Beantwoording SV 2022 nr 229 over Standplaatsen voor marktkooplui.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2022, NUMMER 229
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
24 februari 2023 College B&W L.S.A. van den Houten 030-2860344 l.van.den.houten@utrecht.nl 10850521 Economische Zaken
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2022 nummer 229 van Hessel Stellinga (CDA) en Jantine Zwinkels (CDA) van 22 december 2022 over Standplaatsen voor marktkooplui. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Hoe groot is de kans dat bestaande vergunninghouders hun standplaats kwijtraken en om hoeveel vergunninghouders gaat het dan? Antwoord 1 In 2013 heeft de raad besloten tot een nieuw standplaatsenbeleid. Bestaande standplaatshouders kregen bij wijze van overgangsregeling eenmalig een preferente positie: de mogelijkheid hun vergunning nog een laatste keer te verlengen voor de duur van 10 jaar. Onderdeel van dat besluit was dat na 10 jaar de vergunning zou ophouden en overgegaan zou worden op een nieuwe situatie. Dat betekende ook dat de bestaande vergunninghouders niet meer automatisch recht hebben op verlenging van hun standplaatsvergunning in het nieuwe stelsel. Vanaf 2016 is de reikwijdte van de Europese Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet voor nationale vergunningstelsels en de complexiteit van schaarse vergunningen en de daartoe te volgen procedure door opeenvolgende rechterlijke uitspraken stap voor stap steeds duidelijker geworden.
Hiermee is in korte tijd een nieuw juridisch kader komen te gelden voor met name economische vergunningen die gemeenten uitgeven, waaronder de standplaatsvergunningen. Dit betekent dat we voor de verdeling van schaarse vergunningen aan mogelijke gegadigden gelijke kansen moeten bieden om in aanmerking te komen voor deze vergunningen: een gelijk speelveld voor bestaande en nieuwe ondernemers. De huidige standplaatshouders kunnen een aanvraag doen voor een nieuwe vergunning, en kunnen dus ook in aanmerking komen voor een standplaats. We kunnen hen echter geen preferente positie meer bieden. Voor deze standplaatshouders betekent dit onzekerheid of zij hun bedrijf kunnen voortzetten in Utrecht, en of ze dit kunnen voortzetten op dezelfde locatie. De Minister van Economische Zaken en Klimaat bevestigt dit ook in antwoord op recente kamervragen. Op dit moment zijn 81 standplaatsvergunningen verleend.
Vraag 2 De ondernemers ervaren hierdoor onzekerheid voor hun bedrijfsvoering. Denk daarbij over het in dienst houden van personeel en het doen van investeringen voor de lange termijn. Herkent het college dit signaal en wat zou zij kunnen doen om de bestaanszekerheid van (met name kleine) ondernemers te verbeteren? Antwoord 2 Ja, wij herkennen de signalen van onzekerheid aan de zijde van de ondernemers, en begrijpen die goed. Ondernemers die soms al tientallen jaren op eenzelfde plaats hun onderneming voeren komen nu in een onzekere situatie terecht. Zoals gezegd kunnen wij geen voorkeurspositie aan bestaande ondernemers toekennen. Waar wij nu aan werken is zo snel mogelijk duidelijkheid geven over de nieuwe situatie en de wijze van verdeling. Daarom werken wij momenteel, aan de hand van de bepalingen in de Europese Dienstenrichtlijn, vastgelegd in de Nederlandse Dienstenwet, aan een nieuwe verdelingsmethodiek voor de huidige standplaatsen.
Vraag 3 Hoe gaat het college de communicatie en participatie organiseren? We lezen al wel iets over informatieavonden in het eerste kwartaal in 2023. Antwoord 3 We krijgen veel vragen van standplaatshouders. Zoals in de brief aan de ondernemers dd. oktober 2022 aangekondigd is dit kwartaal, in maart, een bijeenkomst waarin wij met de standplaatshouders in gesprek gaan over de nieuwe procedure voor de vergunningen na 1 januari 2024. Wij zullen ook uw raad in de week voorafgaand aan de commissie VOWE (d.d. 23 maart) over de voorgenomen richting voor het nieuwe standplaatsenbeleid informeren. Alles is erop gericht om voor de zomer de huidige standplaatshouders en andere geïnteresseerden uit te nodigen om een aanvraag in te dienen voor een vergunning voor de periode vanaf 2024. Vraag 4 Wanneer kan het college meer delen over de nieuwe selectie-/gunningscriteria op basis waarvan nieuwe vergunninghouders worden gekozen? Wordt hierover openlijk gepubliceerd vóórafgaand aan het moment waarop de potentiële vergunninghouders een aanvraag moeten gaan doen volgens de brief in het tweede kwartaal van 2023? Antwoord 4 Zoals in vraag 3 aangegeven informeren wij u in de week voorafgaand aan de commissie VOWE van 23 maart over de voorgenomen richting voor het nieuwe standplaatsenbeleid. Uw commissie heeft aangegeven nog richting mee te willen geven.
Daarna ronden we zo snel mogelijk de benodigde besluitvorming af en zal uiteraard openlijk communicatie over het gehele proces plaatsvinden. Ook in de tussentijd houden we de ondernemers op de hoogte van de ontwikkelingen. Vraag 5 Wat is er waar van het gerucht dat de vergunninghouders via loting worden geselecteerd? Antwoord 5 Voor de toekenning van schaarse vergunningen bestaan verschillende verdelingsmethoden. Elke methode heeft zijn voor- en nadelen en die wegen we op dit moment zorgvuldig tegen elkaar af. Loting is één van die methodes. Zoals gezegd wordt hier nog aan gewerkt, we verwachten de standplaatshouders en uw raad nog voorafgaand aan de commissievergadering op 23 maart over de voorgenomen verdelingsmethodiek te kunnen informeren. 2
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3
Schriftelijke vragen Standplaatsen voor marktkooplui 22 december 2022
Vragen: De afgelopen dagen hebben wij als CDA Utrecht fractie meerdere signalen ontvangen van markt-kooplui dat zij zich zorgen maken over hun toekomst in Utrecht en Vleuten. Per 1 januari 2024 wordt hun huidige vergunning beëindigd en vanwege Europese regels worden die plekken anders toegewezen. Er zijn zelfs geluiden dat dit via loting zou gebeuren. Zie ook een van de brieven die wij hieronder hebben bijgevoegd. De impact hiervan is erg groot voor marktkooplui, van bloemenkiosken tot kaasboeren, die vaak al jaren geworteld zijn in de Utrechtse en Vleutense samenlevingen. Deze markt-kooplui worden gevonden door hun vaste klanten en wij koesteren ze graag in onze stad en in Vleuten-De Meern. Vandaar dat wij de volgende vragen aan het college stellen: 1. Hoe groot is de kans dat bestaande vergunninghouders hun standplaats kwijtraken en om hoeveel vergunninghouders gaat het dan? 2. De ondernemers ervaren hierdoor onzekerheid voor hun bedrijfsvoering. Denk daarbij over het in dienst houden van personeel en het doen van investeringen voor de lange termijn. Herkent het college dit signaal en wat zou zij kunnen doen om de bestaanszekerheid van (met name kleine) ondernemers te verbeteren? 3. Hoe gaat het college de communicatie en participatie organiseren? We lezen al wel iets over informatieavonden in het eerste kwartaal in 2023. 4.
Wanneer kan het college meer delen over de nieuwe selectie-/gunningscriteria op basis waarvan nieuwe vergunninghouders worden gekozen? Wordt hierover openlijk gepubliceerd vóórafgaand aan het moment waarop de potentiële vergunninghouders een aanvraag moeten gaan doen volgens de brief in het tweede kwartaal van 2023?
4
5. Wat is er waar van het gerucht dat de vergunninghouders via loting worden geselecteerd?
Gesteld door: • •
Jantine Zwinkels, CDA Utrecht Hessel Stellinga, CDA Utrecht
5
6