CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV 2023 nr 108 Onderwijshuisvesting

Raadsinformatiebijeenkomst 14 november 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Onderwijshuisvesting5.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2023, NUMMER 108

Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

8 september 2023 College B&W M. Boer 14030 marjolein.boer@utrecht.nl 11566497 Onderwijs

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2023 nummer 108 van Maartje Vermeulen (GroenLinks), Hester Assen (PvdA), Esma Kendir (Student & Starter), Berdien van der Wilt (D66), Derk van Bergen (Christen Unie), Jurriaan Otto (Een Utrecht), Iskender Simsek (Denk), Yvonne Hessel (Utrecht Solidair), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) en David Bos (PVV) van 31 mei 2023 over Onderwijshuisvesting. Vraag 1 De meerjarenstrategie gaat over meerdere raadsperiodes. Hoe informeert het college de raad over tussentijdse wijzigingen en hoe kan de raad hierop bijsturen? Wat zijn de overwegingen voor een periode van 15 jaar? Antwoord 1 We werken op dit moment met het meerjarenperspectief onderwijshuisvesting (MPOHV). Dit plan loopt vanaf 2015 tot en met 2025 (Onderwijsbeleid | gemeente Utrecht). Samen met de schoolbesturen ontwikkelen we momenteel een toekomstgericht huisvestingsplan voor de periode 2026-2041. Met dit nieuwe Integrale Huisvestingplan Onderwijs 2026-2041 voorzien we tijdig in voldoende, kwalitatief goede en gezonde schoolgebouwen voor alle Utrechtse leerlingen. In de nieuwe meerjarenstrategie is voor een periode van 16 jaar (2026-2041) gekozen omdat dit aansluit bij de verwachte wetswijziging1 (die per 01-01-2025 in werking treedt).

Deze wetswijziging gaat uit van een periode van vier jaar met een doorkijk van twaalf jaar. Elke vier jaar zal een actualisatie plaatsvinden van dit meerjarenhuisvestingplan. Uiteraard wordt de raad actief betrokken bij het opstellen hiervan. Uw raad krijgt het Integrale Huisvestingplan Onderwijs 2026-2041 ter besluitvorming voorgelegd. Daarnaast is er een jaarcyclus van planning en verantwoording van tussentijdse wijzigingen. Dit gebeurt door middel van actualiteiten in de kwartaalbrieven en in de jaarlijkse voortgangsrapportage. Financieel kan uw raad bijsturen via de voorjaarsnota en de programmabegroting. Vraag 2 Op welke wijze groeit het huisvestingsaanbod mee met de stad en hoe sturen we hierbij op voldoende spreiding?

1 Kamerbrief met beleidsreactie op onderzoeksrapport onderwijshuisvesting en het verhuistraject voor de Europese School

Bergen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Antwoord 2 Als gemeente programmeren we de huisvestingsbehoefte op basis van het vastgestelde MPOHV en de jaarlijkse leerlingenprognoses, waarin ook de meest recente woningbouwprognose is meegenomen. Deze leerlingenprognose (Onderwijsbeleid | gemeente Utrecht) is recent gepubliceerd. De spreiding van de onderwijsvoorzieningen gebeurt eveneens op basis van de huisvestingsbehoefte van de scholen in de stad, waarbij rekening gehouden wordt met voldoende capaciteit in de verschillende wijken. Dat gebeurt door wijkanalyses te maken ten behoeve van het primair onderwijs. In het voortgezet onderwijs zijn stadsbrede afspraken gemaakt die rekening houden met zowel de onderwijsbehoefte als ook de spreiding. Vraag 3 In hoeverre wordt koersdocument onderwijs 2040 meegenomen in huisvestingsplannen? Antwoord 3 Moderne en toekomstgerichte huisvesting voor het onderwijs is één van de pijlers van de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) 2023-2026, deze vormt tevens de concretisering van de UOA Koers 2040. In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2026-2041 worden de uitgangspunten die zijn verwoord in de UOA 2023-2026 meegenomen en verder uitgewerkt. Dit doen we door de uitgangspunten die in het koersdocument 2040 opgenomen zijn, te vertalen naar de toekomstige behoefte aan onderwijsvoorzieningen in de stad.

Vraag 1 (de nummering start nogmaals vanaf 1) In hoeverre groeit het voortgezet onderwijs voldoende mee met de stad? Wordt er samen met de stad gekeken naar locaties? Op welke wijze kunnen buurtbewoners of andere betrokkenen beter worden meegenomen? We hebben eerder bij de komst van Onder de Bogen naar het Leidsche Rijn College gehoord over onrust en ook de nieuwe school in Vleuten zorgt voor onrust. Op welke wijze worden best practices meegenomen in de meerjarenstrategie? Antwoord 1 In onze stad worden nieuwe woonwijken ontwikkeld en oudere wijken herontwikkeld. Bij de (her)ontwikkeling zijn wij betrokken en werken we samen met de (VO) schoolbesturen, ontwikkelaars, stedenbouwkundigen en andere beleidsvelden aan een goede inpassing van onderwijs met schoolgebouw(en) in de wijk. Dit doen we vroegtijdig omdat deze wijken veelal worden ontworpen in een hoge bebouwingsdichtheid. Vooruitkijken en vooruit programmeren doen we daarmee altijd samen met de verschillende stakeholders, waaronder ook buurtbewoners. In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs dat momenteel wordt ontwikkeld, besteden we eveneens specifiek aandacht aan de wijze waarop de stakeholders betrokken worden bij de (her)ontwikkeling van scholen. Het gaat dan om zaken als welke stakeholders betrokken moeten worden bij de (her)ontwikkeling van een school, de wijze waarop dit gebeurt en de fase waarin dit gebeurt.

U geeft aan dat u heeft gehoord dat er onrust is bij de komst van de scholen Onder de Bogen, Leidsche Rijn College en de nieuwe school in Vleuten. Hoewel bewoners van Utrecht het van belang vinden dat de gemeente tijdig voorziet in goede scholen voor kinderen, ervaren wij dat er ook weerstand kan zijn bij bewoners bij de komst van een school in hun buurt. Ook als een zorgvuldig participatietraject is doorlopen, leven er soms zorgen over de extra verkeersbewegingen of lawaai. Voor de nieuwe VO school in Vleuten geldt dat uw raad via de raadsbrief locatiekeuze nieuwe VO school Vleuten De Meern geïnformeerd is over de stappen en processen die zijn gezet en nog gezet gaan worden. Daarmee is de keuze voor de nieuwbouw van een nieuwe VO school in Vleuten in combinatie met woningbouw gemaakt. Vooruitlopend op de bestemmingsplanprocedure zal een schetsontwerp worden opgesteld. Uiteraard in samenwerking met het schoolbestuur van de stichting PCOU Willibrord, zullen de plannen worden besproken met de direct omwonenden. Vraag 2 De ‘wet meer ruimte voor nieuwe scholen’ geeft gemeentes de opdracht om in snel tempo meer onderwijsruimte beschikbaar te stellen.

GroenLinks heeft samen met een groot deel van de andere fracties vragen gesteld over de gevolgen deze wetgeving en we zouden graag willen weten wat momenteel de invloed hiervan is in Utrecht? Zijn inmiddels hierover afspraken met het Rijk gemaakt en met schoolbesturen? En wat kunnen we hierover terugzien in de meerjarenstrategie?

2

Antwoord 2 Het starten van een nieuwe school verloopt sinds juli 2021 via het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) volgens de wet meer ruimte voor nieuwe scholen. Jaarlijks kunnen initiatiefnemers hun aanvragen hiervoor indienen bij het ministerie. In 2021 hebben zich tien initiatiefnemers aangemeld voor de gemeente Utrecht, waarvan uiteindelijk vijf verzoeken daadwerkelijk door het ministerie in behandeling zijn genomen, te weten drie scholen voor het primair onderwijs en twee scholen voor het voortgezet onderwijs. De andere initiatieven voldeden niet aan de criteria van de wet en zijn daarom niet in behandeling genomen. Eén basisschool heeft een positief besluit van de minister ontvangen, namelijk basisschool Al Amana in Overvecht. De twee in behandeling genomen initiatieven voor VO scholen zijn afgewezen op grond van onvoldoende te verwachten onderwijskwaliteit, vooral ten aanzien van het onderdeel ‘Burgerschapsonderwijs’. Daarnaast had één van de initiatieven onvoldoende ouderverklaringen opgehaald. Het schoolbestuur van de VO school Al Amana is in beroep gegaan tegen de beslissing van het ministerie. Dit bezwaar is gegrond verklaard. Al Amana start in het schooljaar 2024-2025 met een VO school voor TL, Havo en VWO. In 2023 heeft zich één initiatiefnemer aangemeld voor de gemeente Utrecht. Het gaat om een brede VO school.

Voor 1 november wordt bekend of er daadwerkelijk een aanvraag in wordt gediend. De besluitvorming van OCW volgt dan voor 1 juni 2024. De uitvoering van de wet meer ruimte voor nieuwe scholen is voor iedereen nieuw. In overleg met de andere G4-gemeenten en de Utrechtse schoolbesturen monitoren we hoe het proces verloopt. Gedurende het eerste jaren van de wet hebben we regelmatig contact gehad met het ministerie van OCW om onze bevindingen te bespreken. Een belangrijk aandachtspunt zijn de nieuwe te bouwen scholen in nieuwbouwwijken. Mede naar aanleiding van deze gesprekken heeft het ministerie van OCW recent aangekondigd dat de stichtingsprocedure op enkele punten tegen het licht wordt gehouden. Het gaat daarbij onder meer om zaken als de doorlooptermijn van de procedure, de termijn waarop gemeenten in huisvesting moeten voldoen en een verruiming van de uitsteltermijn alvorens een school van start gaat. Uiteraard blijven we als gemeente met het ministerie van OCW in gesprek over deze wijzigingen. We blijven daarbij aandacht vragen voor de wijze waarop de zienswijze van de gemeente meegewogen wordt in het besluitvormingsproces en de vraagstukken die specifiek bij nieuwbouwwijken spelen, zoals de praktische uitdagingen om adequaat marktonderzoek te kunnen doen dan wel voldoende ouderschapsverklaringen te verkrijgen. Daarnaast wordt al een aantal aanpassingen doorgevoerd.

Zo ligt er momenteel een voorstel bij de Kamers om de termijn waarop de gemeente haar zienswijze kan indienen te verruimen van 1 november naar 1 december. Daarnaast is op de DUO site nu al concretere informatie te vinden over de rol van gemeenten bij de stichting van een nieuwe school. Tevens wordt op de site nu beter toegelicht wat een ouderverklaringen behelst. Het afgeven van een ouderverklaring moet meer zijn dan een steunbetuiging. Ouders moeten ook daadwerkelijk voornemens zijn om hun kind bij de nieuwe school in te schrijven (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 35 050, nr. 55). De uitvoering van de wet wordt tot slot ook gedurende vijf jaar gevolgd door het onderzoeksbureau Oberon (in opdracht van OCW). Utrecht neemt deel aan de klankbordgroep die ongeveer twee keer per jaar plaatsvindt. Vraag 3 In hoeverre en op welke wijze wordt in de meerjarenstrategie rekening gehouden met brede middelbare scholen waar alle niveaus aangeboden kunnen worden, zoals voorgesteld in het koersdocument onderwijs 2040? Antwoord 3 De scholen gaan uiteraard zelf over de kwaliteit en de schoolgrootte van het onderwijs en daarmee ook hoe breed scholen zijn. We zien de ontwikkeling naar brede scholengemeenschappen al een aantal jaren.

3

Het college omarmt deze brede scholengemeenschappen in het VO. We programmeren deze voorzieningen daarom nu al in de huidige MPOHV, zoals Academie 10, VO Vleuterweide. We zullen bij het opstellen van het Integrale Huisvestingsplan Onderwijs eveneens rekening houden met zowel de ontwikkeling en groei van de stad als met de leerlingenprognoses. Op basis daarvan wordt bezien wat voor soort scholen benodigd zijn om zowel te voldoen aan de onderwijsbehoefte als aan een adequate spreiding over de stad. Dit doen wij in nauwe afstemming met de schoolbesturen. Vraag 4 In het koersdocument wordt gesproken over meer praktijk bij middelbare scholen. In hoeverre wordt er rekening gehouden met praktijk en theorie onderwijs op verschillende niveaus, denk aan praktijklokalen, creatieve ruimtes? Uit de praktijk, bijvoorbeeld bij X11, weten we dat het lastig kan zijn om tijdig geschikte ruimtes te hebben. Hoe kunnen we hierop anticiperen bij nieuwbouw of onderwijsvernieuwing in een gebouw? Antwoord 4 Juist door nu gezamenlijk met schoolbesturen te werken aan een lange termijn programmering in het Integrale Huisvestingsplan Onderwijs kunnen we in de toekomst goed rekening houden met dit soort wensen. De uitgangspunten uit de UOA worden daarin meegenomen. In de UOA hebben scholen en de gemeente zich gezamenlijk gecommitteerd aan de realisatie van meer ruimte voor praktijk in het onderwijs.

Vraag 5 De gemeenteraad heeft een debat gevoerd over de mogelijkheid van een stilteruimte op middelbare scholen. Hiervoor heb je ruimte nodig in een gebouw. Wordt dit onderwerp meegenomen in het gesprek met scholen over de onderwijshuisvestingsopgave? Antwoord 5 Indien gewenst denken we mee op welke wijze scholen hiervoor ruimte beschikbaar kunnen stellen. De twee moties die zijn ingediend tijdens de raadsvergadering op 15 mei j.l., waarin werd gevraagd om scholen te verplichten tot het beschikbaar stellen van stilteruimtes of ruimte om te bidden, zijn beiden niet aangenomen. Vraag 6 Tijdelijke locaties leiden vaak tot onrust onder leerlingen, leerkrachten en ouders. Deelt het college de wens dat leerlingen, bij tijdelijke locaties, zoveel mogelijk bij elkaar op 1 locatie blijven? Wij zijn benieuwd hoe het gaat met de zogenaamde ‘overlooplocaties’? En op welke manier kunnen we er via de meerjarenstrategie voor zorgen dat scholen minder lang op tijdelijke locaties verdeeld over de stad zitten? Antwoord 6 Ja, het college deelt de wens om leerlingen zoveel mogelijk op één locatie te houden, maar beseft ook dat dit niet altijd mogelijk is. Om ervoor te zorgen dat leerlingen zo kort mogelijk op tijdelijke locaties les krijgen, werken we als gemeente met een programmatische aanpak, waarbij per locatie en school een langetermijnplanning gehanteerd wordt.

Dit betekent dat de renovaties per locatie in een meerjarig programma in beeld zijn, inclusief de planning van (eventueel) een tijdelijke locatie. Dit betreft echter een complexe logistieke puzzel die we zo goed mogelijk trachten te leggen. Deze logistieke puzzel maakt onderdeel uit van het Integrale Huisvestingsplan Onderwijs. Vraag 7 Een groot deel van de buitenruimte van middelbare scholen wordt nu gebruikt voor fietsenstalling. Heeft het college de ambitie om bij nieuw te creëren scholen de buitenruimte zo groen mogelijk te maken? Zo ja, op welke manieren wil het college dit realiseren? Antwoord 7 Pas met de inwerkingtreding van de huidige verordening huisvesting scholen krijgen nieuw te realiseren VO scholen ook een schoolplein. Dat verklaart waarom een groot deel van de buitenruimte van de VO scholen in Utrecht geen speelruimte hebben. Met de nadere regel schoolpleinen stimuleren en ondersteunen we schoolbesturen in het vergroenen van hun schoolpleinen, zoals verwoord in het coalitieakkoord. Nu aanvragen voor groene schoolpleinen een aantal jaren mogelijk is, onderzoeken we op welke manier wij het voor schoolbesturen nog aantrekkelijker kunnen maken om schoolpleinen te vergroenen.

4

Vraag 8 Het aantal leerlingen op een school is niet elk jaar hetzelfde. Soms staan er lokalen leeg. Hoe kunnen we stimuleren dat andere partijen zoals creatieve makers, startende ondernemers of een tijdelijke basisschoolklas, zoals bij het Leidsche Rijn College en Onder de Bogen is gedaan, deze ruimtes makkelijker kunnen delen/gebruiken? Antwoord 8 Vanuit de zorgplicht voor onderwijs investeren we primair in huisvesting van onderwijs. In het geval van leegstand geldt de procedure uit artikel 6 van de verordening huisvesting scholen over medegebruik en verhuur, waarbij de schoolbesturen toestemming aan het college vraagt voor verhuur. Hiermee sturen we actief op het gebruik van de school en stimuleren we effectief gebruik van de scholen in dubbelgebruik. Daarbij valt te denken aan gebruik door buitenschoolse opvang, kinderopvang, kerken, welzijn, verenigingen en medegebruik van andere scholen. In de UOA hebben we ook met elkaar afgesproken om verder in te zetten op de realisatie van multifunctionele faciliteiten. Dit uitgangspunt wordt in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs nader uitgewerkt. We blijven dus met scholen en schoolbesturen in gesprek over de wijze waarop we onderwijsruimtes zo efficiënt mogelijk kunnen inzetten. Vraag 9 De raad heeft in maart 2021 het raadsvoorstel Utrechtse Kindcentra aangenomen. Utrecht wil Utrechtse Kindcentra stimuleren en uitbreiden.

Hierbij is huisvesting een belangrijke voorwaarde. Op welke wijze wordt dit gedaan en hoe kunnen we bij bestaande scholen en nieuwbouw hier nog meer opsturen? Antwoord 9 Met het uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra regelen we de huisvesting. Daarin staan de criteria en de randvoorwaarden benoemd. In de praktijk zien we sinds het inwerktreden van het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra (UUK) een aantal financiële als juridische dilemma’s. We zijn over deze dilemma’s in gesprek met de betrokken partners. Op termijn leiden deze gesprekken wellicht tot een aanpassing en aanscherping van het huidige UUK zodat de voorwaarden beter aansluiten op de praktijk. We informeren uw raad in de kwartaalbrief onderwijs over deze ontwikkelingen. Vraag 10 Heeft het college de ambitie voorschoolse educatie in onderwijshuisvesting onder te brengen? Waar ziet het college kansen? Antwoord 10 Ja, de ambitie van het college is om bij voorkeur voorschoolse educatie in onderwijshuisvesting onder te brengen. Scholen geven indien voorschoolse educatie gewenst is, de huisvestingsbehoefte op bij het indienen van hun plannen. Het kader hiervoor is de onderwijshuisvestingsverordening.

Vraag 11 Welke mogelijkheden ziet het college in meer privaat-publieke samenwerking met BSO en kinderopvangorganisaties bij het ontwikkelen van Utrechtse Kindcentra? Antwoord 11 We hebben voorwaarden voor deze samenwerking, op huisvestingsgebied, vastgelegd in het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra (UUK). De inhoudelijke samenwerking is aan de betreffende partners. Zie ook het antwoord bij vraag 9. Vraag 12 De wens voor inclusief en passend onderwijs vraagt ook iets van de fysieke toegankelijkheid van schoolgebouwen. Hoe kunnen we het makkelijker maken voor scholen in samenwerking met schoolbesturen om bijvoorbeeld deuren te verbreden of een aangepaste toilet of lift te maken? Antwoord 12 Schoolgebouwen moeten voldoen aan vigerende wet- en regelgeving. Voor Utrecht geldt daarnaast dat nieuwe en gerenoveerde scholen tevens moeten voldoen aan de Utrechtse Standaard Toegankelijk. Daarin is geborgd dat rekening wordt gehouden met inclusief en passend onderwijs. Vraag 13 Schoollunches worden steeds vaker aangeboden en ook op landelijk is hier steeds meer aandacht voor. Is het college in gesprek met scholen om te kijken of er een keukenvoorziening nodig is en hoe dit kan worden meegenomen in de nieuwe strategie?

5

Antwoord 13 Nee het college is op dit moment (nog) niet in gesprek met de scholen de het toevoegen van een keukenvoorziening in de nieuwe strategie. Op dit moment worden de schoollunches in de bestaande ruimte van de school gedaan. Als een dergelijke wens bestaat dan kan dit in de gesprekken over de onderwijshuisvesting meegenomen worden. Vraag 14 Het college wil, ook naar aanleiding van de wens van de raad, meer inzetten op het mengen van functies, ook op scholen, zie motie Mixen Maar. De school kan daarmee ook een belangrijke buurtfunctie krijgen, voor buurtbewoners en ouders van kinderen. Op welke manier wordt dit meegenomen in de meerjarenstrategie, welke mogelijkheden en onmogelijkheden ziet het college hier? Antwoord 14 In de Utrechtse Onderwijsagenda (UOA) hebben we afgesproken om in te zetten op de realisatie van meer multifunctionele faciliteiten. Dit uitgangspunt nemen we mee in het Integrale Huisvestingsplan Onderwijs. Op dit moment worden er in de diverse werkgroepen gesprekken gevoerd over de wijze waarop we invulling kunnen geven aan dit uitgangspunt. Daarbij gaat het om capaciteits- en financieringsvraagstukken, logische combinaties van voorzieningen, verbinding met de buurt maar ook over praktische (rand)voorwaarden, bijvoorbeeld locatiebeheer. Vraag 15 Gymzalen en buitenruimtes zijn qua grootte vaak niet toereikend voor het aantal leerlingen op een school.

In hoeverre kunnen we hier nog meer op sturen en wanneer dat niet het geval is bijsturen? Antwoord 15 De normeringen van de gymzalen en buitenruimtes zijn vastgelegd in de verordening huisvesting scholen. Uw raad besluit over de wijzigingen in de verordening. Aanpassingen van de omvang van de buitenruimte heeft uw raad bij de laatste wijziging van de verordening gedaan. Dat heeft een positief effect op met name op een (nieuwbouw) school met veel leerlingen. Vraag 16 Meer groen en zon op dak bij scholen gaat niet vanzelf. Wat is er voor nodig volgens het college om dit nog meer te stimuleren in de meerjarenstrategie? Antwoord 16 Met meer groen en zon op het dak stimuleren we om de onderwijsgebouwen te verduurzamen. Bij de realisatie van nieuwbouw en renovaties is BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) de norm (wet) en zijn er middelen beschikbaar om ENG (Energie Neutrale Gebouwen) de ambitie, te realiseren. Dat laatste vraagt de bereidheid van het schoolbestuur om hieraan bij te dragen in de vorm van cofinanciering. Duurzaamheid is daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Vraag 17 Wat zijn de lessen die we hebben geleerd over de groene schoolpleinensubsidie en hoe kunnen we hierover in de nieuwe koers ruimte geven aan scholen om het vergroenen van schoolpleinen te vergemakkelijken? Antwoord 17 We merken dat de werking van de nadere regel groene schoolplein eenvoudiger kan. Daarnaast heeft uw raad in het kader van de motie ongelijk investeren voor gelijke kansen het college opdracht gegeven om de nadere regel ook in dat kader te bezien. Dat betekent dat het college de nadere regel schoolpleinen zal herijken en aanpassen, dit in overleg met de schoolbesturen. De verwachting is dat dit nog voor het eind van het jaar zal zijn. Vraag 18 Isolatie en luchtverversing moet op orde zijn. Dit kan nog beter zowel bij primair als voortgezet onderwijs. Hiervoor zijn investeringen vanuit het rijk nodig. We weten dat er hierover contact is het met het rijk. Hoe loopt deze lobby en wat kunnen we vanuit Utrecht hieraan bijdragen? Antwoord 18 We maken maximaal gebruik van de beschikbare regelingen van het rijk. De lobby op onderwijshuisvesting gaat breder, namelijk over de verduurzaming en verbetering van de gehele kwaliteit van de schoolgebouwen. Dat vraagt om forse extra investeringen, zoals ook de uitkomst is van het IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs (2021).

We blijven samen met VNG, PO- en VO-raad aandacht vragen voor de benodigde investering om duurzame en kwalitatieve

6

onderwijsgebouwen te realiseren. Gezien de omvang van de gewenste investering is dit een langdurig gesprek met het rijk. Vraag 19 Hoe past het college het principe 'ongelijk investeren in gelijke kansen' toe als het gaat om onderwijshuisvesting? Antwoord 19 Goed onderwijs is belangrijk voor de ontwikkeling van iedereen. Elke leerling verdient onderwijs dat hem of haar stimuleert, zijn of haar talenten maximaal ontwikkelt en benut. We willen daarom dat ieder kind gelijke kansen heeft in het onderwijs. Goede onderwijshuisvesting is hierin een belangrijk onderdeel. Alle kinderen verdienen les te krijgen in een goed schoolgebouw. Vanuit onze wettelijke taak is ongelijk investeren voor gelijke kansen beperkt mogelijk. Binnen de beleidskeuzes die wij maken voor een bovenwettelijke invulling van onderwijshuisvesting, investeren we wel ongelijk voor gelijke kansen in specifieke wijken of schoollocaties. Dit geldt bijvoorbeeld bij het bieden van huisvesting voor voorschoolse educatie, Utrechtse kindcentra ontwikkelingen of groene schoolpleinen, en is opgenomen in het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra en de huisvestingsverordening. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat we in Overvecht, waar echt behoefte is aan een brede school, bereid zijn verder te gaan in het vinden van een geschikte onderwijslocatie.

Vraag 20 Wat is er voor nodig om in elke wijk een school is in de buurt waarbij ook ruimte is voor BSO, kinderopvang en VVE zodat elk kind in de buurt naar school kan gaan? Antwoord 20 Zie antwoord vraag 9. Vraag 21 Voldoende en optimaal gespreide huisvesting van scholen over de stad is van belang. Tegelijkertijd zien we steeds meer scholen en zijn er steeds meer kleine scholen en een paar hele grote scholen. Op zichzelf is diversiteit mooi. Tegelijkertijd kan marktwerking en concurrentie in het onderwijs leiden tot onwenselijke resultaten. Wat is de visie van het college hier op? Wat zijn de risico’s en hoe denkt het college hier de komende jaren op te gaan sturen? Antwoord 21 Bij de realisatie van bouwprojecten wordt altijd gekeken naar voldoende omvang en spreiding. Voldoende omvang van de schoolgebouwen en de gymzalen in de wijk. Voldoende spreiding om ervoor te zorgen dat er voor ieder kind naar een passende school nabij huis is. Daarom wordt binnen het programma onderwijs in iedere nieuwbouwwijk met voldoende omvang een nieuwe basisschool gerealiseerd. Op basis van de stadsbrede spreiding wordt ook gekeken of het toevoegen van een school voor voortgezet onderwijs zinvol is in een nieuwe wijk. Samen met schoolbesturen streven we naar moderne, duurzame en toekomstbestendige scholen.

Door gesprekken te voeren over de samenwerking met en tussen de schoolbesturen geven we gezamenlijk vorm aan de uitdagingen die binnen onze gemeente spelen. Zoals ook afgesproken in de UOA stellen we daarbij de leerlingen centraal. Onderlinge concurrentie past niet bij dit gedeelde uitgangspunt. De schoolbesturen gaan uiteraard uiteindelijk echter zelf over de schoolgrootte en kwaliteit van het onderwijs. Kleine scholen zijn in de huidige tijd met een tekort aan onderwijspersoneel niet efficiënt. De schoolbesturen doen momenteel onderzoek naar plekken in de stad met kleine scholen. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek worden door de besturen mogelijk gezamenlijke maatregelen getroffen. Vraag 22 De laatste jaren pakt de gemeente steeds meer de regierol in de Utrechtse Onderwijsagenda een wijkgerichte aanpak en het aanmeldbeleid hoort hierbij. Dit sluit aan bij de wettelijke rol die de gemeente op basis van artikel 161 Wet op het primair onderwijs heeft. Welke lessen kunnen we hieruit meenemen naar de meerjarenstrategie?

7

Antwoord 22 Aan de ambities uit Koers voor 2040 en aan de doelen in de UOA 2023-2026 is goed te zien dat de partners van de UOA de belangen van Utrechtse leerlingen centraal stellen, en elkaar én de gemeente zien als onmisbare partners om deze ambities te realiseren. Dit biedt kansen bij het kunnen voeren van regie door de gemeente op o.a. stedelijke huisvestingsvraagstukken, omdat het sterke netwerk van de UOA en de gedeelde ambities ruimte bieden om het belang van Utrechtse leerlingen te laten prevaleren boven het eigen organisatiebelang. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

8

Schriftelijke vragen Onderwijshuisvesting 31 Mei 2023 Vragen: De gemeente geeft elk jaar een groot deel van het onderwijsbudget uit aan onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting is een wettelijke taak; gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Momenteel spreken scholen, schoolbesturen en de gemeente over de meerjarenstrategie onderwijshuisvesting, koers 2025-2040. Verschillende fracties in de gemeenteraad willen hierop tijdig kunnen sturen. In september organiseren we daarom een raadsinformatiebijeenkomst met de stad en ter voorbereiding hebben wij nu de volgende vragen. Algemeen 1. De meerjarenstrategie gaat over meerdere raadsperiodes. Hoe informeert het college de raad over tussentijdse wijzigingen en hoe kan de raad hierop bijsturen? Wat zijn de overwegingen voor een periode van 15 jaar? 2. Op welke wijze groeit het huisvestingsaanbod mee met de stad en hoe sturen we hierbij op voldoende spreiding? 3. In hoeverre wordt koersdocument onderwijs 2040 meegenomen in huisvestingsplannen? Voortgezet onderwijs 1.

In hoeverre groeit het voortgezet onderwijs voldoende mee met de stad? Wordt er samen met de stad gekeken naar locaties? Op welke wijze kunnen buurtbewoners of andere betrokkenen beter worden meegenomen? We hebben eerder bij de komst van Onder de Bogen naar het Leidsche Rijn College gehoord over onrust en ook de nieuwe school in Vleuten zorgt voor onrust. Op welke wijze worden best practices meegenomen in de meerjarenstrategie? 2. De ‘wet meer ruimte voor nieuwe scholen’ geeft gemeentes de opdracht om in snel tempo meer onderwijsruimte beschikbaar te stellen. GroenLinks heeft samen met een groot deel van de andere fracties vragen gesteld over de gevolgen deze wetgeving en we zouden graag willen weten wat momenteel de invloed hiervan is in Utrecht? Zijn inmiddels hierover afspraken met het Rijk gemaakt en met schoolbesturen? En wat kunnen we hierover terugzien in de meerjarenstrategie? 3. In hoeverre en op welke wijze wordt in de meerjarenstrategie rekening gehouden met brede middelbare scholen waar alle niveaus aangeboden kunnen worden, zoals voorgesteld in het koersdocument onderwijs 2040? 0. In het koersdocument wordt gesproken over meer praktijk bij middelbare scholen.

In hoeverre wordt er rekening gehouden met praktijk en theorie onderwijs op verschillende niveaus, denk aan praktijklokalen, creatieve ruimtes? Uit de praktijk, bijvoorbeeld bij X11, weten we dat het lastig kan zijn om tijdig geschikte ruimtes te hebben. Hoe kunnen we hierop anticiperen bij nieuwbouw of onderwijsvernieuwing in een gebouw? 1. De gemeenteraad heeft een debat gevoerd over de mogelijkheid van een stilteruimte op middelbare scholen. Hiervoor heb je ruimte nodig in een gebouw. Wordt dit onderwerp meegenomen in het gesprek met scholen over de onderwijshuisvestingsopgave? 2. Tijdelijke locaties leiden vaak tot onrust onder leerlingen, leerkrachten en ouders. Deelt het college de wens dat leerlingen, bij tijdelijke locaties, zoveel mogelijk bij elkaar op 1 locatie blijven? Wij zijn benieuwd hoe het gaat met de zogenaamde ‘overlooplocaties’? En op welke manier kunnen we er via de meerjarenstrategie voor zorgen dat scholen minder lang op tijdelijke locaties verdeeld over de stad zitten? 3. Een groot deel van de buitenruimte van middelbare scholen wordt nu gebruikt voor fietsenstalling. Heeft het college de ambitie om bij nieuw te creëren scholen de buitenruimte zo groen mogelijk te maken? Zo ja, op welke manieren wil het college dit realiseren?

9

4. Het aantal leerlingen op een school is niet elk jaar hetzelfde. Soms staan er lokalen leeg. Hoe kunnen we stimuleren dat andere partijen zoals creatieve makers, startende ondernemers of een tijdelijke basisschoolklas, zoals bij het Leidsche Rijn College en Onder de Bogen is gedaan, deze ruimtes makkelijker kunnen delen/gebruiken? Primair onderwijs 5. De raad heeft in maart 2021 het raadsvoorstel Utrechtse Kindcentra aangenomen. Utrecht wil Utrechtse Kindcentra stimuleren en uitbreiden. Hierbij is huisvesting een belangrijke voorwaarde. Op welke wijze wordt dit gedaan en hoe kunnen we bij bestaande scholen en nieuwbouw hier nog meer opsturen? 6. Heeft het college de ambitie voorschoolse educatie in onderwijshuisvesting onder te brengen? Waar ziet het college kansen? 11.Welke mogelijkheden ziet het college in meer privaat-publieke samenwerking met BSO en kinderopvangorganisaties bij het ontwikkelen van Utrechtse Kindcentra? 12. De wens voor inclusief en passend onderwijs vraagt ook iets van de fysieke toegankelijkheid van schoolgebouwen. Hoe kunnen we het makkelijker maken voor scholen in samenwerking met schoolbesturen om bijvoorbeeld deuren te verbreden of een aangepaste toilet of lift te maken? 13. Schoollunches worden steeds vaker aangeboden en ook op landelijk is hier steeds meer aandacht voor.

Is het college in gesprek met scholen om te kijken of er een keukenvoorziening nodig is en hoe dit kan worden meegenomen in de nieuwe strategie? 14. Het college wil, ook naar aanleiding van de wens van de raad, meer inzetten op het mengen van functies, ook op scholen, zie motie Mixen Maar. De school kan daarmee ook een belangrijke buurtfunctie krijgen, voor buurtbewoners en ouders van kinderen. Op welke manier wordt dit meegenomen in de meerjarenstrategie, welke mogelijkheden en onmogelijkheden zier het college hier? 15. Gymzalen en buitenruimtes zijn qua grootte vaak niet toereikend voor het aantal leerlingen op een school. In hoeverre kunnen we hier nog meer op sturen en wanneer dat niet het geval is bijsturen? 16. Meer groen en zon op dak bij scholen gaat niet vanzelf. Wat is er voor nodig volgens het college om dit nog meer te stimuleren in de meerjarenstrategie? 17. Wat zijn de lessen die we hebben geleerd over de groene schoolpleinensubsidie en hoe kunnen we hierover in de nieuwe koers ruimte geven aan scholen om het vergroenen van schoolpleinen te vergemakkelijken? 18. Isolatie en luchtverversing moet op orde zijn. Dit kan nog beter zowel bij primair als voortgezet onderwijs. Hiervoor zijn investeringen vanuit het rijk nodig. We weten dat er hierover contact is het met het rijk.

Hoe loopt deze lobby en wat kunnen we vanuit Utrecht hieraan bijdragen? Goede verdeling van voorzieningen over de stad. 4. Hoe past het college het principe 'ongelijk investeren in gelijke kansen' toe als het gaat om onderwijshuisvesting? 5. Wat is er voor nodig om in elke wijk een school is in de buurt waarbij ook ruimte is voor BSO, kinderopvang en VVE zodat elk kind in de buurt naar school kan gaan? 21.Voldoende en optimaal gespreide huisvesting van scholen over de stad is van belang. Tegelijkertijd zien we steeds meer scholen en zijn er steeds meer kleine scholen en een paar hele grote scholen. Op zichzelf is diversiteit mooi. Tegelijkertijd kan marktwerking en concurrentie in het onderwijs leiden tot onwenselijke resultaten. Wat is de visie van het college hier op? Wat zijn de risico’s en hoe denkt het college hier de komende jaren op te gaan sturen? 22. De laatste jaren pakt de gemeente steeds meer de regierol in de Utrechtse Onderwijsagenda een wijkgerichte aanpak en het aanmeldbeleid hoort hierbij. Dit sluit aan bij de wettelijke rol die de gemeente op basis van artikel 161 Wet op het primair onderwijs heeft. Welke lessen kunnen we hieruit meenemen naar de meerjarenstrategie? 10

Gesteld door: Maartje Vermeulen, GroenLinks Hester Assen, PvdA Esma Kendir, Student & Starter Berdien van der Wilt, D66 Derk van Bergen, Christen Unie Jurriaan Otto, Een Utrecht Iskender Simsek, Denk Yvonne Hessel, Utrecht Solidair Cees Bos, Stadsbelang Utrecht David Bos, PVV

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=dd4a3429-4ba8-44b7-9991-2e29000382f7