Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Onderwijs, Werk en Economie van 1 september 2022
1 2 3
Opening Vaststellen van de agenda van 1 september 2022 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Agenderingen Commissie Onderwijs Werk en Economie 1 september 2022.doc
3.1
Raadsvoorstel Verordening bekostiging leerlingenvervoer Raadsvoorstel Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht.docx Collegevoorstel bij RV Verordening bekostiging leerlingenvervoer.docx Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht.docx Toelichting verordening bekostiging leerlingenvervoer Utrecht.docx Vergelijking verordening bekostiging leerlingenvervoer (was-wordt).docx Kengetallen Forseti.pdf 2022 09 01 Behandelvoorraad OWE.docx
3.2
Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven OWE.docx
4
Verslagen Concept Verslag openbare vergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie van 2 juni 2022 - ter vaststelling 2022 06 02 Cioncept Verslag openbare vergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie.docx
5
Toezeggingen/Moties Lijst toezeggingen-moties-brieven OWE dd24 augustus 2022(inclusief voortgangsinformatie).pdf
6
Raadsbrief Update flitsbezorgers en Beantwoording van schriftelijke vragen 2022-38 en 2022-39 over de (opkomst van) flitsbezorg-diensten Wethouder Schilderman, beleidsterrein: Economische Zaken Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door M. Fattal (GroenLinks), R. Peters (D66), L. Snippe (Partij voor de Dieren), M. Talhaoui (PvdA) en L. Bode (Volt), de fracties van PVV, CDA, DENK, ChristenUnie, VVD en EenUtrecht Het aantal meldingen van overlast ervaren door flitsbezorging groeit alleen maar verder en ondertussen worstelen zowel gemeente als politiek met een concrete visie wat er met deze bezorgservices moet gebeuren. GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren zien dat er een behoefte aan flitsbezorging bestaat in de stad. Zij willen graag samen met andere partijen en het college in debat over welke kaders er nu bestaan en welke kaders verder ontwikkeld moeten worden om paal en perk te stellen aan de overlast, dichte gevels, overlast gevende mobiliteit en de hoeveelheid vervuiling en (eventuele) voedselverspilling die deze bezorgservices veroorzaken. Dossier 2660 voorblad Raadsbrief Update flitsbezorgers.docx.pdf Beantwoording SV 2022 nr. 38 over Opkomst Flitsbezorgdiensten.docx.pdf Beantwoording SV 2022 nr. 39 over Flitsbezorging.docx.pdf
7
Raadsbrief Evaluatie tijdelijke terrassen 2021 en technische wijzigingen beleidsregel terrassen
Wethouder Schilderman, beleidsterrein: Economische Zaken Indicatieve behandeltijd: 75 minuten Geagendeerd door R. Peters (D66), M. Fattal (GroenLinks), L. Bode (Volt), S. van den Brink (Student & Starter), M. Al-Saqaff (VVD), R. Penders (CDA) en L. Snippe (PvdD). Utrecht groeit, het aantal Utrechters groeit en na een tweejarige periode van lockdowns en beperkingen groeit ook de behoefte bij Utrechters om elkaar weer te ontmoeten op het terras. De ‘Evaluatie tijdelijke terrassen 2021’ concludeert dat de extra terrassen op sommige plekken in de stad tijdens de lockdown door een overgrote meerderheid als een toevoeging werden gezien. De agenderende fracties willen graag de evaluatie tijdelijke terrassen 2021 met bijbehorende raadsbrief agenderen. Doel van deze agendering is om gezamenlijk met de Raad te kijken of er overeenstemming kan worden bereikt over mogelijke plekken waar tijdelijke terrassen als succesvol en als een toevoeging werden ervaren. Op deze plekken kan vervolgens de mogelijkheid worden gecreëerd om hier – op een zorgvuldige manier permanente terrasvergunningen te verlenen. De agenderende fracties achten het van belang dat hier aantoonbaar draagvlak voor is bij omwonenden.
Gezien de toegenomen druk op de binnenstad achten de agenderende fracties het daarnaast van belang dat er ook nadrukkelijk wordt gekeken naar een uitbreiding van terrasmogelijkheden buiten de binnenstad. Dossier 2772 voorblad Raadsbrief Evaluatie tijdelijke terrassen 2021 en technische wijzigingen beleidsregel terrassen.docx.pdf Evaluatie Tijdelijke Terrassen 2021 Gemeente Utrecht.pdf 8
Raadsvoorstel Herziening legesverordening m.b.t. evenementen en bijschrijving leidinggevenden in horeca Wethouder Schilderman, beleidsterrein: Economische Zaken Indicatieve behandeltijd: 15 minuten Om ondernemers en culturele instellingen te ondersteunen bij de herstart na beëindiging van de coronamaatregelen, stelt het college de raad voor een wijziging van de verordening leges 2022 vast te stellen, waarbij: a. het tarief van nul euro wordt vastgesteld voor het dit kalenderjaar bijschrijven van de eerste 8 leidinggevenden in het aanhangsel bij de horecavergunning als bedoeld in artikel 30a, tweede lid van de alcoholwet en artikel 15 Horecaverordening Utrecht. b. het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in Artikel 5:7a en 5:7b Algemene plaatselijke verordening (voor het houden van een binnen evenement of buitenevenement) met 50% wordt verlaagd. Aanleiding voor het voorstel is een aangenomen en een overgenomen motie van begin dit jaar. Het college stelt voor de aanpassingen met terugwerkende kracht naar 1 januari 2022 te verlenen. De geschatte kosten zijn € 500.000. Dossier 2659 voorblad Raadsvoorstel Herziening legesverordening evenementen en bijschrijving leidinggevenden in horeca.docx Wijzigingsbesluit legesverordening evenementen en bijschrijving.docx
9
9.1
Loten voor de middelbare school (PoVo regeling) oorzaken en oplossingen Wethouder Eerenberg, Beleidsterrein: Onderwijs Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door H. Assen (PvdA); M. Vermeulen (Groenlinks); B. van der Wilt (D66); S. Nolten (Bij1); B. van Steeg (CDA); M. Al-Saqaff (VVD).. Dit jaar zijn zo’n 250 Utrechtse leerlingen uitgeloot op de eerste middelbare school van hun keuze. Voor deze leerlingen en hun ouders is dit erg ingrijpend, te meer na uitloting ook vaak de scholen van hun tweede of derde keuze vol zitten. De methode waarmee de loting wordt uitgevoerd met een notaris is eerlijk maar niet transparant. De fracties willen in gesprek over deze methode (PoVo-regeling), de oorzaken dat geloot moet worden en mogelijk andere manieren hiermee om te gaan. We willen bijvoorbeeld inzicht in ervaringen in andere gemeenten. Mogelijk zijn er ook al lessen te leren obv de ervaringen met het nieuwe aanmeldbeleid voor de basisschool. We zien dit jaar dat er geloot is voor drie brede scholengemeenschappen en willen graag meer inzicht in de stromingen waar dit om gaat en wat dat zegt, ook in relatie tot de ontwikkeling van het aantal leerlingen de komende jaren.
Op basis van de uitkomsten van de Raadsinformatiebijeenkomst willen de fracties in gesprek met de wethouder en elkaar over de alternatieven voor de huidige methode van loting en manieren om komend jaar te voorkomen dat opnieuw zoveel Utrechtse leerlingen en hun ouders teleurgesteld zijn omdat zij uitgeloot worden op de eerste school van hun keuze en daardoor uiteindelijk zelfs buiten Utrecht een school moeten zoeken. Beantwoording SV 2022, nr. 110 over Loten voor de middelbare school, vooral voor VMBO leerlingen Dossier 2876 voorblad Beantwoording SV 2022 nr 110 over Loten voor de middelbare school, vooral voor VMBO leerlingen.docx.pdf
Agenderingen Commissie Onderwijs, Werk en Economie (OWE) (PROCEDUREEL vast te stellen op 1 september 2022)
Stukken vanuit het college Datum, soort stuk en onderwerp, wethouder
Verzoek (wat vraagt de afzender?)
Datum: 8 juni 2022
Om ondernemers en culturele instellingen te ondersteunen bij de herstart na beëindiging van de coronamaatregelen, stelt het college de raad voor een wijziging van de verordening leges 2022 vast te stellen, waarbij: a. het tarief van nul euro wordt vastgesteld voor het dit kalenderjaar bijschrijven van de eerste 8 leidinggevenden in het aanhangsel bij de horecavergunning als bedoeld in artikel 30a, tweede lid van de alcoholwet en artikel 15 Horecaverordening Utrecht. b. het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in Artikel 5:7a en 5:7b Algemene plaatselijke verordening (voor het houden van een binnen evenement of buitenevenement) met 50% wordt verlaagd.
Soort stuk: Raadsvoorstel Herziening legesverordening m.b.t. evenementen en bijschrijving leidinggevenden in horeca Wethouder: Susanne Schilderman Beleidsterrein: Economische Zaken Commissiegriffier: Willemien Kok.
Datum: 5 juli 2022 Soort stuk: Raadsvoorstel Verordening bekostiging leerlingenvervoer Wethouder: Eelko Eerenberg
Behandeladvies griffie (+ datum, + behandelduur+uitnodigingen+ meepraters/toehoorders) Besluit per app d.d. 21 juni 1. Agenderen voor de commissie OWE van 1 september 2022 2. Tijd:15 minuten
Aanleiding voor het voorstel is een aangenomen en een overgenomen motie van begin dit jaar. Het college stelt voor de aanpassingen met terugwerkende kracht naar 1 januari 2022 te verlenen. De geschatte kosten zijn € 500.000. De huidige verordening die regelt dat ouders in bepaalde situaties een vergoeding kunnen krijgen voor vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school is uit 2015. De VNG heeft een nieuwe modelverordening opgesteld. De Utrechtse verordening wordt met dit raadsvoorstel hieraan aangepast en is volgens het college hierdoor logischer en duidelijker. Het vaststellen van deze regeling is een wettelijke plicht van de gemeenteraad. De basisgedachte van de oude en nieuwe verordening is ouders en
Voorstel 1. Agenderen voor de commissie OWE van 29 september 2022 2. Tijd: 30 minuten
Beleidsterrein: Onderwijs
verzorgers financieel in de kosten te ondersteunen wanneer hun kind gebruik moet maken van een vorm van leerlingenvervoer.
Commissiegriffier: Willemien Kok.
Het college geeft aan dat het wenselijk is dit voorstel inhoudelijk te behandelen in de commissie van 29 september.
2
3.1 Raadsvoorstel Verordening bekostiging leerlingenvervoer 1 Raadsvoorstel Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Onderwijs Maatschappelijke Ontwikkeling Marianne van Teunenbroek 10194428 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening Bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht vast te stellen, die regelt dat ouders in bepaalde situaties een vergoeding kunnen krijgen voor het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school, met als belangrijkste wijziging dat de verordening in lijn is gebracht met de nieuwe modelverordening van de VNG. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting De nu voorliggende nieuwe Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht is in lijn gebracht met de nieuwe modelverordening van de VNG. Inhoudelijk zijn er geen relevante afwijkingen ten opzichte van de huidige verordening.
Context Aanleiding Deze verordening regelt dat ouders in bepaalde situaties een vergoeding kunnen krijgen voor het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft. De verordening is vernieuwd omdat deze gebaseerd is op de modelverordening van de VNG uit 2015. De VNG heeft in december 2020 een nieuwe geheel gewijzigde versie gepubliceerd. Ook de Utrechtse verordening passen we hier op aan. Hoewel de verordening in vorm is gewijzigd, is de inhoud gelijk gebleven. En ook de basisgedachte is nog dezelfde: ouders en verzorgers financieel ondersteunen in de kosten die zij moeten maken wanneer hun kind gebruik moet maken van een vorm van leerlingenvervoer. De twee Utrechtse verordeningen vergelijkend is er ten opzichte van 2015 niets substantieel gewijzigd. Voor de volledigheid is er een overzicht bijgevoegd van de verschillen van de geactualiseerde Utrechtse verordening ten opzichte van de nieuwe modelverordening van de VNG uit 2020. Deze afwijkingen zijn gelijk aan die in 2015. Derhalve hebben de doorgevoerde wijzigen geen grote gevolgen voor burgers die nu recht hebben op de bekostiging van leerlingenvervoer.
Juridische context Elke gemeente heeft de wettelijke plicht om bij verordening een regeling vast te stellen met betrekking tot het leerlingenvervoer ingevolge de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op de Expertisecentra (WEC) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). Op grond van artikel 108, tweede lid van de Gemeentewet is de raad bevoegd om deze verordening vast te stellen. Beoogd effect De afstand naar de school,of het feit dat een kind wegens een structurele handicap niet zelfstandig naar school kan vormt geen belemmering om gebruik te kunnen maken van passend onderwijs.. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De huidige verordening leerlingenvervoer is vastgesteld door de raad in 2015.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Verordening Bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht vast te stellen, die regelt dat ouders in bepaalde situaties een vergoeding kunnen krijgen voor het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school, met als belangrijkste wijziging dat de verordening in lijn is gebracht met de nieuwe modelverordening van de VNG.
Argumenten 1.1
Hiermee voldoet de verordening aan de in 2020 geactualiseerde modelverordening van de VNG en is de verordening logischer en duidelijker. Eind 2020 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een bepaling van de modelverordening leerlingenvervoer onverbindend verklaard. Verder wordt er in de huidige verordening verwezen naar de Reisregeling binnenland, die in 2020 is vervallen en zijn er tekstuele onjuistheden geconstateerd. De VNG heeft de modelverordening in december 2020 geactualiseerd. De vernieuwde Utrechtse verordening is qua inhoud in lijn gebracht met de geactualiseerde landelijke VNG modelverordening. 2
Door de nieuwe opzet van de verordening is deze logischer en duidelijker. De nieuwe verordening heeft een andere indeling en kent tekstuele aanpassingen. Daarmee wordt duidelijker dat eerst het recht op een vergoeding wordt vastgesteld (beoordelingsfase) en daarna wordt onderzocht welke vergoeding passend is (onderzoeksfase). De basisgedachte is gelijk gebleven; ouders en verzorgers financieel ondersteunen in de kosten die zij maken wanneer hun kind gebruik maakt van een vorm van leerlingenvervoer. 1.2
De actualisatie van de verordening maakt leerlingenvervoer niet duurder Aangezien er nauwelijks wijzingen in de verordening zijn doorgevoerd ten opzichte van de verordening uit 2015, zijn de financiële effecten van de wijzigingen kostenneutraal. Deze worden inzichtelijk gemaakt in het overzicht met kengetallen omtrent Leerlingenvervoer opgesteld door bureau Forseti.
1.3
De uitgangspunten van de verordening leerlingenvervoer worden gedragen door belanghebbenden. In twee brede klankbordgroepbijeenkomsten in april en mei 2022 is met vertegenwoordigers van de meest betrokken scholen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs afgestemd over de manier waarop leerlingenvervoer nu geregeld is en welke verbeterpunten er zijn. De conclusies van deze bijeenkomsten leidden ertoe dat inhoudelijk geen grote wijzigingen in de verordening zijn doorgevoerd ten opzichte van de Utrechtse verordening uit 2015.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
De wijzigingen in de verordening zijn kostenneutraal, maar de groep die aanspraak maakt op bekostiging van leerlingenvervoer groeit. Door feitelijk niets te wijzigen aan de verordening kunnen de absolute kosten voor leerlingenvervoer stijgen indien er meer gebruik gemaakt wordt van vervoer. De huidige stand van zaken wat betreft gebruik van leerlingenvervoer wordt inzichtelijk gemaakt in het overzicht met kengetallen omtrent Leerlingenvervoer opgesteld door bureau Forseti.
Financiën De actualisatie van de verordening bekostiging leerlingenvervoer heeft geen financiële gevolgen voor de kosten van het leerlingenvervoer.
Vervolg Deze verordening is referendabel, daarom is er een termijn van vijf weken voor inwerkingtreding van toepassing. Om de verordening op 1 januari 2023 in werking te laten treden is het daarom wenselijk dat de inhoudelijke behandeling in de commissie OWE plaatsvindt op uiterlijk 29 september 2022. Nadat de gemeenteraad de verordening heeft vastgesteld, is deze per 1 januari 2023 van kracht. Er is een overgangsregeling omschreven. Utrechtse scholen, ouders en leerlingen worden in het najaar van 2022 geïnformeerd over de nieuwe verordening en over de gevolgen die er mogelijk voor hen ontstaan. Daarnaast wordt in het najaar van 2022 een nieuwe beleidsregel ontwikkeld voor leerlingenvervoer, op basis van de gesprekken met belanghebbenden in de stad. In die gesprekken kwamen inzichten naar voren die weliswaar niet onderbracht konden worden in de verordening, maar die wel een plek kunnen krijgen in de werkwijze van de gemeente Utrecht. De beleidsregel wordt t.z.t. ter vaststelling aangeboden aan het College van B&W.
Participatie In twee brede klankbordgroepbijeenkomsten in april en mei 2022 is met vertegenwoordigers van de meest betrokken scholen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs afgestemd over de manier waarop leerlingenvervoer nu geregeld is en welke verbeterpunten er zijn. 3
Communicatie De meest betrokken scholen en de samenwerkingsverbanden zijn apart geïnformeerd over de relevante wijzigingen in deze verordening en hebben hun input op de verordening gegeven in twee bijeenkomsten in april en mei 2022, Daarnaast worden ouders voor de aanvragen van 2023-2024 geïnformeerd over de nieuwe verordening. De bekendmaking wordt gedaan via www.officiëlebekendmakingen.nl. De verordening wordt gepubliceerd op www.overheid.nl.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht Bijlagen informatief - Wijzigingsoverzicht - Overzicht Kengetallen Forseti
4
1 Collegevoorstel bij RV Verordening bekostiging leerlingenvervoer.docx
Voorstel aan het college van B&W
Raadsvoorstel Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht Beleidsveld Portefeuillehouder Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum College Geheim
Onderwijs Eelco Eerenberg Maatschappelijke Ontwikkeling Marianne van Teunenbroek 10194428 5 juli 2022 Nee
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het raadsvoorstel Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht vast te stellen.
1 Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht.docx
Verordening bekostiging
leerlingenvervoer gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; -
-
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 juli 2022;
gelet op: artikel 108, tweede lid van de Gemeentewet, artikel 4 van de Wet op het primair
onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
gezien het advies van de commissie Onderwijs, Werk en Economie van 29 september 2022
Besluit vast te stellen de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; b. afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; c. begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; d. deskundige: onafhankelijk medisch, gedrags- of pedagogisch deskundige; e. eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; f. gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; g. inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; h. leerling: de leerling die is ingeschreven en/of onderwijs volgt bij een school als bedoeld in dit artikel; i.
ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld.;
j.
OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs; k. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer; l. opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer; m. ouders: ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling of de meerderjarige handelingsbekwame leerling; n. reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; o. samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2°. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3°.
voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs; p. school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: 1°. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2°. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; 3°. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4°. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; q. stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding; r. toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school, dan wel een Utrechtse taalschool voor het basisonderwijs;; s.
vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerling die aansluiting onmogelijk maakt; t. vervoersvoorziening: 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
u. woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft
Artikel 2 Doel Deze verordening heeft als doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
Hoofdstuk 2 Aanvraag van de vervoersvoorziening Artikel 3 Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij burgemeester en wethouders van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3. De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling. 4. Burgemeester en wethouders besluiten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 5. Burgemeester en wethouders kunnen de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. 6. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
Artikel 4 Zelfstandigheid en zelfredzaamheid Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin.
Artikel 5 OOGO met het samenwerkingsverband Burgemeester en wethouders nemen het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met het samenwerkingsverband.
Artikel 6 Algemene voorwaarden voor de beoordeling van de vervoersvoorziening
1. Ten behoeve van het schoolbezoek kennen burgemeester en wethouders aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Als burgemeester en wethouders toepassing geven aan het eerste lid, verlangen burgemeester en wethouders van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling. 5. Burgemeester en wethouders bepalen bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 6. Burgemeester en wethouders kunnen aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. 7.
Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning dan wel opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. 8. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.
Artikel 7 Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening
1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan burgemeester en wethouders. 2. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3. Als de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en burgemeester en wethouders een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.. 4. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als burgemeester en wethouders vaststellen dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d.
sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer.
5. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het vervoer berust bij de ouders. 6. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
Hoofstuk 3 Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op een vervoersvoorziening
Artikel 8 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 3. Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; b. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod.
Artikel 9 Afstandsgrens 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of c. speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer. 2. In afwijking van het eerste lid wordt voor een leerling van zowel het (speciaal) basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs als het voortgezet onderwijs, die gehandicapt is, geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een
gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders hierover advies vragen aan een deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.
Artikel 10 Aanwijzing opstapplaats 1. Burgemeester en wethouders kunnen bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. 2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling van en naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 3. Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is.
Artikel 11 Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 18 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft bepalend.
Artikel 12 Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.
Artikel 13 Schooltijden en wachttijden 1. Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt.
Artikel 14 Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente Utrecht, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de gemeente Utrecht.
2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente Utrecht, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.
Artikel 15 Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een aanvraag dan wel wijziging ingediend. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer, met toestemming van ouders, bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden. 3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen maximale straal van de woning of de school. 4.
Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 5. Burgemeester en wethouders kunnen het stagecontract opvragen.
Hoofdstuk 4 Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening
Artikel 16 Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Burgemeester en wethouders betrekken bij de verstrekking van de vervoersvoorziening eventuele vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoeden burgemeester en wethouders geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.
Artikel 17 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekken burgemeester en wethouders aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer. 2. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer
per fiets, verstrekken burgemeester en wethouders de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan 9 cent per kilometer gemeten langs de kortste afstand.
Artikel 18 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider
1. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van burgemeester en wethouders genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. door de ouders van de leerling waarvoor een ontwikkelingsperspectiefplan is opgesteld, ten behoeve van het burgemeester en wethouders genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of c. een leerling gehandicapt is, zoals bedoeld in artikel 1. 2. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan 9 cent per kilometer gemeten langs de kortste afstand. 3. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
Artikel 19 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan 45 minuten onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en door de ouders ten behoeve van burgemeester en wethouders genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.
Artikel 20 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan 9 cent per kilometer gemeten langs de kortste afstand; b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of c. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. Deze vergoeding bedraagt het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer. 3. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, éénmalig een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4.
Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging van burgemeester en wethouders ontvangen, wordt door burgemeester en wethouders geen bekostiging verstrekt.
Artikel 21 Bekostiging andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.
Artikel 22 Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie 1. Met inachtneming van artikel 8 kennen burgemeester en wethouders desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2. Burgemeester en wethouders kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het eerste lid bedoelde schoolvakanties. 3. Burgemeester en wethouders kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 4. Artikel 19, aanhef en onder a, is niet van toepassing.
Artikel 23 Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage
1. Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2. In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij bedragen: Inkomen in euro’s 0 - € 36.900 € 36.900 - € 43.650 € 36.900 € 43.650 - € 50.400 € 50.400 - € 56.700 € 56.700 - € 64.800 € 64.800 - € 71.100 € 71.100 en verder
Eigen bijdragen in euro’s per gezin Nihil € 145 € 630 € 1.170 € 1.715 € 2.300 Voor elke € 5.000,-; € 550 erbij
4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-. 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 24 Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de regeling niet voorziet
In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.
Artikel 25 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.
Artikel 26 Intrekking De Verordening leerlingenvervoer gemeente Utrecht 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 27 Overgangsbepalingen 1. Aanvragen en wijzigingen die na het van kracht worden van deze verordening zijn aangevraagd worden beoordeeld volgens deze verordening. 2. Rechthebbenden van wie het recht wijzigt als gevolg van deze verordening, houden recht op de voorziening volgens de Verordening leerlingenvervoer gemeente Utrecht 2015. Wijzigingen van reeds afgegeven beschikkingen en nieuwe beschikkingen worden beoordeeld volgens de nieuwe verordening.
Artikel 28 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023.
Artikel 29 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>. De burgemeester,
Sharon A.M. Dijksma De griffier,
Merel van Hall
1 Toelichting verordening bekostiging leerlingenvervoer Utrecht.docx
Toelichting verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht Inhoudsopgave Algemene toelichting op de verordening .................................................................................................2 Artikel 1................................................................................................................................................3 Artikel 2................................................................................................................................................7 Hoofdstuk 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening ...............................................................................8 Artikel 3................................................................................................................................................8 Artikel 4..............................................................................................................................................10 Artikel 5..............................................................................................................................................10 Artikel 6..............................................................................................................................................11 Artikel
7..............................................................................................................................................12 Hoofdstuk 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening .....................14 Artikel 8..............................................................................................................................................14 Artikel 9..............................................................................................................................................17 Artikel 10............................................................................................................................................17 Artikel 11............................................................................................................................................18 Artikel 12............................................................................................................................................19 Artikel 13............................................................................................................................................19 Artikel 14............................................................................................................................................20 Artikel
15............................................................................................................................................21 Hoofdstuk 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening..................22 Artikel 16............................................................................................................................................22 Artikel 17............................................................................................................................................22 Artikel 18............................................................................................................................................23 Artikel 19............................................................................................................................................24 Artikel 20............................................................................................................................................26 Artikel 21............................................................................................................................................27 Artikel 22............................................................................................................................................27 Artikel
23............................................................................................................................................29 Hoofdstuk 5. Slotbepalingen..................................................................................................................31 Artikel 24............................................................................................................................................31 Artikel 25............................................................................................................................................31 Artikel 26............................................................................................................................................31 Artikel 27............................................................................................................................................32 Artikel 28............................................................................................................................................32 Artikel 26............................................................................................................................................32
1
Algemene toelichting op de verordening Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school groot, of kan het kind wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig naar school. Ouders kunnen dan een beroep doen op de Verordening bekostiging leerlingenvervoer. Wettelijke plicht De Gemeenteraad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor het leerlingenvervoer. In artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO), artikel 4, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (hierna: WVO) en artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra (hierna: WEC), heet het ‘de bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten ten behoeve van het schoolbezoek’. Het gaat hierbij zowel om scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en regulier voortgezet onderwijs die zijn aangesloten bij samenwerkingsverbanden primair of voortgezet onderwijs, als om instellingen voor cluster 1 en cluster 2. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer geeft uitvoering aan deze opdracht aan de gemeentebesturen. Naast voorschriften voor de wijze waarop ouders de aanvraag kunnen indienen, bevat deze verordening criteria aan de hand waarvan ouders aanspraak kunnen maken op een vervoersvoorziening.
Uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer is zodanig opgebouwd, dat eerst het recht op een vergoeding wordt vastgesteld, waarna onderzocht wordt welke vergoeding wordt verstrekt. Vervoersvoorziening In de Verordening bekostiging leerlingenvervoer wordt het begrip ‘vervoersvoorziening’ gehanteerd. Dat houdt in dat er niet altijd sprake is van een kostendekkende betaling. Zo is ook een voorziening mogelijk in de vorm aangepast vervoer, dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen. Het college van burgemeester en wethouder (hierna: het college) bepaalt in welke vorm de voorziening wordt verstrekt. Het vervoer dient echter te allen tijde passend te zijn. Uitgangspunt van de regeling is bekostiging van het openbaar vervoer. Wanneer de leerling door zijn structurele handicap geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, zelfs niet met begeleiding, komt hij in aanmerking voor aangepast vervoer. Als ouders aangeven hun kind zelf te willen vervoeren dienen ze hiervoor toestemming te vragen aan het college. De bekostiging van het vervoer is vervolgens gebaseerd op de vervoersvoorziening waar de ouders voor in aanmerking komen. Het college kan toestemming weigeren op grond van de kosten.
2
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; b. afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; c. begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; d. deskundige: onafhankelijk medisch, gedrags- of pedagogisch deskundige; e. eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; f. gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; g. inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; h. leerling: de leerling die is ingeschreven en/of onderwijs volgt bij een school als bedoeld in dit artikel; i.
ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld.; j. OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs; k. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer; l. opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer; m. ouders: ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling of de meerderjarige handelingsbekwame leerling; n.
reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; o. samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2°. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs; p. school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: 1°. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2°. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; 3°.
het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4°. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; q. stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding;
3
r. toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school, dan wel een Utrechtse taalschool voor het basisonderwijs;; s. vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerling die aansluiting onmogelijk maakt; t. vervoersvoorziening: 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; u. woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft Afstand De afstand dient consequent te worden gemeten. Er wordt voor elke afstand eenzelfde, professionele routeplanner gehanteerd. De route hoeft overigens niet in alle gevallen toegankelijk te zijn voor gemotoriseerd verkeer, volgens een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ((hierna: Afdeling) ABRvS 12 juni 1995, nr. R03.93.5575).