CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV 2022 nr 151 over Klimaatadaptatie.docx.pdf

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 24 november 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen omtrent effecten droogte1.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2022, NUMMER 151 Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

11 oktober 2022 College B&W M. Linckens 14030 m.linckens@utrecht.nl 10482916 Openbare ruimte

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2022 nummer 151 van Charlotte Passier (Volt) van 5 september 2022 over Klimaatadaptatie. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Algemeen We hebben verschillende uitvoeringsprogramma’s, zoals het Meerjaren Groen Programma (MGP) en het Programma Water en Riolering die bijdragen aan het nemen van de maatregelen gesteld in Coalitieakkoord. Het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) geeft ons handvatten om te kunnen bijsturen om de verschillende doelen te behalen. Vraag 1 Is het college hiermee bekend? a. Zo ja, is het college het met Volt eens dat het onwenselijk is om de doelen zoals vastgelegd in de RSU 2040, van het Nationaal Klimaatakkoord, van de Visie Klimaatadaptatie (2050) en van Ontwikkelend Beheer zoals vastgelegd in de Nota Beheer Openbare Ruimte en de Visie Water en Riolering niet te halen? b. Zo ja, is het college het met Volt eens dat het onwenselijk is dat groenarme wijken langer te maken hebben met meer hittestress, kans op wateroverlast en met te weinig ruimte voor recreatie en het herstel van de biodiversiteit (tot 2090). c. Zo ja, waarom heeft het college bewust de keuze gemaakt om niet de benodigde investeringen te doen om bovengenoemde doelen en risico’s zoals benoemd bij 1a en 1b te halen? d. Zo nee, wat vindt het college hiervan? Antwoord 1 a.

Ja, wij vinden dat onwenselijk. Het belang van groen en klimaatadaptatie is niet voor niets vastgesteld in deze documenten. Het is een majeure opgave waar we afhankelijk zijn van andere partijen bij het nastreven van onze doelen. In deze collegeperiode is extra geld en capaciteit vrijgemaakt om de gestelde doelen voor groen en klimaatadaptatie uit te voeren. b. Ja.

c. We stellen fors extra middelen beschikbaar om te investeren in groenarme wijken en daarbuiten als eerste opstap om de doelen in 2040 en 2050 te halen. Dit doen we via meerdere sporen. Zo hebben we geld vrijgemaakt om bij lopende herinrichtingsprojecten zoals Taagdreef, Amazonekwartier en Welgelegen ook groen te kunnen toevoegen. Ook hebben we middelen uitgetrokken om grote vergroeningsprojecten als natuurgebied Zuilen, vergroting Amelisweerd en Rondje Stadseiland te kunnen voorbereiden. En tot slot hebben we geld vrijgemaakt voor specifieke vergroeningsinitiatieven als vergroening Rivierenwijk en de realisatie van een groenloket. We hebben hierbij de afweging gemaakt de middelen in te zetten waar dat het hardst nodig is. Vraag 2 Heeft het college inzicht in de risico’s van het niet (op tijd) halen van de doelen van de RSU 2040, van het Nationaal Klimaatakkoord, van de Visie Klimaatadaptatie (2050) en van Ontwikkelend Beheer zoals vastgelegd in de Nota Beheer Openbare Ruimte en de Visie Water en Riolering? a. Zo ja, wat zijn de risico’s? b. Zo nee, wil het college onderzoek doen naar de risico’s? Antwoord 2 a. Ja, de risico’s zijn in de genoemde beleidsdocumenten beschreven. Deze risico’s zijn voor het college een belangrijke reden geweest om extra middelen beschikbaar te stellen voor het vergroenen en klimaatbestendig maken van Utrecht.

We spannen ons extra in om middelen te verwerven van andere overheden en private partijen. In de Visie Klimaatadaptatie hebben we op basis van de klimaatschadeschatter een indicatie opgenomen wat de verwachte schades zijn bij een veranderend klimaat als we geen actie ondernemen. In de RSU (Groene Schaalsprong) zijn risico’s benoemd ten aanzien van biodiversiteit en versnippering van groen bij groei van de stad. Vraag 3 Wat gaat het college doen om alsnog de doelen van de RSU 2040, van het Nationaal Klimaatakkoord, van de Visie Klimaatadaptatie (2050) en van Ontwikkelend Beheer zoals vastgelegd in de Nota Beheer Openbare Ruimte en de Visie Water en Riolering te halen? Antwoord 3 Het college werkt momenteel de strategie voor groen uit volgens de lijnen verankeren, verbreden en versnellen. De stand van zaken van deze uitwerking is u toegezegd in Q4 2022. Deze strategie wordt de komende periode verder uitgewerkt en zoveel mogelijk verbonden aan de noodzakelijke maatregelen om de doelen te halen. Daarnaast ontwikkelen we stapsgewijs het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) door tot een monitor-, analyse- en bijsturingsinstrument om te bepalen of we op koers liggen ten opzichte van de ambities uit de RSU 2040.

Op basis van deze analyse doen we jaarlijks via het MPR, parallel met de Voorjaarsnota, inhoudelijke bijsturings- en investeringsvoorstellen om de verschillende doelen te realiseren. Zoals geschetst in het coalitieakkoord koppelen we vergroening zo veel mogelijk aan andere werkzaamheden, bijvoorbeeld rond riolering, toegankelijkheid, energie-infrastructuur, onderhoud, vermindering van parkeerplaatsen en verkeersveiligheid onder het motto ‘in één keer goed’. Vanuit deze gedachte hebben we voor een aantal integrale projecten extra middelen beschikbaar gesteld en blijven we inzetten op het realiseren van koppelkansen van opgaven binnen beschikbare budgetten. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht, de secretaris,

de burgemeester, 2

Schriftelijke vragen Klimaatadaptatie 5 September 2022

Vragen: Deze zomer kwamen in verschillende rivieren zogenaamde ‘hongerstenen’ boven water te liggen. Het zijn stenen uit de late middeleeuwen en later die waarschuwen voor de gevolgen van extreme droogte. Door de klimaatverandering krijgen we steeds meer te maken met de weersomstandigheden die we voor 2050 verwachtten, langdurige droogte en wateroverlast door extreem weer. Het IPCC rapport Climate Change 2022: Impacts, Adaptation and Vulnerability van de IPCC laat zien dat klimaatverandering steeds meer impact heeft op mens en natuur. Het maakt duidelijk dat we de opwarming van de aarde moeten beperken tot 1,5 graden. Tegelijkertijd moeten we maatregelen nemen die ons weerbaarder maken tegen extreme weersomstandigheden. De huidige coalitie schrijft in het coalitieakkoord Investeren in Utrecht: Kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat: ‘We investeren als stad in extra groen en spannen ons in om ook extra middelen te verwerven van andere overheden en private partijen. We kiezen voor ontharding in plaats van verharding.

We hebben de ambitie om de vergroening van de stad te versnellen en in de komende 4 jaar 45 hectare extra groen te ontwikkelen; verdere versnelling is daarna nodig om onze doelen uit de RSU te halen.’ Met de huidige maatregelen uit het coalitieakkoord halen we niet (op tijd) de doelen van de RSU 2040, van het Nationaal Klimaatakkoord, van de Visie Klimaatadaptatie (2050) en van Ontwikkelend Beheer zoals vastgelegd in de Nota Beheer Openbare Ruimte en de Visie Water en Riolering. Sterker nog, het gevolg is dat de groenarme wijken langer te maken hebben met meer hittestress, kans op wateroverlast en met te weinig ruimte voor recreatie en het herstel van de biodiversiteit (tot 2090). Volt heeft hierover de volgende vragen:

1. Is het college hiermee bekend? a. Zo ja, is het college het met Volt eens dat het onwenselijk is om de doelen zoals vastgelegd in de RSU 2040, van het Nationaal Klimaatakkoord, van de Visie Klimaatadaptatie (2050) en van Ontwikkelend Beheer zoals vastgelegd in de Nota Beheer Openbare Ruimte en de Visie Water en Riolering niet te halen? b. Zo ja, is het college het met Volt eens dat het onwenselijk is dat groenarme wijken langer te maken hebben met meer hittestress, kans op wateroverlast en met te weinig ruimte voor recreatie en het herstel van de biodiversiteit (tot 2090). c. Zo ja, waarom heeft het college bewust de keuze gemaakt om niet de benodigde investeringen te doen om bovengenoemde doelen en risico’s zoals benoemd bij 1a en 1b te halen? d. Zo nee, wat vindt het college hiervan? 2. Heeft het college inzicht in de risico’s van het niet (op tijd) halen van de doelen van de RSU 2040, van het Nationaal Klimaatakkoord, van de Visie Klimaatadaptatie (2050) en van Ontwikkelend Beheer zoals vastgelegd in de Nota Beheer Openbare Ruimte en de Visie Water en Riolering? a. Zo ja, wat zijn de risico’s? b. Zo nee, wil het college onderzoek doen naar de risico’s?

3

3. Wat gaat het college doen om alsnog de doelen van de RSU 2040, van het Nationaal Klimaatakkoord, van de Visie Klimaatadaptatie (2050) en van Ontwikkelend Beheer zoals vastgelegd in de Nota Beheer Openbare Ruimte en de Visie Water en Riolering te halen?

Gesteld door: •

Charlotte Passier, Volt

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a34e2cb9-15ce-4577-a8fe-dbf81bcb2c19