Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 25 september 2025 1 2 3
Opening Vaststellen van de agenda van 25 september 2025 Vaststellen van de behandelvoorraad Lange_Termijnagenda commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 25 september 2025 Concept behandelvoorraad commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 25 september 2025 3.1 Raadsvoorstel Beleidsnota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa (WAAVA) Dossier 4793 voorblad Raadsvoorstel Beleidsnota Waarderen activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) Beleidsnota Waarderen activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) 3.2 Raadsvoorstel Benoeming plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman Dossier 4894 voorblad Raadsvoorstel Benoeming plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman Raadsvoorstel Evaluatie Utrechts Ombudsloket en wijziging Verordening gemeentelijke ombudsman 3.2.1 Utrecht Dossier 4893 voorblad Raadsvoorstel Evaluatie Utrechts Ombudsloket en wijziging Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht conceptversie Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht met wijzigingen conceptversie Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht ter besluitvorming Evaluatie Utrechts Ombudsloket kort samengevat 3.3 Raadsvoorstel Aanpassing Mandaatregeling Dossier 4895 voorblad Raadsvoorstel Aanpassing Mandaatregeling Mandaatregeling wijzigingen bijhouden raad 6 november 2025 3.4 Veiligheidsproblemen Bollendak en Hoog Catharijne 3.5 Verloren zaak: ‘online gebiedsverbod’ 3.6 Versterken
financiële functie 4 Transcripties Er zijn geen Transcripties ter kennisname. 5 Toezeggingen/Moties Ter vaststelling: Lijst aangenomen moties commissie Veiligheid, Bestuur en Veiligheid 25 september 2025 Lijst Toezeggingen en moties commissie Veiligheid, Bestuur en Veiligheid 25 september 2025 Toezeggingen en motielijst commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 25 september 2025 Lijst aangenomen moties commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 25 september 2025 6 Ingekomen stukken Geen. 7 Van uitvoering bij de gemeente naar de gemeenschap (beantwoording SV 2025, nr. 36) Wethouder: Oosters, Beleidsterrein: Samen Stad Maken Indicatieve behandeltijd: 30 minuten Geagendeerd door: Gert Dijkstra (EenUtrecht), Ruud Maas (Volt), Bert van Steeg (CDA) Agenderende fracties willen met elkaar en met het college in debat over hoe de gemeente actiever dan tot nu toe kan zorgen voor het ‘kantelen’ van de uitvoering van publieke taken ‘van gemeente naar de gemeenschap’.
Ofwel, wat is er (meer) nodig om ervoor te zorgen dat publieke taken (deels) door bewoners- en buurtorganisaties worden uitgevoerd in plaats van door de gemeente? Volgens het college gebeurt daarop al genoeg, maar tegelijkertijd wordt wel in de Voorjaarsnota 2025 bevestigd dat op de vraag van het college of de gemeenschap meer taken wil overnemen van de gemeente (in het kader van de bezuinigingen bij de gemeente) dit niet of nauwelijks van de grond komt. Kortom, wellicht is er dan toch meer nodig. Agenderende fracties hebben daar voorstellen voor of ideeën bij en brengen deze graag in. Dossier 4740 voorblad Beantwoording SV2025 nr 36 over Van gemeente naar gemeenschap 8 Advies Referendumcommissie voor het verbeteren van de Referendumverordening
8.1 8.2 9
10
Burgemeester, Beleidsterrein: Burgerzaken, Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door: Gert Dijkstra (EenUtrecht), Fred Dekkers (GroenLinks), Dirk-Jan van Vliet (D66), Ruud Maas (Volt), Aziz Kawak (PvdA), Bina Chirino (ChristenUnie), Louise de Vries (Partij voor de Dieren), Lars van Rooij (Student & Starter), Raphaël Klijn (UtrechtNu!). Agenderende fracties willen met elkaar in gesprek over de adviezen van de Referendumcommissie aan de gemeenteraad over een verbeterslag van de huidige Referendumverordening. Vragen van de fracties zijn: 1. Hoe beoordelen we de 12 adviezen? 2. Willen we deels of volledig deze adviezen verwerken in een iets aangepaste Referendum Verordening? Tevens vragen de fracties om een reflectie van het college op de adviezen. Uiteindelijk willen de fracties deze agenderen in de gemeenteraad zelf met als inzet om na te gaan op welke onderdelen een meerderheid van de raad ook graag wil dat de Verordening wordt aangepast. Vervolgens zal dat een verzoek gaan zijn aan het dagelijks bestuur van de raad om die aanpassingen door de griffie met ondersteuning van de Referendumcommissie te verwerken en in een finaal voorstel voor een vernieuwde Referendumverordening aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor te leggen.
Evaluatie inleidend referendumverzoek en advies inzake Referendumverordening Raadsbrief Reactie evaluatie referendumcommissie Raadsbrief Reactie evaluatie referendumcommissie Aanvullend advies Referendumcommissie n.a.v. Raadsbrief Reactie evaluatie Referendumcommissie Aanvullend advies Referendumcommissie n.a.v. Raadsbrief Reactie evaluatie Referendumcommissie Raadsbrief aanpak Femicide Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door: Claire Derckx (Stadsbelang Utrecht), Ruud Maas (Volt), Hanane Bittich (LINK), Maarten Koning (D66), Felice Cicero (Student & Starter), Hester Assen (PvdA), Tess Meerding (VVD), Mahaar Fattal (GroenLinks), Bert van Steeg (CDA), Sjaak van Bemmel (Partij voor de Dieren), Derk van bergen (ChristenUnie), Raphaël Klijn (UtrechtNu!) Naar aanleiding van de Raadsbrief van 10 juni 2025 en de beantwoording van SV 2025 nr. 84 over Femicide, cijfers schokkend hoog, willen bovenstaande fracties de gemeentelijke aanpak van Femicide agenderen. We weten dat de cijfers die gerapporteerd worden slechts het topje van de ijsberg zijn, volgens onderzoek is de meldingsbereidheid van slachtoffers en omstanders zeer laag. Daarbij dalen ogenschijnlijk de keren dat maatregelen als een tijdelijk huisverbod worden ingezet.
Er wordt pas contact gelegd met ketenpartners als politie en Moviera bij acute onveiligheid van slachtoffers. Wij willen graag een debat over wat de geleverde cijfers precies betekenen voor het gemeentelijke beleid en over wat de gemeente kan doen om dwingende controle en femicide al in een vroeg stadium te herkennen en adequaat in te grijpen om slachtoffers te voorkomen. Daarnaast horen we graag wat precies de beoogde rol en houding van de ketenpartners is bij de aanpak van gender gerelateerd geweld en femicide, ook in onderlinge samenhang. Ook bespreken we graag wat de rol van de ketenpartners zou moeten zijn bij het weerhouden van plegers, ook in het licht van de lage meldingsbereidheid van slachtoffers. Dossier 4840 voorblad Raadsbrief Aanpak femicide Beantwoording SV2025 nr 84 over Femicide, cijfers schokkend en hoog.
Hoe verkleinen we de risico's Link Country profile for Netherlands European Institute for Gender Equality Raadsbrief Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2024 Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 120 minuten Geagendeerd door: Bert van Steeg (CDA), Mahaar Fattal (GroenLinks), Tess Meerding (VVD), Derk van Bergen (CU), Hester Assen (PvdA), Raphaël Klijn (UtrechtNu!), Ruud Maas (Volt), Mahmut Sungur (DENK), Sjaak van Bemmel (Partij voor de Dieren), Felice Cicero (Student & Starter), Stevie Nolten (BIJ1) De fracties van CDA, GroenLinks, VVD, ChristenUnie, PvdA, UtrechtNu!, Volt, DENK, Partij voor de Dieren, Student &Starter en Bij1 hebben kennis genomen van de voortgangsrapportage Veiligheidsagenda die 9 april 2025 aan de raad is gestuurd. Deze fracties wensen een debat over de veiligheid in de stad en de voortgang die uit de rapportage blijkt. Daarbij willen zij in het bijzonder stilstaan bij de verantwoording van de voortgang van de ondermijningsaanpak en de manier waarop dat inzichtelijk is gemaakt. Daarnaast willen de fracties in debat over de zorgwekkende stijging van het aantal autokraken en incidenten met onbegrepen gedrag, zoals uit de cijfers uit de rapportage naar voren komt. Dossier 4636 voorblad Raadsbrief Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2024 Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2024
11
Beantwoording SV2025 nr 76 over Houd grip op veiligheidsontwikkelingen Raadsbrief Cameratoezicht Openbare Orde en Veiligheid Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door: Gert Dijkstra (EenUtrecht), Bert van Steeg (CDA), Tess Meerding (VVD), Mahaar Fattal (GroenLinks), Ruud Maas (Volt), Maarten Koning (D66), Sjaak van Bemmel (PvdD), Bina Chirino (ChristenUnie), Stevie Nolten (BIJ1), Hester Assen (PvdA), Raphaël Klijn (UtrechtNu!) en Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) Op basis van de Raadsbrief ‘Cameratoezicht 2024’ willen de agenderende fracties met elkaar en met de burgemeester in gesprek over de effectiviteit van de 91 camera’s openbare orde en veiligheid van de gemeente die worden ingezet conform beleidskader cameratoezicht 2023-2026.
De fracties EenUtrecht, CDA, VVD en Volt willen het kader tussentijds evalueren, aan de hand van de volgende vragen: Wordt de openbare orde en veiligheid in Utrecht tekortgedaan door het beperkt kunnen inzetten van het maximumaantal van 91 camera’s? Ander gezegd: is door het moeten verwijderen van tijdelijke flexibele camera’s vanwege het huidige beleidskader soms toch ook sprake van een achteruitgang van de (sociale) veiligheid en/of veiligheidsbeleving? Als alle camera’s onder gelijke condities worden gebruikt maakt het dan voor het kunnen voldoen aan de privacy-kaders nog uit of er 91 of 120 camera’s worden ingezet? Als we niet op basis van maximumaantal maar op basis van noodzakelijkheid, conform advies van politie en veiligheidsexperts, camera’s inzetten wordt de stad dan er eerder iets veiliger op? En zo ja, welke stappen moeten dan nu worden gezet? GL, D66, BIJ1 en PvdD onderschrijven deze vragen niet en willen in het debat benadrukken hoezeer uitbreiding van camera’s een inbreuk op privacy en veiligheid betekent. CU, PvdA en UtrechtNu! Willen graag expliciet in debat over de brief en over de effectieve inzet van camera's. Ten slotte ziet Stadsbelang Utrecht dat het huidige maximum van 91 camera’s soms wringt met de behoefte aan maatwerk in de stad. Veiligheid vraagt om flexibiliteit.
SBU pleit dan ook voor een evaluatie die niet alleen kijkt naar aantallen, maar vooral naar effectiviteit, lokale behoefte en betrokkenheid van bewoners. Als het privacykader duidelijk blijft, moet de inzet niet op aantallen vastlopen maar op reële veiligheidssituaties gebaseerd zijn. Dossier 4647 voorblad Raadsbrief cameratoezicht 2024
LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN 25 SEPTEMBER 2025 Onderwerp
Beleids-
Portefeuille
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Aangeboden/
Toelichting
veld
houder
aanbieden
termijn
aange-
kwartaal
kwartaal cie
kwartaal
wijziging planning
aan raad
Raads-
boden
cie
inhoudelijk
raads-
Gestopt
besluit
procedu-
behandeling
reel Voorjaarsnota 2025,
Financiën
eerste
Wethouder
2025 Q2
15-05-
Schilderman
Aangeboden
2025
bestuursrapportage 2025 en meelopende stukken Zienswijze
Financiën
meerjarenbegroting
Wethouder
2025 Q2
13-05-
Schilderman
Aangeboden
2025
BghU 2026 - 2029 Veiligheidsregio Utrecht
Openbare
Burgemeest
(VRU) zienswijze
Orde en
er Dijksma
ontwerpbegroting VRU
Veiligheid
2026 Q2
22-06-
2026 Q2
2026 Q2
2026 Q2
2026 Q4
2026 Q4
2026
2027 en jaarstukken 2025 Actualisatie financiële verordening
Financiën
Wethouder Schilderman
2026 Q4
20250722 Was Q4 2024, wordt Q4 2026. Om de nieuwe raad in de gelegenheid te brengen zich hierover uit te spreken, is de
LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN 25 SEPTEMBER 2025 Onderwerp
Beleids-
Portefeuille
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Aangeboden/
Toelichting
veld
houder
aanbieden
termijn
aange-
kwartaal
kwartaal cie
kwartaal
wijziging planning
aan raad
Raads-
boden
cie
inhoudelijk
raads-
Gestopt
besluit
procedu-
behandeling
reel planning van de financiële verordening aangepast naar Q4 2026. Zienswijze kadernota
Openbare
Burgemeest
2027 VRU
Orde en
er Dijksma
(Veiligheidsregio
Veiligheid
2025 Q4
10-03-
2026 Q1
2026 Q1
2026 Q1
2025 Q3
2025 Q4
2025 Q4
2026
Utrecht) Nota Verbonden Partijen
Financiën
Wethouder Schilderman
2025 Q2
20250526 Was Q4 2024, Wordt Q2 2025. De nota Verbonden Partijen wordt aangepast na de technische sessie op 28 november 2024. De planning is daarom aangepast naar Q2 2025.
LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN 25 SEPTEMBER 2025 Onderwerp
Beleids-
Portefeuille
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Aangeboden/
Toelichting
veld
houder
aanbieden
termijn
aange-
kwartaal
kwartaal cie
kwartaal
wijziging planning
aan raad
Raads-
boden
cie
inhoudelijk
raads-
Gestopt
Aangeboden
20250303 Was Q4
besluit
procedu-
behandeling
reel Nota WAAVA
Financiën
Wethouder
2025 Q2
Schilderman
15-072025
2025 Q2
2025 Q2
2025 Q2
2024, wordt Q2 2025. De operationalisatie van de Nota WAAVA op ambitie rond circulariteit wordt verder uitgewerkt. Daarnaast vindt hierover gesprek met de accountant plaats. De planning van de nota WAAVA is daarom aangepast naar Q2 2025.
Programmabegroting 2026, Tweede bestuursrapportage
Financiën
Wethouder Schilderman
2025 Q3
LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN 25 SEPTEMBER 2025 Onderwerp
Beleids-
Portefeuille
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Aangeboden/
Toelichting
veld
houder
aanbieden
termijn
aange-
kwartaal
kwartaal cie
kwartaal
wijziging planning
aan raad
Raads-
boden
cie
inhoudelijk
raads-
Gestopt
besluit
procedu-
behandeling
reel 2025 en Verordeningen 2026 Eindejaarswijziging
Financiën
2025 Beleidsnota
Financiën
Wethouder
Financiën
Wethouder
2025 Q2
15-05-
Schilderman
Veiligheidsregio Utrecht
Openbare
Burgemeest
(VRU) zienswijze
Orde en
er Dijksma
ontwerpbegroting VRU
Veiligheid
2024
2025 Q4
Schilderman
Resultaatbestemming
2026 en jaarstukken
2025 Q4
Schilderman
Risicomanagement Jaarstukken 2024 en
Wethouder
Aangeboden
2025 2025 Q2
12-062025
2025 Q2
2025 Q2
2025 Q2
Concept-behandelvoorraad commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 25 september 2025
3.1
Titel
Soort
Ontvangen
Beleidsterrein
Beschrijving
In commissie
Behandelduur en - wijze
Raadsvoorstel Beleidsnota Waarderen, Activeren en Afschrijven van vaste activa (WAAVA)
Raadsvoorstel
15-07-2025
Financiën
In dit raadsvoorstel wordt voorgesteld om de beleidskaders voor het waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) aan te passen. Het gaat hierbij om het verwerken van wettelijke ontwikkelingen uit de BBV en de besluitvorming uit de Voorjaarsnota 2024, maar ook om de invulling van enkele beleidskeuzes: - Restwaarde voor nieuwe investeringen in vaste activa toepassen als uitgangspunt; - Activeringsgrens naar 100.000 euro; - Componentenmethode beperkt gebruiken, alleen voor grond en investeringen waar dit een materieel financieel effect heeft;
06-11-2025
Tijd: 60 min
Het college kan - gezien de technische inhoud van het voorstel - een technische bijeenkomst over dit voorstel organiseren, als u hier behoefte aan heeft.
T.a.v. circulair investeren wordt voor het eerst gewerkt met restwaarden. Dit brengt o.a. kosten met zich mee voor de invoering. De dekking hiervoor wordt betrokken bij de eerstvolgende integrale afweging.
3.2
Raadsvoorstel Evaluatie Utrechts Ombudsloket en wijziging Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht
Raadsvoorstel
17-09-2025
Ombudszaken
In dit raadsvoorstel wordt voorgesteld om (mede naar aanleiding van de recent uitgevoerde evaluatie) de kinderombudsfunctie expliciet in de verordening te verankeren door deze taak integraal te beleggen bij de ombudsman. Verder wordt voorgesteld geen actief plaatsvervangend ombudsman te benoemen, maar in de plaats daarvan de secretaris van het Ombudsloket te benoemen als plaatsvervangend ombudsman die pas actief in functie treedt als de ombudsman langdurig zou uitvallen. Dit is een separaat raadsvoorstel.
06-11-2025
Tijd: 60 min Het DB adviseert daarnaast het separate raadsvoorstel ‘benoeming plaatsvervangend gemeentelijk ombudsman’ als A-punt naar de raadsvergadering van 20 november door te geleiden.
Concept-behandelvoorraad commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 25 september 2025
Titel
Soort
Ontvangen
Beleidsterrein
Beschrijving
In commissie
Behandelduur en - wijze
3.3
Raadsvoorstel Mandaatregeling
Raadsvoorstel
17-9-2025
Bestuurlijke Zaken
In dit raadsvoorstel wordt voorgesteld de Mandaatregeling gemeenteraad en burgemeester gemeente Utrecht op punten aan te passen. Zo wordt o.a. voorgesteld het college te mandateren om elektronische kanalen aan te wijzen voor het verzenden van officiële berichten, de bevoegdheid aan de griffier om besluiten te nemen over de herziening van subsidies aan fracties (bv. bij wijziging van de grootte) evenals de bevoegdheid om de jaarlijkse opdrachtbevestiging voor de accountant vast te stellen (na positief advies van de adviescommissie). Voorgesteld wordt dat de raad de burgemeester toestaat om de ondertekening op te dragen aan de griffier. In dat geval is alleen een handtekening van de griffier nodig waardoor het bestuurlijk proces rondom de stukken die van de raad uitgaan wordt versneld.
-
Gezien het technische karakter wordt voorgesteld dit onderwerp als A-punt door te geleiden naar de raad van 2 oktober.
3.4
Veiligheidsproblemen Bollendak en Hoog Catharijne
Agendering
19-6-2025
Openbare Orde en Veiligheid
De fracties van de VVD, CDA, CU en D66 willen graag in brede zin spreken over de veiligheidsproblematiek zoals die nu speelt in het stationsgebied. Dit thema ‘leeft’ in de stad en problemen lijken toe te nemen. In mei heeft de VVD al aangekondigd opnieuw een debat te willen agenderen over de veiligheidsproblematiek rondom het Bollendak. Inmiddels zijn er in dat kader meer nieuwsberichten en raadsbrieven naar buiten gekomen o.a. ook over de Nachtsluiting van Hoog Catharijne. De fracties willen daarbij ingaan op de wenselijkheid en effectiviteit van de maatregelen die nu genomen worden, en willen voorstellen doen voor aanvullende, alternatieve maatregelen. Dit debat raakt naast veiligheid ook aan de thema’s zorg, opvang en migratie en samenhang met landelijk beleid.
06-11-2025
Tijd: 120 min
Geagendeerd door: 1. 2. 3. 4.
VVD CDA CU D66
Concept-behandelvoorraad commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 25 september 2025
3.5
Titel
Soort
Ontvangen
Beleidsterrein
Beschrijving
In commissie
Behandelduur en - wijze
Verloren zaak: ‘online gebiedsverbod’
Agendering
10-7-2025
Openbare Orde en Veiligheid
Op 11 juni 2025 oordeelde de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in hoger beroep, aangespannen door de gemeente, net als in de voorgaande uitspraak dat de digitale groepschat Telegram niet kan worden aangemerkt als openbare plaats in de zin van de APV. Eveneens volgt uit de uitspraak dat het APVverbod zo moet worden begrepen dat de gedragingen die leiden tot wanordelijkheden plaats moeten vinden op of aan een openbare plaats. Ook geeft de uitspraak in hoger beroep perspectief: deze verwijst naar de landelijke wetgever om te komen met een wettelijke basis. D66 vindt dat de poging om een ‘online gebiedsverbod’ op te leggen van begin af een experiment was over de vraag hoe ver de reikwijdte van de APV strekt. Een experiment waar de online uiting van een minderjarige jongen die daarover ook strafrechtelijk vervolgd is, als onderwerp werd gebruikt. Na het eerste verlies in deze zaak werd er door de gemeente hoger beroep aangetekend, wat wederom gemeenschapsgeld kostte. Experts hadden de gemeente al gewaarschuwd dat dit kansloos zou zijn. Agenderende partijen willen met de burgemeester terugblikken op de gevolgen van hetgeen gebeurd is en vooruitkijken om dergelijke debacles in de toekomst te voorkomen.
De fracties van de VVD en CDA willen graag in debat over de uitspraak van de rechter van 11 juni 2025, waarin is uitgesproken dat het online gebiedsverbod niet had mogen worden opgelegd door de burgemeester. De fracties willen het graag hebben over de uitspraak zelf en over welke mogelijkheden er voor de gemeente wel zijn om op te treden tegen online opruiing.
06-11-2025
Tijd: 120 min
Geagendeerd door: 1. D66 2. EenUtrecht 3. UtrechtSolidair 4. VVD 5. LINK 6. DENK 7. GroenLinks 8. CDA 9. Volt 10. Horizon
Concept-behandelvoorraad commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 25 september 2025
3.6
Titel
Soort
Ontvangen
Beleidsterrein
Beschrijving
In commissie
Behandelduur en - wijze
Versterken financiële functie
Agendering
18-09-2025
Financiën
De fracties van Volt, VVD, CDA en GroenLinks willen met deze agendering de rol van de raad verstevigen in de inzet van de middelen (ruim 1 miljoen euro in 2025) voor versterking van de financiële functie binnen de ambtelijke organisatie. Deze versteviging bestaat uit meer dan agenderen in de adviescommissie Control& Financiën, wat een niet-politiek orgaan is. De fracties zien graag meer specifieke, structurele borging dan nu via de paragraaf bedrijfsvoering wordt gegeven. De beantwoording van de schriftelijke vragen geven nu onvoldoende vertrouwen dat het kunnen volgen en eventueel bijsturen vanuit de raad voldoende geborgd is.
06-11-2025
De wethouder heeft eerder toegezegd (ID 1008) de raad middels een raadsbrief in het najaar (Q4) 2025 te informeren over de voortgang van het programma versterken van de financiële functie.
Geagendeerd door: 1. 2. 3. 4.
Volt VVD CDA GroenLinks
Voorstel is deze brief bij het debat te betrekken en te agenderen in de commissie van 11 december 2025. Tijd: 60 min
Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer
4793
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
25 september 2025
Agendapunt
3.1
Titel
Raadsvoorstel Beleidsnota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa (WAAVA)
ID
5019
Behandelend ambtenaar
Miranda de Nooijer
Telefoon
0629088846
miranda.de.nooijer@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering
Stad Utrecht
Thema
Bestuur en ondersteuning
Portefeuillehouder
Wethouder Schilderman
Beleidsveld
Financiën
Referendabel
Nee
Reden niet referendabel
Sub e: Raadsvoorstel over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening, de hoogte van gemeentelijke tarieven of belastingen, en het invoeren, wijzigen of afschaffen van gemeentelijke tarieven of belastingen.
Raadsadviseur (lijst)
Jelmer Lok/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën
Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Veiligheid, Bestuur en
25 september 2025
Financiën Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Voorgesteld besluit
6 november 2025
Voorstel aan de gemeenteraad
Beleidsnota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Jurjen Bakker en M. de Nooijer 30464833 Volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Beleidsnota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa (WAAVA) vast te stellen, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de grondslagen voor waardering en activering van vaste activa, de afschrijvingsmethode- en -termijnen van vaste activa en het moment waarop de afschrijving van vaste activa begint, met als belangrijkste aanpassingen: a. Actuele wettelijke ontwikkelingen BBV; b. Verwerking besluitvorming Voorjaarsnota 2024; c. Invulling van de drie beleidskeuzes uit 2020; i. Restwaarde voor nieuwe investeringen in vaste activa toepassen als uitgangspunt; ii. Activeringsgrens naar 100.000 euro; iii. Componentenmethode beperkt gebruiken, alleen voor grond en investeringen waar dit een materieel financieel effect heeft; d. Circulair investeren; e. Aanscherping relatie met andere gemeentelijke kaders. 2. De Beleidsnota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa (WAAVA) per 1 januari 2026 in werking te laten treden en de Nota WAAVA die is vastgesteld op 20 februari 2020 per 1 januari 2026 in te trekken; het hanteren van restwaarde voor nieuwe investeringen in vaste activa in werking te laten treden op 1 januari na het jaar waarin de financiële dekking is geregeld, en de dekking van de uitvoeringskosten restwaarde mee te nemen bij de eerstvolgende integrale afweging.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Voorgesteld wordt om de beleidskaders voor het waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) aan te passen. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staan hiervoor de algemeen geldende regels. De Utrechtse spelregels met betrekking tot activeren en afschrijven in deze nota zijn hiervan afgeleid en geven de kaders voor: - De grondslagen voor waardering en activering van vaste activa - De afschrijvingsmethode en –termijnen van vaste activa - Het moment waarop de afschrijving van vaste activa begint De beleidsnota WAAVA betreft een nadere uitwerking van de Verordening financieel beleid en beheer en is opgesteld conform de uitgangspunten van de standaard voor de beleidscyclus. Wij geven via deze beleidsnota mede invulling aan de wens van de accountant om het beleid verder te uniformeren en de reguliere werkwijze vast te stellen. Deze nota is geactualiseerd met aangepaste BBV-regelgeving en eerdere besluitvorming door de raad bij de nota Beheer openbare ruimte en de Voorjaarsnota 2024. Daarin is voorjaarsnota de voorkeur voor dekking van de kapitaallasten in de exploitatie boven dekking vanuit een vaste activareserve aangescherpt. De kaders rondom restwaarde en het gebruik van de componentenmethode niet gewijzigd, wel zijn deze nader toegelicht.
De gemeente Utrecht gaat uit van dat alle nieuwe investeringen in vaste activa circulair zijn. In deze beleidsnota is dit uitgangspunt vertaald om een beter passende waardering van de activa (met restwaarde) en/of afschrijvingsperiode te hanteren.
Context Aanleiding Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad de nota ‘Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa’ (WAAVA) vastgesteld. De raad had aansluitend behoefte aan nadere informatie over een drietal beleidskeuzes. Dit betreft: - Restwaarde wel of niet toepassen - Ondergrens voor activeren van investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte wel of niet ongewijzigd laten op 5 miljoen euro - Componentenmethode wel of niet toepassen De uitwerking hiervan heeft, na overleg met zowel de adviescommissie Controle en Financiën als de accountant, geleid tot aanpassingen. Begin januari 2022 is er een nieuwe nota WAAVA in routing gebracht. Deze conceptversie is uiteindelijk niet ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. De invulling van de drietal beleidskeuzes is in deze beleidsnota meegenomen, omdat de benoemde beleidslijnen nog steeds legitiem zijn. In de voorliggende nota WAAVA zijn deze wijzigingen opgenomen.
Algemene uitgangspunten Bij de uitwerking van deze keuzes heeft het college de onderstaande uitgangspunten gehanteerd: - Het vergroten van het inzicht in het bezit van de gemeente - Het verduidelijken van de bevoegdheden van de raad - Het zoveel mogelijk uniformeren van de spelregels - Passend bij het financiële beleid van Utrecht - Waarbij de activa langdurig in goede staat worden gehouden - Met acceptabele administratieve lasten Toezegging (ID 808) In de commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte van 19 september 2024 is er door het college de toezegging gedaan om te onderzoeken of het mogelijk is om op individueel niveau bomen af te schrijven. De activeringsgrens voor investeringen van € 100.000 maakt niet mogelijk dat individuele bomen worden geactiveerd, omdat de aanschafwaarde van een boom lager ligt, gemiddeld circa 3.000 euro. Voor een activeringsgrens van € 100.000 is gekozen om de administratieve lasten te beperken (het bomenbestand bestaat uit ca. 160.000 bomen) Binnen een project kan er sprake zijn van meerdere bomen, waarvan de gezamenlijke aanschaf boven de activeringsgrens ligt. In die gevallen wordt wel afgeschreven. 2
Juridische context Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) heeft zijn grondslag in de gemeentewet en bevat onder andere regelgeving voor het opstellen van de Programmabegroting en Jaarstukken. Ook kent de BBV specifieke regelgeving en richtlijnen voor de waardering van activa. Artikel 10 van de Verordening financieel beleid en beheer gemeente Utrecht bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders de nota “Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa” (WAAVA) aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de raad. Voor de exacte afschrijvingstermijnen en -methode per actief stelt het college de afschrijvingstabel vast. Beoogd effect Een beleidskader dat actueel is en aansluit bij de BBV-regelgeving, eerdere besluitvorming in de raad en Utrechtse werkwijze. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Raadsbrief afschrijvingstabel vaste activa, 21 december 2021 - Raadsbesluit over nota Beheer Openbare ruimte,18 februari 2021. - Raadsbesluit Vaststelling Nota waarderen, activeren en afschrijven van vaste Activa (WAAVA), 20 februari 2020
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Beleidsnota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa (WAAVA) per 1 januari 2026 vast te stellen, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de grondslagen voor waardering en activering van vaste activa, de afschrijvingsmethode en -termijnen van vaste activa en het moment waarop de afschrijving van vaste activa begint, met als belangrijkste aanpassingen: a. Actuele wettelijke ontwikkelingen BBV; b. Verwerking besluitvorming Voorjaarsnota 2024; c. Invulling van de drie beleidskeuzes uit 2020; i. Restwaarde voor nieuwe investeringen in vaste activa toepassen als uitgangspunt;. ii. Activeringsgrens naar 100.000 euro; iii. Componentenmethode beperkt gebruiken, alleen voor grond en investeringen waar dit een materieel financieel effect heeft; d. Circulair investeren; e. Aanscherping relatie met andere gemeentelijke kaders.
Argumenten 1.1
De nieuwe nota biedt een actueel kader waarin de actuele BBV-regelgeving is verwerkt De commissie BBV actualiseert regelmatig de regelgeving door de regels te verhelderen in een vraag-en-antwoord rubriek en notities over specifieke thema’s te publiceren. In de tussentijd heeft de commissie BBV de notitie Rente 2023 en notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken 2023 gepubliceerd. We hanteren bij het opnemen van de wijzigingen het uitgangspunt dat wij onze kaders zowel mogelijk vastleggen in de beleidsnota WAAVA. Artikelen en onderwerpen die al geregeld worden in hogere regelgeving zoals gemeentewet of het besluit begroting en verantwoording, worden kort toegelicht in onze beleidsnota. In de beleidsnota WAAVA zijn de beleidskeuzes van de Gemeente Utrecht goed te herleiden doordat deze omkaderd zijn. Zoals:
3
Utrechtse keuze Bij alle investeringen wordt er in Utrecht per 2024 voor alle nieuwe investeringen begonnen met afschrijven vanaf 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedkomt. Met uitzondering van riolering, hierbij wordt het ideaalcomplex gehanteerd.
1.2
De nieuwe nota alle recente wijzigingen in de Utrechtse keuzes over investeren en afschrijven zijn opgenomen en het beleidskader daarmee volledig en actueel is. In de Voorjaarsnota 2024 zijn er een aantal financieel technische bezuinigingsmaatregelen genomen. Daarin is ook het besluit genomen om voor nieuwe investeringen vanaf 1 januari 2024 de start van het afschrijven vanaf 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin het actief gereedgekomen is. Voor 1 januari 2024 werd voor investeringen gestart met afschrijven op het moment van ingebruikname. Met het opnemen van dit besluit zijn alle relevante Utrechtse keuzes voor afschrijven opgenomen in deze nota.
1.3
In deze beleidsnota wordt invulling gegeven aan de drie beleidskeuzes uit 2020. Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad de nota ‘Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa’ (WAAVA) vastgesteld. De raad had aansluitend behoefte aan nadere informatie over een drietal beleidskeuzes. Dit betreft: - Restwaarde wel of niet toepassen. - Ondergrens voor activeren van investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte wel of niet ongewijzigd laten op 5 miljoen euro. De uiteindelijke activeringsgrens is naar aanleiding van de besluitvorming notitie BOR verlaagd naar €100.000 - Componentenmethode wel of niet toepassen. De invulling van de drietal beleidskeuzes zijn nu in deze beleidsnota opnieuw beoordeeld en de conclusies zijn meegenomen in deze nota. Voor het gebruik van restwaarde zijn de kaders gewijzigd, in verband met het beleidsuitgangspunt circulariteit. Voor het gebruik van de componentenmethode zijn de kaders niet gewijzigd, omdat de beleidslijnen en de keuzes die hiermee samenhangen nog steeds legitiem zijn.
1.4
De nota faciliteert de toepassing van de beleidsnota Utrecht Circulair 2030. Nieuw in deze nota is de toepassing van circulariteit als uitgangspunt voor de investeringen. De raad heeft op 12 december 2024 de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 vastgesteld. De gemeente Utrecht wil in 2030 de helft aan nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen gebruiken. Door middel van het toestaan van de restwaarde vaste activa, mits goed onderbouwd, faciliteert de nota WAAVA de keuzes die gemaakt zijn in de beleidsnota Utrecht Circulair 2030. Het concept van circulair bouwen wordt steeds vaker toegepast, ook binnen de gemeente Utrecht. Hergebruik van grondstoffen en materialen aan het einde van de levensduur is het uitgangspunt. Deze materialen vertegenwoordigen dan ook een waarde. Daartegenover staan de kosten voor demontage. Restwaarde is de opbrengstwaarde die na de gebruikstermijn nog gerealiseerd kan worden.
1.5
Door het verlagen van de ondergrens voor activeren naar 100.000 euro verkrijgen we beter zicht op de bezittingen van de gemeente. Met het vaststellen van de Nota BOR door de raad op 18 februari 2021 is de grens van activering van investeringen van objecten in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut vastgesteld op 100.000 euro. Dit betreft zowel nieuwe als vervangingsinvesteringen. Er kan namelijk geen onderscheid worden gemaakt in 4
de activeringsgrens en afschrijvingstermijnen voor vervanging en initiële aanleg (investeringen). De nota WAAVA wordt met dit besluit aangepast. De activeringsgrens van 100.000 euro sluit aan bij de meeste grote gemeenten. Van de G4 hanteren Rotterdam en ook Den Haag deze grens. Het verlagen van deze activeringsgrens sluit aan bij de aanbevelingen van de accountant (Management letter over het jaar 2019) over vaste activa om beter zicht op de bezittingen en het vermogen van de gemeente. Alle investeringen onder de 5 miljoen euro worden nu zichtbaar op de balans onder de post (im)materiële vaste activa. Ook worden deze investeringen gespreid over de jaren heen. Dit geeft een stabieler financieel beeld (zie ook onder Financiën). Door het gelijk trekken van de activeringsgrens voor investeringen met economisch en maatschappelijk nut ontstaat meer uniformiteit in het financieel beleid. Dit vergroot het inzicht in het bezit van de gemeente, vereenvoudigt de interpretatie van (kapitaals-) lasten en voorafgaand daaraan de beslissingen over nieuwe investeringen. 1.6
De nota borgt een behoedzaam begrotingsbeleid door het beperkt toepassen van de componentenmethode. De BBV biedt de mogelijkheid om een investering in zijn geheel te activeren en één afschrijvingstermijn te hanteren (onderhoudsbenadering) of het in termijnen af te schrijven die past bij de economische levensduur van de betreffende onderdelen (de zogenoemde componentenbenadering). Inventarisatie bij een aantal gemeenten levert een gemêleerd beeld op rond het gebruik van beide methoden. Amsterdam, Rotterdam en Groningen hanteren de onderhoudsbenadering. De componentenbenadering wordt met name toegepast bij gebouwen/panden. Utrecht blijft terughoudend met de toepassing van de componentenmethode. Overeenkomstig BBV-regelgeving wordt dit toegepast voor aankopen van grond, omdat over grond niet wordt afgeschreven. Uitzondering is de aankoop van grond ten behoeve van de aanleg van wegen. Nieuw in deze nota is dat we de methode gebruiken bij grote projecten, als er sprake is van materieel financieel effect op de jaarlijkse kapitaallasten door gebruik van verschillende afschrijvingstermijnen. Het aantal componenten wordt gemaximeerd op 3 tot 4. Om de administratieve lasten beperkt te houden wordt de verdeling van de kosten naar de componenten bepaald op basis van voorcalculatie (bijv. offerte). Grote herinrichtingsprojecten van de buitenruimte kunnen hiervoor in aanmerking komen.
In 2022 hebben we in overleg met de accountant deze methode voor een project toegepast. De motivatie voor het behouden van de onderhoudsbenadering is dat deze stabiliteit en voorspelbaarheid biedt voor totale investerings- en onderhoudslasten over de levensduur van een gebouw. Bij een componentenbenadering zijn de afschrijvingskosten in de eerste jaren hoger. Er wordt nl. voor de componenten met een kortere levensduur over een kortere periode afgeschreven. Dit geeft hogere kapitaallasten, terwijl ook de vervanging van de component ten laste van het onderhoudsprogramma kan plaatsvinden. Bij kostprijsdekkende huur is er dan sprake van aanloopverliezen. Daarnaast vraagt deze werkwijze extra capaciteit. De administratieve verwerking is complexer, omdat de afrekeningen gesplitst moeten worden in de verschillende componenten.
1.7
De beleidsnota geeft inzicht in de afbakening van de reikwijdte van deze nota en samenhang met andere beleidsnota’s. De beleidsnota WAAVA vloeit voort uit de Financiële verordening. Daarin staat 5
ook opgenomen op welke wijze de investeringen worden vrijgegeven door het verstrekken van een krediet. Daarna kan het investeringsbudget rechtmatig worden ingezet voor de aankoop of vervaardiging van een activum. De administratieve verwerking vindt plaats volgens de spelregels uit de beleidsnota WAAVA. Uitzondering hierop zijn de investeringen in grondexploitaties (nota Grondbeleid), de richtlijn voor het toerekenen van rente aan investeringen (Financieringsstatuut) en gebruik van activa reserves ter dekking van de kapitaallasten (nota Reserves). Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Het afwijken van de nota WAAVA kan een effect hebben op het financieel beeld. De beleidsnota maakt het mogelijk in specifieke gevallen af te wijken van de kaders uit de nota WAAVA. Indien hier sprake van is vraagt dit een apart raadsbesluit en wordt het financiële effect (voor- of nadelig) dit conform de reguliere werkwijze eerst betrokken bij de jaarlijkse integrale afweging bij de voorjaarsnota.
1.2
De restwaarde van nieuwe investeringen kan niet altijd worden onderbouwd. Het werken vanuit circulariteit is voor nieuwe investeringen standaard en daarom wordt voor deze investeringen in vaste activa een restwaarde gehanteerd, mits de restwaarde voldoende onderbouwd kan worden. De gemeente Utrecht is een voorloper wat betreft circulariteit. Ook andere gemeenten als bijvoorbeeld Amsterdam zijn nog volop aan het onderzoeken hoe zij invulling gaan geven in circulariteit en de bepaling van de restwaarde.
1.3
Het werken met een restwaarde vraagt om periodieke toetsing om vast te stellen of de boekwaarde (incl. de restwaarde) niet te hoog is gewaardeerd. De restwaarde kan in de loop van tijd wijzigen als gevolg van gebruik van de activa, verandering in de wetgeving of technische innovatie.
Beslispunt 2
De Beleidsnota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa (WAAVA) per 1 januari 2026 in werking te laten treden en de Nota WAAVA die is vastgesteld op 20 februari 2020 per 1 januari 2026 in te trekken; het hanteren van restwaarde voor nieuwe investeringen in vaste activa in werking te laten treden op 1 januari na het jaar waarin de financiële dekking is geregeld, en de dekking van de uitvoeringskosten restwaarde mee te nemen bij de eerstvolgende integrale afweging.
Argumenten 2.1
De nota maakt het hanteren van restwaarde mogelijk, mits deze kan worden onderbouwd. In de Nota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa wordt er voor het eerst gewerkt met restwaarde in verband met circulariteit. Er is ook landelijk nog weinig ervaring met circulaire investeringen en daarmee zijn er ook geen gegevens voorhanden om de restwaarde te onderbouwen. Voorlopig moet per project de restwaarde worden onderbouwd. De kosten daarvan zijn nog niet gedekt. Daarnaast vraagt het administratieve financiële systeem aanpassing om de nieuwe werkwijze mogelijk te maken, waarmee kosten zijn gemoeid. Zo lang deze kosten nog niet zijn gedekt, kan de restwaarde niet worden toegepast en worden de activa volledig afgeschreven.
6
Financiën De aanpassing van de beleidsnota WAAVA vloeit voort uit eerder besluitvorming in de raad over de nota Beheer Openbare en aanpassingen van de BBV-regelgeving. Deze aanpassingen hebben vooralsnog geen invloed op het financiële beeld, zoals is vastgesteld bij de Programmabegroting 2025-2028. De kosten om de invoering van restwaarde in verband met circulariteit mogelijk te maken bedragen 630.000 euro voor 1e jaar na invoering , 375.000 euro voor 2e jaar na invoering en 250.000 euro voor 3e jaar na invoering. Dit betreft tijdelijke ondersteuning door een adviesbureau bij restwaardebepaling van gebouwen en de implementatiekosten voor aanpassingen in het financieel systeem. De dekking van deze kosten worden betrokken bij de eerstvolgende integrale afweging, in lijn met de standaard voor de beleidscyclus. Een mogelijk structureel financieel effect van de keuze voor circulair investeren is nog niet te bepalen, omdat er landelijk en binnen de gemeente nog geen ervaring is opgedaan met de bepaling van restwaarde en het effect op de onderhouds- en beheerplannen. Bij het werken met een restwaarde dalen de jaarlijkse kapitaallasten, omdat er over een lager bedrag wordt afgeschreven. Dit brengt echter risico’s met zich mee. Door de lagere kapitaallasten is er aan het einde van de gebruiksduur c.q.
afschrijvingsperiode een lager budget beschikbaar voor vervanging, renovatie en/of groot onderhoud. Ook kunnen nieuwe ontwikkelingen en regelgeving van invloed zijn op de restwaarde. Zo zijn bijvoorbeeld bouwconcepten door de jaren heen sterk veranderd. Denk aan de trends van eenzijdig naar multifunctioneel en flexibel gebruik, de omschakeling van gas naar elektriciteit, eisen voor verduurzaming en de ontwikkeling naar circulair bouwen. Deze ontwikkelingen maken dat een pand niet alleen qua fysieke conditie veroudert, maar ook qua concept niet meer actueel kan zijn.
Vervolg De nota is van toepassing op het hele begrotingsjaar 2025 en wordt toegepast op de verwerking van activa in onze administratie.
Samen stad maken (voorheen: Participatie) Er heeft geen participatie met inwoners, bedrijven en instellingen plaats gevonden, omdat de nota met name de handelwijze van de gemeente betreft. Wel hebben we afstemming gezocht met andere gemeenten; welke keuzes hebben zij gemaakt? En waarom. De conceptversie van de nota is ook afgestemd met de accountant voor een toets op de wijze waarop wij zijn aanbevelingen hebben overgenomen en een inhoudelijke toets.
Communicatie Niet van toepassing. Dit betreft een aanpassing van het financiële beleid van Utrecht. Deze aanpassingen hebben geen effect voor inwoners, bedrijven en instellingen.
Niet-Referendabel Dit betreft een aanpassing. De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing op dit raadsvoorstel, want het betreft een raadsvoorstel over het financiële beleid van ten behoeve van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder d Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht)
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa Bijlagen informatief -
7
Beleidsnota waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) (ingangsdatum 1 januari 2026)
Beleidsnota ‘Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)’
1
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .......................................................................................................................................2 Samenvatting ..........................................................................................................................................4 A.
Inleiding ..........................................................................................................................................4 A.1
Leeswijzer ...............................................................................................................................5
A.2
Uitwerking kaderstelling .........................................................................................................5
B 1 Indeling van vaste activa ..................................................................................................................5 B 1.1 Materiële vaste activa (MVA) ....................................................................................................6 B 1.1.1 MVA met een economisch nut ...........................................................................................6 B1.1.2 MVA met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven .............................................................................................................................6 B 1.1.3 MVA in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut ...............................................6 B 1.2 Immateriële vaste activa ...........................................................................................................7 B 1.2.1 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen .........................................................7 B 1.2.2 Bijdragen aan activa in eigendom van derden ...................................................................7 B 1.3 Financiële vaste activa ...............................................................................................................8 B 2.
Waardering van materiële vaste activa ...........................................................................................8 B 2.1 Aankoopprijs ..............................................................................................................................8 B 2.2 Vervaardigingsprijs ....................................................................................................................8 B2.2.1 Indirecte kosten ...................................................................................................................8 B2.2.2 Toerekening van interne uren .............................................................................................9 B2.2.3 Toerekening van rente ......................................................................................................10 B.2.2.5 Onttrekkingen uit reserves ...............................................................................................11 B 2.2.6 Kosten voor sloop van gebouwen ....................................................................................11 B 2.3 Waardeverandering .................................................................................................................11 B 2.3.1 Actuele waarde, marktwaarde, economische waarde .....................................................11 B 2.3.2 Boekwaarde
......................................................................................................................11 B 2.3.3 Afwaarderen .....................................................................................................................12 B 2.3.4 Beslisboom afwaarderen (exclusief grond) ......................................................................13 B 2.4 Restwaarde en circulariteit ......................................................................................................13 B3 Activeren (van materiële vaste activa) ............................................................................................14 B 3.1 Criteria voor activeren .............................................................................................................14 B 3.3 Activa in ontwikkeling ..............................................................................................................15 B 4 Afschrijven ......................................................................................................................................15 B 4.1 Startmoment van de afschrijvingen ........................................................................................16 B 4.2 Afschrijvingstermijnen .............................................................................................................17 B 4.3 Categorieën
(afschrijvingstabel) ..............................................................................................17 Beleidsnota ‘Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)’
2
B 4.4 Componentenbenadering........................................................................................................18 B 4.5 Afschrijvingsmethoden ............................................................................................................18 B 4.5.1 Lineaire afschrijvingsmethode ..........................................................................................19 B 4.5.2 Annuïtaire afschrijvingsmethode......................................................................................19 B 4.5.3 Degressieve afschrijvingsmethode: ..................................................................................20 B 4.5.4 Progressieve afschrijving ..................................................................................................20 B 5 Rente ..............................................................................................................................................20 B 5.1 Omslagrente ........................................................................................................................20 B 5.2 Rente tijdens de bouw .............................................................................................................21 B 5.3 Rente tijdens de exploitatie .....................................................................................................21 B 6.1 Dekking uit structurele
inkomsten van derden ...................................................................22 B 6.2 Dekking uit structureel kapitaallastenbudget......................................................................22 B 6.3 Activareserve = kapitaallastenreserve .................................................................................22 C Monitoren, sturen en verantwoorden ..............................................................................................22 C 1 Juridische context en samenhang overig relevant beleid...........................................................22 C 1.1 Landelijke wetgeving ...........................................................................................................22 C 1.2 Gemeentelijk beleid.............................................................................................................23 C 2 Vaststellen kredieten en ophoging /verlaging van kredieten .....................................................23 C 3 Indicatoren voortgang en verantwoording.................................................................................23 C 4 Risicobeheersing .........................................................................................................................23 C 5
Financiën.....................................................................................................................................24 Bijlage 1 Overzicht Utrechtse keuzes ...................................................................................................25 Bijlage 2: Verklarende woordenlijst......................................................................................................27
Beleidsnota ‘Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)’
3
Samenvatting
Het doel van de beleidsnota waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa, kortweg WAAVA, is het stellen van kaders voor het financieel verwerken van investeringen in de begroting en administratie, zoals bepaald in artikel 10 van de Financiële verordening van de gemeente Utrecht. De nota WAAVA is relevant voor alle investeringen die de gemeente doet in de stad. Een deel van de gemeentelijke middelen gaat naar investeringen in de stad. Het uitgangspunt daarbij is dat de investering meerdere jaren meegaat. Dit heeft zijn weerslag in de exploitatiebegroting en de balans. Hoewel de grootste uitgaven voor een investering gedaan worden vóór het moment van oplevering, worden deze uitgaven in de exploitatiebegroting gespreid over de hele levensduur. Een investeringsbesluit betekent dus het aangaan van een meerjarige financiële verplichting. De investering wordt op de balans opgenomen als een bezit (activa) met een bepaalde waarde. Zo werd er bijvoorbeeld in 2024 circa 315 miljoen euro geïnvesteerd. Voorbeelden van deze investeringen zijn culturele voorzieningen en sportvoorzieningen, schoolgebouwen, wegen, rioleringen en groenvoorzieningen. Daarnaast zijn er ook investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering en investeringen in de circulaire economie zoals bijvoorbeeld het grondstoffendepot.
A. Inleiding
Nieuw in deze nota is het uitgangspunt dat vanaf nu dat alle investeringen in vaste activa (dat wil zeggen dat alles wat tastbaar is als bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw, een weg etc.) vanaf nu circulair zijn en dus een restwaarde hebben. De gemeentewet bepaalt in artikel 212, dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid, financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vaststelt. Het merendeel van de uitgangspunten is vastgelegd in de Verordening financieel beleid en beheer van de gemeente Utrecht. De beleidsnota WAAVA geeft hier voor de investeringen verdere uitvoering aan. Deze beleidsnota WAAVA vervangt de nota WAAVA die door de raad is vastgesteld op 20 februari 2020. De beleidsnota geldt voor alle investeringen, behalve voor investeringen binnen de grondexploitatie (Meerjaren Perspectief Ruimte). Voor investeringen in grondexploitaties geldt de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording en de Beleidsnota Grondbeleid. Daarnaast is de nota Beheer Openbare Ruimte van toepassing op investeringen in kapitaalgoederen in de openbare ruimte en de Beleidsnota Vastgoed op investeringen in vastgoed.
Periodiek worden de beleidsnota’s geactualiseerd met wettelijke ontwikkelingen in het BBV, wijzigingen voortvloeiend uit eerder genomen raadsbesluiten en een nadere invulling of heroverweging van de invulling van beleidskeuzes. Dit laatste om recht te doen aan actuele beleidsontwikkelingen. Nieuw in deze nota is de aandacht voor de investeringen in relatie tot circulariteit. Alle investeringen in de vaste activa behouden in principe een restwaarde van opnieuw bruikbare grondstoffen. De gemeente Utrecht is een voorloper wat betreft circulariteit. Andere gemeenten als bijvoorbeeld Beleidsnota ‘Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)’
4
Amsterdam zijn nog volop aan het onderzoeken hoe zij invulling gaan geven in circulariteit en de bepaling van de restwaarde. De raad heeft op 12 december 2024 de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 vastgesteld. De gemeente Utrecht wil in 2030 de helft aan nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen gebruiken. Dat is een ambitieuze tussenstap op weg naar een volledige circulaire gemeente in 2050. De gemeente moet tegen die tijd alle materialen hergebruiken, bijvoorbeeld op het gebied van afvalverwerking en het bouwen van huizen. Deze nota WAAVA sluit aan bij de uitgangspunten uit de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 door te werken met een restwaarde van de investeringen. Daarmee levert deze nota een bijdrage aan de circulaire transitie. Deze beleidsnota WAAVA gaat ervanuit dat in principe alle nieuwe investeringen in vaste activa circulair zijn en dat er sprake is van een restwaarde. Voorwaarde hierbij is wel dat deze goed is onderbouwd. Indien onvoldoende onderbouwing dan geldt een restwaarde van nul.
A.1 Leeswijzer In de beleidsnota WAAVA zijn de beleidskeuzes van de gemeente Utrecht zichtbaar in een omkaderde tekst. Deze beleidskeuzes zijn in principe van toepassing op alle investeringen. Als het college wil afwijken van beleidsnota c.q. de afschrijvingstabel wordt het voorgestelde alternatief onderbouwd ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
A.2 Uitwerking kaderstelling Uitgangspunt voor het financiële beleid is een duurzame meerjarenbegroting. Een begroting met ruimte voor noodzakelijke investeringen in onze stad en inwoners, die financieel in evenwicht is en leidt tot een gezonde financiële positie om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Ter verheldering van het beleid en de regelgeving gaat deze nota in op de theoretische achtergrond van de gehanteerde begrippen en wordt de hoofdlijn van de BBV-regelgeving toegelicht. De specifieke Utrechtse keuzes zijn voorzien van een kader om de tekst. De beleidsnota WAAVA behandelt de kaderstelling rondom de volgende onderwerpen: • • •
De grondslagen voor waardering en activering van vaste activa (Hoofdstukken B1, B2 en B3) De afschrijvingsmethode en –termijnen van vaste activa (Hoofdstuk B4.2 tot en met B4.5) Het moment waarop de afschrijving van vaste activa begint (Hoofdstuk B4.1)
B 1 Indeling van vaste activa
Kapitaalgoederen zijn de objecten met een meerjarig nut. Voorbeelden hiervan zijn wegen, bruggen, gebouwen en plantsoenen. Een relatief groot deel van het vermogen van de gemeenten zit besloten in kapitaalgoederen. Investeringen zijn de uitgaven die de gemeente doet voor de aanschaf of vervaardiging van kapitaalgoederen. Ook uitgaven die leiden tot een significante kwaliteitsverbetering, levensduurverlenging en/of aanpassing om aan wet- en regelgeving te voldoen worden aangemerkt als investering. Kapitaalgoederen (de totale investeringsuitgaven om het kapitaalgoed te realiseren) worden gewaardeerd op de balans als activa. Activa zijn de bezittingen van de gemeente op een bepaald moment, de waarde ervan is uitgedrukt in euro’s. Ze staan aan de debet-kant (linkerkant) van de Beleidsnota ‘Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)’
5
balans. De bezittingen kunnen vast zijn of vlottend naargelang hun looptijd. Deze nota gaat over de vaste activa; dat zijn de bezittingen met een looptijd van minimaal één jaar. We onderscheiden drie soorten vaste activa: • Materiële (B1.1), • Immateriële (B1.2) en financiële vaste activa (B1.3).
B 1.1 Materiële vaste activa (MVA) Materiële vaste activa (MVA) zijn de materiële bezittingen van de gemeente, die zij langdurig gebruikt voor haar beleidsrealisatie en bedrijfsvoering. De gemeente heeft het economisch eigendom. Enkele voorbeelden: het gemeentehuis, scholen, bedrijfsauto’s, rioleringen en sportvelden. In het BBV (artikel 35) wordt onderscheid gemaakt tussen MVA met een economisch nut, MVA met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven en MVA in openbare ruimte met een maatschappelijk nut. In deze beleidsnota maken we dit onderscheid niet, omdat we de kaders zoveel mogelijk eenduidig willen hanteren. Utrechtse keuze Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen materiële vaste activa met economisch nut, materiële vaste activa met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven en materiële vaste activa met maatschappelijk nut voor de activeringsgrens, looptijd en ingangsdatum. B 1.1.1 MVA met een economisch nut MVA hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of als ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Dit betekent onder andere dat voornamelijk gebouwen een economisch nut hebben; er is immers een markt voor gebouwen. Een vergelijkbare redenering geldt voor de verhandelbaarheid.
Indien ter bestrijding van kosten rechten of een heffing kan worden geïnd, dan spreken we ook van materiële vaste activa met een economisch nut. Dat een gemeente ervoor kan kiezen om voor diensten of producten geen of geen kostendekkend tarief voor te heffen, is niet relevant voor de vraag of een actief economisch nut heeft. Dit betreft met name investeringen in het rioolstelstel en afvalinzameling. B1.1.2 MVA met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Dit zijn investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn, waarvoor ook heffingen kunnen worden opgelegd, zoals investeringen in afval en riolering B 1.1.3 MVA in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Het criterium ‘maatschappelijk nut’ is niet hetzelfde als ‘maatschappelijke functie’. Dat laatste geldt voor het overgrote deel van het gemeentelijk bezit. Voor de duidelijkheid hanteert het BBV in geval van maatschappelijk nut de extra toevoeging ‘in de openbare ruimte’. MVA in de openbare ruimte