CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV 2022 nr 142 over De effecten van droogte.docx.pdf

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 24 november 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen omtrent effecten droogte2.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2022, NUMMER 142 Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

23 september 2022 College B&W E.W. Rebergen 030-2864332 e.rebergen@utrecht.nl 10465185 Openbare ruimte

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2022 nummer 142 van Jantine Zwinkels (CDA) van 18 augustus 2022 over Effect van de droogte. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Algemene Inleiding - gevolgen droogte in Utrecht in 2022 (zie ook beantwoording SV 2022/143) Voor een beter begrip van de specifieke antwoorden op uw vragen hechten wij eraan u eerst een overzicht te geven van de gevolgen van de droogte van dit jaar. Wij gaan hierbij eerst in op wat de gevolgen van de droogte zijn op de grondwaterstanden en vochtgehalte van de Utrechts bodem en vervolgens wat dit voor gevolgen heeft voor de bebouwing, het openbaar groen, de openbare wegverharding, het oppervlaktewater en de gemeentelijke sportparken Grondwaterstanden en vochtgehalte bodem Op basis van ervaring en onderzoek blijkt dat bij droogte de daling van de diepere grondwaterstanden in de stad beperkt is, omdat het grondwater dan weer wordt aangevuld vanuit het oppervlaktewater. Ofwel het diepere grondwater zal bij droogte niet steeds verder dalen, maar zich stabiliseren zolang het oppervlaktewater in de stad op niveau blijft. Waterschap De Stichtse Rijnlanden geeft aan dat zij verwachten dat zij het niveau van het oppervlaktewater in de stad ook bij toenemende droge periodes goed kunnen handhaven.

In dat geval zal klimaatverandering geen groot effect hebben op de diepere grondwaterstanden. Het grootste risico op uitdroging zit in Utrecht in de toplaag van de bodem. Dit geldt vooral voor de hoger gelegen plekken in de stad met veel zand in de bodem zoals de binnenstad, de stroomrug door Leidsche rijn (wijken Het zand en Parkwijk), taluds van bruggen en geluidswallen. De toplaag van de bodem gevoelig is voor uitdroging, omdat de afstand tot het diepere grondwater hier groter is. Ook is het risico groter in gebieden waar tussen het diepere grondwater en het maaiveld nog een kleilaag aanwezig is waar in natte tijden regenwater op blijft staan. Bij langdurige droogte verdampt dit zogenaamde freatische grondwater. Na de droogte van 2018 hebben we een meetnet ontwikkeld om hier specifiek naar te kijken en we zien dat de grondwaterstand boven deze kleilaag in deze zomer op veel plekken flink gezakt is. Wijken waarbij het diepe grondwater is afgedekt met een kleilaag liggen

vooral aan de noord-, west- en zuidkant van de stad, zoals Hoograven, zuidelijk Kanaleneiland, Vleuterweide, Terwijde, de zuidkant van De Meern en het noordelijk deel van Overvecht. Gebouwen De effecten van de droogte op de gebouwen lijken deze zomer beperkt. Er zijn in tegenstelling tot 2018 bij de gemeente geen meldingen binnengekomen over scheurvorming of funderingsschade die te relateren zijn aan droogte. We houden hierbij nadrukkelijk een slag om de arm, omdat eigenaren van gebouwen scheurvorming of funderingsschade vooral melden bij hun verzekeraar en niet bij de gemeente. En als gemeente hebben we vanuit privacyoverwegingen geen inzicht in de meldingen bij verzekeraars. Openbaar groen Alle net aangeplante bomen, struiken en vaste planten zijn kwetsbaar bij droogte, omdat zij nog minder diep wortelen en daardoor sneller last krijgen als de toplaag van de bodem uitdroogt ten opzichte van dieper wortelende oudere bomen. We zien deze zomer ook steeds vaker struiken en vaste planten die het niet redden. We proberen de uitval te verminderen door net aangeplante bomen tot en met 3e jaar na aanplant extra water te geven. Hetzelfde geldt voor struiken en vaste planten. Hiervoor gebruiken we oppervlaktewater. We hebben deze zomer ongeveer net zo intensief water moeten geven als in 2018.

We weten pas in het voorjaar van 2023 of we met het extra water voorkomen hebben dat net aangeplante bomen en overig groen door de droogte afsterven. Met betrekking tot de toestand van de bomen hebben wij op basis van visuele inspectie het beeld dat de situatie gunstiger is dan in 2018. Ook hebben we in tegenstelling tot 2018 nog geen meldingen gehad van takbreuk die te relateren zijn aan droogte. Wegverharding Uitdroging van de bodem kan bij wegverharding leiden tot scheuren in het asfalt in de lengterichting. Dit risico speelt vooral bij wegen in gebieden die gevoelig zijn voor bodemdaling of uitdroging van de bodem. Denk aan wegen en paden in het buitengebied die gelegen zijn op hoger gelegen dijken met sloten of greppels aan weerszijden. Bij klinkerwegen kan door uitdroging van de wegfundering de kans op klapperende en losliggende klinkers en tegels toenemen. In tegenstelling tot 2018 zien we deze zomer nog geen toename van schademeldingen aan de wegverhardingen. Oppervlaktewater Het lukt de waterschappen ondanks de droogte goed om het oppervlaktewater in de stad op peil te houden. Wel zien we deze zomer conform de landelijke trend een toename van blauwalg in ons oppervlaktewater. Zo hebben/hadden we blauwalg in de Strijkviertelplas, de plas Veldhuizen, het Camminghaplantsoen in Hoograven, het Wilhelminapark en bij de Musicalkade in Leidsche Rijn.

We werken intensief samen met het waterschap om ons water minder kwetsbaar te maken voor droogte en opwarming en de waterkwaliteit te verbeteren. Sportparken Bij de natuurgrasvelden zien we dat door de droogte de groei en wortelontwikkeling van het gras achterblijft. Hierdoor kan het gras zich in de competitie zomerstop minder goed herstellen en worden de velden kwetsbaarder als ze in de wintermaanden intensief gebruikt worden. Ook zorgt de droogte voor extra overlast van engerlingen (larve van een junikever) en emelten (larve van de langpootmug). Een secundair gevolg is dat kraaien het gras kapottrekken om bij de engerlingen te komen. Hierdoor ontstaan kale plekken en grasschade. Dit effect zien we ook bij grasvelden in de openbare ruimte.

2

Vraag 1 Hoe duidt het college dit probleem voor de gemeente Utrecht? Is het probleem in kaart gebracht, hoeveel parken (met jonge bomen) zijn kwetsbaar hiervoor, hoeveel meldingen van scheuren in gebouwen (en andere gerelateerde schade) zijn er tot nu toe binnengekomen bij de gemeente? Wordt de oorzaak ‘droogte’ al apart geregistreerd bij de uitval van groen? Antwoord 1 Het college beschouwt de droogte van dit jaar op basis van de hiervoor geschetste gevolgen op dit moment als een beheersbaar vraagstuk. Wel zijn wij met name bezorgd over de lange termijn gevolgen van de opeenvolging van droge jaren op de toekomstverwachting van onze bomen en de kwaliteit van het oppervlaktewater in de stad. Omdat de uitval van groen zich vaak pas later openbaart dan de droogte, is het lastig om te bepalen of droogte de oorzaak is geweest. Droogte wordt dan ook niet apart als oorzaak geregistreerd. Vraag 2 Op welke vlakken verwacht het college dat de droogte tot (nieuwe) knelpunten heeft geleid (o.a. in onze parken, wegen, gebouwen, waterkwaliteit en biodiversiteit)? Antwoord 2 We zien dit jaar grotendeels dezelfde knelpunten als in eerdere vergelijkbare droge jaren, zoals 2018. Zie voor een overzicht de algemene toelichting. Hierbij baart het ons wel zorgen dat dit jaar voor het eerst ook sprake is van blauwalg in het hoofdwatersysteem.

Bij de watergangen met blauwalg zijn daarom borden geplaatst om zwemmers en met bewoners met honden te waarschuwen. Nu blauwalg sinds deze maand in de grote wateren aanwezig is, communiceren wij daar samen met HDSR actief over. Ook houden wij de locaties waar wij regulier controleren op de waterkwaliteit (plaatsen waarvan bekend is dat regelmatig wordt gezwommen) in de gaten, en plaatsen borden waar wij blauwalg aantreffen. Op een aantal van deze plaatsen zijn reeds borden geplaatst. Vraag 3 Wat heeft het college sinds de zomer in 2021 in haar aanpak geïntensiveerd of anders gedaan richting de zomer van 2022? Antwoord 3 We hebben dit jaar op de volgende onderdelen onze aanpak geïntensiveerd: • We letten bij de plaatsing van bomen nog beter op goede aanleg van groeiplaatsen en zorgen ervoor dat ze voldoende toegang hebben tot water in de bodem. Een goed aangelegde groeiplaats geeft bomen een betere start en maakt dat ze ook op de langere termijn beter bestand zijn tegen droge zomers. • We zijn gestart met proeven met het plaatsen van vochtsensoren bij net aangeplante bomen en plantvakken. Hiermee willen we voorkomen dat de boom of beplanting te laat of juist te veel water krijgt. • Waar het kan komt er meer bloemrijke hooiland/ruigte ten opzichte van areaal grasvelden in de stad (o.a. door project Afwegingskader maaibeheer dat sinds 2021 loopt).

Bloemrijke hooilanden en ruigten zijn beter tegen droogte bestand dan grasvelden en dragen bij aan onze ambities voor meer natuur in de stad. • We hebben het meetnet om ondiepe grondwaterstanden te meten geïntensiveerd. • We hebben onderzoek laten doen hoe we het beste kunnen omgaan met de engerlingen in grasvelden.

3

Vraag 4 Zijn er concrete noodmaatregelen getroffen door de gemeente om de schadelijke effecten te verkleinen? Zo ja, welke? Antwoord 4 Het water geven van de nieuw aangeplante groenvoorziening en bij de sportvelden met natuurgras is sterk geïntensiveerd. Op enkele locaties zijn als proef waterzakken geplaatst rond nieuw geplante bomen. Dit zorgt voor een gerichtere waterafgifte en minder sterfte. Verder hebben we op sommige locaties tijdelijk minder of niet gemaaid vanwege de droogte, omdat kort gemaaid gras gevoeliger is voor uitdroging. We communiceren hierover actief op de gemeentelijke website. Bij de zwemplas van de Voorveldspolder hebben we een nieuwe grondwaterpomp en nieuw stroomgeleiders geplaatst om de doorspoeling in de plas te verbeteren en waterkwaliteitsproblemen te verminderen. Helaas blijft de waterkwaliteit van deze zwemplas vanwege de kleine omvang bijzonder kwetsbaar. Vraag 5 Hoe staat het met de uitvoering hiervan? Antwoord 5 Door het onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering op de grondwaterstanden hebben we meer zicht op de plekken waar droogte kan leiden tot sterke verlaging van grondwaterstanden en daarmee risico’s voor panden die niet op palen gefundeerd zijn of net aangeplant en daarmee kwetsbaar groen.

In de jaarlijkse verantwoording, het jaarlijkse duurzaamheidsverslag en het jaarlijkse meerjarenprogramma water en riolering beschrijven wij de stand van zaken met betrekking tot afkoppelen en ontharden/vergroenen. Ook vindt u daarin een overzicht van de hoeveelheid groene daken die jaarlijks met subsidie van de gemeente worden aangelegd. Zoals besloten bij de vaststelling van de Visie Klimaatadaptatie werken wij momenteel aan tussendoelen en bijbehorende indicatoren om nog beter inzichtelijk te maken hoe het traject om Utrecht nog klimaatbestendiger te maken verloopt. Wij verwachten u hierover eind van het jaar te kunnen informeren, met als doel u deze tussendoelen en indicatoren bij de Voorjaarsnota ter besluitvorming te kunnen voorleggen. Vraag 6 Hoe kijkt het college op dit moment naar de noodzaak tot meer budget, of in ieder geval wél rekening gaan houden met extra kosten gerelateerd aan droogte in de programmabegroting? Antwoord vraag 6 Voor de komende jaren zullen wij kijken of wij het jaarlijkse budget in onze begroting voor het watergeven en vervangen van jonge aanplant moeten verhogen als gevolg van de hogere kosten door droogte. Of er meer en structureel budget nodig is laten we afhangen van de nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI die in 2023 beschikbaar komen.

In de vorige klimaatscenario’s uit 2014 was de verwachting dat de kans op droogte in de zomer in Nederland maar beperkt zou toenemen. Onze verwachting op de ervaring van de laatste jaren is dat dit in de nieuwe scenario’s anders zal zijn. We hopen en verwachten dat de nieuwe klimaatscenario’s hier meer inzicht in gaan geven en zullen indien nodig ons beleid hierop aanpassen. De verwachting is dat in de toekomst het KNMI de Nederlands klimaatscenario’s elke zes jaar zal actualiseren in navolging van de zes jaarlijkse actualisatie van het wereldwijde onderzoek van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change).

4

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

5

Schriftelijke vragen Effect van de droogte 18 augustus 2022

Vragen: Sinds de droge zomer van 2018 vraagt CDA Utrecht aandacht voor de effecten van de toenemende droogte. Zo kwam er in oktober 2019 een raadsbrief die eerder was toegezegd naar aanleiding van onze agendering, volgden wij dit op met schriftelijke vragen in 2020 en deden wij bij de voorjaars-nota in 2021 het voorstel (motie: Zachte winters, Droge Zomers) om de mogelijkheden van een seizoensfonds te verkennen, zodat financiële meevallers (omdat er minder vaak gestrooid hoeft te worden) geïnvesteerd kunnen worden in de tegenvallers die samenhangen met klimaat (zoals hitte, droogte en wateroverlast). Tot slot is in 2021 het Raadsvoorstel Visie en Programma Water en Riolering aangenomen. We zijn benieuwd naar de voortgang die het college heeft gemaakt om Utrecht beter voor te bereiden op de droogte en hier in de praktijk beter mee om te gaan. Ook deze zomer was de droogte weer een groot probleem op verschillende plekken in Nederland, waar we nu al én mogelijk pas op een later moment de effecten van gaan zien. 1. Hoe duidt het college dit probleem voor de gemeente Utrecht? Is het probleem in kaart gebracht, hoeveel parken (met jonge bomen) zijn kwetsbaar hiervoor, hoeveel meldingen van scheuren in gebouwen (en andere gerelateerde schade) zijn er tot nu toe binnengekomen bij de gemeente? Wordt de oorzaak ‘droogte’ al apart geregistreerd bij de uitval van groen? 2.

Op welke vlakken verwacht het college dat de droogte tot (nieuwe) knelpunten heeft geleid (o.a. in onze parken, wegen, gebouwen, waterkwaliteit en biodiversiteit)? 3. Wat heeft het college sinds de zomer in 2021 in haar aanpak geïntensiveerd of anders gedaan richting de zomer van 2022? 4. Zijn er concrete noodmaatregelen getroffen door de gemeente om de schadelijke effecten te verkleinen? Zo ja, welke? Op pagina 22 van het Programma staat bijvoorbeeld: “Droge zomers als in 2018 komen door de klimaatverandering in de toekomst vaker voor. Om ons hierop voor te bereiden brengen we de komende planperiode kwetsbare panden en kwetsbaar groen 6

in beeld. We onderzoeken of het mogelijk is om tegen acceptabele kosten panden en groen minder kwetsbaar te maken. Via het beleid om hemelwater vast te houden waar het gevallen is en het afkoppelen en ontharden door bijvoorbeeld de aanleg van infiltratieriolen en wadi’s stimuleren we de sponswerking van de stad. Hiermee bouwen we meer buffer op voor droge periodes. Het uitgebreide grondwatermeetnet helpt ons om dit te kunnen onderzoeken.” De gemeente heeft ook een website1 over het thema met daarop verschillende maatregelen die de gemeente zou nemen, waaronder groene daken, lokaal afwateren en waterdoorlatende stenen. 5. Hoe staat het met de uitvoering hiervan? In de raadsbrief van 2019 stond als antwoord op de vraag of structureel budget nodig is: “Op dit moment verwacht het KNMI dat droge zomers vergelijkbaar met die van 2018 gemiddeld eens in de 30 jaar zullen voorkomen. Tegelijkertijd verwachten we dat na 2019 er geen extra werkzaamheden meer nodig zijn om de gevolgen van de droge zomer 2018 op te vangen; dit beeld zal in 2020 moeten worden geverifieerd.

Vooralsnog acht ik het daarom niet nodig om een apart structureel onderhoudsbudget te reserveren voor het opvangen van de gevolgen van droge zomers voor het groen.” In antwoord op de schriftelijke vragen uit 2020 stond: “Wij hebben in de begroting van 2020 nog geen rekening gehouden met structurele extra kosten als gevolg van droogte. De extreme droogte van de afgelopen twee jaar was voor ons nog geen aanleiding om hiervoor in de begroting van 2020 structureel budget op te nemen. Mocht de trend van droge zomers zich de komende jaren voort zetten, dan zullen we u zeker voorstellen om hier in de begroting structureel rekening mee te gaan houden.” 6. Hoe kijkt het college op dit moment naar de noodzaak tot meer budget, of in ieder geval wél rekening gaan houden met extra kosten gerelateerd aan droogte in de programmabegroting?

Gesteld door: •

Jantine Zwinkels, CDA Utrecht

1 Zie: https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/duurzame-stad/voorbereiden-op-

klimaatverandering/droogte/ 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=1aa620cf-c05f-4136-b725-c0940760ba97