CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden op aanvullende vragen ambtelijke organisatie 9 mei 2025

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadstoets Economische zaken3.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Extra vragen over vragenlijst en antwoorden raadstoets EZ Vraag 1 Bij financieel 3 staat er: ‘Toeristische stadspromotie: mitigerende maatregelen vanwege hogere toeristenbelasting, spaarmogelijkheden voor grotere evenementen en fluctuatiereserve voor inkomstentoeristenbelasting.’ Kan nog wat verder toegelicht worden wat de mitigerende maatregelen inhouden? En ook waar dan voor gespaard wordt voor grotere evenementen? Is dat promotie van bijvoorbeeld koningsdag of Bevrijdingsdag of ook andere commerciële evenementen?” Antwoord: Door de hogere toeristenbelasting wordt de prijs voor hotelgasten in Utrecht hoger. Hierdoor krijgen de Utrechtse hotels naar verwachting minder gasten. Doel van deze mitigerende maatregelen is om deze verhoging van de toeristenbelasting eenmalig zacht(er) te laten landen in de stad. De maatregelen moeten nog worden uitgewerkt, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan een eenmalige extra marketingcampagne in Vlaanderen, of bijvoorbeeld de organisatie van een eenmalig nieuw grootschalig evenement.

Vraag 2 Algemeen: Hoeveel procent van de capaciteit/aantal fte wordt er jaarlijks van de afdeling economie aan de volgende onderdelen besteed: o o o o

Onderzoek en analyse Beleid schrijven Uitvoering Lobby

Antwoord: Het is niet mogelijk om dit in exacte verhoudingen uit te drukken. De directie Ruimte werkt met tijdschrijven, maar niet op dit detailniveau, en ook zien we in de tijd een fluctuerend patroon. De afgelopen periode (t/m 2024) hebben onderzoek, analyse en het maken van beleid veel aandacht gehad i.v.m. het op orde brengen van de basis (datagericht werken) en het schrijven van beleid (beleidsnota’s werklocaties en arbeidsmarkt). Vanaf 2025 is de beweging weer meer naar uitvoering, waarbij de beleidsnota’s als kader fungeren. Extra aandacht gaat daarbij, in lijn met het Rekenkamerrapport, uit naar relatiemanagement, issuegericht en projectmatig werken. Algemeen organisatorisch uitgangspunt is dat de afdeling werkt met beleidsadviseurs op verschillende niveaus (junior, medior, senior). Variërend van het niveau wordt verwacht dat zij in hun werk balans kunnen aanbrengen tussen de genoemde onderdelen, al naar gelang wat nodig is. Onderzoek, analyse, beleid maken, uitvoering en lobby zijn allemaal nodig voortgang te kunnen boeken, waarbij lobby wat ons betreft een breed begrip is: politieke lobby is geen onderdeel van ons werk, maar de afdeling werkt uiteraard waar nodig wel (mee) aan positionering en proposities, en het onderhouden van (ondernemers)netwerken.

Vraag 3 Door een gebrek aan tijd konden we niet verder ingaan op een vraag; wat wordt bedoeld dat als er geen extra middelen bijkomen we terugvallen naar het niveau van voor het Rekenkamerrapport?

1

Antwoord: In het Rekenkamerrapport is geconstateerd dat de begroting van het programma Economie van de gemeente Utrecht in verhouding klein is vergeleken met de G4-steden. In het coalitieakkoord 2022-2026 is, mede hierom, een structurele impuls van 1,5 miljoen uitvoeringsbudget voor het programma Economie opgenomen. Echter, bij de VJN van 2024 is hier een bezuiniging doorgevoerd van opgeteld ca. 8 ton. Deze bezuiniging bestond o.a. uit versoberen uitvoeringsbudget, verkleinen werkbudget, verlagen evenementenfonds, verlagen bijdrage Utrecht Marketing, ROM, EBU en Utrecht International Center én het incidenteel maken van de subsidie werk naar werk. Zoals u weet is er ook bij de komende VJN een financiële opgave. Mocht in deze nieuwe VJN opnieuw worden bezuinigd op Economie, dan zou dit ertoe kunnen leiden dat we daadwerkelijk terugvallen tot onder het niveau van het Rekenkamerrapport. Kortom, het is niet zo dat als er geen extra middelen bijkomen we terugvallen, maar wel als de eerder toegekende extra middelen door de recente en wellicht aankomende bezuinigingen weer volledig ongedaan worden gemaakt. In

Onderstaande vragen gaan over onderdeel 1. Ontwikkelingen Programma Economie Vraag 4; Over het antwoord op vraag 4: Hoeveel kwetsbare ondernemers zijn er volgens de cijfers van de gemeente. Hoeveel daarvan worden er geholpen (cijfers alsjeblieft)? Antwoord: Er zijn geen cijfers bekend van het aantal kwetsbare ondernemers in de gemeente Utrecht. Het aantal ondernemers dat de gemeente Utrecht met een hulpvraag heeft benaderd, kan hier wel een indicatie voor geven. In het eerste kwartaal van 2025 was er contact met 273 ondernemers met een hulpvraag. Slechts een deel hiervan is als kwetsbaar aan te merken. Deze contactmomenten hebben geleid tot 64 BBZ aanvragen, 52 aanmeldingen voor een schuldhulpverleningstraject en 48 gesubsidieerde vervolgdienstverleningstrajecten. In het eerste kwartaal van 2025 zijn ten opzichte van het eerste kwartaal van 2024 11% minder BBZ aanvragen en 25% minder aanvragen schuldhulpverlening vanuit kwetsbare ondernemers.

Vraag 5: Over het antwoord bij vraag 6: Accountmanagement is nu niet ingericht. Tijdens het gesprek kwam naar voren dat daar wel behoefte aan is; waarom? Antwoord: Om goed te kunnen adviseren over het economische ecosysteem van de stad is het essentieel om de belangrijkste stakeholders in de stad goed te kennen en met hen in contact te staan. Denk hierbij aan uiteenlopende (verenigde) (maatschappelijk) ondernemers, maar ook grote(re) bedrijven en makelaarskantoren. We leggen vraagstukken bij ze neer, en halen observaties bij hen op. Accountmanagement is geen doel op zich, maar wordt verweven in het reguliere werk, gericht op de vraagstukken binnen de opgave en de relaties die nodig zijn om die vraagstukken goed te kunnen adresseren. Het kan gaan om verkennende investeringsvragen (rond financiële en personele ruimte), maar ook om concrete vestigingsvragen (rond fysieke ruimte) of juist acute hulpvragen vanuit ondernemers, maar ook om wensen vanuit de gemeente. Ter illustratie: Utrecht kende in 2024 ca. 58.000 bedrijfsvestigingen, waarvan zo’n 38.000 zelfstandigen, en Utrecht kent ca. 590 startups. Het is onmogelijk om met al deze bedrijven in direct contact te staan en/of periodiek te spreken.

In de huidige werkwijze maken we scherpe keuzes, en voert de beleidsadviseur startups nu vooral gesprekken met vertegenwoordigende organisaties van de startup community, en in mindere mate direct met startups zelf. Dit contact blijft beperkt tot enkele (bestuurlijke) werkbezoeken per jaar en/of ontmoetingen op evenementen en bijeenkomsten.

2

Er wordt voor deze lean-en-mean-inzet gekozen omdat de middelen en capaciteit beperkt zijn. Hierdoor worden veel vraagstukken en relaties nog te versnipperd (en dus niet integraal) opgepakt, of teveel gericht op korte termijn, of het oplossen van problemen in plaats van het voorkómen ervan, en van het aanspreken van een lerend vermogen. We zouden nog efficiënter en doelgerichter kunnen werken als we sneller en beter een gemeentebreed inzicht hebben in de vraagstukken die aan de orde zijn rond de belangrijkste stakeholders, de oplossingen die zij zien, en een integrale afweging maken van de belangen die er spelen (extern én intern), maar dat vraagt meer (gecoördineerde) inzet.

Vraag 6 Over het antwoord bij vraag 9: De subsidie vitale winkelgebieden is eind 2024 gestopt. Welk effect zien jullie? Antwoord: Op de korte termijn zie je hier geen of weinig direct effect van. Op de middellange termijn – circa 5 jaar – kunnen er wel effecten zijn. Dit verschilt per gebied, afhankelijk van de vraag waarin geïnvesteerd moet worden, en van de investeringen die ondernemers(verenigen) zelf (kunnen) doen, bijvoorbeeld met de middelen vanuit het Ondernemersfonds. Zoals aangegeven in het door het college voor besluitvorming vrijgegeven Beleidsnota Werklocaties, gaan we voor winkelgebieden inzetten op uitwerking van het zes facetten model (Functioneel: (1) functiemix en (2) bereikbaarheid • Ruimtelijk: (3) vastgoed en (4) openbare ruimte • Sociaal: (5) veiligheid en (6) samenwerking). Op basis hiervan gaan we met ondernemersverenigingen in gesprek wat nodig is. Vraag 7 Over het antwoord bij vraag 11: Er staat in het antwoord: “Ook spreekt dit bestaande beleid zichzelf soms tegen, omdat uitbreidingen incidenteel zijn gegaan, en niet altijd vanuit een integrale blik.” o o

Mag ik alsjeblieft concrete voorbeelden van welk beleid elkaar tegenspreekt? Hoe weeg je zichzelf tegensprekend beleid af, met andere woorden: wanneer kies je voor wat er in beleid A staat en wanneer kies je voor wat er in beleid B staat?

Antwoord: Het gaat hier voornamelijk om het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht (OHU) en het hotelbeleid. Volgens het hotelbeleid is een D1 horecazaak bij een hotel toegestaan. Horeca kan namelijk nodig zijn voor een goede exploitatie van een hotel. Echter, in het OHU is horeca op sommige plekken restrictief. Dit speelt bijvoorbeeld in de Kanaalstraat, waar op basis van de toenmalige wijkvisie wordt gewerkt met tijdelijke vergunningen (de zogenaamde pilot-aanpak). In de Kanaalstraat is daarbij alleen de lichtere horecacategorieën D2 en D3 mogelijk. Dit om overlast te beperken. Totdat er in beleid is opgenomen welk beleid voorgaat, is de keuze gemaakt om het beleid dat overlast het meest beperkt voor te laten gaan. Het hotel kan dan nog wel additionele horeca hebben dat alleen gericht is op de gasten. Bovenstaand is voorbeeld van heel duidelijk tegenstrijdig beleid. Soms is het minder uitgesproken, en wordt per casus een afweging gemaakt.

Vraag 8 Over het antwoord bij vraag 13: Het Fonds Mismatch is overgegaan in de nadere regel Stimuleren Initiatieven Toekomstbestendige Werkgelegenheid. Wat is het verschil tussen de twee in uitwerking? Hoe beoordelen jullie het effect van de nadere regel? : Het Fonds mismatch was een open regeling waar iedereen subsidieaanvragen kon doen voor projecten en programma's rond mismatch. Met de nadere regel stimuleren initiatieven 3

toekomstbestendige werkgelegenheid hebben we specifiek koepelorganisaties de mogelijkheid willen geven om de triple helix samenwerking binnen de cruciale arbeidsmarktsectoren te versterken. Het effect is nog niet helemaal duidelijk omdat de koepels t/m 2025 de tijd hebben voor de uitvoering. We rapporteren over de resultaten in Q2 2026.

Vraag 9 Over antwoord bij vraag 15: Waar bestaat de lobby uit? Antwoord: We nemen aan dat het hier om vraag 14 gaat, waar iets gezegd is over de lobby voor de circulaire economie. We zien dat veel wet- en regelgeving de circulaire transitie nog onvoldoende ondersteunt en de lineaire economie in stand houdt. We hebben landelijk en Europees beleid, wetten en regels nodig die circulariteit stimuleren, ondersteunen en wellicht zelfs afdwingen. Daar zijn we nog verre van. Dat komt mede door de onderlinge verbondenheden van ons economisch systeem en onze wetten en regels, bijvoorbeeld op het gebied van het creëren van een gelijk Europees speelveld voor bedrijven. Voor een effectieve lobby is het van belang om ons eigen verhaal, de inhoudelijke boodschappen en wensen goed uit te werken. Daarvoor is het nodig om goede, structurele relaties op te bouwen met stakeholders. Dit vraagt om capaciteitsinzet die op dit moment niet beschikbaar is. Dat betekent dat we keuzes moeten maken, en dat we optrekken met partners die eenzelfde ambitie hebben als wij. De vier prioriteiten uit de door u op 12 december 2024 vastgestelde beleidsnota Utrecht Circulair 2030 vormen het kader voor onze gemeentelijke lobby en de samenwerking met partners. Wij informeren u graag over wat we hierop ondernemen en hebben ondernomen. Een overzicht van deze inspanningen en inhoudelijke prioritering is bijgevoegd.

Naast aandacht voor het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE) en de thema’s uit de beleidsnota, staan we stil bij de onderwerpen waar u tijdens de commissievergadering aandacht voor vroeg, zoals de mogelijkheden om te sturen op de ruimte voor circulaire bedrijven. Voor meer informatie verwijzen we graag naar de recent (26 maar 2025) verstuurde raadsbrief over de lobby inzet en activiteiten voor de circulaire economie: Raadsbrief Lobby Utrecht Circulair - U-reka Gemeente Utrecht

Vraag 10 Over antwoord bij vraag 19: In het antwoord staat: “Het Utrecht International Center (UIC; voorheen het International Welcome Centre Utrecht Region) is er voor alle internationale inwoners: arbeidsmigranten, kenniswerkers, nieuwkomers, hun partners en gezinnen. In 2024 ontving het centrum 10.000 baliebezoekers.” o o

Mag ik van de hiervoor genoemde groepen de aantallen weten (percentages mag ook). Ik ga er vanuit dat de aantallen optellen tot 10.000. De kosten van het IUC zijn 4 ton, maar worden gedekt door verschillende organisaties/overheden, hoeveel betaalt onze gemeente?

A: 4

o

o

Het is een definitiekwestie waarbij het onderscheid tussen arbeidsmigranten en kenniswerkers wordt gemaakt op basis van salaris en hoogte van genoten opleiding. Deze data krijgen wij aan de balies niet te zien i.v.m. privacy. Het is dus een inschatting. Van de 10.000 baliebezoekers is het aandeel kenniswerkers (inclusief studenten) rond de 65%. Het andere deel bevat de overige categorieën, dus arbeidsmigranten en partners/gezinnen. Tot en met 2025 is dat 150K per jaar en in 2026 wordt er bezuinigd op het UIC en gaat de bijdrage terug naar 125K per jaar.

Onderstaande vragen gaan over onderdeel 4 Gerelateerde partijen Vraag 11 Over het antwoord bij vraag 4: Er staat: “Beide WOM’s kennen aandeelhouders (AvA) en een Raad van Commissarissen (RvC) in hun governance. De RvC houdt toezicht op de directie van de WOM’s. Vanuit de gemeente is zitten 2 ambtenaren in de RvC van WOM Noordwest en 1 ambtenaar in de RvC van WOM Lombok (allen op persoonlijke titel).” Kan gecheckt worden of op persoonlijke titel klopt? Zo ja, welke risico’s zien jullie? Antwoord: Op persoonlijke titel verwijst hier naar het feit dat de RvC-leden formeel op eigen naam in de RvC zitten van de WOM’s. Het RvC-lidmaatschap is niet gekoppeld aan hun functie en functioneren binnen de gemeente Utrecht. Daarnaast zijn de RvC-leden op persoonlijke titel ingeschreven bij de KvK. In de praktijk zijn deze RvC-leden echter door de gemeente Utrecht voorgedragen en benoemd, omdat zij ambtenaar zijn bij de gemeente Utrecht. Mocht het dienstverband van een RvC-lid bij de gemeente Utrecht stoppen hoeft hij of zij formeel niet af te treden als RvC-lid bij de WOM’s. Dit is het geval geweest bij de afgevaardigde van de Rabobank in de RvC van WOM Lombok. Desbetreffende persoon heeft nog jaren in de RvC gezeten, terwijl hij al weg was bij de Rabobank.

Wij vinden dergelijke situaties onwenselijk en zullen, wanneer dit ambtenaren van de gemeente betreft, in goed overleg een ander RvC-lid aanwijzen. In de praktijk nemen de RvC-leden dus zitting vanuit hun rol als ambtenaar van de gemeente Utrecht. Het hebben van RvC-leden bij een verbonden partij die tevens ambtenaar zijn van dezelfde gemeente vraagt een goede scheiding van rollen en verantwoordelijkheden. In de ‘Handreiking voor decentrale volksvertegenwoordigers’ over ‘Privaatrechtelijke samenwerking door decentrale overheden’ van het Ministerie BZK (2023) is het volgende hierover opgenomen:

Vraag 12 7.2.2 Eigen vertegenwoordiging in RvT/RvC Naast de algemene vergadering en een bestuur kennen privaatrechtelijke rechtsvormen vaak ook toezichthouders in de vorm van een raad van toezicht (RvT) of raad van commissarissen (RvC). Hoewel vaak wordt gedacht dat men via het benoemen van een commissaris in de raad van commissarissen zijn ‘eigen’ (gemeentelijk of provinciaal) belang kan dienen binnen de verbonden partij, is dit niet het geval. Leden van de RvT en de RvC moeten zich richten naar het belang van de rechtspersoon1. Antwoord: Voor de WOM’s hebben we dit ondervangen door de aandeelhoudersrol, die het belang van de gemeente dient, en de RvC-rol, die het belang van de rechtspersoon dient, te scheiden. Beide rollen worden door verschillende personen van verschillende afdelingen vervult. De ambtelijke accounthouder WOM’s adviseert de wethouder eigenstandig t.b.v. de aandeelhoudersrol. Het RvC-lid 1 Art. 2:44 lid 3 Burgerlijk Wetboek, 2:47 lid 2, 2:129 lid 5, 2:140 lid 2, 2:239 lid 5, 2:250 lid 2, 2:29 lid 3, 2:292a lid 2 Burgerlijk

Wetboek.

5

adviseert de directie van de WOM eigenstandig t.b.v. het belang van de rechtspersoon. Hierbij kan het in de praktijk wel voorkomen dat het belang van de rechtspersoon en het belang van de gemeente elkaar raken. Denk aan het feit dat de WOM’s zich in hun verhuurdersrol moeten houden aan gemeentelijke beleidsregels. Hier kan ook vanuit de RvC-rol op toegezien worden omdat niet voldoen aan gemeentelijk beleidsregels ook een risico voor de rechtspersoon zouden kunnen vormen. Dit betekent dat het in de praktijk ook voordelen kan bieden om een ambtenaar van de gemeente af te vaardigen in de RvC van een rechtspersoon. De Beleidsnota Verbonden partijen van de gemeente Utrecht wordt op dit moment geactualiseerd. De overwegingen van de handreiking kunnen daarin worden meegenomen Het belang van de rechtspersoon is niet altijd hetzelfde belang als dat van de deelnemende gemeente. Te overwegen is dat bestuurders of ambtenaren van de gemeente niet als bestuurder of toezichthouder bij privaatrechtelijke verbonden partijen worden benoemd en dat er een afkoelingsperiode gaat gelden voor ex-bestuurders en ex-ambtenaren. Als de wijziging van de Nota Verbonden partijen is vastgesteld, zullen wij nieuwe RvC-leden voordragen conform het nieuwe beleid.

Vraag 12 Over antwoord bij vraag 6: Ik wil het toch graag weten Antwoord: Wigo4it verzorgt de administratieve en informatietechnologische ondersteuning aan de deelnemende gemeenten op het terrein van werk, inkomen en zorg. Hierdoor ontvangen de inwoners (onder meer) tijdig de juiste bijstandsuitkering. We merken dat de samenwerking met Wigo4it in 2024 heeft geleid tot een toename in efficiency binnen het domein Werk & Inkomen. Deze verbetering is echter zichtbaar op meerdere fronten: 1. Toegenomen efficiency De kosten van Wigo4it zijn afgenomen, wat direct bijdraagt aan een efficiëntere inzet van middelen. Daarnaast is de communicatie en afstemming met Wigo4it directer geworden, wat leidt tot snellere besluitvorming en uitvoering. 2. Betere sturing en samenwerking Er is meer centrale sturing op de samenwerking met Wigo4it gekomen via een regieteam waarin alle deelnemende steden zijn vertegenwoordigd. Dit team werkt eraan om wijzigingen in processen en systemen zoveel mogelijk gelijktijdig en op uniforme wijze door te voeren. Dit bevordert de samenwerking, voorkomt dubbel werk en zorgt voor een doelmatige besteding van gemeenschapsgeld. 3.

Dienstverlening en overhead Hoewel de directe effecten op de dienstverlening en overhead moeilijker in cijfers te vangen zijn, verwachten we dat de ingezette lijn – met meer gezamenlijke sturing en heldere afspraken – bijdraagt aan verdere kwaliteitsverbetering en beheersing van kosten.

6

Vraag 13 Een vraag over de financiële bijlage, die jullie bij de antwoorden hebben verstuurd. Ik constateer bij sommige posten grote verschillen tussen ‘Begroot 2024’ en ‘Werkelijk 2024’, bijvoorbeeld bij ‘Onderzoeks- en advieskosten’, ‘EF Inkomensoverdrachten’ en ‘Verrekening uren handmatig’. Heb niet de indruk dat het voor de Raadstoets cruciaal is om alle verschillen geduid te krijgen, da’s ook veel te veel werk. Het totaalresultaat van al die verschillen is, wanneer je naar de begroting kijkt, ook niet significant. Het zou wel fijn zijn als er hoog over iets gezegd kan worden over waarom sommige posten zo verschillen van de begroting. Dus meer ‘een reflectie op’ dan ‘een uitleg per post’. Antwoord - algemeen De afgelopen jaren is de budgetopzet van de afdeling Economie in beweging geweest, waardoor (meerjarig) begroten op boekingsniveau nog in ontwikkeling is. De belangrijkste bewegingen zijn: •

• •

Sinds 2024 wordt er gewerkt met vier deelbudgetten, binnen drie de deelprogramma’s: arbeidsmarkt, investeringsklimaat, en wijkeconomie en werklocaties (vestigingsklimaat). Binnen de post investeringsklimaat (waar de meeste subsidies en overige bijdragen doorheen lopen) werden ook (niet-begrote) afdelings/opgavebrede kosten geboekt. Bepaalde budgetten (o.a. coronagelden) zijn in de afgelopen periode afgelopen of bijgesteld, en er zijn interne verrekenmethodes aangepast (gedurende het boekjaar). Binnen de organisatie zijn er (zowel voor management als voor de afdelingen Financiën en Business Control) diverse wisselingen van de wacht geweest.

Tegen deze context werken we aan beter begroten op hoofdlijnen, conform de nieuwe financiële en organisatorische situatie en de nieuwe ordening, en aan het monitoren van de budgetuitputting gedurende het jaar. In de nabije toekomst zouden dus ook op detailboekingsniveau minder grote verschillen te zien moeten zijn tussen begroting en realisatie aan het eind van het jaar. De aard van ons werk vraagt ons zo nu en dan om ergens extra op in te spelen; denk aan dossier standplaatsen in 2024. Deze overschrijdingen proberen we op te vangen binnen de begroting, hetgeen logischerwijs zal leiden tot verschillen (we kunnen dan andere zaken niet of minder doen). Voor 2024 hebben we dit beeld op hoofdlijnen tijdig kunnen melden bij tussentijdse (management)rapportages. Arbeidsmarkt 2024 was voor arbeidsmarkt een overgangsjaar met het schrijven van de beleidsnota en daarmee vormen van een nieuw kader. Veel overeenkomsten met partners liepen af en zijn niet automatisch hernieuwd, omdat deze niet meer overeenkomen met onze arbeidsmarktvisie. Een onderzoek dat we wilden uitvoeren in 2024 is overgeheveld naar 2025. De inhuur heeft te maken met het opvangen van een zwangerschapsverlof. Al deze zaken zijn gedurende het jaar actueel geworden. SIU/EF: €85.000 betrof een bedrag dat boekhoudkundig bij een ander deelprogramma had moeten staan. Het is een verrekening i.v.m.

een bijdrage aan Ondernemer Centraal, die per 1-1-2025 is omgezet. €200.000 is ingezet voor de subsidie werk-naar-werk. EF inkomensoverdracht betreft de subsidie van €200.000 aan het Regionaal Talentfonds, waarbij er vorig jaar €47.852,- is terugbetaald aan niet uitgegeven subsidiebedrag. Investeringsklimaat Op de kostensoort onderzoek- en advies wordt ook de jaarlijkse bijdrage aan de ROM geboekt. De factuur van de ROM is namelijk gelinkt aan de kostensoort onderzoek- en advies. Het budget voor de bijdrage aan de ROM staat dan weer op de kostensoort EF Inkomensoverdrachten. Vandaar dat het lijkt alsof er een meer onderzoek en advies gerealiseerd is dan begroot. De afwijking op de kostensoort EF Inkomensoverdrachten heeft te maken met de boeking die op de kostensoort SIU/EF corr inkomvdr staat. Dat is namelijk een correctieboeking voor de lening OMU via 7

subsidie. De lening was in eerste instantie geboekt op Investeringsklimaat maar is later gecorrigeerd en weggeboekt. De afwijkingen zijn dus vooral van technische aard, en kennen niet zozeer een inhoudelijke oorzaak. Vestigingsklimaat Voor het deelprogramma Vestigingsklimaat werken we per 1 januari 2024 met een nieuwe structuur. Dit heeft invloed op de verdeling van de budgetten per kostensoort en de werkelijke kosten per kostensoort. Dit jaar gaan we de budgetten en kosten per kostensoort beter ordenen, zodat deze aansluit aan de nieuwe structuur. Als nadere toelichting voor 2024 een uitsnede van enkele posten: •

•

•

• •

•

De kosten die geboekt staan op onderzoek en advies zijn zeer divers; bijvoorbeeld de bijdrage aan Utrecht Marketing voor 1.6 miljoen euro, maar ook kosten voor onderzoek en advies voor de toeristenbelasting, voor de beleidsnota werklocaties, en voor het team aantrekkelijke wijkeconomie. De inhuurkosten zijn grotendeels de inhuur projectleider voor standplaatsen, en daarnaast tijdelijke inhuur adviseur toeristenbelasting en tijdelijke inhuur teammanager Vestigingsklimaat. Deze inzet was niet begroot. De uitbestede werkzaamheden betreffen het International Welcome Center. De uitbestede kosten voor standplaatsen staan op verschillende kostenposten zoals onderzoek en advies, inhuur binnen de formatie en vergaderlocaties. Ov g/d stelpost: op overige goederen en diensten stelpost wordt standaard de gemeentebrede loon- en prijscompensatie geboekt. Dit is dus een technische post. Goed. Alg. ben: hierop is in 2024 het budget voor de toeristenbelasting geboekt en het werkbudget van het team aantrekkelijke wijkeconomie. In 2025 zijn deze budgetten gecorrigeerd en verplaatst naar andere kostensoorten. Verrekening uren handmatig: binnen Ruimte wordt de kostensoort verrekening uren handmatig voor elke afdeling gebruikt als de kostensoort waar het urenbudget op geboekt staat.

Echter worden de geboekte uren/gemaakte kosten weer geboekt op een andere kostensoort (zie: verrekening uren SAP CATS) waardoor hier per definitie een afwijking op ontstaat; het lijkt alsof het urenbudget onbenut is, maar dit is in werkelijkheid niet het geval. Dit detailbeeld zou ook bij andere afdelingen zo moeten tonen.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a7fc0b06-76cb-4399-bc0e-e9427bc6ac0e