Beantwoording SV2021 nr 196 over Meedenken bij of tegenhouden van initiatieven.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2021, NUMMER 196
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
20 september 2021 College B&W L. Roxs 14030 l.roxs@utrecht.nl 9228698 Economische Zaken
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2021 nummer 196 van raadsleden Wijmenga (CU) en Gilissen (VVD) van 11 augustus 2021 over ‘Meedenken bij of tegenhouden van initiatieven?’. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Kan het college aangeven waarom dit initiatief aan de Gageldijk niet past binnen profiel 12 van het Horecakader? Antwoord 1 In profiel 12 van het Ontwikkelingskader Horeca ‘Bijzondere horeca op bijzondere locaties’ staan voorwaarden opgenomen: Aan spraakmakende horeca werken we mee, als naast de reguliere toetsingscriteria, tenminste de volgende criteria van toepassing zijn: Bijzondere locatie, meer dan enkel een monumentaal pand: bijvoorbeeld watertorens, bij forten, bij sluizen, bij de Hollandse Waterlinie, bijzondere of unieke (historische of architectonische) panden; bij historische vindplaatsen en buitenplaatsen, geschikte parklocaties. Bijzondere, vernieuwende horecaconcepten, niet gelieerd aan ketens, maar bijvoorbeeld wel aan innovatieve combinaties met andere functies. Eigenlijk niet in traditionele horecacategorieën te vatten en passend in de directe omgeving. Aan beide voorwaarden wordt niet voldaan. De locatie is niet bijzonder zoals bedoeld en omschreven. Ook is het serveren van poffertjes niet bijzonder, vernieuwend of innovatief.
Het gaat overigens om een horecagelegenheid waar 100 gasten binnen plaats kunnen nemen en een even groot aantal buiten. Vraag 2 In de Ruimtelijke visie voor Overvecht uit 2005 wordt niet gesproken over horeca. Wordt hier in de aankomende update wel op ingegaan? In hoeverre gaat in deze update ook (extra) ruimte komen voor horeca in de wijk Overvecht, bijvoorbeeld in of bij het Noorderpark? Kan dit initiatief in dat kader niet al gefaciliteerd worden?
Antwoord 2 De aankomende update waarop gedoeld wordt is het Omgevingsprogramma Overvecht, waarin de opgaven van het bestaand beleid worden vertaald naar ruimtelijke maatregelen. Het Noorderpark maakt geen onderdeel uit van het Omgevingsprogramma. Nieuwe horeca-initiatieven in Overvecht worden altijd getoetst aan het bestaande beleid dat is vastgelegd in het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018.
Vraag 3 Waarom heeft de gemeente als argument voor de afwijzende reactie op de indicatieaanvraag ook opgenomen dat een poffertjeskraam ongewenst zou zijn in Overvecht, omdat dit ongezond voedsel zou zijn? Wordt dit argument ook elders in de gemeente ingezet? Hoe verhoudt dit argument zich tot de ambitie van Utrecht om erfgoed, zoals een monumentale poffertjeskraam, te behouden? Hoe is dat meegewogen in de reactie op de indicatieaanvraag? Antwoord 3 In de reactie op de indicatie-aanvraag is aangegeven dat de poffertjeskraam niet binnen de geldende bestemming past en het Ontwikkelkader Horeca Utrecht deze zelfstandige horeca op deze locatie niet mogelijk maakt. Daarnaast zijn ook andere overwegingen op het gebied van gezond stedelijk leven (ongezond voedsel) benoemd. Echter is ongezond voedsel geen juridische reden tot afwijzing van een vergunningsaanvraag. Het is wel opgenomen in de reactie op de indicatie-aanvraag, omdat we wel graag het gesprek aangaan over en aandacht hebben voor een divers voedselaanbod in de (hele) stad. Vraag 4 Hoe beoordeelt het college de afwijzende reactie op de indicatieaanvraag in het licht van de werkwijze die met de Omgevingswet van gemeenten gevraagd gaat worden en die Utrecht al hanteert vooruitlopend op de inwerkingtreding van die wet? (“Ja, mits…” i.p.v.
“Nee, tenzij…”) Antwoord 4 De Omgevingswet daagt de gemeenten uit om beleid en regels zo te verwoorden dat duidelijk is welke initiatieven passen (“Ja…”) en zo nodig de condities beschrijven waaraan het initiatief moet voldoen (“, mits…). De uitvoering van het beleid en de regels via een vergunningstelsel vraagt om een toets of het initiatief wel of niet past. Een afwijzende reactie op een aanvraag die naar het oordeel van de gemeente niet past is, ook bezien in de cultuurverandering die de Omgevingswet wil bewerkstelligen, niet in strijd met de doelstellingen van de wet. Vraag 5 Ziet het college nog andere mogelijkheden om samen met deze ondernemer een geschikte plek voor de monumentale kraam te vinden, nu de wethouder volgens het artikel “zich enthousiast toonde over het plan”? Welke acties gaat het college samen met de ondernemer starten? Antwoord 5 Wij zien op dit moment geen geschikte plek zie voor dit initiatief. Zodra de initiatiefnemer met een nieuw voorstel komt dan zullen we deze beoordelen volgens de hiervoor geldende regels en richtlijnen. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester, 2
3
Schriftelijke vragen : Meedenken bij of tegenhouden van initiatieven? 11 augustus 2021
Gesteld door:
Jan Wijmenga, ChristenUnie Dimitri Gilissen, VVD
Op 10 augustus verscheen in de NRC een artikel1 over een ondernemer aan de Gageldijk die in discussie is met de gemeente over de plaatsing van een poffertjeskraam op zijn terrein. De afgelopen jaren heb ik regelmatig met hem gesproken over de ideeën die hij heeft om mensen met een zorgvraag te begeleiden, om wat voor de wijk te betekenen, het Noordse park aantrekkelijker te maken voor recreanten en over de correspondentie die hij daarover met de gemeente heeft. De gemeenteraad heeft in het in 2018 vastgestelde Horecakader ervoor gekozen ondersteunende horeca bij andere bestemmingen gemakkelijker te maken (‘mengvormen’), ruimte te bieden aan nieuwe horeca met name in de wijken buiten de Binnenstad en in het bijzonder ‘bijzondere horeca op bijzondere locaties’ (profiel 12 in het Horecakader). 1. Kan het college aangeven waarom dit initiatief aan de Gageldijk niet past binnen profiel 12 van het Horecakader? 2. In de Ruimtelijke visie voor Overvecht uit 2005 wordt niet gesproken over horeca. Wordt hier in de aankomende update wel op ingegaan? In hoeverre gaat in deze update ook (extra) ruimte komen voor horeca in de wijk Overvecht, bijvoorbeeld in of bij het Noorderpark? Kan dit initiatief in dat kader niet al gefaciliteerd worden? 3.
Waarom heeft de gemeente als argument voor de afwijzende reactie op de indicatieaanvraag ook opgenomen dat een poffertjeskraam ongewenst zou zijn in Overvecht, omdat dit ongezond voedsel zou zijn? Wordt dit argument ook elders in de gemeente ingezet? Hoe verhoudt dit argument zich tot de ambitie van Utrecht om erfgoed, zoals een monumentale poffertjeskraam, te behouden? Hoe is dat meegewogen in de reactie op de indicatieaanvraag? 4. Hoe beoordeelt het college de afwijzende reactie op de indicatieaanvraag in het licht van de werkwijze die met de Omgevingswet van gemeenten gevraagd gaat worden en die Utrecht al hanteert vooruitlopend op de inwerkingtreding van die wet? (“Ja, mits…” i.p.v. “Nee, tenzij…”) 5. Ziet het college nog andere mogelijkheden om samen met deze ondernemer een geschikte plek voor de monumentale kraam te vinden, nu de wethouder volgens het artikel “zich enthousiast toonde over het plan”? Welke acties gaat het college samen met de ondernemer starten?
1
https://www.nrc.nl/nieuws/2021/08/10/kinderen-in-overvecht-te-dik-dus-mag-er-geen-poffertjeskraam-komen-a4054311
4