Agendabundel
Tekst van het document
Wat hebben we daarvoor gedaan? Prestatiedoelstelling P2.1.1 We zorgen voor meer woningen in verschillende segmenten, van sociale huur tot vrije sector huur- en koopwoningen. Daarbij sturen we op gemengde wijken met een mix van verschillende segmenten Met onze partners staan we voor de opgaven zoals die in de Woonvisie staan geformuleerd. De belangrijkste zijn: vergroten van de sociale voorraad, een inhaalslag middencategorie (huur en koop), het werken aan gemengde wijken, het betaalbaar houden van de voorraad (gematigd huurprijsbeleid, beïnvloeden prijsstijgingen koop) en verduurzaming van de woningvoorraad. In 2021 hebben we, samen met onze partners, gewerkt aan onder andere de volgende dossiers: Taskforce ‘versneld toevoegen tijdelijke woonruimte’ Programma Thuis voor Ouderen Prestatieafspraken met de individuele corporaties Evaluatie en aanpassing actieplan middenhuur Actieplan betaalbare koop Initiatiefvoorstel Wooncoöperaties Actualisering Huisvestingsverordening Opzet regeling opkoopbescherming Aanpak discriminatie op de woningmarkt Er zijn afspraken gemaakt over onder meer cofinanciering door het Rijk en er zijn aanvragen en voorstellen gedaan om de groei van de stad financieel mogelijk te maken. Dit heeft geresulteerd in financiële bijdragen van het Rijk (woningbouwimpuls Overvecht, bijdrage flexwonen Utrecht Zuid).
Een aanvraag uit het Volkshuisvestingsfonds voor Overvecht is i.v.m. overtekening van het rijksbudget net buiten de toekenningen gevallen. Er zijn meerdere gebiedsgerichte uitwerkingen vastgesteld (zoals stedenbouwkundige programma’s van eisen voor de MWKZ, bestemmingsplan Beurskwartier en Cartesiusdriehoek enzovoorts). In het Stadsakkoord Wonen hebben de partners op de Utrechtse woningmarkt wederkerige en langjarige afspraken gemaakt, gericht op een betere balans in de woningmarkt. In 2021 is de samenwerking rond het Stadsakkoord voortgezet. Met partners (ontwikkelaars, corporaties, bouwers en beleggers) zijn tweemaandelijks thema’s uit het Stadsakkoord besproken voordat zij ter besluitvorming werden aangeboden. Dit geeft partijen de mogelijkheid om actief mee te denken. Voor de gemeente levert het andere perspectieven die relevant kunnen zijn om te betrekken in het proces. Voorbeelden van besproken thema’s zijn de aanpassing van het Actieplan Middenhuur, het Actieplan betaalbare koop, de Taskforce ‘Versneld toevoegen tijdelijke woonruimte’, huisvesting voor ouderen, het UPP-proces en het MPR. We hebben veel dossiers opgepakt om de woningmarkt beter te kunnen reguleren. Hiervoor hebben we moeten prioriteren op basis van de toegekende middelen in de begroting. In 2022 gaan we verder met optimaliseren van de woningmarkt.
Indien we geld toegekend krijgen voor bijvoorbeeld het opstellen van een leegstandsverordening en/of een doelgroepenverordening, dan pakken die wij die op.
72
Prestatieafspraken met de Utrechtse corporaties In 2021 zijn individuele prestatieafspraken gemaakt met alle STUW-corporaties en, indien verenigd, hun huurders voor de periode 2021-2025. In de stedelijke prestatieafspraken is een appendix opgenomen over de ontwikkeling van een gezamenlijke wijkenstrategie die zich richt op de balans in toevoegingen en onttrekkingen van sociale huurwoningen, vanuit het uitgangspunt dat de sociale voorraad moet meegroeien met de groei van de stad. Het instrument wijkenstrategie is in 2021 voor het eerst opgesteld met daarbij een stedelijk beeld met focus op de amendementswijken (Oost, Noordoost, West en Binnenstad). De gegevens hebben betrekking op de ontwikkeling in de komende vier jaar, met een perspectief voor de jaren daarna. Tevens is in 2021 de voortgangsrapportage over 2020 van de prestatieafspraken opgesteld. De afspraken passen in het kader zoals vastgelegd in de herziene Woningwet 2015 en sluiten aan bij het landelijke Sociaal Huurakkoord. Sinds 2020 spreken we twee maal per jaar we met de corporaties in het bestuurlijk productieoverleg. Zo ook in 2021. Doel van dit overleg is om de productie van sociale huurwoningen in de stad de komende jaren hoog te houden en mee te laten groeien met de vraag en de groei van de stad.
Na een piekjaar qua opleveringen van sociale huurwoningen in 2020 waren de opleveringen in 2021 beperkt; namelijk ongeveer 200 vanuit STUW. Eind 2021 zij nadere afspraken gemaakt om in het productieoverleg nog nauwgezetter de voortgang van projecten te volgen en te bespreken. Sociale huur In 2021 hebben wij ingezet op het toevoegen van sociale huur in nieuwbouwplannen, bij voorkeur in de wijken waar het aandeel sociale huur relatief laag is. Qua opleveringen was 2021 een bescheiden jaar, maar in veel projecten die afgelopen jaar vorm kregen zien we veel sociale huur (waaronder ook voor kwetsbare doelgroepen). Voorbeelden hiervan zijn: Beurskwartier en Papendorp. Via de afspraken rondom betaalbaarheid in de prestatieafspraken dragen we bij aan het betaalbaar houden van de sociale huur. Met het project 'Huisjesmelkers en ondermijnende criminaliteit' pakken we vastgoedmisbruik aan. Net als in 2020 hebben onze inspecteurs vanwege de Corona-maatregelen minder kunnen controleren dan de jaren ervoor. In 2021 is daarom vooral geïnvesteerd in informatieanalyse en optimalisering van de processen. Middenhuur In het afgelopen jaar hebben wij het Actieplan Middenhuur 2017 geëvalueerd. Hieruit blijkt dat het Actieplan goed functioneert. De evaluatie heeft geleid tot een voorstel voor aanpassingen in de systematiek.
Deze optimalisatie bestaat uit het aanpassen van de voorwaarden middenhuur, zodat de balans tussen het borgen van de juiste prijs-kwaliteitverhouding - passend bij de behoefte van middeninkomens - en het verhogen van het bouwtempo in het middenhuursegment verbetert. Betaalbare koop In 2020 zijn we gestart met het toepassen van een anti-speculatiebeding en een zelfbewoningsplicht bij projecten waar betaalbare koopwoningen tot en met de NHG-grens worden gebouwd. Dit doen we om ervoor te zorgen dat deze woningen niet worden opgekocht door investeerders, maar beschikbaar blijven voor eigenaar-bewoners. Eind 2021 is deze prijsgrens verhoogd en worden de maatregelen toegepast op nieuwbouwwoningen met een prijs tot en met 2x NHG. Fonds Toevoegen Woonruimte In 2021 hebben wij de beleidsregel Fonds toevoegen woonruimte tweemaal gewijzigd, de eerste maal overeenkomstig de aanbevelingen uit de evaluatie in 2019 en de tweede maal op basis van motie 157/2021 betreffende aanpassing van de minimum oppervlakte-eis bij aanvraag haalbaarheidsonderzoek. De eerste wijziging betrof aanpassingen met betrekking tot het terugdringen van onwenselijk gebruik van de subsidieregeling.
De nadere regel is strikter geformuleerd, waardoor voortaan alleen kleinere ontwikkelingen (maximaal 25 zelfstandige woonruimten) een aanvraag konden doen en nadere criteria zijn opgenomen waaraan aanvragende partijen moeten voldoen. Bovendien kon voortaan de subsidie op grond van deze nadere regel alleen aangevraagd worden voor woningen voor bijzondere/kwetsbare doelgroepen en woningen boven winkels, beide alleen in het sociale- en middenhuursegment. In het najaar van 2021 hebben wij de regeling via de campagne Morgen Mooier Maken bij ondernemers onder de aandacht gebracht. De aanpassing van de regel heeft echter nog niet het gewenste effect gehad, er is in 2021 geen enkele aanvraag gedaan. In 2022 brengen we de regeling beter onder de aandacht en passen mogelijk opnieuw aan.
73
Bescherming bestaande voorraad Het wetsvoorstel dat het gemeenten mogelijk maakt een opkoopbescherming in te voeren, treedt per 1 januari 2022 in werking. Samen met de andere G5-steden hebben wij de vertaling gemaakt naar een lokale regeling. Het voorstel om de Huisvestingsverordening te wijzigen en de opkoopbescherming in te voeren is inmiddels ter vaststelling aan de raad aangeboden. In juli is de huisvestingsverordening aangepast en zijn wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van de nieuwe ‘Wet toeristische verhuur van woningen’. Het beleid voor omzetten en splitsen is geëvalueerd en wordt begin 2022 aangeboden aan de raad. Op basis van de evaluatie zijn we begonnen met het maken van aanpassingen in de beleidsregels voor lokaal maatwerk voor omzetten en splitsen. Dit ronden wij begin 2022 af. In 2021 hebben we actief bijgedragen aan de vorming van het Wetsvoorstel Goed Verhuurderschap. Het wetsvoorstel biedt gemeenten de mogelijkheid om algemene regels in te stellen ter bevordering van goed verhuurderschap. We hebben toepassing van de wet voorbereid, zodat we bij inwerkingtreding meteen gebruik kunnen maken van de bevoegdheden die de wet biedt. We brengen discriminatie op de particuliere woningmarkt sinds 2019 in beeld. Er is sprake van discriminatie in de particuliere huursector op de gronden etniciteit, seksuele geaardheid en fysieke beperking.
Met pilotmiddelen van BZK hebben wij onderzoek laten uitvoeren naar concrete instrumenten om discriminatie aan te pakken. Op basis van de aanbevelingen hebben wij een plan opgesteld met acties gericht op: voorlichting/bewustwording, objectiever werven en selecteren van kandidaat-huurders en bestraffing. Wij hebben het restant van de pilotmiddelen ingezet voor een nieuwe ronde praktijktesten en onderzoek naar een meldplicht voor bemiddelaars bij discriminerende verzoeken. Corona De coronamaatregelen hadden geen gevolgen voor de uitvoering van dit programma. Prestatiedoelstelling P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien Studentenhuisvesting: We hebben de uitvoering van het lokaal convenant studentenhuisvesting Utrecht samen met betrokken partijen voortgezet. We faciliteerden de totstandkoming van geplande projecten, stimuleerden nieuwe initiatieven, flexibele concepten en hebben de monitoring van de afspraken verder vormgegeven. De planning en uiteindelijke realisatie van onzelfstandige eenheden heeft meer aandacht gekregen en geleid tot verschuivingen in de programmering daarvan. Er zijn 636 zelfstandige studenteneenheden opgeleverd. Daarnaast is gestart met de bouw van 200 onzelfstandige studenteneenheden op de Opaalweg.
Daarnaast is de SSH een experiment begonnen dat het doorstromen vanuit studentenkamers stimuleert. Ook is een lobby gevoerd richting het Rijk om de productie van onzelfstandige eenheden te stimuleren. Het Huurteam Utrecht heeft 631 woningopnames verricht, 316 bij onzelfstandige woningen en 315 bij zelfstandige. Ook dit jaar waren er gevallen van intimidatie en bedreiging. Het meest voorkomend is verbaal geweld, in 2021 zijn ook veel gevallen van stalking gemeld. Huisvesting kwetsbare doelgroepen In 2021 is de taakstelling huisvesting statushouders meer dan verdubbeld, terwijl het aantal nieuwbouwopleveringen in de sociale huur beperkt is gebleven. Vraag naar en aanbod van woningen voor voorrangsgroepen is hierdoor uit balans geraakt, waardoor taak- en doelstellingen maar voor 62% zijn behaald (doelstellingen 700, realisatie 431). Per doelgroep gaat het om de volgende resultaten: 60% van de taakstelling MO/BW (levering van 231 woningen), 58% van taakstelling statushouders (160 woningen geleverd), 82% kwetsbare jongvolwassenen (levering van 41 woningen of kamers) en 90% citydeal/uitstroom corporatiehotel (36 woningen geleverd). Dit urgente probleem is vroeg in 2021 gesignaleerd en aanleiding geweest voor het samen met partners inrichten van een taskforce om versneld tijdelijke woonruimte toe te voegen (700-1.050 woningen) voor reguliere woningzoekenden en kwetsbare doelgroepen.
Eerste resultaten: er zijn twee locaties aangewezen voor tijdelijk wonen, BEFU-
74
terrein en Pagelaan (beide in wijk Zuid). Het pand op de Maliebaan 59-61 (gemeentelijk vastgoed) is geschikt bevonden voor een gemengd wonen project voor jongeren. In Vleuten zijn twee bestaande corporatiepanden getransformeerd: het pand op de Dwergbieslaan wordt benut voor gemengd wonen voor kwetsbare jongeren en het pand op de Waterbieslaan wordt benut als gezinshuis. Daarnaast is in De Meern in samenwerking met het Leger des Heils het project Nijevelt opgeleverd in een door GroenWest getransformeerd pand. Hier wonen uitstromers uit MOBW en reguliere bewoners. In de Zonstraat (Oost) huisvest Mitros in samenwerking met Vluchtelingenwerk jonge statushouders samen met jongvolwassenen. Wij hebben ten behoeve van de uitwerking van het ‘Activiteitenplan realiseren ambitie wonen voor ouderen’ bijgedragen aan de huisvesting van oudere inwoners met een zorgbehoefte, in het deelproject (t)huis voor ouderen. In 2021 is er een Kopgroep (t)huis voor ouderen geformeerd vanuit het bestaande samenwerkingsverband Stadsakkoord Wonen, die nadere invulling geeft aan activiteiten gericht op ouderen, wonen en zorg. Initiatieven/nieuwe woonconcepten In 2021 zijn wij doorgegaan met de stimulering en ontwikkeling van nieuwe woonconcepten.
In Leidsche Rijn centrum gaan twee projecten van start: Legends, dat bestaat uit 150 appartementen gericht op 55 plussers en Bloei030, dat bestaat uit 250 appartementen. Dit project is op meerdere manieren gemengd, zowel vragende als dragende bewoners en beschermd wonen in middenhuur- en sociale huurwoningen. In het SPvE voor Pieter Baan centrum is een gemengd wonen deel opgenomen. Dit wordt vervolgens betrokken in de uitgifte door het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast stond het afgelopen jaar in het teken van ontwikkelen van instrumenten om nieuwe woonconcepten mogelijk te maken. Het initiatiefvoorstel ‘Utrechtse Wooncoöperaties’ van GroenLinks en de ChristenUnie is eind 2021 vastgesteld. Wij geven hier de komende periode uitvoering aan. Daarmee geven we de wooncoöperatie een volwaardige plek op de Utrechtse woningmarkt en kunnen we betaalbaar collectief wonen meer ruimte bieden. De pilots hiervoor zijn in voorbereiding. Zie verder de taskforce ‘Versneld toevoegen tijdelijke woonruimte’, onder Huisvesting kwetsbare doelgroepen. Een tweede Place2BU is nog niet gerealiseerd. Na de evaluatie door Mitros en Portaal zien wij kansen om dit kleinschaliger en in andere verhoudingen te realiseren op nieuwe locaties voor flexwonen.
Hierover wordt nader gerapporteerd vanuit de ‘taskforce versneld toevoegen van tijdelijke woonruimte’ In 2021 hebben wij onderzocht welke mogelijkheden er zijn om op of bij de bestaande woonwagenlocaties standplaatsen toe te voegen. Eind december is het eerste concept van het onderzoeksrapport gereed, het zal in het eerste kwartaal van 2022 worden voorgelegd. Corona De coronamaatregelen hadden geen gevolgen voor de uitvoering van dit programma. Prestatiedoelstelling P2.1.3 We stimuleren doorstroming op de woningmarkt In 2021 zijn er 239 huisvestingsvergunningen aangevraagd voor middenhuurwoningen, dit gaat om mensen met een middeninkomen. 35 van hen zijn doorgestroomd uit sociale huur. De Academie voor de Stad heeft begin 2021 het onderzoek naar mogelijke doorstromingsinstrumenten voor ouderen in de wijken Overvecht en Oost afgerond. Het onderzoek heeft inzicht gegeven in de drempels die bewoners ervaren om te verhuizen. In samenwerking met en op initiatief van Mitros is een experiment gestart om bij twee nieuwbouwprojecten met levensloopgeschikte appartementen voorrang te geven aan 65-plussers uit de buurt. De voorrang geldt voor de helft van het aantal appartementen. Het experiment loopt tot medio 2022, waarna het wordt geëvalueerd.
75
In 2021 hebben wij de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten gestimuleerd en bewonersinitiatieven begeleid. De kwartiermaker nieuwe woonconcepten speelt hier een actieve rol in. Met het Actieplan ‘Utrechtse wooncoöperaties’ ondersteunen wij de mogelijkheden voor woningzoekenden die collectief willen wonen in een wooncoöperatie. Met de Taskforce ‘Versneld toevoegen tijdelijke woonruimte’ spelen wij in op de urgente vraag van spoedzoekers op de Utrechtse woningmarkt. We hebben in de prestatieafspraken opgenomen dat corporaties woningen beschikbaar stellen voor de doelgroepen in het Plan van aanpak huisvesting en ondersteuning kwetsbare doelgroepen. Ook hebben we opgenomen dat bij nieuwbouwprojecten aandacht wordt geschonken aan concepten huisvesting bijzondere doelgroepen. De voorrangsregeling van Groot naar Beter heeft in 2021 geleid tot 102 verhuizingen. De verhuisadviseur heeft in 2021 senioren, uit zowel sociale huurwoningen als koopwoningen, advies en begeleiding gegeven als zij wilden verhuizen naar een kleinere woning. Er liepen 244 begeleidingstrajecten (waarvan 63 gestart in 2021) van huurders in de sociale sector, 41 senioren zijn verhuisd. Voor woningeigenaren liepen er drie trajecten, waarvan twee zijn afgerond: één bewoner is verhuisd, de ander is nog op zoek naar een woning.
In 2020 en 2021 voerden we het experiment 'bevorderen doorstroming door extra inschrijftijd voor specifieke groepen bewoners van Place2bu' uit. Eind 2021 zijn wij gestart met de evaluatie. Begin 2022 leggen wij de conclusie en voorstel voor een vervolg voor. Corona De coronamaatregelen hadden geen gevolgen voor de uitvoering van dit programma.
Wat heeft dat gekost? x€1.000 Omschrijving
Actuele Realisatie Nominale Actuele Realisatie Verschil begroting 2020 begroting begroting 2021 actueel/ 2020 2021 2021 realisatie
Actuele begroting 2022
Baten 02-2-1-1
Passende huisvesting
1.450
1.831
316
316
418
102
239
Totaal Baten
1.450
1.831
316
316
418
102
239
Passende huisvesting
3.835
3.876
2.732
3.643
3.581
62
3.095
Totaal Lasten
3.835
3.876
2.732
3.643
3.581
62
3.095
-2.385
-2.045
-2.416
-3.327
-3.164
164
-2.857
Toevoeging reserves
0
0
0
0
0
0
0
Onttrekking reserves
14.289
14.289
150
489
489
0
0
Saldo na mutaties reserves
11.904
12.244
-2.266
-2.838
-2.675
164
-2.857
Lasten 02-2-1-1
Saldo baten en lasten Mutaties reserves
Financiële toelichting Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. Afwijking wordt toegelicht Afwijking hoeft niet te worden toegelicht
76
x € 1.000 Bedrag
Toelichting Baten 2.2.1.1 Vergroten kansen op de woningmarkt en verbeteren van huisvesting De baten zijn hoger dan begroot door hogere rentebaten van startersleningen en de
102
verlaging van het interne rentepercentage Totaal
102
Totaal baten
102
x € 1.000 Bedrag
Toelichting Lasten 2.2.1.1 Vergroten kansen op de woningmarkt en verbeteren van huisvesting
De personeelslasten voor woningmarkt in balans zijn hoger dan begroot. Er is
-327
extra personeel ingezet om de toenemende onvoorziene en nieuwe vraagstukken ten aanzien van de opgave wonen vanuit bestuur en samenleving adequaat op te pakken.
De lasten voor nieuwe woonconcepten zijn lager dan begroot omdat initiatieven,
339
zoals het tot stand komen van wooncoöperaties en woonconcepten aangejaagd door de Taskforce toevoegen versneld tijdelijke woonruimte (in gemengde woonconcepten) in 2021 nog in opstart- en voorbereidingsfase zijn geweest.
De beheer- en uitvoeringskosten van Stimuleringsfonds Volkshuisvesting zijn niet
50
begroot, dit leidt tot een afwijking. Totaal
62
Totaal lasten
62
Corona De coronamaatregelen hadden geen gevolgen voor de kosten van dit programma. x € 1.000 Onderwerp
Iv3 taakveld
Meer Lasten
Niet gerealiseerde Baten
Lasten
baten
Niet van toepassing
Verbonden Partijen Deze subdoelstelling heeft geen verbonden partijen.
77
3. Borgen van de monumentale en cultuurhistorische waarden 3.1 Zorgdragen voor de instandhouding van monumentale en cultuurhistorische waarden als integraal onderdeel van de aantrekkelijke stad Omschrijving
E3.1.1
Oorsprong Toelichting
Nulmeting
Verwacht aantal te N.v.t. herbestemmen kerkgebouwen Utrechtse Visie religieus erfgoed 2017
Doel stelling 2020 2
Reali satie 2020 0
Doel stelling 2021 2
Reali satie 2021 2
Doel stelling 2022 2
Bron
Aantal her te bestemmen / te verbouwen (ivm nevengebruik) monumentale kerkgebouwen. Onbekend
Analyse
Het aantal gerealiseerde herbestemmingen is gelijk aan de doelstelling.
E3.1.1
Instandhouding beschermde Rijks- en gemeentelijke monumenten
Oorsprong
Monumentenbeleidsplan en Erfgoedagenda 2013
Toelichting
Grote restauratie- en herbestemmingsprojecten van rijks- en gemeentelijke monumenten.
Bron
Onbekend
Analyse
Het aantal grote gerestaureerde panden en herbestemmingsprojecten is nagenoeg gelijk aan de doelstelling. Omschrijving
P3.1.1
Oorsprong Toelichting Bron Analyse P3.1.1
Oorsprong
N.v.t.
Nulmeting
Aantal te maken N.v.t. herbestemmingsprofielen voor kerkgebouwen Utrechtse Visie religieus erfgoed 2017
15
Doel stelling 2020 2
16
Reali satie 2020 0
15
Doel stelling 2021 2
17
Reali satie 2021 0
15
Doel stelling 2022 2
Aantal her te bestemmen / te verbouwen (ivm nevengebruik) monumentale kerkgebouwen. Onbekend In 2021 zijn geen herbestemmingsprofielen opgesteld voor monumentale kerkgebouwen, er zijn door kerkeigenaren geen nieuwe initiatieven gemeld. Aantal te verduurzamen N.v.t. 10 17 10 14 (verminderen energiegebruik) monumenten Nieuwe indicator per 2019
20
Toelichting
Aantal rijks- en gemeentelijke monumenten waarbij energieverbruik substantieel wordt verlaagd, betreft alleen grote projecten.
Bron
Onbekend
Analyse
Het aantal is iets hoger dan de doelstelling, het gaat hierbij vrijwel altijd om projecten waarbij ook sprake is van restauratie en eventueel in combinatie met herbestemming.
78
Wat hebben we bereikt? Effectdoelstelling E3.1.1 Monumenten en cultuurhistorische waarden zijn geborgd als integraal onderdeel van de aantrekkelijke stad Wij hebben voor de borging van cultuurhistorische waarden van gebouwd erfgoed, archeologie en historische structuren, waaronder de beschermde stads- en dorpsgezichten, voor het erfgoed de inwerkingtreding van de Omgevingswet voorbereid. Wij hebben daarvoor het erfgoedbeleid geactualiseerd in een nieuwe Erfgoednota die in 2021 aan de raad is aangeboden, met de bijdrage van erfgoed aan gezond stedelijk leven, (deel)omgevingsvisie en -plan en de grote stedelijke opgaven. Het erfgoed levert hierbij een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit bij ontwikkeling op diverse schaalniveaus, ook bij verdichting, met extra aandacht voor groene en blauwe structuren. Als onderdeel van het nieuwe erfgoedbeleid is verder gewerkt aan speerpunten zoals de inventarisatie van de architectuur van de periode 1965 tot 2008 en de actualisering, evaluatie en uitbreiding van de visie religieus erfgoed. Besluitvorming over de inventarisatie van dit jonge erfgoed en over de visie religieus erfgoed is voorzien voor 2022. De nominatie voor werelderfgoed van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Limes heeft in 2021 geleid tot de Unesco-status voor deze structuren.
Instandhouding, waar nodig herbestemming en vooral het energiezuinig maken van de beschermde monumenten had prioriteit. De digitalisering van erfgoeddata is gestart met de middelen van de Voorjaarsnota, om de data beter toegankelijk te maken, in te zetten voor publiekrechtelijke taken zoals vergunningverlening en ook als onderdeel van de vereiste registratie in het kader van het Digitaal Stelsel Omgevingswet.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Prestatiedoelstelling P3.1.1 Begeleiden, toetsen, subsidiëren, en financieren van monumenten-renovaties en – onderhoud en het borgen van cultuurhistorische waarden in de stad
Wij hebben bijgedragen aan diverse ruimtelijke projecten zoals de RSU, de omgevingsvisie binnenstad, verdichting Overvecht, omgevingsvisie USP, Lunettenpark, herinrichting Maliebaan, Burgemeester Norbruislaan, diverse parken en herstel historische bomenlanen. Wij hebben een Erfgoednota opgesteld, als beleidsplan met kaders voor de grote opgaven in de stad en de bijdrage van erfgoed: Utrechts Erfgoed verbindt mensen en tijden. Wij hebben bij 211 aanvragen omgevingsvergunning voor het wijzigen van een beschermd monument afgehandeld in de vorm van de deelafweging, waarbij wij in de meeste gevallen bouwhistorische rapporten hebben opgesteld. Wij hebben in totaal voor 260 plannen advies uitgebracht voor beschermde monumenten, beschermde stadsgezichten, energiebesparing, kleuradviezen, financieringen en subsidies. Voor monumenten in gemeentelijk bezit hebben wij ook in 2021 bijgedragen met restauratietechnische kennis zoals voor de restauratie van de Domtoren, De inventarisatie van de architectuur van na 1965 hebben wij voortgezet, voor de afronding in 2022. Wij hebben vier subsidies voor duurzame monumenten (DuMO) verstrekt en veertien grote projecten begeleid voor het energiezuinig maken van monumenten. De richtlijnen voor zonnepanelen op monumenten en in de beschermde gezichten hebben wij herzien.
De actualisatie van de visie over religieus erfgoed hebben wij verder voorbereid voor besluitvorming in 2022 en herbestemming en aanpassing voor diverse monumentale kerkgebouwen hebben begeleid en de voorbereiding voor verbouw van het Museum Catharijneconvent Wij hebben als onderdeel van de actualisering van ons erfgoedbeleid een nieuwe Archeologische Beleidskaart opgesteld. Invoering van het nieuwe instrumentarium is voorzien gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet Op basis van de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg hebben wij zestien vergunningen voor proefsleuvenonderzoek en definitief onderzoek (incl. archeologische begeleiding) afgehandeld. Wij hebben 22 Programma’s van Eisen en 40 Plannen van Aanpak geschreven c.q. beoordeeld ten behoeve van diverse vooronderzoeken, waarmee wij de kwaliteit van de uitvoering en verslaglegging daarvan willen borgen.
79
Wij hebben in eigen beheer twaalf archeologische begeleidingen en opgravingen en veertien noodwaarnemingen uitgevoerd. Hiervoor zijn 20 Programma’s van Eisen en Plannen van Aanpak geschreven en beoordeeld. Wij hebben 106 adviesverzoeken omgevingsvergunning geadviseerd en getoetst aan de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Wij hebben 103 adviesverzoeken Grote Opbreekvergunning geadviseerd en getoetst aan de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. In Castellum Hoge Woerd is de inrichting voor tijdelijke exposities (‘FlexExpo’) gerealiseerd en de ArcheoHotspot (‘ArcheoLab’). Wij hebben DOMunder financieel ondersteund en met inzet van een nieuwe subsidieregeling de activiteiten van Kerken Kijken Utrecht, Open Monumentendag en de Historische Vereniging Vleuten, De Meern Haarzuilens en Leidsche Rijn gesubsidieerd. Wij hielden diverse informatiebijeenkomsten gehouden voor de inventarisatie van jong erfgoed en over energiezuinige monumenten (met Jouw Huis Slimmer). De website erfgoed.utrecht.nl is verder ontwikkeld, als verhalenportaal rond erfgoedthema’s en met verwijzing naar diverse onderzoeksrapportages. Wij waren betrokken bij diverse samenwerkingsverbanden van erfgoedinitiatieven die het Utrechtse erfgoed beleefbaar maken, zoals initiatieven rond Utrecht 900 jaar.
Wij hebben samen met andere gemeenten, de provincie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de definitieve aanvraag voor de nominatie voor de UNESCO werelderfgoederen Limes en Nieuwe Hollandse Waterlinie voorbereid.
Corona De coronacrisis had ook effecten voor het erfgoed, maar niet op het beleid of de uitvoering. Sluiting en het wegvallen van toeristisch bezoek zorgden voor inkomstenderving voor kasteel en park De Haar, DOMunder en andere bijzondere erfgoedlocaties. Monumentale religieuze gebouwen werden evenals in 2020 aanzienlijk minder gebruikt, diensten op locatie, verhuur en toeristisch bezoek vonden beperkt plaats. Wij hebben voor enkele essentiële voorzieningen subsidies verleend. Daarentegen konden evenals in 2020 onderhouds- en restauratiewerkzaamheden aan monumenten wel doorgaan evenals archeologisch en bouwhistorisch onderzoek.
Wat heeft dat gekost? x€1.000 Omschrijving
Actuele Realisatie Nominale Actuele Realisatie Verschil begroting 2020 begroting begroting 2021 actueel/ 2020 2021 2021 realisatie
Actuele begroting 2022
Baten 02-3-1-1 Monumentale en cultuurhistorische waarde
511
500
316
316
568
252
325
511
500
316
316
568
252
325
2.988
2.945
2.754
2.989
3.363
-375
2.969
2.988
2.945
2.754
2.989
3.363
-375
2.969
-2.477
-2.445
-2.438
-2.672
-2.795
-123
-2.644
Toevoeging reserves
0
0
0
0
0
0
0
Onttrekking reserves
2.965
2.965
40
88
88
0
40
Saldo na mutaties reserves
488
520
-2.398
-2.584
-2.707
-123
-2.604
Totaal Baten Lasten 02-3-1-1 Monumentale en cultuurhistorische waarde Totaal Lasten Saldo baten en lasten Mutaties reserves
80
Financiële toelichting Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. Afwijking wordt toegelicht Afwijking hoeft niet te worden toegelicht
Toelichting
x € 1.000 Bedrag
Baten 02-3-1-1 Monumentale en cultuurhistorische waarde Archeologische onderzoeken De belangrijkste verklaring voor het verschil bij baten zijn de baten uit archeologische onderzoeken verkregen van opdrachtgevers. Het aantal archeologische opdrachten fluctueert jaarlijks. Deze worden daarom grotendeels niet begroot. Castellum Hoge Woerd In verband met de doorontwikkeling van het Castellum en de tijdelijke exposities heeft het museum in 2021 extra bijdragen van partners ontvangen. Legesinkomsten wettelijke taken archeologie De legesinkomsten voor archeologische taken gerelateerd aan bevoegd gezag zijn 0,087 miljoen lager dan begroot. Dit hangt samen met de hoeveelheid aanvragen die we jaarlijks krijgen en kunnen verwerken. Overige Mutaties Totaal baten
Toelichting Lasten 02-3-1-1 Monumentale en cultuurhistorische waarde Personeelslasten en overige kosten De lasten voor personeel en overige kosten zijn hoger dan begroot. Het erfgoedbeleid, voornamelijk rondom archeologie vroeg om een grotere inzet van personeel dan begroot. Castellum Hoge Woerd In verband met de doorontwikkeling van het Castellum en de tijdelijke exposities heeft het museum in 2021 meer lasten dan begroot. Hiertegenover staan ook hogere bijdragen van partners. Archeologische onderzoeken De lasten van archeologische projecten zijn hoger dan begroot. Het aantal archeologische opdrachten fluctueert jaarlijks en lasten worden gecompenseerd met baten van opdrachtgevers. De lasten worden daarom grotendeels niet begroot. Digitalisering erfgoed De lasten voor het project digitalisering erfgoed zijn lager omdat de voorbereiding van digitalisering van analoog materiaal meer tijd kostte en dat gold ook voor het inschakelen van expertise voor geodata; het project loopt door in 2022. Overige mutaties Totaal lasten
207
92
-87 40 252
x € 1.000 Bedrag
-169
-101
-281
130
47 -375
81
De coronamaatregelen hadden geen gevolgen voor de kosten van dit programma. x € 1.000 Onderwerp
Iv3 taakveld
Meer Lasten
Niet van toepassing
Verbonden Partijen NV Maatschappij tot Stadsherstel Utrecht (geen bijdrage)
82
Niet gerealiseerde Baten
Lasten
baten
Duurzaamheid Algemene programmadoelstelling Utrecht wil vergroenen en verdichten in balans. Duurzaamheid is hier een belangrijke pijler in. In 2021 hebben we grote stappen gezet om een gezond leefklimaat voor Utrecht te creëren. Met een campagne over houtstook, het aanscherpen van de milieuzone en het verplaatsen van de snorfiets naar de rijbaan hebben we uitvoering gegeven aan ons luchtmaatregelenpakket. We krijgen steeds meer te maken met extreem weer: natter, heter en droger. We willen dat de stad goed voorbereid is op deze veranderingen en passen de openbare ruimte hierop aan. Er is een Visie Klimaatadaptatie en een Visie Water en Riolering opgesteld om uitvoering te geven aan de klimaatopgave van de komende jaren. Er is daarnaast een start gemaakt met een Visie op de Ondergrond, om de ondergrond geschikt te maken voor klimaatadaptatie en de energietransitie. We stimuleerden de circulaire economie in inkoop en door circulair onderdeel te maken van de weging bij aanbestedingen in de ontwikkeling van nieuwe gebieden in de stad. Op het gebied van energietransitie en de bijdrage aan een klimaatneutrale toekomst hebben we in 2021 de Transitievisie Warmte (in twee delen) vastgesteld. Voor elke buurt in Utrecht is nu de beoogde warmteoplossing vastgesteld en is met drie tijdsvakken aangegeven wanneer welke buurt aan de beurt is.
Voor de eerste buurten hebben we ook de eerste aanzet gemaakt van het proces om te komen tot een Wijkuitvoeringsplan. Voor de verduurzaming van bedrijven en maatschappelijke instellingen is in 2021 een start gemaakt met het opzetten van pilots voor bedrijventerreinen, zijn via het Energieloket al veel bedrijven verder geholpen met hun verduurzamingsvraag en is voor het Utrecht Science Park door de deelnemende partijen een intentieovereenkomst ondertekend voor een gezamenlijke WKO installatie. Verder is de RES 1.0 vastgesteld (7 oktober 2021) met een regionale ambitie van 1,8 TWh. De Utrechtse inzet daarvoor is 523 GWh (0,523 TWh). Onderdeel van deze ambitie is een doelstelling van 168 GWh voor grootschalig zon op dak. De overige inzet komt via zon op land (bijvoorbeeld Meijewetering, geluidswal A12) en het energielandschap Rijnenburg en Reijerscop (wind en zon). We willen dat Utrecht een gezonde stad is om in te leven en te bewegen. We krijgen steeds meer te maken met extreem weer: natter, heter en droger. We willen dat de stad goed voorbereid is op deze veranderingen en we passen niet zowel gebiedsontwikkelingen als de bestaande openbare ruimte hierop aan. In 2021 zijn de Visie Klimaatadaptatie en de Visie Water en Riolering aan de raad aangeboden.
In deze visies zijn doelstellingen en maatregelen opgenomen om, bij een warmer en steeds extremer wordend klimaat, een gezond leefklimaat in Utrecht te borgen. Het gaat hier om doelstellingen om de stad veilig en aangenaam te houden bij hitte, droogte en extreme neerslag. Daarbij kiezen we bij voorkeur voor natuurlijke maatregelen, zoals het verminderen van verharding en het toevoegen van bomen en overig groen. Ook zetten we in op het volledig scheiden van de inzameling van afvalwater en hemelwater, zodat we het hemelwater kunnen vasthouden en nuttig gebruiken. Meer kunt u lezen in programma Openbare Ruimte en Groen. Om de lucht gezonder te maken hebben we in 2021 de milieuzone aangescherpt en daarbij een sloopsubsidie aangeboden. Om uitstoot door houtstook te verminderen hebben we een voorlichtingscampagne gehouden en een subsidieregeling opengesteld. Ook is de snorfiets naar de rijbaan gegaan op een samenhangend netwerk van wegen. We hebben onderzocht hoe we de meest vervuilende mobiele (bouw)werktuigen kunnen gaan weren en hoe we onnodig stationair draaien daarvan kunnen verminderen. Op gebied van geluid en externe veiligheid (omgevingsveiligheid) is ingezet op het verminderen van overlast en gevaren bij (nieuwe) ontwikkelingen. De bodem in Utrecht is schoner door een aantal gerichte maatregelen om (bijvoorbeeld) lood uit de bodem te halen.
We signaleren een toenemend ruimtetekort in de ondergrond als gevolg van nieuwe opgaven zoals klimaatadaptatie en energietransitie. We zijn daarom gestart met het ontwikkelen van een Visie op de Ondergrond. In 2021 is er vanuit het actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 gewerkt aan het intensiveren van circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen. Europa heeft subsidie toegekend voor het testen van
83
hergebruik van materialen bij aanbesteden. Er is een grondstoffenhub gestart op Lage Weide. Als pilot is bouwafval uit de Binnenstad met emissieloos vervoer over water naar de circulaire logistieke hub in de Liesboschhaven in Nieuwegein gebracht. Er zijn zo’n veertig circulaire bedrijven en initiatieven begeleid met bijvoorbeeld verhuizing naar een andere locatie, in de zoektocht naar ruimte, met subsidie, met het opstarten als circulair bedrijf of het in contact brengen met het netwerk. Daarbij is ook het begin gemaakt de ‘De Groene Loper’ voor circulaire bedrijven. Circulariteit is toegevoegd aan het energieloket. Er is een samenwerkingsverband ontstaan op het gebied van upcyclen en daarbij is subsidie verkregen van het Rijk in het kader van Circulaire Ambachtscentra. In de programmabegroting van 2022 is de Milieuprestatie gebouwen (MPG) opgenomen als indicator voor circulair bouwen. De MPG-waarde van de afgegeven vergunningen voor de nieuwe woningen in 2021 hadden gemiddeld een MPG-waarde van 0,62 miljoen euro/m2 bruto vloeroppervlakte per jaar (vanuit het Bouwbesluit geldt een maximum van 0,8 miljoen euro/m2). Hoewel de binnenverblijven, binnenruimtes en de weilanden van Stichting Utrecht Natuurlijk tijdelijk dicht moesten voor bezoekers vanwege de coronapandemie, waren de Steedes zelf het hele jaar open.
In het afgelopen jaar hebben vele scholen, kinderen, hun ouders, omwonenden en andere bezoekers genoten van het groen, de dieren en de rust op de locaties van Utrecht Natuurlijk. Er werd gespeeld, geleerd over natuur en milieu, met de handen in de grond getuinierd en over de dieren geleerd die daar wonen. Verse koffie en zelfgekweekte producten maken de plekken extra aantrekkelijk voor een ommetje. De Steedes en stadstuinen zijn als groene buurthuizen voor de stad. De organisatiestructuur van Stichting Utrecht Natuurlijk is in 2021 gewijzigd. Ruim vijf jaar na de verzelfstandiging was deze wijziging noodzakelijk om de dagelijkse aansturing te vergemakkelijken. Op het gebied van energietransitie en de bijdrage aan een klimaatneutrale toekomst hebben we in 2021 de Transitievisie Warmte (in twee delen) vastgesteld. Voor elke buurt in Utrecht is nu de beoogde warmteoplossing vastgesteld en is met drie tijdsvakken aangegeven wanneer welke buurt aan de beurt is. Voor de eerste buurten is ook de eerste aanzet gemaakt van het proces om te komen tot een Wijkuitvoeringsplan. Wanneer er (in een buurt) sprake is van een voorkeur voor het gebruik van een collectief warmtenet, zijn er zes publieke waarden vastgelegd, waarlangs dit wordt getoetst. In de buurt Overvecht-Noord hebben we twee buurt initiatieven verkend: Nieuwe Energie voor de Vechtzoom en Klopvaart.
Daarnaast hebben we 10 warmte oplossingen voor een buurtwarmtenet verkend en zijn er 3 uitgewerkt. Alle bewoners in de wijk Overvecht-Noord zijn op de hoogte gebracht van de uitkomsten van het onderzoek van Greenvis naar een verdieping van warmte oplossingen. De RES 1.0 is vastgesteld (7 oktober 2021) met een regionale ambitie van 1,8 TWh. De Utrechtse inzet daarvoor is 523 GWh (0,523 TWh). Onderdeel van deze ambitie is een doelstelling van 168 GWh voor grootschalig zon op dak. De overige inzet komt via zon op land (bijvoorbeeld Meijewetering, geluidswal A12) en het energielandschap Rijnenburg en Reijerscop (wind en zon). Nadere gebiedsverkenningen voor zoekgebieden wind en zon zijn gestart voor Haarrijnseplas, Nedereindse plas, Utrecht Science Park, Ockhuizen, Voordorpse polder en naar aanleiding van een motie van de raad op Lage Weide. Ook hebben we een ambitie voor kleinschalig zon op daken voor 120 GWh in 2030 voorgesteld. In 2022 zullen deze ambities in de voorjaarnota worden verwerkt. Het raadsbesluit over de RES is het startschot voor planontwikkeling van twee nieuwe projecten voor duurzame energie, aanvullend op de lopende vijf projecten. Een grote tegenvaller eind 2021 is dat er voor de ontwikkeling van zon-PV op grote daken een belemmering bij is gekomen.
TenneT kondigde op 12 oktober 2021 een beperking af op de toegang tot het elektriciteitsnet gevolgd door een netcongestieonderzoek lopende tot begin 2022. Als de speelruimte op het net beperkt blijft is de kans groot dat de bijdrage aan de RES-doelstelling in gevaar komt. Naar aanleiding hiervan wordt verkend welke acties de gemeente kan ondernemen en ondersteunen om congestie terug te dringen. Een van de mogelijkheden is om versneld met opslag en slimmere elektriciteits-opwek en -gebruikssturing te gaan werken. Voor de verduurzaming van bedrijven en maatschappelijke instellingen is in 2021 een start gemaakt met het opzetten van pilots voor bedrijventerreinen, zijn via het Energieloket al veel bedrijven verder geholpen met hun verduurzamingsvraag en is voor het Utrecht Science Park door de deelnemende partijen een intentieovereenkomst ondertekend voor een gezamenlijke WKO installatie. Ook hebben we
84
in 2021 duurzaamheidsleningen verstrekt en 1910 energieboxen en energieadviezen gegeven aan particulieren en hebben enkele duizenden bewoners de jouwhuisslimmer webinars gevolgd. Met warmte aanbieder Eneco is in 2021 gewerkt aan goede afspraken over de verduurzaming van het net van Utrecht-Nieuwegein. Hierin worden mogelijkheden voor meekoppelkansen onderzocht voor onderhoudswerkzaamheden en lagere tarieven bij het afsluiten van stadsverwarming. Ook hebben we gewerkt aan een nieuwe studie naar duurzame bronnen voor onze gemeente. Samen met projectontwikkelaars in Merwedekanaalzone en Beursgebied hebben we gekeken naar duurzame opties bij nieuwbouwprojecten voor ruimteverwarming en innovaties met lage temperatuur systemen. Omdat het energieprogramma aan de vooravond staat van een grote doorontwikkeling heeft de Rekenkamer het huidige programma in 2021 geëvalueerd. Hieruit zijn goede aanbevelingen gekomen die we in 2022 gaan uitvoeren.
Doelenboom
Grafiek baten en lasten
85
Bovenstaande grafieken zijn exclusief de reserves.
Verplichte BBV Indicatoren Om een eenduidig beeld te vormen over de beleidsresultaten van de gemeente en om gemeenten onderling te kunnen vergelijken is er een aantal wettelijke verplichte indicatoren bij de programma’s opgenomen. Om een eenduidig beeld te vormen over de beleidsresultaten van de gemeente en gemeenten onderling te kunnen vergelijken zijn er een aantal wettelijke verplichte indicatoren bij de programma’s opgenomen. Indicator
Eenheid
Bron
2016
2017
2018
2019
Hernieuwbare elektriciteit
percentage
RWS
1,6
1,6
2,7
3,9%
De gegevens uit deze tabel komen van de website Cijfers per gemeente
Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of kaders:
Duurzaamheidsverslag 2020 Actieplan Schoon Vervoer 2015-2020 Utrecht kiest voor gezonde lucht, luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma Nota Afval is Grondstof Plan Utrecht Circulair 2020-2023 Nota Bodembeheer Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer Actieplan Geluid Nota externe veiligheid Nota Volksgezondheid 'Gezondheid voor Iedereen' Voortgangsrapportage Energie van de stad 2020 Raadsbesluit Regionale Energietransitie 1.0 van 7-10-’21 Transitievisie Warmte Deel 1 (raadsbesluit) Transitievisie Warmte Deel 2 (raadsbesluit)
Meerjarig overzicht per prestatiedoelstelling Omschrijving
03-1-1-1 03-2-1-1 03-2-2-1 Totaal
86
x € 1.000 Actuele begroting 2022 -5.078
Actuele Begroting 2020 Uitwerken van de energieambities -3.615
RealiActuele satie begroting 2020 2021 -3.249 -4.930
Reali- Resulsatie taat 2021 2021 -4.798 -132
Leefomgeving, veiligheid, gevaarlijke stoffen Schone bodem
-6.487
-6.297
-6.421
-6.293
-128
-6.624
-4.529
-1.898
-1.908
-1.709
-200
-4.037
-14.632 -11.445
-13.259
-12.800
-460
-15.739
Bovenstaande tabel geeft een overzicht van het saldo van baten en lasten per prestatiedoelstelling voor het hele programma weer. In dit overzicht zijn de reserves opgenomen.
1. In Utrecht besparen we energie en wekken we energie duurzaam op 1.1 In Utrecht besparen we energie, zetten we grondstoffen opnieuw in en wekken we energie duurzaam op Omschrijving
E1.1.1
Oorsprong Toelichting Bron Analyse
E1.1.2
Oorsprong Toelichting Bron Analyse
E1.1.3 Oorsprong Toelichting Bron
Nulmeting
% minder CO2 reductie t.o.v. uitstoot ten opzichte van basisjaar 2010 2010 Utrechtse energieagenda's 2016-2019
Doel Reali stelling satie 2020 2020 z.s.m. Verwacht klimaat- mei 2022 neutraal
Doel Reali stelling satie 2021 2021 z.s.m. klimaat- Verwacht neutraal mei 2023
Doel stelling 2022 z.s.m. klimaatneutraal
We berekenen de jaarlijkse stedelijke CO2-uitstoot ten opzichte van 2015 op basis van gegevens die landelijk aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Energie in beeld, Eneco eigen berekeningen CO2 emissie mobiliteit In de periode 2015-2019 daalde de totale CO2-uitstoot in de stad met 16%. De CO2uitstoot per inwoner daalde in de periode 2015- 2018 harder (-21%) dan de totale uitstoot, omdat in dezelfde periode het aantal inwoners groeide (6%). De vergroening van de landelijke elektriciteitsmix draagt met name bij aan de daling van de CO2 uitstoot. Voor het beschikbaar komen van de stedelijke CO₂-emissies zijn we afhankelijk van de publicaties door landelijke partijen zoals Klimaatmonitor en de verbruikscijfers van Eneco. Zij publiceren nieuwe data vaak in april. Doordat de data zijn gebaseerd op daadwerkelijke energieverbruiken die door netbeheerders aan CBS worden doorgeven lopen de data minimaal één jaar achter op de te rapporteren verantwoordingsperiode. In de Voortgangsrapportage Energie van de Stad presenteren we over meerdere jaren de stedelijke CO₂-uitstoot om de trendmatige ontwikkeling te tonen. % opwekking van n.v.t. z.s.m. Verwacht z.s.m. z.s.m.
duurzame energie van klimaat- mei 2022 klimaat- Verwacht klimaattotale energieverbruik neutraal neutraal mei 2023 neutraal stad Energieagenda's 2016-2019 We meten het jaarlijks percentage duurzame hernieuwbare energie op basis van gegevens die landelijk aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Klimaatmonitor en eigen berekeningen In 2019 was het percentage duurzame energie 5,8% in Utrecht. Het percentage hernieuwbare elektriciteit is 3,9% in 2019. In Nederland bedroeg dit in 2019 respectievelijk 8,6% voor energie en voor elektriciteit 20%. Voor het beschikbaar komen van de opwekking van duurzame energie zijn we afhankelijk van de publicaties door landelijke partijen zoals de Klimaatmonitor. Zij publiceren nieuwe data vaak in april. De data lopen minimaal één jaar achter op de te rapporteren verantwoordingsperiode. In de voortgangsrapportage Energie van de Stad presenteren we over meerdere jaren de hoeveelheid opgewekte duurzame energie. 20% van de daken dat n.v.t. 11% 17% 16% 24% 22% zonnepanelen heeft Energieagenda's 2016-2019 De realisatie ligt op een hoger tempo dan de oorspronkelijke doelstelling van 20% in 2025. Smartdodo's
87
Analyse
P1.1.1 Oorsprong Toelichting Bron Analyse
P1.1.2
Oorsprong
Omschrijving
Nulmeting
Doel Reali Doel Reali Doel stelling satie stelling satie stelling 2020 2020 2021 2021 2022 Dit jaar is de doelstelling van 20% in 2025 zon op dak gehaald; in 2021 is 24% zon op dak gerealiseerd. Vorig jaar was dat percentage nog 19%. De snelle stijging is voornamelijk het resultaat van de snelle groei van zon-PV op kleine daken bij de doelgroepen 'particuliere huiseigenaren' en 'sociale huurwoningen'. Alle doelgroepen, op 'Bedrijven & Kantoren' na, hebben de 20% zon op dak doelstelling behaald of komen al boven de 20% uit. Vooral woningcorporaties hebben met sociale huurwoningen dit jaar een grote inhaalslag gemaakt, hun aandeel is gestegen van 14% naar 20%. In de overgenomen Motie 169 'Nieuwe doelstelling voor zon-op-dak' wordt gevraagd een voorstel te doen voor een nieuwe doelstelling zon op dak. In de Raadsbrief Stand van Zaken Zon op Dak (24-11-2021) is een voorstel gedaan voor nieuwe doelstellingen richting 2030, namelijk voor zon op grote daken 168 GWh en voor zon op kleine daken 120 GWh. Wij hebben de intentie om deze doelstellingen in de Voorjaarsnota van 2022 op te nemen. Omschrijving
Nulmeting
Doel stelling 2020 1.000
Reali satie 2020 1.825
Doel stelling 2021 1.330
Reali satie 2021 1910
Aantal uitgebrachte n.v.t. adviezen /energieboxen Utrechtse Energieagenda's 2016-2019 Het aantal betreft de hoeveelheid te verstrekken energieboxen toegespitst op verschillende doelgroepen. Inwoners enquête
Doel stelling 2022 713
Het aantal energieboxen is verstrekt onder verschillende doelgroepen; huurders corporaties, particuliere huurders en woningeigenaren. De aantallen liggen hoger dan verwacht door zowel de verlenging van extra middelen (Rijksgelden RREW) en door een forse toename van spontane aanmeldingen onder huurders in Q4 waarschijnlijk door hoge gasprijs. Bedrijven: Leningen n.v.t. 1.000 590 1.000 306 1.000 verstrekt door het Energiefonds binnen de gemeente Utrecht (in duizenden euro’s) Voortgangsrapportage Utrechtse Energie 2013
Toelichting
Het Energiefonds is revolverend. Voor een periode van 5 jaar is 5 miljoen euro beschikbaar (t/m 2027).
Bron
Energiefonds
Analyse
Oorsprong
De omvang van werkelijke uitgezette bedragen is lager dan vooraf verwacht. Dat geldt ook voor de intake van nieuwe aanvragen, die pas in Q4 weer begon aan te trekken. Een reden daarvoor is de afspraak met SETU momenteel in ruststand verkeerd, in afwachting van een geplande evaluatie. Er wordt geen actieve acquisitie gedaan. Aanmeldingen worden wel in behandeling genomen. Ook is SETU actief met advisering, wat heeft geleid tot leningen elders (bij banken). Corona heeft ongetwijfeld ook een rol gespeeld, wat leidde tot onzekerheid in de markt: ondernemers richten zich op hun primaire proces en daardoor minder op bijkomende duurzaamheidsaspecten. Aantal energiecontroles n.v.t. 200 203 200 251 200 bij midden- en grootverbruikers van energie per jaar Utrechtse Energieagenda's 2016-2019
Toelichting
Jaarlijks stelt de gemeente Utrecht geld beschikbaar om energiecontroles uit te voeren.
P1.1.3
88
Omschrijving
Nulmeting
Doel stelling 2020
Reali satie 2020
Doel stelling 2021
Reali satie 2021
Doel stelling 2022
Bron
Utrechtse energie
Analyse
Door externe financiering (Urgenda gelden) heeft een extern adviesbureau een aantal extra controles kunnen doen, waardoor we in totaal meer energiecontroles hebben uitgevoerd dan de geplande 200. % kantoren (midden- en n.v.t. 85% 54% 60% 62% 80% grootverbruikers) met minimaal label C Vooruitlopend op de landelijke verplichting alle kantoren label C in 2023
P1.1.4
Oorsprong Toelichting
Nieuwe indicator vooruitlopend op de landelijke verplichting dat alle kantoren minimaal label C moeten hebben in 2023. De verantwoordelijkheid voor deze actie ligt bij de kantooreigenaren.
Bron
Squit
Analyse
Hier lopen we op schema.
Wat hebben we bereikt? Effectdoelstelling E1.1.1 De energie inkoop is duurzaam in 2020, 20% zon op daken in 2025, 100% verduurzaming warmtenet en minimaal 40.000 woningen van het aardgas in 2030, gemeentelijk vastgoed is verduurzaamd in 2040 In 2021 hebben we onder andere: Voorbereidingen getroffen voor volgende duurzame bron in het warmtenet: rioolwarmteterugwinning realisatie in 2022 Afspraken gemaakt met Eneco voor ambitieuzere verduurzaming van het warmtenet in een nieuwe SOK met Nieuwegein en Eneco Transitievisie warmte goedgekeurd met de eerste 40.000 woningen in het eerste blok.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Prestatiedoelstelling P1.1.1 Uitwerken van de energieambities op basis van het Energieplan, de Visie op de warmtevoorziening en de energieagenda In de periode 2015-2019 daalde de totale CO2-uitstoot in de stad met 16%. De CO2-uitstoot per inwoner daalde in de periode 2015- 2018 harder (-21%) dan de totale uitstoot, omdat in dezelfde periode het aantal inwoners groeide (6%). De vergroening van de landelijke elektriciteitsmix draagt met name bij aan de daling van de CO2 -uitstoot. Voor het beschikbaar komen van de stedelijke CO₂emissies zijn we afhankelijk van de publicaties door landelijke partijen zoals Klimaatmonitor en de verbruikscijfers van Eneco. Zij publiceren nieuwe data vaak in april. Doordat de data zijn gebaseerd op daadwerkelijke energieverbruiken die door netbeheerders aan CBS worden doorgeven lopen de data minimaal één jaar achter op de te rapporteren verantwoordingsperiode. In de Voortgangsrapportage Energie van de Stad presenteren we over meerdere jaren de stedelijke CO₂- uitstoot om de trendmatige ontwikkeling te tonen. Het duurzaam maken van alle bestaande bronnen waarmee we stroom opwekken in Nederland is in hoge mate verantwoordelijk voor de dalende CO2-uitstoot in de stad die we over de afgelopen jaren zien.
Pas als op grote schaal woningen van het aardgas gaan in Utrecht, het stadswarmtenet verder kan verduurzamen en woningen op grote schaal energiezuiniger worden gemaakt, zullen we meer effecten op het lokale niveau terugzien. Corona De coronamaatregelen hadden geen gevolgen voor de uitvoering van dit programma.
89
Wat heeft dat gekost? x€1.000 Omschrijving
Actuele Realisatie Nominale Actuele Realisatie Verschil begroting 2020 begroting begroting 2021 actueel/ 2020 2021 2021 realisatie
Actuele begroting 2022
Baten 03-1-1-1 Uitwerken van de energieambities
585
607
85
813
699
-114
242
585
607
85
813
699
-114
242
6.014
5.670
5.125
6.481
6.235
246
5.995
6.014
5.670
5.125
6.481
6.235
246
5.995
-5.429
-5.063
-5.040
-5.668
-5.536
132
-5.753
Toevoeging reserves Onttrekking reserves
0 1.814
0 1.814
0 100
0 738
0 738
0 0
0 675
Saldo na mutaties reserves
-3.615
-3.249
-4.940
-4.930
-4.798
132
-5.078
Totaal Baten Lasten 03-1-1-1 Uitwerken van de energieambities Totaal Lasten Saldo baten en lasten Mutaties reserves
Financiële toelichting Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. Afwijking wordt toegelicht Afwijking hoeft niet te worden toegelicht
Toelichting
x € 1.000 Bedrag
Baten 03-1-1-1 Uitwerken van de energieambities
Voor de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen zijn er minder middelen ontvangen vanuit het rijk. Doordat er minder collectief gestookte gasinstallaties bij Vereniging Van Eigenaren (VVE's) aanwezig waren in de stad dan verwacht, is er minder inzet geweest op het inregelen van deze installaties, ook is de uitvoering van het onderdeel warmtefoto's doorgeschoven naar 2022 en heeft de evaluatie van de inzet van cadeaukaarten aan huurders geleid tot een aanpak waarvan de baten en lasten 2022 doorschuiven naar 2022. Hogere baten en lasten op het Europese subsidieproject IRIS Smart Cities.
-200
Overige inkomsten op de opgave Energietransitie ten gunste van de Warmteen Koude opslag Utrecht Science park en een bijdrage voor aan de nulmeting voor ecologie in de Nedereindse Plas (Rijnenburg). Totaal
23
-114
Totaal baten
-114
90
63
x € 1.000 Bedrag
Toelichting Lasten 03-1-1-1 Uitwerken van de energieambities
Voor de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) zijn de lasten in 2021 lager dan geraamd, zie toelichting baten. Binnen het cluster Gebiedsaanpak heeft het politieke besluitvormingsproces rondom Elektrisch koken geleidt tot vertraging waardoor er minder is besteed. Hogere lasten en baten op het Europese subsidieproject IRIS Smart Cities doordat de ontwikkeling van data-diensten voor parkeren van elektrische auto's en het uitvoeren van de campagnes in Kanaleneiland sneller zijn uitgevoerd dan verwacht. Totaal
-246
Totaal lasten
246
200 109 -63
De totale lasten van de opgave Energietransitie zijn als volgt uit te splitsen:
Verduurzaming woningen Verduurzamen zakelijk en maatschappelijk vastgoed
1,523 miljoen euro
Energie-infrastructuur
0,442 miljoen euro
Duurzame opwekking elektra en warmte
0,553 miljoen euro
Gebiedsaanpak
1,415 miljoen euro
Algemeen
1,230 miljoen euro
Europese subsidieprojecten
0,291 miljoen euro 6,235 miljoen euro
0,781 miljoen euro
Totaal Energietransitie
In de jaarplanbrief energietransitie 2021 van 11 januari 2021 staat een bedrag genoemd van 4,917 miljoen euro voor 2021 begroot. In 2021 zijn extra subsidies verworven, voornamelijk voor het onderdeel verduurzaming woningen, waardoor de realisatie circa 1,200 miljoen euro hoger is. Corona De coronamaatregelen hadden geen gevolgen voor de kosten van dit programma. x € 1.000 Onderwerp
Iv3 taakveld
Meer Lasten
Niet gerealiseerde Baten
Lasten
baten
Niet van toepassing
Verbonden Partijen Deze subdoelstelling heeft geen verbonden partijen
91
2. Utrecht is een stad met een gezonde, stille en veilige leefomgeving 2.1 Utrecht is een stad met een gezonde, stille en veilige leefomgeving Omschrijving
E2.1.1
Oorsprong Toelichting
Bron Analyse
E2.1.2
Oorsprong Toelichting
Bron Analyse E2.1.3
Oorsprong Toelichting
Bron Analyse
Nulmeting
Doel stelling 2020 ≤22%
Reali satie 2020 -
Doel stelling 2021 ≤22%
Reali satie 2021 30
Het percentage inwoners 2010 dat vaak overlast van verkeerslawaai ervaart Geluidnota Utrecht (2014): het beperken van geluidshinder in de woon- en leefomgeving.
Doel stelling 2022 ≤22%
Met geluidsberekeningen, in combinatie met vaste blootstelling-responsrelaties, kan de geluidshinder in de stad in beeld worden gebracht. Maar wat de bewoners er zelf echt van vinden, meten we beter door de inwonersenquête (Utrecht Monitor). Onderzoek Utrecht, Inwoners-enquête Ervaren geluidoverlast door verkeerslawaai is sterk toegenomen. Mogelijk heeft de toename een relatie met het toegenomen thuiswerken, waardoor mensen thuis meer overlast ervaren. Een andere oorzaak kan zijn dat er in het voorjaar van 2020 een forse verkeersvermindering was die leidde tot een afname in geluid van 3-5 dB, waardoor de terugkeer naar ‘normaler’ niveau als storender werd ervaren. Een vergelijkbaar effect is te zien bij geluidhinder door luchtvaart. WHO advieswaarden 2015 Dalende (PM10): Dalende verwacht Dalende fijnstof PM10 (=20 trend 19,3 trend eind 2022 trend μg/m³) en PM2,5 (=10 ug/m3, μg/m³) realiseren (PM2,5): 11,8 ug/m3 motie 2015/78 We streven naar het (uiterlijk in 2030) behalen van de advieswaarden voor fijn stof van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Kanttekening daarbij is dat de eigen bijdrage van de stad Utrecht aan de fijn stof concentraties relatief beperkt is. WHO/RIVM Naar verwachting heeft de dalende trend zich ook doorgezet in 2021. De berekeningsresultaten komen echter pas aan het einde van het jaar beschikbaar. Jaargemiddelde Onbekend max. 14 11,8 max. 14 max.
13 concentratie fijnstof μg/m³ ug/m3 μg/m³ verwacht: μg/m³ (PM2,5). Wettelijke eind 2022 norm: 25 µg/m³ Wettelijke verplichtingen (EU-grenswaarden, Wet milieubeheer) Deze indicator voor de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) is opgesteld op basis van wettelijke verplichtingen. Daarmee sluit het opnemen van deze indicator aan bij de eerder opgenomen indicatoren voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Onbekend
E2.1.4
Naar verwachting is deze doelstelling mede door neveneffecten van corona, in 2021 behaald. Zekerheid hierover wordt pas verkregen bij de verschijning van de berekeningsresultaten aan het einde van het jaar. Jaargemiddelde 2011 max. 22 19,3 max. 21 verwacht max. 21 concentratie fijnstof μg/m³ ug/m3 μg/m³ eind 2022 μg/m³ (PM10). Wettelijke norm: 40 µg/m³
Oorsprong
Wettelijke verplichtingen (EU-grenswaarden, Wet milieubeheer).
Toelichting
Deze indicator voor fijnstof (PM10) is opgesteld op basis van wettelijke verplichtingen die gelden voor de jaargemiddelde concentratie.
92
Omschrijving
Nulmeting
Doel stelling 2020
Reali satie 2020
Doel stelling 2021
Reali satie 2021
Doel stelling 2022
max.10 dagen
Bron
Monitoringsrapportage
Analyse
Zie E2.1.3
E2.1.5
Oorsprong
Aantal 2011 max.10 verwacht: max.10 overschrijdingsdagen dagen eind 2021 dagen verwacht: fijnstof (PM10). eind 2022 Wettelijke norm: maximaal 35 dagen overschrijding van daggemiddelde van 50 µg/m³ Wettelijke verplichtingen (EU-grenswaarden, Wet milieubeheer).
Toelichting
Deze indicator voor fijnstof (PM10) is opgesteld op basis van wettelijke verplichtingen.
Bron
Monitoringsrapportage
Analyse
Zie E2.1.3
E2.1.6
Jaargemiddelde 2011 max. 38 24,2 max. 37 max. 34 concentratie µg/³ ug/m3 µg/³ verwacht: µg/³ stikstofdioxide (NO2). eind 2022 Wettelijke norm: 40 µg/m³ Wettelijke verplichtingen (EU-grenswaarden, Wet milieubeheer).
Oorsprong Toelichting Bron
Deze indicator voor stikstofdioxide (NO2) is opgesteld op basis van de wettelijke verplichtingen. Monitorings-rapportage
Analyse
Zie E2.1.3
E2.1.7.1
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Stikstofoxiden
Oorsprong
Monitoringsrapportage Lucht 2019/NSL Monitoringstool
Toelichting
Deze nieuwe indicator maakt relatieve verkeersemissies (= uitstoot) voor stikstofoxiden (NOx) inzichtelijk, waarbij de emissies voor het jaar 2015 op 100 zijn gesteld (index 2015=100).
Bron
Onbekend
Analyse
Zie E2.1.3
E2.1.7.2
Stedelijke Onbekend Dalende verwacht: verkeersemissies (index trend eind 2021 emissie 2015=100) Direct uitgestoten NO2 Monitoringsrapportage Lucht 2019/NSL Monitoringstool
Oorsprong Toelichting
Onbekend
Dalende verwacht: trend eind 2021
Dalende trend verwacht: eind 2022
Dalende verwacht trend eind 2022
Dalende trend
Dalende trend
Bron
Deze indicator maakt het mogelijk de direct uitgestoten stikstofdioxide-verkeersemissies te vergelijken met die in vorige jaren (index 2015=100), onafhankelijk van de weersomstandigheden in het gepasseerde jaar. Onbekend
Analyse
Zie E2.1.3
93