Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 15 juni 2023 1 2 3
4
Opening Vaststellen van de agenda van 15 juni 2023 Initiatiefvoorstel Aanpak houtstook, volgende stap naar schone lucht Zoals aangekondigd in commissie EDVW van 1 juni 2023. Hier kort op procedureel gedeelte voor vaststellen behandeltijd 7 september. <br> Initiatiefvoorstel Aanpak houtstook de volgende stap naar schone lucht.docx Wijzigingsbesluit behorende bij initiatiefvoorstel 1 juni DEF.docx Raadsbrief Rapportage Wonen in Utrecht Wethouder: De Vries, beleidsveld: Wonen en Volkshuisvesting<br>Indicatieve behandeltijd: 90 minuten<br><br>Geagendeerd door Tess Meerding (VVD), Has Bakker (D66), Annemarijn Oudejans (Student & Starter), Charlotte Passier (Volt), Rik van der Graaf (ChristenUnie), Meike Hellevoort (GroenLinks), Jantine Zwinkels (CDA), Rick van der Zweth (PvdA), Myrthe Minnaert (BIJ1), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Nando Temming (Stadsbelang Utrecht), Miraç Usta (DENK).<br><br>De fracties willen met elkaar en met het college in debat over de Rapportage Wonen in Utrecht van 2023. De rapportage maakt inzichtelijk hoe de Utrechtse woningmarkt en woningvoorraad zich ontwikkelen. De fracties willen in debat over hoe de bevindingen uit de rapportage geduid moeten worden en wat dit betekent voor (eventuele) bijsturingen van het beleid.
Daarbij willen zij het in ieder geval hebben over de afname van het aantal uitgegeven bouwvergunningen, de afname van het percentage sociale huur en de verslechterde positie van het middensegment.<br><br><br><br><br><br><br><br> Dossier 3418 voorblad Raadsbrief Rapportage Wonen in Utrecht.pdf
Voorstel aan de gemeenteraad
Initiatiefvoorstel ‘Aanpak houtstook, de volgende stap naar schone lucht’ Beleidsveld Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Milieu en Emissieloos Vervoer Rachel Heijne (GroenLinks) en Anne Sasbrink (Partij voor de Dieren) 11301361 Volgt Ja Nee
Rachel Heijne (GL) en Anne Sasbrink (PvdD) stellen de raad voor te besluiten: 1. Het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht, verbod vuur te stoken’ (artikel 5:17) vast te stellen, zodat het verbod op vuur stoken in de open lucht wordt aangepast, en deze aanpassing in te laten gaan op 1 januari 2025; de aanpassingen betreffen: a. het vervangen van lid 2 (“het verbod geldt niet voor betreft:”) door “Mits geen sprake is van gevaar voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:”; b. het wijzigen van lid 2 sub b, waarmee de uitzondering voor sfeervuren gestookt met hout komen te vervallen; c. het aanpassen van lid 2 sub c in “voedselbereiding op gas, briketten of houtskool”. 2. Communicatie over deze wijziging, indien mogelijk, in te bedden in de communicatiecampagne ‘De Utrechtse Stookstandaard’ danwel een aparte campagne te starten en hiermee te starten zodra dit raadsbesluit is genomen.
De leden van de gemeenteraad van Utrecht, Rachel Heijne, Anne Sasbrink.
Samenvatting In de huidige Algemene Plaatselijke Verordening is in artikel 5:17 een verbod opgenomen om in de open lucht (‘buiten inrichtingen’) vuur te stoken. Daarbij zijn uitzonderingsbepalingen opgenomen, voor kaarsen, fakkels, sfeervuren en vuur voor koken, bakken en braden. Door in artikel 5:17 de uitzonderingen (lid 2) aan te passen, wordt het daarin genoemde verbod om buitenshuis te stoken uitgebreid. Deze verbreding is noodzakelijk om de luchtkwaliteit te verbeteren en daarmee de gezondheid van inwoners, ondernemers en bezoekers in Utrecht te beschermen tegen de schadelijke uitstoot van de genoemde verbrandingsvormen. De uitzondering voor sfeervuren (lid 2 sub b) wordt gewijzigd in “sfeervuren zoals terrashaarden indien geen afvalstoffen of hout worden verbrand.” De uitzondering voor koken, bakken en braden (lid 2 sub c) wordt gewijzigd in: “voedselbereiding op gas, briketten of houtskool”. Daarnaast wordt artikel 5:17 lid 2 gewijzigd: “Mits geen sprake is van gevaar voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:”. Tevens wordt met dit voorstel besloten over de aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening te communiceren met een communicatiecampagne gericht op bewustwording van de schade van houtstook in de buitenruimte voor gezondheid en milieu.
Context Houtrook heeft negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit en is schadelijk voor de gezondheid. In Utrecht streven we naar het behalen van de WHO advieswaarden 2021. Het vergt aanvullende maatregelen om aan deze advieswaarden te voldoen. Houtrook is voor iedereen ongezond, specifieke gezondheidseffecten hangen af van de mate waarin men met rook in aanraking komt, de fysieke gesteldheid en de samenstelling van de rook. Mensen met luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, ouderen en kinderen behoren tot de gevoeligste groepen van de bevolking. Zij kunnen meer en eerder klachten ontwikkelen als zij met houtrook in aanraking komen. In houtrook zitten verschillende stoffen die schadelijk voor de gezondheid zijn, waaronder fijnstof, koolmonoxide, verschillende vluchtige organische stoffen, PAKs en roet. De uitstoot van fijnstof door houtstook is in Nederland groter dan die van wegverkeer. Uit recent onderzoek door het RIVM blijkt dat houtstook door consumenten een bijdrage levert van 23% aan de landelijke uitstoot van de fijnere fractie fijnstof (PM2,5). In het RHDHV onderzoek dat de grondslag vormt voor het Utrechtse luchtkwaliteitsbeleid en -uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ kwam houtstook ook naar voren als vervuilende bron. RHDHV geeft aan dat maatregelen gericht op het verminderen van houtstook potentieel de meeste gezondheidswinst opleveren.
Potentieel, omdat de huidige maatregelen (voorlichtingscampagne en subsidieregeling) op vrijwillige basis zijn. Mede daarom verwachten we dat met regulerende maatregelen (zoals nu worden voorgesteld) meer effect bereikt wordt. Het Utrechtse luchtkwaliteitsbeleid is van toepassing op alle vervuilende bronnen, inclusief stoken buitenshuis, maar in het bijbehorende uitvoeringsprogramma zijn daarvoor nog geen maatregelen opgenomen. Voor het stoken buitenshuis staan regels in de Algemene Plaatselijke Verordening. Hierin is een uitzondering gemaakt voor een aantal categorieën, terwijl deze wel leiden tot luchtvervuiling en gezondheidseffecten hebben. Door de Algemene Plaatselijke Verordening op dit punt aan te passen worden ook de meest vervuilende lokale bronnen buitenshuis meegenomen in de
2
maatregelen voor gezonde lucht. Met dit initiatiefvoorstel werken wij het luchtkwaliteitsbeleid verder uit in concrete maatregelen. Juridische context Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd om verordeningen vast te stellen, waaronder ook het wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening. Beoogd effect Verbetering van de gezondheid van onze inwoners, ondernemers en bezoekers door het voorkomen van schadelijke emissies naar de lucht. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Raadsbesluit over ‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’, luchtkwaliteitsbeleid en -uitvoeringsprogramma, december 2020.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Argumenten 1.1
Het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht, verbod vuur te stoken’ (artikel 5:17) vast te stellen, zodat het verbod op vuur stoken in de open lucht wordt aangepast, en deze aanpassing in te laten gaan op 1 januari 2025; de aanpassingen betreffen: a. het vervangen van lid 2 (“het verbod geldt niet voor betreft:”) door “Mits geen sprake is van gevaar voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:”; b. het wijzigen van lid 2 sub b, waarmee de uitzondering voor sfeervuren gestookt met hout komen te vervallen; c. het aanpassen van lid 2 sub c in “voedselbereiding op gas, briketten of houtskool”.
De aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening is nodig om de luchtkwaliteit te verbeteren, en daarmee gezondheidsschade veroorzaakt door stook te voorkomen. Doordat bij buitenstook de emissie op leefniveau optreedt is er sprake van directe blootstelling: de omgeving - en ook de stoker zelf - worden blootgesteld aan hoge concentraties schadelijke verbrandingsproducten zoals fijnstof, roet en PAK's. Dit kan op korte termijn leiden tot acute gezondheidsklachten, voor stoker zelf én voor omwonenden of andere mensen in de omgeving, zoals prikkende ogen, irritatie van de luchtwegen (prikkeling) en geuroverlast. Hoewel gevoelige groepen eerder nadelige effecten zullen ervaren, heeft houtrook ook nadelige gevolgen voor niet-gevoelige groepen. Blootstelling aan houtrook levert op de lange termijn velerlei gezondheidsrisico’s op (verhoogde kans op longaandoeningen en hart- en vaatziekten). Door bepaalde vormen van vuur stoken buitenshuis niet langer uit te zonderen van het verbod in de Algemene Plaatselijke Verordening, verkleinen we de kans op het ontstaan van gezondheidsschade. Daarnaast is er bij sfeervuren veelal geen (hoge) schoorsteen. De emissie vindt plaats op leefniveau en wordt slechter verspreid dan bij (open) haarden 3
met schoorsteen. Bij - bijvoorbeeld - terrashaarden is een schoorsteen circa 2,5 meter hoog (met emissies op leefniveau). Bij kampvuren en vuurkorven is helemaal geen schoorsteen. Evenmin is er bij stoken buitenshuis een mogelijkheid om de rookgassen te reinigen met filters. Tenslotte is er kans dat het hout in een vuurkorf in de eindfase gaat smeulen en niet volledig verbrandt. In de Ecodesignrichtlijn 2022, waarin de Europese Unie richtlijnen geeft voor duurzaamheid van consumentenproducten, is geregeld dat nieuwe kachels (voor gebruik binnenshuis) moeten voldoen aan uitstooteisen (bijvoorbeeld: hoog rendement, relatief lage fijnstofemissies). Voor (hout) stoken buitenshuis bestaan geen richtlijnen zoals Ecodesign. Hierdoor is meer uitstoot van roet en fijnstof te verwachten bij het branden van sfeervuren dan bij het gebruik van moderne houtkachels. Er is sprake van het blijven hangen van rook. Bij windstil weer is sprake van zeer lage verversing, met hoge concentraties fijnstof/roet. Beperkte verversing binnen de bebouwde omgeving geeft een grote kans op overlast. 1.2
Er zijn alternatieven voor sfeervuren beschikbaar Sfeervuren, zoals terrashaarden en vuurkorven, worden veelal gebruikt als sfeermakers, schonere alternatieven voor het creëren van sfeer met (open) vuur zijn ruimschoots beschikbaar. Als direct alternatief voor een sfeervuur kan worden gedacht aan een sfeerhaard gestookt op bio-ethanol. Bij de verbranding van de alcohol komen geen schadelijke stoffen vrij en alcohol verbrandt geurloos. Bio-ethanol is een hernieuwbare brandstof.
1.3
Wijzigen van de regelgeving maakt handhaving mogelijk. Handhaven op klachten over houtrook kan nu maar zeer beperkt. Alleen als er afval wordt verbrand of als het rookkanaal niet voldoet. Inwoners die overlast melden, voelen zich hierdoor niet gehoord. Door de uitzondering in de Algemene Plaatselijke Verordening te wijzigen wordt het mogelijk hierop te handhaven. Hierdoor pakken we de problematiek bij de bron aan, en worden klachten voorkomen. Bronaanpak is bovendien de meest effectieve aanpak bij luchtkwaliteitsmaatregelen: emissies worden voorkomen.
1.4
Het stellen van eisen aan brandstoffen voor voedselbereiding leidt tot minder emissies Voor voedselbereiding op vuur verplichten we het gebruik van minder vervuilende brandstoffen: gas, briketten of houtskool. In de communicatie benadrukken we dat voedselbereiding op elektriciteit nog minder vervuilend is en daarom de voorkeur heeft. . Houtskool en briketten zijn droge producten (minder dan 5% vocht), waarvan de meest geurende componenten via pyrolyse al verbrand zijn, ze verbranden volledig en gelijkmatiger, op een hogere temperatuur, langduriger, met minder rook. Er is sprake van een gelijkmatigere, minder vervuilende verbranding dan bij hout (dat niet volledig droog is). Maar het zijn nog steeds vaste ‘fossiele’ brandstoffen, met daarbij nog steeds het vrijkomen van fijnstof (roet) en PAK’s . Gas zorgt voor minder uitstoot van schadelijke stoffen dan briketten en houtskool. Bij verbranding van gas is sprake van een zeer gelijkmatige verbranding, met een rook- en geurloze vlam. Ook de uitstoot van fijnstof blijft tot een minimum beperkt. Het gebruik van gas als brandstof levert ten opzichte van briketten en houtskool de minst vervuilende verbranding op.
4
Elektriciteit is een nog schonere keuze. Omdat er bij elektriciteit geen sprake is van vuur stoken wordt deze energiebron niet genoemd in dit artikel in de Algemene Plaatselijke Verordening. In de communicatie wordt meegenomen dat elektriciteit voor barbecueën de voorkeur heeft. 1.5
Kanttekeningen 1.1.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat luchtverontreiniging tot gezondheidsschade leidt Het Longfonds geeft op haar website het volgende aan: “Van benauwdheid en veel hoesten tot een longaanval: bijna 1 miljoen mensen met een longziekte hebben soms tot heel vaak last van luchtvervuiling. Houtstook, industrie, wegverkeer en landbouw leiden tot de grootste gezondheidsklachten. Meer dan 50.000 mensen belandden hierdoor het afgelopen jaar zelfs één of meerdere keren in het ziekenhuis. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van onderzoeksinstituut Nivel.” […] “Ruim 750.000 mensen met een longziekte geven in het Nivel-onderzoek aan soms tot heel vaak last te hebben van houtstook. Zowel houtstook door openhaarden en houtkachels als door vuurkorven en barbecues veroorzaken gezondheidsklachten. Houtstook door houtkachels leidt bij een kwart van de mensen met een longziekte tot een longaanval, één op de drie heeft dusdanig veel klachten dat hij of zij extra medicijnen moet slikken.”
Enkele uitzonderingen op het verbod blijven gehandhaafd Het branden van kaarsen/fakkels en het stoken van sfeervuren of vuur voor voedselbereiding (bijvoorbeeld met gas, houtskool of briketten) is ook slecht voor de luchtkwaliteit. Door deze uitzonderingen op het verbod in de Algemene Plaatselijke Verordening te laten staan blijft luchtvervuiling hierdoor bestaan. Echter, kaarsen en fakkels leveren, mede door het lagere brandstofverbruik (het primaire doel is verlichting, lont met verdamping) een veel kleinere bijdrage aan luchtverontreiniging. Roet en walmen komt voor, maar het brandstofgebruik is laag en daarmee de emissie ook. Veelal betreft het hier verbranding van een homogene, droge, niet vaste brandstof (kaarsvet, parafine, vloeibare brandstoffen zoals ethanol) welke (enigszins) gecontroleerd verbrandt. Rook, (geur)overlast of overmatige luchtvervuiling is niet waarschijnlijk. De wijziging in de uitzondering op sfeervuren, is gericht op vuurkorven en sfeervuren gestookt op hout. Minder vervuilende alternatieven voor sfeervuren blijven mogelijk zoals een sfeerhaard gestookt op bio-ethanol. Bij de verbranding van de alcohol komen geen schadelijke stoffen vrij en alcohol verbrandt geurloos. Bij voedselbereiding kiezen we ervoor uitsluitend eisen te stellen aan de brandstof.
Uit de landelijke emissieregistratie blijkt dat de bijdrage van barbecues aan de luchtverontreiniging gering is, zeker in vergelijking tot andere vormen van houtstook. Barbecues volledig verbieden draagt daarom weinig bij aan verbetering van de luchtkwaliteit (en daarmee de gezondheid). Daarnaast is barbecueën voor veel mensen een belangrijke sociale activiteit.
Beslispunt
5
2
Argumenten 2.1
2.2.
Communicatie over deze wijziging, indien mogelijk, in te bedden in de communicatiecampagne ‘De Utrechtse Stookstandaard’ danwel een aparte campagne te starten en hiermee te starten zodra dit raadsbesluit is genomen.
Om de stad te informeren over het aanpassen van de Algemene Plaatselijke Verordening is communicatie nodig. Vanuit ‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’ wordt jaarlijks (in het najaar/de winter) de communicatiecampagne ‘De Utrechtse Stookstandaard’ gevoerd. In deze campagne wordt uitsluitend over binnenstook gecommuniceerd. Communicatie over het aanpassen van de Algemene Plaatselijke Verordening is een logische uitbreiding van de bestaande campagne. Door hierbij aan te sluiten kan in samenhang gecommuniceerd worden over de schadelijke effecten van stoken, zowel binnen- als buitenshuis. Daarvoor is het nodig om de looptijd van de campagne uit te breiden. De campagne ‘De Utrechtse Stookstandaard’ loopt momenteel alleen in het najaar en de winter. Buiten stoken gebeurt het hele jaar door, daarom moet een nieuwe of aangepaste campagne ook in de lente en zomer gevoerd worden. Met een goede communicatiecampagne bereiden we de stad voor op de wijzigingen in de Algemene Plaatselijke Verordening. Door vanaf 2024 te communiceren over de schadelijke effecten van buitenstook en het aanstaande verbod op sfeervuren, kunnen we inwoners hierin meenemen, zodat zij zich kunnen voorbereiden, waardoor naleving kansrijker wordt, en het handhaven ervan in 2025 makkelijker wordt.
Financiën Het aanpassen van de Algemene Plaatselijke Verordening heeft geen directe financiële consequenties. Communicatie over het besluit wordt bij voorkeur ingebed in de reeds lopende voorlichtingscampagne over houtstook. Indien dit niet mogelijk blijkt, wordt binnen de dekking voor het luchtmaatregelenpakket ruimte gezocht voor een op zichzelf staande campagne. Dit voorstel leidt mogelijk tot een intensievere handhaving. Daarom treden we alleen op naar aanleiding van klachten. Structurele kosten kunnen gedekt worden door herprioritering van taken binnen het handhavingsprogramma of door dit te betrekken bij de integrale afweging bij de Voorjaarsnota. We gaan er vanuit dat het college hier in het handhavingsprogramma 2025 rekening mee houdt.
Vervolg Na dit raadsbesluit wordt gestart met communicatie richting de stad. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, per 1 januari 2024, worden geleidelijk regels over de fysieke leefomgeving uit diverse verordeningen omgehangen naar het omgevingsplan. Tot dat moment blijft het onderhavige artikel in de Algemene Plaatselijke Verordening staan. In het handhavingsprogramma 2025 worden de prioriteiten binnen de handhaving inzichtelijk gemaakt, waarbij aandacht is voor de gevolgen van dit raadsbesluit. Handhaving vindt plaats op basis van bij de gemeente gemelde klachten, waarbij het mogelijk is om te starten met een waarschuwingsperiode. Participatie De gemeente ontvangt veel klachten over houtrook. In 2022 (306 meldingen) was sprake van een lichte daling ten opzichte van 2021 (498 meldingen), maar over meerdere jaren bekeken is sprake van
6
een toename. Wij zijn van mening dat het aantal klachten weerspiegelt hoe zeer de problematiek in onze stad leeft, en dat is voor ons mede de aanleiding om maatregelen te nemen.
Communicatie Voor communicatie over dit raadsbesluit wordt aangesloten bij de lopende campagne ‘De Utrechtse Stookstandaard’. Indien dit niet mogelijk blijkt, wordt een op zichzelf staande campagne ontwikkeld.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming: - Wijzigingsbesluit
7
Besluit tot wijziging van de
Algemene plaatselijke verordening
Utrecht 2010, verbod vuur te stoken De raad van de gemeente Utrecht Gelezen het initiatiefvoorstel van Rachel Heijne (GL) en Anne Sasbrink (PvdD) van 1 juni 2023; Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; Overwegende dat:
•
We in Utrecht streven naar het behalen van de WHO advieswaarden 2021 en het aanvullende maatregelen vergt om aan deze advieswaarden te voldoen.
•
Houtrook negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit heeft en schadelijk is voor de gezondheid. Houtrook is voor iedereen ongezond, specifieke gezondheidseffecten hangen af van de mate waarin wij met rook in aanraking komen, onze fysieke gesteldheid en de samenstelling van de rook. Mensen met luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, ouderen en kinderen behoren tot de gevoeligste groepen van de bevolking. Zij kunnen meer en eerder klachten ontwikkelen als zij met houtrook in aanraking komen.
•
In houtrook verschillende stoffen zitten die schadelijk voor de gezondheid zijn, waaronder fijnstof, koolmonoxide, verschillende vluchtige organische stoffen, PAKs en roet. De uitstoot van fijnstof door houtstook is in Nederland groter dan die van wegverkeer. Uit recent onderzoek door het RIVM blijkt dat houtstook door consumenten een bijdrage levert van 23% aan de landelijke uitstoot van de fijnere fractie fijnstof (PM2,5). In het RHDHV onderzoek dat de grondslag vormt voor het Utrechtse luchtkwaliteitsbeleid en -uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ kwam houtstook ook al naar voren als vervuilende bron. RHDHV geeft aan dat maatregelen gericht op het verminderen van houtstook potentieel de meeste gezondheidswinst opleveren. Potentieel, omdat de huidige maatregelen (voorlichtingscampagne en subsidieregeling) op vrijwillige basis zijn. Mede daarom verwachten we dat met regulerende maatregelen (zoals nu worden voorgesteld) meer effect bereikt wordt.
•
Het Utrechtse luchtkwaliteitsbeleid en het bijbehorende uitvoeringsprogramma beleid en maatregelen op gebied van binnenshuis stoken omschrijven. Het luchtkwaliteitsbeleid is van toepassing op alle vervuilende bronnen, inclusief stoken buitenshuis, maar in het bijbehorende uitvoeringsprogramma zijn daarvoor nog geen maatregelen opgenomen. Voor het stoken buitenshuis staan regels in de Algemene Plaatselijke Verordening.
Hierin is een uitzondering gemaakt voor een aantal categorieën, terwijl deze wel leiden tot luchtvervuiling en gezondheidseffecten hebben. Door de Algemene Plaatselijke Verordening op dit punt aan te passen worden ook de meest vervuilende lokale bronnen buitenshuis meegenomen in de maatregelen voor gezonde lucht. Met deze wijzing werken wij het luchtkwaliteitsbeleid verder uit in concrete maatregelen. Besluit de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 als volgt te wijzigen:
Artikel I A. Artikel 5:17 tweede lid, komt te luiden: 2.
Mits geen sprake is van gevaar voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b.
sfeervuren indien geen afvalstoffen, hout worden verbrand;
c.
voedselbereiding op gas, briketten of houtskool.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum> De burgemeester
Sharon A.M. Dijksma De griffier,
Merel van Hall
Bijlage: Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 Bestaande tekst:
Nieuwe tekst:
Artikel 5:17 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 5:17 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2. Het verbod geldt niet voor het betreft:
2.
Mits geen sprake is van gevaar voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen, hout of houtproducten worden verbrand; c. voedselbereiding op gas, briketten of houtskool.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd
3.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
a. ter bescherming van de woon- en leefomgeving; b. ter bescherming van de flora en fauna; c. ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, walm of stank.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd a. ter bescherming van de woon- en leefomgeving; b. ter bescherming van de flora en fauna; c. ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, walm of stank.
5.
Het verbod geldt niet voor in het geregelde onderwerp wordt voorzien door: a. de Provinciale milieuverordening Utrecht 2013; b. artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.
6.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand of c. vuur voor koken, bakken en braden, voor dat geen gevaar voor de omgeving oplevert. 3. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
5. Het verbod geldt niet voor in het geregelde onderwerp wordt voorzien door: a. de Provinciale milieuverordening Utrecht 2013; b. artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht. 6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer
3418
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
15 juni 2023
Agendapunt
4
Titel
Raadsbrief Rapportage Wonen in Utrecht
ID
3615
Behandelend ambtenaar
M. Jonker – Verkaart
Telefoon
14030
m.jonkerverkaart@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering
Stad Utrecht
Thema
Ruimtelijke ordening
Portefeuillehouder
Wethouder De Vries
Beleidsveld
Wonen en Volkshuisvesting
Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Energie(transitie),
15 juni 2023
Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
M. Jonker – Verkaart,
Datum
21 maart 2023
Doorkiesnummer
14 030
Kenmerk
10997164
m.jonkerverkaart@utrecht.nl
Onderwerp
Rapportage Wonen in Utrecht
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Wonen en Volkshuisvesting
Geachte leden van de raad, Wonen is een grondrecht. Iedereen moet een passende en betaalbare woonruimte kunnen vinden in Utrecht. Om onze woonambities te kunnen realiseren is het van belang dat wij scherp monitoren hoe het wonen zich ontwikkelt in de stad. Dat doen wij al meerdere jaren met het dashboard Monitor Wonen waar de data te raadplegen zijn. Vanaf nu geven we met de rapportage ‘Wonen in Utrecht’ duiding bij interessante cijfers en ontwikkelingen in het wonen. De rapportage kunt u online raadplegen. Hiermee doen wij toezegging 22/T407 af. Met deze brief informeren wij u over de belangrijkste bevindingen uit de rapportage en de manier waarop wij daarop inspelen met ons woonbeleid. Rapportage Wonen in Utrecht De rapportage is gebaseerd op gegevens uit onze Monitor Wonen, aangevuld met specifieke gegevens over Utrecht uit onder andere Woningnet en WoON21 (driejaarlijks enquêteonderzoek uitgevoerd door CBS in opdracht van Ministerie van BZK). Met de rapportage geven we duiding bij de belangrijkste kenmerken en ontwikkelingen ten aanzien van het wonen in Utrecht, zoals de ontwikkeling van de samenstelling van de woningvoorraad, de vraag naar huur- en koopwoningen, de beschikbaarheid, de betaalbaarheid en verhuizingen binnen en naar de stad. Hiermee krijgt u een compleet beeld van het wonen in Utrecht en de uitdagingen waar de stad voor staat.
Constante productie, afname vergunningen Utrecht groeit, zowel de bevolking als de woningvoorraad. Utrecht heeft een vrij constante productie van toegevoegde woningen in de afgelopen jaren. Deze groei van ca. 3.000 woningen per jaar is conform de doelstelling uit de RSU en Woonvisie. Echter, in de monitoring wordt een verschuiving zichtbaar. Wij zien een sterke afname van het aantal afgegeven bouwvergunningen in 2021 (zie hoofdstuk 1 in de rapportage). Doorgaans zit er een periode van drie jaar tussen de afgifte van een vergunning en de oplevering, dus de verwachting is dat de ‘reguliere’ nieuwbouw in 2023/2024 zal afnemen. Dit bevestigt het belang van onze verhoogde inzet op een versnelde productie van meer (al dan niet tijdelijke) woningen op de korte termijn. We hebben de ambitie om in de periode 2022 – 2025 jaarlijks 700 tot 1.050 tijdelijke woonruimtes toe te voegen.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 maart 2023 10997164
Nieuwe woningen worden gemiddeld gezien steeds kleiner in Utrecht. De gemiddelde woninggrootte van alle woningen in 2022 bedraagt 95m2. Woningen die vanaf 2015 zijn gebouwd hebben een gemiddelde grootte van 86m2. De gemiddelde grootte van een appartement krimpt sinds de eeuwwisseling, terwijl een eengezinswoning steeds groter wordt. Eengezinswoningen zijn gemiddeld 120m2 en de nieuwbouw kent sinds 2005 een omvang boven dit gemiddelde. Appartementen zijn gemiddeld 77m2 en de omvang van de nieuwbouw ligt de laatste jaren (met 57 m2) onder dit gemiddelde. Tegelijkertijd zien we dat huurprijzen per vierkante meter sterk oplopen in de particuliere huursector (zie hoofdstuk 3 in de rapportage). Dit laat zien dat het borgen van een goede prijskwaliteitverhouding van essentieel belang is. Wij doen dit bijvoorbeeld met het Actieplan middenhuur. Afname percentage particuliere sociale huur, corporatiebezit stabiel De sociale huursector bestaat voor het grootste deel uit corporatiewoningen en voor een kleiner deel uit particuliere huurwoningen. Wat opvalt is dat het aandeel sociale huur in de voorraad is afgenomen (van 36% in 2021 naar 32% in 2022). Deze daling komt volledig voor rekening van de particuliere huursector; het aandeel sociale huur van woningcorporaties is met 29% al jarenlang stabiel (zie hoofdstuk 1 in de rapportage).
Mede door krapte op de woningmarkt en de stijgende WOZ-waarden verschuiven de woningen in de particuliere sector naar het hogere huursegment. We hebben op voorraadniveau immers geen afspraken met deze partijen. Op het sociale bezit van de corporaties hebben we meer grip, bijvoorbeeld via de cyclus van prestatieafspraken. Daarom zetten wij in de nieuwbouw in op het realiseren van sociale huur door corporaties (zie het coalitieakkoord). Met de Woonvisie streven we naar een Utrechtse woningvoorraad die voor 35% uit sociale huur bestaat in 2040. Bovenstaande ontwikkelingen benadrukken het belang van onze inzet uit het coalitieakkoord om bij nieuwe projecten (met meer dan 100 woningen) 40% sociale huur te realiseren. Middeninkomens hebben het lastig Ondanks de groei van het aandeel middenhuur in het afgelopen jaar (van 11% in 2021 naar 14% in 2022), zien we dat de middencategorie (middenhuur en betaalbare koop) ten opzichte van eerdere jaren erodeert (van 30% in 2019 naar 25% in 2022). Dit betekent dat de middeninkomens die afhankelijk zijn van dit segment het steeds lastiger krijgen in Utrecht. Zonder deze inkomensgroepen ontstaat een gemankeerde stad. Met de Woonvisie streven wij naar 25% middencategorie in de woningvoorraad in 2040.
Doordat we zien dat de samenstelling van de voorraad van woningen in het middensegment de afgelopen jaren fluctueert, is het cruciaal dat we ons blijven inzetten op het realiseren van woningen in deze categorie. In het coalitieakkoord benadrukken wij dit door in de nieuwbouw in te zetten op 35% middencategorie op projectniveau. Koopmarkt koelt af, krapte in sociale huursector Mede als gevolg van een stijgende hypotheekrente dalen de verkoopprijzen van Utrechtse woningen. Tegelijkertijd is de wens naar koopwoningen in alle prijscategorieën groter dan het aantal gerealiseerde verhuizingen binnen de huidige voorraad (zie hoofdstuk 4 in de rapportage). Vanaf 2021 is het aandeel van starters dat een bestaande woning koopt iets toegenomen. Binnen de sociale huurvoorraad zien we toegenomen krapte. Het aantal actief woningzoekenden blijft toenemen. Het gemiddeld aantal reacties op een aangeboden woning stijgt. Het aantal toewijzingen van sociale huurwoningen schommelt de afgelopen 3 jaar rond 2.400 woningen en de gemiddelde wachttijd ligt nog steeds hoog, tussen de 11 en 12 jaar. Met name de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder heeft een hoge slaagkans. Hoe jonger de woningzoekende, hoe lager de slaagkans: zij hebben doorgaans een lagere inschrijftijd (zie hoofdstuk 2 in de rapportage). Met de huisvestigingsverordening proberen we deze krapte te reguleren.
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 maart 2023 10997164
Betaalbaarheid particuliere huurders en jonge huishoudens onder druk De enquêtedata van WoOn21 laten zien dat Utrechters in particuliere huurwoningen gemiddeld de hoogste maandlasten hebben (ruim 1.000 euro) en dat zij het meest betalen per vierkante meter (ca. €16,- p/m2). Deze woonlasten zijn sterk toegenomen. Mensen met een leeftijd tot 35 jaar zijn in alle eigendomsvormen een groter deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten dan mensen boven de 35 jaar. Sinds 2018 is de transactieprijs van koopwoningen met 57% toegenomen. Toch zijn de gemiddelde woonlasten per vierkante meter voor kopers in de afgelopen jaren iets afgenomen (naar ca. €9,- p/m2). De gemiddelde woonlasten per vierkante meter zijn het laagst in de sociale huur (minder dan €9,- p/m2) (zie hoofdstuk 3 in de rapportage). Sinds 2017 is er in het Actieplan Middenhuur voor nieuwbouw een koppeling tussen het aantal vierkante meters en de maximale huurprijs. Als gevolg hiervan wordt de betaalbaarheid in dit segment verbeterd. Ook het Rijk wil hier op inspelen met de recent aangekondigde landelijke regulering van middenhuurwoningen. Verhuisbeweging is inkomensafhankelijk en sterkst onder jongeren De effecten van de prijsstijgingen in de Utrechtse koopsector worden zichtbaar: hoe lager het inkomen, hoe minder men verhuist.
In de huursector vinden juist relatief de meeste verhuizingen plaats door mensen met een inkomen beneden modaal. Opvallend is dat dat aandeel gestaag daalt sinds 2012. Binnen de totale verhuisdynamiek nemen de verhuizingen naar huurwoningen toe, zowel door starters als doorstromers. Verhuisgeneigde huishoudens zijn vaak aangewezen op vrijkomende dure huurwoningen, veelal appartementen met een maandhuur boven de 1.000 euro. Ook als ze een voorkeur hebben voor een goedkope of betaalbare (eengezins)koopwoning. Degenen die het meest verhuizen zijn jongeren tot 35 jaar. Dit is zowel in de koop- als huursector te zien. Onder oudere kopers en huurders (van 65 jaar en ouder) is in Utrecht juist al jarenlang een trend zichtbaar van relatief weinig verhuizingen (zie hoofdstuk 4 in de rapportage). Om de stad betaalbaar te houden voor iedereen zetten wij ons in om meer sociale huurwoningen en woningen in de middencategorie toe te voegen. Deze ambitie staat geformuleerd in onze Woonvisie. Met het Actieplan (T)huis voor ouderen willen we onder andere de doorstroming van oudere kopers en huurders verhogen. Koers vasthouden en versterken De druk blijft hoog. Volkshuisvesting is en blijft prioriteit. We kiezen voor gelijke kansen en betaalbaar wonen voor iedereen. Daarom zetten wij ons onverminderd in om de schaarste te verminderen en om wonen in de stad betaalbaar te houden.
We zitten op de goede koers en het is nu van essentieel belang dat we hier vol op blijven inzetten. Dit doen we met onze huidige beleid én nieuwe maatregelen (klik hier voor een planning van maatregelen op wonen). Hiermee maken we een beweging van woningmarkt naar volkshuisvesting. Wij hopen u met deze brief voldoende geïnformeerd te hebben.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3