Beantwoording SV 2022 nr 230 over Onderbouwing en participatie Windmolens Rijnenburg en Reijerscop.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2022, NUMMER 230
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
18 januari 2023 College B&W H. Kraaij 030-2861042 h.kraaij@utrecht.nl 230117/HK Energie en Klimaat
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2022 nummer 230 van raadsleden Dijkstra (EenUtrecht) en Smit (Volt) van 22 december 2022 over ‘Onderbouwing en participatie Windmolens Rijnenburg & Reijerscop’. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Deelt het college onze mening dat het om meerdere redenen verstandig is om bij deze kwetsbare en politiek gevoelige besluiten de gemeenteraad nadrukkelijk(er) mee te nemen en daarom het ontwerp bestemmingsplan en het daarbij horende milieueffectrapport (MER) als raadsbesluit aan de gemeenteraad aan te bieden alvorens dit ter inzage openbaar voor te leggen aan alle belanghebbenden? Antwoord 1 Bij wijziging van bestemmingsplannen is het, conform het Utrechts PlanProces, de standaard werkwijze dat het college een ontwerp ter inzage legt en de raad vervolgens een besluit wordt gevraagd over een definitief voorstel, waarin de zienswijzen van belanghebbenden zijn verwerkt. Vanzelfsprekend wordt uw raad geïnformeerd wanneer het ontwerp ter inzage wordt gelegd, en kan uw raad desgewenst op basis daarvan al zaken meegeven. Alles wat wij in dit dossier doen valt binnen de door uw raad vastgestelde kaders van de Startnotitie en de Visie en het Uitnodigingskader. Wij nemen de gemeenteraad mee bij elke stap die wij in dit project zetten.
Vraag 2 Kan het college aangeven op welk moment (en waar in het besluitvormingstraject) zij voornemens is de gemeenteraad toestemming te vragen voor het combineren van (i) de besluitvorming over de procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan met (ii) de procedure voor de omgevingsvergunning? Antwoord 2 Voor het mogen coördineren van de procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan en de daarbij horende uitvoeringsbesluiten (w.o. de omgevingsvergunning), is een zogenaamd coördinatiebesluit nodig van de gemeenteraad. Bij de vaststelling van het Startdocument in 2017 heeft
uw raad al besloten om de coördinatieregeling van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren op de ruimtelijke procedures voor de eventuele realisering van een energielandschap in Rijnenburg en Reijerscop. Dit besluit was echter niet gedetailleerd genoeg voor een rechtsgeldig coördinatiebesluit. Daarom leggen wij u hierover een raadsvoorstel voor, gelijktijdig met de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. Dit zal uiterlijk in Q2 van 2023 gebeuren. Dan is ook duidelijk welke vergunningen we met het bestemmingsplan kunnen coördineren. Vraag 3 Op basis van welke passages en door welke interpretatie in het door de raad vastgestelde visie en uitnodigingskader heeft het college geconcludeerd dat de gemeenteraad expliciet goedkeuring heeft gegeven aan een permanente gelijktijdige combinatie van windmolens én woningbouw in de polder Rijnenburg? Antwoord 3 De raad heeft geen expliciete goedkeuring gegeven aan een permanente gelijktijdige combinatie van windmolens én woningbouw in de polder Rijnenburg. In het coalitieakkoord is wel de ambitie opgenomen voor een permanent energielandschap. Dit heeft geen direct verband met de juridische uitwerking: uw raad ontvangt een voorstel voor een bestemmingsplan dat per definitie voor onbepaalde tijd is (totdat besloten wordt deze te wijzigen).
Vergunningen voor windmolens hebben een tijdelijk karakter, omdat windmolens een technische levensduur hebben van circa 30 jaar en bij vervanging van de windmolens, vanwege innovatieve ontwikkelingen, een nieuwe vergunning nodig zal zijn. Wij zijn voornemens om voor de windmolens een tijdelijke vergunning af te geven. De overeenkomsten voor het gebruik van de gemeentelijke grondposities worden voor eenzelfde periode afgesloten. Op deze manier hebben we als gemeente maximale controle over de tijdelijkheid van de windmolens. Vraag 4 Welke juridische en financiële risico's loopt de gemeente Utrecht als zij het huidige traject doorzet, waarbij niet expliciet rekening is gehouden met de permanente combinatie van windmolens en nieuwbouw in de polder Rijnenburg? Antwoord 4 De effecten van de windmolens op toekomstige woningbouw in Rijnenburg worden expliciet in het milieueffectrapport in kaart gebracht. Wat ons betreft is dat voldoende om uw raad een afgewogen voorstel voor te leggen voor een bestemmingsplan. Wij anticiperen in de gebiedsontwikkeling op een combinatie van permanente energieopwekking en woningbouw, conform scenario Klein Rijnenburg. Hierbij brengen we de eventuele juridische en financiële risico’s in kaart. Een aparte risicoanalyse vinden we daarom niet nodig.
Vraag 5 Is van deze risico's een risicoanalyse gemaakt? Zo ja, dan graag de toezegging dat deze per direct wordt gedeeld met de gemeenteraad. Antwoord 5 Zie het antwoord op vraag 4. Vraag 6 Zo neen, waarom is deze risicoanalyse (nog) niet gemaakt? Graag een uitgebreide onderbouwing hierbij aanleveren gelet op de grote impact juridisch en financieel. Antwoord 6 Zie het antwoord op vraag 4.
2
Vraag 7 Erkent het college dat, zolang er nog geen landelijke normen zijn, we in Utrecht gezamenlijk lokale passende normen moeten vaststellen, zowel voor de maximale geluidsbelasting als voor de minimale afstand tot de woning; dit conform de uitspraak van de Raad van State hierover? Antwoord 7 Als gevolg van de door u genoemde uitspraak van de Raad van State, moet de gemeente voor de windmolens in Rijnenburg en Reijerscop lokale passende normen vaststellen. In de uitspraak staat niet dat dit moet in de vorm van een minimale afstand tot woningen. Overigens is de afstand tot woonwijken in Utrecht en Nieuwegein meer dan 800 meter. Dat wordt in het bestemmingsplan verankerd door de posities van de windmolens vast te leggen. Vraag 8 Zo ja, op welke wijze gaat het college dat alsnog organiseren? En is het college bereid daarin mogelijk het voorbeeld van de gemeente Rotterdam te volgen? Antwoord 8 In het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning zullen wij normen opnemen met daarbij een zorgvuldige onderbouwing. Deze normen zullen in lijn zijn met de kaders zoals opgenomen in hoofdstuk 6 van het Uitnodigingskader voor het energielandschap, dat door uw raad is vastgesteld.
Deze kaders zijn geoptimaliseerd op basis van de lokale situatie, waarbij wij streven naar een zo goed mogelijke bescherming van de omgevingskwaliteit, gecombineerd met een zo groot mogelijk energieproductie. Voor de regio Rotterdam is een handreiking opgesteld voor een generieke aanpak voor het opstellen van eigen lokale normen. Wij zijn niet voornemens om deze werkwijze te volgen, omdat wij denken dat we de beste balans tussen bescherming van de omgevingskwaliteit en voldoende energieproductie bereiken door per project maatwerknormen vast te stellen. Vraag 9 Is het college voornemens de vergunningverlening voor de bouw van windturbines in Rijnenburg en Reijerscop te baseren op basis van lokale normen die in nauw overleg met direct belanghebbenden zijn opgesteld? Antwoord 9 De in antwoord 8 genoemde en door uw raad vastgestelde kaders zijn het resultaat van een intensief participatieproces. De zorgen over geluid en slagschaduw zijn vertaald naar stringente kaders die verder gaan dan de toenmalige wet- en regelgeving. De vertaling van deze kaders naar handhaafbare normen is een vrij technische aangelegenheid, waarbij wij ons laten adviseren door specialisten. Bij het indienen van zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning, kunnen belanghebbenden aangeven of wij de vertaalslag van kaders naar normen goed gemaakt hebben.
Vraag 10 Zo ja, hoe gaat het college dit dan organiseren? Antwoord 10 Zie het antwoord op vraag 9. Vraag 11 Zo neen, kan het college dan juridisch onderbouwd aangeven dat bezwaren van deze belanghebbenden geen stand zullen houden? Antwoord 11 Wij zullen reageren op bezwaren van belanghebbenden als deze kenbaar zijn gemaakt. Dat gebeurt na het indienen van zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning. Er is nog geen jurisprudentie over door gemeenten vastgestelde normen, 3
waarop we ons kunnen baseren. Wij maximaliseren de kans dat onze normen stand houden voor de rechter, door verschillende experts te betrekken bij het formuleren van de normen, de RUD (als handhavende instantie) nauw te betrekken, de normen goed te onderbouwen en te anticiperen op eventuele nieuwe jurisprudentie. Vraag 12 Kan het college bevestigen dat het aangekondigde algemene nieuwe normenkader (voor geluid en afstandsnormen) ook gericht van toepassing gaat zijn voor de voorgenomen windmolens in Rijnenburg en Reijerscop? Antwoord 12 In de beantwoording van SV2022/159 staat hierover: “We komen nog met een normenkader waarbinnen geluidbelasting door windmolens zal moeten passen.” Hier is niet een “algemeen” normenkader bedoeld dat voor alle windprojecten in Utrecht geldt. Wij zijn voornemens om voor elk windmolenproject maatwerk te leveren, waarbij een optimum gezocht wordt tussen minimalisering van de hinder en optimalisering van de energieproductie. Een algemeen normenkader zou er toe kunnen leiden dat we nergens dat optimum bereiken. Hetzelfde geldt voor generieke afstandsnormen. Als we zouden kiezen voor te grote afstanden, dan zijn er in Utrecht geen windprojecten mogelijk en als we zouden kiezen voor te kleine afstanden dan belasten we de omwonenden met onnodig veel geluid.
Vraag 13 Op welke passage uit welk onderzoek van het RIVM is de stelling over laagfrequent geluid gebaseerd? Antwoord 13 In de publiekssamenvatting van het RIVM-rapport “Gezondheidseffecten van windturbinegeluid”(Nr 2020-0214) staat: “Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan “gewoon” geluid.” Vraag 14 Op welke wijze gaat de afstandsnorm wel rekening houden met de gezondheidsrisico's van laagfrequent geluid? En zo neen, hoe gaat … om met de risico's als op een later moment alsnog wetenschappelijk aantoonbaar blijkt dat laagfrequent geluid toch wél reële negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden? Antwoord 14 Wij stellen geluidsnormen vast op basis van de meest recente inzichten. In de onderbouwing van deze normen zullen wij aangeven op welke wijze wij rekening hebben gehouden met laagfrequent geluid. In het antwoord op de vragen 7, 8 en 11 kunt u lezen dat wij niet voornemens zijn om gebruik te maken van afstandsnormen.
Vraag 15 Erkent het college dat het participatietraject (op onderdelen) onvoldoende is geweest? Anders gezegd, deelt het college onze mening dat participatie pas een voldoende scoort als de deelnemers in grote meerderheid na afloop vinden dat zij voldoende zijn gehoord en hun inbreng zichtbaar en beargumenteerd is meegewogen én dat dit hier zeker (nog) niet het geval is? Antwoord 15 Dat niet iedereen het eens is met de plannen voor windmolens, is wat ons betreft geen graadmeter voor succesvolle participatie. Wat ons betreft zijn belangstellenden en belanghebbenden voldoende gehoord tijdens live bijeenkomsten, online bijeenkomsten en schriftelijke reactiemomenten die tussen 2016 en nu hebben plaatsgevonden. Wij hebben niet de indruk dat we signalen gemist hebben. Bij het raadsvoorstel over de visie en het uitnodigingskader is een reactiedocument gevoegd, waarin beargumenteerd is wat wij met die reacties hebben gedaan. Uw raad heeft dus alle reacties van 4
omwonenden mee kunnen wegen bij de besluitvorming over de visie en het uitnodigingskader. Ook onze beargumenteerde reactie op de zienswijzen op de onderzoeksaanpak voor het milieueffectrapport hebben wij met de indieners van de zienswijzen en met uw raad gedeeld. Aanvullend op wat wij als gemeente doen, voert Rijne Energie vrijwel continu keukentafelgesprekken met omwonenden. Via de ledenvergaderingen van Rijne Energie is veel ruimte om mee te denken en mee te praten over zaken als een omwonendenregeling en een omgevingsfonds. Vraag 16 Zo ja, is het college met ons van mening dat het voorliggende voorontwerp voor vier windmolens daarmee onvoldoende basis biedt om de plannen door te zetten, mede gelet op het feit dat draagvlak bij belanghebbenden en/of omwonenden een cruciaal onderdeel is voor het realiseren van de windmolens? Antwoord 16 Nee. Het is van algemeen belang dat we in Utrecht voldoende (duurzame) energie kunnen garanderen voor de toekomst. Een hoge ambitie op dit vlak zien wij als een opdracht van een meerderheid van de gemeenteraad. Wij zien wel dat mensen kritischer worden als de windmolens en zonnevelden dichter in hun buurt komen en dan ontstaat het beeld dat er onvoldoende draagvlak is.
Wij sturen op een zo groot mogelijk acceptatie van plannen voor duurzame energie door (1) de negatieve effecten zo veel mogelijk te beperken, (2) lokaal eigendom te organiseren, (3) opbrengsten van windenergie te benutten voor gebiedsfondsen en omwonendenvergoedingen en (4) waar mogelijk de energieproductie te koppelen aan een gebiedsontwikkeling met meerwaarde voor natuur en/of recreatie. Vraag 17 Op welke manier heeft de gemeente in het kader van een evenwichtige besluitvorming de verwachtte planschade voor omwonenden berekend of daar op zijn minst onderbouwde inschattingen van gemaakt dan wel laten maken door de initiatiefnemer? Antwoord 17 In paragraaf 7.3 van het door uw raad vastgestelde Uitnodigingskader voor het energielandschap, is opgenomen dat omwonenden van de initiatiefnemers een vergoeding krijgen, die afhankelijk is van de afstand tussen hun woning en de windmolens. Deze omwonendenvergoeding kan nooit kleiner zijn dan de rechtmatige planschadevergoeding. Voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan komen wij met de initiatiefnemer overeen dat de planschade als gevolg van de planologische medewerking volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer komen.
De te verwachten planschade wordt, voorafgaand aan de ter inzage legging van het bestemmingsplan, in kaart gebracht met een planschaderisicoanalyse die wordt opgesteld door een onafhankelijke taxateur. Vraag 18 Zo ja, op welke wijze is dit risico op planschade vertaald naar een financiële reservering in de plannen en begroting(en) van de gemeente? Zo neen, wat zijn dan de redenen om deze (plan)schade te negeren? Antwoord 18 De planschade wordt verhaald op de initiatiefnemer en daarvoor is dus geen financiële reservering nodig. Zie het antwoord op vraag 17.
5
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
6
Schriftelijke vragen Onderbouwing en participatie Windmolens Rijnenburg & Reijerscop 22 december 2022 Proces: meer samen met de gemeenteraad In de raadsbrief van 21 april 2022 kondigt het college aan twee besluiten voor te zullen leggen aan de gemeenteraad, met als inzet het vanaf 2026 kunnen plaatsen van vier windmolens in Rijnenburg en Reijerscop. Het gaat om de volgende twee besluiten: i. om de procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan te mogen coördineren met de procedure voor de omgevingsvergunning en ii. het wijzigen van het bestemmingsplan zelf. Dit alles op basis van een door de gemeenteraad d.d. 9 juli 2020 goedgekeurde Visie Energielandschap (juni 2020) en Uitnodigingskader Rijnenburg en Reijerscop (juli 2020). In een volgende raadsbrief van 7 september 2022 wordt aangegeven dat medio 2023 een voorstel voor een bestemmingsplan aan de gemeenteraad wordt voorgelegd voor de locaties van de windmolens en de toegangswegen. Dit op basis van een aanvraag omgevingsvergunning van het Consortium Rijne Energie c.s. op 29 juli 2022 met daarin een viertal windmolens van maximaal 270 meter hoog, zoals nader toegelicht in het voorontwerp van Rijne Energie c.s. d.d. 30 juni 2022. 1.
Deelt het college onze mening dat het om meerdere redenen verstandig is om bij deze kwetsbare en politiek gevoelige besluiten de gemeenteraad nadrukkelijk(er) mee te nemen en daarom het ontwerp bestemmingsplan en het daarbij horende milieueffectrapport (MER) als raadsbesluit aan de gemeenteraad aan te bieden alvorens dit ter inzage openbaar voor te leggen aan alle belanghebbenden? 2. Kan het college aangeven op welk moment (en waar in het besluitvormingstraject) zij voornemens is de gemeenteraad toestemming te vragen voor het combineren van (i) de besluitvorming over de procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan met (ii) de procedure voor de omgevingsvergunning? Nieuw traject nodig: want windmolens en woningbouw komen nu wél gelijktijdig Dit jaar (april/mei 2022) is het plan voor de Rijnenburg polder flink gewijzigd, omdat de coalitie nu wél inzet op het bouwen van woningen en gelijktijdig realiseren van een energielandschap. Het ontwikkeltraject voor de windmolens, inclusief MER en de participatie van belanghebbenden, ging tot april/mei 2022 altijd uit van tijdelijke windmolens zonder de aanwezigheid van nieuw te bouwen woningen (wel langdurig genoeg om een rendabele exploitatie te kunnen garanderen).
7
Op basis van deze kaders van de gemeenteraad (9 juli 2020) is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop (van het Consortium Rijne Energie c.s., d.d. 1 december 2021) uitgewerkt. Alleen binnen die kaders hebben burgers, grondeigenaren en overige belanghebbenden een zienswijze kunnen indienen (zie reactienota Rijne Energie c.s. d.d. maart 2022). Ook het advies van de MER-commissie over de inhoud van de op te stellen MER (d.d. 22 februari 2022) gaat uit van de strikte kaders zoals vastgesteld in de gemeenteraad en uiteindelijk geldt dat logischerwijs ook voor de voorliggende (concept) MER-rapportage 3. Op basis van welke passages en door welke interpretatie in het door de raad vastgestelde visie en uitnodigingskader heeft het college geconcludeerd dat de gemeenteraad expliciet goedkeuring heeft gegeven aan een permanente gelijktijdige combinatie van windmolens én woningbouw in de polder Rijnenburg? Eerste risico: discrepantie tussen huidige planvorming en eerdere besluiten Als het college het huidige traject, zoals beschreven in de raadsbrieven van 21 april en 7 september, wil voortzetten, zouden we graag de volgende vragen beantwoord zien: 4.
Welke juridische en financiële risico's loopt de gemeente Utrecht als zij het huidige traject doorzet, waarbij niet expliciet rekening is gehouden met de permanente combinatie van windmolens en nieuwbouw in de polder Rijnenburg? 5. Is van deze risico's een risicoanalyse gemaakt? Zo ja, dan graag de toezegging dat deze per direct wordt gedeeld met de gemeenteraad. 6. Zo neen, waarom is deze risicoanalyse (nog) niet gemaakt? Graag een uitgebreide onderbouwing hierbij aanleveren gelet op de grote impact juridisch en financieel. Die laatste twee vragen gelden ook voor de volgende drie risico's. Tweede risico: het correct toepassen van normen Er zijn op dit moment geen landelijke geldende normen meer voor geluid en slagschaduw. De kaders die door raad vastgesteld zijn gaan uit van de toen geldende landelijke normen. Volgens de Raad van State (2021) moet er eerst een beoordeling worden gemaakt van de gevolgen van de algemene normen voor geluid slagschaduw en veiligheid die in Nederland gelden voor de bouw en het gebruik van windmolens voor het milieu. Tot die tijd mogen deze algemene normen in het activiteitenbesluit en de activiteitenregeling niet worden gebruikt voor windturbineparken (Raad van State, 2021).
Dat betekent dat er een milieueffectrapport moet worden gemaakt waarin de gemeente Utrecht zelf moet afwegen welk milieubeschermingsniveau zij aanvaardbaar vinden (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2022). 7. Erkent het college dat, zolang er nog geen landelijke normen zijn, we in Utrecht gezamenlijk lokale passende normen moeten vaststellen, zowel voor de maximale geluidsbelasting als voor de minimale afstand tot de woning; dit conform de uitspraak van de Raad van State hierover? 8. Zo ja, op welke wijze gaat het college dat alsnog organiseren? En is het college bereid daarin mogelijk het voorbeeld van de gemeente Rotterdam te volgen? Het college heeft op mondelinge vragen (29 september jl.) aangegeven te erkennen dat, conform een uitspraak van de Raad van State, alle omwonenden en grondbezitters binnen een afstand van 10x de tiphoogte van de windmolens direct belanghebbende zijn en als zodanig altijd en volledig moet worden betrokken bij de besluitvorming over het plaatsen van windmolens.
8
9. Is het college voornemens de vergunningverlening voor de bouw van windturbines in Rijnenburg en Reijerscop te baseren op basis van lokale normen die in nauw overleg met direct belanghebbenden zijn opgesteld? 10. Zo ja, hoe gaat het college dit dan organiseren? 11. Zo neen, kan het college dan juridisch onderbouwd aangeven dat bezwaren van deze belanghebbenden geen stand zullen houden? In de beantwoording van SV159-2022 geeft het college dat zij nog met een normenkader komt waarbinnen de geluidsbelasting door windmolens zal moeten passen. Tevens wordt er gesteld dat er volgens het RIVM geen aanleiding is dat laagfrequent geluid voor extra hinder zorgt in vergelijking met ‘gewoon’ geluid. Tegelijkertijd adviseren deskundigen (waaronder hoogleraar Jan de Laat, LUMC) om voorlopig wel rekening te houden met de negatieve gezondheidseffecten van laagfrequent geluid, vooral nog zo lang er onvoldoende wetenschappelijk over bekend is. 12. Kan het college bevestigen dat het aangekondigde algemene nieuwe normenkader (voor geluid en afstandsnormen) ook gericht van toepassing gaat zijn voor de voorgenomen windmolens in Rijnenburg en Reijerscop? 13. Op welke passage uit welk onderzoek van het RIVM is de stelling over laagfrequent geluid gebaseerd? 14.
Op welke wijze gaat de afstandsnorm wel rekening houden met de gezondheidsrisico's van laagfrequent geluid? En zo neen, hoe gaat om met de risico's als op een later moment alsnog wetenschappelijk aantoonbaar blijkt dat laagfrequent geluid toch wél reële negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden? Derde risico: langdurige bezwaarprocedures door onvolledige participatie In 2017/2018 is een zogenoemde uitwerkingsgroep met bewoners actief geweest, waar een belangrijk deel uitstapte omdat het gevoel overheerste dat alles vooraf was bepaald en ze geen daadwerkelijke invloed hadden, dat de participatie ‘windowdressing’ was (verklaring d.d. 26 april 2018). Uiteindelijk is gekozen na werkbijeenkomsten met omwonenden (mei, juni, oktober 2018) voor een scenario wat niet in samenspraak met bewoners tot stand is gekomen. Het SCP heeft het participatietraject onderzocht (Barstjes in de lokale samenleving, februari 2021) en de onderzoekers trekken enkele stevige conclusies, namelijk: “bewoners voelden zich ondanks het uitgebreide participatieproces niet gehoord en de kaders waren zowel voor de deelnemers als de procesbegeleiders niet op voorhand duidelijk.” Het college heeft desalniettemin nadien vastgesteld dat er wél voldoende participatie zou zijn geweest. 15.
Erkent het college dat het participatietraject (op onderdelen) onvoldoende is geweest? Anders gezegd, deelt het college onze mening dat participatie pas een voldoende scoort als de deelnemers in grote meerderheid na afloop vinden dat zij voldoende zijn gehoord en hun inbreng zichtbaar en beargumenteerd is meegewogen én dat dit hier zeker (nog) niet het geval is? 16. Zo ja, is het college met ons van mening dat het voorliggende voorontwerp voor vier windmolens daarmee onvoldoende basis biedt om de plannen door te zetten, mede gelet op het feit dat draagvlak bij belanghebbenden en/of omwonenden een cruciaal onderdeel is voor het realiseren van de windmolens?
9
Vierde risico: het onderschatten van planschade Ten slotte is er door het plaatsen van de windmolens sprake van (plan)schade voor de omliggende woningen en gebouwen. In zijn brief van 17 dec. 2019 schrijft de Minister van Economische Zaken en Klimaat aan de tweede kamer o.a. “.. turbines hoger dan 150 meter gemiddeld leiden tot een relatieve achterblijvende woningwaarde van circa 5%.” Op 3 maart 2022 heeft TNO een onderzoek gepubliceerd over de planschade verwachting i.r.t. windturbinebouw op land. Hierin stelt TNO onder andere: “Uit onze analyse blijkt dat bijna 70% van de totale waardevermindering woningen betreft die tussen 1.5 km en 2.5 km van een turbine liggen, terwijl ongeveer 8% van het totale waardeverlies optreedt binnen een straal van 1 kilometer van een turbine.” Deze (plan)schade kan worden verhaald op de gemeente. Zelfs rekening houdend met een eigen risico van bewoners betekent dit feitelijk een risico voor de gemeente, welke kan oplopen tot vele (tientallen) miljoenen euro's. De (plan)schade kan door de gemeente zo mogelijk worden verlegd naar de initiatiefnemer (in casu Rijne Energie c.s.). Mocht deze eventuele substantiële claims niet kunnen voldoen dan blijft de gemeente echter de aansprakelijke partij. Dit lijkt nu nog zeer beperkt meegenomen in de besluitvorming bij de gemeente. 17.
Op welke manier heeft de gemeente in het kader van een evenwichtige besluitvorming de verwachtte planschade voor omwonenden berekend of daar op zijn minst onderbouwde inschattingen van gemaakt dan wel laten maken door de initiatiefnemer? 18. Zo ja, op welke wijze is dit risico op planschade vertaald naar een financiële reservering in de plannen en begroting(en) van de gemeente? Zo neen, wat zijn dan de redenen om deze (plan)schade te negeren? Gesteld door: • Gert Dijkstra, EenUtrecht • Veerle Smit, Volt
10