Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Adviescommissie Controle en Financiën van 28 januari 2021 Agenda bijlagen Agenda advies-cie CF 28-1-2021.doc 1 Opening en mededelingen, vaststellen agenda. Behandelvoorstel: Aangeven of u nog wijzigingen op de conceptagenda heeft en vaststellen agenda. 2 Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst Behandelvoorstel: Aangeven of u vragen, opmerkingen of correcties heeft bij het conceptverslag. Wanneer u geen vragen of opmerkingen heeft, kunt u het verslag vaststellen en zal deze worden toegevoegd aan de volgende commissie M&S. Adviescommissie CF 07-01-2021.docx 3 Ingekomen en verzonden stukken Ter kennisname: •DB presidium flits (zie bijlage) van 7 januari 2021 inzake VJN/PB •Raadsbrief Uitspraak hoger beroep REMU NV vs Eneco Db-presidium flits - we zijn weer begonnen!.pdf Raadsbrief Uitspraak hoger beroep REMU NV vs Eneco.pdf Arrest Gerechtshof Amsterdam.pdf 4 Brief van de Provincie Utrecht over de beoordeling begroting 2021 Behandelvoorstel: reactie op de brief door de ambtelijke organisatie, de accountant en gelegenheid tot het stellen van vragen. Brief provincie begroting 2021.pdf 5 Board letter accountant & reactie college Behandelvoorstel: Toelichting door de accountant en doornemen van de Managementletter 2020. Vervolgens een toelichting door of namens de wethouder Financiën op de collegereactie.
Raadsbrief Managementletter 2020.pdf Managementletter 2020 gemeente Utrecht.pdf 6 Evaluatie PB 2020 Behandelvoorstel: (korte) Terugblik op de begrotingsbehandeling en benoemen eventuele verbeterpunten. Denk aan: •Opzet technische briefing •Verloop vergaderingen, vanaf 2021 spreektijden per commissie (onderscheid tijd voor M&S en S&R) en 2 termijnen •Etc. Evaluatie PB 2020.docx Bijlage 1 - Coronawerkwijze commissiebehandeling PB.pdf 7 Vooruitblik jaarplan 2021 Behandelvoorstel: Het Jaarplan wordt elke vergadering indien nodig geactualiseerd. Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zullen zichtbaar worden weergegeven. De cursief weergegeven onderwerpen zijn aanvullend op de reguliere onderwerpen behorende bij de financiële cyclus. Vraag: welke onderwerp van de veeglijst kan aan agenda van 4 maart worden toegevoegd? Reactie vanuit ambtelijke organisatie en daarna raadsleden. Do. 4 maart 18.00-19.30 Vergadering adviescommissie (90 minuten) Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten) 1e Technische Begrotingswijziging (15 minuten) Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten) Afsluiting (5 minuten) Overige onderwerpen (veeglijst) Verbeterslag (leesbaarheid) JS, VJN en PGB, incl. pilots ‘sturen op waarden’ Uitkomsten onderzoek cederen kasstromen erfpachtcontracten, adviescie 20-1-2020 (voor VJN 2021) Informeren s.v.z.
vennootschapsbelasting (20 minuten) Digitale audit door Deloitte (30 minuten) Budgetrecht van de raad (voorstel volgt, bijvoorbeeld MPR) --> vanuit zomersessie 2020 Financiële spelregels (27-10-2020) Afronden onderzoek WAAVA (incl aandacht circulair op activeren/afschrijven: has bakker 27-10-2020) Voortgang financiële paragraaf in RV (toezegging door wethouder) Opvolging advies adviescie C&F bij de PB 2021 Financiële informatie in excel (17-9): tevens aandacht voor de trendanalyse (horizontale analyse) Jaarplan adviescommissie C&F 2021 versie januari 2021.docx 8 Voorstel aanpak Raadstoets 2020 Behandelvoorstel: Toelichting op de opgestelde notitie en de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Aanmelding raadsrapporteurs.
9 10 11
20210111 Voorstel aanpak Raadstoets.docx Voortgang controle accountant met adviescie C&F Behandelvoorstel: toelichting door de accountant Wvttk Behandelvoorstel: Dit agendapunt creëert de vrije ruimte voor het behandelen van onderwerpen die niet zijn aangemeld. U kunt naar eigen inschatting onderwerpen inbrengen. Rondvraag en sluiting
AGENDA Adviescommissie Controle en Financiën
28 januari 2021 van 18.00-19.30 uur (digitaal)
Agendapunt 1 t/m 7 worden behandeld in aanwezigheid van de (medewerkers van) de afdeling Concernmanagement Financiën, Inkoop en Juridische Zaken/Concern Control, de voorzitter/secretaris van de Rekenkamer en de accountant.
Agendapunt 8 t/m 11 worden behandeld in aanwezigheid van de accountant. (2 min)
1. a. Opening en mededelingen. b. Vaststellen agenda.
Behandelvoorstel: Aangeven of u nog wijzigingen op de conceptagenda heeft en vaststellen agenda. (3 min)
2. Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst
Behandelvoorstel: Aangeven of u vragen, opmerkingen of correcties heeft bij het
conceptverslag. Wanneer u geen vragen of opmerkingen heeft, kunt u het verslag vaststellen en zal deze worden toegevoegd aan de volgende commissie M&S. (10 min)
3. Ingekomen en verzonden stukken.
Ter kennisname:
DB presidium flits (zie bijlage) van 7 januari 2021 inzake VJN/PB Raadsbrief Uitspraak hoger beroep REMU NV vs Eneco
(10 min)
4. Brief van de Provincie Utrecht over de beoordeling begroting 2021
Behandelvoorstel: reactie op de brief door de ambtelijke organisatie, de accountant en gelegenheid tot het stellen van vragen.
(25 min)
5. Board letter accountant & reactie college
Behandelvoorstel: Toelichting door de accountant en doornemen van de
Managementletter 2020. Vervolgens een toelichting door of namens de wethouder Financiën op de collegereactie.
1
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
(15 min)
6.
Evaluatie PB 2020
Behandelvoorstel: (korte) Terugblik op de begrotingsbehandeling en benoemen eventuele verbeterpunten. Denk aan:
Opzet technische briefing
Verloop vergaderingen, vanaf 2021 spreektijden per commissie (onderscheid tijd voor M&S en S&R) en 2 termijnen
Etc.
(5 min)
7. Vooruitblik jaarplan 2021
Behandelvoorstel: Het Jaarplan wordt elke vergadering indien nodig geactualiseerd.
Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zullen zichtbaar worden weergegeven. De cursief weergegeven onderwerpen zijn aanvullend op de reguliere onderwerpen behorende bij de financiële cyclus.
Vraag: welke onderwerp van de veeglijst kan aan agenda van 4 maart worden toegevoegd? Reactie vanuit ambtelijke organisatie en daarna raadsleden. Do. 4 maart
Vergadering adviescommissie (90 minuten)
18.00-19.30
Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten)
1e Technische Begrotingswijziging (15 minuten)
Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten)
Afsluiting (5 minuten)
Overige onderwerpen
(veeglijst)
Verbeterslag (leesbaarheid) JS, VJN en PGB, incl. pilots ‘sturen op waarden’ Uitkomsten onderzoek cederen kasstromen erfpachtcontracten, adviescie 20-1-2020 (voor VJN 2021) Informeren s.v.z. vennootschapsbelasting (20 minuten) Digitale audit door Deloitte (30 minuten) Budgetrecht van de raad (voorstel volgt, bijvoorbeeld MPR) --> vanuit zomersessie 2020 Financiële spelregels (27-10-2020) Afronden onderzoek WAAVA (incl aandacht circulair op activeren/afschrijven: has bakker 27-10-2020) Voortgang financiële paragraaf in RV (toezegging door wethouder) Opvolging advies adviescie C&F bij de PB 2021 Financiële informatie in excel (17-9): tevens aandacht voor de trendanalyse (horizontale analyse)
****************************************************************************************
2
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
NB: 5 minuten wissel pauze, zodat we de laatste 15-20 minuten gebruiken advies richting
commissies formuleren. Voor afsluiting een korte rondvraag richting ambtelijke organisatie. (10 min)
8. Raadstoets
Behandelvoorstel: Toelichting op de opgestelde notitie en de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Aanmelding raadsrapporteurs.
(5 min)
9. Voortgang controle accountant met adviescie C&F
Behandelvoorstel: toelichting door de accountant.
(3 min)
10.Wvttk
Behandelvoorstel: Dit agendapunt creëert de vrije ruimte voor het behandelen van onderwerpen die niet zijn aangemeld. U kunt naar eigen inschatting onderwerpen inbrengen.
(2 min)
11. Rondvraag en sluiting.
3
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
DB presidium flits: Start raadsdebat VJN en de PB om 10:00 Terugkijkend op de Begrotingsraad lijken de digitale motiemarkt en de start om 10.00 uur goed te zijn bevallen. Het komt de kwaliteit van het debat ten goede wanneer de laatste punten niet tot in de late uurtjes besproken worden. Daarom heeft het db-presidium op 17 december jl. besloten om in het vergaderschema van 2021 (zie bijlage) ook een ochtenddeel op te nemen bij de bespreking van de Voorjaarsnota en de Programmabegroting in de raad. De raadsvergaderingen beginnen om 10:00. Fracties kunnen de woensdagavond voorafgaand aan de vergadering tot 23:30 hun moties en amendementen uploaden in de tool zodat alle fracties de mogelijkheid hebben om voorafgaand aan de vergadering de moties en amendementen te bespreken. Indien fracties moties en amendementen willen wijzigen of nieuwe moties en amendementen willen indienen, kan dat in de tweede termijn. Voorwaarde voor deze nieuwe werkwijze is dat de tool die gebruikt wordt om moties en amendementen in te delen, geoptimaliseerd wordt. Het db-presidium zal de optimalisatieslag monitoren.
4
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
VERSLAG ADVIESCOMMISSIE CONTROLE EN FINANCIËN
7 januari 2021 van 18.00-19.00 uur, digitale vergadering via MS Teams Subcommissie: Dimitri Gilissen (voorzitter), Janneke Admiraal, Has Bakker, David Bosch, Henk van Deún, Floor de Koning, Julia van Ophem, Bert van Steeg, Rick van der Zweth en Daniëlle Rijnders (raadsadviseur Control & Audit)
Overige deelnemers: Fred van Es (projectleider a.i. Rechtmatigheidsverantwoording), Annemarie Koolenbrander
(strategisch adviseur), Gerth Molenaar (secretaris Rekenkamer), Gloria Sundermann (trainee), Paul Venhoeven (Antoine van Vlodorp (manager Concernaudit), Edwin Westphal (concernmanager Financiën, Inkoop en Juridische zaken), Katie Zwetsloot (Concerncontroller), Niels Fritz en Rein-Aart van Vugt (Deloitte)
Niet aanwezig: Ruurt Wiegant
1a. Opening en mededelingen
De voorzitter heet allen welkom en opent de vergadering. Er wordt een korte voorstelronde
gehouden omdat Gloria Sundermann, Paul Venhoeven en Bert van Steeg voor het eerst aanwezig zijn.
1b. Vaststellen agenda
De agenda wordt vastgesteld zoals opgegeven. 2. Verslag vorige vergadering (27-10-2020)
Geen bijzonderheden; het verslag wordt vastgesteld. 3. Ingekomen en verzonden stukken
a. Financiële informatie in Excel door ambtelijke organisatie
Mevrouw Koolenbrander licht toe dat de informatie die op verschillende plekken in de begroting en in de jaarstukken staat in voorliggend document bijeen is gebracht. Het zijn uitsluitend
gegevens en getallen; deze kunnen gemakkelijk naar een Exceldocument worden gekopieerd om er bewerkingen mee te doen. Enkele commissieleden hebben behoefte aan praktische instructie. Daar maken zij een afspraak voor met mevrouw Koolenbrander.
b. Beleidsveld Personeel en Organisatie – Raadsbrief Verbetering bedrijfsvoering en sturingsmodel gemeente Utrecht Geen opmerkingen.
c. Brief van de provincie Utrecht, betreft repressief toezicht
De Provincie geeft erin aan dat het tempo van investeringen achterblijft bij de ramingen,
hetgeen betekent dat de cijfers over de schuldquote in de afgelopen jaren lager zijn dan de
begroting vermeldt. Er wordt afgesproken dat de brief in de volgende vergadering op de agenda wordt gezet voor een korte, technische bespreking. De commissie vraagt de accountant en de ambtelijke organisatie om dan een reactie op de brief te geven.
Pagina 1 van 4
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
4. Raadsvoorstel Grenswaarden rechtmatigheidsverantwoording en aanpassing controleverordening
De heer Van Es meldt dat er een wijziging is doorgevoerd: de grenswaarde is op 1,5% blijven staan, maar de rapportagetolerantie is verlaagd naar een vast bedrag van € 500.000, wat aansluit op de rapportagetolerantie die de externe accountant aanhoudt.
Geen van de commissieleden heeft vragen of opmerkingen over het raadsvoorstel. Mevrouw Rijnders geeft aan dat de bijgevoegde Controleverordening eveneens moet worden aangepast; dat kan zodra definitief is vastgesteld dat de Rechtmatigheidsverantwoording in 2021 wordt ingevoerd. Op basis van die wetgeving zal de Controleverordening worden
aangepast. Vooruitlopend daarop heeft de ambtelijke organisatie daar een voorstel voor gedaan. De heer Van Es verduidelijkt dat er werkzaamheden verschuiven van de externe accountant naar de gemeentelijke organisatie zelf. De heer Van Vugt vult aan dat het voorstel vóór de
verkiezingen bij de Tweede Kamer op de agenda komt. Hij kan zich goed vinden in de bij het
raadsvoorstel behorende notitie – een helder stuk waarin heldere keuzes worden voorgelegd. In de Controleverordening zelf, Art. 1 in het bijzonder, zal naar verwachting nog het een en ander
gewijzigd moeten worden, want daarin wordt verwezen naar artikelen van de Gemeentewet – die eveneens op punten wordt gewijzigd. De heer Van Vugt adviseert om met aanpassen van de Controleverordening te wachten tot na de parlementaire behandeling.
De commissieleden zijn het erover eens dat het raadsvoorstel bij de Commissie Mens & Samenleving geagendeerd kan worden.
5. Board letter accountant en reactie college
De heer Van Deún merkt op dat er tijdens digitale vergadering geen geheime stukken kunnen
worden besproken. De brief is een openbaar stuk; er is echter ook een vertrouwelijke bijlage bij. De vragen van de commissieleden betreffen hoofdzakelijk de bijlage. Mevrouw Zwetsloot licht
toe dat het college voor de gehele managementletter geheimhouding heeft opgelegd omdat erin wordt vermeld op welke punten de interne beheersing moet worden verbeterd. Dit legt kwetsbaarheden bloot waar externen misbruik van zouden kunnen maken.
Desgevraagd geeft de heer Van Vugt aan dat de meeste gemeenten geen geheimhouding
opleggen ten aanzien van de managementletter, omdat deze bij WOB-verzoeken toch moet worden vrijgegeven. De kwetsbaarheden in voorliggend stuk betreffen hoofdzakelijk aan IT gerelateerde zaken.
Na enige gedachtewisseling stelt de voorzitter voor om het agendapunt niet te behandelen, en om daarvoor een aparte, fysieke vergadering te plannen. Bij uitzondering is dat wel mogelijk, mits de coronamaatregelen in acht worden genomen. Daarmee gaan allen akkoord. Het agendapunt wordt afgevoerd.
Pagina 2 van 4
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
6. Vooruitblik jaarplan 2021
De brief van de Provincie Utrecht, betreft repressief toezicht, wordt aan het jaarplan toegevoegd, evenals behandeling van de managementletter. Mevrouw Rijnders vult aan dat er tijdens de volgende vergadering aandacht wordt besteed aan de raadstoets, onderwerpen:
maatschappelijke ondersteuning en bereikbaarheid. De voorzitter roept de raadsleden op alvast te bespreken binnen de fractie wie kan deelnemen als raadsrapporteur. Er zijn geen opmerkingen of aanvullingen.
Schorsing
De ambtenaren verlaten de vergadering. 7. Voortgang controle accountant met Adviescommissie Controle & Financiën
De heer Van Vugt komt een moment terug op de brief van de Provincie (zie 3.c.), die in de
volgende vergadering aan de orde zal komen. De Adviescommissie heeft de voorspellende
waarde van de begroting en van investeringsbudgetten zelf ook al als speerpunt aangemerkt. De interim-controle is goed verlopen; het is de accountant opgevallen dat de organisatie al heel veel bevindingen en adviezen uit de controle 2019 heeft opgepakt. Als gevolg van de
coronamaatregelen kosten sommige acties helaas meer tijd. Desalniettemin ziet de accountant de controle met vertrouwen tegemoet, gezien het feit dat de organisatie de accountant zeer proactief informeert en raadpleegt.
In de controle zal de verantwoording van COVID-gelden veel tijd en aandacht vragen, in het
bijzonder wat betreft de TOZO-regeling en de steunmaatregelen voor de zorgsector en de Wmo. De rijksoverheid heeft een verantwoordingsproces ingesteld voor meerwerk en voor facturen
waarvoor geen of geen volledige prestatie is verricht tijdens de lockdowns. Het rijk compenseert de gemeente daarvoor, maar wil een uitvoerige verantwoording in de Jaarrekening 2020. De
SiSa-bijlage vermeldde eerder dertien regelingen – in 2020 waren het er 31. De gemeente heeft daar processen voor opgezet, en goed vormgegeven volgens de accountant. Op korte termijn
volgt er overleg met de ambtelijke organisatie over de planning van de jaarrekening, en hoe de Adviescommissie daarbij betrokken wordt. Het gaat hier niet om een specifiek Utrechts
vraagstuk, stelt de heer Van Vugt; het speelt landelijk. In elk geval zal de Utrechtse raad goed op de hoogte worden gehouden van de gang van zaken.
Desgevraagd antwoordt de heer Van Vugt dat er mogelijk meerkosten te verwachten zijn voor
aanvullende werkzaamheden – niet in verband met constateringen uit het voorgaande jaar, maar vanwege de nieuwe geldstromen die gecontroleerd moeten worden. De TOZO-regeling
bijvoorbeeld, is nieuw. Ook de toegevoegde regelingen (SiSa-bijlage) vragen extra controlewerk. Deze kosten worden gedeeltelijk vergoed vanuit het Rijk. Er wordt afgesproken dat de
Pagina 3 van 4
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
accountant de Adviescommissie informeert zodra er zicht komt op de extra controles en de impact daarvan.
De commissie is benieuwd hoe de accountant terugkijkt op de interim-controle, nu deze voor
de tweede keer is gedaan. De organisatie pakt de zaken goed op, vindt de heer Van Vugt; veel bevindingen worden erkend en vaak zelfs omarmd. Daar is men voortvarend mee aan de slag gegaan, ondanks de coronacrisis.
Eerder werd aandacht gevraagd voor de verschillen tussen begroting en jaarrekening. De heer Van Vugt verwacht dat er over het boekjaar 2020 opnieuw van die verschillen zullen zijn. Het
rijk heeft de eerste en tweede tranche uitbetaald (ongeveer € 1,6 miljard). Dat bedrag moet in de jaarrekening als opbrengst worden verantwoord, echter, de kosten aan corona gerelateerd die daar tegenover staan, zijn lager, al schuift een deel door naar 2021. Al met al leidt dit tot een positief resultaat. Daar komt bij dat ambtenaren het afgelopen jaar veel met COVID-19
bezig zijn geweest, ten koste van reguliere activiteiten. Het gevolg is dat een redelijk aantal
budgetten onderbesteding laten zien. Er blijft dus geld over, echter niet alleen in Utrecht. Dit speelt bij alle gemeenten.
Zal de onderbesteding vergelijkbaar zijn met die van vorig jaar? Volgens de heer Van Vugt is het lastig om daar nu al een indicatie van te geven. Hij veronderstelt dat het meer zal zijn dan vorig jaar; de jaarrekening moet dus vergezeld gaan van een heldere analyse. Hij adviseert om de grondexploitatie apart te houden en afzonderlijk inzichtelijk te maken. 8. Rondvraag en sluiting
Mevrouw Rijnders meldt dat zij een afspraak heeft met de heer Westphal, om te praten over de
investeringen, zoals ook de leesbaarheid en begrijpelijkheid van het raadsvoorstel van de MPR. In de volgende vergadering komt zij erop terug.
De heer Venhoeven bedankt de commissie voor de uitnodiging, en geeft aan dat hij graag nog eens aansluit. De heer Van Steeg sluit zich daarbij aan.
Er wordt verder geen gebruik gemaakt van de rondvraagmogelijkheid. De voorzitter sluit de vergadering.
Pagina 4 van 4
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
Van: Aan: Onderwerp: Datum: Bijlagen:
Presidium Presidium Db-presidium flits - we zijn weer begonnen! donderdag 7 januari 2021 19:51:36 image023.png image026.png image027.png image028.png image002.wmz Vergaderschema 2021 (24122020).pdf image003.png
Beste raadsleden, fractiemedewerkers en collega’s, Een nieuw bestuurlijk jaar vol uitdagingen! Ook in 2021 ontvang je de db-presidiumflits met de belangrijkste besluiten van het db-presidium. Vragen, opmerkingen of tips naar aanleiding van deze editie? Reageer via presidium@utrecht.nl.
Start raadsdebat VJN en de PB om 10:00 Terugkijkend op de Begrotingsraad lijken de digitale motiemarkt en de start om 10.00 uur goed te zijn bevallen. Het komt de kwaliteit van het debat ten goede wanneer de laatste punten niet tot in de late uurtjes besproken worden. Daarom heeft het db-presidium op 17 december jl. besloten om in het vergaderschema van 2021 (zie bijlage) ook een ochtenddeel op te nemen bij de bespreking van de Voorjaarsnota en de Programmabegroting in de raad. De raadsvergaderingen beginnen om 10:00.
Fracties kunnen de woensdagavond voorafgaand aan de vergadering tot 23:30 hun moties en amendementen uploaden in de tool zodat alle fracties de mogelijkheid hebben om voorafgaand aan de vergadering de moties en amendementen te bespreken. Indien fracties moties en amendementen willen wijzigen of nieuwe moties en amendementen willen indienen, kan dat in de tweede termijn.
Voorwaarde voor deze nieuwe werkwijze is dat de tool die gebruikt wordt om moties en amendementen in te delen, geoptimaliseerd wordt. Het db-presidium zal de optimalisatieslag monitoren.
Informatie nodig? Gebruikt U-reka! Sinds vorig jaar kun je gebruik maken van een zoekmachine voor raadsstukken: U-reka. Deze zoekmachine is bedoeld voor raadsleden en fractiemedewerkers, om makkelijker en sneller relevante informatie te vinden. Zo kun je je beter voorbereiden op commissie- en raadsvergaderingen. Daarnaast kun je je eigen verzameling van relevante stukken vastleggen in een tijdlijn. Zo heb je altijd de juiste informatie, op het juiste moment op de juiste plek tot je beschikking. Het db-presidium is erg enthousiast over U-reka en brengt de tool daarom graag nog eens onder de aandacht. Via ureka.utrecht.nl kom je bij de zoekmachine. Voor vragen over U-reka kun je terecht bij Bob Paulussen.
Db-presidium 2021 Ieder kalenderjaar verandert de samenstelling van het db-presidium. Dit jaar zullen Rachel Streefland-Driesprong, Tim Schipper en Henk van
Deún het db-presidium vormen. Wilt u iets agenderen bij het dbpresidium? Mail dan naar presidium@utrecht.nl.
Gemeenteraad Utrecht · Stadsbrug 1 · Postbus 16200 3500 CE Utrecht 030 – 286 10 69 · presidium@utrecht.nl
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
P.C. van Doorn
Datum
5 januari 2021
Doorkiesnummer
030 - 28 61180
Kenmerk
8448953
pa.van.doorn@utrecht.nl
Onderwerp
Uitspraak hoger beroep REMU NV vs Eneco
Bijlage(n)
1
Beleidsveld
Financiën
Geachte leden van de raad, In onze brief van 14 mei 2019 hebben wij u geïnformeerd over het ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2019 over de claim van de NV REMU Houdstermaatschappij (hierna REMU) over een nabetalingsvordering vanwege een verkoop van aandelen van NV Eneco beheer (hierna Eneco). In die brief gaven wij aan u op de hoogte te houden over het resultaat van het hoger beroep. In hoger beroep is de uitspraak van de rechtbank bevestigd: de REMU heeft geen recht op een nabetaling. Van de directie van de REMU hebben we de uitspraak van 8 december 2020 (bijgevoegd) ontvangen. De rechter in hoger beroep bevestigt het eerdere oordeel dat REMU geen aanspraak meer kan maken op de nabetalingsregeling als afgesproken tijdens de verkoop van de aandelen van REMU aan Eneco in 2002. Indertijd is afgesproken dat indien de aandelen van Eneco aan een andere partij zouden worden verkocht de voormalige aandeelhouders (provincie Utrecht, gemeenten Amersfoort en Utrecht) zouden mee delen in een eventuele winst. Deze nabetalingsregeling liep tot 31 december 2010. De REMU is van oordeel dat Eneco zelf de verkoopbaarheid van de aandelen destijds negatief heeft beïnvloed door op te komen tegen de splitsingswet (verplichte opsplitsing in een netwerk en productiebedrijf). Eneco is daarbij uiteindelijk in het ongelijk gesteld.
Eneco is inmiddels verkocht zoals bekend. De REMU heeft zelf altijd het recht op nabetaling voorbehouden, Eneco heeft dat steeds voor kennisgeving aangenomen. De rechter in hoger beroep bevestigt het standpunt van Eneco dat er geen sprake is geweest van negatieve beïnvloeding. De directie van de REMU zal de raad van commissarissen waarvan wethouders Klein en Diepeveen deel uitmaken een voorstel doen over het eventueel cassatie instellen tegen de uitspraak in hoger beroep. Aangezien er geen rekening is gehouden met een eventuele nabetaling heeft een en ander geen gevolgen voor de begroting van de gemeente. Mocht er cassatie tegen de uitspraak in hoger beroep worden ingesteld door de REMU dan zullen wij u daarover informeren. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht, de secretaris,
de burgemeester,
3rI’e st GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1 zaaknummer: 200.260.304/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: Ch 3/647233/HA ZA 18-447 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 december 2020
inzake 1. N.V. REMU HOUDSTERMAATSCHAPPIJ, gevestigd te Utrecht, 2. STICHTING BEHEER BELANGEN GCN, gevestigd te Utrecht appellanten, advocaat: mr. H.A. de Savornin Lohman te Amsterdam,
tegen N.V. ENECO BEHEER, gevestigd te Rotterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. J.B.R. Regouw te Amsterdam.
1.
Het geding in hoger beroep
Appellanten worden hierna afzonderlijk Remu en GCN genoemd en gezamenlijk Remu c.s. Geïntimeerde wordt Eneco Beheer genoemd. Rernu c.s. zijn bij dagvaarding van 7 mei 2019 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2019, onder bovenvermeld zaak /rolnummer gewezen tussen Remu c.s. als eiseressen en Eneco Beheer als gedaagde. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: memorie van grieven, met producties; memorie van antwoord, met producties.
-
-
Partijen hebben hun zaak op 17juni 2020 doen bepleiten, Remu c.s. door mr. De Savornin Lohman voornoemd alsmede door mr. P.W. van Verschuer, advocaat te Amsterdam, en Eneco Beheer door mr. Regouw voornoemd, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. Partijen hebben bij die gelegenheid nadere producties in het geding gebracht. Vervolgens is arrest gevraagd.
zaaknummer 200 260 304/0 1
2
Remu c.s. hebben geconcludeerd, samengevat, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad hun vorderingen, zoals in de memorie van grieven gewijzigd, alsnog zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten. Eneco Beheer heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijke veroordeling van Remu c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep. -
-
Partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
2.
Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.13 de vaststaande feiten vermeld die zij bij de beoordeling van het geschil van partijen tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen ook het hof als uitgangspunt. De feiten worden hierna onder 3.1 weergegeven.
3.
Beoordeling
3.1. (i) Remu N.V. had een energiebedrijf in de Provincie Utrecht dat zowel het netbeheer als de levering van energie (commercieel bedrijf) bestreek. Remu N.V. was derhalve een zogenaamd geïntegreerd energiebedrijf. Remu hield 70% en GCN 30% van de aandelen in Remu N.V. (ii) Eneco Beheer (voorheen N.V. Eneco) behoort tot het Eneco concern (hierna: Eneco). Eneco exploiteert een geïntegreerd energiebedrijf in hoofdzakelijk de provincie Zuid-Holland. De moedermaatschappij van Eneco was Eneco Holding N.V. (thans Stedin Holding N.V. genaamd, hierna: Eneco Holding). (iii) Bij koopovereenkomst van 18 december 2002 verkochten Remu en GCN hun aandelen in Remu N.V. aan Eneco Beheer (hierna: de overeenkomst). De overeenkomst luidt, voor zover van belang. als volgt: Artikel 2 Koop, Verkoop en Koopprijs
(. . 2.3. De Koper [Eneco Beheer, hof] zal als koopprijs voor de Aandelen betalen aan de Verkopers [Rernu es., hof] (i) op de Leveringsdatum een bedrag van EUR 1.042.000.000 (...) en (ii) een overeenkomstig Bijlage 2.3.a vast te stellen Privatiseringsvergoeding (gezamenlijk de “Koopprijs”).
(...) Artikel 16 Volledigheid Overeenkomst 16.1. Deze Overeenkomst bevat de enige en volledige overeenkomst tussen Partijen met betrekking tot het onderwerp van deze Overeenkomst (...)
zaaknummer: 200.260.304/01
3
16.2. Iedere Partij verklaart dat hij niet heeft vertrouwd op enige bewering gedaan of garantie gegeven door enige andere Partij anders dan die welke expliciet in deze Overeenkomst zijn opgenomen en dat hij in verband hiermee geen rechten of rechtsmiddelen zal hebben anders dan op basis van deze Overeenkomst behalve indien sprake zou zijn van opzettelijke misleiding van enige Partij. (...)“ (iv) De genoemde Bijlage 2.3.a (hierna: de Term Sheet) luidt, voor zover van belang, als volgt “Bijlage 2 3 a VASTSTELLING PRIVATISERINGSVERGOEIMNG TERM SHEET PRI VATISERTNGSVERGOEDING TEN BEHOEVE VAN AANDEELHOUDERS REMU
( ) 2. Privatiseringsvergoeding De Aandeelhouders ontvangen van ENECO een vergoeding bij Privatisering (“Privatiseringsvergoeding”) van ENECO Holding N.V. of een van haar dochtermaatschappijen of bedrijfsonderdelen voorzover deze meer dan 50% van de balanswaarde van de ENECO groep vertegenwoordigen (“ENECO Holding”); - De Privatiseringsvergoeding is gebaseerd op de waarde van (de aandelen) ENECO Holding op het moment van Privatisering; - De Privatiseringsvergoeding is betaalbaar bij Privatisering, zoals beschreven onder 7. 3. Hoogte Privatiseringsvergoeding De Privatiseringsvergoeding bedraagt 4 2/3 % (...) van de waarde van (de aandelen van) ENECO Holding (...) op het moment van Privatisering; 4. Privatisering Onder Privatisering van de aandelen van ENECO Holding wordt verstaan: de voltooide levering van meer dan 50% van (de aandelen) ENECO Holding aan een derde partij (...) 5.Fusie(...) 6. Juridische splitsing Een juridische splitsing van ENECO Holding geldt niet als een Privatisering. Vindt na splitsing alsnog Privatisering plaats van een entiteit die het resultaat is van de splitsing, dan zal de Privatiseringsvergoeding uitsluitend betrekking hebben op de geprivatiseerde entiteit. Het recht op de Privatiseringsvergoeding voor de overige, nog niet geprivatiseerde entiteiten blijft hierbij in stand. -
(...) 11. Toekomstige wetgeving Indien toekomstige wetgeving een situatie creëert waarin deze Bijlage 2.3.a niet voorziet, zullen ENECO en de Aandeelhouders te goeder trouw onderhandelen over aanpassingen die een situatie bewerkstelligen die zo veel als mogelijk recht doet aan de intentie van Partijen als hierin neergelegd. 12. Looptijd Het recht op een Privatiseringsvergoeding vervalt per 31 december 2010.”
zaaknummer: 200.260.304/01
4
(v) Op 1 juli 2008 is de in november 2006 aangenomen Wet Onafhankelijk Netbeheer (hierna: ook de Won) in werking getreden. De Won verplicht geïntegreerde energiebedrijven om het netbeheer uiterlijk op 31 december 2010 volledig af te splitsen van de overige activiteiten (het zogenoemde groepsverbod). Verder mag het onderdeel netbeheer niet worden geprivatiseerd. Bedoeling van deze regelgeving is kort gezegd de betrouwbaarheid van het Nederlandse energienetwerk veilig te stellen. Geïntegreerde energiebedrijven dienden derhalve uiterlijk op 31 december 2010 aan hun splitsingsverplichting te voldoen. -
-
(vi) Het groepsverbod gold ook voor Eneco, waarvan de onderneming immers een
netbeheer- en een commercieel bedrijf omvatte. Eneco Holding kon zich echter niet vinden in de verplichting tot splitsing en spande een rechtszaak aan tegen de Staat, stellende kort gezegd dat sprake was van schending van een aantal bepalingen van het EG-verdrag en van het (Europees) grondrecht op bescherming van eigendom. -
-
(vii) Tegelijkertijd bracht Eneco in 2008 een nieuwe groepsstructuur tot stand waarbij de commerciële activiteiten, het netbeheer en de infrastructuur in aparte onderdelen (maar nog niet volledig los van elkaar) in de onderneming werden ondergebracht. (viii) Bij vonnis van 11 maart 2009 wees de rechtbank de vordering van Eneco Holding tegen de Staat af, tegen welk vonnis Eneco Holding vervolgens hoger beroep heeft ingesteld. (ix) Hangende deze beroepsprocedure diende Eneco in juli 2009 haar splitsingsplan in bij de Minister van Economische Zaken, die het plan in december 2009 goedkeurde. (x) Bij arrest van 22juni 2010 oordeelde het hof Den Haag het groepsverbod en daarmee de verplichting tot splitsing onverbindend wegens strijd met Europees recht. Naar aanleiding hiervan stopte Eneco het splitsingsproces. Tegen het arrest van het hof stelde de Staat vervolgens cassatieberoep in. Na beantwoording van enkele prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde de Hoge Raad op 26juni 2015 bij eindarrest samengevat dat de Won niet in strijd is met Europees recht en dat deze ten onrechte door het hof Den Haag onverbindend was verklaard. Na verwijzing bekrachtigde het hof Amsterdam tot slot bij arrest van 1 november 2016 alsnog het vonnis van de rechtbank. -
-
(xi) Op 31januari 2017 voerde Eneco de aan haar bij wet opgelegde splitsing alsnog uit. Sedertdien waren het netwerkbedrjf en het commerciële bedrijf van Eneco ondergebracht in volledig aparte ondernemingen, zij het met dezelfde aandeelhouders. Dat waren 53 gemeenten uit de Provincie Zuid-Holland. De grootste aandeelhouders waren de gemeenten Rotterdam (31,7%) en Den Haag (16,5%). (xii) Eneco Holding heeft het (commerciële) energiebedrijf in maart 2020 aan een derde verkocht en geleverd. (xiii) Remu c.s. hebben aanspraak gemaakt op betaling door Eneco Beheer van de privatiseringsvergoeding. Eneco Beheer is niet tot betaling overgegaan.
zaaknummer: 200.260.304/01
5
3.2. Inzet van het onderhavige geding is de betaling door Eneco Beheer aan Remu c.s. van de hierboven onder 3. 1 sub iii en iv bedoelde Privatiseringsvergoeding, die volgens Remu c.s. per 1juli 2009 verschuldigd is en op 10 september 2019 inclusief rente € 295.440.194,- bedroeg. De rechtbank heeft de vordering van Remu c.s. afgewezen. Tegen deze beslissing en de motivering daarvan komen Remu c.s. met vijf grieven op. Deze lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 3.3. Eneco Beheer voert als belangrijkste verweer dat haar verplichting tot betaling van de Privatiseringsvergoeding blijkens onderdeel 12 van de Term Sheet per 31 december 2010 verviel, dat er toen geen privatisering als gedefinieerd in de Term Sheet had plaatsgevonden en dat voor zover al relevant er toen ook geen concrete plannen bestonden om tot een dergelijke privatisering over te gaan Blijkens de hierboven vermelde feiten heeft Eneco Holding, nadat eind januari 2017 het netwerkbedrijf en het commerciële bedrijf waren gesplitst door deze onder te brengen in volledig aparte ondernemingen met dezelfde publieke aandeelhouders, haar commerciële bedrijf (eerst) in 2020 aan een derde verkocht en geleverd. —
—
3.4. Partijen zijn het er op zichzelf over eens dat hun overeenkomst uit 2002 inhield dat de nabetalingsverplichting van Eneco zou ontstaan indien een substantieel deel van de onderneming van Eneco zou worden geprivatiseerd voor 31 december 2010. Volgens Remu c.s. is dit echter anders komen te liggen doordat op 1 juli 2008 dè (in november 2006 aangenomen) Wet Onafhankelijk Netbeheer (Won) in werking is getreden die geïntegreerde energiebedrijven verplichtte om het netbeheer uiterlijk 31 december 2010 volledig af te splitsen van de commerciële activiteiten. Tegen de achtergrond van de Won en het (aanvankelijk) verzet van Eneco tegen de daaruit voortvloeiende verplichtingen en gelet op het bepaalde in de onderdelen 2 en 11 van de Term Sheet, brengt in de visie van Remu c.s. een redelijke uitleg van de overeenkomst, althans de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, mee dat de privatisering geacht moet worden te hebben plaatsgevonden op 1 juli 2009 (of in ieder geval uiterlijk op 31 december 2010). Voorts brengt de beperkende werking van de redelijkheid en billjkheid mee dat Eneco Beheer Remu c.s. niet kan houden aan de vervaldatum van 31 december 2010. Uitleg 3.5.1.
Bij de uitleg van contractsbepalingen als hier aan de orde dient te worden nagegaan welke zin partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, mede gelet op de toen geldende omstandigheden, over en weer redelijkerwijs aan de betrokken bepalingen mochten toekennen en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Nu het om professionele partijen gaat die voorzien waren van rechtskundige bijstand komt daarbij relatief groot gewicht toe aan de bewoordingen van de betrokken bepalingen; voorts is van belang dat uit artikel 16 van de overeenkomst valt op te maken dat partijen beoogd hebben de tussen geldende afspraken uitputtend te regelen. 3.5.2. Partijen zijn het er op zichzelf over eens dat hetgeen zij in 2002 zijn overeengekomen niet inhield dat op Eneco een (inspannings)verplichting rustte om
zaaknummer: 200.260.304/01
6
-
voor 31 december 2010 tot verkoop van een substantieel onderdeel van haar bedrijf over te gaan en dat het (in beginsel) ter discretie van Eneco stond om daartoe al dan niet te beslissen. Het hof constateert dat tegen rechtsoverweging 4.3 van het bestreden vonnis waarin dit tot uitgangspunt is genomen door Remu c.s. geen grief is gericht.
3.5.3. In het licht van dit een en ander valt niet in te zien dat de invoering in 2008 van een naar tussen partijen vaststaat in 2002 niet voorziene wet die aan geïntegreerde energiebedrijven als Eneco een verplichting tot splitsing oplegde waaraan uiterlijk 31 december 2010 moest zijn voldaan, in de contractuele relatie van partijen het door Remu c.s. bepleite rechtsgevolg meebracht, te weten dat Eneco Beheer ook zonder dat Eneco voor de vervaldatum tot verkoop van een substantieel deel van haar onderneming is overgegaan een Privatiseringsvergoeding verschuldigd is geworden. Het hof wijst er in dit verband op dat in onderdeel 6 van de Term Sheet uitdrukkelijk is bepaald dat een juridische splitsing niet geldt als privatisering. De Won hield ook geen verplichting in voor Eneco om de splitsing gepaard te laten gaan met de verkoop van een deel van haar bedrijf aan een derde (private) partij, hetgeen door de splitsing zoals die in 2017 tot stand kwam wordt geïllustreerd. Ter zijde merkt het hof op dat het betoog van Remu c.s. ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep dat Eneco Beheer door wetschending ongerechtvaardigd is verrijkt, voor zover al niet in strijd met de twee-conclusieregel, derhalve niet opgaat. -
-
3.5.4. Verder vindt in het feitenmateriaal onvoldoende steun dat zoals Remu c.s. betogen in de periode 2009/20 10 de door de Won voorgeschreven splitsing noodwendig tot de privatisering van het commerciële bedrijf van Eneco zou hebben geleid. Eneco Beheer heeft in dit verband gewezen op diverse mogelijkheden die Eneco en haar aandeelhouders ten dienste stonden om de vereiste versterking van de financiële positie van het netwerkbedrjf te verwezenlijken, terwijl ook in de stellingen van Remu c.s. niet besloten ligt dat de splitsing noodzakelijkerwijs een (onverwijlde) extra investering in het commerciële bedrijf zou vergen. -
-
3.5.5. Dat het mogelijk, om financieel economische redenen en mede gelet op het geldend wettelijk kader, voor de hand lag dat tot privatisering van het commerciële bedrijf zou worden overgegaan, doet er niet aan af dat het Eneco (ook in relatie tot Remu c.s.) vrjstond om haar strategische opties te verkennen en naar mogelijke alternatieven te zoeken, zoals, naar uit overgelegde producties blijkt, zij in de periode voor 31 december 2010 en ook nadien heeft gedaan. Dat in de periode na invoering van de Won een aantal (grote) aandeelhouders zich voor privatisering hebben uitgesproken en in juni 2008 de zakenbank Kempen & Co is ingeschakeld met het oog op een mogelijke verkoop, doet er niet aan af dat Eneco toen klaarblijkelijk niet tot privatisering van haar commerciële bedrijf heeft besloten, noch wettigt zulks de gevolgtrekking dat Eneco jegens Remu c.s. tot een dergelijke privatisering was gehouden. 3.5.6. Dit laatste is niet anders indien het bepaalde in onderdeel 11 van de Term Sheet in de beschouwing wordt betrokken. Aan de mogelijkheid om recht te doen aan de intentie van partijen namelijk dat Remu c.s. zouden (mee)profiteren van de -
zaaknummer: 200.260.304/0 1
7
meerwaarde van het nieuwe, grotere bedrijf in geval van verkoop aan een derde van een substantieel onderdeel daarvan voor 31 december 2010 deed de Won immers geen afbreuk. Privatisering van het commerciële bedrijf was voor én na de Won mogelijk. Van een situatie waarin Bijlage 2.3a niet voorzag was in zoverre geen sprake. Hoogstens bracht de invoering van deze wet de kans dat Eneco Beheer een privatiseringsvergoeding verschuldigd zou worden dichterbij, maar dat betekent nog niet dat daarmee op Eneco Beheer jegens Remu c.s. een verplichting kwam te rusten om (onderhandelingen te voeren om) deze kans in zekerheid om te zetten, zoals Remu c.s. in feite bepleiten. -
3.5.7. Dat Remu c.s. aan de contractuele regeling redelijkerwijs de betekenis mochten toekennen dat als gevolg van de invoering van de Won op Eneco een verplichting kwam te rusten om uiterlijk op 31januari 2010 tot privatisering van het commerciële bedrijf over te gaan (en ook bij gebreke daarvan een Privatiseringsvergoeding verschuldigd zou zijn) vindt derhalve noch in de bewoordingen van de overeenkomst noch in het verdere feitenmateriaal voldoende steun. (Verdere) aanvullende en/of beperkende werking redelijkheid en billijkheid 3.6.1. Niet valt in te zien dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid verder tot een andere uitkomst leidt. In dit verband is van belang dat de contractuele regeling op zichzelf duidelijk is en blijkens het bepaalde in artikel 16 van de overeenkomst kennelijk uitputtend is bedoeld. Niet in geschil is dat de termijn van 31 december 2010 het resultaat was van onderhandelingen van partijen en dat de strekking daarvan was dat Remu c.s. zouden meedelen in de opbrengst van de verkoop van een substantieel deel van het energiebedrijf voor 31 december 2010. Hetgeen Remu c.s. in dit geding voorstaan komt er in feite op neer dat Eneco Beheer een vergoeding verschuldigd is geworden ook zonder dat Eneco (uiterlijk op het relevante moment) inkomsten genoot uit de verkoop van een deel van het bedrijf aan een private partij.
Dat de redelijkheid en billijkheid dit in de gegeven omstandigheden eisen valt niet in te zien, reeds omdat de Won (ook in combinatie met het geldend wettelijk kader) geen verplichting inhield om te privatiseren, laat staan dat deze diende plaats te vinden onder de in de Term Sheet voor een ontstaan van een betalingsverplichting gestelde voorwaarden. 3.6.2. Remu c.s. hebben betoogd dat van Eneco mocht worden verlangd dat zij loyaal en tijdig aan de door de Won voorgeschreven splitsing uitvoering zou geven en dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Eneco Beheer van het toenmalige verzet van Eneco tegen de splitsing en de daaraan volgens Remu c.s. gekoppelde noodzaak tot privatisering, profiteert door het verval van haar verplichting tot betaling van de overeengekomen Privatiseringsvergoeding. Volgens Remu c.s. staat de beperkende werking van de redelijkheid en billjkheid er dan ook aan in de weg dat op het verval van de betalingsverplichting een beroep wordt gedaan. 3.6.3. In dit verband is in de eerste plaats van belang dat Remu c.s. niet betogen (zij hebben dit ter zitting van het hof ook bevestigd) dat sprake was van kwade trouw van de zijde van Eneco Beheer in die zin dat zij c.q. Eneco zich heeft verzet tegen de door
zaaknummer: 200.260.304/0 1
8
de Won voorgeschreven splitsing teneinde aan een verplichting tot betaling van de Privatiseringsvergoeding te ontkomen. 3.6.4. Van verdere omstandigheden die nopen tot de gevolgtrekking dat Eneco Beheer zich niet mocht beroepen op het bepaalde in onderdeel 12 van de Term Sheet is niet gebleken. Dat Eneco zich door middel van gerechtelijke procedures met een beroep op Europees recht heeft verzet tegen de door de Won voorgeschreven splitsing is niet als laakbaar aan te merken laat staan als onrechtmatig in de verhouding tot Remu c.s. Ook het feit dat het, zoals reeds overwogen, mede gelet op het geldend wettelijk kader (met name Gemeentewet en Wet financiering decentrale overheden) voor de hand lag dat Eneco in navolging van Essent en Nuon haar commerciële bedrijf zou afstoten brengt niet mee dat het Eneco jegens Remu c.s. niet vrij stond om alle strategische opties te onderzoeken en mede als gevolg daarvan niet uiterlijk 31 december 2010 (of korte tijd nadien) tot privatisering over te gaan. Het hof laat daarbij in het midden of de privatisering uiterlijk 31 december 2010 mogelijk was geweest, hetgeen de rechtbank in de gegeven omstandigheden uitgesloten achtte en waarover partijen van mening verschillen, en voorts of in dat geval de drempel van 50% van de balanswaarde van de Eneco groep zou zijn behaald. Het betoog van Remu c.s.
dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Eneco Beheer zich op de contractuele vervaltermij n beroept wordt derhalve verworpen. Verzoek ex 22 Rv, bewijsaanbod 3.7. Gelet op het voorgaande zijn er onvoldoende termen om Eneco Beheer op de voet van 22 Rv te bevelen om de in de memorie van grieven genoemde bescheiden over te leggen (betreffende, kort gezegd, de in 2009 voorbereide splitsing en het besluitvormingsproces binnen Eneco aangaande de splitsing en een eventuele privatisering in de periode 1januari2006 tot en met 31 december 2011). Renni c.s. hebben geen stellingen ingenomen die indien bewezen tot een andere uitkomst van het geding kunnen leiden, haar bewijsaanbod zal derhalve (evenals dat van Eneco Beheer) worden gepasseerd. Slotsom 3.9. Uit het voorgaande volgt dat geen van de door Remu c.s. daartoe aangevoerde gronden haar vordering kan dragen en deze derhalve niet toewijsbaar is. De grieven van Rernu c.s. treffen reeds daarom geen doel en behoeven geen verdere bespreking. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Rernu c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Voor hun hoofdelijke veroordeling daarin is geen deugdelijke grondslag aangevoerd. 4.
Beslissing
het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep,
zaaknummer: 200.260.304/01
9
veroordeelt Remu c.s. in de kosten van het hoger beroep tot op heden aan de zijde van Eneco Beheer begroot op 5.382,- aan verschotten en op € 16.503,- voor salaris; verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.A.H. N4elissen. E.1. van Tuyll van Serooskerken RöelI en C.M. Stokkermans en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 december 2020.
mr. J.C.
nc
__ Ingekomen ILC d.d.
1 PROVINCIE :: UTRECHT
18 DEC 2020
Aan de raad van de gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE UTRECHT
VERZONDEN 17 DEC 2020
TEAM
UW NUMMER
17 december 2020 821CC463 4 december 2020 (mail) 7987162
BIJLAGE
geen
ONDERWERP
DATUM
NUMMER
UW BRIEF VAN
REFERENTIE
DOORKIESNUMMER E-MAILADRES
BEI / IBT Financieel Toezicht Mw. A.J J. van Dixhoorn-Hoogenboom 06-52769516 ria.van.dixhoorn-hoogenboom© provincie-utrecht.nl Beoordeling begroting 2021
Geachte raad,
U heeft ons in het kader van het financieel toezicht de jaarrekening 2019, begroting 2021 en meerjarenraming 2022 - 2024 toegezonden Aan de hand van de ingezonden begroting hebben wij de financiële positie van uw gemeente beoordeeld. Dit oordeel is belangrijk voor ons besluit over de in te stellen toezichtvorm voor komend begrotingsjaar: repressief toezicht of preventief toezicht. In deze brief informeren wij u over de toezichtsvorm 2021 van uw gemeente.
Doel van het toezicht Het doel van het interbestuurlijk toezicht (IBT) is het waarborgen van de kwaliteit van het openbaar bestuur en ervoor te zorgen dat burgers erop kunnen blijven vertrouwen dat de overheid haar taken goed uitvoert. Financieel toezicht is één van de domeinen binnen het IBT en draagt bij aan een financieel gezonde huishouding van uw gemeente. Repressief toezicht is het uitgangspunt. Dit houdt in dat u uw begroting direct kunt uitvoeren. Wij hoeven uw begroting en de begrotingswijzigingen niet vooraf goed te keuren. Toetsingscriteria Ons oordeel baseren wij op de kaders en criteria genoemd in: 1. de Gemeentewet (artikel 203); 2. de Algemene Wet Bestuursrecht (titel 10:2); 3. het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); 4. het gemeenschappelijk financieel toezichtkader GTK 2020 (gemeenten), van 9 april 2019; 5. onze begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten (onze brief van 9 maart 2020).
Bevindingen en beoordeling Wij hebben de begroting 2021 en de jaarrekening 2019 van uw gemeente na de wettelijke inzendtermijnen ontvangen. Hieraan zijn geen consequenties verbonden. Wij hebben u toestemming gegeven de wettelijke inzendtermijnen te overschrijden. Aan de hieraan verbonden voorwaarden hebt u voldaan. Dit betekent dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
PROVINCIE-UTRECHT.NL
College van Gedeputeerde Staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111
17766
Zowel de jaarrekening 2019 als de begroting 2021 en de meerjarenraming 2022 - 2024 hebben wij beoordeeld op structureel en reëel begrotingsevenwicht. Dit betekent dat wij onderzoeken of de structurele baten ieder jaar de structurele lasten dekken en of de ramingen realistisch zijn. In het geval de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. Naar aanleiding van ons onderzoek komen wij tot de volgende beoordeling.
Toezichtregime beoordeling 2021: Repressief toezicht Uw programmabegroting 2021 is structureel en reëel in evenwicht. Dit betekent dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. Ook het gepresenteerde meerjarenperspectief is structureel en reëel in evenwicht. U kunt uw begroting direct uitvoeren. Onze goedkeuring is niet nodig. Wel verzoeken wij u om ons: • de begrotingswijzigingen binnen twee weken na vaststelling toe te sturen; • de documenten uit de budgetcyclus toe te sturen, zoals de kadernota en de voor- en najaarsrapportage. Op basis van deze stukken zijn wij vanuit onze rol als toezichthouder in staat de ontwikkelingen rond de financiën van uw gemeente te blijven volgen.
Aandachtspunten Wij hebben ons oordeel over het structurele en reële begrotingsevenwicht gevormd met behulp van de in het GTK 2020 opgenomen kaders en begrippen, waaronder de toetspuntenlijst. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij u kortheidshalve naar Hoofdstuk 7 van het GTK 2020.
De toetsing van uw begroting en meerjarenraming aan dit kader geeft aanleiding tot de volgende aandachtspunten. Financiële weerbaarheid Evenals al andere gemeenten bent u geconfronteerd met de gevolgen van de Coronacrisis. Ook daarvoor stond de begroting al structureel onder druk o.a. als gevolg van de aanhoudende onzekerheden in het sociaal domein. Het in de afgelopen jaren gevoerde solide financieel beleid heeft ertoe geleid dat de eerste financiële klappen opgevangen kunnen worden. Wij hebben u dan ook de tijd gegeven om tot een afgewogen oordeel over de ombuigingen en beleidskeuzes te komen en in het verlengde daarvan een realistische begroting. De maatregelen en investeringen om Utrecht door de crisis te loodsen raken de gemeentefinanciën hard. We zien voor de komende jaren een forse daling van de financiële weerbaarheid. Er is minder eigen vermogen om onvoorziene tegenvallers het hoofd te bieden. De in de loop van de jaren gereserveerde middelen worden aangewend voor de uitvoering van de omvangrijke investeringsprogramma’s. Voor nu zijn de financiële buffers voldoende en spreken we onze waardering uit voor het op korte termijn realiseren van een uitgebreid en doordacht pakket aan noodzakelijke maatregelen.
De vier maatregelenpakketten zijn uitgewerkt en toegelicht, inclusief de samenwerking met en cofinanciering door uw partners. U hanteert een horizon van twee jaar en er is flexibiliteit en fasering ingebouwd om te kunnen reageren op nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast beziet u de pakketten in het geheel van de begroting, hetgeen de effectiviteit en efficiency van de beleidskeuzes ten goede komt. Wij hebben vertrouwen in de getroffen maatregelen en de wijze waarop u met de risico’s omgaat. De maatschappelijk en financiële gevolgen van de Coronacrisis, het zogenaamde “scenario C” hebt u meerjarig in uw begroting verwerkt. Het interen op vermogen, het continu zoeken naar maatregelen om te versoberen hebben ook een keerzijde. De financiële rek is uit uw begroting, of zoals u het zelf verwoordt “we balanceren op een dunne lijn”. Wij onderstrepen dan ook de noodzaak om uw weerstandscapaciteit op orde te houden en bestaande risico’s te verminderen en nieuwe risico’s zoveel mogelijk te beperken. We geven ons hierbij rekenschap van het feit dat u bij de bepaling van het noodzakelijke weerstandsvermogen de financiële effecten van het langer duren en strenger worden van de coronamaatregelen (“meest ongunstige coronascenario”) voor 50% hebt meegenomen.
2
Hoewel het repressieve toezicht van toepassing is, vragen wij u ons actief te informeren over eventuele ontwikkelingen die van negatieve invloed zijn op het financieel evenwicht en het risicoprofiel van uw gemeente.
Schuldquote De schuldquote gaat naar verwachting oplopen tot boven de 100%. Dit hangt samen met de forse uitgaven en investeringen vanuit de coronamaatregelen, maar ook met de ambitie om de komende jaren te investeren in de stad. De financiële wendbaarheid wordt hierdoor beperkt. Wij vinden het een positieve ontwikkeling dat bij toekomstige investeringsbeslissingen het begrote effect op de schuldquote deel uitmaakt van de afwegingen. We hebben echter wel geconstateerd, dat de realisatiecijfers van de schuldquote in de afgelopen jaren lager zijn dan in de begroting opgenomen. Dit omdat het tempo van de investeringen achterblijft bij de ramingen. Vervolg Wenst u een uitgebreidere toelichting op onze bevindingen, of heeft u vragen over de financiële positie van uw gemeente? Neem dan contact op met Ria van Dixhoorn.
Tenslotte Wij willen ook stil staan bij de huidige tijd en het financiële toekomstperspectief. Covid19 heeft veel teweeg gebracht. Niet alleen maatschappelijk maar ook financieel. Voor een groot aantal gemeenten voelt het als de spreekwoordelijke “druppel die de emmer” doet overlopen. Immers, gemeenten zijn nog hard aan de slag om tegenvallers binnen het sociaal domein op te lossen. We zien dat de financiële problemen van de gemeenten zich opstapelen. Dit gevoegd bij het besef dat we niet weten welke uitdagingen ons nog te wachten staan, maakt het financieel perspectief extra onzeker. Afgelopen jaar hebben we, als provincie, op verschillende wijzen op rijksniveau aandacht gevraagd voor de financiële situatie van de Utrechtse gemeenten. We blijven dit doen daar waar mogelijk. Samen met u!
Een afschrift van onze brief zenden wij - ter kennisgeving - naar uw college van burgemeester en wethouders. Naast het financieel toezicht toetsen wij in het kader van het interbestuurlijke toezicht (IBT) ook uw taakuitvoering op de terreinen omgevingsrecht, vergunninghouders en informatie- en archiefbeheer. Deze werkvelden kennen een ander beoordelingsritme. Onze toezichtbrieven hierover ontvangt u op een ander tijdstip. Wij publiceren de resultaten van ons toezicht op de interactieve IBT-kaart. Zie daarvoor www.provincieutrecht/interbestuurlijktoezichtkaart. Deze brief wordt vanaf 1 maart 2021 ook toegankelijk via deze kaart.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen,
R.C.L (Robert) Strijk Gedeputeerde Financiën, Organisatie, Economie en Europa
Belanghebbenden kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de datum van verzending of uitreiking van dit besluit daartegen bezwaar maken door het indienen van een gemotiveerd bezwaarschrift. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Utrecht, t a v. de secretaris van de AWB-Adviescommissie bezwaarschriften van PS en GS,
postbus 80300, 3508 TH Utrecht.
3
Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden.
Indien bezwaar is gemaakt kan ook om een voorlopige voorziening worden gevraagd, als er tijdelijke maatregelen nodig zijn waarmee niet tot de beslissing op het bezwaarschrift kan worden gewacht. Het verzoek moet worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht Bij het
verzoek om voorlopige voorziening moet een kopie van het bezwaarschrift worden gevoegd. Hiervoor is griffierecht
verschuldigd
4
Ingekomen ILC d.d. — PROVINCIE :: UTRECHT
18 DEC 2020
PostNL Port Betaald
Postbus 80300, 3508 TH Utrecht
/
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
De gemeenteraad heeft op 21 januari 2021 de permanente geheimhouding op de Managementletter 2020 opgeheven met uitzondering van de bevindingen ten aanzien van IT op pagina 17.
Behandeld door
J.M.W. Koolenbrander
Datum
9 december 2020
Doorkiesnummer
030 - 28 61619
Kenmerk
8295536
a.koolenbrander@utrecht.nl
Onderwerp
Managementletter 2020
Bijlage(n)
1 (geheim)
Beleidsveld
Financiën
Geachte leden van de raad, In de geheime bijlage bij deze brief vindt u de Managementletter 2020 van onze accountant. Jaarlijks voert de accountant een interimcontrole uit, ter voorbereiding op de controle van de jaarrekening. De bevindingen presenteert hij in de Managementletter, samen met aanbevelingen voor verbetering in de beheersing van werkprocessen. In deze brief gaan wij eerst in op de totstandkoming van deze Managementletter. Vervolgens reageren wij op de bevindingen en aanbevelingen. Geheimhouding We hebben op de Managementletter 2020 permanente geheimhouding opgelegd op grond van artikel 55 lid 1, 86 lid 2 en 25 lid 2 van de Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 10 lid 2 sub b en g van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De informatie in de managementletter raakt de financiële belangen van de gemeente en kan leiden tot onevenredige bevoordeling van derden. In de managementletter staat informatie over bepaalde bedrijfsprocessen en de aan de uitvoering daarvan verbonden financiële, taakinhoudelijke en juridische aandachtpunten en risico’s. Proces interimcontrole Het proces is soepel en in goede samenwerking verlopen, ondanks de belemmeringen van het werken op afstand. Een deel van de werkzaamheden is nog niet (volledig) afgerond. Over de resultaten van de IT-audit wordt u op een later moment afzonderlijk geïnformeerd.
Algemeen Mede door toenemende eisen aan de controle vraagt de accountant meer gedetailleerde vastlegging van processen en van controlemaatregelen daarin. De accountant stelt vast dat ons college zijn adviezen opvolgt ter verbetering van de centrale informatievoorziening en de beheersing van monitoring van processen en risico’s. Deze adviezen zijn tevens behulpzaam bij het traject versterken bedrijfsvoering en de verstevigen van de controlfunctie op het niveau van de organisatie als geheel, het concern.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 december 2020 8295536
Risicomanagement en interne beheersing Over de ontwikkeling van het risicomanagement die in gang is gezet met het plan van aanpak is de accountant positief. “Aan de hand van uw plan van aanpak doorontwikkeling risicomanagement geeft u een adequate invulling aan ons advies en uw wens om risicomanagement verder te verstevigen binnen uw organisatie. Dit past tevens bij de ontwikkeling naar de rechtmatigheids-verantwoording die uw college met ingang van boekjaar 2021 geeft.” De accountant ziet minder voortgang bij de interne beheersing, in het bijzonder op het punt van de centrale kaderstelling. De ingezette transitie van het onderdeel Financiën, inkoop en juridische zaken (FIJ) is bedoeld om het inzicht en de beheersing op het geheel te verbeteren. Door de coronacrisis werd de voortgang helaas belemmerd. De aanpassing van de P&C-cyclus en het werken op afstand legden beslag op de beschikbare capaciteit. Dat neemt niet weg dat de aanbevelingen (inclusief die over prestatielevering) een vervolg krijgen, in een realistisch tempo. Overigens heeft de accountant de doorgevoerde verbeteringen bij de memoriaalboekingen nog niet kunnen beoordelen. Grondexploitaties De accountant herkent dat de aanwezige opzet van interne beheersing van de grondexploitaties nu wordt geborgd met zichtbare maatregelen.