CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV 2021 nr 15 over Onzichtbare vrouwen en genderdatakloof.pdf

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 10 juni 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Beantwoording SV 2021 nr. 15 over Onzichtbare vrouwen en de genderdatakloof.2.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2021, NUMMER 15

Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

2 maart 2021 College B&W M.C. Manders 030 - 28 62887 m.manders@utrecht.nl 8595150 Diversiteit

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2021 nummer 15 van raadslid Podt (D66) van 26 januari 2021 over Onzichtbare vrouwen en de genderdatakloof. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 De gemeente Utrecht maakt gebruik van data die zij zelf verzamelt en van data die door andere instanties wordt verzameld. In hoeverre is er binnen deze dataverzameling aandacht voor de genderdatakloof? In hoeverre wordt voldoende data verzameld van mannen én vrouwen en wordt data uitgesplitst zodat verschillen in antwoorden en effecten op mannen en vrouwen terug te halen zijn? En gebeurt dit ook? Antwoord 1 In het algemeen kijkt de gemeente Utrecht met data altijd naar alle inwoners, ongeacht persoonskenmerken. Op het moment dat we spiegelen en leren met data, dan doen we dat op basis van de hele populatie. Dat kunnen wel soms deelgroepen zijn, bijvoorbeeld volwassenen met zorg of ondersteuning of jongeren. Daarin werken we bij voorbaat niet met deelselecties zoals alleen gender en houden dus rekening met allerlei kenmerken van inwoners. Indien de respons naar bijvoorbeeld gender onevenwichtig is, corrigeren we hiernaar om te komen tot een representatief beeld. Gender is wel één van de kenmerken die vaak in databestanden is opgenomen. Het is goed te vermelden dat bestanden niet altijd gender bevatten.

Vanuit privacy en risico’s op individuele herleidbaarheid vraagt de gemeente bij onderzoeksdoeleinden niet altijd deze gegevens uit. In standaard onderzoeksrapportages over de stad (zoals de Utrecht Monitor) maken we in de beschrijvingen geen specifiek en structureel onderscheid naar kenmerken zoals gender. Daar waar dit wel relevant kan zijn, doen we specifieke analyses zoals van straatintimidatie vorig jaar. Vraag 2 Zijn er voorbeelden te noemen van beleid binnen de gemeente Utrecht dat op basis van dataverschillen tussen mannen en vrouwen anders uitpakt of is aangepast aan mannen of vrouwen?

Antwoord 2 Ja, dat geldt bijvoorbeeld voor beleidsterreinen waarbij we op voorhand inschatten dat er significante verschillen tussen mannen en vrouwen (kunnen) zijn, zoals beleid straatintimidatie, beleid huiselijk geweld of antidiscriminatiebeleid. Vraag 3 Sport: Uit onderzoek in de stad Göteborg in Zweden is volgens het boek gebleken dat van de financiering die voor sport beschikbaar het grootste deel naar georganiseerde sporten gaat – het soort sporten die veelal door mannen en jongens worden beoefend. D66 stelde eerder vragen over georganiseerd en ongeorganiseerd sporten. Kan het college hier aangeven hoe in Utrecht het verband is tussen de financiering van verschillende sporten en in hoeverre deze meer door mannen of vrouwen worden beoefend? Antwoord 3 In Utrecht gaat het overgrote deel van de gemeentelijke financiering naar de realisatie van sportaccommodaties voor iedereen. Daarnaast financieren we SportUtrecht voor de ondersteuning aan sportaanbieders, het stimuleren van Utrechters om te sporten en te bewegen en versterking van talentontwikkeling. Landelijk is er nauwelijks onderscheid in sekse bij sportdeelname; mannen en vrouwen en jongens en meisjes doen ongeveer evenveel aan sport (zie rapport Sekse(on)gelijkheid in de sport 2016).

Sommige sporten worden meer beoefend door jongens en mannen, zoals voetbal of wielrennen, en sommige sporten worden juist meer beoefend door meisjes en vrouwen, zoals hockey en gymnastiek. We vertalen deze landelijke trends naar lokaal niveau door bijvoorbeeld projecten op het vlak van positieve sportcultuur en inclusief sporten en bewegen zodat we een toegankelijk en uitnodigend sportaanbod kunnen realiseren voor iedereen ongeacht achtergrond, sekse of geaardheid. Vraag 4 Werk en Inkomen en economie: De gemeente Utrecht maakt gebruik van verschillende bronnen die vertellen wat voor soort werk inwoners van Utrecht hebben of zouden kunnen doen. Uit onderzoek in andere landen blijkt soms dat vrouwen bovengemiddeld vaak parttime werk en onzeker werk doen, met de nodige consequenties voor hun baanzekerheid en financiële onafhankelijkheid. Is dit in de gemeente Utrecht ook zo? En heeft dit consequenties voor het beleid van de gemeente Utrecht ten aanzien van begeleiding naar werk of werkgelegenheid? Antwoord 4 Het is algemeen bekend dat vrouwen ook in Nederland vaker deeltijd werken dan mannen ( SCP: deeltijdwerk houdt vrouwen weg van de top | NOS ). Er lijkt op voorhand geen reden om aan te nemen dat dit in Utrecht anders zou zijn dan in de rest van het land. Mannen die in deeltijd werken lopen grotendeels tegen dezelfde belemmeringen aan.

Vanuit ons beleid hebben we aandacht hebben voor deeltijdwerkers (zo hebben we bijvoorbeeld plusbonus voor urenuitbreiding van deeltijdwerkers). Dit beleid is echter niet specifiek voor vrouwelijke deeltijdwerkers. Afgezien daarvan heeft het geen consequenties voor onze arbeidstoeleiding. Ons eerste doel is dat mensen aan het werk gaan, ook als dat begint met tijdelijk of deeltijdwerk. Over het algemeen leiden we mensen toe naar kansrijke beroepen. Daarbij letten we erop dat bij de toeleiding naar werk het werk ook duurzaam is. Tot slot is een groot deel van de deeltijd werkenden niet uitkeringsgerechtigd (bijv. vanwege partnerinkomsten). Deze doelgroep doet daarom vaak geen beroep op onze dienstverlening. Vraag 5 Mobiliteit en openbare ruimte: Het boek beschrijft dat vrouwen, vaker dan mannen gebruik maken van openbaar vervoer, dat zij vaker lopen en vaker reispatronen hebben die meer gefragmenteerd zijn (naast woon-werkverkeer ook vaker verkeer dat zich bijvoorbeeld richt op mantelzorg of het ophalen van kinderen). Dit besef leidt in sommige landen tot andere besluiten ten aanzien van vervoer, 2

stedelijke planning en openbare ruimte. Zo is in plaatsen in Zweden de prioritering van het sneeuwruimen aangepast en wordt in Spanje gekeken hoe de behoefte van vrouwen aan ‘tripchaining’ kan worden meegenomen in beleid rond openbaar vervoer. Heeft de gemeente Utrecht data ten aanzien van verkeersmodaliteiten en woon-werkverkeer wel eens geaggregeerd op het niveau van mannen en vrouwen? Zijn daar conclusies uit te trekken ten aanzien van beleid? Antwoord 5 Nee, dat hebben we niet gedaan. We maken in onze mobiliteitsplannen geen onderscheid tussen mannen en vrouwen, verkeer is voor iedereen. Een van de uitgangspunten in ons beleid is inclusiviteit: de gemeente Utrecht bouwt aan een inclusieve stad, waar plek is voor iedereen en waar maatschappelijke en fysieke barrières worden beslecht. Het mobiliteitssysteem richten we zodanig in, dat iedereen mee kan doen. De toegankelijkheid tot het mobiliteitssysteem moet voor iedereen geborgd zijn. In onze (model)analyses kijken we bijvoorbeeld naar herkomst-bestemmingsrelaties en reismotieven, dat zegt meer over reisgedrag dan gender. Vraag 6 Volksgezondheid: We weten dat veel medisch onderzoek vaak sterk gericht is op mannen en dat de effecten van medicijnen en chemische stoffen vaak in hoofdzaak op mannen werden getest.

De gemeente Utrecht maakt veel gebruik van externe bronnen voor bijvoorbeeld de effecten van luchtkwaliteit op inwoners. Wordt in deze bronnen rekening gehouden met de genderdatagap? Antwoord 6 Wij zijn bekend met het gegeven dat veel medisch onderzoek vaak sterk gericht is op mannen. Terwijl effecten bij vrouwen soms anders zijn. We onderstrepen het belang van aandacht hiervoor. In het gecombineerde gezondheidsmodel, onderlegger voor de Nota ‘Gezondheid voor iedereen’, is sekse één van de gezondheidsdeterminanten. En ook in de rapportages op de Volksgezondheidsmonitor (www.volksgezondheidsmonitor.nl) hebben we aandacht voor verschillen tussen mannen en vrouwen. Voor veel chemicaliën is data beschikbaar uit registraties van ongelukken of arbeidsomstandigheden. Of uit dierproeven. Daarin is zelden aandacht voor verschil tussen mannen en vrouwen. De blootstelling aan luchtverontreiniging en de effecten ervan op gezondheid worden geschat door middel van een groot aantal cohortonderzoeken. Hierbij worden populaties, met zowel mannen als vrouwen over langere tijd gevolgd. Groepen die gevoeliger zijn voor luchtverontreiniging zijn kinderen, ouderen en mensen met aandoeningen aan de luchtwegen en hartpatiënten. We streven er naar inwoners aan zo min mogelijk luchtverontreiniging bloot te stellen.

Zo proberen we plekken waar groepen die extra kwetsbaar zijn voor luchtverontreiniging langdurig verblijven niet te situeren naast drukke wegen. Vraag 7 Het is belangrijk te benadrukken dat D66 niet per definitie vindt dat ieder verschil ‘rechtgetrokken’ moet worden. Zo kunnen verschillen in financiering tussen sporten (vraag 3) prima verdedigbaar zijn, ook al komen ze vaker bij mannen en jongens terecht. Dat neemt niet weg dat het goed is deze afwegingen vaker, duidelijker en meer transparant te maken. Is het college dat met D66 eens? Antwoord 7 Daar waar relevant, is het goed om dit transparant te maken. Zoals uit bovenstaande antwoorden blijkt, gebeurt dit ook op diverse terreinen. Vraag 8 Is het college bereid om (om te beginnen) 1-2 beleidsterreinen noemen waar ze de komende tijd expliciet rekening wil houden met de genderdatakloof door in voorstellen en rapportages expliciet aandacht te schenken aan de gebruikte data en de effecten daarvan op vrouwen en mannen in onze stad?

3

Antwoord 8 In de beantwoording zijn diverse terreinen genoemd waar dit gebeurt, zoals het beleid huiselijk geweld, antidiscriminatiebeleid, beleid straatintimidatie, sportbeleid en beleid op gebied van volksgezondheid. Wij continueren dit en informeren u hierover door middel van rapportages en raadsbrieven.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

4

Schriftelijke vragen: Onzichtbare vrouwen en de genderdatakloof 26 januari 2021

Vragen: Het boek Onzichtbare Vrouwen (2019) bespreekt de 'genderdatakloof' – het feit dat het grootste deel van de data in de wereld gebaseerd is op mannen, en het effect dat dit heeft op vrouwen als we deze data vervolgens gebruiken voor technologie medisch onderzoek, overheidsbeleid en stadsplanning. Zo worden zelfs medicijnen die exclusief voor vrouwen zijn bedoeld niet zelden vooral op mannen getest, zijn veel airbags ontworpen op mannenlichamen en is regelgeving soms gemaakt met op de situatie van mannen. In Nederland is in 2016 geconstateerd dat we ons niet voldoende houden aan internationale VN-afspraken over gendermainstreaming, waarbij mannen- en vrouwenrechten beide voldoende geborgd zijn in beleid en wetten. D66 vindt dat kritisch kijken naar het gebruik van data binnen de gemeente Utrecht en de manier waarop beleid wordt gemaakt kan helpen onze stad inclusief te maken voor alle inwoners. Hoewel het boek zich focust hoe gebruik van data verschillend uitpakt voor mannen en vrouwen, helpt deze kritische benadering van gebruikte data zeker ook de stad in bredere zin meer inclusief te maken. We hebben daarom de volgende vragen: Algemene vragen over gebruik van data, het maken van beleid en de genderdatakloof 1. De gemeente Utrecht maakt gebruik van data die zij zelf verzamelt en van data die door andere instanties wordt verzameld.

In hoeverre is er binnen deze dataverzameling aandacht voor de genderdatakloof? In hoeverre wordt voldoende data verzameld van mannen én vrouwen en wordt data uitgesplitst zodat verschillen in antwoorden en effecten op mannen en vrouwen terug te halen zijn? En gebeurt dit ook? 2. Zijn er voorbeelden te noemen van beleid binnen de gemeente Utrecht dat op basis van data-verschillen tussen mannen en vrouwen anders uitpakt of is aangepast aan mannen of vrouwen? Vragen over specifiek beleid en de genderdatakloof 3. Sport: Uit onderzoek in de stad Göteborg in Zweden is volgens het boek gebleken dat van de financiering die voor sport beschikbaar het grootste deel naar georganiseerde sporten gaat – het soort sporten die veelal door mannen en jongens worden beoefend. D66 stelde eerder vragen over georganiseerd en ongeorganiseerd sporten. Kan het college hier

5

aangeven hoe in Utrecht het verband is tussen de financiering van verschillende sporten en in hoeverre deze meer door mannen of vrouwen worden beoefend? 4. Werk en Inkomen en economie: De gemeente Utrecht maakt gebruik van verschillende bronnen die vertellen wat voor soort werk inwoners van Utrecht hebben of zouden kunnen doen. Uit onderzoek in andere landen blijkt soms dat vrouwen bovengemiddeld vaak parttime werk en onzeker werk doen, met de nodige consequenties voor hun baanzekerheid en financiële onafhankelijkheid. Is dit in de gemeente Utrecht ook zo? En heeft dit consequenties voor het beleid van de gemeente Utrecht ten aanzien van begeleiding naar werk of werkgelegenheid? 5. Mobiliteit en openbare ruimte: Het boek beschrijft dat vrouwen, vaker dan mannen gebruik maken van openbaar vervoer, dat zij vaker lopen en vaker reispatronen hebben die meer gefragmenteerd zijn (naast woon-werkverkeer ook vaker verkeer dat zich bijvoorbeeld richt op mantelzorg of het ophalen van kinderen). Dit besef leidt in sommige landen tot andere besluiten ten aanzien van vervoer, stedelijke planning en openbare ruimte. Zo is in plaatsen in Zweden de prioritering van het sneeuwruimen aangepast en wordt in Spanje gekeken hoe de behoefte van vrouwen aan ‘trip-chaining’ kan worden meegenomen in beleid rond openbaar vervoer.

Heeft de gemeente Utrecht data ten aanzien van verkeersmodaliteiten en woon-werkverkeer wel eens geaggregeerd op het niveau van mannen en vrouwen? Zijn daar conclusies uit te trekken ten aanzien van beleid? 6. Volksgezondheid: We weten dat veel medisch onderzoek vaak sterk gericht is op mannen en dat de effecten van medicijnen en chemische stoffen vaak in hoofdzaak op mannen werden getest. De gemeente Utrecht maakt veel gebruik van externe bronnen voor bijvoorbeeld de effecten van luchtkwaliteit op inwoners. Wordt in deze bronnen rekening gehouden met de genderdatagap? Het is belangrijk te benadrukken dat D66 niet per definitie vindt dat ieder verschil ‘rechtgetrokken’ moet worden. Zo kunnen verschillen in financiering tussen sporten (vraag 3) prima verdedigbaar zijn, ook al komen ze vaker bij mannen en jongens terecht. Dat neemt niet weg dat het goed is deze afwegingen vaker, duidelijker en meer transparant te maken. 7. Is het college dat met D66 eens? 8. Is het college bereid om (om te beginnen) 1-2 beleidsterreinen noemen waar ze de komende tijd expliciet rekening wil houden met de genderdatakloof door in voorstellen en rapportages expliciet aandacht te schenken aan de gebruikte data en de effecten daarvan op vrouwen en mannen in onze stad?

Gesteld door: 

Anne-Marijke Podt, D66

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=72998f4d-5b3b-448f-9486-72cc6d93a4d0