Beantwoording SV 2022 nr 210 over Locatiebepaling monument voor het slavernijverleden.docx
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2022, NUMMER 210 Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
20 december 2022 College B&W Annika Ridderikhoff 14030 a.ridderikhoff@utrecht.nl 10759496 Diversiteit en Inclusie
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2022 nummer 210 van Jantine Zwinkels (CDA) over Locatiebepaling van het monument voor het slavernijverleden. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Hoe kijkt het college terug op het participatieproces? Antwoord 1 Bij het tot stand komen van een kunstwerk in de openbare ruimte verschilt het per situatie op welke manier de stad betrokken wordt. Het participatieproces om tot het monument Slavernijverleden te komen is primair gericht op de initiatiefnemers, die hier al vele jaren mee bezig zijn. Hun rol in het traject is in overeenstemming met de raadsmotie groot. Daarmee geven we meer ruimte aan deze stemmen in het debat. Voor het traject om te komen tot een monument over het trans-Atlantisch slavernijverleden is een kunstwerkgroep opgericht, met verschillende betrokkenen uit de samenleving, een adviseur uit de ABKV en de gemeente. De mensen in deze kunstwerkgroep vertegenwoordigen een achterban en/of zijn nazaten van totslaafgemaakten uit Suriname en het Caribisch deel van Nederland. Wat hen bindt is de betrokkenheid bij het trans-Atlantisch slavernijdossier waarbij de doorwerking daarvan in het heden centraal staat. De kunstwerkgroep heeft gezamenlijk de kunstopdracht geformuleerd, de kunstenaar(s) geselecteerd en het proces bewaakt.
In het proces van de totstandkoming van het monument hebben we dus bewust de nazaten van totslaafgemaakten een grotere stem willen geven. Zij verdienen een belangrijke rol in de totstandkoming van het monument, hiermee geven we juist veel ruimte aan stemmen die eerder geen of te weinig ruimte hebben gekregen. We hebben echter ook omwonenden betrokken in het proces: Zodra de locatie van het Griftpark in beeld kwam, hebben we in september – voorafgaand aan ons besluit over de locatie- gesproken met een lid van de beheergroep en een andere betrokken omwonende die al jaren actief is als vrijwilliger in het park. Beiden waren positief over de komst van het monument. Zij vroegen wel aandacht voor een goede inpassing. Alle bewoners van de beheergroep (25 omwonenden) zijn vervolgens per mail geïnformeerd over het initiatief van een nieuw kunstwerk in het Griftpark, en uitgenodigd om met een vertegenwoordiging van de leden aanwezig te
zijn bij de presentatie van de drie schetsontwerpen samen met de kunstwerkgroep. Twee leden hebben hierop gereageerd en zij zijn vervolgens aanwezig geweest. Zij waren toen kritisch over de voorgestelde locatie van het monument als geheel boven op de heuvel, vanwege de link met het gashoudersverleden en het gebruik van de plek door de omgeving. Daarna hebben zij nog aangegeven dat een goede inpassing van belang is. De kunstenaar heeft in overleg met de kunstwerkgroep en de bij deze locatie betrokken professionals van de gemeente (landschapsarchitect en parkbeheerder) daarop het ontwerp en de locatie aangepast, mede om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de omwonenden. Daarna zijn er nog enkele andere leden van de beheergroep aangehaakt en hebben zij een andere locatie voorgesteld. Deze alternatieve locatie van de beheergroep en de daarbij horende argumenten zijn voorgelegd aan de kunstwerkgroep. Dat heeft niet geleid tot een aangepast advies van de kunstwerkgroep. We kijken terug op een bijzonder participatietraject waarin we juist veel ruimte hebben gegeven aan stemmen die eerder geen of te weinig ruimte hebben gekregen. We realiseren ons dat we te maken hebben met verschillende opvattingen over de precieze locatie in het park. Hierin hebben we als college een beslissing genomen.
Vraag 2 Op basis van welke criteria zijn de locaties in het Griftpark tegen elkaar afgewogen? Antwoord 2 Er is gekeken naar een zorgvuldige inpassing in het park, rekening houdend met het gebruik van het park. Hier zijn de landschapsarchitect en parkbeheerder nauw bij betrokken. Natuurlijk zal een nieuw element in het park zorgen voor verandering in gebruik van (dat deel van) het park, daar staat tegenover dat het monument zelf ook een plek voor samenkomst en dialoog biedt. De combinatie van een verlicht element op de heuvel (zichtbaarheid van het monument) en de ontmoetingsruimte (het monument) aan de voet van de heuvel met vrij uitzicht op het water zorgt voor een zichtbare en betekenisvolle ruimte voor bezinning en reflectie. Tegelijkertijd is er op deze plek ook genoeg ruimte voor viering en samenkomst. De locatie voldoet daarmee aan de eisen die eerder zijn opgesteld. Het alternatieve voorstel van de beheergroep is besproken met de kunstwerkgroep. De kunstwerkgroep heeft aangegeven dat ze willen vasthouden aan het gekozen ontwerp en de gekozen locatie. Zij zijn erg blij met de gekozen plek en zien in de alternatieve locatie geen verbetering. Door de aanpassing in het ontwerp blijft de heuvel nog steeds een plek om te gebruiken door alle bezoekers. Het wordt ook een plek voor bezinning, met een mooi zicht op het monument onder aan de heuvel.
De kunstwerkgroep is op de hoogte van het feit dat het een veelgebruikte en drukke plek is. Zij vinden dat juist waardevol, omdat er daardoor interactie met de gebruikers van het park ontstaat en hierdoor een brede groep mensen – juist ook jongeren – betrokken wordt bij het slavernijverleden en de doorwerking ervan. We hebben beide locaties overwogen en vinden we dat het ontwerp en de locatie die door de kunstwerkgroep is aangedragen goed past bij de wens voor een zichtbare plek in de stad. Het monument kan op de alternatieve locatie alleen worden ingepast als er een boom wordt verwijderd. Vraag 3 Hoe verhoudt de “wens voor een zichtbare plek in de stad” zich tot het plaatsen van het monument áchter een grote heuvel? Antwoord 3 De combinatie van een verlicht element op de heuvel (zichtbaarheid van het monument) en de herdenkings- en ontmoetingsruimte (het monument) aan de voet van de heuvel met vrij uitzicht op het water zorgt voor een zichtbare en betekenisvolle plek voor bezinning en reflectie. Het monument is zichtbaar vanaf de rode loper, zowel op als achter (naast) de heuvel.
2
Vraag 4 In hoeverre denkt het college draagvlak uit de omgeving te hebben voor de gekozen locatie? Antwoord 4 Er zijn geen reacties binnengekomen over de gekozen locatie na het wijkbericht, van andere bewoners dan de mensen uit de beheergroep met wie we al in gesprek zijn. Zij hebben donderdag 8 december een petitie gestart. Bij de inloopavond op 8 december zijn er – naast de vijf leden van de beheergroep met wie we al langer in gesprek zijn - nog zeven andere omwonenden geweest. Enkele van deze bewoners waren positief over het monument en hadden op de locatie in het park geen bezwaren. Er waren ook enkele bewoners negatiever over de keuze voor het monument. Vraag 5 Een vertegenwoordiger van de beheergroep liet ons weten dat de aanpassingen in het plan geen verbeteringen zijn geweest in hun ogen. Naast de locatiekeuze, gaat het ook om materiaalkeuze en de grootte van het monument. Hoe rijmt het college dit met haar opmerking dat reacties van de beheergroep zijn meegenomen? Antwoord 5 De twee leden van de beheergroep die bij de schetsontwerpen aanwezig waren, hebben daar toen vooral aangegeven dat ze de keuze voor het monument op de heuvel en de afmetingen niet passend vonden. De kunstenaar heeft in overleg met de kunstwerkgroep daarop het ontwerp en de locatie aangepast, mede om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de omwonenden.
Maar ook vanwege toegankelijkheidswensen en financiële aspecten. De andere materiaalkeuze ten opzichte van het eerste ontwerp is een aanpassing van de kunstenaar geweest en levert een extra verwijzing naar het slavernijverleden op: bakstenen werden gebruikt als ballast voor schepen die naar de koloniën voeren. Daar werden ze gebruikt om forten en huizen te bouwen. Deze aanpassing is besproken met de gemeente en kunstwerkgroep en beoordeeld als een goede aanpassing. Vraag 6 In de raadsbrief staat: “Het monument wordt een centrale plek voor de jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij in Suriname en het Caribisch deel van Nederland. In Utrecht wordt op 30 juni het trans- Atlantische slavernijverleden herdacht, op 1 juli wordt de vrijheid gevierd.” Wij vinden het goed dat het monument wordt gekoppeld aan deze twee jaarlijkse evenementen. Het had ons logisch geleken om het monument daarom ook dicht bij het manifestatieterrein in het Griftpark te positioneren. Daar zou ook meer plek zijn voor een grote opkomst bij herdenkingen en vieringen, en goed zichtbaar vanuit verschillende plekken. Waarom is hier niet voor gekozen? Antwoord 6 Bij de uitgangspunten voor de locatie is meegenomen dat er ruimte moet zijn voor 500 tot 600 mensen waar de jaarlijkse Keti Koti viering naar toe zal groeien.
Die ruimte is er bij de gekozen locatie en dit is ook al besproken met de afdeling evenementenvergunningen. Slechts enkele keren per jaar zal hier een viering kunnen plaatsvinden. De rest van de tijd is het een plek van herdenking, ontmoeting en samenkomst. Daar is de gekozen plek heel geschikt voor. Vraag 7 In hoeverre heeft hierin het belang meegespeeld van andere grote evenementen? Antwoord 7 Het belang van andere grote evenementen in het Griftpark heeft geen rol gespeeld in de keuze voor de locatie. Toen de beheergroep een locatie op het manifestatieveld aandroeg hebben we wel direct aangegeven dat dit niet passend was, ook in verband met de evenementen die in het park worden gehouden. De beheergroep heeft toen de locatie aan de rand van het manifestatieveld aan de Biltse Grift aangedragen. Deze locatie was bij de eerste inventarisatie van mogelijke locaties in het park ook aangedragen door de parkbeheerder en landschapsarchitect, omdat hij buiten het manifestatieveld ligt en dus geschikt als locatie. De kunstenaar en de kunstwerkgroep hebben echter op basis van andere argumenten een andere locatie voorgesteld. Vraag 8 Hoe verhoudt dit zich tot de beloofde locatieprofielen, waar de gemeente nog steeds niet mee gekomen is? 3
Antwoord 8 Op 7 december is de raad geïnformeerd over de locatieprofielen. In het eerste kwartaal van 2023 maken we de keuze kunnen voor 10 locaties en stellen we de criteria vast waaraan de locatieprofielen moeten voldoen. Bij het opstellen van de locatieprofielen zal ook de aanwezigheid van het monument in het Griftpark en de daarbij horende activiteiten meegenomen worden. Vraag 9 Is het college bereid om de locatiekeuze te heroverwegen? Zo nee, waarom niet? Antwoord 9 Nee. De locatie is zorgvuldig gekozen en passend bij het monument (zie ook vraag 1). Het ontwerp wordt nu verder uitgewerkt zodat we het monument op 30 juni 2023 tijdens Keti Koti kunnen onthullen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4
5
6
7