Beantwoording SV 2022 nr 120 over Toekomst wijkplatforms.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2022, NUMMER 120
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
24 augustus 2022 College B&W Anne Hooiveld 030-2865091 a.hooiveld@utrecht.nl 10236647 Participatie
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2022 nummer 120 van Rick van der Zweth (PvdA), Fred Dekkers (Groen Links), Berdien van der Wilt (D66) en Ruurt Wiegant (SP) van 30 juli 2022 over Toekomst wijkplatforms. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Diverse wijkplatforms geven aan het contact en de onderlinge samenwerking met de gemeente vooralsnog summier te vinden. Herkent de gemeente dit geluid en wat voor actie wordt hierop ondernomen om deze samenwerking te versterken? Antwoord 1 In het evaluatierapport wijkplatforms wordt onderscheid gemaakt tussen het contact van wijkplatforms met wijkbureaus en het contact met andere afdelingen van de gemeente. Het contact en de samenwerking met de wijkbureaus is vaak goed. We herkennen het geluid dat dit bij de gemeente als geheel nog niet altijd het geval is. We gebruiken de komende tijd om vervolgacties uit te werken en informeren u hierover in het eerste kwartaal van 2023. Vraag 2 Uit de evaluatie volgen concrete suggesties maar in de brief worden geen vervolgacties geformuleerd. Wat voor concrete vervolgacties staan er verder gepland naar aanleiding van deze evaluatie? Antwoord 2 Wij hebben, zoals aangegeven in de begeleidende raadsbrief bij het evaluatierapport, gewacht tot het verschijnen van het nieuwe coalitieakkoord.
Deze is inmiddels verschenen en daarin staan geen nieuwe kaders. Dat betekent dat de uitgangspunten, randvoorwaarden en middelen van de wijkplatforms niet gewijzigd zijn. Op basis van deze kaders en de aanbevelingen uit het rapport zullen we de vervolgacties bepalen, voor de planning hiervan zie het antwoord op vraag 1. Vraag 3 Wanneer wordt de raad op de hoogte gesteld over de ontwikkeling van deze nieuwe vervolgacties?
Antwoord 3 Zie antwoord op vraag 1. Vraag 4 Vanuit de wijkplatforms wordt ook aangegeven dat lang niet overal in de stad een wijkplatform van de grond gekomen is, en ook het onderlinge functioneren sterk verschilt. Wat wordt er door de gemeente gedaan met de locaties waar wijkplatforms niet van de grond zijn gekomen of waar de opstart stroever verloopt dan bij andere wijken? Antwoord 4 Iedere wijk heeft andere behoeften en lokale structuren en eveneens een andere samenstelling, daar hoort maatwerk bij. Ook heeft Corona in de ene wijk sterker haar sporen nagelaten dan in de andere wijk. De rapportage over de wijkplatforms geeft een tussenstand weer van een ontwikkeling die nog volop gaande is, we zijn er nog niet. Daar waar wijkplatforms nog niet goed van de grond zijn gekomen hebben wijkadviseurs een rol om te peilen of er interesse is voor het vormen van een platform of om de mogelijkheid hiertoe onder de aandacht te brengen. Welke concrete vervolgacties we verder zullen ondernemen werken we de komende tijd uit, zie daarvoor ook het antwoord op vraag 1 en 2. Vraag 5 Naar aanleiding van de evaluatie klinkt er een duidelijke behoefte bij de bestaande wijkplatforms om verder in gesprek te gaan met de gemeente over de onderlinge samenwerking en de toekomst van de platforms.
Is het college het met onze fractie eens dat deze evaluatie en geluiden om een uitgebreider vervolg vragen? Antwoord 5 Ja. Zie antwoord op vraag 1. Vraag 6 Op welke termijn kunnen wij hier meer van verwachten? Antwoord 6 Zie antwoord op vraag 1. Vraag 7 Onderkent het college dat verschillende wijkplatforms behoefte hebben aan ondersteuning? Antwoord 7 Ja. Vraag 8 Vindt het college ook dat het niet past bij de verschillende rollen van gemeente en wijkplatforms dat een medewerker van het wijkbureau (al of niet tijdelijk) voorzitter van een wijkplatform is? Antwoord 8 Ja, maar we staan wel achter de beslissing die in dit geval genomen is door de medewerker van het wijkbureau om een faciliterende rol als gespreksleider op zich te nemen. De gesprekken zouden anders niet van de grond zijn gekomen. Deze voorzittersrol was een technische voorzittersrol, de inhoud kwam van de externe gesprekspartners. Vraag 9 Welke mogelijkheden ziet het college om ondersteuning van Wijkplatforms te regelen, bijvoorbeeld door sociaal makelaars van DOCK of mensen vanuit de wereld van participatie en initiatief in Utrecht?
2
Antwoord 9 Er zijn veel verschillende vormen van ondersteuning denkbaar. Dit is ook afhankelijk van de behoefte van een wijkplatform zelf. We komen hierop terug in de vervolgacties, zie vraag 1.
Vraag 10 Verschillende wijkplatforms vinden de omschrijving van de taak van wijkplatforms te beperkt. In het Wijkakkoord is de taak van het wijkplatform uitgebreid. Is het college bereid de taak van de wijkplatforms aan te passen op dezelfde manier als in het wijkakkoord Overvecht is gebeurd? Antwoord 10 We zijn het ermee eens dat dit een duidelijke en volledige beschrijving is van de rol die een wijkplatform kan vervullen in een wijk. Als een ander wijkplatform dezelfde rol wenst, is dat mogelijk. We zullen hier ook aandacht aan besteden in het uitwerken van de vervolgacties, zie voor de planning vraag 1. Vraag 11 In het coalitieakkoord staat een zin over het burgerberaad met daarna de zin "De wijkplatforms hebben hierin een belangrijke rol." Dit is tegenstrijdig (burgerberaad is o.b.v. loting en wijkplatforms niet) en lijkt op de verkeerde plek te staan. Kan de wethouder hier een toelichting op geven? Antwoord 11 Dit is verkeerd in het coalitieakkoord terecht gekomen en had niet bij de passage over het burgerberaad moeten staan. Feit blijft wel dat wijkplatforms een belangrijke rol hebben in het gesprek met de stad dat in de rest van dit hoofdstuk beschreven wordt.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3
Schriftelijke vragen Toekomst Wijkplatforms 30 juni 2022
Vragen: De afgelopen twee jaar is in Utrecht gewerkt met wijkplatforms, een nieuwe organisatievorm die de eerdere wijkraden zou vervangen. Op basis van deze afgelopen twee jaar heeft de gemeente een evaluatie laten uitvoeren waar onlangs een rapportage over naar buitenkwam. Voor de platforms is een belangrijke rol weggelegd in de samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners, niet voor niets is dit ook specifiek vastgelegd in het coalitieakkoord. Naar aanleiding van de pas gedeelde rapportage en een rondvraag bij de wijkplatforms hebben onze fracties de volgende vragen: 1. Diverse wijkplatforms geven aan het contact en de onderlinge samenwerking met de gemeente vooralsnog summier te vinden. Herkent de gemeente dit geluid en wat voor actie wordt hier op ondernomen om deze samenwerking te versterken? 2. Uit de evaluatie volgen concrete suggesties maar in de brief worden geen vervolgacties geformuleerd. Wat voor concrete vervolgacties staan er verder gepland naar aanleiding van deze evaluatie? 3. Wanneer wordt de raad op de hoogte gesteld over de ontwikkeling van deze nieuwe vervolgacties? 4. Vanuit de wijkplatforms wordt ook aangegeven dat lang niet overal in de stad een wijkplatform van de grond gekomen is, en ook het onderlinge functioneren sterk verschilt.
Wat wordt er door de gemeente gedaan met de locaties waar wijkplatforms niet van de grond zijn gekomen of waar de opstart stroever verloopt dan bij andere wijken? 5. Naar aanleiding van de evaluatie klinkt er een duidelijke behoefte bij de bestaande wijkplatforms om verder in gesprek te gaan met de gemeente over de onderlinge samenwerking en de toekomst van de platforms. Is het college het met onze fractie eens dat deze evaluatie en geluiden om een uitgebreider vervolg vragen? 6. Op welke termijn kunnen wij hier meer van verwachten?
4
Verschillende wijkplatforms hebben behoefte aan ondersteuning. Die hebben enkele platforms gekregen van wijkbureaus. In éen geval heeft iemand van het wijkbureau opgetreden als voorzitter. Dit laatste lijkt is gezien de verschillende rollen niet verstandig. Ondersteuning zou ook georganiseerd kunnen worden vanuit DOCK of door mensen die actief zijn in de Utrechtse wereld van participatie en initiatief. 7. Onderkent het college dat verschillende wijkplatforms behoefte hebben aan ondersteuning? 8. Vindt het college ook dat het niet past bij de verschillende rollen van gemeente en wijkplatforms dat een medewerker van het wijkbureau (al of niet tijdelijk) voorzitter van een wijkplatform is? 9. Welke mogelijkheden ziet het college om ondersteuning van Wijkplatforms te regelen, bijvoorbeeld door sociaal makelaars van DOCK of mensen vanuit de wereld van participatie en initiatief in Utrecht? 10. Verschillende wijkplatforms vinden de omschrijving van de taak van wijkplatforms te beperkt. In het Wijkakkoord is de taak van het wijkplatform uitgebreid. Is het college bereid de taak van de wijkplatforms aan te passen op dezelfde manier als in het wijkakkoord Overvecht is gebeurd? 11. In het coalitieakkoord staat een zin over het burgerberaad met daarna de zin "De wijkplatforms hebben hierin een belangrijke rol." Dit is tegenstrijdig (burgerberaad is o.b.v.
loting en wijkplatforms niet) en lijkt op de verkeerde plek te staan. Kan de wethouder hier een toelichting op geven?
Gesteld door: •
Rick van der Zweth, PvdA
•
Fred Dekkers, Groen Links
•
Berdien van der Wilt, D66
•
Ruurt Wiegant, SP
5