Antwoordbrief HDSR Visie Water en Riolering.docx
Tekst van het document
Burgemeester en Wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Postbus 550 3990 GJ HOUTEN
Behandeld door
E.W. Rebergen
Datum
Doorkiesnummer
030 - 28 64332
Ons zaaknummer
8877404
e.rebergen@utrecht.nl
Onderwerp
Bijlage(n)
Reactienota Visie Water en Riolering
Inspraakreactie op de Visie Water en Riolering Utrecht
Uw kenmerk
1795622
Verzonden
Uw brief van
22 juli 2021
Bij antwoord datum, zaaknummer en onderwerp vermelden
Geachte heer, mevrouw, Wij danken u voor uw inspraakreactie op de Visie Water en Riolering Utrecht die wij met belangstelling hebben gelezen. Wij zijn blij dat u vindt dat de visie duidelijk de ambities en uitdagingen weergeeft voor het thema water in de gemeente en danken u voor uw complimenten. U heeft echter ook een achttal punten waarop u graag verheldering of aanvulling ziet. Hieronder behandelen wij die puntsgewijs. 1. Afkoppelen verhard oppervlak U vraagt ons om op te nemen dat het afkoppelen wordt uitgevoerd volgens het afkoppelschema uit het Regionale Afvalwaterketenbeleid om de oppervlaktewaterkwaliteit te waarborgen. Wij delen uw mening dat bij het afkoppelen de gevolgen voor de oppervlaktewaterkwaliteit meegewogen moeten worden. Daarom hebben we bij Beleidskeuze 3: “Bij vervanging is het scheiden van afvalwater en hemelwater het uitgangspunt” als extra criterium toegevoegd dat “Het hemelwater dat op het riool wordt geloosd dermate vervuild is dat het terugbrengen in de bodem of oppervlaktewater zonder zuiveringsstap onverantwoord is.” Verder hebben we bij onze voorkeursvolgorde voor de verwerking van hemelwater toegevoegd dat “infiltratie ook de voorkeur boven lozing op oppervlaktewater heeft vanwege de zuiverende werking van de bodem”. Wij gaan ervan uit hiermee de hoofdlijn uit het afkoppelschema te hebben weergegeven.
Een directe verwijzing naar het Regionale Afvalwaterketenbeleid vinden wij niet gepast, omdat dit beleid nooit bestuurlijk is vastgesteld door de deelnemende partijen aan de regionale samenwerking. 2. Omgaan foutieve aansluitingen vuilwater op hemelwaterstelsels U vraagt ons om in de visie aan te geven hoe wij voorkomen dat vuilwater als gevolg van foutieve aansluitingen via het hemelwaterstelsel het oppervlaktewater kan vervuilen. Wij zijn van mening dat we dit via onze voorkeursvolgorde voor het omgaan met hemelwater voldoende hebben geborgd, waarbij we kiezen voor infiltratie voor directe lozing op oppervlaktewater. Wij hebben de tekst in de visie, behalve wat we bij punt 1 aangeven, verder niet
Burgemeester en Wethouders Datum Ons zaaknummer
aangepast. Daarnaast leren eerdere onderzoeken naar foutieve aansluitingen in onze gemeente dat deze problematiek zeer gering is. Mocht u toch merken dat de oppervlaktewaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door hemelwaterlozingen, dan zijn wij altijd bereid om samen met u de oorzaak te onderzoeken en foutieve lozingen te verhelpen. 3. Relining versus vervanging U vraagt ons in de Visie aan te geven hoe wij aankijken tegen levensduurverlenging van riolen door relining versus het vervangen van riolen. U heeft gelijk dat dit onderwerp ontbreekt in de visie. Wij hebben daarom in de tekst onder beleidskeuze 1 “We verhogen de jaarlijkse vervangingsopgave van de riolering” de volgende tekst toegevoegd: “Onder vervangen verstaan we ook het handhaven en verstevigen en renoveren van de bestaande buis zodat deze weer minimaal 70 jaar meekan. Dit noemen we relinen. De keuze om te kiezen voor relinen in plaats van vervangen hangt af van een groot aantal factoren, zoals de ligging en toestand van het bestaande riool, mate van overlast bij vervanging en het verschil in kosten en is altijd een maatwerkafweging”. 4. Ambitie wateroverlast voorkomen in relatie tot vervangingsopgave U geeft aan dat uit de visie nog onvoldoende blijkt of de genoemde ambities om wateroverlast te voorkomen overal gehaald worden met (enkel) de voorgestelde vervangingsopgave.
Het klopt dat wij in de visie nog niet aangeven of wij via de vervangingsopgave en andere herinrichtingen de doelstellingen om wateroverlast te voorkomen overal geen realiseren. Dit is omdat we nog niet weten of alle locaties die nu uit de stresstest als kwetsbaar naar voren komen ook daadwerkelijk kwetsbaar zijn. Het kan namelijk ook zijn dat het gehanteerde model in de stresstest fouten bevat. Daarom hebben we bij Beleidskeuze 10: “Locaties met een grote kans op wateroverlast door extreme neerslag pakken we met spoed op” ook aangegeven dat we ”Conform de visie Klimaatadaptatie potentiële knelpuntlocaties de komende jaren eerst nader onderzoeken. Afhankelijk van de bevindingen wordt een aanpak uitgewerkt in het programma Water en Riolering.” Wij vinden dat we uw vraag in de visie hiermee voldoende hebben beantwoord en hebben de tekst verder niet aangepast. 5. Concrete ambities waterberging U geeft aan dat u in de visie graag concrete ambities voor waterberging bij nieuwbouw en herstructurering benoemd wil zien, bij voorkeur uit te drukken in mm waterberging. Daarbij adviseert u een minimale ondergrens (15mm bij herstructurering en 45 mm bij nieuwbouw) en een ambitie (40mm -70 mm) te formuleren. Dit in navolging van de afspraken klimaatadaptief bouwen, die recent zijn opgesteld binnen de Provincie Utrecht.
De Visie bevat wel degelijk een concrete doelstelling voor waterberging bij zowel herstructurering als nieuwbouw, te weten 15 mm ofwel 15 liter hemelwater per m2 aangesloten verharding bij de gangbare bodemopbouw in de gemeente Utrecht. Wij hebben de afgelopen jaren in diverse herstructurerings- en nieuwbouwprojecten geprobeerd een hogere hoge waterbergingseis te realiseren. Wij constateren daarbij dat dit ruimtelijk forse consequenties heeft en daarbij tot aanzienlijk hogere investeringskosten leidt. Zeker bij herinrichtingen en bij kleinschalige nieuwbouw op inbreidingslocaties is deze eis ruimtelijk zeer lastig in te passen. Daarnaast zijn wij van mening dat het in hoog stedelijk gebied vaak doelmatiger en robuuster is om de extra waterberging te concentreren in robuuste groen- of oppervlaktewaterstructuren. Wij hebben dit ook steeds aangegeven bij het tot stand komen van
2/4
Burgemeester en Wethouders Datum Ons zaaknummer
de “Afspraken Klimaatadaptief Bouwen” en dit is ook één van de redenen dat wij deze afspraken nog niet ondertekend hebben. Gezien het voorafgaande hebben wij besloten om onze eigen waterbergingsdoelstelling in de Visie Water en Riolering te handhaven. Wel hebben wij de mogelijkheid toegevoegd dat we in specifiek aan te wijzen locaties een hogere waterbergingseis kunnen opleggen en dat dit in elk geval geldt bij een aanzienlijke toename van het verhard oppervlak. We werken graag met u samen om te bepalen in welke situaties het opleggen van een hogere eis noodzakelijk is en hoe we deze eis uitwerken in handhaafbare omgevingsplanregels. 6. Invloed fluctuatie grondwaterstand U geeft aan dat het handelingsperspectief van de overheid (waterschap en gemeente) om de grondwaterstand binnen een bepaalde bandbreedte te laten fluctueren beperkt is en dat het wenselijk is dit ook te benoemen in de visie en te communiceren richting inwoners, die te maken hebben met grondwaterproblematiek. Wij delen uw mening dat waterschap en gemeente niet alle grondwateroverlastproblemen kunnen oplossen. Daarom spreken wij in de visie ook nadrukkelijk van een inspanningsverplichting en geven wij aan in welke situaties wij wel en niet in actie komen. Wij vinden dat wij hiermee de beperkingen van gemeente en waterschap voldoende hebben benoemd en zien geen reden om de tekst op dit punt aan te passen. 7.
Nieuwe sanitatie In de visie ontbreekt nog hoe de gemeente aankijkt tegen het aspect van decentrale of 'nieuwe sanitatie' mede in het licht van verduurzamen & circulariteit. Wij delen uw mening dat dit punt ten onrechte niet wordt benoemd. Wij hebben de tekst in paragraaf 5.1 over de inzameling van afvalwater aangevuld. Hierbij hebben we aangegeven dat wij op dit moment binnen de bebouwde kom bij nieuwbouwontwikkelingen geen alternatieve decentrale verwerkingsvormen voor afvalwater (nieuwe sanitatie genoemd) gaan onderzoeken, omdat wij de centrale zuivering als meest doelmatige plek vinden om afvalwater te zuiveren en energie en grondstoffen terug te winnen. Bij grotere nieuwbouwlocaties buiten de bestaande bebouwde kom, zoals mogelijk Rijnenburg, zien wij die mogelijkheden daarentegen wel. 8. Toekomstige afvoer van vuil water naar de zuivering U stelt voor de te verwachten afvoer van vuilwater naar de zuivering in de toekomst de komende tijd verder te onderzoeken en op basis van de uitkomsten het in 2014 gesloten afvalwaterakkoord tussen gemeente en waterschap te actualiseren. Wij maken graag gebruik van dit aanbod. In paragraaf 3.2 over de Groei van de Stad hebben wij al aangegeven hoe wij verwachten dat het aanbod huishoudelijk afvalwater zich tot 2040 zal ontwikkelen.
Wij voorzien een toename van circa 30% als gevolg van de groei van het aantal inwoners van de stad, die vooral gevolgen heeft voor de zuivering aan de Brailledreef. We hebben hier de afgelopen jaren al samen verkend of de zuivering in de toekomst naar een andere locatie verplaatst kan worden en gaan graag ook met u in gesprek over wat er nodig is in de tussenliggende periode om een goede zuivering van het afvalwater te kunnen garanderen.
Wij danken u nogmaals voor uw inspraakreactie en zien uit naar een goede voortzetting van onze samenwerking.
3/4
Burgemeester en Wethouders Datum Ons zaaknummer
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4/4