CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente Utrecht47.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

niveau kijkt de gemeente er nog naar. Maar echt een andere manier om de verbinding te organiseren ziet de gemeente eigenlijk gewoon niet.

Motie 384 van DENK, over het niet-heffen van parkeerbelasting op islamitische feestdagen, ontraadt de wethouder. Betaald parkeren is niet bedoeld om mensen te pesten, maar om te reguleren.

Wanneer het druk is, is dit nodig. Het kost ook nog iets, dus ook financieel kan dit niet zomaar

uitgevoerd worden. De wethouder is benieuwd naar de ambities van GroenLinks. Die fractie wilde de omgekeerde beweging maken. Dat is in ieder geval financieel makkelijker.

Motie 380 van DENK, Korting op parkeertarieven in winkelgebieden, ontraadt de wethouder ook. Dit is besproken in de commissie. Het is maar heel erg de vraag in hoeverre dit voor winkeliers echt

problematisch is. Onderzoeken wijzen dit vaak niet uit. In de Kanaalstraat is het uitgeprobeerd. Daar

bleek dat mensen die dichterbij wonen vaak niet meer met de fiets of te voet te komen, maar met de auto. Die bewegingen ziet het college liever niet.

De wethouder is klaar met de behandeling van de moties. De twee moties over dierenwelzijn en markten zal de wethouder die over markten gaat behandelen.

Mevrouw Zwinkels (CDA) wil motie 362 intrekken, omdat zij hier een toezegging op heeft gekregen. De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een schorsing en geeft het woord aan wethouder Verschuure.

De heer Verschuure (wethouder) heeft één vraag gekregen, zeven moties en drie amendementen.

Raadsvergadering van 11 november 2021

36

De titel van motie 349, Ook ondernemers in contactberoepen met een werkplek zijn kwetsbare

ondernemers, onderschrijft het college. Toch ontraadt de wethouder de motie. Er is een beperkte regeling met een beperkt budget. Er is voor gekozen om deze qua uitvoeringskosten zo simpel

mogelijk te houden en deze open te stellen voor de groep ondernemers die het meest geraakt is

door de coronacrisis. Als je die groep uitbreidt naar veel meer ondernemers, is de kans groot dat de regeling eerder uitgeput is. Dit is onverstandig. De nu gekozen groep is het langste in lockdown

geweest en zit nu nog het meest met een schuldenlast. Als je de regeling ook openzet voor al die andere beroepen is het schuldencriterium veel kleiner.

Motie 363, Een verbeterd fonds voor kwetsbare ondernemers, ontraadt de wethouder ook. Qua techniek kan het niet gaan over het Ondernemersfonds. Daarnaast wordt hier een voorschot

genomen op TONK-middelen. Die mag je hier sowieso niet voor aanwenden. De hele regeling is al een solidariteitsregeling. Daarnaast zetten veel ondernemers in de stad zich wel in voor andere

ondernemers, onder andere via URECA en de Ondernemerscentrale. Dit wordt dus op verschillende manieren gefaciliteerd, maar een los fonds ziet het college niet voor zich.

Het college herkent zich niet helemaal in het beeld in motie 365, Maak tempo met Utrecht Circulair, dat de gemeente zou worstelen met de uitvoering en de opschaling. Het Actieprogramma is vorig

jaar in het leven geroepen om richting 2023 een basiskamp in te richten. Daar is men voortvarend mee aan de slag. Er zijn bijvoorbeeld gesprekken met bouwmarkten gaande en er worden

materialenpaspoorten ingevoerd bij een aantal projecten. Eerder is al gezegd dat er na 2023 opgeschaald kan worden.

Een leuke commissiebehandeling heeft geleid tot motie 370, Een duidelijk kader voor de horeca. Er

staan veel handtekeningen onder, dus er is een ruime meerderheid voor. De wethouder doet nog één poging om wat tegenwicht te geven. Er wordt gesproken over een poffertjeskraam in de

beeldvorming. Dit is niet correct. Het is een restaurant waar 100 mensen binnen en buiten kunnen

zitten. Dit gaat over grote horecazaken, zoals Orloff aan de kade. Horeca op deze locatie is best een beetje ingewikkeld. Het ligt aan de rand van een wijk. Er ligt een straat tussen, de NRU. Het is niet

makkelijk bereikbaar. Het heeft een fors aantrekkende werking voor verkeer. In de randvoorwaarden zal daar echt iets mee gedaan moeten worden. Dat betekent dat er aanvullende afspraken gemaakt

moeten worden met degene die het gaat doen. Daarbovenop moet uitgezocht worden in hoeverre dit geregeld kan worden via het Bouwbesluit. Het kan sowieso alleen maar plaatsvinden met een

tijdelijke vergunning en voor een tijdelijke periode. Een poffertjeskraam is bedoeld om bij kermissen op en af te breken en niet om permanent ergens te staan, want dan moet je dingen doen rond

brandveiligheid, ventilatie en verwarming. Er zijn dus nog best wat haken en ogen. De wethouder moet de motie dus ontraden.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat de motie juist de ruimte laat om het gesprek met de

ondernemer aan te gaan. Er wordt niet gesteld dat het bij voorbaat al vergund moet worden. Als het inderdaad een gebouw is dat steeds in het najaar wordt afgebroken, is het Bouwbesluit voor een groot deel niet van toepassing, omdat seizoensgebonden bouwwerken er niet onder vallen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat vergunningverlening een enorm precedent schept. Er zijn nog wel meer locaties daar in de buurt waar mogelijk gepiept zou kunnen worden, bijvoorbeeld het voormalig tuincentrum. Zou vergunningverlening inderdaad een precedent scheppen?

De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat je in dit gebied maatwerk zou willen toepassen. Als je de bestemming voor dit gebied zou willen veranderen, heeft de heer Bos gelijk. Als je het binnen het

Raadsvergadering van 11 november 2021

37

horecakader wil toepassen, kun je wel een weging maken. De redenering is dan dat je iets van

toegevoegde waarde aan de omgeving wilt toevoegen. Dat betekent niet dat de buurman het dan ook automatisch moet kunnen krijgen. Er zit dus wel enige ruimte in. In de motie wordt de wethouder

opgeroepen om te bekijken wat er kan. Dat zal het college nu netjes op een rij zetten. Mochten er dan alsnog onoverkomelijke bezwaren blijken, zal de wethouder de raad een brief moeten sturen.

Met betrekking tot motie 373, Terug naar de oorsprong van locatieprofielen, merkt de wethouder op dat hij heel graag zou willen dat er langzamerhand met locatieprofielen gewerkt werd. Dat zou een toegevoegde waarde zijn, net als het evenementenbeleid. Helaas is het de afgelopen periode echt niet gelukt. Hier is meerdere keren over gesproken. Door corona werd het hele proces stopgezet. Hierdoor liep men uit juridische termijnen. Het college wil er graag weer mee verder gaan en dus

volgend jaar het locatieprofielentraject opstarten, maar dit wel op een zorgvuldige manier doen. Er moet nu niet één stukje uitgehaald worden om mee te beginnen. Het is verstandig om straks een

evenementenbeleid te hebben dat op de hele stad van toepassing is. Er is een beperkte capaciteit.

Eén iemand is op dit moment bezig om ervoor te zorgen dat alle evenementenorganisatoren, die al bijna twee jaar niks kunnen doen, weer een beetje in de benen komen. Volgend jaar is er Utrecht

900. De wethouder wil dus aan verwachtingenmanagement doen. Zoals de motie nu is geformuleerd moet hij hem wel ontraden, maar hij heeft al eerder de toezegging gedaan om volgend jaar het

proces weer op te starten. Hij hoopt dat er in 2023 echt tot besluitvorming overgegaan kan worden en met pilots gewerkt kan gaan worden. Dat is ook een grote wens van de ambtelijke organisatie. De heer Van Heuven (PvdD) herinnert de wethouder eraan dat in 2017 is toegezegd om met een

parkenbeleid te komen. Nu wordt er pas in 2023 tot besluitvorming gekomen, om daarna pas met locatieprofielen te gaan werken. Daar zit dus heel veel tijd tussen. Herkent de wethouder dat ongemak?

De heer Verschuure (wethouder) herkent het ongemak terdege. De reden is dat er twee jaar lang

geen evenementen zijn geweest. Het idee was om vorig jaar tot besluitvorming over te gaan, waarna er met pilots gewerkt kon gaan worden. De wethouder wil het graag oppakken, maar wel op zorgvuldige wijze.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wil ook graag dat het zorgvuldig gebeurt en zo snel mogelijk.

Eerder is gezegd dat het in 2021 zou komen. In de Programmabegroting staat halverwege 2022. De

wethouder heeft het nu over 2023. Mevrouw Kleinrensink snapt dat er pilots gedaan moeten worden, maar de profielen moeten eerst opgesteld worden. Kan dat laatste niet eerder gedaan worden?

Anders is GroenLinks toch geneigd met de motie te gaan, ook al zou de fractie het ook het liefst in één keer doen, zodat je het naast elkaar kunt afwegen.

De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat er niet helemaal opnieuw begonnen hoeft te worden. Er is al veel gedaan aan het opstellen van de profielen, maar in de buitenwereld is ook wat

veranderd. De profielen kan het college volgend jaar afmaken wanneer er weer wat tijd is. Dan kan het proces weer doorlopen worden en heb je besluitvorming in 2023. Die tijd is wel nodig.

Het college doet in principe hetgeen waarom gevraagd wordt in motie 376, Dieren in ruimtelijke plannen. De wethouder maakt één correctie ten opzichte van zijn antwoord in de commissie.

Mevrouw Sasbrink gaf aan dat dit niet in alle ruimtelijke plannen gebeurde, waarop de wethouder zei dat dit wel het geval was. Het college heeft er inderdaad één ontdekt waarin het niet gebeurde. Hij biedt hier zijn excuses voor aan. In principe zit er in alle bestemmingsplannen een

Raadsvergadering van 11 november 2021

38

natuurbeschermingsparagraaf waarin alle flora en fauna van de Utrechtse soortenlijsten beschreven

worden. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht met betrekking tot de dieren in een gebied. Het is prima als een ecoloog hiernaar kijkt, maar in deze motie wordt gevraagd om alles in kaart te brengen. Dat gaat een beetje te ver. Daarom ontraadt de wethouder de motie.

Ten slotte komt de motie op motie 379, van DENK, Een uur langer openstelling voor horeca D2 en D3. Als je D2 een uur langer open wilt stellen, moet je een D3-vergunning aanvragen en als je D3 een uur langer open wilt stellen, dan moet je een D1-vergunning aanvragen. De mogelijkheid waarom gevraagd wordt, bestaat dus, maar dan is er een leefbaarheidstoets. Als je een D1-

vergunning aanvraagt, wordt deze waarschijnlijk geweigerd, omdat het om horeca in de wijk gaat. De wethouder zou deze verruiming ook niet willen adviseren, omdat je in een woonwijk urenbescherming wilt hebben. Daarom ontraadt de wethouder de motie.

De heer Sungur (DENK) stelt dat het niet zo makkelijk is om een andere vergunning aan te vragen,

omdat die vergunningen betrekking hebben op bepaalde profielen. Een ijssalon kan zich niet zomaar voordoen als restaurant en D1 aanvragen. Daarom wordt in de motie specifiek gevraagd om openstelling voor de andere twee categorieën.

De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat D2 gekoppeld is aan de winkeltijden. Het is niet

makkelijk, maar dat is het juridische pad. Het college vindt dit onverstandig, omdat je in woonwijken de horeca niet tot heel laat open wilt hebben. Anders laat je horeca überhaupt niet vestigen op zo’n locatie.

De heer Sungur (DENK) stelt dat er daarom een leefbaarheidsevaluatie is opgenomen in de motie. Hij wilde vooral het gemak betwisten waarmee een D1-vergunning aangevraagd zou kunnen worden. Dan moet je voldoen aan de kaders van D1 en dat geldt niet zomaar voor elke D2- of D3-zaak.

De heer Verschuure (wethouder) gaf aan dat je, als je D2 hebt, kunt proberen om naar D3 over te

stappen, maar dat een D3 eigenlijk een D1 in een woonwijk is. D1 heeft onbeperkte sluitingstijden en dat wil je niet in bepaalde woonwijken. Daarom ontraadt de wethouder de motie.

De wethouder ontraadt amendement 138, Investeer meer in winkelgebieden. Het college heeft het

STEC-onderzoek gebruikt en bekeken welke winkelgebieden het kwetsbaarst zijn. Het is niet nodig

om dit uit te breiden. Veel van de Utrechtse winkelgebieden zijn toekomstbestendig, in tegenstelling tot veel regionale winkelgebieden. Utrecht groeit, waardoor het potentieel positief is. Bovendien

wordt er een dekking aangevoerd die het college onverstandig vindt. Het potje voor start-ups en scale-ups is relatief klein in vergelijking met andere Nederlandse steden. Dit zijn vaak juist de

bedrijven die voor veel werkgelegenheid in de toekomst zorgen en Utrecht dus hard nodig heeft.

Daarnaast is deze groep hard geraakt door corona. De meeste coronaoverbruggingsleningen zijn aan deze categorie verstrekt. Ook de dekking vindt het college dus onverstandig.

Amendement 140, Kostendekkende horecaleges, wil het college ontraden. In 2018-2019 zijn de horecaleges al met meer dan de inflatie verhoogd om meer in de richting van kostendekkend te

gaan. Het college is van mening dat horeca een belangrijke toevoeging is voor de levendigheid in de stad. Daarnaast is er veel gestopt in regulering, waardoor de lasten verhoogd zijn. Het is

onverstandig om deze één-op-één af te wentelen op ondernemers. Daarnaast heeft deze categorie het op dit moment heel zwaar. Dat is een extra reden om de leges nu niet te verhogen. In vergelijking met andere steden zijn de horecaleges in Utrecht al aan de hoge kant.

Raadsvergadering van 11 november 2021

39

De heer Van Dalen (VVD) vraagt of de wethouder bereid is om de horecaleges te verlagen, zeker omdat de horeca het moeilijk heeft.

De heer Verschuure (wethouder) vindt dit een goed idee, maar er ligt geen voorstel en er is ook geen dekking voor. De wethouder zou dat op dit moment niet adviseren.

Ook amendement 141, Kostendekkende evenementenleges, wordt ontraden door de wethouder. Evenementen, zoals de Sinterklaasintocht, Sint-Maarten of allerlei evenementen rondom de

marathon, hebben het heel erg zwaar gehad de afgelopen periode. Ze hebben toegevoegde waarde

voor de stad. Als je dat kostendekkend zou willen doen, worden dit soort evenementen veel lastiger te organiseren. Dat zou jammer zijn. Utrecht zit al aan de hoge kant en vraagt na Amsterdam de hoogste leges in de G4.

Ten slotte was er nog de vraag van D66 wat er nodig zou zijn voor het versnellen en continueren van

de bouwopgaaf. Er worden in Utrecht elk jaar heel veel huizen gebouwd. Van de 80.000 die vorig jaar zijn gebouwd, is een kleine 5% in Utrecht gebouwd. Dat is een megaprestatie van de stad en alle

ontwikkelaars. De stad loopt wel grote risico’s: capaciteitsgebrek en prijsstijgingen van materialen et cetera. Voor het komende jaar zijn er tijdelijke middelen beschikbaar gesteld bij de Voorjaarsnota, maar als de gemeente door wil gaan met de ontwikkeling van de stad zullen die middelen ook

gecontinueerd moeten worden. Die zitten er nu in. Misschien kan een volgende coalitie daar iets aan doen. Een ander risico is de stapeling van ambities. Het is belangrijk om een mooie stad te bouwen, maar daardoor is de bouw soms wat ingewikkelder. Het college is volop bezig om de processen te versnellen en dus ook intern te bekijken wat er gedaan kan worden.

Mevrouw Schilderman (D66) vraagt of de wethouder bereid is om voor de volgende Voorjaarsnota in kaart te brengen wat ervoor nodig is en dat aan de raad te sturen?

De heer Verschuure (wethouder) vindt dat dit aan een volgende coalitie is. Dat is iets voor het

volgende coalitieakkoord. Het college zal zorgen dat de benodigde gegevens beschikbaar zijn. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) had nog gevraagd wanneer het afvalpreventieplan komt. Het college had beloofd dat dat dit najaar zou komen.

De heer Van Dalen (VVD) had nog een vraag over sanitaire voorzieningen voor

vrachtwagenchauffeurs. In de commissie is die doorgeschoven van de heer Verschuure naar de heer Diepeveen. Wie gaat de vraag nu beantwoorden? De vraag is namelijk opnieuw gesteld.

Mevrouw Schilderman (D66) had een vraag over het eventueel in een vergunning of convenant

opnemen van een bouwhub. Zij weet niet zeker of wethouder Eerenberg of wethouder Verschuure hierover gaat.

De heer Verschuure (wethouder) ontving van mevrouw Sturkenboom zojuist een appbericht dat ze

toch al een antwoord had ontvangen. Daar is vanochtend een brief over verstuurd. De vraag over de

wc’s voor vrachtwagenchauffeurs wordt door wethouder Diepeveen beantwoord. Hij heeft via de app bevestigd dat hij dat zal doen. De vraag over de bouwhub wordt door wethouder Eerenberg beantwoord.

De heer Schipper (SP) vraagt wie zijn motie over de Nedereindse Plas gaat becommentariëren.

Raadsvergadering van 11 november 2021

40

De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat wethouder Eerenberg dit zal doen. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Van Ooijen. De heer Van Ooijen (wethouder) begint met sport. In motie 344, Wachtlijsten zwemles; meten is weten, wordt het college gevraagd om een indicator toe te voegen van 7-jarige kinderen die

minimaal zwemdiploma A hebben en dit vast te stellen op 90%. Het college acht dit een onrealistisch hoog percentage. Een aantal kinderen start wat later of doet er anderhalf jaar over om zijn A-

diploma te halen. Het college is wel bereid om te bekijken of er een indicator zou moeten worden toegevoegd en of dit behulpzaam is om de voortgang te meten. De motie is niet uitvoerbaar en

wordt dus ontraden. Over wat er in de motie staat over een indicator voor wachtlijsten voor zwemles komt de wethouder terug wanneer hij de motie van de PvdA behandelt over een eerlijk en transparant wachtlijstsysteem. Dat is motie 356.

De heer Van Dalen (VVD) vraagt welk streefgetal de wethouder wel realistisch zou vinden. Eventueel kan de motie aangepast worden.

De heer Van Ooijen (wethouder) weet dit niet. Het streefgetal op 10- of 11-jarige leeftijd is nu 100%. De heer Van Dalen (VVD) had juist hierom de motie ingediend. 10 of 11 jaar is laat. Het idee om een goede indicator neer te zetten is juist dat je het eerder weet en dan eventueel kunt bijsturen. Is de wethouder bereid om die leeftijdsgrens aan te houden?

De heer Van Ooijen (wethouder) heeft dit debat in de commissie al gevoerd. 10 of 11 jaar is een

logische leeftijd om te meten. Dat kan uit de bestaande informatie van de volksgezondheidsmonitor gehaald worden. Een ander cijfer zou je opnieuw moeten ophalen. Daar creëer je extra bureaucratie mee. Daar spelen ook privacyoverwegingen mee. Het college ontraadt de motie dus.

Motie 356 gaat over wachtlijsten. Er wordt een vergelijking gemaakt met het systeem bij scholen. Dat beeld moet genuanceerd worden, want er zijn een aantal grote verschillen. Er zijn populaire en

minder populaire scholen. Dat is bij zwembaden niet het geval. Iedereen wil zo snel mogelijk op zwemles. Ten tweede is er op dit vlak nooit een probleem geweest, omdat de zwemlessen goed

geaccommodeerd konden worden. Corona heeft dat echter enorm beïnvloed. Men moet niet te veel doen alsof dit lijkt op de situatie bij het onderwijs. De wethouder wil wel kijken of er een

mogelijkheid is om het wachtsysteem te verbeteren en te voorkomen dat er op allerlei plekken wordt ingeschreven, waardoor mondige ouders eerder een plekje hebben. De wethouder zegt toe hiernaar te kijken en hier zo snel mogelijk bij de raad op terug te komen. Hierbij zal hij ook terugkomen op

de vraag van de VVD over een indicator voor de wachtlijsten. Het zou heel logisch zijn om daar, als je een beter systeem hebt, ook een indicator aan toe te voegen.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) stelt dat valt te bezien hoe ervaringen meegenomen kunnen worden,

maar het eerste punt staat gewoon: er moet een eerlijker systeem komen. De wethouder erkende dat er problemen zijn. Een toezegging is niet voldoende. De PvdA wil echt dat er een ander systeem komt.

Raadsvergadering van 11 november 2021

41

De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat dit de weging van mevrouw Raaijmakers is.

Ook motie 345, Versnelling bouw tweede zwembad Leidsche Rijn, moet de wethouder ontraden. Het kost tijd. Bovendien is de kavel niet eerder beschikbaar vanwege andere opgaven in de stad. Uit het onderzoek blijkt ook dat het zwemwater niet eerder nodig is.

De heer Van Dalen (VVD) stelt dat de coronacrisis juist heeft laten zien dat er een tekort is. Het is dus handig om nu te beginnen met dat zwemwater dat op termijn toch nodig is. Waarom wordt er dus niet versneld begonnen?

De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat dit niet gebeurt vanwege de argumenten die hij heeft gegeven: het kavel is niet beschikbaar, de planning is anders dan de heer Van Dalen voorstelt en uit het onderzoek blijkt dat het niet eerder nodig is. Er zijn nog meer argumenten, maar de wethouder probeert het kort te houden.

De VVD vroeg of er een plan is om vanaf 2022 sportevenementen naar Utrecht te halen. De

wethouder wil toezeggen om voor 1 december een brief aan de raad te sturen over de strategie

rondom sportevenementen. Dit had hij al eerder toegezegd aan de D66-fractie naar aanleiding van de Sportnota. Daarbij zal hij ook terugkomen op sportevenementen.

Ook motie 364, over een verenigingscoördinator, van het CDA, moet de wethouder ontraden. Allereerst is ze ongedekt. Eigenlijk bestaat de functie al bij Sport Utrecht. Daar zijn vele

verenigingsondersteuners in dienst. Die hebben ook een rol als belangenbehartiger richting de

gemeente. Daarnaast is de gemeente bezig om te bekijken of het werkproces zodanig verbeterd kan worden dat er voor sportclubs betere aanspreekpunten gerealiseerd worden. Er wordt dus gelukkig al in de geest van de motie gehandeld.

Motie 386, Zwemwater Werkspoorkwartier, zal door wethouder Diepeveen becommentarieerd worden.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het mooi als er naar de geest van de motie wordt gehandeld. Ze is toch benieuwd wat ze hiervan op korte termijn kan verwachten.

De heer Van Ooijen (wethouder) stelt voor om in de spiegelsessie over sport, medio volgend jaar, terug te komen op hoe dit geïmplementeerd is. Dan krijgt de raad ook de informatie hierover.

Ten aanzien van motie 354 van de PvdA c.s., Permanente winteropvang daklozen in Utrecht, meldt

de wethouder dat het college een paar dagen geleden een brief heeft gestuurd waarin ze aangaf dat er een extra opvanglocatie wordt gezocht, in ieder geval voor deze winter. De druk is namelijk

ontzettend hoog. Er is een aantal redenen voor die opvang en er zijn ook een aantal mogelijkheden. De mogelijkheid om 1,5 meter afstand te houden moet mogelijk zijn bij de opvang. De huidige opvang is heel vol. Er is ook een afspraak met het Rijk ophanden om ook aan de groep niet-

rechthebbenden tijdelijk opvang te bieden. Er zijn dus allemaal goede redenen om een locatie te

zoeken. Wat in de motie gevraagd wordt, is een ongeclausuleerde winteropvang. Dat is niet in de lijn met hoe de gemeente nu handelt. Er wordt per doelgroep bekeken wat het meest wenselijk en het

meest logisch is. De wethouder stelt voor om in de brief, die hij uiterlijk begin december verstuurt, de raad mee te nemen in hoe de extra locatie wordt ingezet en in welke mate daar wat ruimere

marges getoond kunnen worden in de koudweeropvang, die in Utrecht al bestaat. De wethouder hoopt dat de motie met deze toezegging overbodig is.

Raadsvergadering van 11 november 2021

42

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) hoorde over een ophanden zijnde regeling voor niet-rechthebbenden. Het gaat de PvdA erom dat de zekerheid van opvang de hele winter geboden kan worden. Kan de wethouder die toezegging doen?

De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat er de hele winter opvang is, maar hij kan niet

toezeggen dat iedereen er de hele winter toegang toe heeft. Dat is een ongeclausuleerde opvang.

Dat zou onmogelijk zijn in combinatie met de afspraken met het Rijk, de regio en de G4. Kortom, de wethouder komt terug op wat die locatie is, hoe die ingezet wordt en hoe coulance getoond wordt door in de winter bijvoorbeeld een wat langere openingstijd te hanteren bij de KWR. Maar een

ongeclausuleerde openstelling, de hele winter voor iedereen, kan de wethouder niet waarmaken. Eén locatie zou dan ook nooit genoeg zijn.

GroenLinks vroeg of de locatie niet langer dan de winter open zou kunnen zijn. De wethouder wil daar inhoudelijk wat beter op kunnen reflecteren, dus stelt voor dat hij daarop terugkomt in de zojuist toegezegde brief.

GroenLinks vroeg ook naar het kwijtschelden van de eigen bijdrage aan de Wmo voor mensen die gebruikmaken van Beschermd Thuis. Over twee weken staat de Wmo-verordening op de

raadsagenda. Dan wordt ook besproken hoe er omgegaan wordt met de eigen bijdrage. De fractie

van GroenLinks wijst één doelgroep aan waarvoor ze een uitzondering wil maken. De wethouder wil

bekijken of het wenselijk is om juist voor deze doelgroep een uitzondering te maken en zal hier een memo over schrijven. Dit zal hij doen voor de raadsbehandeling van de Wmo-verordening. Op basis daarvan kunnen dan hopelijk verder zaken gedaan worden.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt het fijn dat de memo er is voor de raadsbehandeling. Dit past prima in de behandeling van de Wmo.

De heer Van Ooijen (wethouder) had een vraag van de VVD over toegankelijkheid. Er werd gevraagd om het Stadsakkoord toegankelijkheid te verankeren in de Omgevingswet en voor de zomer van

2022 in een brief te delen of en hoe dat lukt. De wethouder zegt toe hier inderdaad voor de zomer op terug te komen.

De heer Gilissen (VVD) stelt dat de vraag iets breder bedoeld was dan hoe de wethouder hem nu voorlas. De wethouder geeft aan dat hij toegankelijkheid als basisuitgangspunt in de hele

gemeentelijke organisatie wil beleggen. De VVD-fractie deelt dit uitgangspunt en vraagt de wethouder om de voortgang hiervan in een brief te delen. Dit is dus breder dan alleen de

Omgevingswet. Het gaat ook over openbare ruimte, mobiliteit en alle andere aspecten van het gemeentelijk beleid.

De heer Van Ooijen (wethouder) had de vraag iets anders opgevat. Voor de bredere verankering van toegankelijkheid kan ook gekeken worden naar wat er in Agenda 22 is vastgelegd. Hierin worden al

die terreinen langsgegaan om te bekijken hoe toegankelijkheid daar geïmplementeerd wordt. Dit wil

de wethouder dus niet opnieuw doen. Het actieplan wordt wel weer geüpdatet. Of toegankelijkheid in de Omgevingswet verankerd moet worden, wil de wethouder nog bekijken voor de zomer van 2022. De wethouder komt op asiel en integratie. De ChristenUnie vroeg of de gemeente op humanitaire

gronden garant kan staan voor twee specifieke groepen, namelijk lhbt+ en psychiatrie. Dit kan de

wethouder garanderen. Het is eigenlijk geen toezegging, omdat de wethouder er niet op terugkomt. In het eerste kwartaal van volgend jaar komt de wethouder terug op de scenario’s voor de opvang.

Raadsvergadering van 11 november 2021

43

Dat geldt ook voor de LVV. Hiervoor wacht de gemeente wel op een nieuw kabinet. Alleen kan de gemeente dat namelijk niet waarmaken.

Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) vraagt of dit ook betekent dat de uitwerking van scenario’s vertraging oploopt.

De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat hij zijn uiterste best doet om dit niet te laten

vertragen, maar het hangt er wel van af hoe snel het Rijk is. Inhoudelijk betekent het niks anders.

Zolang er geen deal is met het Rijk gaat de gemeente door met de huidige afspraken en het huidige beleidskader.

De motie van de PVV over een visie op massa-immigratie moet de wethouder ontraden. Er is al heel veel over immigratie: het Plan van aanpak inburgering, Plan Einstein, de Agenda voor iedereen, De Aanpak inclusie. Er worden dus al heel veel prachtige dingen gedaan.

In motie 392, Geen asielzoekers in Utrecht, wordt gevraagd te stoppen met alle nieuwe initiatieven

voor asielopvang. De wethouder denkt dat zelfs de PVV-collega’s in het land hiertegen zouden zijn,

want de asieldruk is dermate onevenredig verdeeld dat men echt met elkaar de verantwoordelijkheid moet nemen. Ook deze motie ontraadt de wethouder dus. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Diepeveen. De heer Diepeveen (wethouder) heeft één vraag gekregen en negen moties. De vraag kwam van de

heer De Pagter en had betrekking op de toiletvoorzieningen bij truckersstandplaatsen, specifiek De Wetering. Hier is horeca die tot twaalf uur open is. Daar kunnen truckers keurig naar het toilet.

Tijdens de lockdown was dat anders. Toen heeft de gemeente daar een tijdelijk toilet geplaatst. Mocht dat in de nabije toekomst weer nodig zijn, zal ze dat weer doen. Bij Lage Weide is de

gemeente bezig met een grotere truckersparkeerplaats. Daar is voorzien in een ruimte voor horeca en toiletten.

De heer Van Dalen (VVD) vraagt of dit betekent dat de wethouder de motie overneemt en bekijkt of dit mogelijk is bij Lage Weide en misschien andere locaties en welke dit dan zijn.

De heer Diepeveen (wethouder) heeft geen motie gezien. Dit was een vraag en er zou eventueel een motie komen, maar die kent de wethouder niet. Het is aan de heer Van Dalen om te bepalen hoe hij het antwoord van de wethouder waardeert.

De heer Van Dalen (VVD) waardeert het antwoord en had de motie inderdaad achter de hand. Het is belangrijk dat vrachtwagenchauffeurs goede sanitaire voorzieningen hebben. Die mening wordt breed gedeeld.

De heer Diepeveen (wethouder) komt op motie 355 van de heer Van der Zweth en een groot aantal

fracties over de verkoop van sociale huur. In de Woonvisie is vastgelegd dat men terughoudend moet zijn met verkoop. Daarop zijn bij de bespreking van de stadsbrede prestatieafspraken in de vorige

ronde de amendementswijken gevolgd, de vier wijken met een relatief laag percentage sociale huur. Daar gaat het praktisch naar nul. In de gesprekken met de corporaties wordt duidelijk dat zij

Raadsvergadering van 11 november 2021

44

voortdurend teruggaan. Mitros gaat in de bilaterale prestatieafspraken van komend jaar ook weer

aanzienlijk terug in de verkoop. Die beweging wordt daar gemaakt. Het oordeel over deze motie wil de wethouder aan de raad laten. De motie vindt hij op een paar punten echter niet heel precies. Dat begint bij de kop van de motie, die “stop verkoop” luidt. Die vlag dekt de lading niet, want het gaat om het verder terugdringen van de verkoop. Daarnaast wil de wethouder wijzen op de genoemde

wijken in de overwegingen. Daar worden zuidwest-zuid en noordwest genoemd. Dit zou nou precies wijken waar de sociale huur op of boven het stedelijk gemiddelde zit. Dat zijn dus slechte

voorbeelden. Misschien kunnen de indieners van de motie hier iets aan doen. Bij de wijkenstrategie kom je eerder op Vleuten-De Meern uit. Daar zit de sociale huur net onder de 20%. De wethouder laat het oordeel over deze motie dus aan de raad.

Motie 368 is van mevrouw Zwinkels en gaat over de graffitiregeling. De bezuiniging is ingezet bij de Programmabegroting 2020. Slechts kwetsende en discriminerende teksten worden nu verwijderd.

Hier gaat de gemeente ervaring mee opdoen. Nu de bezuiniging terugdraaien moet de wethouder

ontraden, alleen al vanwege de dekking. Dit zou ergens anders gaten slaan. Technisch kan het, maar het college ontraadt de motie.

Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat het om €40.000 gaat. Is dit echt niet ergens te vinden in al die grote potjes van de RSU?

De heer Diepeveen (wethouder) ziet dat mevrouw Zwinkels ook in de tegenbegroting lonkend kijkt

naar de middelen van de RSU. De gemeente wil wat met de ontwikkelingen van de stad. Hiervoor zijn budgetten afgesproken. Het college ontraadt echt om hier een greep in te doen.

Motie 374 gaat over een verbod op de verkoop van levende krabben en kreeften op markten.

Inhoudelijk is dit natuurlijk aan de raad, maar de wethouder wijst op de technische kant. Er is op dit moment op geen enkele markt in Nederland een dergelijk verbod. De gemeente Amsterdam heeft

wel een voorstel voor een verbod gedaan. Hierover is de inspraak gaande. Het is nog niet ingevoerd.

Juridisch is dit redelijk experimenteel. De wethouder wil kijken wat dit oplevert. De wethouder houdt

deze ontwikkeling in Amsterdam nauwlettend in de gaten. Zodra daar ontwikkelingen te melden zijn, zal hij er in een raadsbrief op terugkomen. Op dit moment ontraadt de wethouder de motie op technische gronden. Dit geldt ook voor motie 375, Op naar een bontvrij Utrecht stap 2. Hier is

hetzelfde aan de hand. De juridische grondslag moet zich de komende tijd nog gaan bewijzen. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of Utrecht, als in Amsterdam het verbod daadwerkelijk wordt ingevoerd, ook bereid is om het verbod in te voeren.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat hij dit aan de raad vindt. Daarom wil hij de raad goed op de hoogte houden van de ontwikkelingen in Amsterdam.

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of de wethouder een advies geeft om de moties zodanig te

herschrijven dat Amsterdam gevolgd wordt, ook wanneer men in Amsterdam besluit tot een verbod. De wethouder zou dat dan dus uitvoeren.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat de heer Van Heuven wellicht nog aan het college kan vragen wat de juridische en praktische mogelijkheden en onmogelijkheden zijn, maar in feite heeft de wethouder dit al toegezegd met de toezegging om de raad op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in Amsterdam.

Raadsvergadering van 11 november 2021

45

In motie 377 wordt gesproken van een “Zwerfvuil Award”. Dat is een soort omgekeerde award,

naming and shaming. De wethouder vindt het een interessant idee. Hij wil het graag bespreken met de klankbordgroep Utrecht Schone Stad. Daarin wordt gesproken over communicatiestrategieën.

Volgend jaar wil het college echt een speerpunt maken van het aanspreken van ondernemers. Dit wil

het college goed opbouwen, in principe vanuit het positieve. Men wil echt ter plekke, rond horeca en met name de fastfood, gaan kijken wat er gedaan kan worden aan zwerfvuil en hoe ondernemers

zich anders kunnen gaan opstellen ten aanzien van wegwerpzaken. Hier zet de gemeente volgend jaar vol op in. De wethouder zal het idee inbrengen in de klankbordgroep en hierop terugkomen.

De heer Van Dalen (VVD) heeft een ongelooflijke hekel aan zwerfafval en wil ook dat het opgeruimd wordt, maar vindt een award geen taak van de overheid. Er zijn veel maatschappelijke organisaties die dit ook kunnen.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat dit zou kunnen. Daarom legt hij het terug bij de

klankbordgroep. Dat is een maatschappelijke groep. Als er het komend jaar een speerpunt van

gemaakt wordt, ligt het voor de hand dat fastfoodrestaurants ook betrokken worden bij het vervolg en ook bij dit soort ideeën. De overheid doet wel vaker aan prijzen, meestal meer in de sfeer van aanmoediging dan in de sfeer van naming and shaming.

De heer Van Dalen (VVD) vraagt of niet beter de vervuilers, dus de mensen die het afval op straat gooien, beboet kunnen worden.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat er in de strategie Utrecht Schone Stad breed gemikt

wordt. Er wordt al veel gedaan bij het publiek. De gemeente heeft duizenden knijpers ingezet. Veel

mensen zetten zich actief in voor het opruimen van zwerfafval, maar er is ook veel behoefte aan een aanpak bij de bron. Het idee van de heer Van Heuven heeft hier betrekking op.

De heer Van Heuven (PvdD) is blij met het enthousiasme van de wethouder, maar vraagt of hij de motie overneemt, of dat hij een toezegging doet.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat hij dit idee in wil brengen bij de klankbordgroep

Utrecht Schone Stad. Vervolgens wil hij kijken hoe het balletje verder rolt en de raad hiervan op de hoogte houden.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de wethouder ook een juridische toets meeneemt over

wat er gebeurt als de gemeente doet aan blame and shame. Ondernemers zouden weleens een claim kunnen indienen.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat hij nog niet zo ver is. Er wordt verder over nagedacht of dit een idee zou kunnen zijn. Misschien is het omgekeerde een beter idee: juist de goede

ondernemers belonen. Via de voortgangsrapportage Utrecht Schone Stad houdt de wethouder de raad op de hoogte. Het betekent ook dat de wethouder de motie in deze vorm wil ontraden.

Motie 383 van DENK, Geen uithuiszettingen van kinderen meer bij overlijden van ouders, gaat over

een belangrijk onderwerp. Dit heeft in toenemende mate aandacht van corporaties. De heer Sungur vraagt hier terecht aandacht voor. De wethouder wil dit nogmaals bestuurlijk aankaarten bij de

corporaties. Door de wijze van verwoorden moet de wethouder de motie wel ontraden. Corporaties

Raadsvergadering van 11 november 2021

46

passen al in toenemende mate de menselijke maat toe. Corporaties kijken altijd naar de positie van achterblijvende kinderen. Kinderen krijgen ook altijd de tijd om een andere woning of een andere

oplossing te vinden. In de motie wordt gevraagd dat het een regel wordt dat een corporatiewoning

overgaat van ouder op kind. Dan wordt er onvoldoende rekening gehouden met een verandering van de samenstelling van het huishouden. Kinderen als hoofdhuurder accepteren is niet de regel bij

Utrechtse corporaties. Er is immers geen sprake van een duurzame samenwoonrelatie. Als je een kind toch hoofdhuurder maakt, passeer je weer andere woningzoekenden. Het is een broos

evenwicht. Er is schaarste. De wethouder ontraadt de motie in deze vorm, maar zegt graag toe dat hij het signaal nog een keer oppakt en het toepassen van maatwerk bestuurlijk onder de aandacht wil brengen van corporaties.

De heer Sungur (DENK) bedankt de wethouder voor deze toezegging en vraagt op welke wijze de raad hierover geïnformeerd kan worden.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat hij schriftelijk terug zal komen op de wijze waarop

deze toezegging invulling heeft gekregen en wat de wijze van de corporaties was. Hij verwacht dat het in december aan de orde komt in de stuurgroep Huren. Uiterlijk januari zal hij er dus op terugkomen.

De titel van motie 385, Studentenhuizen zijn ook sociale huizen, vond de wethouder een mooie

vondst. Het gaat om de sociale huursector en het gegeven dat onzelfstandige woningen veel sociaals in zich hebben. De motie is sympathiek, maar net niet precies genoeg. Er moeten twee dingen

gedaan worden. Door de onzelfstandige studentenwoningen niet mee te tellen bij de percentages sociale woningen wordt dit onbedoeld afgeremd. Dit is een foute prikkel. Maar dan moeten beide zaken wel in één keer gedaan worden. In de motie wordt opgeroepen om de onzelfstandige

woningen mee te gaan rekenen bij de sociale woningen. In beslispunt 3 wordt vervolgens verzocht

om te onderzoeken of de streefpercentages dan anders moeten. Het college vindt dat je beide zaken op hetzelfde moment moet doen. Je zou bij beslispunt 2 ook het woord “onderzoeken” moeten

toevoegen, zodat de zaken gelijk opgaan. Dan bereid je iets voor dat in een nieuwe coalitieperiode in een nieuwe ronde stadsbrede prestatieafspraken z’n weerslag kan vinden. Dan moet het wel gelijk

opgaan, want anders ben je onevenwichtig bezig. In deze vorm ontraadt de wethouder de motie dus. Motie 386, Zwemwater Werkspoorkwartier, kan de wethouder overnemen als hij het onderzoek zo

mag opvatten dat dit ook allereerst een gesprek met de stichting Werkspoorkwartier mag inhouden.

Die stichting is eigenaar van de grond. De wethouder zal daarna terugkomen bij de raad met wat het gesprek heeft opgeleverd.

Motie 387, Veilig de winter in, ontraadt de wethouder, met name omdat er bij het vierde punt

gevraagd wordt om alles met spoed op te pakken. Als alles spoed is, is misschien eigenlijk niks meer spoed. Er moet toch onderscheid gemaakt worden tussen kabelstoringen, die een grote impact

hebben, en individuele lampen. De wethouder wil wel toezeggen om op punt 1 en 2 in een brief in

januari terug te komen. Daarin wordt gevraagd hoeveel meldingen er binnen zijn gekomen en wat de gemiddelde afhandeltijd is.

De heer Van Heuven (PvdD) komt terug op de moties over het kreeften- en krabbenverbod en het bontverbod. In Amsterdam is daartoe al besloten. Het college van B en W heeft al besloten om de

verkoop van levende krabben en kreeften te verbieden. Ook bont mag niet meer verkocht worden op

markten. Wethouder Everhardt zal hier ook op gaan handhaven. De besluitvorming is daar dus al een stuk verder dan de wethouder hier impliceerde. Dit zou betekenen dat de heer Van Heuven zijn

Raadsvergadering van 11 november 2021

47

moties ook niet hoeft te herschrijven, omdat er ook in Utrecht tot een verbod besloten zou kunnen worden. Is de wethouder het daarmee eens?

De heer Diepeveen (wethouder) is het daar niet zonder meer mee eens. Dit zou hij moeten nagaan.

Hij zou in een brief willen vastleggen wat precies de stand van zaken is. Zijn informatie is dat er een

besluit is om het ter inspraak te brengen. De heer Van Heuven heeft kennelijk andere informatie. De wethouder wil hier dit jaar nog schriftelijk op terugkomen.

De heer Sungur (DENK) stelt dat het gewoon om feitelijke informatie gaat. Kan dit niet voor de tweede termijn? Dan kan de heer Van Heuven afwegen of hij de motie alsnog wil indienen.

De heer Diepeveen (wethouder) wil dit best even checken. Als de heer Van Heuven gelijk heeft, zal hij er in de tweede termijn op terugkomen. Het gaat er echter ook om dat de wethouder de ervaringen van Amsterdam met de raad wil kunnen delen en die ervaringen zijn er nog niet.

De heer Sungur (DENK) wil motie 383 intrekken, omdat de wethouder een toezegging heeft gedaan. De voorzitter meldt dat ook de motie over het zwemwater was overgenomen. De heer Koppelaar (Student & Starter) wil hierover nog met zijn fractie overleggen en laat in de tweede termijn weten of hij deze motie intrekt. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Klein. Mevrouw Klein (wethouder) meldt dat niet op alle onderdelen van haar portefeuille moties zijn

ingediend. Er zijn moties ingediend over cultuur en over onderwijs. Zij begint met één motie en twee vragen op het gebied van cultuur.

Motie 361, Internationale agenda culturele en creatieve sector, geeft net nog wat meer inkleuring aan de toezegging die de wethouder heeft gedaan. Deze motie kan zij dus overnemen. In het eerste kwartaal zal zij met deze verkenning naar de raad toe komen.

De fractie van GroenLinks had een vraag gesteld over de muziekstudio’s. Het korte antwoord is: nee. Zij blijft bij haar antwoorden in de commissie dat de gemeente maximaal 50% bijdraagt. De regeling loopt nog niet lang, dus ze wil het niet nu al aanpassen. Het antwoord op de vraag van de ChristenUnie is ja. De wethouder kan dit bevestigen.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) komt terug op haar vraag over de subsidieregeling. In de

commissie kreeg zij te horen dat het onhandig is. Tegelijkertijd is zichtbaar dat veel makers er nu

geen gebruik van kunnen maken terwijl ze dat wel willen. Wat is dan de reden om die regeling daar nu niet voor open te stellen? De gemeente wil juist de mensen helpen die het het hardst nodig hebben.

Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat het een nieuwe regeling is. De gemeente investeert mee in muziekstudio’s. Er wordt maximaal 50% vanuit de gemeente betaald. De andere 50% kan inderdaad eigen inbreng zijn. Die kan ook uit een fonds komen of het kan een lening zijn. De gemeente wil

Raadsvergadering van 11 november 2021

48

eerst bekijken wat de regeling opbrengt. Er zijn wel al mensen die erop inschrijven. Het is prettig als men dit samen doet en het niet voor bijvoorbeeld 80% uit de gemeente komt. Misschien is dit de perfecte balans.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) begrijpt wel dat er ook nu al aanvragen komen, maar er zijn ook

mensen die nu niet de aanvraag kunnen doen omdat zij het geld niet hebben. Is het niet mogelijk om hiernaar te kijken en maatwerk te bieden, zodat zij daar wel voor in aanmerking komen? Je wilt juist ook voor die mensen een regeling hebben.

Mevrouw Klein (wethouder) begrijpt dat er wat moois uit zou kunnen komen als de gemeente nog

veel meer zou doen, maar er moet ook bekeken hoe het goed gedaan kan worden. Hiervoor bestond dit nog niet. Er wordt wel gebruik van gemaakt. Daarom wil de wethouder het niet meteen alweer veranderen. Zij denkt dat de 50% een goede balans is.

Motie 357 gaat over de bibliotheek. De bibliotheek is een zelfstandige organisatie. De motie geeft

erg de indruk dat de gemeenteraad over de bedrijfsvoering van de bibliotheek gaat. De wethouder doet daarom een tegenvoorstel. Zij zal de vragen uit de motie aan de bibliotheek stellen. De

antwoorden daarop zal zij in een brief in het eerste kwartaal naar de raad sturen. De motie grijpt

zozeer in de bedrijfsvoering in dat de wethouder zich afvraagt bij wie de raad dat allemaal nog meer in kaart wil brengen.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wat de wethouder van de strekking en het doel van de motie vindt. Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat zij hier voor een heel groot deel in mee kan gaan. Zij vindt het werk van de bibliotheek heel belangrijk, maar ze vindt het ook belangrijk dat de bibliotheek zelf kan sturen op de wijze waarop ze het werk invult. In het verleden was de bibliotheek van de

gemeente Utrecht. Nu is dat niet meer zo en dan moet de gemeente zich ook niet te veel bemoeien met de bedrijfsvoering. De vragen kan zij echter zeker stellen en de antwoorden aan de raad laten weten.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de wethouder wel erkent dat er wel een rol is richting de

bibliotheken. De gemeente heeft wel degelijk invloed op wat de bibliotheek faciliteert en biedt. Mevrouw Klein (wethouder) is het hier zeer mee eens. De gemeente heeft een subsidierelatie met de bibliotheek. Bovendien gaat er geen vragenuurtje voorbij waarin het college zegt met partners in gesprek te gaan. Dat is toch een andere manier van samenwerken dan het overnemen van zo’n gedetailleerde motie.

Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) ziet dat er nu gesuggereerd wordt dat de

openingstijden van 10.00 uur tot 17.00 uur zouden moeten zijn. Is dit een open handreiking aan de bibliotheek om te bekijken wat wel werkt? Overdag zijn kinderen op school en wordt de bibliotheek misschien helemaal niet bezocht.

Mevrouw Klein (wethouder) vindt dit precies een reden waarom de bibliotheek zelf veel beter kan inschatten hoe je je mensen inzet. Voor een deel heeft dit te maken met wanneer de bibliotheek

gebruikt wordt. Natuurlijk is het ook terecht om te vragen of er geen gebruik van de bibliotheek kan worden gemaakt omdat hij dicht is, maar de wethouder kan dit van afstand natuurlijk veel slechter

Raadsvergadering van 11 november 2021

49

beoordelen. Daarom moet de bibliotheek dit zelf aangeven. De wethouder zal dit navragen.

Tot slot vroeg de PvdA nog naar de koppeling van laaggeletterdheid en de Staat van het Onderwijs. De wethouder redeneert liever vanuit het positieve en spreekt liever van “taalvaardigheid” dan van “laaggeletterdheid”. De wethouder deelt de zorg en wil er ook meer over weten. Ze heeft het

eventuele dictum al mogen zien en stelt dat de data nog niet allemaal voorhanden zijn. Ze wil

toezeggen dat ze in het eerste kwartaal in combinatie met de Staat van het Onderwijs zal laten zien

welke dingen al gemeld kunnen worden, welke dingen nog onbekend zijn en wat ervoor nodig is om die wel op een rijtje te krijgen.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt welke in het dictum gevraagde data ontbreken. Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat het over schoolgaande jongeren gaat en neemt aan dat dit breed opgevat wordt. Het gaat dus om heel veel informatie en het gaat ver om dat op een rijtje te

hebben. Het inzicht in laaggeletterdheid en in de referentieniveaus taal en rekenen kan niet zomaar

met een druk op de knop geleverd worden. Dit wil de wethouder uitzoeken en in het eerste kwartaal laten zien. Deze toezegging wil de wethouder doen. Er zullen ongetwijfeld ook wel gegevens

beschikbaar zijn, maar dit zal niet voor het hele spectrum gelden. Dan weet het college ook nog waar het achteraan moet.

Mevrouw Schilderman (D66) trekt motie 361 in, omdat deze is overgenomen. De heer De Pagter (VVD) vraagt welke wethouder de motie over de lantaarn in de Domtoren behandelt.

Mevrouw Klein (wethouder) meent dat wethouder Eerenberg hierop zal reageren, omdat hij de portefeuillehouder van de Domtoren is.

De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Voortman. Mevrouw Voortman (wethouder) kan motie 352 (Structurele energieregeling) overnemen. Zoals zij in de commissie al heeft gezegd, onderzoekt zij momenteel of zij een acute energieregeling kan

opzetten via de bijzondere bijstand. Op dit punt wordt samen opgetrokken in G4-verband. Ook de landelijke ontwikkelingen worden nauwlettend in de gaten gehouden, want mogelijk komt het ministerie van Sociale Zaken nog met een aanvullende regeling.

Gevraagd is of er een structurele regeling kan worden opgezet. Zoals bekend is het kunnen betalen van vaste lasten een onderdeel van de inkomenspolitiek. Dat is in beginsel voorbehouden aan het

Rijk en daar lobbyt zij dan ook voor een hoger sociaal minimum. Maar zij vindt het wel belangrijk -

dat is ook wat de motie beoogt - om mensen te ondersteunen die dat nodig hebben. Daarom neemt zij de motie over en zal zij onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Het Woonlastenfonds dat als

voorbeeld wordt gegeven, is echter reeds opgeheven. Zij wil aan de voorkant wel meegeven dat er

ook financiële en wettelijke beperkingen zijn bij het instellen van een structurele compensatie voor de kosten van levensonderhoud. Daarmee zal zij in het onderzoek rekening moeten houden.

De TONK-gelden zijn incidentele gelden, die niet goed kunnen worden ingezet voor een structurele regeling. Natuurlijk gelden ook de financiële spelregels. Zij wil de motie echter wel overnemen en

Raadsvergadering van 11 november 2021

50

onderzoeken wat er mogelijk is om zo'n structurele regeling in te stellen. Zij kan de raad, zoals in de motie wordt gevraagd, informeren in het tweede kwartaal van 2022.

Over het gevraagde in motie 358 (Maak werk van basisbanen) is vorige week een uitgebreid debat gevoerd. Het zal niet verrassen dat zij deze motie ontraadt. De motie strookt niet met de

uitgangspunten die de raad zelf gesteld heeft, namelijk dat het moet gaan om duurzame banen. Vijf jaar is niet duurzaam. Daarnaast zijn er al tijdelijke banen, zoals de ontwikkelbanen UW en de leer-

werkbanen. Verder is de vraag: als je basisbanen creëert, voor wie dan wel en voor wie niet? Ook de pilots in het land laten zien dat het niet mogelijk is om op dit moment basisbanen structureel op te

schalen en te verduurzamen. Daarom moet er in gesprek gegaan worden met het Rijk. Het wachten is wat dat betreft op een nieuw kabinet. Het staat natuurlijk ook in veel verkiezingsprogramma's, zoals al gewisseld is. Daarom wordt gevraagd om experimenteerruimte en om de herijking van de financieringsstromen, waaronder de BUIG.

De financiële dekking van de motie is onvoldoende; daar is zij al uitgebreid op ingegaan in de commissie. Zij verwijst in dit verband ook naar de raadsbrief van 7 juni jl.

Ook motie 388 (Voorlichtingstraject van studie naar werk) wordt ontraden, omdat daarin wordt gevraagd om een brede informatiecampagne. De gemeente zet zich reeds in voor kwetsbare

jongeren, de belangrijkste doelgroep vanuit Werk en Inkomen. Dat gebeurt met het Regionale plan

van aanpak jeugdwerkloosheid, dat gericht is op leerlingen van mbo en pro-vso. Er wordt ook heel intensief samengewerkt met pro-vso-scholen. Lang niet alle jongeren hebben te maken met de

problemen die Student & Starter schetst. Een campagne zou dus echt schieten met hagel zijn. De

positie van jongeren met een hbo- of wo-opleiding is vaak goed of voldoende en niet per definitie kwetsbaar, zeker gelet op de krappe arbeidsmarkt.

Zij wil echter wel twee andere dingen toezeggen. Ten eerste zal zij in gesprek gaan met de

onderwijsinstellingen, waarbij zij de kennis en de informatie over sociale zekerheid, rechten en plichten op het vlak van bijstand kan overdragen en uitwisselen. Studenten kunnen dan via de onderwijsinstelling zelf nadere informatie krijgen over deze thema's. In verband met privacyregelgeving kan de gemeente dat ook niet zomaar doen.

Ten tweede zegt zij toe dat zij in de Actieagenda jongvolwassenen zal terugkomen op de

gemeentelijke informatievoorziening aan jongeren die 18 worden. Voor die jongeren is dat het

moment waarop er op het terrein van inkomen veel verandert - denk aan de kostendelersnorm en de zorgverzekering. Daarover zal zij de raad nader informeren in de Actieagenda jongvolwassenen in het tweede kwartaal van 2022.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) deelt mee dat zij motie 352 intrekt. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na hervatting van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Eerenberg. De heer Eerenberg (wethouder) begint met de vragen van de VVD over de coronasituatie. De

gemeente blijft samen met de GGD fijnmazig vaccineren. Het Diak heeft nu ook twee keer per week

een extra vaccinatiepunt. Een extra prikpunt in Hoograven is in voorbereiding. Verder wordt gekeken naar nog meer fijnmazige pop-ups, waarbij er kort op een plek gevaccineerd kan worden.

Het bron- en contactonderzoek. Men kan zich voorstellen dat het momenteel heel hard werken is voor de GGD. Er is niet zozeer sprake van afschalen, maar meer van het meer gebruik maken van

digitale ondersteuning, waarbij mensen zelf vragenlijsten moeten invullen. De GGD doet echt alles

Raadsvergadering van 11 november 2021

51

wat ze kan doen om dat toch nog mogelijk te maken.

De GroenLinks-fractie heeft motie 347 ingediend (Extra subsidie voor U-pas houders bij verwijderen rookkanaal en vervangen kachel). De portee van deze motie is dat de mensen met een U-pas een

hogere bijdrage mogen krijgen. Deze motie neemt hij over, want dit past mooi in de aanpak van de gemeente.

Hij wil graag de opdracht in motie 348 (Daalsepark groener maken) ter hand nemen door bij de twee scenario's, die bijna klaar zijn, een soort plus-scenario te leveren, waarin de Daalsetunnel een wat groener karakter krijgt. Dat scenario kan in het eerste kwartaal van volgend jaar - dus nog in de

huidige raadsperiode - gepresenteerd worden. De plankosten kunnen worden gedekt uit de Grex.

Als voor die groene optie wordt gekozen, zullen daar nog allerlei kosten bij komen, omdat de tunnel moet worden aangepast, asfalt moet worden weggehaald, e.d. De dekking voor die kosten is er nu

nog niet, maar vanuit stedenbouwkundig oogpunt geeft dat plusscenario misschien wel veel mooier plaatje.

Als de motie bedoeld is om een heel nieuw scenario op te stellen - terug naar de buurt, opnieuw in gesprek en starten met een wit vel papier - dan gaat men gigantisch uit de tijd lopen. Dan is er

sprake van een halfjaar extra. Hij gaat uit van de eerste interpretatie van de motie. In dat geval kan hij de motie overnemen.

Natuurlijk is het college zuinig op de bomen in het gebied. Maar als het een harde randvoorwaarde is om alle bomen te behouden, dan wordt het fysiek onmogelijk om daar woningen te bouwen. Hij gaat

zijn uiterste best doen om zo veel mogelijk bomen te behouden, maar als men wil dat daar woningen komen, zal er helaas van een aantal bomen afscheid moeten worden genomen. Uiteraard zullen die bomen wel gecompenseerd worden.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat motie 348 geïnterpreteerd mag worden zoals de

wethouder doet. Het is fijn dat de motie meegenomen kan worden zonder dat er vertraging ontstaat. De motie kan ingetrokken worden.

De heer Eerenberg (wethouder) kan met motie 350 (Preventie opnemen in subsidies draagt bij aan een gezonde stad) overnemen. In de motie wordt gevraagd of in de subsidieverstrekking van de

gemeente preventieve gezondheid een dominantere rol kan krijgen. Dat draagt mooi bij aan alles wat de gemeente doet rond gezondheid en het interessanter maken van gezondere keuzes. Bovendien gaat het om een onderzoek, dus ook daar kan het college goed mee leven.

De fractie van D66 heeft gevraagd om de concrete toezegging dat het extra geld dat uit Den Haag

komt voor de jeugdzorg ook echt aan jeugdzorg besteed wordt. Dat is wat in de begroting staat, dus in die zin kan hij die toezegging doen.

Het college laat het oordeel over motie 359 (Samen werken aan een prachtig Park Paardenveld) aan de raad. Er heeft een enorme upgrade van het Paardenveld plaatsgevonden. Het is levendig

geworden en er is sociale controle. Aan de betroken ondernemer is een vergunning is verleend voor vijf jaar. In de motie wordt opgeroepen tot verschillende dingen. Het lijkt hem verstandig om

placemaking op dit gebied te gaan doen. In de komende tien à vijftien jaar is er echt nog geen nieuw Paardenveld, dus het is goed om te kijken wat er in de tussentijd kan gebeuren om de levendigheid te behouden. Het is verstandig om dit in concurrentie te doen en om dat samen met de buurt te doen.

De heer Sungur (DENK) vraagt wat "placemaking" inhoudt.

Raadsvergadering van 11 november 2021

52

De voorzitter verduidelijkt dat placemaking kortweg betekent dat je een gebied aantrekkelijk maakt door er tijdelijk iets leuks te doen.

De heer Eerenberg (wethouder) vervolgt dat in de motie wordt gevraagd om een nieuwe

vergunningaanvraag van de huidige ondernemer positief te beoordelen. Als de raad dit wil, zal het college daar positief naar kijken. Maar ook de buurt zal daar dan bij worden betrokken. Daarnaast

geldt dat als de betrokken ondernemer een nieuwe vergunning aanvraagt, die dan onderhevig is aan bezwaar en beroep. In dat geval zal dus het nette proces met elkaar worden doorlopen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de erfpacht van de parkeergarage afloopt. Het is niet bekend wat er met het pand en met het pand van de politie gaat gebeuren. Als er nu placemaking

plaatsvindt voor een bepaalde periode, zou dat van invloed kunnen zijn op de functionaliteit van die twee gebouwen. In hoeverre houdt het college daar rekening mee? Gaat het college bijvoorbeeld in overleg met de pandeigenaren?

De heer Eerenberg (wethouder) vindt dit een zinvolle suggestie. In het proces van placemaking zullen deze partijen natuurlijk ook een rol hebben.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of ook op andere plekken tijdelijke vergunningen zijn verstrekt. Wordt daar op dezelfde manier gehandeld?

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de ondernemer in dit geval opnieuw een vergunning

moet aanvragen voor een nieuwe tijdelijke situatie, terwijl er wordt nagedacht over wat men met het

gebied wil. Op andere plekken gebeurt dat op dezelfde manier. Hij zou het een goed idee vinden als een keer, los van deze casus, wordt geëvalueerd hoe met deze tijdelijke constructen wordt

omgegaan. Maar in dit geval gaat het om het aanvragen van een nieuwe vergunning, waarvoor de bestaande spelregels gelden.

De heer Sungur (DENK) meent dat er ook een handhavings- of ontruimingsverzoek ligt. Mensen uit de omgeving pleiten ervoor om het pand volledig weg te halen. Hoe wordt daarmee omgegaan? De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat dit verzoek het reguliere proces doorloopt. Het

handhavingsverzoek wordt beoordeeld op basis van wat wel en niet is afgesproken voor deze locatie. Dat staat echter los van het feit dat de betrokken partij weer een nieuwe vergunning kan aanvragen

met een nieuwe tijdelijkheid. Als de raad motie 359 aanneemt, zal het college daar op een positieve manier tegenaan kijken. Dat is dan een nieuw feit.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt waarom nu opeens de stelling van het college is dat er weer een

nieuwe tijdelijke vergunning kan worden aangevraagd, terwijl zij eerder in een collegebrief heeft gelezen dat het daar nu echt over is.

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de huidige vergunning nu afloopt. Het college kan die niet verlengen. Dat staat in de brief. In de motie wordt het college opgeroepen om, als de

ondernemer een nieuwe vergunning aanvraagt - dat is dus iets anders dan het verlengen van de

huidige vergunning - positief te kijken naar die nieuwe vergunningaanvraag. Als de motie wordt

aangenomen dan gaat het college dat doen, maar dan wordt er ook met de buurt gepraat en is er

Raadsvergadering van 11 november 2021

53

uiteraard ook de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Dan gaat men dus een compleet nieuw proces in, waarbij geen rechten kunnen worden ontleend aan de vorige vergunning.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het college moties vaak met een bepaalde

interpretatie kan overnemen. Nu zegt de wethouder expliciet dat hij het oordeel over de motie aan de raad laat. Waarom neemt hij de motie niet gewoon over? Hij geeft immers zelf al aan hoe het college ernaar kijkt.

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat in dit geval de raad, als hoogste orgaan in de gemeente, zich moet uitspreken over de motie, waar immers twee kanten aan zitten.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt zich af wat er gebeurt als de raad de motie aanneemt en het college de vergunningaanvraag van de ondernemer met een positieve grondhouding zal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5ab36e8b-54ab-480e-ae83-27a670e8cb31