Beantwoording SV2021 nr 169 over Evaluatie verkiezingen 2021.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2021, NUMMER 169
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
21 september 2021 College B&W J. ter Mors 030 - 28 60721 J.ter.mors@utrecht.nl 9220032 Burgerzaken
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2021 nummer 169 van raadsleden Wijmenga (CU) en van Deún (PVV) van 2 juli 2021 over Evaluatie verkiezingen 2021. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 - Toegankelijkheid In de evaluatie is aangegeven dat 92% van de stembureaus toegankelijk was voor mensen met een beperking. Dit is in lijn met de aankondiging die het college al in november 2020 deed, dat ongeveer 9% van de stembureaus niet toegankelijk te maken was. Gaan er in de aanloop naar de verkiezingen van 2022 nog nadere acties worden ingezet om alle stembureaus toegankelijk te maken? Zo ja, welke? Antwoord 1 We doen ons uiterste best om te zorgen voor zoveel mogelijk rolstoeltoegankelijke stembureaus. Of een locatie toegankelijk is wordt bepaald aan de hand van een door het ministerie van BZK voorgeschreven checklist. Als een locatie op één van de punten van de checklist niet voldoet en dit kan niet opgelost worden met een tijdelijke voorziening, wordt de locatie als niet toegankelijk aangemerkt. Dit kan dus betekenen dat een locatie verder goed toegankelijk is, behalve op één punt. Naast de door het ministerie gehanteerde checklist voor rolstoeltoegankelijkheid, bekijken wij in veel bredere zin hoe de gemeenteraadsverkiezing zo toegankelijk mogelijk gemaakt kan worden.
Bij de komende verkiezingen wordt een stembureau gerealiseerd waar kiezers met een visuele beperking zelfstandig kunnen stemmen en er wordt op één locatie (ook) gecommuniceerd in de Nederlandse gebarentaal. Met de diverse belangenverenigingen en inhouds- en ervaringsdeskundigen wordt in de aanloop naar volgende verkiezingen nauw contact onderhouden over mogelijkheden om het stemproces voor iedereen nog verder toegankelijk te maken. Een uitgangspunt bij de selectie van stembureaus is, naast de toegankelijkheid, dat er voor iedere inwoner een stembureau dicht bij huis is. Deze gewenste dichtheid van stembureaus leidt er toe dat er op enkele plekken in de stad géén locatie is die aan alle toegankelijkheidseisen voldoet. Om toch de
juiste spreiding van bureaus te hebben zullen we in die gevallen een niet/minder toegankelijk stemlokaal inzetten. Vraag 2 - Bemensing stembureaus In de evaluatie is te lezen dat er tot vlak voor de verkiezingen onduidelijkheid was over rollen van vrijwilligers. Hoe kan gezorgd worden dat bij aankomende verkiezingen eerder helderheid is over de rollen en deze tijdig worden toebedeeld aan geschikte vrijwilligers? Antwoord 2 De afgelopen Tweede Kamerverkiezingen werden gekenmerkt door wisselende randvoorwaarden en daarmee samenhangende nieuwe vereisten, tot zeer kort voor de verkiezingsdagen zelf. In het verlengde van de coronamaatregelen werden extra mogelijkheden gecreëerd als early voting, briefstemmen, extra volmachten etc. Deze aanpassingen aan het (standaard)verkiezingsproces en met name de uitwerkingen ervan kwamen in gefragmenteerde stukken beschikbaar, láter dan wat vanuit het tempo van de operationele voorbereidingen wenselijk was. Pas toen de laatste (landelijke) aanpassingen aan het verkiezingsproces duidelijk waren geworden, konden we de definitief functies en hoeveelheden, tijdstippen etc. ‘aanbieden’ en toedelen aan de vrijwilligers. Voor de Centrale Stemopneming (CSO) kwam daarbij dat wij door een gebrek aan ervaring pas laat het beeld van de benodigde inzet compleet hadden.
De huidige verwachting is dat de aankomende verkiezingen grotendeels ‘regulier’ zullen zijn (wellicht afgezien van de 1,5-meter norm) en daarmee de benodigde inzet van vrijwilligers meer regulier zal zijn en daarmee tijdiger gecommuniceerd kan worden. Vraag 3 Op meerdere stembureaus maakten mensen lange dagen, met name als er geteld moest worden bij de CSO (zie ook vraag 6). Is het college voornemens om bij volgende verkiezingen er zorg voor te dragen dat op stembureaus ook de stembureauleden in meerdere shifts kunnen worden ingedeeld, zodat lange werkdagen (van soms 16-18 uur) voorkomen worden? Zo nee, waarom niet? Antwoord 3 Er zijn verschillende manieren om de werkdag voor de vrijwilligers te verkorten. Bij de aankomende verkiezing nemen wij verschillende maatregelen om dit te realiseren. Dit doen wij bijvoorbeeld door uw instemming te vragen voor deelname aan het experiment centrale stemopneming (CSO). Hierdoor wordt de dag voor de stembureauleden verkort doordat zij de op het stembureau uitgebrachte stemmen alleen op lijstniveau hoeven te tellen. Daarnaast wordt er een extra stembureaulid toegevoegd zodat er meer ruimte is om pauze te nemen gedurende dag en stemmen we het aantal kiesgerechtigden af op ongeveer 1200 per stembureau waardoor de stembureauleden sneller klaar zijn met het telproces en daarmee dus ook de duur van de dag wordt verkort.
Het werken in shifts heeft niet onze voorkeur. Dit komt doordat het ieder jaar een uitdaging is om voldoende stembureauleden te werven en dan met name voor de rol van (plaatsvervangend) voorzitter. Het werken in shifts betekent een verdubbeling van het aantal te werven stembureauleden. Het werven van tellers voor een CSO is wezenlijk minder lastig. Zij werken overdag op geplande tijden en een instructie op de CSO locatie is voldoende voor de tellers om aan de slag te kunnen gaan.
2
Vraag 4 - CSO Hoe kan het dat er in de evaluatie staat dat er altijd twee ploegen waren die elkaar afwisselden voor nieuwe tellers (‘betrouwbaar’, ‘strak’, fris’, ‘veilig’, ‘transparant’), terwijl wij signalen hebben ontvangen en ook zelf hebben waargenomen dat dit niet altijd het geval was? Er wordt gesproken over werkdagen van “13 uur maximaal” maar er zijn bij ons meerdere vrijwilligers bekend met werkdagen van 16-18 uur. Hoe verklaart het college dat verschil? Antwoord 4 Op de stembureaus is op 17 maart jl. alleen geteld op lijstniveau. Op 18 maart jl. is met frisse telteams aan de slag gegaan om de stemmen op kandidaatniveau te tellen. In onze evaluatie hebben we aangegeven dat de meeste telteams op 18 maart 10:00 à 11:00 uur hebben gewerkt. Een klein aantal teams heeft langer doorgewerkt tot maximaal 13:00 uur. Er waren bij de telteams geen verschillende shifts. Bij de CSO zijn er naast tellers ook veel andere ‘logistieke functies’ vervuld. Zo waren er o.a. runners die de stembussen heen en weer reden. Deze logistieke functies hebben vanwege de lichamelijke zware belasting wel in shifts gewerkt. Niettemin meldden zich voor deze logistieke functies ook vrijwilligers voor twee shifts. Deze vrijwilligers hebben een lange dag gemaakt. Vraag 5 Om de veiligheid van het verkiezingsproces te waarborgen moeten altijd meerdere personen bij de stembussen zijn.
Dat is een belangrijke waarborg. Wij hebben uit eigen waarneming en uit berichten van anderen vernomen dat bij het vervoer van volle stembussen naar de CSO en de opslag van de stembussen bij de CSO hier niet altijd aan kon worden voldaan. Wat vindt het college hiervan, en hoe kan dit in de toekomst worden voorkomen? Antwoord 5 Voor de beveiliging van de stembussen bij de CSO zijn de richtlijnen van het ministerie van BZK gevolgd. De richtlijnen geven heldere voorschriften, waaronder het vier-ogen principe, het transport van de stembus van stemlocatie naar de opslag en de beveiliging van de stembussen in de opslag. Onze logistieke partner heeft zich bij het vervoer van de stembussen aan deze richtlijnen gehouden. Als het gaat om de separate opslag van stembussen gelden de volgende eisen: - een inbraak vertragende en brandwerende voorziening, zoals een gesloten inbraak werende waardekast of kluis; en/of - een ruimte uitgerust met een inbraakalarmeringssysteem dat in verbinding staat met een door de Rijksoverheid toegelaten alarmcentrale; en/of - een ruimte die onder permanente fysieke (24-uurs) bewaking staat. De stembussen zijn in de Jaarbeurs permanent beveiligd geweest. Vraag 6A De stembureaus, die vanwege coronabeperkingen niet op de eigen locatie geteld konden worden, hebben soms meerdere uren moeten wachten op het vervoer van de stembus naar de CSO.
Daarna moest nog geteld worden. Kan het college aangeven hoe het komt dat dit vervoersproces soms traag verliep? We zien dat dit niet de evaluatie is opgenomen. Wat is de reden daarvan? Welke leerpunten ziet het college hier? Antwoord 6A Alle stembureaus sluiten op hetzelfde moment en daarmee ontstaat er een logistieke ‘piekbelasting’. In het laatste uur van de verkiezingen moesten extra voertuigen worden ingezet om extra stembussen rond te rijden naar plaatsen waar de stembussen vol waren of dreigden te raken. Daardoor begon het
3
ophalen van de stembussen die in de Jaarbeurs moesten worden geteld met vertraging. Met onze logistieke partner bij de aankomende verkiezingen zullen wij bekijken of op (potentiële) dergelijke situaties van tevoren beter ingespeeld kan worden. Tegelijkertijd is het zowel logistiek als financieel niet realistisch om alle mogelijke knelpunten op voorhand te voorkomen. Vraag 6B In de evaluatie van de CSO staat dat “de transparantie groter is dan het tellen op een stembureau”. Dit strookt alleen niet met onze eigen waarneming, met de waarneming van personen die wij gesproken hebben en met de paginalange lijst van gebreken die aan het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau is toegevoegd. Zo was niet zichtbaar welk stembureau op welke tafel werd geteld, was er geen ruimte voor bezoekers om vragen te stellen en bleek bij de rondleiding dat de begeleider weinig inzicht had in het proces. Ook zijn er verschillen geconstateerd tussen de tellingen die nog op locatie zijn uitgevoerd en de tellingen op de CSO, waarbij het verschil bij sommige stembureaus (bijvoorbeeld stembureau 598) opliep tot meer dan twintig stemmen. Antwoord 6B In de evaluatie hebben wij reeds aangegeven dat het volgen van de telling van een specifiek bureau niet optimaal en zo transparant mogelijk georganiseerd was. Het bleek niet voldoende mogelijk om dat overal nog ter plaatse aan te kunnen passen.
Uw constatering op dit punt onderstrepen wij en heeft onze aandacht richting de volgende verkiezingen. Op de andere punten is sprake van een genuanceerder beeld: Er was voldoende ruimte voor bezoekers om waar te nemen. Bij de CSO waren tijdens het tellen niet overal deskundige medewerkers aanwezig om op specifieke inhoudelijke vragen antwoord te geven. Dat is bij het tellen op locatie echter nog minder het geval. De begeleiders voor mensen die het proces wilden waarnemen waren ingezet om te zorgen dat mensen de juiste routes aanhielden en zich aan de corona maatregelen hielden. Niet om inhoudelijk antwoord te kunnen geven op allerhande technische of procesmatige vragen van verkiezingen, net zomin als dat op locatie normaal verwacht wordt. Van de opmerkingen in het proces-verbaal van het GSB zijn zo goed als alle vragen uitgezocht en naar tevredenheid van de indieners beantwoord/toegelicht. Geen van de gemelde punten heeft invloed gehad op de betrouwbaarheid van de uitslag. Er zijn telverschillen geconstateerd tussen de tellingen op locatie en de tellingen bij de CSO. Een voordeel van de CSO is dat in die gevallen de stembus in alle rust werd herteld, zo nodig meerdere malen, totdat een definitief aantal kon worden vastgesteld. Stembus 598 is meerdere malen herteld door meerdere telteams, zodat zonder twijfel kon worden vastgesteld wat de juiste uitslag was.
Deze uitslag week inderdaad fors af van de telling van de dag ervoor. De telling op lijstniveau (verkiezingsdag) is overigens altijd een voorlopige telling is. De telling op kandidaatniveau is de definitieve telling. Vraag 7 Het college is van mening dat, ondanks deze constateringen, de transparantie van de CSO groter is dan het tellen op een stembureau. Houdt het college die visie, ook in het licht van deze constateringen? Antwoord 7 Ja, zie antwoord 6
4
Vraag 8 Wat is de reden dat, na het constateren van een verschil tussen de oorspronkelijke telling en de telling bij de CSO, niet de oorspronkelijke telling aangehouden als uitslag? Het verschil kan immers ook bij de CSO zijn ontstaan. Zijn hier wettelijke belemmeringen tegen, of is dit een lokaal gemaakte keuze? Antwoord 8 Er is wettelijk maar één telling en dat is de telling op kandidaatniveau. Vandaar het belang dat deze telling met frisse mensen en met alle tijd en ruimte zorgvuldig kan worden uitgevoerd. Vraag 9 Het is niet zichtbaar gemaakt welk stembureau waar werd geteld in de Jaarbeurs. Wat is de reden daarvan? Is het mogelijk om, bij een eventueel opnieuw inzetten van een CSO, dit wel te doen? Zo nee, waarom niet? Antwoord 9 Ja, dat is mogelijk en zal bij een eventuele volgende CSO zeker gedaan worden. Vraag 10 In de evaluatie staat dat alles omtrent corona-maatregelen ‘zeer strak geregisseerd is’. Helaas hebben onze fracties signalen ontvangen dat de corona-maatregelen op bepaalde momenten niet voldoende werden nageleefd (m.n. 1,5m en materiaal desinfecteren) en dat enkele stembureauleden waarschijnlijk bij de CSO besmet zijn geraakt. Hoe kijkt het college hiernaar? Antwoord 10 De CSO is naar onze mening en waarneming daadwerkelijk strak georganiseerd en geregisseerd. Alle opstellingen waren met de 1.5 meter ingericht, evenals alle processen, looproutes etc.
Bij zo’n grote groep vrijwilligers is nooit volledig uit de sluiten dat een afspraak niet helemaal nageleefd wordt. Wij hebben géén meldingen ontvangen van mensen die tijdens de CSO besmet zouden zijn geraakt. Wel bleken, zoals aangegeven in de evaluatie, twee mensen van tevoren besmet te zijn toen ze aan de CSO deelnamen. Wij hebben uiteraard in de voorbereidingen en tijdens en na de uitvoer intensief samengewerkt met de GGD. Deze twee vrijwilligers hebben, zo bleek uit bron- en contact onderzoek van de GGD, géén anderen besmet tijdens de CSO, hetgeen de effectiviteit van de veiligheidsmaatregelen bevestigt.
5
Vraag 11 Bij de bespreking van het raadsvoorstel voor de inrichting van de CSO is uitgebreid gesproken over de kosten. In de aanloop naar het debat hebben enkele fracties ook technische vragen gesteld over de opbouw van de kosten. Wat is de reden dat de huurkosten van de Jaarbeurs op dat moment niet goed geraamd waren? Welke leerpunten heeft het college hier? Antwoord 11 Op het moment van bespreken van het raadsvoorstel waren de gesprekken met de Jaarbeurs pas net gestart. In de verdere gesprekken is een huurprijs onder de kostprijs afgesproken, doch niet geheel om niet.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
6