Beantwoording SV 2021 nr 55 over Startnotitie Islamitische Begraafplaats.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2021, NUMMER 55
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
12 maart 2021 College B&W M. van Randwijk 14030 martijn.van.randwijk@utrecht.nl 8596794 Openbare Ruimte
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2021 nummer 55 van raadslid Bos (SBU) van 22 februari 2021 over Startnotitie Islamitische Begraafplaats. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Gezien de landelijke en regionale vraag naar islamitische begraafplaatsen, is het college het met ons eens dat een regionale functie voor islamitische begraafplaatsen de voorkeur geniet? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Hoe uit dit zich in concrete acties? Antwoord 1 Het is ons bekend dat de behoefte aan een Islamitische begraafplaats in Utrecht groot is. Om die reden werken wij actief mee aan het helpen realiseren van een ‘bijzondere’1, Islamitische, begraafplaats in onze gemeente. In de aan uw raad toegezonden Startnotitie Islamitische begraafplaats en de raadsbrief van 2 december 2020 (kenmerk 8222511) hebben wij aangegeven dat het wettelijk kader voor begraafplaatsen wordt gevormd door de Wet op de lijkbezorging (Wlb). In artikel 37 van de Wlb staat dat een bijzondere begraafplaats alleen kan worden aangelegd en in stand gehouden door een kerkgenootschap dan wel door een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon. Een bijzondere begraafplaats kan dus niet worden gerealiseerd en beheerd door de gemeente.
In artikel 38 vervolgens, stelt de Wlb dat een kerkgenootschap is gerechtigd tot het hebben van een kerkelijke begraafplaats (als vorm van bijzondere begraafplaats). Dit recht geldt dus niet voor een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon die geen kerkgenootschap is. Het is op basis van de Wlb daarmee aan het kerkgenootschap om te bepalen of de beoogde ‘kerkelijke begraafplaats’, in dit geval een Islamitische begraafplaats, een lokale, regionale of landelijk functie krijgt.
1 De Wet op de lijkbezorging gebruikt de term ‘bijzondere begraafplaats’ voor een particuliere begraafplaats.
Katholieke, Protestantse, Islamitische en Joodse begraafplaatsen bijvoorbeeld zijn ‘bijzondere’ begraafplaatsen.
Vraag 2 Het college geeft het volgende aan: “de beoogde exploitant van de islamitische begraafplaats is bij voorkeur een Utrechts ‘kerkgenootschap’ of religieuze organisatie met een lokale maatschappelijke relevantie”. Waarom geeft de gemeente hier de voorkeur aan wanneer er regionaal behoefte is aan een islamitische begraafplaats? Antwoord 2 In de door ons uitgesproken voorkeur in de raadsbrief van 2 december 2020 volgen we de lijn van de Wlb. In de Wlb is opgenomen dat de oppervlakte van de kerkelijke begraafplaats een afspiegeling dient te zijn van het aantal leden of bezoekers van die kerk (of moskee). De beschikbare ruimte op de bestaande begraafplaats Tolsteeg komt in redelijke mate overeen met de oppervlakte waar de Utrechtse kerkgenootschappen (of moskeeën) moskeeën aanspraak op kunnen maken. Vraag 3 Is BIBIN volgens het college een religieuze organisatie met een lokale maatschappelijke relevantie? Zo nee, waarom niet? Antwoord 3 De beantwoording van deze vraag komt aan de orde wanneer het juridisch onderzoek, genoemd in de raadsbrief van 2 december 2020, is afgerond. De resultaten van dat juridisch onderzoek zullen wij met uw raad delen.
Vraag 4 Hoe kan het dat een woordvoerder van BIBIN aangeeft de samenwerking met de gemeente een zware onvoldoende te geven? Hoe heeft de wethouder het zover kunnen laten komen? Antwoord 4 Wij herkennen ons niet in het signaal van BIBIN. Er is constructief ambtelijk overleg met BIBIN en haar juridisch adviseur ontstaan en ook wethouder Diepeveen heeft overleg gevoerd met BIBIN. Mogelijk doelt BIBIN op het nog niet bekende resultaat van het juridisch onderzoek hoe de gemeente dient om te gaan met het gegeven dat er twee initiatiefnemers (BIBIN en SMUO + partners) zijn om hetzelfde doel te bereiken; het realiseren van een bijzondere Islamitische begraafplaats in Utrecht. We constateren dat deze twee initiatiefnemers niet samenwerken. De twee organisaties zijn door de projectleider wel verzocht de mogelijkheden van onderlinge samenwerking te verkennen. Vraag 5 Klopt het dat BIBIN op 18 juni een verzoek heeft ingediend tot het realiseren van een bijzondere begraafplaats van en voor moslims in Utrecht en dat ze daar tot op heden geen formele inhoudelijke reactie op hebben ontvangen? Zo ja, waarom? Zo nee, hoe kan het dan dat BIBIN middels een advocaat dit heeft aangekaart? Antwoord 5 Ja, het klopt dat op 18 juni 2020 door de juridisch adviseur van BIBIN een brief is verzonden gericht aan uw raad. De brief is als ingekomen stuk opgenomen bij gemeenteraadsvergadering van 9 juli 2020.
De brief is daarop ter afdoening in handen gesteld van het college. Op 23 juli 2020 is namens ons de brief aan de juridisch adviseur beantwoord. In deze brief is weergegeven dat wethouder Diepeveen op 11 juni 2020 overleg heeft gevoerd met BIBIN. De wethouder heeft ook met de andere initiatiefnemers voor een Islamitische begraafplaats en met uitvaartorganisaties gesproken. De uitkomsten van die gesprekken zijn aan uw raad (raadsbrief 25 juni 2020, kenmerk 7705204) aangeboden. In de brief van de gemeente van 23 juli 2020 is verder ingegaan op de verkenning die de gemeente uitvoert naar de haalbaarheid van het realiseren van een particuliere islamitische begraafplaats in Utrecht en dat daartoe door de gemeente contact zal worden opgenomen met BIBIN. De juridisch adviseur van BIBIN heeft ons op 24 juli 2020 laten weten de brief van de gemeente van 23 juli 2020 niet te accepteren als formele reactie en dat BIBIN zich hiermee niet laat ‘afwimpelen’. Op 2
7 september 2020 hebben wij de juridisch adviseur van BIBIN wederom een brief gestuurd met het verzoek te komen tot constructief overleg. Deze uitnodiging is aanvaard en dit overleg heeft op 18 september 2020 in het kantoor van de juridisch adviseur plaatsgevonden. Aansluitend heeft in september 2020 inhoudelijke e-mailuitwisseling plaatsgevonden met de juridisch adviseur en hebben op uitnodiging van de projectleider de juridisch adviseur en BIBIN begraafplaats Tolsteeg op 30 september 2020 bezocht. Tot slot heeft op 8 december 2020 weer overleg plaatsgevonden tussen de projectleider, BIBIN en hun juridisch adviseur. Dit gesprek was georganiseerd om de op 1 december 2020 door ons vastgestelde startnotitie Islamitische begraafplaats te bespreken. Vraag 6 Het college geeft ook het volgende aan: “De Islamitische begraafplaats is bij voorkeur een voorziening voor de moslims die woonachtig zijn binnen de gemeente Utrecht”.
Bedoelt de gemeente hier exclusief voor de moslims die woonachtig zijn binnen de gemeente Utrecht of ook voor de moslims die woonachtig zijn binnen de gemeente Utrecht? Indien het eerstgenoemde het geval is, waarom? Waarom geniet dit de voorkeur boven een begraafplaats die voor alle moslims uit de regio toegankelijk is? Antwoord 6 In de raadsbrief van 25 juni 2020 hebben wij, in de laatste alinea, opgenomen dat de initiatieven om een Islamitische begraafplaats te realiseren aantoonbaar gedragen moeten worden door de Utrechtse islamitische gemeenschap. Daarom is als uitgangspunt aangegeven dat de beoogde begraafplaats in beginsel een voorziening wordt voor de moslims woonachtig binnen de gemeente Utrecht, zodat daarmee hun mogelijke wens in vervulling kan worden gebracht om in de eigen gemeente te worden begraven. In onze voorkeur volgen wij artikel 38 van de Wlb, dat aan een kerkgenootschap het recht op een eigen begraafplaats verleent met een oppervlakte overeenkomstig de omvang van het kerkgenootschap. De wet richt het recht dus op de lokale omstandigheden en de lokale behoefte.
In de Memorie van Toelichting bij artikel 38 van de Wlb staat dit als volgt geformuleerd: “Gezien de beperktheid van de oppervlakte, welke in vele gemeenten voor begraafplaatsen beschikbaar is, wordt de bij dit artikel toegekende aanspraak voor elk kerkgenootschap beperkt tot zodanig deel van het voor begraafplaatsen in de gemeente bestemde arsenaal, als in verband met de plaatselijke sterkte van dat kerkgenootschap redelijk is te achten”. Vraag 7 Is het überhaupt aan het college om hier een voorkeur te hebben? Moet zij niet een level playing field verschaffen voor alle geïnteresseerde marktpartijen? Antwoord 7 Het in onze raadsbrief van 2 december 2020 genoemde juridisch onderzoek gaat in het bijzonder in op deze vraag. Zoals hierboven bij vraag 3 is geantwoord, zullen wij de resultaten van dat juridisch onderzoek met uw raad delen. Vraag 8 Vindt het college dat ze BIBIN en SMUO + Partners gelijk behandelen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Antwoord 8 Wij zijn van mening dat wij beide partijen gelijk behandelen en we zijn met beide partijen in gesprek.
3
Vraag 9 Waarom probeert het college haar eigen voorkeur door te drukken qua locatie, zijnde begraafplaats Tolsteeg? Antwoord 9 De voorkeur voor Tolsteeg is gebaseerd op het oogpunt van efficiënt grondgebruik in Utrecht. Er is in de westerse begraafcultuur al lange tijd sprake van de (toenemende) trend om zich te laten cremeren. Er worden daardoor steeds minder stoffelijke overschotten in een kist begraven. Omdat een begraving in een kist meer ruimte in beslag neemt dat het ‘bezorgen van as’, is de behoefte aan grond afgenomen. Er is daardoor overcapaciteit aan grond ontstaan en deze is op begraafplaats Tolsteeg het meest zichtbaar. Door het wegnemen van deze overcapaciteit maken we efficiënt, duurzaam en verantwoord gebruik van de grond. Begraafplaatsgrond kenmerkt zich doorgaans door een zeer lang (mogelijk eeuwenlang) gebruik. Andere locaties in Utrecht blijven dan beschikbaar voor andere ruimteclaims, zoals woningbouw, sportvelden, scholen et cetera. Vraag 10 BIBIN was in 2014 een van de twee partijen die reageerde toen er gezocht werd naar marktpartijen voor het realiseren van een algemene begraafplaats. BIBIN stelde voor een Islamitische begraafplaats op de Hamlaan te realiseren. Dit plan sloot echter niet aan bij de wens van de buurt en de gemeenteraad voor een algemene begraafplaats.
Is de wens van de buurt sindsdien nogmaals gepeild? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat kwam er toen uit? We kunnen ons voorstellen dat gezien de dalende behoefte voor begrafenissen, die het college zelf erkent, er hier wellicht verandering in is gekomen. Antwoord 10 Er is na het mislukken van de aanbesteding in 2014 onderzocht of een algemene begraafplaats geïntegreerd kon worden in een ander plan of een gefaseerde ontwikkeling van deze locatie. Dat bleek niet rendabel en niet mogelijk. Wij hebben uw raad op 10 juli 2017 per brief over dit besluit geïnformeerd en in augustus 2017 is de wijk per Wijkbericht (“Beëindiging ontwikkeling begraafplaats Hamlaan”) hiervan op de hoogte gesteld. Sindsdien is de wens van de buurt niet nogmaals gepeild, omdat daar geen aanleiding voor was. De dalende trend naar begraven in een kist (er wordt naar verhouding veel meer gecremeerd) en de inbreidingsmogelijkheden op de bestaande begraafplaatsen, maakt dat er geen behoefte is om een nieuwe (algemene) begraafplaats te realiseren. Tot slot Wij wijzen uw raad er tot slot graag op dat wij u in maart nader zullen informeren over de voortgang van het juridisch onderzoek hoe kan worden gekomen tot de exploitant en de realisatie van de Islamitische begraafplaats, zoals wij u in onze raadsbrief van 2 december 2020 hebben toegezegd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4
Schriftelijke vragen Startnotitie Islamitische Begraafplaatsen 18 februari 2021 Naar aanleiding van de Startnotitie Islamitische Begraafplaats hebben wij enkele vragen over hoe de gemeente omgaat met de verschillende geïnteresseerde marktpartijen. Wij hebben het gevoel dat het college bepaalde partijen voortrekt en willen hier graag duidelijkheid over. Vraag 1: Gezien de landelijke en regionale vraag naar islamitische begraafplaatsen, is het college het met ons eens dat een regionale functie voor islamitische begraafplaatsen de voorkeur geniet? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Hoe uit dit zich in concrete acties? Het college geeft het volgende aan: “de beoogde exploitant van de islamitische begraafplaats is bij voorkeur een Utrechts ‘kerkgenootschap’ of religieuze organisatie met een lokale maatschappelijke relevantie”.
Vraag 2: Waarom geeft de gemeente hier de voorkeur aan wanneer er regionaal behoefte is aan een islamitische begraafplaats? Vraag 3: Is BIBIN volgens het college een religieuze organisatie met een lokale maatschappelijke relevantie? Zo nee, waarom niet? Vraag 4: Hoe kan het dat een woordvoerder van BIBIN aangeeft de samenwerking met de gemeente een zware onvoldoende te geven? Hoe heeft de wethouder het zover kunnen laten komen? Vraag 5: Klopt het dat BIBIN op 18 juni een verzoek heeft ingediend tot het realiseren van een bijzondere begraafplaats van en voor moslims in Utrecht en dat ze daar tot op heden geen formele inhoudelijke reactie op hebben ontvangen? Zo ja, waarom? Zo nee, hoe kan het dan dat BIBIN middels een advocaat dit heeft aangekaart? Het college geeft ook het volgende aan: “De Islamitische begraafplaats is bij voorkeur een voorziening voor de moslims die woonachtig zijn binnen de gemeente Utrecht”. Vraag 6: Bedoelt de gemeente hier exclusief voor de moslims die woonachtig zijn binnen de gemeente Utrecht of ook voor de moslims die woonachtig zijn binnen de gemeente Utrecht? Indien het eerstgenoemde het geval is, waarom? Waarom geniet dit de voorkeur boven een begraafplaats die voor alle moslims uit de regio toegankelijk is?
5
Vraag 7: Is het überhaupt aan het college om hier een voorkeur te hebben? Moet zij niet een level playing field verschaffen voor alle geïnteresseerde marktpartijen? Vraag 8: Vindt het college dat ze BIBIN en SMUO + Partners gelijk behandelen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Vraag 9: Waarom probeert het college haar eigen voorkeur door te drukken qua locatie, zijnde begraafplaats Tolsteeg? BIBIN was in 2014 een van de twee partijen die reageerde toen er gezocht werd naar marktpartijen voor het realiseren van een algemene begraafplaats. BIBIN stelde voor een Islamitische begraafplaats op de Hamlaan te realiseren. Dit plan sloot echter niet aan bij de wens van de buurt en de gemeenteraad voor een algemene begraafplaats. Vraag 10: Is de wens van de buurt sindsdien nogmaals gepeild? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat kwam er toen uit? We kunnen ons voorstellen dat gezien de dalende behoefte voor begrafenissen, die het college zelf erkent, er hier wellicht verandering in is gekomen.
Gesteld door:
Stefan Gaillard, Stadsbelang Utrecht
6