf om bewonerscoöperaties te ondersteunen in hun initiatief, bv door te helpen participatie op te zetten of een verkenning te starten? Heeft en neemt het college daarbij ook een verantwoordelijkheid om te informeren over (investerings-)risico’s van deze projecten? Antwoord 8 De provincie heeft een regeling gepubliceerd om coöperaties te ondersteunen bij de projectontwikkeling, het Ontwikkelfonds (zie antwoord 6). Coöperaties kunnen een lening krijgen voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek. Deze lening hoeft alleen terugbetaald te worden als het project doorgaat. Er moet dan wel een risicopremie betaald worden. Daarnaast heeft de provincie een fonds om coöperaties te ondersteunen bij het opstarten, professionaliseren en groeien. Wij vinden dit passende instrumenten voor dit moment, ook al worden coöperaties hiermee niet volledig ontzorgd. Deel van lokaal eigendom is namelijk ook (maatschappelijk) ondernemerschap.

6

Onze eigen subsidieregeling voor collectieve projecten is beter geschikt voor zon op dak-projecten met een minder groot risico. Deze subsidie wordt namelijk vastgesteld op basis van de gerealiseerde hoeveelheid zonnepanelen en wordt dus niet uitgekeerd als een project niet doorgaat. Energiecoöperaties (in wording) kunnen onder voorwaarden subsidie aanvragen voor buurgerichte activiteiten, zoals bijvoorbeeld het opstellen en uitvoeren van een communicatie- en participatieplan. Dit is vooral kansrijk in de beginfase van een ontwikkeling waarin nog geen sprake is van commerciële activiteiten. Lokale energiecoöperaties kunnen daarnaast professionals inhuren bij de provinciebrede koepelcoöperatie Energie van Utrecht In de huidige situatie moeten initiatiefnemende bewoners hoe dan ook flink wat tijd en moeite investeren om een energieproject van de grond te krijgen, waarbij ze ondersteund worden door professionals die betaald worden door het Ontwikkelfonds en andere subsidies. Vergoeding van eigen uren is slechts zeer beperkt mogelijk. Wij zien er op toe dat de inzet van vrijwilligers binnen de perken blijft, door op elk moment van de projectontwikkeling contact te houden met de betrokken bewoners(coöperaties) en afspraken te maken over de rolverdeling tussen bewoners en de gemeente.

Vraag 9 Hoe borgt de gemeente de dat iedereen financieel kan participeren in het lokale eigendom door lage financiële drempels? Antwoord 9 Het liefst zien we dat iedereen, met een grote of kleine beurs, kan profiteren van de komst van een duurzaam energieproject. Dat is ook vastgelegd in het Uitnodigingskader voor het Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop (zie bijlage hieronder). Iedereen kan bijvoorbeeld voor 10 tot 25 euro per jaar lid worden van een coöperatie. Daarmee wordt zeggenschap verkregen op de ledenvergadering van de betreffende coöperatie en een gevoel van eigenaarschap gecreëerd. Bij Rijne Energie is het mogelijk om gratis lid te worden als het lidmaatschap van 10 euro te veel is. De essentie van financiële participatie via een energiecoöperatie is dat iemand geld inlegt en daarvoor een rendement ontvangt. Er worden weliswaar ook kleine participaties aangeboden, maar die leveren ook navenant minder op. Wij zien nu dat coöperaties in Utrecht naast deze vorm van financiële participatie, samen met experts in het land, ideeën ontwikkelen om omgevingsfondsen te gebruiken voor het betalen van energiemaatregelen of energieadvies voor mensen die geen geld hebben om zelf te investeren. Wij willen samen met de coöperaties deze opties verder uitwerken.

In het initiatiefvoorstel van Rijne Energie voor energielandschap Reijnenburg en Reijerscop zijn hiervoor al concrete ideeën opgenomen, waarover uiteindelijk door de leden van Rijne Energie besloten wordt.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

7

BIJLAGE: lokaal eigendom, zoals opgenomen in het uitnodigingskader voor energielandschap Rijnenburg en Reijerscop.

8

Schriftelijke vragen de rol van bewonerscoöperaties bij energieprojecten 18 september 2021 Vragen: Het principe van lokaal eigendom bij energieprojecten wordt door een meerderheid van deze raad als belangrijk uitgangspunt gezien en is inmiddels veelvuldig uitgesproken door raad en college in Utrecht. De gemeente doet nu ook de eerste ervaringen op met de uitwerking van lokaal eigendom, hierbij komen knelpunten naar boven. Bij de evaluatie van de proces rondom zonneveld Meijewetering kwam enige complexiteit naar boven, bij het realiseren van buurtstroomprojecten lopen coöperaties tegen hindernissen aan en bij de recente raadsinformatiebijeenkomst over de Regionale Energiestrategie merkte een vertegenwoordiger van een bewonerscoöperatie op dat de gemeente hen lijkt te behandelen als marktpartij. Waarbij de uitwerking van lokaal eigendom in een tender bijvoorbeeld slechts weinig punten opleverde. D66, Groenlinks en CDA willen graag meer inzicht in de geleerde lessen uit de eerste projecten en hoe de gemeente op basis van deze ervaringen de werkwijze verder uitwerkt. Hierbij nemen we als uitgangspunt dat bewonerscoöperaties als non-profits opereren. Wij hebben de volgende vragen: 1. Welke uitgangspunten hanteert de gemeente momenteel voor uitwerking van lokaal eigendom? Welke eisen worden en kunnen bijvoorbeeld gesteld worden aan afstand van mede-eigenaars tot het project? 2.

D66, GroenLinks en CDA vinden het van belang dat lokaal eigendom verder gaat dan financiële participatie en dat bewoners ook zeggenschap en eigenaarschap hebben. Is het college dit met ons eens en hoe wordt hier invulling aan gegeven? 3. Naast zeggenschap en financiële participatie zijn er ook mogelijkheden om bijvoorbeeld te werken met omgevingsfondsen zodat de winst ook echt terugvloeit naar de gemeenschap. Hoe wordt hier invulling aan gegeven? Is een omgevingsfonds een van de voorwaarden? 4. Welke juridische kaders (bijvoorbeeld de Wet Markt en Overheid) bepalen de ruimte die de gemeente heeft om bewonerscoöperaties een plek te geven bij energieprojecten? 5. Daarnaast vragen we ons ook af hoe solide de eis van lokaal eigendom nu doorwerkt. Als een energieproject technisch de 50% lokaal eigendom geregeld heeft aan de voorkant, heeft het gevolgen als in de praktijk te weinig verkoop gerealiseerd wordt en het lokale eigendom bij realisatie (ver) onder de 50% blijft? Heeft dit gevolgen voor de uitvoerende partij van het energieproject?

9

6. 7.

8.

9.

Hoe wordt de soliditeit van lokaal eigendom in de invulling van tenders en andere selectietrajecten beoordeeld? Welke mogelijkheden heeft het college hiervoor reeds gebruikt en op het oog voor volgende projecten? Bewonerscoöperaties hebben nu moeten optrekken met marktpartijen bij aanbestedingen. Is het denkbaar om de invulling van lokaal eigendom los te trekken van de tender of andere selectieprocedure van het energieproject? Welke rol ziet het college voor zichzelf om bewonerscoöperaties te ondersteunen in hun initiatief, bv door te helpen participatie op te zetten of een verkenning te starten? Heeft en neemt het college daarbij ook een verantwoordelijkheid om te informeren over (investerings-)risico’s van deze projecten? Hoe borgt de gemeente de dat iedereen financieel kan participeren in het lokale eigendom door lage financiële drempels?

Gesteld door: • Jelmer Schreuder, D66 • Rachel Heijne, Groenlinks • Jantine Zwinkels, CDA

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ae25ea4b-c3ea-4ec2-b359-1547f386d173