Beantwoording SV 2022 nr 143 over Droogte en waterbesparing.docx.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2022, NUMMER 143
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
23 september 2022 College B&W E.W. Rebergen 030-2864332 e.rebergen@utrecht.nl 10465200 Openbare ruimte
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2022 nummer 143 van Mirthe Biemans (PvdA) en Ilse Raaijmakers (PvdA) van 16 augustus 2022 over Droogte en waterbesparing. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Welke gevolgen heeft de extreme droogte en het watertekort deze zomer gehad in Utrecht? Antwoord 1 Wij gaan eerst in op wat de gevolgen van de droogte zijn op de grondwaterstanden en vochtgehalte van de Utrechts bodem en vervolgens wat dit voor gevolgen heeft voor de bebouwing, het openbaar groen, de openbare wegverharding, het oppervlaktewater en de gemeentelijke sportparken Grondwaterstanden en vochtgehalte bodem Op basis van ervaring en onderzoek blijkt dat bij droogte de daling van de diepere grondwaterstanden in de stad beperkt is, omdat het grondwater dan weer wordt aangevuld vanuit het oppervlaktewater. Ofwel het diepere grondwater zal bij droogte niet steeds verder dalen, maar zich stabiliseren zolang het oppervlaktewater in de stad op niveau blijft. Waterschap De Stichtse Rijnlanden geeft aan dat zij verwachten dat zij het niveau van het oppervlaktewater in de stad ook bij toenemende droge periodes goed kunnen handhaven. In dat geval zal klimaatverandering geen groot effect hebben op de diepere grondwaterstanden. Het grootste risico op uitdroging zit in Utrecht in de toplaag van de bodem.
Dit geldt vooral voor de hoger gelegen plekken in de stad met veel zand in de bodem zoals de binnenstad, de stroomrug door Leidsche rijn (wijken Het zand en Parkwijk), taluds van bruggen en geluidswallen. De toplaag van de bodem gevoelig is voor uitdroging, omdat de afstand tot het diepere grondwater hier groter is. Ook is het risico groter in gebieden waar tussen het diepere grondwater en het maaiveld nog een kleilaag aanwezig is waar in natte tijden regenwater op blijft staan. Bij langdurige droogte verdampt dit zogenaamde freatische grondwater. Na de droogte van 2018 hebben we een meetnet ontwikkeld om hier specifiek naar te kijken en we zien dat de grondwaterstand boven deze kleilaag in deze zomer op veel plekken flink gezakt is. Wijken waarbij het diepe grondwater is afgedekt met een kleilaag liggen
vooral aan de noord-, west- en zuidkant van de stad, zoals Hoograven, zuidelijk Kanaleneiland, Vleuterweide, Terwijde, de zuidkant van De Meern en het noordelijk deel van Overvecht. Gebouwen De effecten van de droogte op de gebouwen lijken deze zomer beperkt. Er zijn in tegenstelling tot 2018 bij de gemeente geen meldingen binnengekomen over scheurvorming of funderingsschade die te relateren zijn aan droogte. We houden hierbij nadrukkelijk een slag om de arm, omdat eigenaren van gebouwen scheurvorming of funderingsschade vooral melden bij hun verzekeraar en niet bij de gemeente. En als gemeente hebben we vanuit privacyoverwegingen geen inzicht in de meldingen bij verzekeraars. Openbaar groen Alle net aangeplante bomen, struiken en vaste planten zijn kwetsbaar bij droogte, omdat zij nog minder diep wortelen en daardoor sneller last krijgen als de toplaag van de bodem uitdroogt ten opzichte van dieper wortelende oudere bomen. We zien deze zomer ook steeds vaker struiken en vaste planten die het niet redden. We proberen de uitval te verminderen door net aangeplante bomen tot en met 3e jaar na aanplant extra water te geven. Hetzelfde geldt voor struiken en vaste planten. Hiervoor gebruiken we oppervlaktewater. We hebben deze zomer ongeveer net zo intensief water moeten geven als in 2018.
We weten pas in het voorjaar van 2023 of we met het extra water voorkomen hebben dat net aangeplante bomen en overig groen door de droogte afsterven. Met betrekking tot de toestand van de bomen hebben wij op basis van visuele inspectie het beeld dat de situatie gunstiger is dan in 2018. Ook hebben we in tegenstelling tot 2018 nog geen meldingen gehad van takbreuk die te relateren zijn aan droogte. Wegverharding Uitdroging van de bodem kan bij wegverharding leiden tot scheuren in het asfalt in de lengterichting. Dit risico speelt vooral bij wegen in gebieden die gevoelig zijn voor bodemdaling of uitdroging van de bodem. Denk aan wegen en paden in het buitengebied die gelegen zijn op hoger gelegen dijken met sloten of greppels aan weerszijden. Bij klinkerwegen kan door uitdroging van de wegfundering de kans op klapperende en losliggende klinkers en tegels toenemen. In tegenstelling tot 2018 zien we deze zomer nog geen toename van schademeldingen aan de wegverhardingen. Oppervlaktewater Het lukt de waterschappen ondanks de droogte goed om het oppervlaktewater in de stad op peil te houden. Wel zien we deze zomer volgens, in overeenstemming met de landelijke trend een toename van blauwalg in ons oppervlaktewater. Zo hebben/hadden we blauwalg in de Strijkviertelplas, de plas Veldhuizen, het Camminghaplantsoen in Hoograven, het Wilhelminapark en bij de Musicalkade in Leidsche Rijn.
We werken intensief samen met het waterschap om ons water minder kwetsbaar te maken voor droogte en opwarming en de waterkwaliteit te verbeteren. Sportparken Bij de natuurgrasvelden zien we dat door de droogte de groei en wortelontwikkeling van het gras achterblijft. Hierdoor kan het gras zich in de competitie zomerstop minder goed herstellen en worden de velden kwetsbaarder als ze in de wintermaanden intensief gebruikt worden. Ook zorgt de droogte voor extra overlast van engerlingen (larve van een junikever) en emelten (larve van de langpootmug). Een secundair gevolg is dat kraaien het gras kapottrekken om bij de engerlingen te komen. Hierdoor ontstaan kale plekken en grasschade. Dit effect zien we ook bij grasvelden in de openbare ruimte.
2
Vraag 2 Hoe wordt omgegaan met deze gevolgen? Antwoord 2 Vanuit de diverse vakdisciplines nemen we de maatregelen die nodig zijn. Zo geven we meer water om te zorgen dat net aangeplante bomen en overig groen niet afsterven en zijn we tijdelijk gestopt met maaien op kwetsbare locaties. Ook geven we bij het planten van bomen meer aandacht aan de groeiplaats en de watervoorziening. Tot slot werken we intensief samen het waterschap aan maatregelen om het waterpeil en de waterkwaliteit op niveau te houden en waar mogelijk te verbeteren. Vraag 3 Welke maatregelen neemt de gemeente om water te besparen in tijden van watertekort? Antwoord 3 Van een echt watertekort, waarbij sprake is van een verbod op het gebruik van grond- of oppervlaktewater voor beregening of een beperking in het gebruik van drinkwater was in onze regio (beregening) en Nederland (drinkwater) gelukkig geen sprake. Wel maken we elke keer weer de afweging of het noodzakelijk is om drinkwater te gebruiken. We gebruiken bij voorkeur oppervlaktewater voor het water geven aan bomen, sportvelden met natuurgras en overig groen. Als dat niet kan vallen we terug op grondwaterbronnen, maar we gebruiken in elk geval geen drinkwater. Van de kunstgrasvelden worden alleen de sportvelden waarop gehockeyd wordt beregend. Dit laatste gebeurt alleen als ze in gebruik zijn, dus niet gedurende de zomerstop.
Voor een aantal functies als spetterbadjes en waterspeelelementen gebruiken we altijd drinkwater vanwege het waarborgen van de volksgezondheid. Wanneer er sprake is van een beperking van gebruik drinkwater kunnen we openingstijden of bedieningstijden aanpassen. Van een beperking op het gebruik van drinkwater was deze zomer gelukkig geen sprake. Gezien het belang van deze voorzieningen voor verkoeling in de buurt hebben we hier dan ook niet op hoeven sturen. Vraag 4 Welke gemeentelijke diensten verbruiken veel water? Is dit drinkwater? Antwoord 4 Hoewel we niet beschikken over de cijfers (dit vraagt uitgebreid onderzoek) verwachten wij dat Stadsbedrijven het meeste drinkwater verbruikt. Bij Stadsbedrijven wordt drinkwater in de openbare ruimte vooral gebruikt voor spetterbadjes, watertappunten (join the pipes) en waterspeelelementen. Daarnaast voert Stadsbedrijven ook het beheer uit van divers gemeentelijk vastgoed, waaronder de sportaccommodaties en zwembaden waar veel drinkwater wordt verbruikt. Daarnaast verbruikt Stadsbedrijven - zoals aangegeven bij vraag 3 - veel oppervlaktewater en grondwater voor het bewateren van net aangeplante bomen en overig groen en sportvelden met natuurgras.
Vraag 5 Welke mogelijkheden zijn er om als gemeente water te besparen bij de diensten of in de openbare ruimte? En is het college van plan om deze mogelijkheden te benutten? Antwoord 5 De mogelijkheden om drinkwater te besparen zijn beperkt omdat juist in periodes van droogte en hitte het grootste beroep wordt gedaan op voorzieningen als spetterbadjes, zwembaden en waterspeelelementen. Wel proberen we altijd om zo doelmatig mogelijk met drinkwater om te gaan. Zoals beschreven bij vraag 3 gebruiken we alleen drinkwater voor functies waarbij het om gezondheidsredenen noodzakelijk is drinkwater te gebruiken, bij overige functies - zoals het water geven aan jonge aanplant - gebruiken we bij voorkeur oppervlaktewater. 3
Het gebruik van oppervlaktewater en grondwater in droge periodes proberen we te verminderen door in natte periodes zoveel mogelijk hemelwater vast te houden en nuttig te gebruiken. We hebben hiervoor in de Visie Klimaatadaptatie en de Visie Water en Riolering de ambitie vastgelegd om op de lange termijn minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag vast te houden en nuttig te gebruiken. We hanteren een voorkeursvolgorde, waarbij we de meest wenselijke manier ook het meest stimuleren via onder andere onze subsidies voor groene daken en watervriendelijk maatschappelijk vastgoed. Vraag 6 Voldoet in de ogen van het college de huidige uitvoering van de visie water en riolering om de sterk toenemende droogte op te vangen? Zo nee, wanneer wil het college hierop bijsturen? Antwoord 6 De uitvoering van de Visie Klimaatadaptatie en de Visie Water en Riolering is nog maar net gestart en vraagt tijd. We hebben de ambitie uitgesproken om het doel te bereiken door zoveel mogelijk aan te sluiten bij de natuurlijke momenten om veranderingen door te voeren, zoals rioolvervangingen, groot onderhoud en herinrichtingen, gebiedsontwikkelingen en sloop- en nieuwbouw. Wij zien momenteel nog geen noodzaak het tempo te versnellen. In 2023 presenteert het KNMI nieuwe klimaatscenario’s, waaruit valt af te leiden of en in welke mate de kans op droge periodes en jaren toeneemt.
Op basis daarvan bepalen we of onze Visie klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering bijgesteld moeten worden Vraag 7 Welke resultaten worden bereikt met dit programma? Deelt het college de observatie dat het informeren en ondersteunen van bewoners meer aandacht kan krijgen? Welke mogelijkheden ziet het college hiervoor? Antwoord 7 Het programma Waterproof030 heeft via de tegelophaalservice in 2021 bijgedragen aan het verwijderen van 30.284 tegels op particulier terrein, waarmee 3.028 m² verharding is vergroend. Daarnaast zijn in 2021 306 geveltuinen aangelegd met ondersteuning vanuit Waterproof030. Tot slot hebben we bijna 22.000 m2 daken vergroend met een bijdrage vanuit de subsidie groene daken. We wijzen erop dat de resultaten van Waterproof030 geen volledig beeld geven van het vergroende oppervlak, omdat ook via herinrichtingsprojecten, groot onderhoud, gebiedsontwikkeling en specifieke vergroeningsprojecten zoals vergroening Rivierenwijk regenwater wordt vastgehouden en verharding wordt omgezet in groen. Wij delen uw mening dat het programma Waterproof030 dit jaar beperkt zichtbaar is. Dit komt onder meer door onvoorziene personele capaciteitsproblemen. We verkennen momenteel hoe we dit voor komend jaar het beste kunnen opvangen.
Daarnaast hebben we als ambitie om via een integrale aanpak op het gebied van groen, water en klimaatadaptatie, waarin waterproof030, klimaatadaptatieloket en groenloket zijn opgenomen, bewoners, bedrijven, corporaties, scholen en andere particuliere eigenaren te informeren, stimuleren en faciliteren om hun directe leefomgeving aantrekkelijker, groener, watervriendelijker en daarmee klimaatbestendiger in te richten. Conform de gedane toezegging bij de vaststelling van de Visie Klimaatadaptatie streven we ernaar u eind dit jaar over deze nieuwe aanpak te informeren. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester, 4
Schriftelijke vragen droogte en waterbesparing 16 augustus 2022
Vragen: Nederland en Europa hebben wederom te maken met een ernstige droogte. Deze maand werd er een officieel watertekort afgekondigd. De afgelopen jaren hebben we vaker te maken met droogte en er is geen reden om te denken dat dit minder wordt. De vraag is of we onze ambities en gedrag met betrekking tot het omgaan met droogte en watertekort niet moeten bijstellen. De horizon van 2050 is ver weg en de effecten zijn nu. Daarom hebben wij vragen over hoe we als gemeente Utrecht op de korte en langere termijn met droogte omgaan. Hoewel de stad minder last heeft van droogte en watertekort dan andere gebieden in Nederland kunnen wij ons niet onttrekken aan onze verantwoordelijkheid hierin. Er zijn andere instanties dan de gemeentelijke organisatie die zich hoofdzakelijk bezighouden met waterverdeling in tijden van schaarste, maar de gemeente is wel verantwoordelijk voor haar eigen watergebruik. 1. Welke gevolgen heeft de extreme droogte en het watertekort deze zomer gehad in Utrecht? 2. Hoe wordt omgegaan met deze gevolgen? 3. Welke maatregelen neemt de gemeente om water te besparen in tijden van watertekort? 4. Welke gemeentelijke diensten verbruiken veel water? Is dit drinkwater? 5. Welke mogelijkheden zijn er om als gemeente water te besparen bij de diensten of in de openbare ruimte? En is het college van plan om deze mogelijkheden te benutten? 6.
Voldoet in de ogen van het college de huidige uitvoering van de visie water en riolering om de sterk toenemende droogte op te vangen? Zo nee, wanneer wil het college hierop bijsturen? 7. Ook bewoners kunnen bijdragen aan de het tegengaan van droogte en watertekort. De gemeente Utrecht heeft hiervoor het programma waterproof030, dit lijkt echter weinig zichtbaar. Welke resultaten worden bereikt met dit programma? Deelt het college de observatie dat het informeren en ondersteunen van bewoners meer aandacht kan krijgen? Welke mogelijkheden ziet het college hiervoor?
Gesteld door: • •
Mirthe Biemans, Partij van de Arbeid Ilse Raaijmakers, Partij van de Arbeid 5