Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 9 januari 2025 1 2 3
3.1
3.2
3.3
3.4 3.5 3.6 4
5
6 7
Opening Vaststellen van de agenda van 9 januari 2025 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Lange Termijnagenda cie EDVW 9 januari 2025 Behandelvoorraad PROCEDUREEL Commissie EDVW 9 januari 2025 Ingekomen agenderingen Commissie EDVW PROCEDUREEL 9 januari 2025 Vaststelling TAM (Tijdelijke Administratieve Maatregel) - omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp Dossier 4420 voorblad Raadsvoorstel TAM-omgevingsplan Warmtesysteem TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp Plankaart TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp Link naar TAM-omgevingsplan op RO publiceer Raadsvoorstel Aanvraag bijdrage Gemeentefonds 2025 voor opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog Dossier 4433 voorblad Raadsvoorstel Aanvraag bijdrage Gemeentefonds voor opsporen en ruimen ontplofbare oorlogsresten 2025 Toelichting aanvraag bijdrage gemeentefonds voor opsporen en ruimen ontplofbare oorlogsresten 2025 Raadsvoorstel Beleidsnota Vastgoed 2025-2030 Dossier 4409 voorblad Raadsvoorstel Beleidsnota Vastgoed Beleidsnota Vastgoed Raadsbrief goed verhuurderschap en discriminatiemonitor 2024
Raadsbrief goed verhuurderschap en discriminatiemonitor 2024 Technische sessie Tijdelijk beheer leegstand voor de periode 6 – 24 maanden Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven cie EDVW 21 november tm 19 december 2024 Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag bijeenkomst commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 28 november 2024 Conceptverslag bijeenkomst programmabegroting commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 24 oktober 2024 Conceptverslag EDVW 24 oktober 2024 PB 2024.11.28 Conceptverslag commissie EDVW Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Motielijst cie EDVW 9 januari 2025 Toezeggingenlijst cie EDVW 9 januari 2025 Ingekomen stukken Geen. Raadsvoorstel Beleidsnota Luchtkwaliteit Wethouder: Oosters, beleidsterrein: Milieu en Emissieloos vervoer Indicatieve behandeltijd: 150 minuten De raad wordt gevraagd de beleidsnota vast te stellen en daarmee de doelstellingen, uitgangspunten en maatregelen ter bevordering van de luchtkwaliteit en de gezondheid van de Utrechters. Inzet is te voldoen aan de EU-grenswaarden en het (op termijn) behalen van de aangescherpte WHO-advieswaarden. Hiertoe worden enerzijds een aantal lokale maatregelen getroffen en anderzijds een lobby opgezet gericht op de bronnen van verontreiniging buiten Utrecht.
De raad wordt tevens gevraagd de beleidsnota ‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’ in te trekken en ter vervanging deze beleidsnota op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht. Dossier 4236 voorblad
8
9
10
Raadsvoorstel Beleidsnota luchtkwaliteit ’Gezonde lucht voor iedereen’ Beleidsnota Luchtkwaliteit 'Gezonde lucht voor iedereen' Bijlage 1 - Maatregelenonderzoek luchtkwaliteit Utrecht - RHDHV Bijlage 2 - Overzichtstabel effectiviteit maatregelen RHDHV Bijlage 3 - Participatieverslag Beleidsnota Luchtkwaliteit Bijlage 4 - Resultaten vragenlijst DenkMee luchtkwaliteit Bijlage 5 - Rapport STIPO straatgesprekken Luchtkwaliteit Bijlage 6 - Verslag inwonerbijeenkomsten luchtkwaliteit 2024 Bijlage 7 - Vaststellingsnota zienswijzen Raadsbrief Monitoringsrapportage Luchtkwaliteit 2022 Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht (Meetjaar2022, NSL Monitor 2023) Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht, bijlagen (Meetjaar 2022, NSL Monitor 2023) Rapport Buro Blauw Stikstofdioxideconcentratiemetingen 2022 Fusietraject ‘Naar een omgevingsdienst Utrecht’ + zienswijzeprocedure fusietraject Wethouder: Oosters, beleidsterrein: Milieu en Emissieloos vervoer Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Het college is verzocht 1. in te stemmen met de vorming van één omgevingsdienst in de provincie Utrecht, met in achtneming van de vier eindproducten van fase 1 ‘richten’, te weten: richtingsplan, ontwerp-gemeenschappelijke regeling, routekaart fase 2 en rudimentaire begroting. 2. In te stemmen met de inhoud van de ontwerpregeling Omgevingsdienst Utrecht en 3.
de raad zo spoedig mogelijk de ontwerpregeling Omgevingsdienst Utrecht aan te bieden voor het kenbaar maken van zijn zienswijze aan het college. Daarbij is sprake van een uiterlijke aanleverdatum van 3 maart 2025. Omdat er mogelijk naar aanleiding van de inbreng vanuit de raad nog aanpassingen plaats moeten vinden heeft het de voorkeur de zienswijze te behandelen in de commissie/raad van januari. Dossier 4449 voorblad Raadsvoorstel Zienwijzeprocedure ontwerp Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zienswijzebrief raad aan college over ontwerp Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Ontwerp GR Omgevingsdienst Utrecht-versie 3.0 (bijlage 1a) Artikelsgewijze toelichting bij ontwerp Gemeenschappelijke regeling (bijlage 1b) Richtingsplan versie 3.0 (bijlage 2) Routekaart fase 2 versie 3.0 (bijlage 3) Rudimentaire begroting versie 3.0 (bijlage 4) Addendum (bijlage 5) Aanbiedingsbrief voorstel oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht Oplegnotitie gezamenlijk AB ten aanzien van de resultaten van fase 1 en de start van fase 2 Stroomschema besluitvorming GR SV 2024 nr.
137 Hoe succesvol is Utrecht in de betaalbare woningmarkt? Wethouder: De Vries, beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting Indicatieve behandeltijd: 30 minuten Geagendeerd door Cees Bos (Stadsbelang Utrecht), Gertjan te Hoonte (VVD), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Jantine Zwinkels (CDA), Berdien van der Wilt (D66) en Rick van der Zweth (PvdA) Een combinatie van marktontwikkelingen, de recente beantwoording van schriftelijke vragen van Stadsbelang Utrecht over de betaalbare huur en koopmarkt in combinatie met de inhoudelijke reactie op erfpacht als instrument voor een blijvend betaalbare woningvoorraad alsook de recent verschenen grondprijzenbrief nopen ons inhoudelijk van gedachten te willen wisselen met de andere partijen in de Utrechtse gemeenteraad. Dossier 4372 voorblad Beantwoording SV2024 nr 137 over Hoe succesvol is Utrecht in de betaalbare woningmarkt Beantwoording SV2024 nr 138 over Wet betaalbare huur wilt u meer of minder woonruimte Grondprijzenbrief 2024 Raadsbrief Grondprijzenbrief 2024 Raadsbrief Uitvoeringsprogramma Buurt- en wijkgericht werken 2024-2028
Wethouder: De Vries, beleidsterrein: Wijk- en Buurtaanpak Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door Berdien van der Wilt (D66), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Rick van der Zweth (PvdA), Jantine Zwinkels (CDA), Fred Claasen (GroenLinks), Kirsten Alblas (ChristenUnie), Ruben Snijder (Student & Starter) en Miraç Usta (DENK) De fracties van D66, EenUtrecht, PvdA, CDA, GroenLinks, ChristenUnie, Student en Starter en DENK willen graag met elkaar en de wethouder in gesprek over het 'Uitvoeringsprogramma Buurt-en wijkgericht werken'. Zij willen graag spreken over de in dit programma benoemde doelen, ambities en concrete acties en daarbij inhoudelijke accenten en wensen meegeven voor de verdere uitvoering van dit programma. Vanwege het raakvlak van dit uitvoeringsprogramma met ook andere beleidsterreinen (o.a. publieksdienstverlening) willen zij hiervoor graag 90 minuten uittrekken. Dossier 4452 voorblad Raadsbrief Uitvoeringsprogramma Buurt- en wijkgericht werken 2024-2028 Uitvoeringsprogramma vormgegeven buurt wijkgericht werken
Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 9 januari 2025 Onderwerp
Beleidsveld
Portefeuille
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Aangeboden
Toelichting wijziging
houder
aanbieden
termijn
aangeboden
kwartaal
kwartaal
kwartaal
/Gestopt
planning
aan raad
Raadsb
commissie
commissie
raadsbeh
esluit
procedureel
inhoudelijk
andeling
2025 Q1
2025 Q2
2025 Q2
2025 Q1
2025 Q2
2025 Q2
2024 Q4
2025 Q2
2025 Q1
Zienswijze
Circulaire
Wethouder
programma- en
Economie
Schilderman
Zienswijze
Circulaire
Wethouder
ontwerp-
Economie
Schilderman
Beleidsnota
Circulaire
Wethouder
Utrecht Circulair
Economie
Schilderman
Beleidsnota
Energie en
Wethouder
Warmte
Klimaat
Van
productbegroting AVU 2026
begrotingswijzigi ng AVU 2025
2025 Q2
2025 Q2
2025 Q3
Hooijdonk Kaders publiek
Energie en
Wethouder
2025 Q1
2025 Q1
2025 Q2
Dit voorstel is
warmtebedrijf
Klimaat
Van
toegezegd voor Q4
Hooijdonk
2024, maar zoals vermeld in de raadsbrief 'Plan van aanpak publiek warmtebedrijf', kan dat ook Q1 2025 worden, omdat we voldoende tijd willen nemen om de
Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 9 januari 2025 inbreng van de raad goed te kunnen verwerken. Herijking
Energie en
Wethouder
Regionale
Klimaat
Van
Energiestrategie
2025 Q3
2025 Q4
2024 Q4
2024 Q4
2025 Q2
2025 Q2
Hooijdonk
Beleidsnota
Energie en
Wethouder
opwekgebieden
Klimaat
Van
schone energie Klimaatvisie
2025 Q2
2024 Q3
17-09-
Aangeboden
2024
Hooijdonk Energie en
Wethouder
2025 Q2
Zoals gemeld in de
Klimaat
Van
raadsbrief 'Planning en
Hooijdonk
proces Klimaatvisie' van 17 september 2024, verwachten we de klimaatvisie in april 2025 ter besluitvorming aan te bieden.
Beleidsnota
Vastgoed
Vastgoed
Wethouder
2024 Q4
2025 Q1
2025 Q1
2025 Q1
2025 Q2
2025 Q2
2025 Q1
2025 Q2
2025 Q2
De Vries
Beleidsnota
Wonen en
Wethouder
Wonen
Volkshuisve
De Vries
sting Wijziging
Wonen en
Wethouder
Huisvestingsveror
Volkshuisve
De Vries
dening 2025
sting
Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen PROCEDUREEL commissie van 28 november 2024 Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Milieu en Emissieloos vervoer, Vastgoed, Wonen en Volkshuisvesting, Wijk- en Buurtaanpak, Samen voor Overvecht
Wethouder Maatoug RIB Rondetafelgesprek De positie en rol van lokale initiatieven in een publiek warmtebedrijf Geagendeerd door Ralph Peters (D66), Rachel Heijne (GroenLinks), Charlotte Passier (Volt), Anneloes Krul (Partij voor de Dieren), Joachim Cornielje (PvdA), Kirsten Alblas (ChristenUnie), Gertjan te Hoonte (VVD) en Gert Dijkstra (EenUtrecht) Wethouder De Vries RIB Huurdersondersteuning Geagendeerd door BIJ1.
Wethouders De Vries en Eerenberg Ontwikkelingen Alchemist OPG-terrein Merwedekanaalzone Geagendeerd door Titus Stam (PvdA), Dirk-Jan van Vliet (D66), Fred Dekkers (GroenLinks), Rik van der Graaf (ChristenUnie), Gertjan te Hoonte (VVD) en Maarten van Heuven (Partij voor de Dieren)
Geagendeerd voor een raadsinformatiebijeen komst op 28 januari met een behandeltijd van 90 minuten.
Geagendeerd voor een raadsinformatiebijeen komst op 28 januari met een behandeltijd van 60 minuten.
Geagendeerd voor een commissiedebat op 6 februari met een behandeltijd van 60 minuten.
Commissie EDVW tot zomerreces 2025 • 6 februari • 13 maart • 10 april • 22 mei • 26 juni veegcommissie RIB EDVW tot zomerreces 2025 • 28 januari • 4 maart • 1 april • 13 mei • 17 juni Dagdelen commissie Ochtend 10.00 - 13.00 uur (180 min - 30 min opening = 150 min beschikbaar) Middag 14.00 uur - 16.45 uur (165 min beschikbaar) Avond 20.00 – 23.00 uur (180 min beschikbaar)
Agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Vast te stellen op 9 januari 2025
Stukken afkomstig van het college Datum: 10-12-2024 Het TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp is een wijziging op het omgevingsplan van de gemeente Utrecht. Soort stuk: Vaststelling TAM Dor het vaststellen van het plan wordt is een regeling (Tijdelijke Administratieve opgenomen die het aansluiten van nieuwbouw op het Maatregel) - omgevingsplan collectieve warmtesysteem verplicht stelt. Deze plicht is nodig om een collectief rendabel warmtesysteem mogelijk Warmtesysteem Papendorp te maken. Het TAM-omgevingsplan heeft ter inzage Wethouder: Eerenberg gelegen van vrijdag 27 september 2024 tot en met donderdag 7 november 2024. Er zijn geen zienswijzen Beleidsterrein: Ruimtelijke ingediend. Ordening
Datum: 17-12-2024 Soort stuk: Raadsvoorstel Aanvraag bijdrage Gemeentefonds 2025 voor opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog Wethouder: Oosters Beleidsterrein: Milieu en Emissieloos vervoer
Gemeenten kunnen via het Gemeentefonds in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (de zogenoemde bommenregeling).
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 6 februari 2025 2. Tijd: 30 minuten
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 6 februari 2025 2. Tijd: 5 minuten Gelet op de beperkte reikwijdte van het voorstel wordt de commissie in overweging meegegeven het raadsvoorstel rechtstreeks als Apunt door te geleiden naar de raadsvergadering. Om de aanvraag vóór 1 april 2024 in te kunnen dienen is besluitvorming
uiterlijk in de raad van maart 2024 noodzakelijk. Datum: 19-12-2024
De Beleidsnota Vastgoed formuleert het beleid aangaande de omgang met gemeentelijke vastgoed. Dit aan de hand van drie doelstellingen en acht leidende principes. Inzet is om via dit vastgoed maatschappelijke meerwaarde te creëren. In de beleidsnota is deze ambitie uitgewerkt naar: “Voldoende en goed gespreid toekomstbestendig vastgoed waar huurders tevreden over zijn en dat bijdraagt aan de maatschappelijke doelstellingen van de gemeente”.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 6 februari 2025 2. Tijd: 90 minuten
Wethouder: De Vries
Zoals aangekondigd in de commissie EDVW van 8 februari 2024 organiseren we graag een technische sessie om u te informeren over het Tijdelijk beheer leegstand voor de periode 6 – 24 maanden. Tijdens de technische sessie gaan we in op wat de uitvraag voor de aanbesteding is en onder welke voorwaarden het leegstandsbeheer voor deze periode kan worden ingericht.
Beleidsterrein: Vastgoed
Graag nodigen we uit voor de technische bijeenkomst op:
Voorstel: 1. Technische sessie Tijdelijk beheer leegstand voor de periode 6 – 24 maanden voorafgaand aan de commissiebijeenkomst van 6 februari 2024 van 09.00 tot 10.00 uur.
Soort stuk: Raadsvoorstel Beleidsnota Vastgoed 20252030 Wethouder: De Vries Beleidsterrein: Vastgoed
Datum: 21-11-2024 Soort stuk: Technische sessie Leegstandsbeheer voor de periode 6-24 maanden
Datum Tijdstip Plaats
: Donderdag 6 februari : 09.00 tot 10.00 uur : De Grote Trouwzaal in het Stadhuis
Stukken afkomstig van commissieleden Datum: 11-12-2024 Geagendeerd door de PvdA, GroenLinks, CDA, Partij voor de Dieren en BIJ1. De fracties van de PvdA, GL, CDA, PvdD en Bij1 willen de
Voorstel: 3. Agenderen voor de commissie EDVW
2
Soort stuk: Raadsbrief goed
verhuurderschap en discriminatiemonitor 2024 Wethouder: De Vries Beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting
Raadsbrief goed verhuurderschap en discriminatiemonitor 2024 agenderen voor de commissie EDVW.
4.
Tijd:
Wat de de fracties betreft moet er een verhuurdersvergunning worden ingevoerd om te sturen op betaalbaarheid, leefbaarheid en kwaliteit van de particuliere huursector. De fracties signaleren enkele misstanden in de huurmarkt die met de verhuurdersvergunning kunnen worden aangepakt: •
• • •
Momenteel is het de verantwoordelijkheid van bewoners om bezwaar te maken tegen te hoge huurprijzen terwijl dit met de vergunning vooraf kan worden geregeld. Er is nu geen mogelijkheid om te sturen op fatsoenlijke huisvesting voor arbeidsmigranten terwijl dit via de vergunning kan worden geeist. Er zijn louche huisjesmelkers actief als Utrechtse verhuurder terwijl middels een BIBOB-toets deze mogelijk geweerd kunnen worden. Er nu pas op kwaliteit (incl. onderhoud) kan worden gestuurd wanneer de bouwveiligheid in gevaar is, terwijl met de vergunning vooraf een onderhoudsplan kan worden gevraagd.
De fracties willen in debat over deze misstanden en de mogelijke oplossingen hiervoor. De PvdA zal het voorstel doen voor het invoeren van de vergunning. Het CDA wil in debat over hoe het zich verhoudt tot landelijke regels en beleidsontwikkelingen.
3
Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer
4420
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
9 januari 2025
Agendapunt
3.1
Titel
Vaststelling TAM (Tijdelijke Administratieve Maatregel) - omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp
ID
4639
Behandelend ambtenaar
Meer, Pascal van der
Telefoon
06 - 28 29 05 79
p.van.der.meer@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering
Leidsche Rijn
Thema
Ruimtelijke ordening
Portefeuillehouder
Wethouder Eerenberg
Beleidsveld
Ruimtelijke Ordening
Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Energie(transitie),
9 januari 2025
Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit
Voorstel aan de gemeenteraad
Vaststelling TAM (Tijdelijke Administratieve Maatregel) omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp Beleidsveld Portefeuillehouder Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum raad Referendabel Geheim
Ruimtelijke Ordening Eelco Eerenberg Ontwikkelorganisatie Ruimte Wim van Gelder/Pascal van der Meer 12948527 volgt Nee (artikel 1.2, lid 2, onderdeel f, van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de gemeenteraad voor te besluiten: 1. Het TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp, dat bestaat uit het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPTAMWARMPLANPAPEN-ON01, vast te stellen, dat het omgevingsplan van de gemeente Utrecht aanvult met regels die: a. de aansluiting van nieuwbouw op het warmtesysteem verplicht stellen gedurende de bouwperiode van 20 jaar, b. alleen gelden binnen het plangebied van het TAM-omgevingsplan en c. met een vergunningstelsel dat ruimte geeft aan andere duurzame oplossingen voor warmte voor zover deze passen binnen het gemeentelijke beleid.
Samenvatting In Groenewoud en Papendorp moet een duurzaam energiesysteem komen voor de verwarming en koeling van nieuwe gebouwen. In de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Utrecht, het TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp, is een regeling opgenomen die het aansluiten van nieuwbouw op het collectieve warmtesysteem verplicht stelt. Deze plicht is nodig om een collectief, rendabel warmtesysteem mogelijk te maken.
Context Aanleiding In Papendorp worden Papendorp Noord en Groenewoud ontwikkeld. In de beide projectgebieden Papendorp Noord en Groenewoud wordt het volgende programma gebouwd: • 3.650 woningen; • 5.300 m² commerciële voorzieningen; • 7.000 m² bedrijfsruimtes; • 4.000 m² hotel met 200 kamers; • een mobiliteitshub met ongeveer 2.000 autoparkeerplaatsen en ongeveer 1.700 fietsparkeerplaatsen; • 4.900 m² basisschool; • 75.000 m² zelfstandige kantoren. Het uitgangspunt in Papendorp en Groenewoud is dat alle nieuwbouw in het gebied wordt voorzien van warmte en koude (koeling) met een collectief laagtemperatuur warmtesysteem dat bestaat uit een systeem van duurzame energiebronnen: een installatie om Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) te onttrekken, een grote Warmte en Koude Opslag (WKO) in de bodem van het gebied en warmtepompen (of alternatieve systemen die dezelfde opwekcapaciteit hebben), leidingen en afgiftesets. Dit warmtesysteem wordt door de gemeente aanbesteed aan een warmtebedrijf dat de bronnen en het netwerk ontwerpt, betaalt, realiseert en exploiteert. Het geplande aantal aansluitingen op het warmtesysteem bestaat uit ongeveer 3.650 aansluitingen voor woningen (klein verbruikers) en ongeveer 25 aansluitingen voor utiliteitsfuncties (grootzakelijk verbruikers).
Juridische context Wijzigen omgevingsplan Op grond van artikel 2.4 van de Omgevingswet stelt de gemeenteraad het omgevingsplan van de gemeente Utrecht vast. De vaststelling moet op grond van artikel 16.30 van de Omgevingswet voorbereid worden met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het TAMomgevingsplan Warmtesysteem Papendorp dat het omgevingsplan van de gemeente Utrecht wijzigt, , heeft ter inzage gelegen van vrijdag 27 september 2024 tot en met donderdag 7 november 2024. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Op grond van artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet, bereiden burgemeester en wethouders een raadsbesluit voor. Voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking trad, kon een gemeente de aansluitplicht op een warmtenet regelen door een warmteplan vast te stellen op grond van het Bouwbesluit. Nieuwe aansluitplichten moeten in het omgevingsplan opgenomen worden. TAM-omgevingsplan Deze wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Utrecht, die de aansluiting op het warmtesysteem van Papendorp Noord en Groenewoud verplicht stelt, heeft de vorm van een TAMomgevingsplan. De afkorting TAM staat voor Tijdelijke Administratieve Maatregel. De maatregel bestaat uit de mogelijkheid om het omgevingsplan te wijzigen met een plan dat nog de opzet en vorm van een bestemmingsplan heeft.
De maatregel – en dit TAM-omgevingsplan – is nodig, omdat het nieuwe digitale publicatiesysteem voor omgevingsplanwijzigingen nog niet goed werkt. Geen vaststellingsrapport Er zijn geen zienswijzen ingediend en het vast te stellen TAM-omgevingsplan bevat geen wijzigingen ten opzichte van het ontwerp. Daarom is er geen vaststellingsrapport. Beoogd effect Om de duurzaamheidsambities voor Papendorp Noord en Groenewoud te halen, is het belangrijk dat het warmtenet goed gaat werken. Alleen dan is het warmtenet een duurzamer alternatief voor het individueel verwarmen en koelen van gebouwen. Daarvoor is het essentieel dat het aantal geplande 2
aansluitingen ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Als daar geen zicht op is, zal er waarschijnlijk ook geen exploitant te vinden zijn voor het warmtenet. Daarom is het wenselijk om voor de nieuwbouw verplicht te stellen dat het op het warmtenet aangesloten wordt. Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening De Chw bestemmingsplannen Papendorp en Groenewoud zijn gemaakt om het in de context beschreven programma in Papendorp Noord en Groenewoud mogelijk te maken. De gemeenteraad heeft deze Chw bestemmingsplannen op 25 april 2024 vastgesteld (raadsbesluiten over Chw bestemmingsplan Papendorp en Chw bestemmingsplan Groenewoud). De plannen zijn op 21 juni 2024 in werking getreden. Er lopen beroepsprocedures tegen de plannen. Beide plannen gaan uit van het aansluiten van de nieuwbouw op een collectief warmtesysteem. Binnen beide plannen is de fysieke realisatie van het warmtesysteem (bronnen, leidingen en de bijbehorende installaties) al mogelijk.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp, dat bestaat uit het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPTAMWARMPLANPAPEN-ON01, vast te stellen, dat het omgevingsplan van de gemeente Utrecht aanvult met regels die: a. de aansluiting van nieuwbouw op het warmtesysteem verplicht stellen gedurende de bouwperiode van 20 jaar, b. alleen gelden binnen het plangebied van het TAM-omgevingsplan en c. met een vergunningstelsel dat ruimte geeft aan andere duurzame oplossingen voor warmte voor zover deze passen binnen het gemeentelijke beleid.
Argumenten 1.1
De regels in dit plan zijn nodig voor een rendabel warmtesysteem dat past bij de duurzaamheidsambities van de gemeente. Om de duurzaamheidsambities voor Papendorp Noord en Groenewoud te halen, is het belangrijk dat het warmtesysteem goed benut wordt. Alleen dan is het warmtesysteem een duurzamer alternatief dan het individueel verwarmen en koelen van gebouwen. Daarvoor is het essentieel dat het aantal geplande aansluitingen wordt gerealiseerd. Als daar geen zicht op is, zal er waarschijnlijk ook geen exploitant te vinden zijn voor het warmtesysteem. Daarom is het wenselijk om voor de nieuwbouw de aansluiting op het warmtesysteem verplicht te stellen.
1.2
Met dit plan wordt de aansluitplicht publiekrechtelijk geborgd, wat de meeste zekerheid biedt voor de realisatie van een duurzaam collectief warmtesysteem De gebieden Papendorp Noord en Groenewoud worden in ongeveer 10 jaar ontwikkeld. Voor het collectieve warmtesysteem is het wenselijk dat zoveel mogelijk nieuwbouw wordt aangesloten op het collectieve systeem. Dat wordt het beste geregeld via een publiekrechtelijke regeling. Die borgt generiek, voor iedereen, dat aansluiten verplicht is. Voor aanbesteding van het warmtesysteem is het een krachtig signaal naar de geïnteresseerden dat de aansluitplicht publiekrechtelijk vastligt. De publiekrechtelijke aansluitplicht borgt het beste de duurzaamheidsdoelstellingen voor Papendorp Noord en Groenewoud, en leidt tot de meeste gelijkheid voor alle bouwende partijen. Een mogelijk alternatief in Papendorp is om de aansluitplicht privaatrechtelijk te eisen bij de aanbesteding van een bouwkavel. Dat kan omdat de gemeente de grond in Papendorp in eigendom heeft. De methodiek bij de aanbesteding van een bouwkavel is dat aanbiedingen worden beoordeeld op een aantal aspecten, waarvan het aansluiten op het collectief warmtesysteem er één is. Die methode biedt geen 3
zekerheid dat de aansluiting op het collectieve warmtesysteem wordt gerealiseerd, omdat bij de gunning een afweging wordt gemaakt op basis van de score op alle aspecten waar punten op te scoren zijn, waarbij de score op het warmtesysteem niet doorslaggeven is. Daarom garandeert deze privaatrechtelijke methode de collectieve aansluitplicht minder hard dan bij voorgestelde de publiekrechtelijke regeling. Voor Groenewoud geldt dat de grond in eigendom van een ontwikkelaar (Loostad) is. Deze ontwikkelaar realiseert de woningen op zijn eigen grond. Voor Groenewoud zijn er geen uitputtende, privaatrechtelijke afspraken over het wel of niet aansluiten van individuele gebouwen op het warmtesysteem. De gemeente kan via het privaatrecht niet simpelweg eisen dat alle nieuwe gebouwen op het warmtesysteem worden aangesloten. 1.3
Met een collectief warmtesysteem worden de lokale energiebronnen optimaal benut. Door een collectieve aansluiting te verplichten voor de nieuwbouw wordt ook bereikt dat de lokaal aanwezige duurzame energiebronnen waaruit het warmtesysteem warmte en koude opwekt, zo optimaal mogelijk worden benut. Meer aansluitingen leidt tot meer en betere benutting van deze bronnen. Dat voorkomt dat deze bronnen onbenut blijven in de bodem en er voor minder duurzame alternatieven wordt gekozen die meer CO2 uitstoten.
1.4
Het vergunningstelsel zorgt voor de nodige flexibiliteit, zonder dat de duurzaamheid van de verwarming in het gedrang komt. De Omgevingswet stelt het bieden van ruimte voor een alternatieve, individuele oplossingen verplicht, zolang daarmee maar minimaal dezelfde duurzaamheidsdoelstelling wordt behaald. In het TAM-omgevingsplan is daarom een vergunningstelsel opgenomen dat duurzaamheid als leidend uitgangspunt heeft: als een gebouwgebonden installatie net zo duurzaam of duurzamer is dan het warmtesysteem in het gebied, dan kan dat ook. Een initiatiefnemer of ontwikkelaar van een nieuw te bouwen gebouw kan de wens hebben om geen gebruik te maken van een aansluiting op het warmtesysteem. In dat geval kan hij een omgevingsvergunning aanvragen om de aansluitplicht te laten vervallen. In het TAMomgevingsplan zijn beoordelingsregels opgenomen waaraan zo’n aanvraag getoetst wordt. De aanvrager moet aantonen dat de energiezuinigheid van het nieuwe gebouw minimaal gelijkwaardig is aan een aansluiting van het bouwwerk op het warmtesysteem. Op deze wijze biedt deze wijziging ook een kader om te waarborgen dat duurzame alternatieven (op basis van gelijkwaardigheid) kunnen worden toegepast in Papendorp Noord en Groenewoud. Als een duurzaam alternatief gelijkwaardig of beter scoort dan het collectieve warmtesysteem, dan vervalt de aansluitplicht.
Het uitgangspunt is hierbij dat met het alternatief hetzelfde comfortniveau binnen de gebouwen behaald kan worden. Daarnaast kan worden afgezien van de aansluitplicht als de afstand van het bouwwerk tot het warmtesysteem (de aansluiting op het warmtesysteem) groter is dan 40 meter en de aansluitkosten hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.
1.4
De aansluitplicht vervalt als Papendorp Noord en Groenewoud uitontwikkeld zijn. De aansluitplicht geldt voor 20 jaar. De verwachting is dat binnen die periode het grootste deel van de nieuwbouw in Papendorp Noord en Groenewoud gerealiseerd zal zijn. Tijdens de periode kan de werking eventueel verlengd worden, bijvoorbeeld omdat de ontwikkelingen langer duren. De periode kan ook worden verkort door de regeling uit het omgevingsplan te halen, bijvoorbeeld als het geplande aantal aansluitingen is bereikt . Er is dan een nieuwe wijziging van het omgevingsplan nodig.
1.5
Het warmteplan sluit het gebruik van stadsverwarming uit, conform het gemeentelijke beleid. De regels van het TAM-omgevingsplan sluiten het gebruik van stadsverwarming uit, ook als alternatief voor het warmtesysteem. Dat betekent dat voor het aansluiten van 4
gebouwen op stadsverwarming een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het TAM-omgevingsplan moet worden aangevraagd, de zogenoemde omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De omgevingsvergunning kan verleend worden, als toekomstige ontwikkelingen, zoals netcongestie, dat alsnog wenselijk maken.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties.
Vervolg Na het raadsbesluit wordt het TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp gepubliceerd op de websites www.officielebekendmakingen.nl, www.utrecht.nl/bestemmingsplan en www.ruimtelijkeplannen.nl. Het vastgestelde plan ligt zes weken ter inzage. In die periode van 6 weken kan beroep ingesteld worden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Participatie Over de plannen voor Papendorp Noord en Groenewoud is met diverse betrokkenen, op verschillende niveaus, geparticipeerd. Dat in Papendorp een warmtesysteem wordt aangelegd was en is onderdeel van de plannen. Over dit plan heeft daarom geen afzonderlijke participatie plaatsgevonden, afgezien van de wettelijk verplichte inspraak op grond van artikel 16.30 van de Omgevingswet.
Communicatie Zie bij kopje Vervolg. Er is niet in verdere communicatie voorzien.
(Niet) Referendabel De Verordening raadgevend referendum is niet van toepassing, omdat het een raadsvoorstel betreft over de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan (artikel 1.2, lid 2, onderdeel f, van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlage(n) Bijlagen besluitvorming - TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp - Plankaart TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp - Link naar TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp op RO publiceer Bijlagen informatief -
5
TAM-Omgevingsplan
TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp Vastgesteld, september 2024
TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Werking van het plan, begrippen
3
Artikel 1
Werking van dit plan
3
Hoofdstuk 2
Gebouwen en locaties gebruiken
4
Artikel 2
Warmtesysteem
4
Hoofdstuk 3
Overgangs- en slotregels
6
Artikel 3
Overgangsregeling
6
Papendorp
Bijlagen regels
7
Bijlage 1
Voorlopige energieprestatiewaarden
8
Hoofdstuk 1
Inleiding
13
Hoofdstuk 2
Beschrijving van de wijziging
15
2.1
Warmtesysteem
2.2
Aansluitplicht
Hoofdstuk 3
Papendorp
15 17
Relevante beleidskaders
19
3.1
Inleiding
19
3.2
Rijksbeleid
19
3.3
Provinciaal beleid
20
3.4
Gemeentelijk
20
3.5
Conclusie
Hoofdstuk 4
beleid
21
Onderzoek en randvoorwaarden
23
4.1
Inleiding
23
4.2
Milieueffectrapportage
23
4.3
Bodem en ondergrond
23
4.4
Natuurbescherming
23
4.5
Bomen
23
4.6
Archeologie
4.7
Conclusie
Hoofdstuk 5 5.1
en cultuurhistorie
Hoofdstuk 6
24
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke
23
uitvoerbaarheid
Juridische plantoelichting
25 25
27
6.1
Wijziging omgevingsplan
27
6.2
Inleidende regels (hoofdstuk 1 van de regels)
28
6.3
Gebouwen en locaties gebruiken (hoofdstuk 2 van de regels)
28
6.4
Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4 van de regels)
31
Bijlagen toelichting
33
Bijlage 1
35
Bodemenergieplan Papendorp (IF Technologie, 29nov2023)
2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Regels Hoofdstuk 1 begrippen Artikel 1 1.1
Werking van het plan,
Werking van dit plan
Werkingsgebied
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locaties, waarvoor de geometrisch bepaalde planobjecten zijn opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0344.BPTAMWARMSYSPAPEN-VA01. 1.2 1. 2. 1.3 1.
2.
Wijziging omgevingsplan, afstemming Dit plan maakt deel uit van het omgevingsplan. De regels in dit plan vullen de regels van het omgevingsplan aan. Begrippen In aanvulling op artikel 1.1 van het omgevingsplan gelden voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan de volgende begripsbepalingen: a. plan Het TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp uit het GML-bestand NL.IMRO.0344.BPTAMWARMSYSPAPEN-VA01. b. besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan Het besluitgebied waarvan de geometrisch bepaalde begrenzing is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0344.BPTAMWARMSYSPAPEN-VA01. c. omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Utrecht. d. nieuw gebouw Gebouw dat op het moment van inwerkingtreding van het plan niet legaal aanwezig is; legaal in aanbouw is; of volgens een omgevingsvergunning gebouwd kan worden. e. NTA 8800 De methode voor de bepaling van de energieprestatie van gebouwen en warmtenetten conform de Nederlandse technische afspraak NTA 8800. f. particulier opdrachtgeverschap Opdrachtgeverschap voor het realiseren van woningen waarbij een particulier of een groep van particulieren, georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of krachtens een overeenkomst, die: ten minste een zakelijk recht op het gebruik van de grond heeft of krijgt; en volledige zeggenschap heeft en verantwoordelijkheid draagt over het gebruik van de grond en over het ontwerp en de bouw van woningen.
g. warmtesysteem Collectieve voorziening, anders dan stadsverwarming: die voorziet in opwekking, transport en levering van warmte en koude vanuit bronnen en opslagsystemen naar gebouwen; waarbij het warmte- en koudeaspect inherent met elkaar verbonden zijn. Voor de uitleg van dit plan is de begripsbepaling in dit lid van toepassing, ook als die bepaling afwijkt van artikel 1.1 van het omgevingsplan.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 2 gebruiken Artikel 2 2.1 1.
2.
3. 2.2
Gebouwen en locaties
Warmtesysteem Papendorp
Aansluitplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ter plaatse van de aanduiding 'overige zone warmtesysteem Papendorp' nieuwe gebouwen te bouwen die niet zijn aangesloten op het warmtesysteem en geen warmte en koude geleverd krijgen uit het warmtesysteem. De regel onder 1 is niet van toepassing op: a. drijvende bouwwerken; b. gebouwen die in particulier opdrachtgeverschap zijn of worden gebouwd; c. gebouwen zonder verblijfsgebieden. De regel onder 1 vervalt 20 jaar na inwerkingtreding van het plan. Beoordelingsregels voor voor alternatieve voorziening voor warmte en koeling
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het bouwen en gebruiken van nieuwe gebouwen die niet worden aangesloten op het warmtesysteem, als geen gebruik van stadsverwarming wordt gemaakt en alleen in de volgende gevallen: 1.
2. 2.3 1.
2.
De energieprestatie van de alternatieve voorziening voor warmte en koeling is minimaal gelijkwaardig aan de situatie waarin het gebouw wel een aansluiting op het warmtesysteem krijgt, waarbij geldt dat: a. koude in de vergelijking wordt betrokken; b. de gelijkwaardigheid beoordeeld wordt op basis van: de energieprestatie van het aanwezige warmtesysteem; of de voorlopige energieprestatiewaarden van het geplande warmtesysteem, zoals opgenomen in bijlage 1, als het warmtesysteem nog niet aanwezig is; c. de energieprestatie van het warmtesysteem bepaald wordt op basis van NTA 8800 d. de stikstofoxiden- en fijnstofuitstoot van de alternatieve voorziening moet kleiner of gelijk aan nul zijn. De afstand tot het bouwwerk tot een warmtesysteem is groter dan 40 meter én de aansluitkosten zijn hoger dan bij een aansluitafstand van 40 meter. Aanvraagvereisten De aanvrager van de omgevingsvergunning levert de volgende gegevens: a. NTA 8800-berekening, inclusief berekening voor bijlage P, voor aansluiting op het warmtesysteem. Hierbij wordt voor het warmtesysteem uitgegaan van de situatie waarin het geplande aantal aansluitingen is gerealiseerd; b. NTA 8800-berekening voor het toegepaste alternatief, zonder de aansluiting op het warmtesysteem; c. aanvullende documentatie zoals relevante kwaliteitsverklaringen; d.
gegevens waaruit aantoonbaar blijkt dat de NOx- en fijnstofuitstoot van het voorgestelde alternatief kleiner of gelijk aan nul is; e. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; f. een opgave van de bruto inhoud in kubieke meters en de bruto vloeroppervlakte in vierkante meters van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; g. een situatietekening van de bestaande toestand van het terrein en een situatietekening van de nieuwe toestand van het terrein met daarop: de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; e n het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; aansluitpunten voor het warmtesysteem; de ligging van de omliggende leidingen van het warmtenet; h. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen. In aanvulling in de regel onder 1 moeten bij de aanvraag om omgevingsvergunning gegevens en bescheiden worden aangeleverd die naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig
4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
zijn voor een toets aan de beoordelingsregels in lid 2.2.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
5
Hoofdstuk 3 slotregels Artikel 3
Overgangs- en
Overgangsregeling
Als op het moment van inwerkingtreding van dit artikel aanvragen om omgevingsvergunningen zijn ingediend voor het bouwen van een nieuw gebouw en na verlening van die omgevingsvergunningen is de bouw van dat nieuwe gebouw mogelijk, is artikel 2.1 niet van toepassing op dat nieuwe gebouw.
6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlagen regels
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
7
Bijlage 1
Voorlopige energieprestatiewaarden
8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
BIJLAGE II. Energieprestatie Warmtesysteem Papendorp In deze bijlage zijn de voorlopige energieprestatiewaarden opgenomen berekend op basis van het referentie energieconcept. De berekening is uitgevoerd door ingenieursbureau DGMR met toepassing van de NTA 8800 Bijlage P. Tabel: Voorlopige primaire factoren energiesysteem Papendorp-noord/Groenewoud
Deze energieprestatiewaarden worden alsdan, automatisch vervangen door de meest recente energieprestatieberekening die voor het warmtesysteem Papendorp geregistreerd wordt door de autoriteit Bureau Certificering en Registratie Gelijkwaardigheid.
18
1 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Toelichting
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
11
1 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 1
Inleiding
Dit plan is na de vaststelling door de gemeenteraad een onderdeel van het omgevingsplan van Utrecht. "TAM" staat voor: tijdelijke administratieve maatregel. De maatregel bestaat eruit dat het plan nog met de digitale techniek van het bestemmingsplan kan worden opgesteld en gepubliceerd, omdat het gelijktijdig voorbereiden van meerdere wijzigingen binnen de digitale structuur van het omgevingsplan op dit moment nog niet goed mogelijk is. Meer uitleg hierover staat in paragraaf 6.1.3. In Papendorp wordt Papendorp Noord en Groenewoud ontwikkeld. In de beide projectgebieden wordt het volgende programma gebouwd: 3.650 woningen; 5.300 m² bruto vloeroppervlakte commerciële voorzieningen; 7.000 m² bruto vloeroppervlakte bedrijfsruimtes; 4.000 m² bruto vloeroppervlakte hotel met 200 kamers; een mobiliteitshub met ongeveer 2.000 autoparkeerplaatsen en ongeveer 1.700 fietsparkeerplaatsen 4.900 m² bruto vloeroppervlakte basisschool; 75.000 m² bruto vloeroppervlakte zelfstandige kantoren De Chw bestemmingsplannen Papendorp en Groenewoud zijn op 25 april 2024 vastgesteld door de gemeenteraad om dit programma mogelijk te maken.
Alle nieuwbouw in het gebied wordt van warmte en koude (koeling) voorzien met een collectief laagtemperatuur warmtesysteem dat wordt voorzien van warmte en koude afkomstig duurzame warmtebronnen: Lokale hernieuwbare warmtebronnen die gebruik maken van de aanwezige warmte en koude in de bodem, het oppervlaktewater en de lucht. De basis van het systeem is warmte en koude uit grote Warmte en Koude Opslag (WKO)- bronnen in de bodem van het gebied, aangevuld met en warmtepompen voor de opwaardering van de temperatuur en andere duurzame hernieuwbare bronnen voor het regenereren van de warmte en koude balans in het systeem. Dit warmtesysteem wordt door de gemeente aanbesteed aan een warmtebedrijf. Die ontwerpt, financiert, realiseert en exploiteert de bronnen en het netwerk. Het benodigde aantal aansluitingen op het warmtesysteem wordt ingeschat op ongeveer 3.650 aansluitingen voor woningen (klein verbruikers) en ongeveer 25 aansluitingen voor utiliteitsfuncties (grootzakelijk verbruikers). Om de duurzaamheidsambities voor Papendorp Noord en Groenewoud te halen, is het belangrijk dat het warmtesysteem optimaal benut wordt. En de schaalvoordelen van zo'n grootschalig gebiedsgericht systeem ook als voordeel aan de aan te sluiten functies en de afnemers toekomen. Daarvoor is het essentieel dat er commitment van het aantal geplande aansluitingen wordt gerealiseerd.
Als daar geen zicht op is, zal er waarschijnlijk ook geen exploitant te vinden zijn voor het warmtesysteem. Daarom is het wenselijk om voor de nieuwbouw verplicht te stellen dat de gebouwen op het collectieve warmtesysteem aangesloten worden. Eerder, voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking trad, werd de aansluitplicht op een warmtenet geregeld door een warmteplan vast te stellen op grond van het Bouwbesluit. Die mogelijkheid bestaat niet meer. Nu kan een aansluitplicht worden opgenomen in het omgevingsplan. Om dat te doen voor Papendorp Noord en Groenewoud is deze wijziging van het omgevingsplan opgesteld. De toelichting van dit plan bestaat uit 6 hoofdstukken. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze voor en de werking van het warmtesysteem in Papendorp. In hoofdstuk 3 staat de beschrijving van de relevante beleidskaders. De beschrijving van de relevante milieuaspecten staan in hoofdstuk 4 en in hoofdstuk 5 staat een motivering over de uitvoerbaarheid van dit plan. Ten slotte staat in hoofdstuk 6 de juridische toelichting op de planregels.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
13
1 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 2 wijziging
Beschrijving van de
2.1
Warmtesysteem Papendorp
2.1.1
Geen stadsverwarming
Nieuwbouw heeft een veel lagere temperatuur verwarmingsbehoefte dan bestaande bouw. Om onnodig fossiel energieverbruik te voorkomen, krijgen nieuwbouw woningen in Nederland sinds 2018 geen aansluiting op het aardgasnet meer (wet VET: Wet Voortgang Energietransitie). Bestaande bouw heeft een hoogthermische warmtevraag waar voor een deel het (bestaande) stadswarmtenet in kan voorzien. Echter, het stadswarmtenet wordt voor een groot deel nog verwarmd door de gasgestookte warmtecentrale die C O2 uitstoot. Dat maakt stadswarmte geen hernieuwbare bron. Op de lange termijn wordt het stadswarmtenet steeds meer voorzien van duurzame bronnen. Die zijn alleen, net als laagthermische bronnetten, ook beperkt in de maximale capaciteit per dag. Wanneer alle bestaande bouw in Utrecht van het gas af zou gaan en op het stadswarmtenet zou worden aangesloten, dan is er op dit moment ook in het stadwarmtenet onvoldoende duurzame hoogthermische warmte beschikbaar. Om de transitie van bestaande bouw naar gasvrije bouw te verwezenlijken is het de visie van gemeente om het stadswarmtenet in beginsel alleen in te zetten voor bestaande bouw met een hogere temperatuur verwarmingsbehoefte. Om de lokaal aanwezige duurzame warmte- en koude in de bodem optimaal te benutten, wil de gemeente de nieuwbouw daarom niet (laten) aansluiten op het hoge temperatuurnet van het stadsverwarmingsnet in Utrecht.
Dit is een belangrijk uitgangspunt uit de Transitievisie Warmte deel II. Anders zou de totale warmtevraag naar hoge temperatuurwarmte in de stad juist worden vergroot. Zo voert de gemeente regie op de energietransitie in de stad en draagt bij aan de aardgasvrije doelstellingen van Utrecht en het landelijk Klimaatakkoord. Uit de TransitieVisieWarmte Deel II: De Transitievisie Warmte gaat over de bestaande stad; hoe maken we bestaande bebouwing stap voor stap aardgasvrij. Omdat nieuwbouw al aardgasvrij moet worden gebouwd, hoeven die (aardgasvrij)stappen niet doorlopen te worden. Toch is het wel van belang (ook) nieuwbouw daarbij in het oog te houden. We streven namelijk naar het aanleggen van toekomstbestendige infrastructuur bij nieuwbouw. Dat betekent dat nieuwbouw wordt aangesloten op lage temperatuursystemen (individueel of collectief). Nieuwbouw wordt dus niet aangesloten op hoge temperatuur bronnen. Hiermee blijven deze schaarse bronnen beschikbaar voor waar ze wel nodig zijn: de bestaande bouw.
2.1.2
Keuze
Alle nieuwbouw in Papendorp Noord en Groenewoud wordt van warmte en koude voorzien met een collectief laagtemperatuur warmtesysteem. Dat systeem maakt gebruik van lokale hernieuwbare warmtebronnen. Om de energietransitie in Papendorp te realiseren, is gekozen voor een collectief systeem met WKO's, die het hele gebied omvat. Het referentie energieconcept voor het warmtesysteem is een collectief WKO-systeem dat wordt geregenereerd met duurzame lage temperatuur warmte uit de omgeving zoals oppervlaktewater (aquathermie Amsterdam-Rijnkanaal) en warmtepompen die gebruik maken van de warmte in de lucht. De lage temperatuur wordt gebruikt voor het leveren van koude in de zomer en als basis warmte voor de winter. Deze wordt door middel van warmtepompen in de gebouwen opgewaardeerd voor ruimteverwarming en voor warm tapwater. De zoekgebieden voor WKO voor het gebied zijn opgenomen in het Bodemenergieplan Papendorp. 2.1.3
Haalbaarheid
IF Technology heeft een inventarisatie uitgevoerd van de toepassing van WKO en TEO in Papendorp (zie bijlage 1 bij de toelichting). In hoofdstuk 4 van dit onderzoek is de warmte en koude vraag van de projecten Papendorp Noord en Groenewoud geïnventariseerd en de bodemenergieopwek- en opslagcapaciteit in combinatie met TEO is berekend. Het project heeft een warmtebehoefte en een koudebehoefte. Het WKO-systeem zal koude direct leveren. De warmtebehoefte wordt deels geleverd met warmte uit de WKO en een deel van de bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
15
warmte wordt geleverd met elektriciteit van de warmtepomp. De verhouding tussen de warmte uit de grond en elektriciteit wordt bepaald door de COP (Coëfficiënt of Performance) van de warmtepomp. In dit project wordt een gemiddelde COP van de warmtepompen van 4 aangenomen. Dit wil zeggen dat drie gedeeltes van warmte uit de grond aangevuld moeten worden met één gedeelte elektriciteit. De warmtebehoefte bestaat dus voor 75% uit warmte uit het WKO-systeem. Binnen het systeem is sprake van een onbalans: 'warmte' – 'koude' = tekort aan 'warmte'. Om deze onbalans weg te nemen, is regeneratie van warmte nodig. Dit kan op verschillende manieren worden opgewekt. Voor dit referentie warmtesysteem is uitgegaan van voornamelijk aquathermie als regeneratiemiddel. Het dichtbijgelegen Amsterdam-Rijnkanaal lijkt daarbij een geschikte bron voor de toepassing van een systeem op basis van WKO en TEO. 2.1.4
Referentieontwerp
De gemeente heeft een referentieontwerp laten uitwerken op conceptniveau, deze bestaat uit een systeem van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO), meerdere grote Warmte en Koude Opslag (WKO)-systemen in de bodem van het gebied en warmtepompen (of alternatieve systemen die dezelfde opwekcapaciteit hebben), leidingen en afgiftesets. Dit gebieds-warmtesysteem wordt door de gemeente aanbesteed aan een warmtebedrijf die de bronnen en het netwerk ontwerpt, financiert, realiseert en exploiteert. De posities van de WKO, de TEO en het leidingwerk liggen zo veel mogelijk in openbaar gebied. De gemeente voert een openbare aanbestedingsprocedure voor de concessieovereenkomst. De concessieovereenkomst bestaat uit het ontwerpen, financieren, realiseren en exploiteren (leveren, beheren en onderhouden) van de warmte- en koudelevering aan alle nieuwbouw in Papendorp Noord en Groenewoud. De uitgangspunten zijn gekozen voor het meest toepasselijke energieconcept van het warmtesysteem in de beide projectgebieden. Dit is het referentie-warmtesysteem, een energieconcept op basis waarvan de voorlopige energieprestatie berekend is. Na gunning wordt dat geactualiseerd met het actuele energieconcept dat in het warmteplangebied gerealiseerd gaat worden. Dat kan afwijken van het voorlopige energieconcept en het daarbij horende referentie warmtesysteem.
Nieuwe technieken, inzichten en maatwerkoplossingen voor bepaalde situaties kunnen op die manier onderdeel worden van het warmtesysteem en mogelijk bronnen en andere uitgangspunten van het referentieontwerp vervangen. 2.1.5
Prestatie van het warmtesysteem
De (energetische) prestatie van het warmtesysteem wordt uitgedrukt in een aantal indicatoren: de primaire energiefactoren en de primaire hernieuwbare energiefactoren voor de te leveren ruimtewarmte, ruimtekoude en warm tapwater. De primaire energiefactoren geven aan in welke mate het warmtesysteem gebruik maakt van fossiele energiebronnen. Hoe lager de primaire energiefactor is, hoe minder fossiele energie in het warmtesysteem gebruikt wordt. De primaire hernieuwbare energiefactor geeft aan in welke mate in het warmtesysteem gebruik gemaakt wordt van hernieuwbare energie of restwarmte. Een primaire hernieuwbare energiefactor van 0 betekent dat er geen hernieuwbare energie of restwarmte gebruikt wordt, een getal groter dan 0 geeft aan dat er wel sprake is van het gebruik van hernieuwbare energie en/of restwarmte. Hoe hoger de primaire hernieuwbare energiefactor hoe meer hernieuwbare energie gebruikt wordt. In bijlage 1 van de regels zijn de voorlopige energieprestatiewaarden van het nieuwe warmtesysteem in Papendorp opgenomen. Deze referentiewaarden zijn bepaald door ingenieursbureau DGMR conform bijlage P van NTA 8800. Deze waarden zijn de voorlopige referentiewaarden van de energetische prestatie van het warmtesysteem op basis van het volledige aansluitprogramma in dit gebied.
Na gunning aan het warmtebedrijf, dat aangewezen wordt in de Europese aanbesteding, en het dan geldende programma van de nieuwbouw, gaat deze een technisch ontwerp van het warmtesysteem uitwerken en op basis daarvan een BCRG kwaliteitsverklaring aanvragen. De autoriteit Bureau Certificering en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG) beoordeelt deze berekening van de energieprestatie van het technisch ontwerp en registreert de energieprestatie van het warmtesysteem. Deze geregistreerde energieprestatie vervangt dan de voorlopige referentiewaarden. De energieprestatie van het warmtesysteem wordt geregistreerd en vastgelegd met een geldige BCRG kwaliteitsverklaring, die na een aantal jaar steeds opnieuw wordt vastgesteld om zijn geldigheid niet te verliezen. Daarna worden de waarden ook steeds opnieuw geregistreerd.
1 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
2.1.6
Netcongestie
De grenzen van wat het stroomnet aan kan zijn momenteel in grote delen van Nederland bereikt of komen in zicht. Netcongestie heeft voor heel Nederland een nieuwe fase bereikt, waarin behalve voor grootverbruikers ook problemen ontstaan voor de woningbouw en voor huishoudens die hun woning willen verduurzamen. Netbeheerders zetten, samen met het Rijk en andere overheden, alles op alles om de gevolgen van netcongestie zoveel mogelijk te beperken. Op 18 oktober 2023 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat in dit verband aanvullende maatregelen aangekondigd. De situatie is vooral urgent op het stroomnet in de regio Flevopolder-Gelderland-Utrecht (FGU). Om de netcongestie in deze regio te verlichten is niet alleen uitbreiding van het stroomnet essentieel, maar ook aanvullende maatregelen. In aansluiting op de hiervoor genoemde Kamerbrief heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat specifiek voor de FGU-regio een pakket maatregelen opgesteld. Door de congestie op het stroomnet is het helaas niet meer vanzelfsprekend dat nieuwbouwprojecten continu capaciteit kunnen krijgen. Dit geldt ook voor het nieuwbouwgebied Papendorp Noord en Groenewoud. Stedin geeft aan tot 2029 onvoldoende versterking van het elektranet te kunnen garanderen voor de groeiende vraag. Na 2029 zou dit verholpen moeten zijn.
Het geplande warmtesysteem maakt gebruik van duurzame lokale hernieuwbare energiebronnen. Met het oog op netcongestie wordt het collectieve warmtesysteem onder andere ontworpen op een zo laag mogelijke belasting van het elektranet. Als het collectieve warmtesysteem onvoldoende of geen aansluiting krijgt op het elektranet van Stedin, dan moet gezocht worden naar tijdelijke oplossingen om toch warmte en koude bij de afnemers te kunnen krijgen. In dat uiterste geval zijn energiebronnen als stadsverwarming of gas een terugvaloptie om als tijdelijke energiebron te gebruiken in het projectgebied. De inzet van aardgas is geen ongewone, tijdelijke terugvaloptie binnen een stedelijk warmtesysteem. Als het om stadsverwarming gaat, zou dat een ongewenste, maar mogelijk onvermijdelijke keuze zijn. Om daarop niet vooruit te lopen en vanwege die onwenselijkheid is voor deze omgevingsplanwijziging geen rekening gehouden met de inzet van alternatieve bronnen zoals stadsverwarming. Een warmtesysteem dat (in plaats van lokale hernieuwbare energiebronnen) gebruik maakt van stadsverwarming, is in feite onbruikbaar voor de bouwers in Papendorp Noord en Groenewoud. Een warmtesystemen dat gebruik maakt van stadsverwarming moet namelijk buiten beschouwing blijven voor de planregels (het is dan geen 'warmtesysteem' volgens de definitie van dit plan).
Door (feitelijk) op een dergelijk systeem aan te sluiten wordt niet aan de regels van het omgevingsplan voldaan. Een bouwer voldoet dan niet aan de aansluitplicht. Dat neemt niet weg dat het nu niet uitgesloten is dat, na vaststelling door de gemeenteraad van deze omgevingsplanwijziging en door de lokale schaarste op het stroomnet in het plangebied, noodgedwongen tijdelijk alternatieve bronnen zoals stadsverwarming wordt toegestaan als aanvullende bron voor het warmtesysteem. Om op een andere wijze invulling te geven aan de aansluitplicht (namelijk aansluiten op een systeem dat alternatieve bronnen gebruikt die nu niet zijn toegestaan) kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een zogeheten buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verlenen. Dat vereist in dat geval een afzonderlijke beoordeling.
2.2
Aansluitplicht
Het verlagen van de CO2-uitstoot in de energietransitie is van groot belang. Ten eerste door de vraag naar energie te verlagen, bijvoorbeeld door isolatie van gebouwen. Ten tweede door hernieuwbare energiebronnen en duurzame warmtenetten te realiseren. Duurzame warmtesystemen hebben ook ruimte in de ondergrond nodig. En deze ruimte is schaars. Er is niet alleen in de diepere ondergrond waar WKO's geplaatst worden beperkt ruimte voor deze installaties, omdat ze op afstand van elkaar geplaatst moeten worden. Maar vooral in de ondiepe ondergrond is er in hoge mate schaarste aan ruimte voor leidingwerk, kabels, riolering en andere ondergrondse belangen als garages, bomen met diepe wortels, waterinfiltratie en andere stedelijke functies. De gemeente wil duurzame energievoorzieningen voor haar gebouwen en zal daarvoor de regie moeten voeren op de schaarse ruimte in de bodem. Ook, om de duurzaamheidsambities voor Papendorp Noord en Groenewoud te halen, is het belangrijk dat het warmtesysteem goed werkt en optimaal benut wordt. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt het om deze redenen verplicht om nieuw te realiseren gebouwen aan te sluiten op het warmtesysteem. Deze wijziging stelt een aansluitplicht in. Elk nieuw bouwwerk met één of meer verblijfsgebieden in Papendorp Noord en Groenewoud moet aangesloten worden op het warmtesysteem.
Dit komt in wezen neer op dezelfde plicht die voorheen, op grond van het Bouwbesluit, kon worden ingesteld door een warmteplan vast te stellen. Naar huidig recht moet een dergelijke plicht in het omgevingsplan vastgelegd worden. De bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
17
aansluitplicht geldt niet voor bestaande gebouwen. Die zijn overigens nog nauwelijks aanwezig in de beide projectgebieden. Ook zal de aansluitplicht niet gelden voor drijvende bouwwerken en ook niet voor woningen die via een (collectief) zelfbouwproject worden gerealiseerd. Wanneer een initiatiefnemer of ontwikkelaar, geen gebruik wenst te maken van een aansluiting op het warmtesysteem, kan deze een aanvraag omgevingsvergunning (voor een omgevingsplanactiviteit) doen om de aansluitplicht te laten vervallen. Hij moet aantonen dat de energieprestatie van het individuele alternatief voor het warmtesysteem minimaal gelijkwaardig is aan de energieprestatie van het collectieve warmtesysteem. Op deze wijze biedt deze wijziging ook een kader om te waarborgen dat duurzame alternatieven (op basis van gelijkwaardigheid) kunnen worden toegepast in Papendorp Noord en Groenewoud. Als een duurzaam alternatief gelijkwaardig is of beter scoort op energieprestatie dan het collectieve warmtesysteem, dan vervalt de aansluitplicht. Het uitgangspunt is hierbij dat met het alternatief hetzelfde thermisch comfortniveau binnen de gebouwen behaald kan worden, dus zowel koude en warmte moet bieden.
Concreet betekent dit dat in de berekening van het alternatief zowel de energieprestatie voor het leveren van warmte én koeling aan de gebouwen moet worden gemaakt, omdat bij een aansluiting op het warmtesysteem ook altijd koeling geleverd zal worden en op deze wijze de vergelijkbaarheid compleet is. Om te voorkomen dat alternatieve systemen leiden tot een ongewenste toename van de uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof is een aanvullende voorwaarde dat die uitstoot kleiner of gelijk aan nul moet zijn. Daarnaast kan worden afgezien van de aansluitplicht als de afstand van het bouwwerk tot het warmtesysteem (de aansluiting op het warmtesysteem) groter is dan 40 meter én de aansluitkosten hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter. De aansluitplicht geldt voor 20 jaar. De verwachting is dat binnen die periode het grootste deel van de nieuwbouw in Papendorp Noord en Groenewoud gerealiseerd zal zijn. Tijdens de periode kan de werking eventueel met een wijziging van de regels verlengd worden, bijvoorbeeld omdat de ontwikkelingen langer duren. De periode kan ook worden verkort door de regeling uit het omgevingsplan te halen, bijvoorbeeld als het geplande aantal aansluitingen is bereikt of als Papendorp Noord en Groenewoud 'klaar' zijn.
Het benodigd aantal aansluitingen op het warmtesysteem wordt ingeschat op ongeveer 3.650 aansluitingen voor woningen (klein verbruikers) en ongeveer 25 aansluitingen voor utiliteitsfuncties (grootzakelijk verbruikers). De aansluitplicht die via deze wijziging van het omgevingsplan wordt opgelegd, is niet van toepassing op de bestaande gebouwen. Wel moet het mogelijk zijn dat bestaande bouw en zelfbouwers ook aangesloten kunnen worden op het warmtesysteem. Dit laatste zal onderdeel uitmaken van de aanbestedingsprocedure voor het warmtesysteem.
1 8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 3 Relevante beleidskaders 3.1