Agendabundel
Tekst van het document
60%
13%
20%
8%
Utrecht
47%
29%
16%
8%
Bron: Kadaster en RWU, 2018. De voorgenomen mis in het woonprogramma sluit aan bij de ambitie om een meer gemengde woningvoorraad te realiseren in de Utrechtse (sub)wijken. Het toevoegen van betaalbare woningen maakt het tevens mogelijk om bewoners te laten doorstromen (zie ook ‘Levensloopbestendig’ hieronder).
Levensloopbestendig De wijkraad Noordoost geeft aan dat er in de wijk veel ouderen wonen (bijvoorbeeld in Tuindorp-Oost) die op termijn binnen de wijk willen doorstromen naar een woning die beter aansluit bij hun woonwensen. Het uitgangspunt is daarom de woningen levensloopbestendig te maken. Dat wil zeggen (zowel in- als extern) geschikt voor bewoning in alle leeftijdsfasen, dus ook voor ouderen en mensen met een functiebeperking. Voor levensloopgeschikte woningen gelden de volgende eisen bovenop het Bouwbesluit: • een badkamer met een minimale afmeting van 1050 mm draaicirkel, dit betekent: • 3 m2 (= lengte x breedte) voor badkamer zonder toilet en wasmachine; • 3,5 m2 mèt toilet; • 5 m2 mèt wasmachine; • 5,5 m2 met toilet en wasmachine. • een slaapkamer: minimaal 12 m2 en 2900 mm breed; • strook voor aanrecht van 1050 mm; • elektrisch te openen toegangsdeuren Economie De Jan van Galenstraat is een kleinschalige voorzieningenstrip met een buurtfunctie (buurtsteunpunt). De winkelfunctie is hier nagenoeg verdwenen. Van de 9 units zijn er nog 4 winkels die een totaal oppervlakte hebben van slechts 468 m2 winkelvloeroppervlak (bvo). Dit zijn een bloemenzaak van 68 m2 bvo, een fietsenwinkel van ca. 240 m2 bvo, een lectuur/tabakszaak van 80 m2 bvo en een witgoedwinkel van ca. 80 m2 bvo. De andere 5 units zijn horeca (80 m²) of leegstand(beheer) (270 m²).
Er was hier een kleinschalige supermarkt gevestigd van ca. 240 m2 bvo, maar deze is gesloten. Het gebied rond de voorzieningenstrip wordt her ontwikkeld. Er komen woningen en er is de wens om hier een (discount) supermarkt te vestigen. Het Utrechts detailhandelsbeleid gaat uit van fijnmazigheid: dagelijkse voorzieningen zoveel mogelijk in de buurt van de inwoners. Consumenten stellen hoge eisen aan de kwantiteit en kwaliteit van winkelaanbod dat gericht is op de dagelijkse boodschappen. Door de toegenomen mobiliteit en veranderende consumenteneisen voor het doen van de dagelijkse boodschappen (compleet, voldoende keus, efficiënt) zijn winkels, winkelgebieden en de bijbehorende benodigde verzorgingsgebieden groter geworden. De kleinschalige supermarkt die hier gevestigd was voldeed niet meer aan de eisen van de consument en heeft daarom de deuren moeten sluiten. Winkelcentrum De Gaard is een winkelgebied in Noordoost dat momenteel ingrijpend wordt verbouwd en uitgebreid. Het aanbod zal hier minstens verdubbelen. Met deze verbeterslag zal het aanbod toekomstgericht worden, waarmee het fijnmazige voorzieningenniveau gewaarborgd is. Deze 8
Versie 11 juli 2019
schaalsprong betekent echter ook dat het benodigd verzorgingsgebied voor een duurzaam functioneren groter is geworden. Om overlap in verzorgingsgebieden te voorkomen, moet een supermarkt aan de Jan van Galenstraat in samenhang bekeken worden met de ontwikkelingen in winkelcentrum De Gaard. Voor een advies over de wenselijkheid, haalbaarheid, omvang en invulling van een supermarkt in deze ontwikkeling zal een aantal onderzoeksvragen nog beantwoord moeten worden. Situatie huidige gebruikers of huurders De huurders van de commerciële ruimten en de woningen zullen tijdig door de initiatiefnemer worden geïnformeerd over de voorgenomen sloop-nieuwbouw. Van de 9 commerciële ruimten staan er momenteel 2 leeg en 1 onder leegstandsbeheer. De initiatiefnemer biedt de ondernemers die graag op deze locatie willen blijven de mogelijkheid terug te keren naar de nieuwbouw, hiermee is rekening gehouden in de onderzoeksvariant van het plan. De initiatiefnemer biedt de huurders van de woningen een redelijk voorstel ten aanzien van vervangende woonruimte en terugkeer, rekening houdend met de belangen van de huurder en de geldende wet- en regelgeving, zoals een bijdrage in de verhuiskosten.
Voor de huurders met een gereguleerd huurcontract is de Huisvestingsverordening van toepassing, wat inhoudt dat zij urgentie krijgen voor vervangende huisvesting en (onder voorwaarden) met voorrang kunnen terugkeren. We onderzoeken of we kunnen bijdragen aan een passende oplossing voor de herhuisvesting van huurders met een geliberaliseerd contract, waarbij mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt over voorrang bij andere nieuwbouwprojecten. Ook het maken van afspraken met de verhuurder over voorrang voor huurders met een geliberaliseerd contract die willen terugkeren.
d. Onderzoeksvragen voor de definitiefase Ruimtelijk-functioneel -
Hoe kan de bebouwing ertoe bijdragen dat er aan de zijde van de Jan van Galenstraat een representatieve wijkentree wordt gemaakt?
-
Hoe kan ervoor gezorgd worden dat de bebouwing een alzijdig karakter of oriëntatie krijgt (met name de plint)?
-
Het is belangrijk dat de publieke- en ontmoetingsfuncties behouden of versterkt worden: welke functies in de plint hebben een maatschappelijke meerwaarde en kunnen de publiekeen ontmoetingsfunctie van het gebied versterken?
-
Hoe kan deze locatie een invulling krijgen die qua maat en schaal aansluit op de omgeving, past in de ruimtelijke structuur?
-
Hoe kan de kwaliteit en de bruikbaarheid van het openbaar gebied aan zowel de zuidzijde als de noordzijde van de bebouwing worden versterkt en hoe kan dit gebied groener worden?
Mobiliteit -
Op welke wijze kan een hoogwaardige parkeeroplossing bijdragen aan een versterking van het woon- en leefklimaat?
-
Op welke wijze wordt het parkeren voor bewoners en bezoekers opgelost?
-
Wat zijn de effecten van het extra programma en een supermarkt (type discounter) op de verkeersgeneratie en wat betekent dat voor de bereikbaarheid van het gebied?
Duurzame verstedelijking -
Hoe wordt rekening gehouden met de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai van de kardinaal de Jongweg?
-
(Kwalitatief) luchtkwaliteitsonderzoek
9
Versie 11 juli 2019
-
Quickscan flora en fauna en eventueel nader onderzoek (voorafgaand aan de sloop van het gebouw; de natuurkalender is daarin leidend)
-
Bodemonderzoek (na sloop van de gebouwen)
-
Een uitgewerkt energieconcept: Het voorgelegde plan dient een bijdrage te leveren aan de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. De ontwikkelaar wordt gevraagd dit in beeld te brengen (denk aan BENG, GPR, hergebruik sloopmateriaal, circulair bouwen, klimaatadaptatie, beoogde warmtelevering).
-
Hoe kan een goed woon-en leefklimaat worden gerealiseerd door een combinatie van functies (industrielawaai)
-
Op welke wijze kan de ontwikkeling bijdragen aan de gezonde verstedelijking?
-
Welke mogelijkheden zijn er voor het behoud en eventueel verplanten van bestaande bomen?
Wonen -
Hoe kan rekening gehouden worden met de voorwaarden voor het realiseren en exploiteren van woningen in de categorie sociale huur conform de Woonvisie 2019?
-
Welke verhouding kernvoorraad en secondair sociaal is mogelijk binnen het sociale programma, conform de voorwaarden sociale huur in de Woonvisie 2019?
-
Is het realiseren van een aandeel woningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens (€424,44) mogelijk? (t.b.v. studentenhuisvesting of bijzondere doelgroepen die behoefte hebben aan een woning waarvoor zij volledige huurtoeslag kunnen aanvragen).
Economie -
Wat is het huidige verzorgingsniveau voor de inwoners in de omgeving van de Jan van Galenstraat. Wat is het aanbod in een straal van 500 – 1.000 meter? Waar doen zij op dit moment de boodschappen?
-
Wat is de haalbare supermarktomvang op deze locatie?
-
Wat is het effect hiervan op de omliggende winkelstructuur, die wij voor de inwoners in Noordoost willen behouden?
-
Wat is de wenselijke invulling van de supermarkt? Discounter of full-service? Bekeken zowel vanuit de economische haalbaarheid/ het onderscheidend vermogen tov omliggende winkelgebieden en het verzorgingsniveau.
Grondregeling -
Op welke wijze wordt de gronduitgifte of –ruil vormgegeven?
Terugkeermogelijkheden of herhuisvesting: -
De eigenaar/verhuurder zal tijdig de mogelijkheden voor passende vervangende huurruimte onderzoeken en in samenspraak met een redelijk voorstel komen (afspraken bv. over huurprijs, regelen van vervangende woonruimte, terugkeer etc.).
Deel II. Proces e.
Te doorlopen proces
Het initiatief past niet binnen het bestemmingsplan. Om dit initiatief mogelijk te maken zal er een nieuw projectbestemmingsplan moeten worden opgesteld. Als type planproces om dit mogelijk te maken wordt 'UPP 1' voorgesteld. Vanwege de aanpassingen in de openbare ruimte past het planproces voor 'complexe omvangrijke 10
Versie 11 juli 2019
(gebieds)ontwikkelingen' bij dit initiatief. Er zal eerst een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) worden opgesteld dat als ruimtelijk en functioneel kader dient voor de volgende planfasen (bestemmingsplan en omgevingsvergunning). Het SPvE zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Het SPvE dient als ruimtelijke onderbouwing voor het uit te werken bestemmingsplan. f.
Afspraken rondom rolverdeling, samenwerking en participatie
De gemeente heeft in dit project een kaderstellende rol. Het initiatief om samen met de gemeente en belanghebbenden tot een uitgewerkt plan te komen, ligt bij de initiatiefnemer. De gemeente is eigenaar van de openbare ruimte die wordt meegenomen in de planontwikkeling. Participatie is een belangrijk onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingstrajecten in Utrecht. Met het oog op de nieuwbouw wordt voor het project geadviseerd te participeren op niveau 2 (raadplegen). De verantwoordelijkheid hiervoor wordt bij de initiatiefnemer neergelegd. Bewoners en andere belanghebbenden mogen meedenken en ideeën aandragen om te komen tot de randvoorwaarden voor de realisatie van het bouwplan. De gemeente heeft hierbij een adviserende rol. In de bestemmingsplan procedure zit ook een wettelijke inspraakfase.
g.
Planning
Naar verwachting wordt het intentiedocument voor de zomer vastgesteld door het college. Participatie om te komen tot een SPvE kan dan starten in september 2019. De streeftermijn om te komen tot een uitgewerkt en vastgesteld SPvE inclusief overeenstemming over grondregeling bedraagt circa 12 maanden. Medio 2020 kan gestart worden met het maken van het bestemmingsplan. Dit neemt ca. negen maanden in beslag. De behandeling van de aanvraag omgevingsvergunning kan hiermee worden gecoördineerd. Medio 2021 kan het bestemmingsplan zijn vastgesteld en de omgevingsvergunning worden verleend. Deze planning is afhankelijk van de ruimtelijke en financiële haalbaarheid om te komen tot een integraal goed plan dat rekening houdt met de verschillende ambities en is tevens afhankelijk van eventueel ingediende zienswijzen/beroep.
Deel III. Financiële afspraken h. Voorschot Plankosten Met de initiatiefnemer zal worden afgesproken dat alle gemeentelijke plankosten die worden gemaakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Dit kostenverhaal evenals afspraken over het planproces worden in eerste instantie in een intentie- en plankostenovereenkomst (ipok) vastgelegd. Voordat het intentiedocument wordt vastgesteld door het college, dient de initiatiefnemer de ipok te hebben ondertekend.
11
Versie 11 juli 2019
Nadat het SPvE is uitgewerkt en de precieze kaders bekend zijn, zal met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst worden afgesloten, waarin nadere afspraken (planinhoudelijk als wel financieel) worden uitgewerkt. De kosten die zijn gemoeid met het maken van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning vormen geen onderdeel van deze afspraken. Deze kosten worden op de reguliere wijze middels leges verrekend.
i.
Erfpacht / Economische meerwaarde /Leges/ Diversen
De bestaande gebouwen zijn in volle eigendom van de initiatiefnemer, Kerckebosch Beleggingsmaatschappij BV. De nieuwbouw wordt waarschijnlijk deels op grond van de gemeente gerealiseerd. In de volgende planfase zal worden uitgezocht op welke wijze de grondregeling die hieruit voortvloeit vormgegeven zal worden. Die afspraken zullen dan worden vastgelegd in een overeenkomst met de ontwikkelaar.
12
4 Zienswijze op wijziging verordening Plassenschap Loosdrecht 1 Dossier 2095 voorblad.pdf
Commissie Stad en Ruimte Dossiernummer
2095
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
9 september 2021
Agendapunt
4
Omschrijving
Zienswijze op wijziging verordening Plassenschap Loosdrecht
ID
2259
Behandelend ambtenaar
Mieke Span, Jan Willem van Zeijl
Telefoon E-mail Datum collegebesluit Geocodering Thema
Sport, cultuur en recreatie
Portefeuillehouder
Wethouder Van Hooijdonk
Beleidsveld
Groen
Referendabel Raadsadviseur (lijst)
Manon Leenders/Circulaire economie, Energie, Groen, Markten&Havens, Openbare ruimte, Wonen/0302863710
Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Stad en Ruimte
9 september 2021
Voorgesteld besluit
1 Raadsvoorstel Zienswijze op wijziging verordening Plassenschap Loosdrecht.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Zienswijze op wijziging verordening Plassenschap Loosdrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Groen Ontwikkelorganisatie Ruimte Mieke Span 9215028 16 september 2021 Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Bijgevoegde reactiebrief aan het Plassenschap Loosdrecht vast te stellen als zienswijze op de voorgestelde wijziging Verordening Plassenschap Loosdrecht, waarin instemmend wordt gereageerd op aanpassing van de regeling rond commerciële activiteiten die geen gevolgen heeft voor (de belangen van) de gemeente Utrecht. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Het Plassenschap Loosdrecht heeft de gemeenteraad een wijzigingsvoorstel voor de Verordening Plassenschap Loosdrecht toegezonden. De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken. Met de nu voorliggende zienswijzebrief maakt de raad van die mogelijkheid gebruik. Samengevat geeft de raad met deze zienswijzebrief aan dat hij in kan stemmen met de wijziging van de verordening.
Context Algemeen Utrecht is een compacte stad en onze inwoners maken gebruik van regionale recreatievoorzieningen, die deels in de buurgemeenten liggen. De gemeente Utrecht is deelnemer aan twee Gemeenschappelijke Regelingen voor recreatie; het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht e.o. In deze twee gemeenschappelijke regelingen zijn de deelnemers (gemeentes en provincies) samen verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en de vernieuwing van een aantal recreatieterreinen en routes in de regio. De besturen van beide recreatieschappen zijn momenteel bezig hun samenwerking om te vormen. In de Raadsvergadering van 18 februari 2021 besloot u om een reactie op de Memo Toekomstige samenwerking Recreatieschappen.pdf (ibabs.eu) te sturen naar de dagelijkse besturen van de recreatieschappen. Op 22 juli ontving u van het college een brief met de stand van zaken Transitie recreatieschappen en Recreatie MiddenNederland. Aanleiding Op 16 juli 2021 heeft het Plassenschap Loosdrecht een brief gestuurd naar de gemeenteraad van Utrecht. In deze brief wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om voor 10 september 2021 een zienswijze kenbaar te maken over de wijziging van de verordening Plassenschap Loosdrecht.
De Raad van de gemeente Utrecht is volgens de Gemeenschappelijke Regeling van het Plassenschap Loosdrecht gerechtigd om een zienswijze in te dienen op een wijziging van de verordening van het Plassenschap. Vanwege het zomerreces is het halen van de reactietermijn thans onmogelijk. In de zienswijze wordt aangedrongen op een betere afstemming van zienswijzeperioden op de vergadercycli van de deelnemers. Juridische context De grondslag voor het bieden van de gelegenheid aan de raad om een zienswijze in te dienen is artikel 10 van de Gemeenschappelijke Regeling Plassenschap Loosdrecht. In de gemeenschappelijke regeling wordt gesteld dat “wijzigingen van niet ingrijpende aard” niet aan de raden van de deelnemers worden voorgelegd. De wijziging van de verordening kon wellicht zonder zienswijzeprocedure te voeren, maar het Plassenschap biedt de mogelijkheid voor reactie. Beoogd effect Het dagelijks bestuur van het Plassenschap Loosdrecht legt de zienswijze van de gemeente Utrecht voor aan de Plassenraad (AB) om mee te wegen bij de vaststelling van de gewijzigde Verordening Plassenschap Loosdrecht. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening Niet van toepassing.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Bijgevoegde reactiebrief aan het Plassenschap Loosdrecht vast te stellen als zienswijze op de voorgestelde wijziging verordening Plassenschap Loosdrecht, waarin instemmend wordt gereageerd op aanpassing van de regeling rond commerciële activiteiten die geen gevolgen heeft voor (de belangen van) de gemeente Utrecht.
Argumenten 2
1.1
De wijziging van de verordening zorgt voor een betere afbakening van bevoegdhedenen territoria tussen het Plassenschap en de gemeente Wijdemeren. De gemeente Wijdemeren dringt al langere tijd aan op een wijziging van de verordening wat betreft de regulering van commerciële activiteiten. Met de voorgestelde wijziging van de verordening is een verbod op commerciële activiteiten in artikel 10 niet langer van toepassing op het gehele werkgebied maar alleen nog op de openbare recreatieterreinen van het Plassenschap. Dit past beter bij de kerntaak van het Plassenschap: openluchtrecreatie, de bescherming van natuur en landschap voor zover samenhangend met de recreatiekwaliteit en het nautisch beheer van het openbaar water binnen het gebied. Het reguleren van commerciële activiteiten buiten de openbare recreatieterreinen berust dan voortaan alleen nog bij de gemeente Wijdemeren. De wijziging beslecht een discussie over bevoegdheden en gebieden tussen beide overheden.
1.2
De wijziging heeft geen effect op de belangen van de gemeente Utrecht. Als deelnemer van het Plassenschap is de gemeente Utrecht gebaat bij een goede samenwerking. De wijziging van de verordening betreft het scheiden van bevoegdheden voor het grondgebied van de gemeente Wijdemeren en heeft geen gevolgen voor de belangen van de gemeente Utrecht.
Financiën De wijziging van de verordening van het Plassenschap heeft geen gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage.
Vervolg Nadat dit raadsvoorstel in de raadscommissie is besproken wordt contact opgenomen met het Plassenschap om de conceptreactie van de raad alvast mee te delen omdat het gezien het zomerreces niet mogelijk is om binnen de gestelde termijn een zienswijzereactie te geven. Het DB van het Plassenschap neemt in haar vergadering van 13 september a.s. kennis van eventueel ingediende reacties en legt die samen met de gewijzigde verordening, ter vaststelling voor aan de vergadering van de Plassenraad (AB) op 27 september 2021.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden voor dit voorstel.
Communicatie Er vindt geen andere communicatie plaats naast de verzending van de zienswijzebrief.
Niet-Referendabel Dit raadsvoorstel is niet referendabel omdat het een raadsvoorstel betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 3 lid 2 onder i van de verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Brief met zienwijze van de gemeenteraad Bijlagen informatief - Aanbiedingsbrief voorgestelde wijziging van de Verordening Plassenschap Loosdrecht - Bestuursvoorstel Wijziging Verordening Plassenschap Loosdrecht (VPL) t.a.v. verbod op verkopen, verhuur, diensten - Geconsolideerde versie Verordening Plassenschap Loosdrecht - Toelichting Verordening Plassenschap Loosdrecht - Kaart A en Kaart B
3
1 Zienswijzebrief Wijziging verordening Plassenschap Loosdrecht.docx
Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad
VERSIE VOOR BESLUITVORMING Dagelijks bestuur Plassenschap Loosdrecht e.o. secretariaat@recreatiemiddennederland.nl Postbus 8058 3503 RB Utrecht
Behandeld door
M. Span
Datum
Volgt
Doorkiesnummer
030 -286 0263
Ons zaaknummer
9215028
m.span @utrecht.nl
Onderwerp
Zienswijze wijziging Verordening Plassenschap Loosdrecht
Uw zaakkenmerk
Z-213245 / UIT-216387
Verzonden
Uw brief van
16 juli 2021
Bij antwoord datum, zaaknummer en onderwerp vermelden
Uw briefnummer
Geachte leden van het dagelijks bestuur, Dank voor het toezenden van de wijziging in de Verordening Plassenschap Loosdrecht. In uw brief verzoekt u ons, op grond van artikel 10 van de Gemeenschappelijke Regeling, een eventuele zienswijze uiterlijk vrijdag 10 september 2021 in te dienen, zodat het Algemeen Bestuur de gewijzigde verordening in haar vergadering van 27 september 2021 kan vaststellen. Hieronder wordt onze zienswijze verwoord. Reactietermijn Voordat wij op de inhoud ingaan verzoeken wij u thans dringend om de termijn voor het voorleggen van wijzigingen van de verordening zodanig aan te passen dat er een haalbare termijn ontstaat voor het geven van een zienswijze door onze gemeenteraad. Vanwege het zomerreces is het halen van de wettelijke reactietermijn thans onmogelijk. De gemeente Utrecht is graag bereid om mee te werken aan een oplossing van dit probleem. Inhoudelijk Wij begrijpen uit de toelichting op het voorstel tot wijziging van de verordening dat hiermee een langer durende discussie tussen het Plassenschap Loosdrecht en de deelnemer gemeente Wijdemeren wordt opgelost. Uit de toegezonden stukken leiden wij af dat de wijziging geen gevolgen heeft voor (de belangen van) de gemeente Utrecht. Wij kunnen dan ook instemmen met de voorgelegde wijziging van de Verordening Plassenschap Loosdrecht.
Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,
de griffier, Merel van Hall
de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma
1 Ingekomen aanbiedingsbrief Wijzigen Verordening Plassenschap Loosdrecht e.o..pdf
Aan: de raad van Stichtse Vecht de raad van Wijdemeren de raad van de gemeente Utrecht het college van GS van Noord-Holland het college van GS van Utrecht
Ons kenmerk: Referentie: Onderwerp: Bijlage(n):
Z-213245 / UIT-216387 h.hijdra@recreatiemiddennederland.nl Wijzigen Verordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 1. Bestuursvoorstel aanpassen Verordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 2. Ontwerp gewijzigde Verordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 3. Ontwerp gewijzigde Toelichting Verordening 4. Kaart A. 5. Kaart B.
Utrecht, 16 juli 2021
Geachte deelnemers, Op 28 juni 2021 heeft de Plassenraad, het algemeen bestuur van het Plassenschap Loosdrecht e.o., besloten in te stemmen met de bijgaande ontwerp wijziging van de Verordening Plassenschap Loosdrecht waarbij artikel 10 Verkoop, verhuur, diensten wordt verplaatst van “hoofdstuk 2 Regels voor het gebied” naar “hoofdstuk 3 Regels voor openbare recreatieterreinen”. Conform art. 10 van de GR Plassenschap Loosdrecht e.o. ontvangt u bijgaand het bestuursvoorstel en de ontwerp gewijzigde Verordening Plassenschap Loosdrecht e.o. waarin de gewijzigde en verplaatste tekst geel gearceerd is weergegeven. Hierbij willen we u in de gelegenheid stellen om binnen 8 weken, uiterlijk op vrijdag 10 september, in een schriftelijke reactie aan te geven of u van mening bent dat de gewijzigde verordening in zijn geheel of gedeeltelijk buiten de taak van het Plassenschap valt. In afwachting van uw bericht, Met vriendelijke groet, namens het dagelijks bestuur,
Sofie Stolwijk Secretaris
1 Bestuursvoorstel Wijziging VPL t.a.v. verbod op verkopen, verhuur, diensten.pdf
Voorstel aan de Plassenraad Vergadering 28 juni 2021 Agendapunt 6 Onderwerp Wijziging Verordening Plassenschap Loosdrecht (VPL) t.a.v. verbod op verkopen, verhuur, diensten
Bestuursvoorstel Onderwerp Aan Van Datum Bijlagen
Wijziging Verordening Plassenschap Loosdrecht (VPL) t.a.v. verbod op verkopen, verhuur, diensten De Plassenraad (het algemeen bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o.) Adviseur (h.hijdra@recreatiemiddennederland.nl) 14 juni 2021 Geconsolideerde versie Verordening Plassenschap Loosdrecht 2021-06-28 na wijziging
Overwegingen en besluit Overwegingen - Gelet op het verbod in art. 10 lid 1 van de Verordening Plassenschap Loosdrecht (VPL) waarin is bepaald dat het verboden is om binnen het gebied van het Plassenschap activiteiten met een commercieel karakter te ontplooien; - Gelet op de mogelijkheid in art. 10 lid 2 van de VPL waarin is bepaald dat het dagelijks bestuur (DB) ontheffing kan verlenen van dit verbod; - Overwegende dat het DB het niet langer wenselijk acht dat het verbod verder strekt dan de openbare recreatieterreinen van het Plassenschap omdat gemeenten commerciële activiteiten kunnen reguleren middels de APV, de drank- en horecaverordening en de gebruiksregels in het bestemmingsplan in de overige delen van het schapsgebied; - Overwegende dat het DB besloten heeft een voorstel voor de Plassenraad voor te bereiden om te komen tot wijziging van de Verordening Plassenschap Loosdrecht waarbij artikel 10 Verkoop, verhuur, diensten wordt verplaatst van hoofdstuk 2 Regels voor het gebied naar hoofdstuk 3 Regels voor openbare recreatieterreinen; - Gelet op de GR Plassenschap Loosdrecht waarin is bepaald dat een ontwerp wijziging van de verordening naar de deelnemers wordt verzonden met het verzoek om binnen 8 weken kenbaar te maken of een van de deelnemers meent dat de inhoud van de verordening niet binnen het taakgebied van het Plassenschap past; - Na uw instemming met de ontwerp
wijziging krijgen de deelnemers gedurende 8 weken de gelegenheid op de voorgestelde wijziging te reageren alvorens de Plassenraad deze definitief vaststelt; - Overwegende dat het dagelijks bestuur d.d. 10 juni 2021 besloten heeft om nadere regels vast te stellen inzake ‘Ontheffingverlening commerciële activiteiten op de openbare recreatieterreinen’; Besluit de Plassenraad: - In te stemmen met de voorgestelde ontwerp wijziging van de Verordening Plassenschap Loosdrecht (VPL) waarbij artikel 10 Verkoop, verhuur, diensten wordt verplaatst van hoofdstuk 2 Regels voor het gebied naar hoofdstuk 3 Regels voor openbare recreatieterreinen.
Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van de Plassenraad gehouden op 28 juni 2021 via MsTeams,
Mw. C. Larson Voorzitter
Mw. S. Stolwijk Secretaris Pagina 1 van 4
Voorstel aan de Plassenraad Vergadering 28 juni 2021 Agendapunt 6 Onderwerp Wijziging Verordening Plassenschap Loosdrecht (VPL) t.a.v. verbod op verkopen, verhuur, diensten
Toelichting 1. Inleiding In 2018 is de Verordening Plassenschap Loosdrecht vastgesteld met daarin het volgende artikel: Hoofdstuk 2 Regels voor het gebied Artikel 10 Verkopen, verhuur, diensten 1. Het is verboden: a. met een voertuig, vaartuig, kraam, tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben tot tentoonstelling, verkoop of verhuur van waren, goederen of dieren; b. waren, goederen of dieren tentoon te stellen, te verkopen of te verhuren; c. al dan niet tegen betaling diensten aan te bieden; d. overige activiteiten met een commercieel karakter te ontplooien. 2. Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Toelichting Artikel 10. Verkopen, verhuur, diensten In de nadere regels kan het dagelijks bestuur bepalen dat het verbod niet geldt voor bepaalde categorieën activiteiten, zoals: rondvaarten in de Westelijke Drecht en de 1e t/m 5e plas, waterski-lessen, zeillessen.
De afgelopen periode is gewerkt aan het opstellen van nadere regels aan de hand waarvan het DB kan bepalen onder welke voorwaarden ontheffing kan worden verleend van artikel 10. Tijdens het opstellen van deze nadere regels is het DB tot de conclusie gekomen dat het niet langer wenselijk is om artikel 10 van toepassing te laten zijn in het gehele gebied, maar enkel op de openbare recreatieterreinen.
2. Doel Met de voorgestelde wijziging van de VPL wordt beoogd het verbod op commerciële activiteiten niet langer in het gehele werkgebied van toepassing te laten zijn, maar alleen nog op de openbare recreatieterreinen van het Plassenschap. Tevens wordt u in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de voorwaarden aan ontheffingverlening voor commerciële activiteiten op de openbare recreatieterreinen van het Plassenschap.
3. Context en afwegingen Tot de inwerkingtreding van de VPL in 2018 was er alleen een verbod op commerciële activiteiten op de openbare schapsterreinen (bepaald in de toen geldende Eilandverordening en de Strookverordening). Hiermee beoogde het schap de rust op de eigen terreinen en eilanden te bevorderen. In de rest van het gebied waren de gemeentelijke regels in de APV, de drank- en horecaverordening en de gebruiksregels in het bestemmingsplan bepalend. Met de inwerkingtreding van de VPL geldt het verbod van art. 10 VPL in het gehele schapsgebied. Uit art. 8 VPL volgt dat ontheffing alleen kan worden geweigerd in het belang van openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of bescherming milieu. Ook de voorwaarden die aan ontheffingverlening worden verbonden moeten zien op openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of bescherming milieu. De bescherming van deze belangen is ook in andere wet- en regelgeving geregeld en is niet de primaire taak van het Plassenschap. Het Plassenschap behartigt de belangen van de openluchtrecreatie, de bescherming van natuur en landschap voor zover samenhangend met de recreatiekwaliteit en het nautisch beheer van het openbaar water binnen het gebied.
Pagina 2 van 4
Voorstel aan de Plassenraad Vergadering 28 juni 2021 Agendapunt 6 Onderwerp Wijziging Verordening Plassenschap Loosdrecht (VPL) t.a.v. verbod op verkopen, verhuur, diensten Het DB heeft daarom besloten een ontwerp wijziging van de VPL op te stellen waarbij artikel 10 Verkoop, verhuur, diensten wordt verplaatst van hoofdstuk 2 Regels voor het gebied naar hoofdstuk 3 Regels voor openbare recreatieterreinen. Bijgevoegd treft u een geconsolideerde versie van de VPL aan waarin de ontwerpwijziging is verwerkt. De verplaatste en/of gewijzigde tekst is geel gearceerd (art. 10 wordt art. 13 en de art. 11, 12 en 13 worden art. 10, 11 en 12). Daarnaast heeft het DB nadere regels opgesteld voor de commerciële activiteiten op de openbare recreatieterreinen van het schap waarvoor ontheffing kan worden verleend en onder welke voorwaarden.
Nadere regels opgesteld voor commerciële activiteiten Type commerciële activiteiten Op de openbare schapsterreinen kan ontheffing worden verleend voor commerciële activiteiten zoals: 1. horeca activiteiten zoals verkoop drankjes, snacks, ijs, patat etc. incl. bezorgservices; 2. hondenuitlaatservices; 3. bijeenkomsten en evenementen. Voorwaarden ontheffingverlening Aan de ontheffingverlening worden minimaal de volgende voorwaarden gesteld: 1. Ontheffing geldt slechts indien door het gebruik maken daarvan de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu niet in gevaar komt. 2. Ontheffing geldt in principe tussen 09.00 uur en 22.00 uur (om geluidsoverlast te voorkomen). 3. Voldaan moet worden aan alle gestelde eisen uit overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 4. De ontheffing dient op verzoek van de met controle op de naleving van de Verordening Plassenschap Loosdrecht belaste personen te kunnen worden getoond. 5. De ontheffinghouder is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat het Plassenschap dan wel derden ten gevolge van het gebruik van de ontheffing schade lijden. 6. Aanwijzingen van politie en de Boa’s van Recreatie Midden-Nederland dienen onmiddellijk te worden opgevolgd. Geen ontheffing Wanneer kan er geen ontheffing van het verbod in art. 10 lid 1 VPL worden verleend? 1.
Indien door het gebruik maken van de gevraagde ontheffing de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Indien ontheffing gevraagd wordt voor tijdstippen tussen 22.00 uur en 09.00 uur. 3. Indien niet voldaan kan worden aan alle gestelde eisen uit overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
4. Financiën N.v.t.
5. Uitvoering Door het vaststellen van de nadere regels in het dagelijks bestuur kunnen de ingediende aanvragen voor nieuwe commerciële activiteiten voor de openbare recreatieterreinen van het schap worden beoordeeld door het Plassenschap. De aanvragen voor nieuwe commerciële activiteiten op het openbare water of de woongebieden rondom de dijken worden voor behandeling doorgestuurd naar de betreffende gemeente.
Pagina 3 van 4
Voorstel aan de Plassenraad Vergadering 28 juni 2021 Agendapunt 6 Onderwerp Wijziging Verordening Plassenschap Loosdrecht (VPL) t.a.v. verbod op verkopen, verhuur, diensten
6. Risico’s N.v.t.
7. Communicatie Na vaststelling wordt de (gewijzigde) regelgeving bekend gemaakt (gepubliceerd) via officiëlebekendmakingen.nl conform de Bekendmakingswet / Wet elektronische publicaties.
8. Vervolg Na vaststelling van de ontwerp wijziging, wordt deze aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten en GS van de deelnemende provincies met het verzoek om binnen 8 weken aan te geven of zij van mening zijn dat de inhoud van de ontwerpwijziging niet binnen het taakgebied van het Plassenschap past. Vervolgens kan de Plassenraad, met inachtneming van de reacties, besluiten om de wijziging al dan niet vast te stellen.
Pagina 4 van 4
1 Geconsolideerde versie Verordening Plassenschap Loosdrecht.pdf
Verordening Plassenschap Loosdrecht
Verordening Plassenschap Loosdrecht Besluit van de Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o. van 21 februari 2018, tot vaststelling van de Verordening Plassenschap Loosdrecht De Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o.; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 27 september 2017; Gelet op de artikelen 51, 54 lid 3 en 57 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Gelet op de artikelen 3, 4 lid 1 sub c en 6 van de Gemeenschappelijke regeling Plassenschap Loosdrecht e.o. 2007; Overwegende dat het wenselijk is dat de bepalingen uit de “Verordening bescherming plassengebied”, de “Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002”, de “Eilandverordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002” en de “Gebruiksregels voor de recreatieterreinen van het Plassenschap Loosdrecht e.o. gelegen in de gemeente Breukelen”, worden samengevoegd in één verordening; Overwegende dat het wenselijk is de huidige regels te actualiseren en zoveel mogelijk te vereenvoudigen ten behoeve van de kenbaarheid en handhaafbaarheid; Besluiten de volgende verordening vast te stellen:
Inhoudsopgave: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Hoofdstuk 2. Regels voor het gebied Hoofdstuk 3. Regels voor openbare recreatieterreinen Hoofdstuk 4. Regels voor openbaar water Hoofdstuk 5. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
1
Verordening Plassenschap Loosdrecht
HOOFDSTUK 1.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - bestuur: het dagelijks bestuur van het Plassenschap Loosdrecht e.o.; - gebied: openbare wateren en openbare recreatieterrein gelegen in het werkgebied van het Plassenschap Loosdrecht e.o., zoals aangegeven op de kaarten A en B behorende bij deze verordening; - vaartuig: ieder voorwerp en elke constructie, gereed of in aanbouw, dat feitelijk wordt gebruikt of zal worden gebruikt of geschikt is of zal zijn om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water, met inbegrip van vaartuigen die tijdelijk of blijvend hun vermogen tot verplaatsing te water hebben verloren, en waaronder in ieder geval wordt verstaan een motorboot, zeilschip, roeiboot, kano, vlot, pont, ponton, waterscooter, jetski, luchtkussenvoertuig, surfplank, kiteboard; - lengte: de grootste lengte van het vaartuig van de romp gemeten van de voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste deel, zonder de eventuele boegspriet, de papegaaistok en het trimvlak; - ligplaats innemen: het voor anker hebben liggen, het gemeerd hebben of op enigerlei wijze met de vaste grond verbonden zijn van een vaartuig; - openbaar water: alle wateren in het gebied die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbaar recreatieterrein: terrein binnen het gebied zoals aangegeven met een kruisarcering op de kaarten A en
B; - openbare aanlegplaatsen: aanlegplaatsen waar ter plaatse met bebording is aangegeven dat op die plaatsen voor een bepaalde periode mag worden afgemeerd; - perceel: een perceel met één kadasternummer; - kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; - straatafval: afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht, zoals proppen papier, plastic bekertjes en blikjes, afkomstig van de zich in het gebied bevindende personen. Artikel 2. Andere verordeningen Voor zover deze verordening voorziet in dezelfde onderwerpen als een of meer bepalingen van een verordening van de gemeente of provincie waarin het terrein of water is gelegen, houden laatstbedoelde bepalingen op te gelden. Artikel 3. Beslistermijn 1. Het bestuur beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuur kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel 4. Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 5. Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
2
Verordening Plassenschap Loosdrecht
Artikel 6. Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. Artikel 7. Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd, indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 8. Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a.
de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; of d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 6 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
HOOFDSTUK 2
REGELS VOOR HET GEBIED
Artikel 9. Schade, hinder, gevaar Het is verboden zich zodanig te gedragen dat daardoor schade, hinder of gevaar ontstaat of kan ontstaan aan of voor openbare eigendommen.
Artikel 10. Afval 1. Het is verboden straatafval achter te laten zonder gebruik te maken van de geplaatste afvalbakken of daartoe bestemde soortgelijke voorwerpen. 2. Het is verboden andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in de geplaatste afvalbakken of soortgelijke voorwerpen.
Artikel 11. Huisvuil Het is voor bewoners en gebruikers van recreatieverblijven en woonschepen die van het openbaar water gebruik moet maken voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, verboden om deze gedurende de maanden mei tot en met oktober, aan een ander dan de vuilnisophaaldienst van het Plassenschap aan te bieden of anders aan te bieden dan in het door het Plassenschap verstrekte inzamelmiddel. Artikel 12. Geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting toestellen of geluidsapparatuur in werking te hebben of handelingen te verrichten waardoor voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het verbod van het eerste lid geldt niet indien een andere overheidsinstantie hiervoor toestemming heeft verleend.
3
Verordening Plassenschap Loosdrecht
HOOFDSTUK 3
REGELS VOOR OPENBARE RECREATIETERREINEN
Artikel 13. Verkoop, verhuur, diensten 1. Het is verboden: a. met een voertuig, vaartuig, kraam, tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben tot tentoonstelling, verkoop of verhuur van waren, goederen of dieren; b. waren, goederen of dieren tentoon te stellen, te verkopen of te verhuren; c. al dan niet tegen betaling diensten aan te bieden; d. overige activiteiten met een commercieel karakter te ontplooien. 2. Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Artikel 14. Toegang, gebruik 1. Het is verboden zich tussen zonsondergang en zonsopgang op de openbare recreatieterreinen te bevinden. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien met een vaartuig ligplaats wordt ingenomen conform het bepaalde in artikel 18 tweede lid. 3. Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. Het is verboden de openbare recreatieterreinen te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het doel waarvoor deze zijn opengesteld. 5. Het is verboden bomen, struiken, planten, houtgewas, en (water)planten te beschadigen of te verwijderen. 6. Het is verboden voertuigen en paarden te parkeren of te stallen op andere dan op de daartoe aangewezen plaatsen en zich daarmee buiten daartoe bestemde wegen of paden te bevinden. Artikel 15. Vuur 1. Het is verboden een open vuur aan te leggen. 2.
Het onder het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op het gebruik van gastoestellen en barbecues. Artikel 16. Kamperen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien met een vaartuig ligplaats wordt ingenomen conform het bepaalde in artikel 18 tweede lid sub d. Het bestuur kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de veiligheid, het voorkomen van schade en overlast en de bescherming van natuur- en landschap. 3. Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Artikel 17. Honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze te laten verblijven of lopen op: a. een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of op het zandstrand inclusief het zwemgedeelte of op een andere door het bestuur aangewezen plaats; b. overige delen van de openbare recreatieterreinen, indien de hond niet is aangelijnd; 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het bestuur als hondenlosloopgebied aangewezen plaatsen. 3. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die: a.
zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
4
Verordening Plassenschap Loosdrecht
4. Degene die zich met een hond op een openbaar recreatieterrein begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 5. Het voorgaande lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
HOOFDSTUK 4
REGELS VOOR OPENBARE WATEREN
Artikel 18. Ligplaats 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen in het openbaar water binnen het op kaart A met een enkele arcering aangegeven gedeelte van het gebied. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet: a. langs de oever van een perceel in particulier eigendom waar een woonschip, woning of recreatiewoning is toegestaan, voor maximaal 2 vaartuigen met een lengte van maximaal 12 meter en 2 open vaartuigen met lengte van maximaal 4 meter en een breedte van maximaal 1,5 meter; b. langs de oever van een perceel in particulier eigendom waar geen woonschip, woning of recreatiewoning is toegestaan tussen zonsopgang en zonsondergang, voor 2 vaartuigen met een lengte van maximaal 12 meter; c. in open water, op plaatsen waar het vaarverkeer niet gehinderd wordt, tussen zonsopgang en zonsondergang; d. op openbare aanlegplaatsen gedurende maximaal 3 opeenvolgende dagen of gedeelten daarvan, mits niet binnen 4 dagen dezelfde ligplaats of een ligplaats binnen 300 meter van de vorige ligplaats wordt ingenomen en mits in één seizoen niet langer dan gedurende 3 weken ligplaats wordt ingenomen op openbare aanlegplaatsen in het gebied.
Het bestuur kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats nadere regels stellen in het belang van de veiligheid, het voorkomen van schade en overlast en de bescherming van natuur- en landschap. 3. Voor vaartuigen waarmee een werk wordt uitgevoerd en waarvoor, indien vereist, van overheidswege schriftelijk toestemming is verleend geldt het verbod in het eerste lid niet zolang dit werk met gebruikmaking van dat vaartuig wordt uitgevoerd. De uitzonderingen van het verbod in het eerste lid zoals genoemd in het tweede lid gelden niet voor vaartuigen die zijn bestemd voor het uitvoeren van werken. 4. Ligplaats innemen dient te geschieden met de lange zijde van het vaartuig langs de oever, tenzij een openbaar aanlegplaats anders afmeren mogelijk maakt. 5. Ligplaats innemen langs oevers dient te gebeuren minimaal 1 meter uit een rietkraag en zodanig dat geen schade wordt of kan worden toegebracht aan rietkragen en/of oevers. 6. Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Artikel 19. Voorwerpen in of boven water 1. Het is verboden om: a. in of boven het water, palen, balken of drijvende voorwerpen geen vaartuig en geen bouwwerk zijnde te plaatsen of te hebben; b.
in, onder, op of boven het water touwen, kettingen, netten, metalen draden of kabels, voor zover deze niet gebruikt worden tot het meren of slepen van vaartuigen, te leggen, te spannen of te hebben. 2. Het bestuur kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid gestelde verboden. Artikel 20. Doorvaart Het is verboden om op enigerlei wijze de vrije doorvaart te belemmeren, volledig te blokkeren of hinderlijk te versmallen. Artikel 21. IJsvorming Bij ijsvorming is het, na bekendmaking door het bestuur, tot wederopzegging verboden in het gebied te varen.
5
Verordening Plassenschap Loosdrecht
HOOFDSTUK 5
STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 22. Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van tweede categorie. Artikel 23. Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het bestuur aan te wijzen toezichthouders. 2. Onverminderd het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. Artikel 24. Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordeningen genoemd in artikel 26, die golden tot het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Aanvragen om vergunning en ontheffing die zijn ingediend bij het bestuur voor het in werking treden deze verordening en waarop nog niet is beslist, worden geacht aanvragen op grond van deze verordening te zijn. Artikel 25. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 april 2018. Artikel 26. Intrekking oude verordeningen en regels De hierna volgende verordeningen en regels worden ingetrokken: Verordening Bescherming Plassengebied; Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o.
2002; Eilandverordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002; Gebruiksregels voor de recreatieterreinen van het Plassenschap Loosdrecht e.o. gelegen in de gemeente Breukelen. Artikel 27. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Plassenschap Loosdrecht.
BIJLAGEN: Kaarten A en B, behorende bij deze verordening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o. van 21 februari 2018. 1e wijziging d.d. 12.12.2019 2e wijziging d.d. 28.06.2021 Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o.
voorzitter,
secretaris,
6
1 Toelichting Verordening Plassenschap Loosdrecht.pdf
Toelichting Verordening Plassenschap Loosdrecht
Toelichting Verordening Plassenschap Loosdrecht ALGEMENE TOELICHTING In de Verordening Plassenschap Loosdrecht (hierna: de verordening) worden de regels uit de volgende regelingen samengevoegd: Verordening bescherming plassengebied, Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002, Eilandverordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002 en Gebruiksregels voor de recreatieterreinen van het Plassenschap Loosdrecht e.o. gelegen in Breukelen. De Woonschepenverordening blijft naast deze verordening voorlopig gelden. Deze wordt niet samengevoegd, omdat de woonschepentaak voor het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht bij deze gemeente ligt en voor het grondgebied van de gemeente Wijdemeren op korte termijn bij deze gemeente komt te liggen. De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling Plassenschap Loosdrecht e.o. (hierna: het Plassenschap) hebben aan het Plassenschap de bevoegdheid overgedragen tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften binnen het werkgebied. Deze regels dienen de belangen van de recreatie en de bescherming van natuur en landschap te betreffen (art. 4 lid 2 Gemeenschappelijke Regeling Plassenschap Loosdrecht e.o.).
Het uitgangspunt bij het opstellen van de verordening is dat over onderwerpen waarover bepalingen bestaan in gemeentelijke of provinciale verordening geen regels worden opgenomen, tenzij de BOA’s van het Plassenschap op deze regels zelf moeten kunnen handhaven of voor het plassengebied andere specifieke regels nodig zijn. Een tweede uitgangspunt bij het opstellen van de verordening is om niet meer regels op te nemen dan noodzakelijk. Daarnaast zijn de regels geactualiseerd en zoveel mogelijk vereenvoudigd, om de voorlichting aan de gebruikers van het gebied te vergemakkelijken en de handhaving te verbeteren. In de verordening wordt de indeling en de volgorde van de artikelen gevolgd uit de model-APV. Voor opzet van de verbodsartikelen wordt eveneens de model-APV gevolgd, waarbij eerst het verbod wordt omschreven, waarna indien van toepassing algemene uitzonderingen volgen en eventueel een ontheffingsmogelijkheid. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 1.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsbepalingen Gebied Het gebied waar deze verordening van toepassing is betreft alle openbare wateren en terreinen die zijn gelegen in het werkgebied van het Plassenschap, zoals dat op de kaarten A en B bij de verordening is aangegeven. Openbaar water Een 'openbaar water” in de zin van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is ieder water, dat open staat voor het publiek. “Openbaar” is hier synoniem aan “feitelijk voor het publiek toegankelijk”. Het is niet toegestaan openbaar water af te sluiten, zodat het niet langer toegankelijk is. Openbare aanlegplaatsen In de Eilandverordening waren openbare aanlegplaatsen op kaarten aangegeven. Het is voor de recreant duidelijker en praktisch beter uitvoerbaar als de openbare aanlegplaatsen ter plaatse met bebording worden aangegeven. Artikel 2. Andere verordeningen In dit artikel wordt bepaald dat als de verordening voorziet in dezelfde onderwerpen als een
1
Toelichting Verordening Plassenschap Loosdrecht
verordening van de gemeente of provincie, deze laatste bepalingen ophouden te gelden. Dit is conform artikel 54 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarin wordt bepaald dat voor zover de verordening voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende gemeente of provincie, eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding regelt en kan bepalen dat de verordening van de gemeente of provincie voor het gehele gebied of voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden. Artikel 3. Beslistermijn Deze termijn is in overeenstemming gebracht met de termijn van 8 weken uit de model-APV. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht wordt gesteld. De positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen is niet van toepassing: § 4.1.3.3. van de Awb over de positieve fictieve beschikking is alleen van toepassing indien dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. Artikel 6. Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De in het eerste lid genoemde intrekkings- en wijzigingsgronden hebben een facultatief karakter (“kan”). Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of wijziging wordt overgegaan. Zo zal niet iedere niet-nakoming van vergunningsvoorschriften leiden tot intrekking van de vergunning.
Met name het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel beperken nogal eens de bevoegdheid tot wijziging en intrekking. Als het bestuur overweegt om de vergunning of ontheffing in te trekken of te wijzigen, dient het de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun bedenkingen in te dienen. Artikel 7. Termijnen Eerste lid: Dat de vergunning of ontheffing in beginsel voor onbepaalde tijd geldt, vloeit mede voort uit artikel 11 van de Dienstenrichtlijn. Dat artikel stelt dat vergunningen geen beperkte geldingsduur mogen hebben, tenzij: a. de vergunning automatisch wordt verlengd of alleen afhankelijk is van de voortdurende vervulling van de voorwaarden; b. het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door een dwingende reden van algemeen belang; c. een beperkte duur gerechtvaardigd is om een dwingende reden van algemeen belang. Sommige vergunningen lenen zich uit de aard alleen voor verlening voor bepaalde tijd. Wanneer het aantal vergunningen beperkt is, mag de markt niet gesloten blijven voor nieuwe aanbieders omdat de bestaande aanbieders voor onbepaalde tijd alle beschikbare vergunningen in handen hebben. In dat geval moet geregeld een transparante en onpartijdige “herverdeling” van de schaarse vergunningen worden georganiseerd.
Tweede lid: Uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 02-11-2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927) blijkt dat voor onbepaalde tijd verleende vergunningen zich niet altijd verdragen met het formele gelijkheidsbeginsel. Bij schaarse vergunningen (meer aanvragers dan beschikbare vergunningen) kan immers het gevolg zijn dat de markt voor nieuwe aanbieders feitelijk ontoegankelijk wordt. Met dit tweede lid wordt duidelijk gemaakt dat onbepaalde tijd en schaarse vergunningen zich niet met elkaar verdragen. In dat geval moet een transparante en onpartijdige “herverdeling” van de schaarse vergunningen worden georganiseerd. Artikel 8. Weigeringsgronden Onder bescherming van het milieu vallen alle soorten van overlast die gerelateerd zijn aan de omgeving/het milieu, zoals geluidsoverlast, geurhinder, afval e.d. HOOFDSTUK 2
REGELS VOOR HET GEBIED
Artikel 10. Afval In de begripsomschrijving wordt aangegeven wat onder straatafval wordt verstaan. Het achterlaten van andere soorten afval zoals bedrijfsafval kan worden gehandhaafd op grond van de Wet milieubeheer.
2
Toelichting Verordening Plassenschap Loosdrecht
Artikel 11. Huisvuil Dit artikel heeft als doel ervoor te zorgen dat de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door het Plassenschap wordt uitgevoerd namens de gemeente. HOOFDSTUK 3
REGELS VOOR OPENBARE RECREATIETERREINEN
Artikel 13. Verkopen, verhuur, diensten In de nadere regels kan het dagelijks bestuur bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden ontheffing kan worden verleend van het verbod. Artikel 15. Vuur Onder open vuur worden ook vuurkorven verstaan. Met het verbod wordt beoogd schade aan de terreinen te voorkomen. Artikel 16. Kamperen Dit artikel geldt voor openbare terreinen. Er geldt een algemene uitzondering op het kampeerverbod gedurende de periode dat op openbare aanlegplaatsen wordt afgemeerd, wat op grond van het bestemmingsplan incidenteel ook is toegestaan in het kampeerseizoen. Hiervoor kunnen nadere regels worden gesteld. Artikel 17. Honden In dit artikel wordt bepaald dat honden niet zijn toegestaan op kinderspeelplaatsen en zandstranden en eveneens niet op andere plaatsen die door het bestuur is aangewezen. Op alle andere openbare recreatieterreinen zijn honden toegestaan als ze zijn aangelijnd. Het bestuur kan terreinen aanwijzen waar honden los mogen lopen. Het verbod geldt niet voor hulphonden. HOOFDSTUK 4
REGELS VOOR OPENBARE WATEREN
Artikel 18. Ligplaats De begripsbepaling voor ligplaats innemen geeft aan dat hieronder wordt verstaan het voor anker hebben liggen, gemeerd hebben of op andere wijze met de vaste grond verbonden zijn van een vaartuig. Er geldt een ligplaatsverbod op alle openbare wateren in het gebied dat op kaart A met een enkele arcering is aangegeven. Buiten het verbod vallen de 300-meter strook in de Noordelijke Kievitsbuurt, recreatiecentrum Mijnden (behalve de Westelijke Drecht), de positief bestemde jachthavens en een zone langs de lintbebouwing in het plassengebied. In het tweede lid zijn uitzonderingen opgesomd waarin het ligplaatsverbod niet geldt. Bij de uitzonderingen in sub a en b wordt in de verordening niet meer opgenomen dat alleen de rechthebbende ligplaats mag hebben aan zijn eigendom, zoals in de Verordening Bescherming Plassengebied was bepaald. Om privaatrechtelijke redenen mag al niet worden aangemeerd aan andermans eigendom zonder toestemming van de eigenaar. Voor het Plassenschap is slechts van belang dat het aantal boten dat wordt afgemeerd is gemaximeerd om landschappelijke redenen. Met de zinsnede “waar een woonschip, woning of recreatiewoning is toegestaan” wordt bedoeld dat het vigerende bestemmingsplan of de Woonschepenverordening dit toestaat.
In de verordening wordt het innemen van ligplaats met kleine open bootjes na zonsondergang om landschappelijke redenen alleen nog toegestaan indien dit valt onder een uitzondering op het verbod als genoemd onder sub a of d. Aan sub d is ten opzichte van de oude regeling toegevoegd dat niet langer dan 3 weken achtereen op openbare ligplaatsen in het gebied ligplaats mag worden ingenomen.
3
Legenda GR-grens Kaart A
1 Kaart A.pdf
Ligplaatsverbod art. 18
Bezoekadres Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
11 km km
Postadres Postbus 8058 3503 RB Utrecht
Legenda GR-grens Kaart B
1 Kaart B.pdf
Bezoekadres Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
400 m 400 m
Postadres Postbus 8058 3503 RB Utrecht
5 Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Passiebloemweg, Vleuterweide 1 Dossier 1992 voorblad.pdf
Commissie Stad en Ruimte Dossiernummer
1992
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
9 september 2021
Agendapunt
5
Omschrijving
Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Passiebloemweg, Vleuterweide
ID
2151
Behandelend ambtenaar
Jantien van den Heuvel
Telefoon
030 - 28 64625
j.van.den.heuvel@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering Thema
Ruimtelijke ordening
Portefeuillehouder
Wethouder Verschuure
Beleidsveld
Ruimtelijke Ontwikkeling
Referendabel
Nee
Raadsadviseur (lijst) Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Stad en Ruimte