CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 22 mei 2025, gemeente Utrecht35.902 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5

10

15

20

is vaak een debat over geweest en het is belangrijk dat alle ondernemers daarover een gesprek kunnen aangaan. Natuurlijk zit daar ook de ondersteuning richting ondernemers in om bijstand te voorkomen. Dat doet de gemeente allemaal via Ondernemer Centraal. Het CDA vroeg ook naar langer doorwerken. Dat kan inderdaad onderdeel zijn van de aandacht. Het is echter wel een diverse doelgroep. Het potentieel is in ieder geval wat beperkt omdat de tijd die deze mensen langer door kunnen werken in enige mate beperkt is. Van een investering in iemand die net iets jonger is en die naar een tekortsector gaat heeft de maatschappij langer plezier. Maar het kan een onderdeel zijn van het beleid gericht op deze sectoren. Student & Starter vroeg of de gemeente voorbereid is op een crisis. Iemand kan zich nooit helemaal voorbereiden op een crisis omdat niet zeker is welke kant die op zal gaan. Het college ziet wel dat de omscholing naar kansrijke sectoren heel belangrijk is omdat er wel sectoren zijn waarvan te verwachten is dat daarvoor op lange termijn, ook als het economisch minder goed gaat, aandacht is. Daarom doet het college ingrepen die ook in een tijd van crisis zouden kunnen werken. Aan de andere kant kan zij niet beloven dat het college een economische crisis tegen kan houden. Dat ligt helaas niet in haar macht. EenUtrecht vroeg wat de gemeente doet voor onbenut arbeidspotentieel.

Zij heeft misschien een aantal voorbeelden daarvan. Met partners zorgt de gemeente in ieder geval voor projecten en programma’s voor stimulering. Het Regionaal Talentfonds is hier erg belangrijk, dat is specifiek gericht op onbenut arbeidspotentieel. Het Werkcentrum is een belangrijk middel om mensen te bereiken. Onbenut arbeidspotentieel kan ook worden bereikt door inzet op kinderopvang. Oorzaak van het nog steeds bestaan van onbenut arbeidspotentieel is dat ouders minder werken. Een meer toegankelijke kinderopvang kan bijdragen aan het tegengaan van dat onbenutte arbeidspotentieel.

25

De heer Otto (EenUtrecht) vraagt wat de definitie is van onbenut arbeidspotentieel. Waar bestaat die groep uit?

30

Wethouder Schilderman antwoordt dat de wetenschap een aantal groepen laat zien. Mensen die in deeltijd werken vormen een belangrijk onderdeel van onbenut arbeidspotentieel. Vrouwen werken meer in deeltijd dan mannen, ook dat is een onderdeel ervan. Voor een deel is het de groep die een arbeidsbeperking heeft en daardoor minder dan volledig aan het werk is terwijl zij wel zouden kunnen werken of meer uren zouden kunnen werken. Met dit begrip worden met name de mensen bedoeld die zich nu zelf niet melden voor een uitkering, maar eigenlijk wel meer zouden kunnen werken en in veel gevallen daar ook positief tegenover staan.

35

40

45

50

55

60

De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of de voorzitter het met zijn fractie eens is dat deze groep zo divers is dat er een hele, specifieke paragraaf zou moeten worden besteed aan alle subcategorieën die onder die groep zouden vallen. Wethouder Schilderman weet niet of de voorzitter dat met de heer Otto eens is, maar zij kan in ieder geval aangeven dat het college er echt wel aandacht voor heeft. Wanneer het college zou zeggen dat de gemeente zich alleen gaat richten op onbenut arbeidspotentieel, dan heeft het dat de belangrijkste richting van deze nota gemaakt. Maar de belangrijkste richting van deze nota is dat de gemeente zich uiteindelijk richt op die toekomstbestendige sectoren. Onbenut arbeidspotentieel is een van de doelgroepen waar het college zich op richt. Er zijn echter ook andere doelgroepen waar het zich op richt, b.v. mensen met tijdelijke contracten en mensen in een kwetsbare sector. Die zijn op dat moment geen onbenut arbeidspotentieel, maar het is wel de groep die het college wil hebben. Dat is de reden waarom het zo in de nota is gezet. De PvdD ging in op de vergrijzing en vroeg of die een van de redenen was waarom de gemeente dit tegenkomt en waarom de commissie nu naar deze nota kijkt. Het klopt dat vergrijzing hier impact op heeft. Vergrijzing is overigens niet het enige onderdeel dat bijdraagt aan het arbeidstekort.

Dat mensen sneller van baan wisselen draagt daar ook aan bij. In deze vraag zat een beetje de suggestie dat de gemeente hier in de afgelopen jaren niets aan heeft gedaan, maar dat klopt niet. Hiervoor zijn er al initiatieven geweest zoals het LEF (Locaal Economisch Fonds), de Werk naar werkregeling, de inzet op de UTA (Utrecht Talent Alliantie), Techgrounds en de U-TECH Community. Zij kan doorgaan met een heleboel dingen die er in de afgelopen jaren al zijn geweest. Vele van deze projecten zijn in de afgelopen jaren als individuele projecten gestart. Het nieuwe aan deze nota is dat zij kaders stellend is, ook voor de raad, en de focus richt op de hoek waar de gemeente op wil inzetten en die raad en college met elkaar gaan volhouden. EenUtrecht vroeg naar de inzet om mensen aan het werk te krijgen. Wat GL in reactie daarop zei klopt ook, daarover gaat natuurlijk de andere beleidsnota. Pagina 21 van 35

5

10

15

20

25

30

Spreekster komt bij het blok sturing. De VVD vroeg hoe raad en college werken aan integraliteit en samenhang in verschillende dossiers. Zij gaat het eerst in op de REA (Regionale Economische Agenda). Deze beleidsnota is eigenlijk een uitwerking van die REA. Die is meer gericht op de echt lange termijn, het is een visiestuk, maar die dateert van voor de Utrechtse standaard hiervoor. Die REA geeft aan wat op de lange termijn de visies zijn op alles wat met economie te maken heeft. Arbeidsmarktbeleid is daar een invulling van. De VVD stelde ook de vraag hoe het college kijkt naar deze beleidsnota die over werk gaat. Dat is eigenlijk een heel terecht punt. Vanuit het verleden is de gemeente meer gewend geweest om beleidsnota’s, ook voor werk, invulling te geven vanuit de wettelijke taak van de gemeente, zoals bijstand en dergelijke. Het is mogelijk de twee elementen te integreren, dat is gewoon niet gebeurd omdat het nooit zo is gestart. Spreekster kan zich voorstellen dat ze bij een herziening misschien worden samengevoegd. Dit betekent overigens niet dat op dit moment niet vanuit beide insteken wordt gewerkt. Ook de inzet rondom werk is natuurlijk erg gericht op het samenwerken met de werkgevers. De gemeente krijgt mensen niet aan het werk door alleen naar de werknemersvraag te kijken, ook de werkgever heeft daar een belangrijke rol in.

In de werk- en inkomenstaak van de gemeente is de relatie met de bedrijvigheid altijd belangrijk geweest. Andersom geldt dat ook. In de nota arbeidsmarktbeleid gaat het niet alleen over werkgevers of ondernemers, maar ook over hoe de gemeente daarmee aan de slag kan gaan. Het college werkt natuurlijk aan de verdere uitvoering hiervan. Zij zegt toe dat zij in de voortgangsrapportage expliciet terugkomt op de vraag hoe het college dit in de uitvoering zoveel mogelijk integraal gaat doen. Dat zou er toe kunnen leiden dat er in de toekomst wat minder verschillende loketten zijn. De PvdD vroeg waarom het college stuurt op extra banen op Lage Weide. Het antwoord op die vraag is eigenlijk gelaagd. Het heeft te maken met het sturen op de banen die de gemeente wil hebben. Dan gaat het over MBO-banen die ook kwalitatief hoogwaardig zijn, banen in sectoren die de gemeente belangrij vindt, b.v. in de energietransitie en in de circulaire economie. Ook is het beleid erop gericht dat de stad in balans tussen wonen en werken blijft groeien. Daarom is niet gekeken naar het aanleggen van enorm grote nieuwe bedrijfsterreinen, maar is bekeken hoe bestaande bedrijfsterreinen daarvoor kunnen worden gebruikt. Dat betekent eigenlijk kijken naar verdichten en verduurzamen. Dat is de reden voor het aanwijzen van extra banen voor Lage Weide.

De heer Van Bemmel (PvdD) vraagt of dat nodig is, als hij in de arbeidsscan ziet dat er banen per inwoner zijn.

35

40

45

50

55

60

1,09

Wethouder Schilderman wijst erop dat de raad een toename van het aantal woningen heeft voorgesteld en dat de raad in de ruimtelijke strategie ook heeft vastgesteld dat hij in balans wil blijven groeien. Dat betekent dus dat de raad wil dat niet alleen het aantal woningen groeit, maar ook het aantal arbeidsplaatsen voor mensen in die woningen. Het aantal arbeidsplaatsen is nog altijd lager dan het aantal mensen dat er in die woningen bij komt. In die zin gaat het niet helemaal gelijk op, maar dat is wel het beleid. De heer Van Bemmel (PvdD) vraagt of het dan niet logischer is om eerst te proberen die tekorten op te lossen die volgens de nota een probleem zijn en daarna te gaan kijken naar wat nodig is en hoe de gemeente erop kan sturen dat er mensen gaan naar die sectoren waar het nodig is. Volgens wethouder Schilderman is dat niet perse logischer. Wanneer de gemeente er in de ruimtelijke strategie stuurt op het hebben van nieuwe woonwijken, dan wil de gemeente ook dat arbeid dichtbij is omdat anders een enorme pendel wordt georganiseerd die leidt tot een enorme druk op het verkeersnet. Daarnaast geldt natuurlijk het algemene uitgangspunt: hoe kan de gemeente in balans blijven groeien? VOLT vroeg naar indicatoren. Het college heeft best wel gediscussieerd over de vraag wat het doet op het gebied van indicatoren.

De arbeidsmarkt is niet helemaal maakbaar door de gemeente en de maatregelen hebben de inzet om op lange termijn de wendbaarheid verder te organiseren. Daarin zijn partners heel erg nodig, de gemeente richt zich iets sterker op de regie. Het college heeft indicatoren gekozen die iets zeggen over de lange termijnontwikkelingen omdat een groot deel van de activiteiten en de uitvoering ook bij derden zal moeten plaatsvinden. Uiteindelijk zijn er ook werkgevers nodig die daarin veranderen. Als de gemeente dus echt wil meten wat er nu gebeurt op de weg naar het klaar zijn voor de toekomst, dan komt zij bij een indicator uit die iets meer op hoog over ligt. Maar daarnaast zijn er ook zaken die de gemeente concreet meet, zoals het aantal toekenningen van het Talentfonds, de bereikte werkgevers en het aantal jongeren via de LOB-activiteiten (Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding). Pagina 22 van 35

5

10

Er zijn dus indicatoren die iets zeggen over de inzet van de gemeente en over wat er is gebeurd en indicatoren die laten zien of Utrecht op de lange termijn op de goede weg is. Als het college die inlichtingen geheel weg zou kunnen laten, dan zou het daarmee ook niet meer kunnen zeggen in welke mate de arbeidsmarkt in de juiste richting beweegt, ook al zegt het net iets minder over hoeveel activiteiten de gemeente ontwikkelt. De heer Stam (VOLT) denkt dat deze indicatoren toch hoofdzakelijk dienen om het eigen beleid te kunnen evalueren en niet om te evalueren welke kant de maatschappelijke trend op gaat of wat er breder aan de gang is. Hoe helpt die brede indicator om het beleid van de gemeente te sturen?

15

Wethouder Schilderman meent dat beide soorten indicatoren helpen. Op het moment dat de Utrechtse arbeidsmarkt zo veranderd is dat er geen inzet meer nodig is, of dat nu wel of niet door het arbeidsmarktbeleid komt, dan is dat een belangrijke factor om te bezien. Dan kan de gemeente besluiten om dit beleid niet meer uit te voeren. Er zijn dus meer redenen dan alleen de evaluatie van de eigen inzet. Er moet ook worden gekeken naar wat erbuiten gebeurt.

20

De heer Stam (VOLT) begrijpt dit op zich. Maar waarom moet dat in die PMC-cyclus (Performance Management Cyclus)? Hij begrijpt dat college en raad naar die cijfers kijken, maar het gaat hier over dingen die als indicatoren in de begroting staan. Dat gaat toch over de vraag of de gemeente haar middelen goed besteedt?

25

30

35

40

45

50

Wethouder Schilderman geeft aan dat het uiteindelijk ook iets zegt over de vraag of de gemeente haar middelen goed besteedt. Op het moment dat de arbeidsmarkt er totaal anders uitziet, zal de gemeente een ander beleid moeten voeren. Daarmee is het wel degelijk een relevante factor. VOLT vroeg ook waarom de kinderopvang op deze manier is ingevuld. Dat heeft te maken met de manier waarop op dit moment de middelen in de begroting gestructureerd zijn. Iedere tekortsector heeft één regisseur. Die wordt bekostigd uit dat specifieke programma. Die van de kinderopvang komt uit Kansrijk Opgroeien en die middelen houden volgens de begroting op vanaf 2026. De regisseur is dus feitelijk opgenomen zoals het nu in de begroting staat. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) heeft een vraag over de financiën. Zij vraagt of, als de raad deze nota vaststelt, een raadslid nog de ruimte heeft om te schuiven met het budget. Of is het budget geheel vastgelegd bij andere programma’s? Volgens wethouder Schilderman is het een beetje van beide. Een gedeelte van het budget is heel duidelijk in dit programma opgenomen. Voor een gedeelte is dit juist een inzet om al dat gefragmenteerde beleid vanuit verschillende plekken op één plek neer te zetten. Een raadslid kan er altijd voor kiezen om te schuiven, maar dat zal een consequentie hebben in de begroting. Daar zullen raad en college dan een mouw aan moeten passen.

Dat kan een raadslid bij de Voorjaarsnota doen of hierin doen en dan moet er een mouw aan worden gepast. Het kan wel tot discussie leiden met collega’s in de eigen fractie. GL vroeg of de gemeente bij een regionaal werkcentrum minder goed kan sturen. Zij begrijpt wel waar GL zich op richt. Wanneer alles op één plek is geconcentreerd en er zoveel partijen zijn, kan het soms moeilijker zijn om te sturen. Maar zij ziet dit soort beleidsontwikkeling ook wel als een soort pendulum waarbij iemand soms in het uiterste is terechtgekomen en met een wiel naar het ander uiterste moet om dichter uit te komen bij waar hij werkelijk zou moeten zin. Op dit moment is heel veel van dit beleid zo gefragmenteerd en zijn er zoveel verschillende loketten voor werkzoekenden, werkenden, werkgevers en ondernemers, dat de voordelen van het sturen op één regionaal centrum ontzettend zullen opwegen tegen de nadelen. Belangrijk is wel dat de werkgevers ook iets hebben met dat regionaal werkcentrum en dat het de invulling en uitstraling heeft van iets waar ook iemand die al werk heeft naartoe gaat en dat het er niet alleen is voor een uitkering. Dit zal wel een aandachtspunt blijven.

55

Mevrouw Heijne (GL) begrijpt dit dilemma en begrijpt dat het zoeken is. Zij vraagt zich af of de wethouder kan zeggen of de insteek en de visie van Utrecht in dit geheel redelijk worden gedeeld of dat de opvattingen heel erg uit elkaar liggen.

60

Wethouder Schilderman antwoordt dat tot op heden zich een grote coalitie heeft gevormd omdat partijen het regionaalwerkcentrum zien als de uitvoeringsplek. Maar partijen zijn eraan gewend om het op een andere manier te doen en zij komt soms nog wel hobbels tegen. Het kan best nog eens lastig zijn voordat het allemaal 100% geweldig is. GL vroeg ook hoe de gemeente zorgt voor Pagina 23 van 35

5

10

15

20

25

30

35

40

mensen die zich melden en die niet behoren tot de focusgroepen. Bij het Regionaal Talentfonds is erbij voorbeeld geen uitsluiting. Daar is van te voren best wel wat discussie geweest, ook met de provincie en andere gemeenten, over de vraag of partijen willen dat dit fonds alleen toegankelijk is voor de kwetsbare doelgroep. Uiteindelijk zagen de betrokkenen dat die groep toch wel diffuus is. Bij onbenut arbeidspotentieel is het echt lastig om te definiëren wie in een lastige situatie zit omdat hij via werk of eigen inkomen geen opleiding kan krijgen. Nu is het open voor verschillende groepen, maar de focus in de communicatie is gericht op de groepen die het het meest nodig hebben. GL vroeg verder of het college er ook grotere ondernemers bij betrekt die het goede voorbeeld kunnen geven. Dat doet het college zeker. Het probeert dat goede voorbeeld te laten geven via de Economic Board en duidelijk te zijn over wat daarin wordt gedaan. Als de gemeente zelf iets aanbiedt, kijkt zij of dat niet iets meer gericht kan zijn op de kleinere ondernemers voor wie dat lastig is. UtrechtNu! vroeg zich af of er niet verder moet worden geprioriteerd binnen die sectoren. Het college dacht dat het dat op het niveau van kaderstelling niet moet doen omdat er dan eigenlijk een uitsluiting wordt gemaakt.

Maar in de uitvoering wordt gekeken naar waar het het meest kansrijk is, waar werkgevers mee willen doen en waar de kans groot is om een programma uit te voeren dat ook mensen raakt. Bij de zorg is dat vaak de combinatie van zorg en ICT. Daar ligt een enorme kans omdat het daar gaat om digitale vaardigheden in een tekortsector. Er werd een aantal vragen gesteld over de inclusieve arbeidsmarkt. GL, PvdA en andere fracties vroegen of het MBO nog specifiek zou moeten worden toegevoegd. Het college dacht dat dat niet per se nodig zou zijn omdat de gemeente ten aanzien van het MBO al een aantal dingen extra doet. Het gaat dan om die 150 MBO-stagiairs. Daaraan is te zien dat dit rond de inclusieve arbeidsmarkt echt een aandachtspunt is. Daarom geeft de gemeente daarin het goed voorbeeld. Vorig jaar is dat weer goed gelukt. De vraag werd gesteld of de gemeente een keuze moet maken en zou moeten zeggen dat zij zich in plaats van op jongeren in brede zin alleen nog maar richt op het MBO. Daarvan dacht het college dat dat het wel weer heel specifiek zou maken omdat het college ook jongeren in de breedte wil raken en omdat het ook gaat om tekortsectoren binnen verschillende opleidingsniveaus. Er zijn immers in de techniek en in de zorg mensen nodig op alle niveaus en niet alleen op MBO-niveau.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat het erom gaat dat in de nota staat dat Utrecht zich onderscheidt en een hoogopgeleide bevolking heeft tussen aanhalingstekens waar zij geen fan van is. Maar volgens haar zijn de tekorten waar de gemeente een blinde vlek voor lijkt te hebben juist afkomstig uit het MBO. Er is een dalende trend van mensen die op het MBO afstuderen en dat is ook te zien op de arbeidsmarkt. Zij zou juist wel verwachten dat het college dat als extra focuspunt toevoegt. Wethouder Schilderman probeert aan te geven dat de gemeente in de uitvoering dat focuspunt op een heleboel manieren al heeft. Er is al een MBO-uitvoeringsagenda waar de gemeente dat doet en dat ook laat zien. Het college dacht dat die verder specificering niet nodig zou hoeven te zijn, ook omdat de gemeente daarmee zegt dat zij zich niet meer gaat richten op jongeren in de breedte. Het college doet zeker wat op het gebied van het MBO en dat weet de commissie ook. Sinds de vorige periode is daar al een speciale wethouder voor benoemd. Dit was er een in de categorie “show, don’t tell”.

45

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wil ‘show’ graag, maar ‘tell’ ook. Zij is toevallig ook woordvoerder MBO. Zij vond daar dat juist de koppeling tussen onderwijs en arbeidsmarkt scherper aangezet mag worden. Zij had dat verwacht in deze nota. Wat haar betreft is het “show, don’t tell’. Zij vraagt of zij dat moet voorstellen of dat de wethouder dat gaat doen.

50

Wethouder Schilderman denkt dat het erg mooi is, als mevrouw Al-Saqaff aangeeft waar zij die extra focus wil zien. Waar moet de focus meer op het MBO komen en waar moet de focus van af? Uiteindelijk is dit een kaders stellende nota, dus zij kan iets missen. De commissie heeft spreekster niet effectief kaders meegegeven, als zij haar twintig prioriteiten extra heeft gegeven en nul die eraf mogen. Dan wordt zij op pad gestuurd met de boodschap: “Ga lekker aan de slag en wij zien wel wat ervan terechtkomt”. Als de commissie zich dus meer specifiek wil richten op het MBO en daar andere dingen voor wil laten, dan vraagt zij vooral dat aan te geven. De PvdA ging in op goed werkgeverschap en verscheidene fracties gingen daar verder op in. Op dit gebied doet de gemeente eigenlijk al veel meer. Deze nota komt nadat het college al behoorlijk veel extra inzet heeft gedaan op het gebied van inclusieve arbeidsmarkt. De commissie heeft natuurlijk al eerder de uitvoeringsagenda daarvoor gezien. Er wordt ook onderzoek gedaan, daar werd ook naar

55

60

Pagina 24 van 35

5

10

gevraagd. Het college verwacht dat in het tweede kwartaal van 2025 te kunnen presenteren. Zij heeft al gewezen op de eerdere inzet op stagediscriminatie. Het college heeft net een divers en inclusief netwerk opgericht waar bedrijven divers en inclusief werkgeverschap kunnen laten zien. Er is juist een focus op hoe de arbeidsmarkt er voor iedereen kan zijn. Op de lange termijn is echt een focus nodig om binnen bedrijven en organisaties te laten zien hoe anders kan worden omgegaan met personeel. Pas dan weet iemand hoe hij discriminatie kan tegengaan. Als de focus alleen gericht is op wie er binnenkomt, dan is het probleem niet echt opgelost. De gemeente zit hierbij wel in de lastige situatie dat de Arbeidsinspectie degene is die moet handhaven. De inzet van het college is gericht op het geven van het goede voorbeeld en op informeren, helpen en trainen zodat overal een inclusieve sfeer wordt gecreëerd op de werkvloer. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of dan ook de koppeling wordt gemaakt met het blokje sturing zodat dit de werkgevers zijn die de gemeente wil trekken.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Schilderman geeft aan dat het college zich daar zeker op wil richten. Het moeilijke is wel dat de gemeente werkgevers niet kan uitsluiten. De gemeente mag niet tegen werkgevers die zich niet gedragen zoals het de bedoeling is zeggen dat zij zich niet meer mogen vestigen in de gemeente Utrecht. Zij begrijpt waar de gevoelens vandaan kunnen komen, maar uiteindelijk is de Arbeidsinspectie degene die kan handhaven. De gemeente geeft altijd signalen door en zet zich in voor een inclusieve werkvloer zodat mensen ook ruimte voelen om dingen te melden. Maar de gemeente kan geen werkgevers weren. De PvdA vroeg ook naar de mogelijkheid van een MBOtraineeship in de regio. Spreekster vindt het een interessant idee om met haar collega’s over te praten. Zij zal, wanneer zij een update stuurt, laten weten of daar iets uit is gekomen. Het kan b.v. worden besproken aan de U 10-tafel. Op het aanspreken van werkgevers is zij al ingegaan. Dat divers en inclusief netwerk is een heel belangrijke stap omdat werkgevers daar met elkaar praten over hoe zij een veiligere en meer inclusieve sfeer op de werkvloer kunnen organiseren en uiteindelijk discriminatie kunnen tegengaan. Het CDA stelde vragen over arbeidsdiscriminatie en over het ontbreken van dekking voor het uitvoeren van een motie. Die motie heeft niet automatisch dekking gekregen. Dat regelt de raad natuurlijk bij de Voorjaarsnota.

Maar het college heeft daaraan juist invulling gegeven. Als het CDA daaraan meer invulling wil geven, dan weet het dat de Voorjaarsnota er binnenkort aankomt en dat hiervoor extra middelen nodig zijn. DENK stelde ook een vraag over de inclusieve arbeidsmarkt, maar daarover heeft zij al iets aangegeven richting PvdA. DENK vroeg specifiek naar onderzoek over de inclusieve arbeidsmarkt. Zij heeft al aangegeven dat dat in het tweede kwartaal van 2025 naar de commissie toe komt. DENK vroeg ook specifiek naar mystery callers. Mevrouw Chirino (CU) had nog een vraag over de reactie van de wethouder op het CDA. Zij begrijpt van de wethouder dat de motie van het CDA is opgenomen in de nota, maar dat dat ongedekt is. Klopt dat? Wethouder Schilderman antwoordt dat dat niet klopt. Het college is ermee bezig. Er was incidenteel geld voor. Dat is met elkaar geregeld. De commissie heeft al eerder bericht gekregen over hoe het college invulling geeft aan die inclusieve arbeidsmarkt. Er zat ook een soort uitvoeringsplan bij, maar dat heeft geen structurele financiering. Als de commissie daarvoor wel structurele financiering wil, dan kan zij zich voorstellen dat het verstandig is om er geld bij te doen. Voor deze periode gebeurt dat dus zeker. Spreekster komt terug op de mystery callers.

Dat onderzoek komt binnenkort naar de commissie toe, maar mystery callers vindt het college een relatief dure onderzoeksmethodiek. Er is geen budget voor, maar het bezwaar is vooral dat deze methode zich focust op wat aan de poort gebeurt. Daarmee is geen enkele extra inclusieve arbeidsplaats gerealiseerd. Er is alleen iets gezien over de selectie, waarover overigens niet op kan worden gehandhaafd omdat dat niet aan de gemeente is. Daarom focust het college zich juist op die inclusieve arbeidsmark op de werkvloer. De heer Şimşek (DENK) vraagt hoe een inclusieve werkvloer kan worden gerealiseerd, als iemand door discriminatie aan poort überhaupt geen baan kan krijgen of niet eens wordt uitgenodigd vanwege zijn achternaam. Wethouder Schilderman meent dat er uiteindelijk een verandering zal moeten plaatsvinden op alle verschillende plekken op de werkvloer zelf. Daar moet er een meer divers team zijn, maar er moet ook geen ruimte worden geboden voor discriminatie. Daarin zullen alle ondernemers in Pagina 25 van 35

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

Utrecht, in Nederland en wellicht daarbuiten een stap moeten doen. De inzet van de gemeente is gericht op het creëren van een zo inclusief mogelijke werkvloer. Ook als iemand wel wordt uitgenodigd vanwege zijn achternaam, maar mensen vervolgens in het gesprek denken dat het toch niet klikt omdat het op een net iets andere manier gaat, dan is het probleem alsnog niet aangepakt. Uiteindelijk gaat het over ruimte voor veelkleurigheid op de werkvloer en daar is het beleid op gericht. De voorzitter merkt op dat dit onderwerp al meermalen bij andere agendapunten aan de orde is geweest. Maar de heer Şimşek kan zijn laatste vervolgvraag stellen. De heer Şimşek (DENK) merkt op dat dit zijn tweede vraag is. Hij meent dat er een soort valse tegenstrijdigheid wordt gecreëerd, alsof het ene het andere uitsluit. Natuurlijk moet er een inclusieve werkvloer zijn en natuurlijk moet discriminatie worden aangepakt. Maar het is een soort valse tegenstelling, als wordt gesteld dat, wanneer discriminatie niet wordt aangepakt aan de voorkant, een inclusieve werkvloer kan worden gerealiseerd. Kan de wethouder daarop ingaan? Wethouder Schilderman wil hier geen valse tegenstelling creëren. Zij heeft aangegeven dat het college zich focust op de plek waar het probleem bij de wortel kan worden aangepakt. Daarvoor is een inclusieve arbeidsmarkt nodig en daar is het beleid van het college op gericht.

Student & Starter vroeg of er geld is voor het aanpakken van stagediscriminatie. In deze periode heeft de gemeente daar geld voor. Dat heeft de commissie ook eerder kunnen lezen in de aanpak. Student & Starter vroeg verder of jongeren met onzichtbare arbeidsbeperkingen ook onder arbeidsbeperkingen vallen. Dat is het geval, ook neurodivergentie valt daar dus onder, ook bij ouderen. De CU vroeg of de sector ook een bijdrage kan leveren aan de inclusieve arbeidsmarkt. Daar heeft de CU helemaal gelijk in. Uiteindelijk hebben alle sectoren een bijdrage te leveren aan die inclusieve arbeidsmarkt. Dat moet op de werkvloer gebeuren, het gaat om teams, het gaat op aannamebeleid, het gaat om wie de promotie krijgt en het gaat om waarvoor ruimte wordt geboden in het arbeidsproces. Daar is de samenwerking van de gemeente natuurlijk op gericht evenals het reeds genoemde netwerk. Spreekster begint aan het laatste blok. De CU vroeg waarom pas in 2028 wordt gekeken naar bijdragen van derden aan het Talentfonds. Dat doet het college zeker ook eerder. De reden dat het zo in de nota staat is dat de gemeente tot die tijd zelf meer middelen heeft en dat het college merkt dat het wel wat tijd kost voor partijen om zich aan te sluiten. De Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen zijn bijvoorbeeld een heel belangrijke doelgroep.

Het college zou die breder willen ontsluiten, het geld blijft nu vaak op de plank liggen en zit vast binnen sectoren. Maar het is erg taai om dat te veranderen. Zij wil niet het beeld scheppen dat zij dat meteen volgend jaar geregeld heeft, maar de inzet om hen te laten bijdragen begint wat haar betreft morgen. De PvdA vroeg naar de stem van de medewerkers. Mevrouw Chirino (CU) is blij dit te horen van de wethouder. Zij begrijpt dat het dan eerder zou kunnen beginnen dan 2028 en dat de gemeente haar eigen middelen daarvoor inzet. De gemeente komt eigenlijk niet uit voor het uitvoeringsplan Inclusieve arbeidsmarkt. De CU vindt dat daar een prioritering in kan komen en dat dat geld misschien beter kan worden ingezet voor het uitvoeringsplan en dat de gemeente het Talentfonds kan doen samen met de sector. Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? Wethouder Schilderman antwoord dat het college dat heeft voorgesteld gegeven het feit dat er tot op heden nog geen bijdrage van de sector is en de raad deze middelen hiervoor specifiek apart heeft gezet. De raad heeft dat eerder specifiek apart gezet omdat dat de specifieke doelstelling was van deze coalitie.

55

Mevrouw Chirino (CU) merkt op dat de Voorjaarsnota eraan komt. Zij hoort verscheidene fracties zeggen dat de leden daarin hun afweging kunnen maken. Nu ligt dit voor. Spreekster kan zich voorstellen dat de raad daarin een andere afweging kan maken.

60

Wethouder Schilderman vraagt zich af of de raad nog andere afwegingen kan maken. De raad heeft dit vorig jaar al vastgesteld met de begroting en de Voorjaarsnota en de gemeente heeft zich ten opzichte van de andere partijen gecommitteerd. Zij gaat controleren of er nog ruimte is om het anders te doen. De reden waarom het college het zo heeft gedaan is dus dat de raad het eerder Pagina 26 van 35

op deze wijze heeft vastgesteld. Spreekster is het heel erg eens met de PvdA dat de stem van de medewerkers heel belangrijk is, maar zij zocht een beetje naar wat de PvdA hoopte dat zou gebeuren. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) lijkt het voor het debat in de raad wel handig om inzicht te hebben in wat al vastligt en wat niet. Wethouder Schilderman hoopt hier aan het einde van haar beantwoording op terug te komen. EenUtrecht vroeg naar social return. Daar zet het college zeker op in. Dat is onderdeel van het inkoopbeleid. De grote partijen zijn daar onderdeel van. Het inkoopbeleid wordt ook geëvalueerd. Zij verwacht dat de commissie daarover waarschijnlijk in het tweede kwartaal nog wat communicatie ontvangt. De VVD vroeg naar een inhoudelijk netwerk met het MKB. Dat is een heel terecht punt. Zij vindt het eigenlijk een omissie dat Utrecht geen inhoudelijk netwerk heeft van MKB-partijen. Zij heeft daarom al met een aantal partijen in de stad gesproken over de vraag of zij bereid zijn zo’n netwerk op te richten. Zij vindt het ook heel belangrijk dat dit wordt gedragen door ondernemers in deze stad en dat het niet wordt opgelegd. Zij heeft nu verschillende partijen gevraagd om na te denken of zij kans zien daarin een rol te spelen. Eerder heeft de gemeente zich op een andere manier hiervoor ingezet. Het college heeft b.v. ‘oplopen’ georganiseerd met verschillende gebieden, mar het kwam daar meer vertegenwoordigers van ondernemers tegen dan ondernemers zelf.

In het kader van de actie ‘Agenda Economie’ richt de gemeente zich op een activatieprogramma waarin de gemeente MKB-ers zelf ook raakt. Het lijkt haar goed dat zij in de voortgangsrapportage van volgend jaar hierop terugkomt en aangeeft in hoeverre dit al is gelukt. Er is op dit moment inzet op en zij moet zien of het enthousiasme echt begint te bobbelen bij de partijen. De PvdA vroeg voor welk soort werk de gemeente zich inzet. In de REA wordt beschreven op welke sectoren de gemeente overgaat. Dat ziet de commissie terug in deze nota, maar die gaat juist over de sectoren die maatschappelijk het meeste nut hebben, maar die ook toekomstbestendig zijn. Dat betekent dat het college niet bezig is om meer consultancy-partijen naar Utrecht te halen, maar juist de partijen die een belangrijke bijdrage leveren aan de grote opgave. Het CDA vroeg waarvoor het college zich in zijn lobbyactiviteit inzet. Doel van de lobby is dat het Rijk middelen voor de regio beschikbaar stelt en dat de gemeente die ook goed kan invullen. Dat is de eerste inzet. De tweede is gericht op zaken die de PvdA ook noemt, zoals dat werk meer moet lonen, en handhaving, zeker door de Arbeidsinspectie. De Arbeidsinspectie is hierin erg belangrijk, die regelt ook de EU-arbeidsmigranten, waarbij te zien is dat er misstanden zijn.

Verder lobbyt de gemeente ervoor dat het Rijk ook inzet op de sectoren die Utrecht belangrijk vindt, zoals de energie- en zorgtekorten. Zij heeft geen specifiek antwoord op de vraag over het Talentfonds. Daarop komt zij voor de raad terug. De voorzitter vraagt of er nog onbeantwoorde vragen zijn. De heer Şimşek (DENK) heeft op twee fundamentele vragen geen antwoord gehad. Hij wil in de nota op de plaats waar de koppeling wordt gemaakt met de inclusieve arbeidsmarkt de woorden ‘arbeidsdiscriminatie verminderen’ vervangen door ‘arbeidsdiscriminatie uitbannen’. Hij vraagt of de wethouder het daarmee eens en of zij bereid is die bewoording aan te passen. In de tweede plaats vroeg hij om het uitbannen van arbeidsdiscriminatie als expliciete doelstelling met effectindicator op te nemen in de beleidsnota.

50

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) heeft bij arbeidsmigranten gevraagd of er in de regio gezamenlijk opgetrokken kan worden om malafide uitzendbureaus en werkgevers die te kwader trouw handelen aan te pakken en om te bereiken dat arbeidsmigranten misstanden gemakkelijker kunnen melden.

55

Mevrouw Barelds (CDA) geeft aan dat twee vragen niet zijn beantwoord. Het CDA heeft de wethouder gevraagd of zij ook bereid is om in samenwerking met andere partijen altijd een afspraak op te nemen over slimmer werken en of zij dat wil toezeggen. De andere vraag had betrekking op het feit dat de nota geen complete dekking heeft en dat dat vreemd is. Het CDA is benieuwd naar een reflectie hierop.

60

Mevrouw Chirino (CU) merkt op dat haar fractie had gevraagd of de sector een bijdrage kan leveren voor de inclusieve arbeidsmarkt. De wethouder heeft daar wel antwoord op gegeven, Pagina 27 van 35

maar de vraag ging eigenlijk specifiek over de middelen omdat het een vervolgvraag was op een vraag over het Talentfonds. Misschien kan de wethouder daar nog iets over zeggen. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Schilderman had de vraag van DENK over arbeidsdiscriminatie eigenlijk beantwoord in die zin dat zij heeft aangegeven wat de focus is waarvoor het college heeft gekozen in deze nota en waarom. DENK kan daarover een voorstel doen, maar als de heer Şimşek zegt dat de doelstelling is dat er nul arbeidsdiscriminatie is, dan is dat een doelstelling die zij, hoe graag zij dat zou willen, gewoon niet waar kan maken. Zij kan namelijk niet handhaven op arbeidsdiscriminatie. Zij gaat daar niet over, de Arbeidsinspectie gaat daarover. Als zij dit opschrijft in het beleid, dan denken mensen dat zij hen kan helpen. Het antwoord is dan dat zij niet kan handhaven omdat er daarvoor een andere overheid is. Dat doet niets af aan het belang van het aanpakken van dit probleem. Het college heeft op allerlei manieren laten zien hoe het hieraan invulling geeft. De PvdA vroeg of samen met de regio kan worden opgetrokken bij aanpak van de problemen van arbeidsmigranten. Het zal nogal wat vragen van de gemeente om dat anders te gaan doen. Het lijkt haar verstandig om daar op weg naar de Voorjaarsnota of in de Voorjaarsnota op terug te komen. Dit vraagt echt een ander soort inzet. De PvdA heeft hierover al eerder een motie ingediend. Er wordt echt naar gekeken, maar het is echt heel moeilijk.

De heer Şimşek (DENK) brengt naar voren dat het wat DENK betreft ongeloofwaardig is dat de wethouder zegt dat zij het liefste hoopt dat er geen arbeidsdiscriminatie is, maar dat het college er niet op gaat inzetten en het niet gaat opnemen als doelstelling. Op het moment dat de wethouder zegt dat er geen ruimte moet zijn voor discriminatie in deze stad, zou dat ook een doelstelling moeten zijn en zou de houding van het college moeten zijn dat het hiermee gewoon aan de slag gaat. De voorzitter merkt op dat het een lange interruptie is, de heer Şimşek zit in het rood. Heeft hij een concrete vraag? De heer Şimşek (DENK) vraagt hoe de wethouder uitlegt dat het college aan de ene kant roept dat het voor kans-gelijkheid en voor een inclusieve stad is en dat het aan de andere kant hier niet gewoon kan zeggen dat het arbeidsmarktdiscriminatie aanpakt en dat het dat in deze nota zet als inspanningsplicht met als doel het uiteindelijk uit te bannen. Wethouder Schilderman heeft deze vraag al een aantal keren beantwoord. Zij heeft gezegd dat er geen plek moet zijn voor arbeidsdiscriminatie of enige andere vorm van discriminatie in deze stad. Zij heeft aangegeven hoe het college zich daarvoor inzet binnen dit beleidsterrein. Zij heeft niet herhaald hoe het college dat op een heleboel manieren ook buiten dit beleidsterrein doet.

Maar zij kan niet beloven dat zij arbeidsdiscriminatie uitbant omdat zij niet degene is die daarop kan handhaven. Dat is de Arbeidsinspectie. Daar kunnen raad en college iets van vinden, maar daarmee krijgt zij niet magisch een bevoegdheid in handen. De vraag van de PvdA heeft zij beantwoord. Het CDA vraagt naar samen met anderen slimmer werken. Zij weet eigenlijk niet wat het CDA hiermee bedoelt. Mevrouw Barelds (CDA) heeft dit in haar bijdrage genoemd naar aanleiding van de noodzaak de arbeidsproductiviteit te verhogen. Zij heeft aangegeven dat VNO/NCW zegt dat in elke cao een afspraak moet komen over slimmer werken, b.v. door het werk beter te organiseren, afspraken te maken over de ontwikkeling van werkenden en met de werknemers mentaal verzuim tegen te gaan. Dat zijn manieren om de arbeidsproductiviteit te verhogen. Daarover kunnen afspraken worden gemaakt. VNO/NCW roept bedrijven daartoe op, maar zij vraagt of dit iets is dat het college bespreekt met organisaties waarmee de gemeente samenwerkt en of het daarbij aangeeft dat de gemeente dit belangrijk vindt. Wethouder Schilderman antwoordt dat het heel belangrijk is dat werkgevers en werknemers daarover praten bij cao’s. Als het gaat over wat de gemeente doet, dan wijst zij er op dat zij vragen van de VVD over arbeidsproductiviteit heeft beantwoord.

Zij heeft ook aangeven hoe het college er voor de rest op inzet, bijvoorbeeld door inzetten op innovatie, onder andere via de ROM. Daarnaast kan het altijd onderwerp van gesprek zijn. Dat het CDA het vreemd vindt dat deze nota geen complete dekking heeft, heeft zij beschouwd als een opmerking. Raad en college hebben met elkaar afgesproken dat er nota’s zijn die langer meegaan, vaak langer dan een coalitieperiode. Dat betekent dat er niet altijd voor alles middelen beschikbaar kunnen zijn, tenzij Pagina 28 van 35

5

10

15

de raad zegt dat hij alleen doelstellingen wil stellen die hij daadwerkelijk al gedekt heeft. Dat kan, maar dat kan betekenen dat de nota sowieso minder ambitie heeft en dat, als de raad ergens extra middelen wil inzetten, dat niet gedekt is door beleid. Spreekster dacht de vraag van de CU over de inclusieve arbeidsmarkt beantwoord te hebben. De CU en zij hebben het al over de middelen gehad. Het college ziet graag dat partijen daaraan zouden bijdragen. Dat is ook een van de doelstellingen voor het vinden van de ontbrekende middelen in de laatste jaren van deze nota. Bijdragen van derden vormen daar een belangrijk onderdeel van. Die derden kunnen ondernemers en werkgevers zijn, maar ook de al eerder genoemde O & O-fondsen of het Regionaal Talentfonds. Het kunnen ook Europese subsidies zijn. Dat zijn verschillende soorten van inzet om derden te laten betalen aan deze grote opgave. Op hoe belangrijk zij zijn om bij te dragen aan een inclusieve arbeidsmarkt is zij al ingegaan. De voorzitter vraagt of er fracties zijn die nog iets willen inbrengen in de tweede termijn. Hij ziet dat dit niet het geval is. Hij gaat over tot het inventariseren van de toezeggingen. Mevrouw Kok heeft de volgende toezeggingen genoteerd:

20

-

25

30

35

40

de wethouder heeft aangegeven dat in de jaarlijkse voortgangsbrief over de nota die in Q2 2026 komt het college terugkomt op hoe de uitvoering van deze nota zoveel mogelijk integraal wordt aangepakt; een MBO-traineeship in de regio; de uitkomsten van de gesprekken over een netwerk vanuit het MKB op de arbeidsmarkt of de inclusieve arbeidsmarkt.

Spreekster was niet duidelijk of het bij de laatste toezegging ging om de arbeidsmarkt of de inclusieve arbeidsmarkt. Wethouder Schilderman heeft dat op dit moment niet gespecificeerd. Misschien is het ook nog iets te vroeg om dit te specificeren. Het ligt er ook een beetje aan waarover het college het MKB enthousiast krijgt om een netwerk te organiseren. De voorzitter ziet dat iemand wil interrumperen. Hij merkt op dat de commissiegriffier de toezeggingen aan het samenvatten is. Het is mogelijk daarover een punt van orde te maken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat dat de toezegging werd gedaan op iets wat zij vroeg. Haar vraag ging gewoon over de arbeidsmarkt en over kijken naar waar een ecosysteem kan worden gemaakt met die MKB-ers. Zij begrijpt dat de wethouder zegt dat het ook anders kan uitvallen, maar dat is hopelijk de insteek. De voorzitter concludeert dat het dus algemeen ‘arbeidsmarkt’ wordt. Mevrouw Kok heeft verder de volgende toezeggingen genoteerd:

45

50

55

-

In Q2 2025 ontvangt de raad het onderzoek naar de inclusieve arbeidsmarkt; In Q2 2025 ontvangt de raad een brief over inkoopbeleid.

Volgens wethouder Schilderman is de laatste toezegging een staande toezegging die zij niet opnieuw heeft gedaan. Maar zij verwacht die brief alsnog in die periode. Mevrouw Kok noemt als laatste toezegging: - De wethouder komt voor de raad terug op het Talentfonds en in het bijzonder welke afspraken vastliggen en welke niet. (Dit is geen echte toezegging omdat dit voor de raad gebeurt.) De voorzitter vraagt of er fracties zijn die nog een voorstel willen inbrengen bij de raadsbehandeling en, zo nee, of dit voorstel kan worden doorgeleid naar de raad als een A-punt.

Pagina 29 van 35

De heer Van Bemmel (PvdD) denkt dat zijn fractie nog wel met een voorstel zal komen over de bevordering van werkgelegenheid als uitgangspunt in omgevingsplannen. Hij beraadt zich nog op de vorm. 5

10

15

20

Mevrouw Barelds (CDA) deelt mee dat ook het CDA zich zal beraden. Waarschijnlijk komt haar fractie met een voorstel. Mevrouw Al-Saqaff geeft aan dat haar fractie met een voorstel komt over het MBO. Zij zag de weethouder heel raar kijken toen zij het had over de toezegging over het MKB-netwerk. Misschien doet zij daar nog iets mee. De heer Şimşek (DENK) deelt mee dat zijn fractie sowieso komt met en aantal voorstellen en zelfs met amendementen als het gaat om de verwoording en de doelstellingen in de nota op het gebied van de aanpak van arbeidsdiscriminatie. Zijn fractie vindt dat het er niet helder genoeg in staat. Daarnaast is er een hele rits van voorstellen op het gebied van arbeidsmarktdiscriminatie die hij wilde inbrengen, maar waarvan hij nu, gezien de beperkte spreektijd, denkt dat daarvoor de brief over de inclusieve arbeidsmarkt kan worden geagendeerd. Hij weet niet precies hoeveel voorstellen in de raad het worden. Zijn fractie gaat zich daarover beraden. Wellicht is er hier voldoende steun om die andere brief specifiek over de inclusieve arbeidsmarkt te gaan agenderen en daar een apart debat over te houden. In dat geval zal het aantal moties meevallen. De heer Stam (VOLT) deelt mee dat de raad in elk geval een amendement van VOLT kan verwachten over de indicatoren en mogelijk ook over de dekking voor de regisseurs.

25

Mevrouw Chirino (CU) geeft aan dat afhankelijk van de terugkoppeling van de wethouder haar fractie misschien ook nog iets wil doen.

30

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) meldt dat haar fractie graag meekijkt met het MBO-stuk van de VVD en nog nadenkt over de mogelijkheid van het weren van slechte werkgevers. Over arbeidsmigranten komt er nog een apart debat, daarover neemt zij apart contact met de wethouder.

35

De voorzitter vraagt de leden vanuit zijn rol als voorzitter even na te denken of er hiervoor nog aparte voorstellen nodig zijn of dat hierop in de beantwoording al voldoende is ingegaan. Hij vraagt of dit in 30 minuten kan worden behandeld. De heer Geleijns (D66) heeft een punt van orde. Hij deelt mee dat D66 zich nog beraadt over een inbreng voor het debat. Dat gaat dan waarschijnlijk over AI.

40

De voorzitter herhaalt de vraag hoeveel tijd er nodig is voor dit debat. 45 minuten? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) denkt dat 30 minuten wel te halen is. 45 minuten vindt zij wel heel veel.

45

De voorzitter stelt vast dat de commissie instemt met 30 minuten.

7. Raadsvoorstel Verordening Bedrijven-investeringszone (BIZ) Woonboulevard 2026-2030

50

55

De voorzitter denkt dat de commissie dit punt in korte tijd kan behandelen. Het college vraagt de raad om Verordening Bedrijven-investeringszone 2026-2030 vast te stellen. De huidige verordening loopt eind 2025 af. De bedrijven-investeringszone is een afgebakend gebied waarin de ondernemers samen investeren in onder andere de aantrekkelijkheid en de veiligheid van het gebied. Zij betalen hiervoor een bijdrage. Voor dit punt is 30 minuten gereserveerd en het wordt in twee termijnen besproken. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) brengt naar voren dat niets zijn fractie zo blij maakt als ondernemers die de handen ineen slaan om en gebied te verbeteren en aantrekkelijk en veilig te Pagina 30 van 35

5

10

maken, en zeker als dat gebeurt in samenwerking met de gemeente en het Ondernemersfonds (OfU). De voorwaarden in de verordening zijn goed onderbouwd en goed geborgd en zijn fractie ziet dus alleen maar mooie dingen. De bijdrage Bedrijven-investeringszone wordt net als die voor het Ondernemersfonds geïnd door de BghU. (Belastingsamenwerking gemeenten en heemraadschap Utrecht). Het BghU berekent daarvoor geen kosten aan het OfU. Het is zeer aannemelijk dat dit ook niet voor de BIZ-bijdrage wordt gedaan. Toch vraagt de gemeente 3% perceptiekosten. Daarom vraagt zijn fractie aan de wethouder voor welke posten deze perceptiekosten dan worden berekend, want dat is voor zijn fractie niet helemaal helder.

20

De heer Van Bemmel (PvdD) herinnert eraan dat zijn fractie vier jaar geleden ook al zei dat de gemeente een fonds voornamelijk gericht op marketing niet hoeft te faciliteren. Dat geldt voor het Ondernemersfonds en voor deze bedrijven-investeringszone. Marketing in een woonboulevard heeft simpelweg het doel mensen naar winkels te trekken en weinig duurzame producten te laten kopen. De PvdD wil dat mensen gaan consuminderen en is voortrekker in de strijd tegen reclame. Dit geldt niet alleen voor reclame in de openbare ruimte. Ook deze grote investeringen in marketing zijn onwenselijk. Aangezien er nu een andere wethouder is dan vier jaar geleden stelt hij de vraag van toen nu nogmaals: is de wethouder bereid in de subsidieverlening de voorwaarde te stellen het marketingbudget aanzienlijk te verlagen en dit geld te gebruiken voor de openbare ruimte om de nu onaangenaam grijze woonboulevard vol auto’s tot een prettige groene verblijfsruimte te maken voor mens en dier?

25

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dit heel raar. Het zijn de ondernemers zelf die vragen zelf iets te meer te kunnen betalen om samen iets moois te kunnen realiseren en dan komt weer die blabla over andere doelen. Daar gaat de gemeente toch niet over, het is hun eigen geld. Zij willen extra bijdragen voor mooie dingen.

15

De voorzitter verzoekt de leden om wel voorzichtig te zijn aanduidingen van de kwaliteit van de inbreng. 30

35

40

De heer Van Bemmel (PvdD) vindt dit heel opvallend. Het is al vier jaar bekend dat zijn fractie er zo in staat. Het is iets dat de gemeente gaat faciliteren waarvan de PvdD denkt dat de gemeente zich daar niet mee moet bemoeien. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat het gewoon een constructie die is afgesproken. Volgens haar is het al jaren bekend dat de VVD dit een heel apart standpunt vindt. Faciliteren van mensen die in de eigen gemeente samen willen werken zouden raadsleden juist iets moois moeten vinden en moeten vieren. Haar fractie zit hier duidelijk anders in. Volgens de voorzitter is dit geen vraag, maar een opmerking. De heer Van Bemmel (PvdD) lijkt dat een goede constatering. Mevrouw Chirino (CU) vraagt zich af of dat voor de PvdD dan zo dwingend moet.

45

De heer Van Bemmel (PvdD) komt met een voorstel, of in ieder geval met een vraag aan de wethouder om de verhouding zoals die nu is anders in elkaar te steken. Of dat dwingend is, is de interpretatie van mevrouw Chirino.

50

Mevrouw Chirino (CU) hoort dat wel in de formulering van de PvdD. Als commissielid zegt de heer Van Bemmel dat de wethouder het anders moet insteken, maar het is volgens haar niet aan de wethouder, maar aan de vereniging zelf te bepalen hoe zij dat insteekt. Is het niet beter, als de wethouder daarover gewoon in gesprek gaat?

55

De heer Van Bemmel (PvdD) lijkt het sowieso fijn, als het mogelijk is in gesprek te gaan. Alleen heeft de commissie het hier over een fonds dat de gemeente gaat faciliteren. Daar heeft de raad iets over te zeggen en de PvdD zegt dat in de verordening moet worden gezet dat de verhouding anders kan.

60

Mevrouw Chirino (CU) begrijpt dat de PvdD zegt dat het een strak vereiste moet zijn. Dan gaat zij opletten. Pagina 31 van 35

5

De heer Van Bemmel geeft aan dat de PvdD dit voorstel iets vindt dat zij niet kan steunen. Dat zou geen grote verrassing moeten zijn. In het afgelopen najaar heeft zijn fractie bij de programmabegroting ook voorgesteld om een einde te maken aan reclame in de openbare ruimte en dit is gewoon reclame op een andere manier. Mevrouw Barelds (CDA) vraagt of de PvdD erkent dat het niet alleen gaat om marketing, maar ook om veiligheid.

10

15

20

25

De heer Van Bemmel (PvdD) heeft de begroting doorgekeken en heeft gezien dat het voornamelijk gaat over marketing. Veiligheid zag hij niet terugkomen, er ging wel iets naar openbare ruimte. Het voorstel van zijn fractie is om die verhouding anders te maken. Mevrouw Chirino (CU) komt vanuit haar fractie met complimenten voor de ondernemers en het boulevardmanagement voor het plan van aanpak. Het is goed dat er zoveel gebeurt en dat positieve resultaten worden behaald in de bedrijven-investeringszone. De CU heeft één kanttekening, eigenlijk in het verlengde van wat de PvdD daarnet zei. Het valt op dat er als aandachtspunt iets wordt gezegd over de uitstraling van de openbare ruimte, maar dat slechts 15% van de begroting naar verbetering van de uitstraling gaat en 70% naar de marketing. Als de Woonboulevard Utrecht zelf aangeeft dat hij een sterke positie heeft ondanks en niet dankzij de uitstraling, dan verwacht haar fractie dit terug te zien in de financiële prioritering. Dat is volgens de CU niet het geval. Is de wethouder het hiermee eens en kan zij daarover met de vereniging in gesprek gaan? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af hoe wenselijk het is, als ondernemers gaan sleutelen aan de openbare ruimte. Er zijn natuurlijk wel grenzen aan, de openbare ruimte is niet van de ondernemers, die is van de gemeente.

30

Volgens mevrouw Chirino (CU) klopt dat. Maar de CU ziet in het plan van aanpak heel mooie dingen gebeuren, vandaar de complimenten, en de CU denkt dat het wel heel mager is om te zeggen: “we vinden dat we meer moeten doen, maar we geven maar 15% van het budget uit aan de openbare ruimte”. Dat is maar 23.000 euro, terwijl er 105.000 euro gaat naar marketing.

35

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) begrijpt die verhouding wel, ook in relatie tot de opmerking dat de woonboulevard wil investeren. Maar van wie is die openbare ruimte? Waarom zouden de ondernemers daarin zoveel moeten investeren, die is toch niet van hen?

40

Volgens mevrouw Chirino (CU) is er een heel goede samenwerking tussen ondernemers en gemeente. De ondernemers hebben daar direct profijt van en volgens haar is het niet de bedoeling dat de gemeente daar banners gaat ophangen en bloembakken gaat aanbrengt. Dat doen partijen met elkaar en haar fractie vindt dat heel goed. Haar fractie ziet dat de ondernemers dat willen, dus dan vraagt die waarom zij niet iets meer doen.

45

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is het ermee eens dat die bloembakken en vooral die banners niet hoeven. Maar dat is iets extra’s. Zij vraagt oprecht hoe wenselijk het is dat anderen dan de gemeente gaan lopen klussen in de openbare ruimte?

50

Mevrouw Chirino (CU) begrijpt wat de VVD zegt. Het gaat haar fractie er niet om dat de ondernemers de weg gaan aanpassen of de hele ontwikkeling gaan doen. De CU deelt de constatering dat het er niet uit moet zien als een bedrijventerrein, maar gewoon als een winkelgebied. Dat moet gewoon gezellig worden gemaakt. Daar hebben de ondernemers ideeën voor en daar mogen zij volgens de CU wat meer financiële prioriteit aan geven.

55

De heer Stam (VOLT) meent dat mevrouw Chirino daarnet vrij kritisch was over de ‘dwingendheid’ die zij meende te zien in het voorstel van de PvdD. Hoe ziet mevrouw Chirino dat die verhouding wordt aangepast? Hoe strikt moet de wethouder zich hierin opstellen?

60

Mevrouw Chirino (CU) antwoordt dat het voor de CU geen harde eis moet zijn. De gemeente gaat daar niet over. Haar fractie is blij dat de ondernemers hier zelf geld voor vrij maken en hierop inzetten. Bij het Ondernemersfonds gebeurt dat ook en haar fractie viert dat en vindt dat de Pagina 32 van 35

wethouder hierover wel in gesprek kan gaan, als de tekst en de begroting niet met elkaar overeenkomen. 5

De voorzitter heeft gezien dat intussen gasten van de raad op de publieke tribune zijn gaan zitten. De commissie heet hen welkom bij dit debat.

10

Mevrouw Leever (PvdA) merkt op dat de procentuele bijdrage van de BIZ afloopt, wanneer de WOZ-waarde stijgt. Daardoor betalen de grote ondernemers juist minder. Ook hier horen de sterksten schouders de zwaarste lasten te dragen. Daarom wil de PvdA dat er een vast percentage gehanteerd gaat worden. De afgelopen negen jaar is daar al een aantal keren om gevraagd en het college heeft niets met deze signalen gedaan. Daarom wil de PvdA graag een toezegging van de wethouder dat deze optie deze keer wel wordt uitgewerkt.

15

20

Mevrouw Barelds (CDA) brengt naar voren dat het CDA de toegevoegde waarde ziet van de bedrijven-investeringszone op de woonboulevard. Het is goed om te zien dat de investeringen in veiligheid en al die camera’s hebben gezorgd voor een leefbaarder gebied. Het is belangrijk dat het beleid van de BIZ voor een aantrekkelijk en veilig gebied wordt gesteund door gemeentelijk beleid. Daarbij is investeren ook een samenspel tussen ondernemers en gemeente. Kan de wethouder ingaan op de samenhang tussen het gemeentelijk beleid en de plannen? De woonboulevard is een begrip voor Utrecht en het CDA vindt het belangrijk dat er ruimte wordt gecreëerd voor een leefbaar en aantrekkelijk gebied. Haar fractie steunt dus de verlenging. De voorzitter geeft de wethouder even de tijd om haar reactie voor te bereiden.

25

30

35

40

45

50

55

60

De voorzitter schorst de vergadering om 12.43 uur en heropent deze om 12. 50 uur Wethouder Schilderman gaat in op de vragen en opmerkingen. De heer Van en Hoek vroeg welke kosten in de perceptiekosten zitten. Het gaat hier om administratieve werkzaamheden, zoals oplegging en verwerking in de financiële administratie. Het klopt dat dit een andere systematiek is dan die van het OfU. Naar aanleiding van de bijdrage van de PvdD ontstond en debatje. Deze heffing voor de BIZ is een initiatief van de ondernemers zelf. Zij kunnen dan ook deze fondsen naar eigen inzicht uitgeven. Zij geven ook geld uit aan verbeteringen in de openbare ruimte, maar het klopt dat dit een kleiner bedrag is. Dat heeft er voor een deel mee te maken dat het Ondernemersfonds natuurlijk ook aandacht heeft voor vergroening. De ondernemers hebben dus ook nog een andere bron waaruit zij middelen krijgen. Bij het andere deel speelt ook mee dat op termijn de openbare ruimte op de Woonboulevard ook aangepast moet worden. Dat is natuurlijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dat betekent ook dat de ondernemers niet zo maar een investering gaan doen in iets wat neer wordt gezet in de wetenschap dat het kort daarna weer weg zal moeten. De CU ging daar ook op in. De gemeente faciliteert in ieder geval de wens van de ondernemers en zij komen met het plan voor de besteding van deze middelen.

Dat is eigenlijk de werkwijze die eigenlijk altijd rond een bedrijven-investeringszone wordt toegepast. De ondernemers dragen dit aan en de gemeente kijkt naar wat haar voorstel is om te faciliteren. De reden dat de gemeente dit voorstelt is dat dit heel belangrijk is, ook voor het goed functioneren van de woonboulevard, dat er gezamenlijke communicatie is en dat daarop gezamenlijk wordt ingezet. Als individuele partijen individueel gaan communiceren, kunnen er natuurlijk ook verkeersproblemen ontstaan, terwijl het voor een goed functionerend gebied juist heel belangrijk is dat ondernemers dit initiatief nemen. De PvdA vroeg hoe nu die staffel tot stand is gekomen. De ondernemers van de BIZ-vereniging zijn zelf verantwoordelijk voor het bedenken van een voor hen goed werkende staffel en de gemeente volgt daarin de wens van de BIZ-vereniging. Natuurlijk heeft de gemeente bij het Ondernemersfonds een andere staffel. Dat zou dan ook het bredere beleid van de gemeente zijn. Wanneer zou worden gewerkt met een ander percentage, kan het ook wel zijn dat de bijdrage voor de ondernemers met een hoge WOZ-waarde zo hoog wordt dat het eigenlijk niet meer goed voelt voor instemming en dat daarmee het draagvlak om die bedrijven-investeringszone te starten weg kan vallen. Dit is dus de reden waarom de ondernemers elkaar in deze staffel hebben gevonden.

Mevrouw Leever (PvdA) stelt dat dit niet zo hoeft te zijn. Iedereen heeft dan een gelijk aandeel, namelijk een vast percentage en daarmee ook gelijk stemrecht. Los van dat aandeel wordt het ook nog een hoger bedrag. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? Pagina 33 van 35

5

Wethouder Schilderman kijkt daarnaar in die zin dat het niet iets van haar is. De ondernemers zijn het erover eens geworden dat zij een extra bijdrage willen betalen boven op de hier met elkaar afgesproken bijdrage voor het Ondernemersfonds. Zij hebben daarin een gezamenlijk draagvlak gevonden, zowel in de besteding als in de betaling daarvan en zij vragen de gemeente dat te faciliteren. Het college is van plan dat te faciliteren en het legt ook aan de raad voor om dit te faciliteren omdat het van groot belang is dat er gezamenlijkheid is tussen deze partijen en dat er een goed functionerende woonboulevard is. Maar het is ook van belang om allerlei activiteiten uit te kunnen voeren op dit gebied.

10

Mevrouw Leever (PvdA) wijs erop dat door een vast percentage te hanteren dat bedrag ook omhoog gaat. Dan kan de gemeente dus meer faciliteren. Hoe kijkt de wethouder daarnaar?

15

20

25

30

Wethouder Schilderman antwoordt dat de ondernemers daar niet voor hebben gekozen. Het CDA vroeg naar de samenhang tussen het gemeentelijk beleid en de plannen van de woonboulevard. Zij raakte daar al even aan. Op dit moment wordt er natuurlijk verder gewerkt aan plannen rondom de woonboulevard. In de ruimtelijke strategie staat het beschreven als een plek waar de gemeente ruimte ziet juist voor werk en economie. Dat neemt niet weg dat er randen zijn van wat nu de woonboulevard is die ook heel geschikt zouden zijn voor herontwikkeling. Dat wordt besproken, samen met de partijen op de woonboulevard. Dat vraagt wel wat omdat iemand die daar normaal zijn onderneming runt niet erg thuis is in gebiedsontwikkeling, maar ondernemers en gemeente hebben daar goede gesprekken over. De vraag over de openbare ruimte heeft zij al beantwoord. De voorzitter heeft de indruk dat alle vragen beatwoord zijn, maar hij checkt dit toch even. Mevrouw Chirino (CU) merkt op dat de wethouder wel in het algemeen op de openbare ruimte in is gegaan, maar zij vergeet de vraag, die ook door de PvdD was gesteld, of zij hierover in gesprek gaat met de vereniging. Daarover heeft zij geen ja of nee gehoord. De heer Van den Hoek (UtrechtNU!) had nog een interruptie, maar hij wacht het antwoord op de vraag even af. De voorzitter wil die interruptie dan eerst doen.

35

40

45

50

55

De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) geeft aan dat het klopt dat het OfU ook die perceptiekosten betaalt. Maar zijn vraag is dan meer of die kosten dan inzichtelijk te maken zijn voor deze ondernemers. Wethouder Schilderman antwoordt dat dit altijd verder inzichtelijk kan worden gemaakt, als de ondernemers daarom vragen. Richting CU merkt zij op dat zij de vraag zo heeft beatwoord omdat de BIZ dit als een totaalpakket heeft neergelegd Zo werkt een bedrijven-investeringszone: zij maakt een plan voor wat de ondernemers graag willen, maakt een plan voor hoe ze dat gaan betalen en dan kijkt zij of er daarvoor voldoende instemming is. Daar besluiten de ondernemers over in een vergadering en dit is het plan dat zij hebben neergelegd. Zij zou het goed vinden om alsnog de openbare ruimte met hen te bespreken, maar zij zou dit stuk niet willen tegenhouden. Dit is waar de ondernemers uiteindelijk met elkaar draagvlak voor hebben gevonden en, als er een ander stuk gemaakt zou moeten worden, dan zullen zij opnieuw naar dat draagvlak moeten kijken. Dat wil zij de commissie niet aanraden. In zijn algemeenheid heeft zij natuurlijk wel aangegeven dat er zaken als vergroening zijn. Daar worden middelen aan uitgegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5aacbd49-aa5a-42aa-a93c-48378beefda4