Beantwoording SV 2021 nr 34 over hulpverlening arbeidsmigranten.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2021, NUMMER 34 Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
16 maart 2021 College B&W J. Braat 030 2862884 j.braat@utrecht.nl 8654069 Asiel en Integratie
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2021 nummer 34 van raadsleden van der Zweth (PvdA) en Streefland (CU) van 9 februari 2021 over hulpverlening arbeidsmigranten. De gestelde vragen zijn bijgevoegd. Vraag 1. Deelt het college dat de recente voorbeelden (het beroep van arbeidsmigranten op maaltijdvoorzieningen en opvang) het belang onderstrepen om de groep arbeidsmigranten goed in beeld te krijgen? Zo nee, waarom niet? Antwoord 1: We onderschrijven het belang om de groep (dakloze) arbeidsmigranten goed in beeld te hebben. Wij hadden de afgelopen jaren deze groep grotendeels in beeld. Op dit moment vanwege de lock down dienen we alle daklozen op te vangen, ook degene die daar normaal geen recht op hebben. Dat geeft een aanvullend beeld. Vraag 2. Hoe gaat het college voorkomen dat zij steeds overvallen raken en pas naar oplossingen gaat zoeken wanneer de urgentie hoog is? Wat mogen we verwachten van het college om betere hulpverlening klaar te zetten voor de arbeidsmigranten? Antwoord 2: Het College onderschrijft de stelling dat we steeds overvallen worden niet maar wel dat er een toename is van EU-onderdanen die een beroep doen op tijdelijke opvang vanwege de corona maatregelen.
In Utrecht werken we al sinds 2011 succesvol samen met de Poolse organisatie Barka die deze groep dakloze arbeidsmigranten vaak goed in beeld hebben. Ze begeleiden de doelgroep naar land van herkomst met herintegratie daar. Daarnaast wordt een deel van deze groep weer richting betaald werk begeleid dan wel worden lokale organisaties zoals buurtteams ondersteund bij het oplossen van sociale problematiek van EU-arbeidsmigranten in de wijken. Barka geeft aan dat de toename in de opvang grotendeels wordt veroorzaakt omdat door de coronacrisis mensen hun baan kwijtraken en ook hun
daaraan gekoppelde huisvesting. Ook komen er meer EU-onderdanen vanwege de coronacrisis naar Nederland in de hoop hier werk te vinden. De aanpak met Barka is onderdeel van landelijke afspraken met ministerie J&V en gemeente Utrecht, Rotterdam, Den Haag maar ook Eindhoven om gezamenlijk meerdere teams van Barka te financieren die of lokaal of ook landelijk opereren. In deze aanpak blijkt dat bijna iedereen wel in beeld is, maar niet iedereen van zins om bijvoorbeeld meteen terug te keren naar land van herkomst. Dat kost tijd. De problematiek van dakloze EUarbeidsmigranten speelt in alle 4 grote steden en we gaan op korte termijn, een onderzoek laten doen naar de aanpak van dakloze EU-arbeidsmigranten en wat er goed gaat en wat verbetering behoeft en welke groepen we niet bereiken om daar aanvullende handelingsperspectieven voor te ontwikkelen. Dit onderzoek wordt in samenwerking met de G4 steden en ministeries van V&J, SZW en VWS door extern onderzoeksbureau uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek zullen we met de raad delen. Vraag 3. Welke rol heeft de (voormalige) werkgever? Kan het college in contact met deze werkgevers in gesprek treden om zo de groep beter in beeld te krijgen? Antwoord 3: De Commissie Roemer heeft de situatie van EU-arbeidsmigranten bij werkgevers in beeld gebracht, zowel qua arbeidscontracten als huisvesting.
Het College heeft hierover contact met de commissie Roemer gehad. We zien dat als de werkgevers het arbeidscontract stopt meteen ook de huisvesting stopt en de EU-migrant geen vervangend onderdak heeft. We zien als gemeenten dat een aantal werkgevers dan alle verantwoordelijkheid uit de weg gaat. Het is aan het Rijk om hier nader beleid op te maken. Wij kunnen als gemeente in een vrijwillig kader geen afspraken maken met allerlei werkgevers, dat is echt aan het Rijk. Het gaat vaak om kwetsbare EU burgers waar vaak sprake is van meervoudige problematiek en die ook voor veel overlast op straat zorgen. Vraag 4. Hoe kunnen we, in samenwerking met partners in de stad, deze groep arbeidsmigranten beter in beeld krijgen en de hulpverlening bieden waar nodig? Antwoord 4: Er is op dit moment samenwerking tussen Barka en vele Utrechtse organisaties als Herstart, outreachteam, Leger des Heils, Tussenvoorziening, Moviera, Veilig Thuis, de politie, Volksgezondheid etc. We zien in de opvang gedurende de lock down een extra toestroom van wel 50% van dakloze EUmigranten. Dit is vergelijkbaar met de situatie in de andere G4 steden. We plegen extra inzet met Barka en de partners van de daklozenopvang om ook de nieuwe groep in beeld te brengen. In Utrecht heeft Barka afgelopen jaar 279 personen in beeld gehad.
Er is zeker wel een beeld, maar de toenemende werkeloosheid van deze groep, werkgevers en uitzendbureaus die zich daar niet verantwoordelijk voor voelen, maakt hen snel dakloos en zorgt voor de extra druk op de gemeenten en hulpverlening. Vraag 5. Wat is de rol van de gemeente ten aanzien van een humaner beleid voor deze doelgroep? Met andere woorden: hoe kan de gemeente voor deze groep fatsoenlijke huisvesting realiseren, een bestaansminimum en een veilige werkplek organiseren (in verband met corona)? Kan het college een plan opstellen om hier meer regie op te pakken en dit in de toekomst te waarborgen? Antwoord 5: Het is niet aan de gemeente maar aan werkgevers om fatsoenlijke huisvesting te organiseren en ook meer verantwoordelijkheid te nemen als het werk stopt, dakloosheid te voorkomen. In Utrecht is al sinds 2012 het beleid ten aanzien van EU-arbeidsmigranten altijd gericht op de groep die dakloos is en heeft daar succesvol beleid met de Poolse organisatie Barka op gevoerd. Al wordt niet voor iedereen een oplossing gevonden. 2
Hierbij is wel van belang te melden dat de ervaring is dat het bieden van opvang juist averechts werkt op de bereidheid van de doelgroep om terug te keren naar land van herkomst. Ze vinden het wel best om in de opvang in Utrecht te blijven zitten. Daarom is het beleid al vele jaren om deze groep op enkele kortdurende uitzonderingen na, geen nachtopvang te bieden. Wat we wel bieden is intensieve contacten met Barka in bijvoorbeeld de dagopvang om vervolgens een perspectief in land van herkomst te bieden bij familie, opvang of communities daar. Het werken met een ervaringsdeskundige van Barka en het teruggeleiden naar familie, communities of opvang in landen van herkomst, zijn altijd de succesfactoren geweest. Zo wordt rond de 50% van de terugkeerders herenigd met familie in land van herkomst. Sinds de start van Barka in Utrecht zijn er sinds 2012 655 dakloze EU-migranten met Barka teruggekeerd waarvan 71 personen in 2020. Sinds 2012 vanuit heel Nederland met behulp van Barka 4.505 teruggekeerd naar landen van herkomst. Daarnaast zijn er in 2020 203 personen die hulp hebben gekregen bij het vinden van werk waarvan 81 personen betaald werk hebben gekregen met behulp van Barka. Voor deze groep is de dakloosheid vooralsnog weer opgelost. We gaan in G4 verband en met 3 ministeries nader onderzoek laten doen waar nog verbeteringen mogelijk zijn in het beleid rond EU-migranten.
Daar zullen we u als de uitkomsten bekend zijn nader over informeren. Dan komt aan de orde of extra maatregelen in Utrecht nodig zijn en voor welk deel van de doelgroep aanvullende interventies wenselijk zijn omdat het staande beleid deze kwesties (nog) niet oplost.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3
Schriftelijke vragen Hulpverlening Arbeidsmigranten 9 februari 2021
Gesteld door:
Rick van der Zweth, PvdA
Rachel Streefland, ChristenUnie
Vragen Eerder hebben wij aandacht gevraagd voor en vragen gesteld over arbeidsmigranten in Utrecht die niet goed in beeld zijn. Dit hebben we onder andere gedaan met schriftelijke vragen (SV 2020, nummer 136), mondelinge vragen (MV 29 oktober 2020) en bij de behandeling van de Programmabegroting 2020 vanuit het Utrechtse Plan van de Arbeid van de PvdA. De strekking van de reactie van het college is dat we de groep niet in beeld hebben en zij verder geen handelingsruimte zien. Nu lezen we recentelijk in de Raadsbrief Koudweerregeling en maaltijdvoorzieningen voor mensen die dak- en thuisloos zijn, naar aanleiding van onze vragen over Solidarity Kitchen, dat er steeds vaker arbeidsmigranten een beroep doen op de maaltijdvoorziening. En ook bij de opvang is het aantal arbeidsmigranten toegenomen.1 De urgentie is wat ons betreft groot om deze groep in beeld te krijgen om de bestaanszekerheid te waarborgen (o.a. huisvesting, veilige werkomstandigheden en voldoende inkomen). Wij hebben daarover de volgende vragen: 1. Deelt het college dat de recente voorbeelden (het beroep van arbeidsmigranten op maaltijdvoorzieningen en opvang) het belang onderstrepen om de groep arbeidsmigranten goed in beeld te krijgen? Zo nee, waarom niet? 2.
Hoe gaat het college voorkomen dat zij steeds overvallen raken en pas naar oplossingen gaat zoeken wanneer de urgentie hoog is? Wat mogen we verwachten van het college om betere hulpverlening klaar te zetten voor de arbeidsmigranten? 3. Welke rol heeft de (voormalige) werkgever? Kan het college in contact met deze werkgevers in gesprek treden om zo de groep beter in beeld te krijgen? 4. Hoe kunnen we, in samenwerking met partners in de stad, deze groep arbeidsmigranten beter in beeld krijgen en de hulpverlening bieden waar nodig? 5. Wat is de rol van de gemeente ten aanzien van een humaner beleid voor deze doelgroep? Met andere woorden: hoe kan de gemeente voor deze groep fatsoenlijke huisvesting realiseren, een bestaansminimum en een veilige werkplek organiseren (in verband met corona)? Kan het college een plan opstellen om hier meer regie op te pakken en dit in de toekomst te waarborgen? 1 https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/2133438/daklozenopvang-utrecht-buigt-maar-breekt-
niet-onder-toenemende-druk.html
4