Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte van 17 april 2025 1 2 3
3.1 3.2 4
5
6
Opening Vaststellen agenda 17 april 2025 Vaststellen ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Lange Termijnagenda MGOR 17 april 2025 Behandelvoorraad MGOR 17 april 2025 Ingekomen agenderingen MGOR 17 april 2025 Memo Raadsvoorstel zienswijze toekomstvisie 2040 Stichtse Groenlanden Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 17 april 2025 Verslagen Ter vaststelling: het conceptverslag van de commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte van 20 maart 2025. 2025.03.20 Gemeente Utrecht - Commissie Mobiliteit, groen en openbare ruimte (MGOR) 29166 Toezeggingen/moties Ter vaststelling. Lijst toezeggingen MGOR 17 april 2025 Lijst moties MGOR 17 april 2025 Ingekomen stukken Ingekomen stuk: Verkeersbesluiten Socrateslaan aandacht voor de NV Huis tuin OPENBARE LIJST LIS 17 april 2025
Lange Termijnagenda commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte van 17 april 2025 Onderwerp
RV Zienswijzen
Beleidsveld
Planning
Fatale
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Aangeboden/
Toelichting wijziging
Toelichting in
aanbieden
termijn
kwartaal
kwartaal
kwartaal
Gestopt
planning
geval van
aan raad
Raadsb
commissie
commissie
raadsbeha
esluit
procedureel
inhoudelijk
ndeling
Groen
2025 Q4
2025 Q3
2025 Q4
2025 Q4
Groen
2025 Q2
2024 Q2
2025 Q2
2025 Q2
Groen
2025 Q3
2025 Q4
Groen
2025 Q3
gestopt
Begrotingswijzig ing 2025 Recreatieschap Zienswijzen Ontwerpbegroti ng 2026 recreatieschap SGL RV IPVE FO
2025 Q4
Natuurgebied Zuilen Zienswijzen
2025 Q4
2025 Q4
Was q32025 wordt
Recreatieschap
q32026 Zie voor
Stichtse
redenen raadsbrief
Groenlanden 4-
25-03-25 met
jarig
kenmerk 30204704.
uitvoeringsplan en financieel perspectief Aanpak voor de Voetganger
Mobiliteit
2025 Q3
2025 Q3
2025 Q4
Lange Termijnagenda commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte van 17 april 2025 Voorkeursaltern atief MIRT verkenning OV en Wonen
Mobiliteit
2025 Q2
2024 Q2
2024 Q3
#RAAD030#
Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (MGOR) 17 april 2025 – Behandelvoorraad Vergadercyclus •
RIB avond 20 mei 2025
•
MGOR 5 juni 2025 (middag/avond)
•
RIB avond 24 juni 2025
•
MGOR 26 juni (veegcommissie)
Ingekomen agenderingen Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 17 april 2025
Soort stuk: Raadsvoorstel zienswijze toekomstvisie 2040 Stichtse Groenlanden Beleidsveld: Groen Portefeuillehouder: Voortman
Zoals aangekondigd in de raadsbrief van 25 maart jongstleden over de (concept) toekomstvisie 2040 Stichtse Groenlanden (SGL) en (aanliggend) Staatsbosbeheer zal het college een voorstel aan uw raad doen voor een zienswijze. Het bestuur van Stichtse Groenlanden heeft gevraagd om reacties te geven voor 1 juli 2025. Het raadsvoorstel zienswijze zal rond 22 mei aan uw raad worden aangeboden. Wethouder Voortman vraagt uw commissie om dit voorstel alvast te agenderen voor de vergadering van de commissie MGOR op 5 juni 2025 en de raadsvergadering van 12 juni 2025.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie van 5 juni. Met een behandeltijd van 30 minuten
Raadsbrieven commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 13 maart t/m 10 april 2025 Nummer
Ontvangstdatum
Beleidsveld
Onderwerp
1
10-04-2025
Openbare ruimte
Raadsbrief Verzamelbrief Klimaatadaptatie
2
09-04-2025
Openbare ruimte
Raadsbrief Evaluatie zelfbeheer groen
3
09-04-2025
Mobiliteit
Raadsbrief Uitkomsten onderzoek verkeersveiligheid Biltse Rading
4
03-04-2025
Mobiliteit
Raadsbrief Aanpassing Nadere regel deeltweewielers en update deelbakfietsen
5
25-03-2025
Groen
Raadsbrief Toekomstvisie Stichtse Groenlanden (SGL) en Staatsbosbeheer (SBB) en overige te leveren producten 2025 en 2026
6
25-03-2025
Openbare ruimte
Raadsbrief Reclametoezeggingen en moties
7
19-03-2025
Mobiliteit
Raadsbrief vertraging herinrichting Donaudreef
8
18-03-2025
Openbare ruimte
Raadsbrief Stand van zaken beheer van bomen
Verslag openbare ochtend- en middagvergadering commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 5
10
15
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
20 maart 2025 Stadhuishal, stadhuis mw. S. Donkers (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter dhr. H. Stellinga, de wethouders, mw. S. Schilderman, mw. S. Maatoug, de commissiegriffier, mw. M. Friele, de leden, dhr. H. Geleijns (D66), mw. E. Usmany (Student&Starter), dhr. J. Mulderij (CDA), dhr. T. Stam (PvdA), mw. K. Alblas (ChristenUnie), dhr. J. Vasters (D66), mw. A. Sasbrink (PvdD), mw. Kool (Volt), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. D. Bosch (UtrechtNu!), dhr. M. de Pagter (VVD), dhr. M. Usta (DENK), dhr. F. Dekkers (GroenLinks), mw. J. Kleinrensink (GroenLinks), mw. J. Zwinkels (CDA), mw. J. van Meerveld (Student&Starter), dhr. M. Talhaoui (PvdA),
Afwezigen
Er zijn geen afwezigen gemeld. 20
25
30
Verslag openbare vergadering commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 1. Opening en mededelingen ............................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van 20 maart 2025 .............................................................................2 3. Vasstellen van ingekomen agenderingen .....................................................................................2 3.1 Raadsvoorstel Wijziging Wegsleepverordening ......................................................................2 3.2 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen stukken ........................................2 raadsbrieven en de Ombudsbrief maart. .......................................................................................2 4. Verslagen ......................................................................................................................................2 5. Toezeggingen/moties ....................................................................................................................3 6. Ingekomen stukken .......................................................................................................................3 7. Raadsvoorstel Wijziging Havenverordening Utrecht, maximaal aantal personen per vaartuig .....3 8.
Beantwoording SV2024 nr 225 over Rondzwervende winkelwagentjes in Terwijde .....................8 9. Raadsbrief Meerjarenplanning werkzaamheden met verkeershinder 2025 en 2026 ..................13 Lijst van toezeggingen ....................................................................................................................27
35 Pagina 1 van 28
1. Opening en mededelingen 5
10
15
De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet iedereen die meekijkt van harte welkom. De voorzitter deelt mee dat commissie-secretaris Willem Overbeek een ongeluk heeft gehad. Er gaat een kaart rond om hem beterschap te wensen. De gehele commissie is er behoorlijk van geschrokken en wenst hem veel sterkte. Hij geeft aan dat Tom Monster en Linda Ulsamer zijn werkzaamheden overnemen. Mevrouw Kool (Volt) heeft eerder aangekondigd dat zij een werkbezoek voorbereidt aan de City in Nieuwegein, waar een duurzaam waterconcept voor het gebouwde gebied wordt geïmplementeerd. Van enkele medewerkers van het Hoogheemraadschap en de provincie heeft zij begrepen dat zij dit werkbezoek graag gezamenlijk willen doen. Dit lijkt mevrouw Kool ook van meerwaarde. Zij vraagt de commissie of er interesse is in een dergelijk bezoek, zodat de organisatie verder opgepakt kan worden. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt waarom dit onderwerp onder MGOR valt.
20
25
30
35
Mevrouw Kool (Volt) geeft aan dat zij heeft begrepen dat alles wat met water te maken heeft, binnen MGOR wordt besproken. Wethouder Schilderman heeft piketdienst, waardoor het mogelijk is dat zij tijdens de vergadering een telefoontje moet aannemen. Wethouder Maatoug heeft toegezegd in het eerste kwartaal een brief over parkeren te sturen, maar deze kan mogelijk een week later komen. De voorzitter concludeert dat dit betekent dat de brief in het tweede kwartaal wordt verstuurd. De heer Usta (DENK) reageert op de wethouder en geeft aan het jammer te vinden dat de brief later komt, omdat hij ernaar uitkijkt. Hij had begrepen dat de brief veel later zou komen, maar als het slechts een week vertraging is, kan hij daarmee leven.
2. Vaststellen van de agenda van 20 maart 2025 De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3. Vasstellen van ingekomen agenderingen 40
45
3.1 Raadsvoorstel Wijziging Wegsleepverordening De voorzitter stelt voor om dit als A-punt door te geleiden naar de raad van 27 maart 2025. De heer De Pagter (VVD) wil een toezegging van de wethouder dat de tarieven worden aangepast, zodat duidelijk is dat er een tarief voor twee jaar wordt vastgesteld. Op dit moment staan de tarieven twee keer vermeld. Als de wethouder deze toezegging kan doen, heeft hij er geen bezwaar tegen dat het als A-punt naar de raad gaat. Wethouder Maatoug kan deze technische wijziging toezeggen.
50
55
3.2 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen stukken raadsbrieven en de Ombudsbrief maart. De heer De Pagter (VVD) geeft aan dat er recent technische vragen zijn gesteld over de parkeerapp. De wethouder heeft zojuist ook iets gezegd over de brief, en daarom wil hij wachten tot de volgende vergadering met het agenderen van dit onderwerp. Pagina 2 van 28
De voorzitter geeft aan dat de griffier heeft aangegeven dat het dan juni wordt voordat het besproken kan worden. 5
10
15
20
De heer Usta (DENK) vraagt of hij het goed begrijpt dat de brief pas op 3 juni wordt geagendeerd. De voorzitter bevestigt dat de bespreking van de parkeerapp wordt uitgesteld totdat de brief binnen is. Dit betekent dat de inhoudelijke behandeling in juni plaatsvindt. Verder concludeert de voorzitter dat er in april geen inhoudelijke agendapunten zijn, enkel een procedureel deel. Dit biedt ruimte voor werkbezoeken. Wethouder Schilderman geeft aan dat het deze week de Week van de Circulaire Economie is. Afgelopen dinsdag heeft het grondstoffendepot van de gemeente Utrecht ook een naam gekregen, en misschien is het leuk om dit te bezoeken. Het onderwerp raakt de openbare, maar het zou ook onder duurzaamheid kunnen vallen. De heer Vasters (D66) geeft aan dat EDVW mogelijk wil aansluiten vanuit het oogpunt van openbare duurzaamheid. De voorzitter vindt het ook een leuk idee, en de wethouder geeft aan dat zij dit verder zal uitwerken.
4. Verslagen 25
Het concept verslag van de commissie vergadering Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte van 13 februari 2025 en het concept verslag van de besloten vergadering van de commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte van 11 maart 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld.
5. Toezeggingen/moties 30
De voorzitter geeft aan dat er een foutieve lijst aan de stukken is toegevoegd, voor de eerst volgende vergadering wordt de juiste motielijst toegevoegd.
6. Ingekomen stukken 35
40
1. Een petitie over Stop de verkeerschaos in Utrecht. 2. Brandbrief wijkplatforms Utrecht NoordWest en Overvecht betreft het lage participatieniveau bij de uitwerking startnotie Natuurgebied Zuilen 3. Herinrichting Tuinwijkroute 4. Reactie Themagroep Verkeer Noordoost Utrecht op het Voorlopig Integraal Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp herinrichting Tuinwijkroute De voorzitter heeft zojuist de petitie “stop de verkeerschaos in Utrecht “ in ontvangst genomen en het voorstel is dit te betrekken bij agendapunt 9. De commissie gaat akkoord met het afdoeningsvoorstel voor de overige drie stukken. De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten.
45
50
7. Raadsvoorstel Wijziging Havenverordening Utrecht, maximaal aantal personen per vaartuig Mededelingen De wethouder heeft geen mededelingen. Mededelingen De commissieleden hebben geen mededelingen. Pagina 3 van 28
5
De voorzitter geeft aan dat met dit voorstel de havenverordening Utrecht gewijzigd wordt met daarin de volgende punten: Een toevoeging van een verbod om een maximaal aantal personen per vaartuig te overschrijden, met uitzondering van vaartuigen die beschikken over een exploitatievergunning. De mogelijkheid van een ontheffing van het verbod in bijzondere situaties en bij vergunde evenementen. Eerste termijn
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt het belangrijk om de overlast op en langs het water te beperken en steunt het voorstel. De overlast en schade aan groenvoorzieningen, evenals het afval in de openbare ruimte, zijn bij iedereen bekend. Zij vraagt de wethouder aan welke bijzondere situaties het college denkt bij het maken van uitzonderingen, en hoe vaak dit naar verwachting zal voorkomen. Ook wil zij weten of er in die gevallen aanvullende eisen gesteld kunnen worden. De heer Stam (PvdA) steunt het voorstel, mede omdat het steeds drukker wordt op de Utrechtse wateren door bootjes uit Amsterdam die naar Utrecht komen. Hij vindt het logisch dat er een keuze wordt gemaakt om hierop te handhaven. Hij heeft twee technische vragen. De eerste komt vanuit de scouting, die een grote boot heeft die een aantal kleinere bootjes voorttrekt. Het kan voorkomen dat er daardoor meer dan twaalf personen aan boord zijn. Zij willen weten of dit ook onder het verbod valt. De tweede vraag betreft de kosten van de exploitatievergunning en de vergunning voor evenementen. Tot slot sluit hij zich aan bij de inhoudelijke vraag van de PvdD. Mevrouw Kool (Volt) is positief over de wijziging, omdat hiermee beter kan worden gehandhaafd op grote groepen, die doorgaans meer overlast veroorzaken. Volt is ook positief over het feit dat hiermee onvergunde passagiersvaart wordt tegengegaan.
Zij vraagt of er plannen zijn om ook de overlast van schepen met minder dan twaalf personen aan te pakken. Volt is van mening dat de effectiviteit van de wijziging valt of staat met de mate van handhaving. Daarom wil zij weten hoe de handhaving wordt georganiseerd en hoeveel capaciteit hiervoor beschikbaar komt. Als derde vraagt zij op basis van welke criteria wordt besloten om wel of geen ontheffing te verlenen. Tot slot vraagt zij hoe inwoners zonder exploitatievergunning over deze maatregel worden geïnformeerd. De heer De Pagter (VVD) vindt het duidelijk dat er op zomerse dagen overlast ontstaat door luidruchtige mensen op boten en sloepen. De VVD wil daarom strenger handhaven tegen dit gedrag. Zij willen vooral optreden tegen overlast door hard geluid, wildplassen, hinderlijk gestalde fietsen en beschadiging van groen en openbare ruimte. De VVD vindt dat de handhaving zich moet richten op deze bestaande problemen en regels, en is er niet van overtuigd dat het nodig is om een nieuwe regel toe te voegen. Volgens hen is de regel van twaalf personen en een schipper te generiek en lost deze de overlast niet per se op, hij raakt ook mensen die geen overlast veroorzaken. De Wilhelminagroep Zeeverkenners gaat meerdere keren per jaar met een grote groep varen, en dat mag dan ook niet meer.
De heer De Pagter vraagt of de wethouder een algemene uitzondering kan maken voor groepen met kinderen, zoals de waterscouting of andere watersportverenigingen. De VVD is van mening dat de voorgestelde regeling de overlast niet direct beperkt, omdat deze overlast ook kan ontstaan bij kleine boten met bijvoorbeeld vier personen en een speaker. Daar moet juist op gehandhaafd worden, in plaats van uitsluitend op boten die met meer dan twaalf personen varen. De heer Stam (PvdA) vraagt of de heer De Pagter het ermee eens is dat de maatregel een gelijk speelveld creëert voor mensen met een exploitatievergunning. De heer De Pagter (VVD) stelt dat het niet per se om iets commercieels hoeft te gaan als je een bootje bezit. Als voorbeeld noemt hij zijn familie, waarmee hij dan niet meer op een bootje zou kunnen gaan zitten. De heer Stam (PvdA) is van mening dat de heer De Pagter dan waarschijnlijk een bootje zou moeten huren, waarbij een schipper aanwezig is die dan verantwoordelijk is. Pagina 4 van 28
De heer De Pagter (VVD) probeert duidelijk te maken dat het niet altijd om een gehuurd bootje met een schipper gaat. Het kan ook om een eigen bootje gaan, en dan ben je geen commerciële partij of concurrent. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Stam (PvdA) vindt dat grote schepen meestal commercieel worden geëxploiteerd, en dat het daarom belangrijk is om een gelijk speelveld te creëren waarbij exploitanten kunnen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. De heer De Pagter (VVD) benadrukt nogmaals dat het niet altijd om commerciële vaart gaat. Wanneer er alleen op aantallen wordt gehandhaafd, worden ook mensen geraakt die geen overlast veroorzaken. De VVD wil vooral handhaven op overlast. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt of de heer De Pagter de mening deelt dat deze maatregel juist is voorgesteld omdat de handhaving zelf hierom heeft gevraagd. De heer De Pagter (VVD) geeft aan dat hij goede handhaving op overlast belangrijk vindt. Nu de handhavingscapaciteit is uitgebreid, wil hij eerst inzetten op de bestaande regels, met name op het aanpakken van geluidsoverlast. Als dat onvoldoende blijkt, kan er wat hem betreft alsnog naar deze maatregel worden gekeken. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) benadrukt dat handhavers aangeven dat zij deze regel juist nodig hebben om effectief te kunnen handhaven. Ze is erg benieuwd of de heer De Pagter de overlast daadwerkelijk wil aanpakken. De heer De Pagter (VVD) stelt dat hij de overlast absoluut wil aanpakken, maar niet een groep van twaalf mensen die geen overlast veroorzaakt. De VVD ziet liever handhaving op bestaande regels.
Als voorbeeld van een maatregel noemt hij het plaatsen van een decibelbord naast het water, waarmee het geluidsniveau kan worden gemeten. Dit creëert bewustwording en kan ertoe leiden dat mensen hun gedrag aanpassen. De heer Geleijns (D66) vraagt hoe goed het geluid van een specifieke boot gemeten kan worden wanneer er meerdere boten tegelijk varen. De heer De Pagter (VVD) vindt dat het vooral gaat om de totale overlast. Wanneer er veel geluid is, moet dit duidelijk worden gemaakt. Het plaatsen van een bord is volgens hem een idee, en hij is benieuwd wat de wethouder daarvan vindt. Tot slot wil hij aan de wethouder vragen waar de extra handhavingscapaciteit vandaan komt. Hij geeft aan dat hierover vanochtend iets is gedeeld, maar dat hij dat nog niet heeft kunnen bekijken. Hij vraagt of de wethouder dit kort kan toelichten. De heer Usta (DENK) sluit zich voor een groot deel aan bij de VVD, maar hij wil daarbij wel benadrukken dat er moet worden gehandhaafd waar daadwerkelijk overlast is. Mensen moeten ook de ruimte krijgen en niet direct een boete opgelegd krijgen. Zij moeten eerst worden aangesproken. Hij vraagt aan de wethouder hoe hierop gestuurd kan worden. Overlast moet volgens hem voor iedereen duidelijk gedefinieerd worden, bijvoorbeeld via een bewustwordingscampagne. Tot slot pleit hij voor het instellen van een meldpunt waar inwoners overlast kunnen melden.
De heer Mulderij (CDA) is voorstander van de maatregel. Volgens hem is een groep van dertig personen lastiger te houden aan de regels dan een groep van twaalf. Hij vraagt zich tevens af of Utrecht zit te wachten op boten met dertig mensen aan boord. Handhaving is belangrijk, maar volgens hem is het nog beter als mensen al vóórdat ze Utrecht binnenvaren op de hoogte zijn van de geldende normen en regels. In de havenfolder leest hij weinig over zaken als openbare toiletten of de hoogte van de boete voor wildplassen. Voorlichting moet volgens de heer Mulderij aan de voorkant plaatsvinden en mensen moeten gestimuleerd worden om gedrag te vertonen dat gewenst is. De voorzitter heet mevrouw Usmany welkom in de commissie aangezien het haar eerste bijdrage is.
Pagina 5 van 28
5
10
15
20
25
30
35
Mevrouw Usmany (Student&Starter) hecht veel waarde aan plezier op het water, maar wel op een manier die ook veilig is. Student&Starter steunt het voorstel en ziet het als een goed middel om te kunnen handhaven en een gelijk speelveld te creëren. Tegelijkertijd vraagt zij, net als anderen, aandacht voor de voorwaarden rondom ontheffingen. Zij wil weten wat de criteria zijn voor het verlenen van een ontheffing, of hier kosten aan verbonden zijn, en of er een limiet is aan het aantal ontheffingen dat kan worden afgegeven. Zij ziet de antwoorden hierop graag tegemoet in een raadsbrief. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt het leuk om het eens over de havenverordening te hebben. GroenLinks vindt het een terechte aanpassing om de overlast tegen te gaan en vindt het bovendien eerlijker voor boten die wél een vergunning hebben. Zij vraagt of er bij de vergunningsaanvraag ook aandacht kan zijn voor vervuiling, veroorzaakt door mensen die afval in het water gooien. Ze is benieuwd of hier specifieke eisen aan gesteld kunnen worden. De heer Geleijns (D66) is blij dat er actie wordt ondernomen om de overlast van vorig jaar aan te pakken en dit jaar te proberen te voorkomen. Tegelijkertijd vindt hij het jammer dat er extra regels nodig zijn, die mogelijk het gebruik van de openbare ruimte beperken.
Deze regel helpt bij het tegengaan van bedrijfsmatige passagiersvaart zonder exploitatievergunning en sluit aan bij de landelijke regelgeving. Ook sluit de maatregel aan bij die van Amsterdam. Hij vraagt zich echter af of dit voldoende is. Hij wil van de wethouder weten hoe zij ervoor gaat zorgen dat deze aanpassing het gebruik van de openbare ruimte niet beperkt. Ten tweede vraagt hij een toezegging dat er, naast deze aanpak, ook nadruk komt te liggen op het toevoegen van voorzieningen, zoals tijdelijke toiletten, afvalbakken en fietsvoorzieningen, om overlast te beperken. Daarnaast wil hij weten hoe uitvoerbaar en effectief de maatregelen in de praktijk zijn. Hij vraagt hoe de wethouder omgaat met een theoretische situatie waarbij een boot met dertien personen rustig voorbijvaart zonder vergunning, terwijl een boot met vijf personen juist veel overlast veroorzaakt. Hij is benieuwd wie er in zo'n geval wordt beboet of aangesproken. Ook vraagt hij hoe het zit met ontheffingen en waarom er niet simpelweg op daadwerkelijke overlast kan worden gehandhaafd. De heer Stam (PvdA) merkt op dat hij dacht dat D66 juist geen handhaving op overlast wilde zolang de voorzieningen niet op orde waren. De heer Geleijns (D66) geeft aan dat hij daar op dit moment geen duidelijk antwoord op heeft. De heer Stam (PvdA) zegt blij te zijn dat D66 van standpunt is veranderd.
40
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vindt dat het aantal mensen op een boot niet bepalend moet zijn voor handhaving, maar juist de mate van overlast. Volgens hem zijn groepen moeilijk te meten of met elkaar te vergelijken. Daarnaast is hij van mening dat de situatie niet alleen door een negatieve bril bekeken moet worden; dit soort activiteiten hoort nu eenmaal bij het stadsleven. Tegelijkertijd vindt hij ook dat mensen niet onnodig iets ontzegd moet worden.
45
De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten voor de voorbereiding op de beantwoording.
50
55
Wethouder Schilderman begint met het bespreken van de effectiviteit van de voorgestelde maatregel. Zij legt uit dat deze maatregel tot stand is gekomen op basis van een duidelijk advies van de handhavingsdiensten. Het invoeren van de maatregel betekent niet dat er niet wordt gehandhaafd op overlast, zoals wildplassen of geluidsoverlast. De handhavers ervaren dat het handhaven bemoeilijkt wordt door partijen zonder vergunning of die geen vaste samenwerkingspartner zijn. Het is lastig om met deze partijen afspraken te maken, en in sommige gevallen lijkt het alsof er sprake is van commerciële vaarten, terwijl er dan toch gezegd wordt dat het om een vriendengroep gaat. Zeker bij overlast op het water is effectieve handhaving noodzakelijk. Afgelopen zomer deden zich meerdere incidenten voor met boten uit Amsterdam die in Utrecht voor overlast zorgden. Deze partijen zijn moeilijk aanspreekbaar, wat handhaving bemoeilijkt. Met vergunninghoudende partijen kunnen wél afspraken worden gemaakt en kunnen er eisen worden gesteld. De wethouder geeft aan dat deze partijen vaak aangeven dat zij worden aangesproken op overlast die zij zelf niet veroorzaken. Pagina 6 van 28
5
10
15
20
25
30
35
40
45
De boten kwamen veelal naar Utrecht omdat Amsterdam eerder een vergelijkbare maatregel had ingevoerd. In de beleidsnota Stadswater werd al de oproep gedaan om meer te doen dan alleen handhaven. Het handhavingsprogramma biedt nu ruimte om hier verdere invulling aan te geven. In 2025 wordt er 1.506 uur extra beschikbaar gesteld voor handhaving op het water. In 2024 was dit nog 600 uur, dus dit is een aanzienlijke uitbreiding. De extra capaciteit wordt ingezet op dagen waarop grote drukte wordt verwacht. Daarbij wordt niet alleen gehandhaafd op de zogenoemde "twaalfplusregeling", maar op diverse vormen van overlastgevend gedrag. De combinatie van meer uren én de twaalfplusregeling maakt de handhaving effectiever. De extra capaciteit maakt het ook mogelijk om kleinere boten die overlast veroorzaken aan te pakken. Volgens de wethouder komt overlast onevenredig vaak van grotere boten, wat de keuze voor deze maatregel verklaart. Voor een deel is het duidelijk voor het college wat onder een uitzondering gaat vallen, maar een ander deel zal in de praktijk moeten blijken tijdens het komende vaarseizoen. In het eerste kwartaal van 2026 komt de wethouder met een evaluatiebrief over de maatregel. Op dit moment denkt zij bijvoorbeeld aan uitzonderingen voor ongemotoriseerd vervoer, zoals de Slooproeiers.
Sleepboten worden als losse boten gezien en zullen daarom geen problemen ondervinden met de regeling. De kosten van een exploitatievergunning zijn, mede door amendementen die vorig jaar zijn aangenomen, met meer dan 50 procent gestegen. De kosten zijn gebaseerd op de capaciteit van de boot en bedragen €14,50 per persoon. De uitbreiding van handhavingscapaciteit komt voort uit een herprioritering. Zo worden er 416 uur afgehaald bij bedrijfsafval, waar eerder extra inzet nodig was vanwege de invoering van een nieuw systeem. Nu dit systeem goed functioneert, kan de handhaving daar worden afgeschaald. Bij hondenhandhaving gaat het om een afbouw van 490 uur, omdat gerichte handhaving daar lastig is en wijkboa’s dit kunnen meenemen in hun reguliere werk. Hoewel mensen altijd zelf verantwoordelijk zijn voor het kennen van de wet- en regelgeving, onderzoekt de wethouder of aanvullende communicatie via borden mogelijk is. Zij is ook in gesprek met booteigenaren over deze maatregel. Ook merkt de wethouder op dat een decibelbord volgens haar geen bijdrage levert aan handhaving en geen toegevoegde waarde heeft. De heer De Pagter (VVD) verduidelijkt dat zijn opmerking over het decibelbord niet ging over handhaving, maar bedoeld was om mensen op de boot inzicht te geven dat zij overlast veroorzaken. Wethouder Schilderman geeft aan dat zij niet denkt dat dit zal helpen.
In grote groepen zijn mensen volgens haar vaak niet gericht op wat er om hen heen gebeurt. Varen met familie is volgens haar nog steeds mogelijk, bijvoorbeeld met een exploitatievergunning. In sommige gevallen kan dit zelfs nog met een schipper geregeld worden. De wethouder merkt op dat het aantal mensen dat een boot bezit die daadwerkelijk op een veilige manier meer dan dertien personen kan vervoeren, beperkt is. Tot slot benoemt zij dat er wordt gewerkt aan extra voorzieningen, wat ook een belangrijk uitgangspunt is in de nota Stadswater. Zij is daarnaast bezig met het aanwijzen van extra opstapplekken. Hierbij ziet zij dat met exploitanten goede afspraken te maken zijn. Deze partijen zijn bovendien beter aanspreekbaar, wat de uitvoerbaarheid van de maatregel ten goede komt. Gemiste antwoorden De heer Mulderij (CDA) mist het antwoord op zijn vraag over hoe boten van buitenaf worden geïnformeerd over de geldende regels.
50
55
60
De heer De Pagter (VVD) mist het antwoord op zijn vraag over de zeeverkenners, en of er voor hen een uitzondering gemaakt kan worden. Mevrouw Kool (Volt) mist een reactie op haar vraag over de gronden waarop wordt besloten om wel of geen vergunning te verlenen. Mevrouw Usmany (Student&Starter) merkt op dat haar verzoek om een raadsbrief met daarin de criteria voor ontheffingen nog niet is beantwoord. De voorzitter geeft aan dat deze raadsbrief is toegezegd. Pagina 7 van 28
5
Wethouder Schilderman licht toe dat zij de laatste twee vragen wel heeft beantwoord, maar dat zij daarbij de Partij voor de Dieren had genoemd, omdat zij een vergelijkbare vraag hadden gesteld. Zij heeft aangegeven dat er eerst ervaring moet worden opgedaan met de maatregel en heeft het voorbeeld van ongemotoriseerd vervoer genoemd. De evaluatie hiervan zal over een jaar in een raadsbrief worden gedeeld. Ook de situatie van de zeeverkenners kan daarin worden meegenomen. De wethouder geeft aan dat dit een logische plek is om te kijken naar mogelijke uitzonderingen. Verder meldt de wethouder dat de vaarkaart momenteel wordt herzien. Dit is volgens haar een belangrijk communicatiemiddel om gedragsregels op het water over te brengen, ook aan boten van buiten de stad.
10 Tweede termijn
15
20
25
30
35
De voorzitter inventariseert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Hij vraagt hoe dit verder kan naar de raad. De heer De Pagter (VVD) wil een voorstel indienen wanneer de wethouder niet met een toezegging op de uitzondering voor de zeeverkenners kan komen. Wethouder Schilderman is van mening dat dit passend opgelost kan worden. Wanneer de VVD dit anders wil notuleren dan ziet zij het voorstel graag tegemoet. De heer De Pagter (VVD) is van mening dat hij zeker met een motie moet komen gezien het antwoord van de wethouder omdat wat hem betreft die uitzondering voor de zeeverkenners moet komen of andere verenigingen die met kinderen op pad gaan. Wethouder Schilderman zal deze groepen onder de bijzondere situaties uitzonderen. De voorzitter stelt voor dat de wethouder en de heer de Pagter samen in overleg gaan en dat de heer De Pagter dan doorgeeft of het punt al dan niet als B punt naar de raad kan. De voorzitter schorst de vergadering voor een woordvoerderswissel om 11.10 uur. Toezegging - Het college komt in Q1 2026 met een raadsbrief waarin de gewijzigde havenverordening, inclusief het maatwerk dat hiermee mogelijk wordt gemaakt, wordt geëvalueerd.
8. Beantwoording SV2024 nr. 225 over Rondzwervende winkelwagentjes in Terwijde 40
45
50
55
Mededelingen De wethouder heeft geen mededelingen. Mededelingen De commissieleden hebben geen mededelingen. Geagendeerd door: Jantine Zwinkels (CDA), Miraç Usta (DENK), David Bosch (UtrechtNu!) 11.20uur De voorzitter geeft aan dat de fracties van CDA, DENK en UtrechtNu! de beantwoording van de schriftelijke vragen over rondzwervende winkelwagentjes in Terwijde willen agenderen, en dit onderwerp in bredere zin willen betrekken op de hele stad Utrecht. De fracties zijn teleurgesteld in de antwoorden van het college, waarin zij een gebrek aan verantwoordelijkheid zien voor het beheer van de openbare ruimte. Hoewel zij de inzet waarderen op het gebied van gesprekken met de betrokken supermarkten, vinden zij dat deze inspanningen onvoldoende zijn om het probleem structureel aan te pakken. Zij willen daarom graag met andere fracties in debat over mogelijke oplossingen. Hierbij denken zij onder andere aan extra of beter Pagina 8 van 28
5
10
15
20
ingerichte inzamelplekken, en aan het herinvoeren van het muntjessysteem, dat mensen stimuleert om hun winkelwagentje na gebruik terug te brengen. Daarnaast willen zij verkennen of er draagvlak bestaat om in de toekomst de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aan te passen, zodat de gemeente de mogelijkheid krijgt om handhavend op te treden. De fracties zijn benieuwd wat de wethouder kan vertellen over het voorbeeld van de gemeente Leiden, waar specifieke gebieden zijn aangewezen die supermarkten tot meer actie verplichten. Daarbij merken zij op dat de ene supermarkt daarin al voortvarender is dan de andere. Op deze manier hopen de fracties tot een goede oplossing te komen voor bewoners die nu veel overlast ervaren van deze vorm van verrommeling van de openbare ruimte. Eerste termijn Mevrouw Zwinkels (CDA) begrijpt dat de meeste mensen hun winkelwagen netjes inleveren, maar vindt dat dit niet voldoende is. Soms blokkeren achtergelaten winkelwagentjes een brievenbus of nooduitgang, of veroorzaken ze schade aan auto’s en bomen. Volgens haar is dit deels een kwestie van gedrag van mensen en de verantwoordelijkheid van supermarkten, maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte bij de gemeente. Zij vraagt een toezegging van de wethouder dat er op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) wordt opgeruimd of gehandhaafd.
Daarnaast pleit zij voor een herinvoering van het muntjessysteem. De heer Bosch (UtrechtNu!) wil weten wat het CDA concreet voorstelt. Vraagt de heer Bos, moet de gemeente de winkelwagentjes dan in een container gooien?
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt voor dat de gemeente op basis van de APV kan handhaven richting supermarkten. De winkelwagens zijn immers eigendom van de supermarkt en worden ter beschikking gesteld aan klanten. Handhaving kan bijvoorbeeld betekenen dat supermarkten een boete krijgen opgelegd of dat winkelwagens worden verwijderd. Andere objecten die hinderlijk in de openbare ruimte staan, worden tenslotte ook weggehaald. Zij verwijst naar een wetenschappelijk onderzoek van EenVandaag, waaruit blijkt dat het muntjessysteem effectief is. Sinds het afschaffen van het systeem is het probleem toegenomen. Een alternatief zou volgens haar een vorm van statiegeld kunnen zijn. De heer Bosch (UtrechtNu!) is het daar niet mee eens. Hij woont zelf in Terwijde en stelt dat het probleem er ook al was vóórdat het muntjessysteem werd afgeschaft. Ook toen stonden er winkelwagentjes verspreid in de wijk. De muntjes lagen vaak gewoon bij de kassa, waardoor er geen enkele prikkel was om het karretje terug te brengen. Hij vraagt zich af waarom mevrouw Zwinkels denkt dat het muntjessysteem het probleem wél zal oplossen. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat buurtbewoners die zij heeft gesproken wél verschil merken, en zij vermoedt dat de gemeente hier mogelijk ook inzichten over heeft.
Daarnaast verwijst zij opnieuw naar het onderzoek van EenVandaag, waarin wordt aangetoond dat mensen een prikkel ervaren wanneer er een beloning tegenover staat. Zij is het er wél mee eens dat een los bakje met muntjes bij de kassa geen effect heeft. De heer De Pagter (VVD) krijgt de indruk dat mevrouw Zwinkels liever in de raad van bestuur van een supermarkt zou zitten, aangezien het college al heeft aangegeven dat de gemeente hier niet over gaat. Hij vraagt zich af wat mevrouw Zwinkels nu precies van de wethouder verwacht. Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat zij alle betrokken partijen wil wijzen op hun eigen verantwoordelijkheden. Zij zou het goed vinden als de wethouder het gesprek aangaat met supermarkten om te verkennen of het muntjessysteem opnieuw kan worden ingevoerd. Tegelijkertijd benadrukt zij dat de gemeente verantwoordelijk is voor de openbare ruimte. Zij vindt het jammer dat de VVD van mening is dat dit niet tot de taak van de gemeente behoort en dat het "maar uitgezocht moet worden." Volgens haar vraagt dit probleem om een bredere blik, samenwerking en afstemming: alleen zo kun je samen de stad maken. De heer De Pagter (VVD) geeft aan het ermee eens te zijn dat de VVD staat voor een schone openbare ruimte. Tegelijkertijd ziet hij dat supermarkten hun verantwoordelijkheid nemen door extra opruimrondes te doen.
Hij vindt echter dat de invoering van een muntjessysteem echt de Pagina 9 van 28
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
verantwoordelijkheid is van de supermarkt zelf. Daar wil hij geen gemeentelijke capaciteit aan besteden. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het jammer dat de VVD dit wil overlaten aan de markt. Zij wil opkomen voor buurtbewoners die duidelijk overlast ervaren. Het volledig overlaten aan supermarkten noemt zij een vorm van onverschilligheid. Volgens haar is het juist belangrijk om partijen samen te brengen. Ze erkent dat sommige supermarkten extra rondes doen, maar merkt op dat de inzet sterk verschilt per supermarkt. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt zich af of supermarkten verantwoordelijk kunnen worden gehouden en of zij vervolgens beboet kunnen worden. Hoe zij die verantwoordelijkheid invullen, bijvoorbeeld door het invoeren van een muntjessysteem, is wat haar betreft aan de supermarkt zelf. Ze zou een dergelijke aanpak steviger vinden en is benieuwd hoe mevrouw Zwinkels daar tegenaan kijkt. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat zij in haar eerdere inbreng al heeft benoemd dat het gaat om handhaving richting supermarkten, en dat zij voorstander is van het invoeren van boetes. De invoering van een muntjessysteem zou daar een logisch gevolg van kunnen zijn, maar de invulling daarvan ligt inderdaad bij de supermarkt zelf. Tot slot benadrukt zij dat het CDA de verrommeling van de openbare ruimte wil tegengaan.
Volgens haar leidt het één tot het ander, en lijkt er momenteel sprake van een onverschillige houding waarin niemand verantwoordelijkheid durft te nemen. Ondertussen blijven winkelwagentjes rondslingeren en vormen zij obstakels voor verschillende partijen. Zij vraagt de wethouder of deze bereid is om met een oplossing te komen. De heer Usta (DENK) sluit zich aan bij het CDA. In 2018 heeft DENK al vergelijkbare vragen gesteld, omdat het probleem destijds in Kanaleneiland speelde. Inmiddels wil DENK het onderwerp breder trekken, omdat het probleem zich inmiddels ook in andere delen van de stad voordoet. De aanbevelingen van het CDA kan hij onderschrijven, maar hij ziet daarnaast kansen om meer te bereiken. Zo stelt hij voor om de locaties van verloren winkelwagentjes inzichtelijker te maken door middel van een app, waarin inwoners meldingen kunnen doen. De heer Bosch (UtrechtNu!) noemt het gekscherend een "schrijnend probleem", maar benadrukt dat hij het zeker vervelend vindt en erkent dat er wel degelijk iets aan de hand is. Hij is vooral benieuwd hoe dit opgelost kan worden en vindt dat supermarkten daar in de eerste plaats verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Het gaat volgens hem niet alleen om de openbare ruimte, maar ook om bijvoorbeeld de parkeergarages onder de winkels en hoe supermarkten daarmee omgaan.
Hij geeft aan niet te kunnen beoordelen in hoeverre supermarkten zich hier al dan niet iets van aantrekken, maar stelt zich op het standpunt dat er iets moet gebeuren. De heer Usta (DENK) reageert en merkt op dat hij hoort dat de heer Bosch vindt dat supermarkten verantwoordelijkheid moeten nemen. Hij vraagt wat concreet het voorstel van de heer Bosch is. De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt het opleggen van boetes te ver gaan. Hij kan zich niet voorstellen dat supermarkten het prettig vinden dat winkelwagentjes overal rondslingeren, en vermoedt dat ze zelf ook wel de behoefte hebben om hier iets aan te doen. De heer Usta (DENK) begrijpt de gedachtegang van de heer Bosch, maar wijst erop dat de praktijk anders is: winkelwagentjes blijven vaak zelfs dicht bij de winkel rondslingeren. Volgens hem is er dus echt een probleem, en moet er iets gebeuren. DENK wil het niet alleen aan supermarkten overlaten, maar verder gaan. Hij vraagt wat het voorstel van UtrechtNu! is, als zij geen boete willen opleggen. De heer Bosch (UtrechtNu!) geeft aan dat hij het gesprek met de ondernemers wil aangaan, waarbij duidelijk wordt gemaakt dat het een soort ‘geste’ is dat de winkelwagentjes in de openbare ruimte mogen staan. Als supermarkten hierin tekortschieten, zouden de winkelwagens verwijderd kunnen worden.
Wanneer een supermarkt merkt dat de wagentjes opraken, ondervinden zij daar vanzelf hinder van.
Pagina 10 van 28
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
De heer Usta (DENK) erkent dat dit op zichzelf ook een vorm van beboeting is. Vervolgens vraagt hij of de heer Bosch denkt dat een muntjessysteem zou kunnen werken, bijvoorbeeld niet op de kar zelf, maar via een apparaat bij het uitgiftepunt. De heer Bosch (UtrechtNu!) geeft aan dat hij het persoonlijk erg vervelend vindt om met muntjes te moeten werken. Hij weet niet of zo’n systeem daadwerkelijk effectief zou zijn en vermoedt dat het onderzoek van EenVandaag slechts gebaseerd is op een panel. Volgens hem is het niet meer van deze tijd om mensen te belonen met een muntje met het logo van de supermarkt erop; dat ziet hij niet als een passende of moderne oplossing. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) stelt dat het bij de winkelwagentjes niet zozeer gaat om de vraag wie er schuldig is, maar dat het belangrijk is te erkennen dat de karretjes eigendom zijn van de winkelbedrijven, terwijl de mensen ze slechts gebruiken. Volgens hem betekent dit dat het bezit tijdelijk wordt overgedragen aan de gebruiker. Er kan volgens hem geredeneerd worden dat de verantwoordelijkheid bij de winkelier ligt, omdat deze de karretjes beschikbaar stelt. Maar even goed kan de verantwoordelijkheid bij de gebruiker liggen. Hij vraagt zich af of het terecht zou zijn om de fout bij de gebruiker te leggen en of daar ook op gecorrigeerd kan worden.
De heer Bosch (UtrechtNu!) is niet voor het beboeten of ‘arresteren’ van klanten. Hij vergelijkt het met achtergelaten fietsen of ander zwerfafval op straat, ook dat komt regelmatig voor. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt zich dan af wat er wél gedaan moet worden. Zij suggereert dat een campagne of bewustwordingsactie mogelijk zou kunnen helpen, waarbij sociale normen worden neergezet om mensen aan te spreken op hun gedrag. De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt dat mensen best op confronterende wijze met de gevolgen van hun gedrag geconfronteerd mogen worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) constateert dat de heer Bosch haar laatste suggestie best redelijk vindt als het inderdaad confronterend mag zijn. De heer Bosch (UtrechtNu!) grapt dat het misschien ludiek zou zijn om mensen voor korte tijd "op te sluiten" in een winkelwagentje. Mevrouw Zwinkels (CDA) reageert lachend en zegt dat zij dat niet van plan is. De heer Bosch (UtrechtNu!) verduidelijkt snel dat dit natuurlijk geen serieus voorstel is. De heer Stam (PvdA) erkent het probleem en merkt op dat het in heel Utrecht speelt. Hij is benieuwd naar de mogelijke gevolgen van een wijziging in de APV. Volgens hem ligt de grootste verantwoordelijkheid bij de supermarkten, aangezien het gaat om hun bedrijfsvoering en daar gaan supermarkten zelf over.
Mevrouw Zwinkels (CDA) is blij met deze reactie en vraagt of een voorstel tot wijziging van de APV gesteund zou worden door de PvdA. De heer Stam (PvdA) bevestigt dat, maar voegt daaraan toe dat het afhangt van de gekozen aanpak. De PvdA staat in principe open voor een wijziging van de APV. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat er in andere gemeenten al ervaring is opgedaan met dergelijke aanpassingen, waarbij sommige gemeenten kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak. Zij vraagt of de heer Stam een gebiedsgerichte of gemeentebrede wijziging voor zich ziet.
55
De heer Stam (PvdA) geeft aan dat hij de voorkeur heeft voor een gemeentebrede aanpak. Dit hangt volgens hem samen met de uitvoerbaarheid, gezien de beperkte capaciteit voor handhaving. Hij besluit met de opmerking dat hij de beantwoording van de wethouder afwacht.
60
De heer Geleijns (D66) ziet niet de noodzaak voor extra regelgeving, en stelt dat de verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar van de winkelwagentjes. Volgens hem zou er eventueel iets geregeld kunnen worden op basis van bestaande regels. Zo is een wijziging van de APV niet nodig; artikel 2.1.54 zou al ingezet kunnen worden. En als dat niet voldoende blijkt, dan biedt de Pagina 11 van 28
Omgevingswet nog mogelijkheden. Die bevat namelijk een algemene zorgplicht, ook voor bedrijven, wat kan helpen wanneer een ondernemer niet bereid is tot overleg. 5
Mevrouw Zwinkels (CDA) is benieuwd wat D66 precies voorstelt met de zorgplicht uit de Omgevingswet. De heer Geleijns (D66) benadrukt dat het hier gaat om een algemeen voorschrift, waarmee een dwangsom of een handhavingstraject opgezet zou kunnen worden.
10
15
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat hij graag ziet dat de wethouder de suggestie die hij eerder richting de heer Bosch deed, verder uitwerkt. De heer De Pagter (VVD) vindt dat de verantwoordelijkheid bij de supermarkten ligt. Volgens hem is dit geen taak die prioriteit heeft voor de gemeente, en dus ook niet voor de VVD.
20
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het jammer dat het onderwerp gebagatelliseerd wordt. Ze erkent dat er grotere problemen in de wereld zijn, maar benadrukt dat de gemeenteraad er juist is om lokale problemen op te lossen. Volgens haar zegt het iets over het vertrouwen in de overheid als zelfs dit soort zaken niet opgepakt kunnen worden. Zij vraagt de heer De Pagter of hij het ermee eens is dat "responsief sturen" richting de wijk bijdraagt aan een sterk lokaal bestuur.
25
De heer De Pagter (VVD) geeft aan dat hij een gemeente graag daadkrachtig ziet, maar alleen op onderwerpen waar de gemeente ook daadwerkelijk over gaat. In dit geval vindt hij dat de verantwoordelijkheid bij de supermarkten ligt. Die nemen volgens hem ook hun verantwoordelijkheid, en dat moet ruimte krijgen.
30
35
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt wat er volgens de VVD moet gebeuren als supermarkten hun verantwoordelijkheid níet nemen. Zij vindt dat de gemeente dan in actie moet komen. Het stelt haar teleur dat de VVD richting de bewoners niet thuis lijkt te geven op de dit onderwerp. De heer De Pagter (VVD) vindt dat het CDA van dit onderwerp een veel te groot probleem maakt. Niet alles hoeft via de gemeente te worden geregeld. Hij vindt het bovendien opmerkelijk dat het CDA, dat normaal gesproken spreekt over de kracht van de samenleving, nu de oplossing bij de overheid zoekt. Mevrouw Zwinkels (CDA) reageert dat zij het ermee eens is dat veel goed gaat binnen de samenleving, maar dat de overheid wél moet ingrijpen wanneer het maatschappelijk niet meer werkt. Als bewoners een beroep doen op de gemeente, moet de gemeente er ook voor hen zijn.
40
De heer De Pagter (VVD) sluit af met de opmerking dat hij zich verbaast over het beeld dat het CDA schetst, namelijk dat de gemeente allerlei middelen in handen heeft om dit probleem op te lossen. Volgens hem wekt het CDA verwachtingen bij bewoners die simpelweg niet waargemaakt kunnen worden.
45
Wethouder Schilderman waardeert de passie voor de openbare ruimte, juist omdat die van iedereen is. De inzet van de gemeente is hier dan ook op gericht. Volgens haar draaide het debat vooral om de vraag hoe groot het probleem is en wat het effect van handhaving kan zijn. Zij geeft aan dat het aantal meldingen over winkelwagentjes relatief klein is: slechts 0,4 procent van het totaal aantal meldingen. Het is volgens haar aan de klant om het wagentje terug te brengen en aan de supermarkt om deze op te ruimen. De wagentjes zijn bovendien duur in aanschaf, wat volgens haar op zichzelf al een prikkel voor supermarkten zou moeten zijn om ze actief terug te halen. Het afschaffen van het muntjessysteem heeft volgens haar te maken met het feit dat mensen steeds minder contant geld bij zich hebben. De gemeente kan supermarkten hierin niet verplichten iets in te voeren. Handhaven op het gedrag van de klant is niet mogelijk. Wat wél kan, is een wijziging in de APV waarbij stadsbreed wordt vastgelegd dat bestuursrechtelijk kan worden opgetreden. De gemeente zou dan winkelwagentjes mogen verwijderen, bewaren en eventueel terugbrengen. De wethouder raadt dit echter af. Supermarkten hebben er zelf belang bij om de wagentjes terug te halen, en zij ziet ook dat dit in de praktijk gebeurt. Wanneer dat niet zo is, helpt een gesprek vaak al.
50
55
Pagina 12 van 28
5
10
15
Een wijziging van de APV kost gemeentelijke capaciteit. Ook handhaving en opslag van de wagentjes kosten tijd en geld. Gezien de beperkte omvang van het probleem, zou dat ten koste gaan van capaciteit op andere terreinen. De wethouder geeft aan dat stadscoaches regelmatig in gesprek gaan met supermarkten, en dat zij dit ook op de specifieke locatie in Terwijde nogmaals onder de aandacht zal brengen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zoekt naar een mogelijkheid om boetes zo hoog te maken dat de kosten voor handhaving ermee gedekt kunnen worden, zodat dit niet ten koste gaat van andere handhavingstaken. Wethouder Schilderman verwacht niet dat dit financieel dekkend zal zijn. Als er meer meldingen binnenkomen, kan dat wel aanleiding zijn om het gesprek opnieuw met supermarkten aan te gaan. Op de meeste plekken is dit echter geen grote uitdaging, gezien het lage aantal meldingen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het vreemd dat het college spreekt over een percentage van alle meldingen in de stad. Zij wil juist inzoomen op specifieke probleemlocaties. Volgens haar zijn er in Terwijde zelfs appgroepen opgericht vanwege dit probleem.
20
Wethouder Schilderman erkent dat er lokaal irritatie kan zijn, maar benadrukt dat het om een klein deel van het totaal aantal meldingen gaat, zeker in vergelijking met meldingen over afval. Zij ziet dat supermarkten zelf belang hebben bij het oplossen van het probleem, en dat zij daar ook werk van maken.
25
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het opmerkelijk dat afvalmeldingen als groter probleem worden aangemerkt omdat ze vaker worden gemeld, terwijl het probleem met winkelwagens daardoor minder aandacht krijgt.
30
Wethouder Schilderman reageert dat het hier om een relatief klein probleem gaat, en dat het in Terwijde concreet om slechts twee meldingen gaat. Een boete moet bovendien proportioneel zijn ten opzichte van de overtreding, en de kosten kunnen daarmee niet worden gedekt. Gemiste antwoorden
35
40
De voorzitter constateert dat er geen openstaande of gemiste vragen meer zijn. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan het mooi te vinden dat de wethouder de passie voor het onderwerp erkent. Zij wil het onderwerp agenderen in de raad, om met concrete voorstellen te komen. De heer Usta (DENK) sluit zich hierbij aan en geeft aan met het CDA mee te willen kijken. De voorzitter concludeert dat het onderwerp wordt meegenomen naar de raad en stelt voor om het agendapunt met een spreektijd van tien minuten op de agenda te plaatsen en hij vraagt het CDA een agenderingstekst te maken. Hij schorst de vergadering om 12.01 uur.
45 Toezegging Er zijn geen toezeggingen gedaan.
50
55
9. Raadsbrief Meerjarenplanning werkzaamheden met verkeershinder 2025 en 2026 Mededelingen De wethouder heeft geen mededelingen. Mededelingen De commissieleden hebben geen mededelingen.
Pagina 13 van 28
5
De voorzitter geeft aan dat er de afgelopen maanden veel klachten zijn binnengekomen over verkeersoverlast als gevolg van de vele werkzaamheden in Utrecht. De fracties van D66, DENK, UtrechtNu!, CDA, ChristenUnie, VVD en PvdA willen hierover in gesprek met de wethouder en andere betrokken partijen. Zij willen zich daarbij richten op de planning van de werkzaamheden, de toepassing van de bereikbaarheidsprincipes en de mate waarin deze principes daadwerkelijk worden nageleefd. Daarnaast willen zij de rol van de stedelijke bereikbaarheidsregisseur bespreken, om te kijken hoe deze aanpak in de praktijk uitpakt.
10
Eerste termijn
15
20
25
30
De heer Vasters (D66) benadrukt dat wegwerkzaamheden noodzakelijk zijn om de stad bereikbaar, veilig en toekomstbestendig te maken, maar de effecten daarvan mogen niet onevenredig zwaar wegen voor bewoners en ondernemers. Een goede balans is daarbij essentieel. De gemeente Utrecht hanteert hiervoor de veertien bereikbaarheidsprincipes. Deze zijn helder en duidelijk, maar toch hoort hij dat ze in de praktijk niet goed worden nageleefd en dat mensen overlast ervaren. De zorgen blijken ook uit de vanochtend ingediende petities dat het een opeenstapeling van problemen lijkt. Er is sprake van verkeerschaos door afgesloten wegen, gewijzigde rijrichtingen en toegenomen kosten voor automobilisten. De indieners roepen op tot een evenwichtig infrastructuurbeleid dat rekening houdt met alle verkeersdeelnemers en een efficiënte doorgang bevordert. Ook het leerlingenvervoer ondervindt hinder waardoor kinderen te laat op school komen. De heer Vasters merkt op dat hij persoonlijk ook last ervaart, bijvoorbeeld wanneer hij moet wachten voor de gele brug en door de diverse parallelle werkzaamheden ten westen van het centrum. Hij vraagt zich af of het nodig was dat al deze werkzaamheden tegelijkertijd plaatsvinden. Uit de antwoorden op technisch gestelde vragen blijkt dat er regelmatig van twee principes wordt afgeweken.
De eerste is het werken op parallelle routes en de tweede dat gemotoriseerd verkeer vaker omgeleid wordt in plaats van dat het langs de werkzaamheden wordt geleid. Hij wil van de wethouder weten hoe zij de effectiviteit van de principes in de praktijk beoordeelt, en erkent dat deze de afgelopen tijd niet in voldoende mate zijn nageleefd. De heer De Pagter (VVD) ziet ook dat er parallelle werkzaamheden plaatsvinden en vraagt welke oorzaak D66 hiervoor ziet.
35
De heer Vasters (D66) heeft uit de beantwoording van de technische vragen begrepen dat werkzaamheden soms langer duren. Hij vraagt zich af of in dergelijke situaties gekeken moet worden naar het aanpassen van andere projecten.
40
De heer De Pagter (VVD) vreest politieke druk op bepaalde projecten, omdat sommige projecten per se doorgang moeten vinden. Hij vraagt of D66 deze zorg deelt, en of de gemeentelijke bereikbaarheidsregisseur niet ongevoelig zou moeten zijn voor politieke druk.
45
De heer Vasters (D66) weet niet precies waar de VVD op doelt. Hij is het er wel mee eens dat er op basis van rationele afwegingen naar projecten gekeken moet worden. Volgens hem draait het om een balans tussen voortgang willen boeken op projecten en luisteren naar de overlast die bewoners ervaren. Hij vraagt zich af of er in sommige gevallen niet te veel in één richting wordt bewogen.
50
De heer De Pagter (VVD) verduidelijkt dat hij doelt op situaties waarin meerdere parallelle projecten op het bureau van de bereikbaarheidsregisseur liggen, en dat deze dan zou moeten kunnen aangeven dat dit niet wenselijk is en dus ook niet uitgevoerd gaat worden.
55
De heer Vasters (D66) vraagt zich af wie in zo’n situatie het laatste woord zou moeten hebben. Hij vindt dat de wethouder in staat moet zijn om te overrulen, maar dat het advies van de bereikbaarheidsregisseur zwaar moet meewegen. Er moet goed overwogen worden wanneer wordt afgeweken van de principes. Deze vraag wil hij dan ook graag aan de wethouder voorleggen.
60
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt hoe ver D66 bereid is te gaan en wat volgens hen een acceptabele onderbouwing zou zijn voor het afwijken van de principes. Pagina 14 van 28
5
10
15
20
25
De heer Vasters (D66) geeft aan dat het uiteindelijk aan de wethouder is om de afweging te maken tussen voortgang van projecten en het beperken van overlast. Hij wil echter niet te ver afwijken van de bereikbaarheidsprincipes en vindt dat deze goed bewaakt moeten worden. De heer Vasters wil weten of de rol van de bereikbaarheidsregisseur werkt zoals beoogd, of dat er nog verbeteringen nodig zijn. Hij is benieuwd of de wethouder hier al een eerste reactie op kan geven. Daarnaast vraagt hij hoe de wethouder de zorgen uit de petitie weegt en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken. Voor landelijke werkzaamheden bestaat de website ‘Van A naar Beter’, en hij vraagt hoe de gemeentelijke communicatievoorziening verbeterd kan worden. De heer De Pagter (VVD) waardeert dat D66 dit punt aanhaalt. In 2019 heeft de VVD dit onderwerp ook al onder de aandacht gebracht, met name over de communicatie rond werkzaamheden. Naar aanleiding daarvan is de bereikbaarheidsregisseur benoemd en is er een website gekomen waar inwoners hun route konden plannen. Deze website bestaat inmiddels niet meer. Hij vraagt of D66 ook zou willen weten waarom die verdwenen is. De heer Vasters (D66) noemt dit een goede vraag en voegt daaraan toe dat een landelijke site als ‘Van A naar Beter’ beter bekend is dan een interne gemeentelijke website.
Tot slot stelt hij nog een vraag de wethouder hoe de overlast worden kan worden verminderd zonder dat de ambities om de bereikbaarheid van de stad te verbeteren verloren gaan. En of de wethouder mogelijkheden ziet dat dit er in de toekomst vergelijkbare situaties kunnen ontstaan. De heer Vasters besluit met de opmerking dat hij uitkijkt naar de beantwoording van de wethouder. Hij gelooft in een stad die zich blijft ontwikkelen, maar dan wel op een manier die leefbaar en toegankelijk blijft voor iedereen. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt wat D66 concreet anders zou willen met betrekking tot de dosering van verkeersprojecten.
30
De heer Vasters (D66) geeft aan dat de veertien bereikbaarheidsprincipes in zijn ogen goed zijn, maar niet altijd correct worden toegepast. Hij wil specifiek bekijken op welke punten van deze principes wordt afgeweken. Daarnaast vindt hij dat de communicatie beter kan, zodat mensen van tevoren kunnen nadenken over alternatieven.
35
De heer Talhaoui (PvdA) begrijpt het idee achter de principes, maar wil weten wat er gedaan moet worden als er desondanks sprake is van een teveel aan gelijktijdige verkeersprojecten.
40
De heer Vasters (D66) wil juist voorkomen wat nu bijvoorbeeld gebeurt aan de westzijde van het centrum, waar er weinig parallelle routes beschikbaar zijn om van Leidsche Rijn naar de binnenstad te komen. Dat vindt hij onwenselijk en dat had volgens hem vooraf duidelijk moeten zijn. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt of D66 dan ook pleit voor betere dosering van projecten.
45
50
55
De heer Vasters (D66) bevestigt dat, en voegt toe dat in sommige gevallen een ander project naar voren geschoven zou kunnen worden en een ander getemporiseerd. Ook benadrukt hij opnieuw het belang van betere communicatie. De heer Usta (DENK) vraagt of het debat verder moet gaan dan alleen het toepassen van de veertien principes. Hij stelt dat ook het mobiliteits- en toegankelijkheidsbeleid heroverwogen zou moeten worden. De heer Vasters (D66) geeft aan dat hij de mobiliteitstransitie anders ziet dan DENK. Hij benadrukt het belang van die transitie, waarin prioriteit wordt gegeven aan voetgangers en fietsers boven auto's. De heer Usta (DENK) sluit zich aan bij D66, omdat hij beperkte spreektijd heeft. Hij stelt dat het de afgelopen tijd misgaat en dat mensen vastlopen zonder dat zij weten waarom. Inwoners ondervinden dagelijks schade aan hun gezondheid en portemonnee. Naar aanleiding van de petitie en de verkeerschaos heeft DENK schriftelijke vragen gesteld. Pagina 15 van 28
5
10
Volgens hem worden goed functionerende wegen aangepakt of zelfs verwijderd, terwijl het aantal auto’s in de stad juist toeneemt. Hij begrijpt niet waarom er miljoenen euro’s worden uitgegeven aan maatregelen die volgens hem niemand begrijpt. Hij vraagt zich af of dit echt een prioriteit is van de gemeente, terwijl er op veel andere terreinen tekorten zijn en mensen op straat slapen of zelfs overlijden. De heer Usta geeft aan hier niet achter te staan en roept het college op hiermee te stoppen. Hij spreekt zich uit tegen het benadelen van inwoners, omdat dit leidt tot frustratie, die volgens hem een negatieve impact heeft op de gezondheid. Bovendien stelt hij dat stilstaande auto’s in files en lange omleidingen óók slecht zijn voor het klimaat. Hij richt zich met een hartenkreet tot de wethouder: stop met het pesten van automobilisten, stop met het verspillen van geld dat hard nodig is, stop met het beschadigen van de gezondheid van mensen en stop met het negeren van de zorgen van Utrechters. Hij hoopt dat de wethouder dit inziet en actie onderneemt.
15
De heer Talhaoui (PvdA) geeft aan dat voor hem niet duidelijk is wat er precies gestopt moet worden.
20
De heer Usta (DENK) verduidelijkt dat hij doelt op bijvoorbeeld de herinrichting van de Marnixlaan, die hij een totale mislukking noemt. Spoeddiensten komen er volgens hem vast te zitten, en mensen worden bijna aangereden doordat automobilisten over het fietspad rijden. Volgens hem zijn hier miljoenen aan verspild, en dat moet volgens hem stoppen. De heer Talhaoui (PvdA) stelt dat hij nog steeds geen duidelijk antwoord heeft gekregen. Hij vraagt of DENK van mening is dat ook het onderhoud van wegen moet worden stopgezet.