CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 17 november 2022, gemeente Utrecht40.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen van 17 november 2022

1 2 3

Opening Vaststellen van de agenda van 17 november 2022 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen PROCEDUREEL.docx Agenderingen Commissie EDW PROCEDUREEL 17 november 2022.docx

3.1

Raadsvoorstel Actualisatie Warmteplan Beursgebied en collegevoorstel Concessieovereenkomst Raadsvoorstel actualisatie Warmteplan Beursgebied.docx Concept WKO-warmteplan Beursgebied - actualisatie.docx

3.2 3.3

Raadsvoorstel zienswijze Ontwerp Kadernota 2024 RUD (nog te ontvangen) Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven EDW.docx

4

Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen van 29 september en 6 oktober 2022. 2022 09 29 en 10 06 Concept verslag Commissie Energie(transitie), duurzaamheid en wonen.docx

5

Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Lijst toezeggingen-moties-brieven EDW dd9 november 2022(inclusief voortgangsinformatie).pdf

6

Ingekomen stukken Openbare lijst van ingekomen stukken voor commissie EDW 17 november 2022 nr. 1 Petitie Energiecompensatie voor alle studenten! nr. 2 Mail vergeten oorzaak woningnood Het ingekomen stuk met het afdoeningsvoorstel staat conform de AVG, in iBabs achter een slotje OPENBARE LIJST LIS EDW 17 november 2022.docx

7

Raadsvoorstel Chw bestemmingsplan kookgasvrij Overvecht Wethouder: Van Hooijdonk, Beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Vaststelling van het Crisis- en herstelwet (Chw) bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht maakt het juridisch mogelijk om in dit deel van Overvecht-Noord de woningen kookgasvrij te maken en de gewenste overgang naar elektrisch koken mogelijk te maken. Dit plan faciliteert het volledig kookgasvrij maken van de circa 320 woningen in het plangebied. Het project en dit ontwerpbestemmingsplan dragen daarnaast ook bij aan het behalen van de gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaamheid, in het bijzonder de warmtetransitie van de gebouwde omgeving. Dossier 3023 voorblad Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht.docx Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht.pdf NL.IMRO.0344.BPKOOKGASVRIJOVERV-VA01-Kader_01-000.pdf Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht.pdf Link naar RO publiceer- vaststelling Chw bp Kookgasvrij.docx

7.1

Memo bij Raadsvoorstel Chw bestemmingsplan kookgasvrij Overvecht Raadsmemo behandelverzoek Chw bestemmingsplan elektrisch koken Overvecht-Noord (DEF).docx

8

Raadsbrief doorlopend Klimaatpanel

Wethouder: Van Hooijdonk, Beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door: Ralph Peters (D66), Rachel Heijne, (GroenLinks), Charlotte Passier, (VOLT), Ilse Raaijmakers, (PvdA), Annemarijn Oudejans (Student & Starter), Bina Chrino (Christenunie), Maarten van Heuven (PvdD). Tijdens de commissiebehandeling willen we met de raadsfracties spreken over het aangekondigde klimaatpanel en daarmee de uitvoering van motie 2022/100. In deze motie wordt o.a. opgeroepen een uitwerking te geven over de mate waarin deelnemers invloed krijgen op de uitwerking van het beleid, oftewel het mandaat dat de deelnemers hebben. Hierover willen de fracties met elkaar en met de wethouder in gesprek. Daarnaast willen de agenderende fracties in gesprek met elkaar of er ook nog een Klimaatberaad nodig is en zo ja, hoe dit panel voorbereidend werk kan verrichten hiervoor. Denk bijvoorbeeld aan de vraagstukken die tijdens een klimaatberaad behandeld kunnen worden. Verder willen de fracties bespreken hoe en of we toetsen of de deelnemers een goede representatie zijn van de Utrechtse samenleving en mocht bij de eerste bijeenkomst blijken dat er groepen duidelijk ondervertegenwoordigd zijn, hoe we zorgen dat deze mensen ook gehoord worden.

Tot slot willen we bespreken op welke manier we geïnformeerd worden over de uitkomsten en hoe de uitkomsten van het klimaatpanel worden meegenomen in de ontwikkeling van het klimaatbeleid. Omdat de startbijeenkomst van het klimaatpanel al plaatsvindt op 12 december, wensen de agenderende fracties bovenstaande al voor aanvang van het panel te bespreken. Voorstel is om het met spoed op de agenda van de commissie EDW van 17 november te behandelen. Dossier 3039 voorblad Raadsbrief Klimaatpanel.pdf M95 Utrechts burgerberaad.pdf M100 bewoners betrekken energievisie v1.1.pdf 9

Raadsbrief Voorontwerp en vergunningaanvraag windmolens Rijnenburg en Reijerscop Wethouder: Van Hooijdonk, Beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 90 minuten. Geagendeerd door: Gertjan te Hoonte (VVD), PVV, Stadsbelang, Eén Utrecht, Volt De raad is middels een Raadsbrief (5731) geïnformeerd over het Voorontwerp en de vergunningsaanvraag voor windmolens Rijnenburg en Reijerscop. De agenderende fracties willen met elkaar en de wethouder in gesprek over de inhoud van de brief. De vraagstelling richt zich enerzijds op hoe het planologische traject nu wordt doorlopen en de positie van de raad hierin. Hierbij kijken de fractie in het bijzonder naar hoe de huidige raadsbrief zich verhoudt tot eerdere raadsbrieven, in het bijzonder ook de raadsbrief (5522) over het voorgenomen voorkeursalternatief en de Reactienota NRD, waarin een procedure is geschetst. Ook willen de fracties in gesprek over de MER-procedure en het (nu niet) delen van de rapportage. Het tweede deel van de vraagstukken richt zich op de inhoudelijke keuzen die nu gemaakt lijken te worden, bijvoorbeeld op het gebied van de hoogte en de positie van windmolens ook irt de nu geplande woningbouw, het openhouden van de optie van meer windmolens en het ontbreken van de geplande zonne-energie. VOLT wil het gaat graag in gesprek over de totstandkoming van de milieuregels (o.a.

de regels opgenomen voor de beperking van geluid en slagschaduw) en het (nu niet) consulteren van de raad, omwonenden en andere belanghebbenden over wat zij belangrijk vinden voor lokale kaders en welke onderzoeken zij belangrijk vinden voor lokale kaders. Dossier 3030 voorblad Raadsbrief Voorontwerp en vergunningaanvraag windmolens Rijnenburg en Reijerscop.docx.pdf Voorontwerp windturbinelocaties Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop.pdf

10

Raadsvoorstel Zienswijzemogelijkheid Ontwerp Bestuursrapportage 2022 met een tweede begrotingswijziging 2022 en Ontwerp eerste Begrotingswijziging 2023 Regionale uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht Wethouder: Oosters, beleidsterrein: Milieu Indicatieve behandeltijd: 60 minuten De raad heeft de ontwerp bestuursrapportage 2022 met de tweede begrotingswijziging 2022 van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) en de ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) ontvangen. De RUD stelt de raad in de gelegenheid voor 9 december 2022 te reageren op deze tweede en eerste begrotingswijziging. Dossier 2956 voorblad Raadsvoorstel Zienswijzemogelijkheid Bestuursrapportage 2022 en Eerste Begrotingswijziging 2023.docx Zienswijzebrief Bestuursrapportage 2022 en Eerste begrotingswijziging 2023.docx Begeleidende brief zienswijze deelnemers eerste begrotingswijziging 2023 RUD Utrecht.pdf Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 RUD Utrecht.pdf Begeleidende brief zienswijze deelnemers bestuursrapportage 2022 RUD Utrecht.pdf Ontwerp Bestuursrapportage 2022 RUD Utrecht.pdf

3 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) 1 Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen PROCEDUREEL.docx

Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen PROCEDUREEL te bespreken bij de commissie van 17 november 2022

Energie, Duurzaamheid, Circulaire economie (incl. afval), Milieu en Emissieloos vervoer, Wonen en Samen voor Overvecht

Wethouder De Vries Raadsbrief beantwoording diverse toezeggingen wonen, met beantwoording SV 2002 nr. 89

Cie behandeling 1 sept 30 minuten (besluit cie 21 april) In overleg met voorzitter en raadslid Dijkstra niet ingepland op agenda van 2 juni, mede in afwachting van beantwoording van de SV 2022 nr. 89 (ingediend 17 mei) Agendering nog niet ontvangen

Wethouder Van Hooijdonk Energie en Klimaat

Cie 15 minuten

Raadsvoorstel Actualisatie Warmteplan Beursgebied

Wethouder Oosters Milieu en emissieloos vervoer

Cie 45 minuten

Raadsvoorstel zienswijze Ontwerp Kadernota 2024 RUD (nog te ontvangen)

Te verwachten raadsvoorstellen (mede op basis van de lange termijn agenda) Nota Externe veiligheid Nota Geluid

Volgt, fatale termijn* Volgt, fatale termijn*

Deze raadsvoorstellen zijn vertraagd. De fatale termijn hangt samen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Planning Commissie EDW 2022 • 15 december 2022

1 Agenderingen Commissie EDW PROCEDUREEL 17 november 2022.docx

Agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen Vast te stellen op 17 november 2022

Stukken afkomstig van het college

Datum: 4 oktober 2022 Onderwerp: Actualisatie Warmteplan Beursgebied Wethouder: Van Hooijdonk Beleidsveld: Energie en Klimaat Griffier: Mariska de Vos

Datum: 4 november 2022 Onderwerp: Raadsvoorstel zienswijze Ontwerp Kadernota 2024 RUD (nog te ontvangen) Wethouder: Eva Oosters Beleidsveld: Milieu Griffier: Mariska de Vos

In juni 2021 heeft de gemeenteraad het Warmteplan Beursgebied vastgesteld en het college gemandateerd de energieprestatie van het warmtesysteem van de winnende partij op te nemen en het Warmteplan in werking te laten treden. Helaas is toen in het raadsbesluit niet opgenomen dat aan het college mandaat wordt verleend om het Warmteplan te wijzigen en/of tussentijds te actualiseren. Een actualisatie van het Warmteplan is wel noodzakelijk zodat het aansluit bij de huidige geplande aantallen aansluitingen. De raad wordt derhalve verzocht het college mandaat te verlenen voor deze administratieve handeling.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDW 2. Tijd: 15 min 3. Datum: 15 december 2022

De raad heeft de ontwerp Kadernota 2024 van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) ontvangen. De RUD stelt de raad in de gelegenheid voor 13 januari 2023 hierop te reageren.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDW 2. Tijd: 45 min 3. Datum: 15 december 2022

Het college zal hiervoor een conceptzienswijze opstellen en legt dit ter besluitvorming aan de raad voor. Namens het college is aangegeven dat het raadsvoorstel voor 8 december naar de raad wordt gestuurd.

Voorgesteld wordt de zienswijze met een behandeltijd van 45 minuten op de agenda van 15 december 2022 te plaatsen i.v.m. fatale termijn (raad van 22 december en reactie voor 13 januari RUD).

2

3.1 Raadsvoorstel Actualisatie Warmteplan Beursgebied en collegevoorstel Concessieovereenkomst 1 Raadsvoorstel actualisatie Warmteplan Beursgebied.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Actualisatie Warmteplan Beursgebied Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Energie en Klimaat Ontwikkelorganisatie Ruimte Elsert Sikma 10497989/202209261614-ES; volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het geactualiseerde Warmteplan Beursgebied vast te stellen, waarin de prognose van de bouwproductie en de daarbij behorende energieprestatie is geactualiseerd. 2. Het College te mandateren tot het actualiseren van het warmteplan Beursgebied op de volgende twee momenten: a. als bij vaststelling van het MPR of de Bestuursrapportage blijkt dat het bouwprogramma in het Beursgebied wijzigt, en/of; b. als er een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring van de energieprestatie van het warmtesysteem wordt afgegeven en geregistreerd door bureau CRG, waarbij het mandaat is beperkt tot 1. het actualiseren van het aantal aansluitingen en de energieprestatiewaarden op grond van een geactualiseerde prognose voor het Beursgebied zoals deze blijkt uit een door de gemeenteraad vastgestelde MPR of Bestuursrapportage en 2. het actualiseren van de energieprestatiewaarden naar aanleiding en op grond van een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring van de energieprestatie van het warmtesysteem afgegeven en geregistreerd door bureau CRG. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting In juni 2021 heeft de gemeenteraad het Warmteplan Beursgebied vastgesteld. Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan het raadsbesluit en Warmteplan. Het voorgaande besluit en bijbehorende stukken zijn via de volgende link beschikbaar. Onderdeel van het Warmteplan is de realisatie van een bepaald programma gedurende de periode van 10 jaar (2021-2031) uitgedrukt in het geplande aantal woningaansluitingen en geplande aantal utiliteitsfuncties. Op basis van de huidige MPR is het geplande programma dat in deze periode wordt gerealiseerd opgeschoven naar achteren ten opzichte van de planning dat vorige jaar in het Warmteplan was voorzien. Indien er minder aansluitingen worden gerealiseerd in de periode 20212031 dient ook de berekening van de voorlopige energieprestatie van het warmtesysteem in deze periode daarop te worden gebaseerd. Na de (maximaal toegestane) looptijd van het Warmteplan, wordt de nieuwbouw die hierna wordt opgeleverd natuurlijk wel aangesloten op het warmtesysteem, maar komt de aansluitplicht voor nieuwbouw te vervallen. Indien gewenst kan de raad dan een nieuw Warmteplan voor dit gebied vaststellen, wederom voor maximaal 10 jaar. Een actualisatie van het Warmteplan is, hoewel het een administratieve handeling is, wel noodzakelijk zodat het aansluit bij de huidige geplande aantallen aansluitingen.

Om in de toekomst bij programma actualisatie (die in andere raadsbesluiten genomen worden) en bij geactualiseerde energieprestatie-kwaliteitsverklaringen van Bureau CRG te kunnen opnemen in het Warmteplan Beursgebied, wordt de raad verzocht het college mandaat te verlenen voor deze (administratieve) handeling met het recht deze bevoegdheid te ondermandateren. Na vaststelling van het Warmteplan in juni 2021 is gestart met de aanbesteding van het Warmtesysteem Beursgebied. Deze aanbesteding wordt naar verwachting in november 2022 afgerond. De gemeenteraad zal hier via een separate raadsbrief over worden geïnformeerd.

Context Aanleiding In het raadsbesluit Warmteplan Beursgebied (van juni 2021) is het Warmteplan Beursgebied vastgesteld. In het raadsbesluit bij vaststelling van het Warmteplan (juni 2021) zijn kaders vastgesteld waar onder de aanbesteding van het Warmtesysteem moet plaatsvinden. Deze kaders zijn uitgewerkt in een Programma van Eisen en Concessieovereenkomst. Op basis hiervan is de aanbesteding van het Warmtesysteem Beursgebied gestart. Deze aanbesteding wordt naar verwachting in november 2022 afgerond. De gemeenteraad zal hier via een separate raadsbrief over worden geïnformeerd. Daarbij is in het raadsbesluit (juni 2021) het college gemandateerd om, na gunning van de aanbesteding, de energieprestatie van het warmtesysteem van de winnende partij op te nemen in het Warmteplan en het Warmteplan in werking te laten treden. Helaas is in het raadsbesluit niet opgenomen dat aan het college mandaat wordt verleend om het warmteplan te wijzigen en/of tussentijds te actualiseren als gevolg van een wijziging in het bouwprogramma/aantal aansluitingen of als er een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring van de energieprestatie van het warmtesysteem wordt afgegeven en geregistreerd door bureau CRG. Dit punt wordt hersteld met een nieuw raadsbesluit. Op grond van het bouwbesluit is het vaststellen of wijzigen van een Warmteplan voorbehouden aan de gemeenteraad.

Verder zijn er andere aanleidingen om het Warmteplan nu te actualiseren. Een Warmteplan heeft volgens het Bouwbesluit een gedligheidsduur van maximaal 10 jaar. Nu we een jaar verder zijn dan ten tijde van het raadsbesluit, zijn de ontwikkelingen in het Beursgebied beter in kaart gebracht en heeft Juridische Zaken samen met onze juridisch adviseur, advocatenkantoor AKD, geadviseerd om het Warmteplan vanuit de voorwaarden die het Bouwbesluit stelt, te actualiseren op: a. Het aantal geplande aansluitingen voor woningen en het aantal geplande aansluitingen voor utiliteitsbouw, dat naar verwachting gerealiseerd wordt in de periode van 10 jaar (2021-2031); b. De voorlopige waarde van de energieprestatie die daarbij hoort;

2

c.

Het geactualiseerde Warmteplan treedt in werking na bekendmaking en met inachtneming van de referendumverordening.

Ad a) Het Warmteplan van 2021 ging uit van het aantal geplande aansluitingen nieuwbouw van 9.100 woningen en 525.000 m2 BVO utiliteitsbouw in het Beursgebied in de periode 2021-2031. Deze aantallen moeten worden bijgesteld. Enerzijds omdat in de prognose ontwikkelingen waren opgenomen die reeds vergund waren (Wonderwoods en Amrath) en het Warmteplan geen betrekking heeft op deze projecten. Daarnaast wordt het aantal geactualiseerd op basis van de actuele prognoses uit de MPR 2022 die al door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Met name de ontwikkeling van Jaarbeursterrein schuift naar achteren (later in de tijd) en dit heeft consequenties voor het aantal op te leveren woningen in de periode 2021 – 2031. Inmiddels is, op basis van de actuele bouwplanning, bekend dat in deze periode naar verwachting het geplande aantal aansluitingen bestaat uit ca.5.200 woningen en ca. 50 aansluitingen voor utiliteitsfuncties (tezamen ca. 390.000 m2 bvo (variërend van aansluitingen van ca. 1.000 m2 bvo tot ca. 30.000 m2 bvo)). Ad b) Het gewijzigde programma leidt tevens tot de noodzaak om de energieprestatie te bepalen op deze nieuwe aantallen geplande aansluitingen.

Dit leidt tot eenzelfde energieprestatiewaarde als was opgenomen in het vorig jaar vastgestelde Warmteplan, maar deze moet in het Warmteplan wel berekend worden op de thans geplande aantallen aansluitingen woningen en utiliteitsfuncties. Ad c) Op basis van de huidige gegevens kan het geactualiseerde Warmteplan – na bekendmaking en met inachtneming van de referentieverordening) in werking treden en van kracht worden bij raadbesluit. Juridische context In een warmteplan is het geplande aantal aansluitingen in een bepaald gebied, op een bepaald distributienet voor warmte, de mate van energiezuinigheid en de mate van bescherming van het milieu (gebaseerd op de energiezuinigheid van het net en het opwekkingsrendement van de getransporteerde warmte) opgenomen voor een periode van ten hoogste 10 jaar of totdat het aantal aansluitingen is bereikt. De vastgoedeigenaren/ ontwikkelaar zijn vervolgens verplicht om in hun Omgevingsvergunning aanvraag op het onderdeel Energie en Duurzaamheid uit te gaan van de energieprestatie van het warmtesysteem zoals opgenomen in het Warmteplan en daar hun BENG berekening voor hun vastgoed op te baseren. De energieprestatieberekening wordt tenminste iedere 3 jaar opnieuw bepaald en door de autoriteit Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid vastgesteld middels een kwaliteitsverklaring en registratie van het warmtesysteem.

Vanwege deze noodzaak wordt mede op advies van advocatenkantoor AKD gevraagd een geactualiseerd Warmteplan vast te stellen. Dit wordt voorgelegd aan de gemeenteraad omdat op grond van het Bouwbesluit 2012 de Gemeenteraad bevoegd is een warmteplan vast te stellen. Mandatering van het College van de actualisatie van Warmteplannen is niet in het mandaatregister geregeld. Om die reden wordt dit besluit nu voorgelegd aan de gemeenteraad met daarbij de vraag het College te mandateren om het Warmteplan wederom te actualiseren op het moment dat: a. als bij vaststelling van het MPR of de Bestuursrapportage blijkt dat het bouwprogramma in het Beursgebied wijzigt, en/of; b. als er een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring van de energieprestatie van het warmtesysteem wordt afgegeven en geregistreerd door bureau CRG. Het mandaat is beperkt tot a) het actualiseren van het aantal aansluitingen en de energieprestatiewaarden op grond van een geactualiseerde prognose voor het Beursgebied zoals deze blijkt uit een door de gemeenteraad vastgestelde MPR of Bestuursrapportage (met daarin de peilstok waarmee een update wordt gegeven van de geprognosticeerde bouwproductie) en b) het actualiseren van de energieprestatiewaarden naar aanleiding en op grond van een nieuwe BCRGkwaliteitsverklaring van de energieprestatie van het warmtesysteem afgegeven en geregistreerd door bureau CRG.

3

Beoogd effect Door vaststelling van het geactualiseerde Warmteplan wordt de aansluitplicht voor de nieuwbouw op het duurzame warmtesysteem dat enkel gebruik maakt van lokaal aanwezige hernieuwbare energiebronnen en daarmee een duurzame energieprestatie kent geborgd, zodat daarmee duurzamere gebouwen in het Beursgebied worden gerealiseerd. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • 2017: raadsbesluit Warmtevisie 2017 (link) • 2020: raadsbrief UtrechtsEnergieProtocol (link) • 2021: raadsbesluit Warmteplan Beursgebied (link) • 2021: raadsbesluit Transitievisie Warmte gemeente Utrecht (link) • 2022: raadsbesluit MPR 2022 (link)

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Het geactualiseerde Warmteplan Beursgebied vast te stellen waarin de prognose van de bouwproductie en de daarbij behorende energieprestatie is geactualiseerd.

Argumenten 1.1

Door het Warmteplan te actualiseren is het gebaseerd op actuele gegevens, waardoor het Warmteplan beter toepasbaar is. In het raadsbesluit Warmteplan Beursgebied (van juni 2021) is het Warmteplan vastgesteld. Daarbij is het college gemandateerd om, na gunning van de aanbesteding, de energieprestatie van het warmtesysteem van de winnende partij op te nemen in het Warmteplan en het Warmteplan in werking te laten treden. Omdat een warmteplan volgens het Bouwbesluit voor maximaal 10 jaar in een gebied mag gelden en we nu een jaar verder zijn dan ten tijde van het opstellen van het raadsvoorstel, zijn de ontwikkelingen in het Beursgebied beter in kaart gebracht en heeft ons juridisch adviseur, advocatenkantoor AKD, geadviseerd om het warmteplan vanuit de voorwaarden die het Bouwbesluit stelt, te actualiseren op: a. Het aantal geplande aansluitingen voor woningen en het aantal geplande aansluitingen voor utiliteitsbouw, dat naar verwachting gerealiseerd wordt in de 10 jaar periode 2021-2031; b. De voorlopige waarde van de Energieprestatie die daarbij hoort. Ad a) Het Warmteplan van 2021 ging uit van het aantal geplande aansluitingen nieuwbouw van 9.100 woningen en 525.000 m2 BVO utiliteitsbouw in het Beursgebied in de periode 2021-2031. Deze aantallen moeten worden bijgesteld.

Enerzijds omdat in de prognose ontwikkelingen waren opgenomen die reeds vergund waren (Wonderwoods en Amrath) en het Warmteplan geen betrekking heeft op deze projecten. Daarnaast wordt het aantal geactualiseerd op basis van de actuele prognoses uit de MPR 2022 die al door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Met name de ontwikkeling van Jaarbeursterrein schuift naar achteren (later in de tijd) en dit heeft consequenties voor het aantal op te leveren woningen in de periode 2021 – 2031. Inmiddels is, op basis van de actuele bouwplanning bekend dat in deze periode het geplande aantal aansluitingen naar verwachting ca.5.200 woningen en ca. 390.000 m2 bvo utiliteitsbouw (circa 50 aansluitingen) zal worden gerealiseerd. Ad b) Het gewijzigde programma leidt tot de noodzaak om de energieprestatie te bepalen op deze nieuwe aantallen geplande aansluitingen. Uit de nieuwe berekening komt vanwege de nog steeds grote schaal van het warmtesysteem wel dezelfde energieprestatiewaarden als in het Warmteplan van vorig jaar is

4

opgenomen, maar deze moet in het Warmteplan berekend worden op de huidig geplande aantallen aansluitingen, wat van belang is bij een eventueel verzoek (door ontwikkelende partijen) voor een gelijkwaardige alternatieve warmtevoorziening (conform het Bouwbesluit). Na gunning van de aanbesteding van de concessie van het Warmtesysteem zal de energieprestatie eerst nog door bureau CRG moeten worden berekend, daar gaat veel tijd overheen. Uiteindelijk zal er een door Bureau CRG afgegeven kwaliteitsverklaring worden afgegeven en het warmtenet worden geregistreerd. Iedere drie jaar dient de BCRG-verklaring te worden geactualiseerd. Derhalve stelt college voor om voor nu het actualisatiebesluit te nemen zoals boven beschreven. Een actualisatie van het Warmteplan is, hoewel het een administratieve handeling is, wel noodzakelijk zodat het aansluit bij de huidige verwachte aantallen. De vastgoedeigenaren/ ontwikkelaar zijn namelijk volgens Bouwbesluit verplicht om in hun Omgevingsvergunning aanvraag op het onderdeel Energie en Duurzaamheid uit te gaan van de energieprestatie zoals opgenomen in het Warmteplan en daar hun BENG berekening voor het vastgoed op te baseren. 1.2

Het niet actualiseren van het Warmteplan maakt het plan gevoelig voor bezwaarprocedures De prognose van het programma (o.a. woningbouw en kantoren) is van invloed op de energieprestatie die in het Warmteplan wordt vastgelegd. Indien deze prognose niet wordt geactualiseerd en dus ook de energieprestatie daarop wordt aangepast is het Warmteplan volgens huisadvocaat AKD mogelijk gevoelig voor bezwaar en beroepsprocedures. In dat geval is het voorstelbaar dat een rechter besluit dat de gelijkwaardigheidstoets (zoals bedoeld in het Bouwbesluit) niet op basis van de juiste gegevens uitvoerbaar is en kunnen ontwikkelaars van Nieuwbouw in het Beursgebied niet gehouden worden aan de aansluitplicht of het behalen van een tenminste gelijkwaardige energieprestatie die uit het vigerende Warmteplan volgt. Ontwikkelaars kunnen in dat geval een minder duurzame warmtevoorziening realiseren en zullen minder geneigd zijn op het Warmtesysteem aan te sluiten.

Beslispunt 2

Het College te mandateren tot het actualiseren van het warmteplan Beursgebied op de volgende twee momenten: a. als bij vaststelling van het MPR of de Bestuursrapportage blijkt dat het bouwprogramma in het Beursgebied wijzigt, en/of; b. als er een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring van de energieprestatie van het warmtesysteem wordt afgegeven en geregistreerd door bureau CRG, waarbij het mandaat is beperkt tot 1. het actualiseren van het aantal aansluitingen en de energieprestatiewaarden op grond van een geactualiseerde prognose voor het Beursgebied zoals deze blijkt uit een door de gemeenteraad vastgestelde MPR of Bestuursrapportage en 2. het actualiseren van de energieprestatiewaarden naar aanleiding en op grond van een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring van de energieprestatie van het warmtesysteem afgegeven en geregistreerd door bureau CRG.

Argumenten 2.1

Hiermee wordt onwenselijke vertraging in de besluitvorming voorkomen. Mandatering van het College van de actualisatie van Warmteplannen in zijn algemeenheid is niet in het mandaatregister geregeld.

5

Het vaststellen van een Warmteplan is op basis van het Bouwbesluit 2012 een bevoegdheid van de gemeenteraad. Deze bevoegdheid kan de gemeenteraad mandateren aan het College. Hierbij kan actualisatie alleen maar plaatsvinden op de volgende twee momenten: a. bij vaststelling van het MPR of de Peilstok (onderdeel bestuursrapportage) blijkt dat het bouwprogramma in het Beursgebied wijzigt, en/of; b. als er een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring van de energieprestatie van het warmtesysteem wordt afgegeven en geregistreerd door bureau CRG, 2.2

Actualisatie van het Warmteplan is een periodieke formele handeling, het mandateren leidt tot snellere eenvoudigere besluitvorming en is daarmee minder belastend voor zowel het ambtelijke als bestuurlijke apparaat. Actualisatie van het Warmteplan dient periodiek (om de drie jaar) plaats te vinden of zoveel vaker als er (substantiële) wijzigingen zijn in de bouwproductie en/ of de energieprestatiewaarden. Deze formele handeling is voorbehouden aan de gemeenteraad die daardoor arbeidsintensief is, zeker als er op termijn meer Warmteplannen worden vastgesteld. Gemeenteraad stelt zelf jaarlijks de geactualiseerde prognose vast via vaststelling van het MPR of tussentijds bij vaststelling van de Bestuursrapportage waarin aan de hand van de peilstok een update wordt gegeven van de prognose. Door het College te mandateren kan op basis van het MPR of de Bestuursrapportage het Warmteplan worden geactualiseerd. Door de actualisatie van het Warmteplan te mandateren aan de IRM-Ruimte kan dit besluitvormingsproces eenvoudiger en sneller worden doorlopen.

Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de gemeente.

Vervolg Het geactualiseerde Warmteplan, zoals vastgesteld bij raadsbesluit treedt in werking met ingang van vijf weken na de dag van uitgifte in het Gemeenteblad waarin dit besluit wordt geplaatst, tenzij een inleidend verzoek tot een raadgevend referendum over een raadsbesluit is toegelaten. Het Warmteplan heeft een geldigheidsduur voor een periode van 10 jaar vanaf de oorspronkelijke publicatie van het Warmteplan (vastgesteld bij raadsbesluit juni 2021), tenzij eerder het in dit geactualiseerde Warmteplan genoemde aantal aansluitingen is bereikt. De aanbestedingsprocedure van het warmtesysteem op basis van de door de raad vastgestelde kaders (besluit juni 2021) heeft inmiddels plaatsgevonden en zal in november 2022 worden afgerond. Dit zal middels een publicatie bekend worden gemaakt. Hierna start de concessiehouder met de voorbereidingen van de realisatie van het warmtesysteem. Op het moment dat het Warmtesysteem een BCRG-kwaliteitsverklaring geregistreerd heeft gekregen, zal de volgende actualisatie van het Warmteplan worden uitgevoerd.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.

Communicatie Over de vaststelling van het geactualiseerde Warmteplan is geen aanvullende communicatie voorzien. Via een raadbrief zal de gemeenteraad na afronding van de aanbestedingsprocedure van het Warmtesysteem Beursgebied over de uitkomst worden geïnformeerd.

6

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Concept geactualiseerd Warmteplan Beursgebied Bijlagen informatief -

7

1 Concept WKO-warmteplan Beursgebied - actualisatie.docx

Warmteplan Beursgebied - actualisatie

Datum: 19 september 2022 Opsteller: M.B. Glaser

Het warmteplan heeft een geldigheidsduur van maximaal 10 jaar (vanaf de eerste vaststelling van het warmteplan in 2021). Het geactualiseerde warmteplan, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van @@ november 2022, treedt in werking met ingang van vijf weken na de dag van uitgifte in het Gemeenteblad waarin dit besluit wordt geplaatst, tenzij een inleidend verzoek tot een raadgevend referendum over een raadsbesluit is toegelaten.

#22429679v1 20304773v1

Samenvatting Gemeenteraden zijn bevoegd een warmteplan vast te stellen en daarmee de aansluiting op een (aan te leggen) distributienet voor warmte (”Net”) in beginsel te verplichten voor nieuw te ontwikkelen bouwwerken, met uitzondering van woningen die particulier worden ontwikkeld (door (collectieve) zelfbouw). Nieuwbouwwoningen worden sinds 1 juli 2018 (wet VET) niet meer aangesloten op de aardgasinfrastructuur en daarmee is het recht op een aardgasaansluiting voor nieuwbouwwoningen vervallen. Door een warmteplan vast te stellen zal ook de nieuwe utiliteitsbouw in het warmteplangebied aansluiten op het duurzame warmtenet waardoor deze niet meer op gas aangesloten zal worden. In een warmteplan worden de energie- en milieuprestaties van het collectieve warmtenet beschreven en daarmee kan de energieprestatie van het warmtesysteem voor een aangesloten bouwwerk worden bepaald. Het warmteplan borgt de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van het warmtenet en bevat een beoordelingsmethode voor een gelijkwaardig alternatief1 ten aanzien van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. Het warmteplan voor Beursgebied geldt voor het aan te leggen warmtenet voor (ten minste) de nieuwbouw in dit gebied. Dit warmtenet levert naast warmte bovendien tevens zeer lage temperatuur warmte: ook wel ‘koude’ of ‘ruimtekoeling’ genoemd2.

Omdat het warmte- en koudeaspect inherent met elkaar verbonden zijn in dit warmtenet, is dit warmteplan automatisch van invloed op (de energie- en milieuprestaties van) koudelevering in dit gebied. Ten behoeve van optimale benutting van de aanwezige bodemenergie en de beschikbare bronnen, geldt de aansluitplicht tot het bereiken van het aansluiten van ca. 5.200 woningen en ca. 50 aansluitingen van in totaal ca. 390.000 m2 BVO utiliteitsbouw. Het warmteplan bevat de eisen die van toepassing zijn voor het aantonen van de gelijkwaardigheid op gebied van energiezuinigheid, hernieuwbare energie en milieuparameters zoals NOx en fijnstof. Dit warmteplan geldt voor het Beursgebied, voor een periode van 10 jaar, vanaf de eerste vaststelling van dit warmteplan, tenzij eerder het in dit warmteplan genoemde aantal woningaansluitingen en utiliteitsbouw aansluitingen is bereikt, dan wel de totale leveringscapaciteit van de bodem is bereikt. De gemeenteraad heeft het College gemandateerd die op haar beurt de IRM Ruimte zal mandateren om het Warmteplan gedurende de looptijd te actualiseren indien en uitsluitend in het geval van: a. Wijzigingen in het bouwprogramma; b. Het verkrijgen van een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring of vergelijkbare verklaring waaruit de energieprestatie van het warmtesysteem blijkt en geregistreerd wordt.

1 Zoals bedoeld in artikel 1.3 lid 1 en 4 van het Bouwbesluit 2012

2 Gebouwen aangesloten op het warmtenet krijgen dus altijd warmte én koude geleverd waardoor er

geen additionele koeling nodig is. Het Bouwbesluit 2012 vat zowel de ‘koude’ (ca. 9 graden) als de ‘warmte’ samen onder het begrip warmte, aangezien het beide temperaturen boven de 0 graden betreffen. 20304773v1

#22429679v1

Inhoudsopgave

Samenvatting ..............................................................................................................................2 Inhoudsopgave ...........................................................................................................................3 1. Inleiding............................................................................................................................4 1.1 Energietransitie Utrecht.........................................................................................................4 1.2 Het collectief warmtesysteem voor Beursgebied ....................................................................5 1.3 Waarom is dit warmteplan nodig?..........................................................................................6 2. Begripsbepalingen.............................................................................................................7 3.

Reikwijdte van het warmteplan ..........................................................................................8 3.1 Gebiedsafbakening ...............................................................................................................8 3.2 Aantal aansluitingen ...........................................................................................................10 3.3 Geldigheidsduur van het warmteplan ..................................................................................10 4. Het BeursNet ...................................................................................................................11 4.1 Opwekkingsrendement van het BeursNet ............................................................................11 4.2

Kenmerken van het BeursNet...........................................................................................12

4.3

Energetische prestatie van het BeursNet vastgelegd in een BCRG-gecontroleerde verklaring .......................................................................................................................13

5. Beoordeling gelijkwaardige alternatieven.........................................................................14 5.1 Uitgangspunt aansluitplicht.................................................................................................14 5.2 Uitzondering op de aansluitplicht........................................................................................14 5.3 Uitgangspunt: meest duurzame alternatief wint ..................................................................15 Bijlage I Procedure aanvraag vervallen aansluitplicht op het Beursnet op basis van gelijkwaardigheid............................................................................................................16

Colofon Dit warmteplan Beursgebied is opgesteld door het Team Energietransitie Utrecht en is in samenwerking met de volgende adviesbureaus tot stand gekomen: • Ingenieursbureau: DGMR • Ingenieursbureau: IF Technology • Juridische controle: AKD

#22429679v1 20304773v1

1.

Inleiding

In het gebied Beursgebied liggen o.a. de deelgebieden Beurskwartier, Merwedekanaalzone zuid, Lombokplein en Kruisvaartkade. Hier worden naar verwachting ca. 5.200 nieuwe woningen en ca. 50 aansluitingen ter grootte van ca. 390.000 m2 BVO Utiliteitsbouw gebouwd in een periode van ongeveer 10 jaar. Deze nieuwbouw wordt van warmte en koude voorzien met een gebiedsgericht laagtemperatuur warmtesysteem dat bestaat uit een systeem van duurzame energiebronnen: aquathermie en ca. 17 WKO’s (warmtekoudeopslag in de bodem) en warmtepompen (of alternatieve systemen die dezelfde opwekcapaciteit hebben), leidingen en afgiftesets. Dit warmtesysteem Beursgebied wordt door de gemeente aanbesteed aan een warmtebedrijf dat de bronnen en het netwerk ontwerpt, financiert, realiseert en exploiteert gedurende een periode van ca. 30 jaar.

1.1 Energietransitie Utrecht

Het Utrecht Energie Protocol en het Bodemenergieplan Beursgebied gaan uit van onderstaande uitgangspunten die van belang zijn voor de transitie naar duurzame en hernieuwbare energie. Optimaal benutten van lokale duurzame bodemenergie De transitie van aardgas als energiebron naar hernieuwbare energiebronnen, alsook duurzaamheid en milieukwaliteit zijn voor gemeente Utrecht belangrijke uitgangspunten bij de ontwikkeling van Beursgebied. Maar de energie uit hernieuwbare bronnen is schaars. Dit betekent dat we de energie zo efficiënt mogelijk moeten gebruiken en verdelen over de stad. Nieuwbouw is goed te isoleren en kan zo ontworpen worden dat deze een lage temperatuur behoefte heeft. Daarom verwarmen we nieuwbouw bij voorkeur met duurzame lage temperatuur bronnen zoals warmte-koude opslag, aquathermie, of lage temperatuur restwarmte. In de ondergrond van Utrecht is in de bodem veel bruikbare duurzame energie beschikbaar. Deze energie willen we optimaal benutten. Ook voor Beursgebied geldt dat lokale duurzame bronnen optimaal benut moeten worden. Daarnaast draagt het warmteplan ook bij aan andere doelstellingen van de gemeente inzake duurzaamheid en milieu, zoals het verbeteren van de luchtkwaliteit, beperken van geluidshinder in de omgeving en een evenwichtig en efficiënt gebruik van de bodem, zowel wat betreft ruimte als bodemenergiebenutting.

Duurzame warmte en koude voor zoveel mogelijk gebouwen In het Bodemenergieplan Beursgebied3 zijn interferentiegebieden aangewezen waarmee een diepterestrictie van kracht is in het gebied. Toepassing van gesloten bodemwarmtewisselaars is niet gewenst in dit gebied, omdat daarmee de bodemcapaciteit enkel benut kan worden voor individuele aansluitingen en daarmee anderen in het gebied uitgesloten worden van duurzame bodemenergie. Het Warmtesysteem Beursgebied moet ervoor zorgen dat de bodemenergiecapaciteit optimaal benut kan worden voor het gehele gebied en zoveel mogelijk woningen en utiliteitsfuncties hiervan gebruik kunnen maken. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om, waar mogelijk, ook bestaande bouw op het Warmtesysteem Beursgebied aan te sluiten. In de regel heeft (vooral de oudere) bestaande bouw behoefte aan hogere temperaturen dan een laagtemperatuur warmtenet kan bieden. Echter, indien bestaande bouw zodanig wordt geïsoleerd en verduurzaamd dat de warmtevraag van het gebouw verlaagd wordt, kan ook bestaande bouw op een laagthermisch warmtenet worden aangesloten.

3 Bodemenergieplan vastgesteld in het college d.d. 9 maart 2021 en aangeboden aan de Gedeputeerde

Staten van de provincie Utrecht, vastgesteld op dd [nn].

#22429679v1 20304773v1

Hoogthermische warmte voor bestaande bouw, laagthermische warmte voor nieuwbouw Nieuwbouw heeft een veel lagere temperatuur verwarmingsbehoefte dan bestaande bouw. Om onnodig fossiel energieverbruik te voorkomen, krijgen nieuwbouw woningen en kleinverbruikers in Nederland sinds 2018 geen aansluiting op het aardgasnet meer. Bestaande bouw heeft een hoogthermische warmtevraag waar voor een deel het (bestaande) stadswarmtenet in kan voorzien. Echter, het stadswarmtenet wordt op korte termijn merendeels nog verwarmd door aftapping van de gasgestookte elektriciteitscentrale die CO2-uitstoot, waardoor stadswarmte niet kwalificeert als hernieuwbare bron. Op de lange termijn wordt het stadswarmtenet steeds meer voorzien van duurzame bronnen, echter deze zijn net als laagthermische bronnetten ook beperkt in de maximale capaciteit per dag. Wanneer alle bestaande bouw in Utrecht van het gas af zou gaan en op het stadswarmtenet zou worden aangesloten, dan is er in de toekomst ook in het stadwarmtenet onvoldoende duurzame hoogthermische warmte beschikbaar voor de gehele stad. Daarom is het de visie van gemeente Utrecht4 om het stadswarmtenet in beginsel alleen in te zetten voor bestaande bouw met een hogere temperatuur verwarmingsbehoefte.

Om de lokaal aanwezige duurzame warmte- en koude in de bodem optimaal te benutten, wil de gemeente de nieuwbouw heel bewust niet (doen) aansluiten op hoogthermische warmtenetten. Zo voert de gemeente regie op de energietransitie in de stad en draagt bij aan de aardgasvrije doelstellingen van Utrecht en het landelijk Klimaatakkoord.

1.2 Het collectief warmtesysteem voor Beursgebied

Om de energietransitie in Beursgebied te realiseren, is gekozen voor een collectief warmtesysteem van ca. 17 WKO’s, (het “Beursnet”). Het Beursnet wordt daarnaast gevoed met duurzame lage temperatuur warmte, met name afkomstig uit oppervlaktewater (aquathermie) uit het Merwedekanaal. De lage temperatuur wordt gebruikt voor het leveren van koude in de zomer en door middel van warmtepompen wordt in de gebouwen warmte opgewekt voor ruimteverwarming in de winter en voor warm tapwater. De posities van de WKO’s worden bepaald aan de hand van het Bodemenergieplan. Het Bodemenergieplan legt posities vast waar warmte- en koudebronnen kunnen komen om de maximale energiepotentie uit de bodem te benutten. Deze posities liggen zo veel mogelijk onder openbaar gebied. Gemeente Utrecht gaat een openbare aanbestedingsprocedure houden voor de concessieovereenkomst. De concessieovereenkomst bestaat uit het ontwerpen, financieren, realiseren en exploiteren (leveren, beheren en onderhouden) van de warmte- en koudelevering aan alle nieuwbouw in Beursgebied. Daarbij heeft de gemeente de wens om ook zoveel mogelijk bestaande bouw en bestaande WKO’s hierop aan te sluiten. De aansluitplicht die via dit warmteplan wordt opgelegd, is niet van toepassing op de bestaande gebouwen5 en de mogelijke (collectieve) zelfbouwers (thans nog niet voorzien) in Beursgebied.

Wel moet het mogelijk zijn dat bestaande bouw en zelfbouwers ook aangesloten kunnen worden op het Net. Dit laatste zal onderdeel uitmaken van de aanbestedingsprocedure voor het Net.

4 Transitievisie Warmte gemeenteraadbesluit 21 november 2021.

5 Bouwbesluit 2012 stelt dat alleen een warmteplan kan worden toegepast bij nieuwbouw.

#22429679v1 20304773v1

1.3 Waarom is dit warmteplan nodig? Ordening van de ondergrondse schaarse ruimte In het Bouwbesluit 2012 is de aansluitplicht op warmtenetten geregeld. Gemeenten hebben de bevoegdheid een warmteplan vast stellen en daarmee de verplichting voor aansluiting op een warmtenet op te leggen voor nieuw te ontwikkelen bouwwerken (tot het geplande aantal aansluitingen is bereikt), met uitzondering van woningen die particulier worden ontwikkeld (door (collectieve) zelfbouw). Ruimte in de grond steeds schaarser De verstedelijking neemt steeds meer toe en in centrale gebieden zien we steeds meer schaarste van ruimte zowel bovengronds als ondergronds. Het verlagen van de CO2-uitstoot in de energietransitie is van groot belang. Ten eerste door de vraag naar energie te verlagen, bijvoorbeeld door isolatie van gebouwen. Ten tweede door hernieuwbare energiebronnen en duurzame warmtenetten te realiseren. Duurzame warmtesystemen hebben ook ruimte in de ondergrond nodig. En deze ruimte is schaars, zowel in de diepere ondergrond waar WKO’s geplaatst worden is er nog maar beperkt ruimte voor deze installaties, maar vooral in de ondiepe ondergrond is er een grote schaarste aan ruimte voor leidingwerk, kabels, riolering. Ondergrondse bouwwerken, bomen met diepe wortels, waterinfiltratie en andere stedelijke functies.

De gemeente wil duurzame energievoorzieningen voor haar gebouwen en zal daarvoor de regie moeten voeren op de schaarse ruimte in de bodem. Energieprestatie warmtesysteem vaststellen In het warmteplan omschrijft de gemeente de energiezuinigheid en mate van milieubescherming door en van het netwerk en de energiebron. Alternatieve (warmte- (en koude)) oplossingen worden tegen deze omschrijving afgewogen. De norm is hier een collectief laagtemperatuur warmtesysteem dat maximaal gebruik maakt van lokale bronnen. Met een warmteplan voor het Beursnet wordt deze norm uitgewerkt in rekeneenheden en wordt het bereiken van de gewenste energiezuinigheid en mate van milieubescherming bereikt. De geplande energiezuinigheid wordt beschreven door middel van de energieprestatie van het Beursnet en omvat zowel de warmte- als koudeopwekking die technisch onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn (zie hoofdstuk 4). Een warmteplan bevat de ruimtelijke begrenzing van het gebied, het geplande aantal aansluitingen op het Beursnet en de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. De energiezuinigheid van het Beursnet is gebaseerd op de eindsituatie: het moment dat het geplande aantal aansluitingen is bereikt. Het warmteplan geldt voor een periode van ten hoogste tien jaar vanaf het moment dat het warmteplan is vastgesteld in de gemeenteraad.

Het warmteplan is tevens een instrument waarmee de gemeente sturing kan geven aan het energiebeleid, waarbij voor een gebied de best passende duurzame energievoorziening gerealiseerd wordt (maatwerk). Duurzame alternatieven zijn mogelijk Warmteplannen bieden daarnaast een kader om te waarborgen dat de duurzame alternatieven (op basis van gelijkwaardigheid) kunnen worden toegepast. Duurzame alternatieven moeten ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu realiseren als bij aansluiting van een gebouw op het Beursnet. Als een duurzaam alternatief gelijkwaardig of beter scoort op de criteria die opgenomen zijn in het warmteplan (conform H5 Bouwbesluit 2012), dan vervalt de aansluitplicht op het Beursnet.

#22429679v1 20304773v1

2.

Begripsbepalingen

De volgende begrippen worden gehanteerd in dit warmteplan. Beursnet, het BeursNet De energievoorziening die voorziet in transport van warmte en koude vanuit de bronnen en opslagsystemen naar de Bouwwerken. De technische scope van het Beursnet reikt vanaf de thermische energieopwekking – inclusief de opwekinstallaties – en het collectief van regeltechnisch collectief aangestuurde WKO’s (al dan niet fysiek georganiseerd in samenwerkende deelnetten) en TEO tot aan de afleverset in de woningen of utiliteitsbouw, waar de benodigde warmte voor ruimteverwarming – en tapwaterverwarming en tevens koude voor comfortkoeling (ruimtekoeling) wordt afgeleverd. Bouwwerken: gebouwen met functies als wonen, kantoren, horeca en utiliteit. Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG) Deze onafhankelijke instantie controleert en publiceert gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen van producten en systemen die in de bouw- en installatiesector worden toegepast. Ook verklaringen over de energieprestatie van maatregelen op gebiedsniveau, zoals een warmtenet, worden door BCRG gecontroleerd. Bodemenergieplan: een bodemenergieplan vastgesteld door College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente en de Gedeputeerde Staten van de provincie, dat de ondergrondse inrichting van een gebied met betrekking tot onder meer bodemenergiesystemen regisseert.

NTA 8800 Bepalingsmethode voor het berekenen van de energieprestatie-indicatoren van een gebouw. Vanaf 1 januari 2021 is de NTA 8800 aangewezen via het Bouwbesluit, en vervangt daarmee de NEN 7120. De energieprestatie van gebouwen moet vanaf dat moment met de NTA 8800 bepaald worden. Ontwikkelaars van gebouwen moeten NTA 8800-berekeningen (laten) uitvoeren. NTA 8800 – bijlage P: Voor de waardering van gebiedsmaatregelen (zoals het Beursgebied Beursnet) wordt vanuit de NTA 8800 doorverwezen naar bijlage P van de NTA 8800 (voorheen NEN 7125). Bijlage P is de methode voor het bepalen van de energiefactoren van gebiedsmaatregelen. Met deze methode worden de primaire energiefactoren (maat voor de hoeveelheid fossiele brandstof) en de primaire hernieuwbare energiefactoren (maat voor de hoeveelheid hernieuwbare energie) van gebiedsmaatregelen bepaald. Dit zijn eigenschappen van het Beursnet. De exploitant van het Beursnet moet NTA 8800-bijlage P-berekeningen (laten) uitvoeren. In geval van samenwerkende deelnetten, zal er per deelnet een berekening moeten worden uitgevoerd. De gemiddelde energieprestatie van de deelnetten tezamen geldt dan als totale energieprestatie van het Beursnet. Maar voor de vergelijkbaarheid dient de energieprestatie van het betreffende deelnet te worden vergeleken met het alternatief.

Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO): Thermische Energie Oppervlaktewater (TEO) is een energieopweksysteem waarmee de temperatuur van het water gebruikt wordt als warmte- en/of koudebron voor het verwarmen en/of koelen van bouwwerken en woningen. Warmteplan besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode

geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van

de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen ( artikel 1.1., eerste lid van het Bouwbesluit 2012).

#22429679v1 20304773v1

3.

Reikwijdte van het warmteplan

3.1 Gebiedsafbakening

Het plangebied voor het Beursnet waar dit Warmteplan betrekking op heeft, is het Beursgebied Utrecht (zie figuur 3.1).

Figuur 3.1 Warmteplangebied met een rood kader aangegeven, waar het BeursNet gerealiseerd wordt voor de aansluiting van de betreffende nieuwbouw (binnen de zwarte stippellijn ligt het oorspronkelijke Beurskwartier).

#22429679v1 20304773v1

Bodemenergie zoekgebieden

Figuur 3.2 Beursgebied warmte en koudeposities Bodemenergieplan (WKO-zoekgebied) In het Bodemenergieplan Beursgebied is het zoekgebied vastgelegd voor het collectieve warmtesysteem met WKO’s en TEO installatie(s). Dit gebied betreft het gehele Beursgebied. In figuur 3.2 zijn de warmte en koudeposities weergegeven zoals opgenomen in het Bodemenergieplan. Bij deze posities mag het geselecteerde warmtebedrijf de ca. 17 WKO-doubletten en een TEO-installatie en of alternatieve duurzame warmtebronnen realiseren om de aansluitingen van warmte en koude te voorzien. Huidige en toekomstige nieuwbouwontwikkeling Vanzelfsprekend is er in dit dynamische centrumgebied al een aantal ontwikkelingen gaande, die buiten het warmteplan vallen omdat deze ontwikkelingen reeds een omgevingsvergunning hebben. Wel zijn met deze ontwikkelingen in het verleden al afspraken gemaakt over de aansluiting op het collectieve WKOsysteem voor de bronwarmte en koude. Het gebouwzijdige installatiedeel van het warmtesysteem is bij deze ontwikkelingen niet meer in te passen. Er zijn overeenkomsten gesloten om de nieuwe WKO’s over te dragen aan het collectieve WKO-Beursnet wanneer daarvoor een warmtebedrijf is geselecteerd door de gemeente.

Deze nieuwbouwontwikkelingen die op korte termijn gerealiseerd worden en waarvan de nieuwe WKO-doubletten ook op het Beursnet komen, bevinden zich in figuur 3.2 in de gele cirkel (Galaxy tower en Wonderwoods).

#22429679v1 20304773v1

3.2 Aantal aansluitingen

Het totale aantal geplande aansluitingen voor de nieuwe appartementen en utiliteitsbouw in het gebied is als volgt ingeschat: • •

Woonfunctie: 5.200 woningaansluitingen met een gemiddelde bruto vloeroppervlakte van 70 m². Dit is inclusief het deel dat eventueel via (collectieve) zelfbouw ontwikkeld wordt. Utiliteitsfunctie: ca. 50 aansluitingen met een utiliteitsfunctie met een totaal bruto vloeroppervlak van ca. 390.000 m², variërend per aansluiting van 1.000 m² tot 30.000 m².

De nieuwbouw worden gefaseerd gerealiseerd. Een WKO warmtenet kan modulair gebouwd worden en aansluiten op de fasering van de nieuwbouw. Het betreft telkens ontwikkelingen met een grote hoeveelheid appartementen en soms ook een deel utiliteitsbouw, binnen één gebouw.

3.3 Geldigheidsduur van het warmteplan

Het warmteplan heeft een geldigheidsduur van maximaal 10 jaar (vanaf de eerste vaststelling van het warmteplan) met de mogelijkheid van verlenging als het maximale aantal aansluitingen niet is gerealiseerd. De actualisatie heeft daarop geen invloed. Het geactualiseerde warmteplan Beursgebied wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Het geactualiseerde warmteplan treedt in werking na vaststelling van het actualisatiebesluit van de raad en niet eerder dan nadat de daarbij geldende termijnen inzake referendumverordening en publicatie zijn verstreken. De raad zal de bevoegdheid om de energieprestatiewaarde en de programmering van de nieuwbouw te actualiseren wanneer hier sprake van is en wanneer er een nieuwe BCRG-kwaliteitsverklaring of gelijkwaardige verklaring van het warmtesysteem is geregistreerd, mandateren aan het college. Dan is voor de actualisatie geen nieuwe raadsbehandeling nodig. Aan het college zal ook de bevoegdheid worden gemandateerd om te besluiten dat dit mandaat wordt doorgelegd aan de dienstdoende IRM Ruimte daar dit administratieve handelingen betreft waarvoor geen inhoudelijk behandeling in college of raad aan de orde is. Geldende normen Voor het beoordelen van de energetische kwaliteit van woningen en utiliteitsgebouwen wordt in de bouwregelgeving verwezen naar de energieprestatienorm. Per 1 januari 2021 is deze methodiek aangepast.

Op dat moment is de EPC-methode (gebaseerd op NEN 7120) komen te vervallen, en in de plaats daarvan is de BENG-methode (gebaseerd op de NTA 8800) van kracht geworden. De energetische kwaliteit van een gebouw wordt in de NTA 8800 uitgedrukt in drie indicatoren (maximale energiebehoefte, maximaal primair fossiele energiegebruik en minimum aandeel hernieuwbare energie). In de bouwregelgeving staan vanaf 1 januari 2021 de minimumeisen voor deze drie indicatoren per gebruiksfunctie vermeld.

#22429679v1 20304773v1

4.

Het BeursNet

4.1 Opwekkingsrendement van het BeursNet

Het opwekkingsrendement van het Beursnet dat in het Beursgebied moet worden gerealiseerd en geëxploiteerd, is opgebouwd uit 7 elementen gevisualiseerd in figuur 4.1. De technische scope van het Beursnet reikt vanaf de thermische energieopwekking – inclusief de opwekinstallaties – en het warmtesysteem van WKO’s en TEO tot en met de warmte- en koudelevering en warmtapwater aan de afleverset in de woningen en gebouwen. (Dus het Beursnet is inclusief de in het gebouw opgestelde warmtepompen, de warmte-/koudedistributie van de warmtepompen naar de afleversets, en de afleversets in de woningen. De leidingen en installaties na de afleverset in de woning zijn geen onderdeel van het Beursnet). In figuur 4.1 is de demarcatie schematisch weergegeven. Het warmtebedrijf, wekt de warmte op en levert via het Beursnet de warmte voor ruimteverwarming – en warmtapwater en tevens koude voor comfortkoeling (vloerkoeling).

Figuur 4.1 schematische weergave van het Beursnet voor het Beursgebied In bovenstaand schema is het Beursnet conceptueel weergegeven. Het gehele systeem bestaat uit verschillende onderdelen, genummerd. Vanuit de bron (1) wordt in de zomer warmte geladen om op te slaan in de WKO (2). Vanuit de WKO wordt warmte (en koude) gedistribueerd via het distributienet (3). Dit distributienet bestaat uit een tweepijpsleidingnet voor de levering van thermische energie aan de warmtepompen. Bouwwerken worden aangesloten op dit net (4). Een bouwwerk heeft een of meerdere warmtepomp(en) (5) om de warmte naar een voor dat pand geschikte temperatuur te brengen. Via een inpandig net (6) wordt de warmte (en koude) en tapwater naar de appartementen gebracht, waarbij de afleverset (7) het leveringspunt van warmte (en koude) en tapwater is aan de installaties van de woningen / het gebouw zelf. De WKO’s bestaan uit open grondwaterbronnen waarmee warmte en koude in ondergrondse zandlagen wordt opgeslagen. Deze WKO’s leveren bronwarmte (tussen de 15 en 19 graden en retourwarmte (dit is de ‘koude’) tussen 6 en 10 graden) dat via het distributienet naar de bouwwerken wordt getransporteerd. De in de bouwwerken geplaatste (lucht)warmtepompen warmen deze bronwarmte op naar de gewenste temperatuur voor laagtemperatuurverwarming (zoals vloerverwarming) en voor de bereiding van warm tapwater.

In de zomer wordt vanuit de WKO’s koude voor comfortkoeling geleverd aan de bouwwerken. Door een warmtevraag die naar verwachting groter is dan de koudevraag, ontstaat een bodemonbalans tussen de warmtelevering en koudelevering vanuit de bodem. Deze onbalans (koude-overschot) wordt door middel van regenereren hersteld. Het regenereren vindt plaats door in de zomermaanden (circa medio mei tot circa medio september) warmte uit oppervlaktewater uit te wisselen met het koude#22429679v1 20304773v1

overschot in de bodem. In overeenstemming met NTA 8800 is hier dus sprake van duurzaam opgewekte warmte.

4.2

Kenmerken van het BeursNet

Kenmerken op gebied van energiezuinigheid: • Warmte- en koudelevering zijn binnen een Beursnet onlosmakelijk met elkaar verbonden (i.v.m. balans in de bodem)6. De bouwwerken die op het Beursnet worden aangesloten nemen dus zowel warmte voor ruimteverwarming (en tapwater bij woningen) als koude voor ruimtekoeling af. Het is niet mogelijk om alleen warmte of alleen koude af te nemen. • De energetische prestatie van het Beursnet wordt vastgelegd in een door BCRG gecontroleerde kwaliteitsverklaring7 (zie hierna) waarin zowel de primaire energiefactor (maat voor de hoeveelheid fossiele brandstof) als de primaire hernieuwbare energiefactor (maat voor de hoeveelheid hernieuwbare energie binnen het Beursnet) zijn vastgelegd. Kenmerken op het gebied van milieubescherming: • Er is geen sprake van NOx en/of fijnstof uitstoot van het Beursnet binnen het warmteplangebied.

Doordat gebruik wordt gemaakt van een balanssysteem van warmte-/koudeopslag (WKO) is de levering van koude noodzakelijk om het systeem voor warmtelevering goed te laten functioneren. De levering van koude is onlosmakelijk verbonden met de levering van warmte. Dit sluit aan op de regulering van warmte koude systemen conform de Warmtewet, zoals beschreven in paragraaf 2.1.3 van de nota van toelichting op de wijziging van het Warmtebesluit, d.d. 26 maart 2019. 7 In geval de WKO’s in samenwerkende deelnetten worden gerealiseerd maar niet fysiek gekoppeld zijn geldt dat per deelnet een BCRG-verklaring dient te worden afgegeven. Voor de energieprestatie van het warmteplan geldt dan een gemiddelde energieprestatie van de deelnetten gezamenlijk, echter in de gelijkwaardigheidstoets dient dan de energieprestatie van het betreffende deelnet te worden gebruikt als toetsende waarde. 6

20304773v1

#22429679v1

4.3

Energetische prestatie van het BeursNet vastgelegd in een BCRG-

gecontroleerde verklaring

De energetische prestatie van het Beursnet wordt uitgedrukt in een aantal indicatoren:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=82f43808-eed0-42d9-9249-829a12719dd2