CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 23 februari 2023, gemeente Utrecht50.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat de rol van de raad groter is dan sommige van de oppositiepartijen die nu maken. De heer Van Steeg (CDA) verwacht inderdaad dat de raad de ruimte neemt die er is. Hij constateert dat op sommige onderwerpen de coalitie de oppositie die ruimte niet laat. De heer Van der Zweth (PvdA) verneemt desgevraagd van de heer Van Steeg (CDA) dat op sommige punten de coalitiepartijen de ruimte om zaken aan te scherpen niet laten doordat zij het onderling eens zijn; dan is zijns inziens die ruimte ook niet te nemen.

Pagina 14 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

680

690

700

710

720

Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of de heer Van Steeg het soms lastig vond om een goed debat te kunnen voeren vanwege het hebben van minder informatie dan de coalitiepartijen. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de brief van het college over de uitvoering van het collegeakkoord en de analyse van de Rekenkamer hem bevestigen dat het nog onduidelijk is hoe de uitvoering van het Coalitieakkoord vorm zal krijgen. Dat zou wat hem betreft nadrukkelijk terug moeten komen in de Voorjaarsnota en in de Programmabegroting. Mevrouw Ramaker (VVD) kreeg de indruk dat zaken waren afgestemd bij de bespreking van de programmabegroting waardoor de oppositiepartijen op achterstand stonden. Zij vraagt hoe de heer Van Steeg dat ziet. De heer Van Steeg (CDA) aanvaardt dat sommige dingen afgestemd zijn. Zijn fractie heeft ook een tegenbegroting gemaakt; daarbij was te zien hoe lastig het was om inzicht te krijgen in waar de ruimte zit om door de oppositie wijzigingen aan te brengen. Dat is voor hem een andere discussie. Dat kan wat hem betreft beter en is ingewikkeld. Zijn fractie wil graag dat de plannen weer terugkomen in de programmabegroting en dan veel concreter; zoals de Rekenkamer aangeeft. Hij betreurt het dat het college een voorbehoud maakt bij alle voorstellen die het naar de raad stuurt: dat er een arbeidsmarktprobleem is en dat dat kan leiden tot problemen in de uitvoering.

De vraag is dan voor welke plannen dat consequenties heeft. Hij merkt op dat alle belastingen die aangekondigd zijn, ingevoerd zijn. Hij zou verwachten dat zaken die leiden tot een onderbesteding op de lange termijn gesteld worden wanneer die te maken hebben met een gebrek aan uitvoeringskracht. Hij vraagt het college of dat een optie kan zijn. Hij wil voorkomen dat het stadsbestuur een slecht verhaal heeft richting de burgers. Het zou behulpzaam zijn wanneer de brief die de raad heeft ontvangen verder uitgewerkt wordt en veel meer gefocust op het Coalitieakkoord en de uitvoering daarvan. Dat kan in de programmabegroting. Hij verwacht dat die aanscherping komt op basis van de adviezen van de Rekenkamer en dat het college dit ter hand wil nemen bij de komende programmabegroting. De niet-agenderende partijen De heer Van der Zweth (PvdA) dankt de Rekenkamer voor zijn brief over het Akkoord en het college voor de Uitvoeringsplanning. Hij benadrukt dat het wat zijn fractie betreft het Coalitieakkoord een politiek document is; het is geen beleidsstuk. Dat vindt hij in de brief en in het debat ontbreken. Dat zou anders gewogen kunnen worden. Hij herhaalt zijn standpunt over de ruimte die raad heeft omdat niet alles is dichtgetimmerd.

De heer Van Steeg (CDA) vindt dat de heer Van der Zweth gemakkelijk voorbijgaat aan wat de Rekenkamer zegt; in het Coalitieakkoord staat een aantal voorstellen wat hem betreft die vrij klein zijn waarvan de uitvoering op dit moment onduidelijk is. Hij vraagt of de heer Van der Zweth dat met hem deelt. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt bevestigend. In het kader van de Financiën wil hij graag de koppeling duidelijker hebben bij de Voorjaarsnota en bij de Programmabegroting en veel liever ook bij de raadsvoorstellen: wat die in financieel opzicht betekenen, hoe het samenhangt met het Coalitieakkoord, hoe het later weer terugkomt bij de P&C-cyclus. Hij is benieuwd te vernemen hoe de wethouder Financiën daarmee aan de slag gaat.

Pagina 15 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

Richting de heer Van Steeg bevestigt hij dat er punten staan in het Coalitieakkoord die de raad heel serieus moet nemen en dat planning en zicht op de beleidsstukken en de financiën en de P&C-cyclus goed moeten doorwerken en dat de raad aan het stuur zit. Hij stipt aan dat de Rekenkamer zegt dat er onvoldoende meegroei is met de groei van de stad. Wat hem betreft moet in dat opzicht er een been bijgetrokken worden. 730

740

750

760

770

Mevrouw Kendir (Student & Starter) leest goede aanbevelingen in de brief van de Rekenkamer die de uitvoering van het Coalitieakkoord kunnen versterken. Eén punt heeft de aandacht van haar fractie zoals ook aangestipt door de PvdA, namelijk dat werd aangegeven in het Overdrachtsdossier dat de organisatie op veel plekken onvoldoende meegroeit met de groei van de stad en dat in de afgelopen jaren veel ambities zijn geformuleerd zonder dat daarvoor structureel mensen en middelen zijn geregeld. In de brief van de Rekenkamer las zij dat die aandachtspunten niet waren meegenomen in het Coalitieakkoord. Ze noemt in dit verband de aandacht die uitgaat van haar fractie naar de middelen uit het investeringspakket “Groei in balans”. Zij kijkt uit naar de uitwerking van de aanbevelingen van de Rekenkamer. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) herkent het beeld uit de Rekenkamerbrief dat overkoepelende en afrekenbare doelen ontbreken in het Coalitieakkoord. Dat is wat zijn fractie betreft goed te zien bij het klimaat; dat heeft zijn fractie ook ingebracht bij het debat over het Coalitieakkoord: de overkoepelende ambitie klimaatneutraal is geschrapt. Er zijn nu ambities en doelen die naast elkaar uitgewerkt worden; het is niet te controleren daarbij hoe die parallelle ambities bij elkaar optellen aan CO2-reductie.

Hij noemt het woord “onnavolgbaar” zoals gebruikt door de Rekenkamer; hij herkent dat. Los van het debat heeft hij een aanvullende vraag over de planning op hoofdlijnen: wil de raad het werk van het college goed kunnen controleren, is daarvoor een bepaalde kwaliteit nodig. Daarover heeft hij zojuist gesproken. Ook een bepaalde kwantiteit. Het aantal voorstellen uit het college is op dit moment vrij laag. Hij vreest een oncontroleerbare lawine aan raadsvoorstellen en stukken. Hij vraagt hoe het college gaat voorkomen dat de raad daadwerkelijk gaat ondersneeuwen waardoor de raad niet meer in staat is zijn controlerende werk te doen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het goed dit debat te voeren. Ook hij pleit voor concretere doelen. Des de concreter de doelen des te beter de uitvoering en de Verantwoording daarover. Hij dankt VOLT voor diens uitgebreide bijdragen daarover. Tegelijkertijd is in het debat te zien hoe ingewikkeld het is. Het trekt graag als ChristenUnie zelf de lessen. Het Coalitieakkoord is niet altijd concreet en daarmee stuurbaar en controleerbaar. Hij herkent daarin zijn eigen rol als onderhandelende partij. Hij dankt de Rekenkamer voor het onderzoek. Hij vernam dat het college heeft aangegeven hiermee geholpen te zijn. Hij is benieuwd naar de concrete uitwerking daarvan.

Wat hem betreft is een goede stap gezet door aan de slag te gaan met de uitvoeringsbrief en een planning op hoofdlijnen. Hij blijft het college oproepen in de voorstellen richting de raad zo concreet mogelijk te zijn over de stappen die gezet gaan worden in het kader van het Coalitieakkoord.

Pagina 16 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

780

790

Mevrouw Ramaker (VVD) werd getriggerd door de zinsnede “Hij herkent daarin zijn eigen rol als onderhandelende partij”. Zij vraagt of de ChristenUnie daarmee zegt dat tijdens de onderhandelingen discussie is gevoerd over de meetbaarheid van de doelen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt daarmee daarin de verantwoordelijkheid te willen nemen als onderhandelende partij. Hij ziet dat er doelen zijn in het Coalitieakkoord die niet concreet zijn. Hij vindt het goede aan het debat dat de raad ook aan zet is om de doelen gezamenlijk concreet te maken. Het is ook niet aan de coalitiepartijen om alles dicht te timmeren en gezamenlijk te bedenken hoe dit te doen in de komende vier jaar. De raad moet dat wat hem betreft gezamenlijk doen. Tegelijkertijd ziet hij dat daarin ook andere manieren te vinden zijn. Een Coalitieakkoord kan ook meer tot stand komen samen met de stad, met de oppositiepartijen. Daarover is altijd te spreken wat hem betreft. De onderhandelende partijen moeten dan ook naar zichzelf kijken en ook de raad over een paar jaar wanneer het bestuur weer op dat punt staat. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of dit onderwerp van gesprek was tijdens de coalitieonderhandelingen: hoe de doelen te bereiken? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt bevestigend. Hij vindt het altijd goed daarover te spreken.

Hij roept het college op om in de voorstellen die richting de raad komen en die een uitwerking zijn van het Coalitieakkoord zo concreet mogelijk te zijn over te stappen die gezet worden. Het is aan de raad om daarover scherp te zijn en te blijven. De raadsleden en het college zijn gezamenlijk aan zet om concrete invulling te geven aan de doelen. Hiermee rondt hij zijn bijdrage af. De voorzitter schorst de vergadering enkele minuten en hervat die voor de beantwoording.

800

810

820

De beantwoording Wethouder Schilderman merkt op dat door dit debat heen drie thema’s spelen. De eerste gaat over de rol van de gemeenteraad. Het is aan de raad om het gesprek daarover te voeren. Daarnaast heeft de wethouder veel gehoord over wat het college het proces van sturen en verantwoorden heeft genoemd. In het verleden heeft deze raad ook verschillende moties ingediend in dat kader; dat die afwegingen helderder moeten worden, ook in de begroting. Dat wordt momenteel uitgewerkt. Dat was ook de aanleiding om het op te nemen in het Coalitieakkoord, dat het juist een onderwerp is waaraan gewerkt wordt. Dat vindt nu ook plaats. Dat vindt ook plaats in de adviescommissie. De procesbrief daarover wordt vanmiddag besproken. De uitgangspuntenbrief over hoe daaraan invulling te geven, wordt in de volgende commissievergadering besproken zo besloot de commissie zojuist. Het college verwacht die brief in de tweede week van februari naar de raad toe te sturen. Het raadsvoorstel daarvoor komt in het voorjaar. Veel van de onderwerpen gaan over de vraag wat navolgbaar is, hoe worden doelen opgesteld, hoe ervoor te zorgen dat wat in de beleidcyclus wordt besproken in de begroting terugkomt. Aan die onderwerpen wordt gewerkt; in dat kader was het voorstel om dat te bespreken. Ten derde ging het over de uitvoering van het Coalitieakkoord.

Zoals het college heeft toegezegd, maakte het college een uitvoeringsplanning op hoofdlijnen. Het college zal de verdere navolgbaarheid van de uitvoering van het Coalitieakkoord terug laten komen in de Voorjaarsnota en in de programmabegroting. Pagina 17 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

830

840

850

860

Mevrouw Bode (VOLT) vindt het fijn dat er stappen gezet gaan worden. Haar fractie kijkt er naar uit. VOLT heeft ook gesproken over keuzes die mogelijk gemaakt moeten worden. Zojuist werd specifiek de krapte op de arbeidsmarkt genoemd dat het effect op de plannen. Zij vraagt het college of dat expliciet terug gaat komen. Wethouder Schilderman antwoordt daarop terug te zullen komen. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de Rekenkamer zegt dat dit een opsomming is van de raadsvoorstellen voor de komende jaren; hij vraagt in hoeverre dit een uitvoering is van het Coalitieakkoord. Wethouder Schilderman merkt op dat in de bespreking hiervan in de raad naar voren kwam dat de behoefte bestond om voor de programmabegroting in het kader van de vraag op welk niveau uitvoering hiervan gewenst is. In de raad werd het gesprek gevoerd over op welke termijn de raad welk inzicht wilde. Daarin kwam naar voren dat de behoefte bestond om voor de programmabegroting waarin het Coalitieakkoord definitief in de financiële stukken verwerkt zal worden, een overzicht op hoofdlijnen zou komen; dat was haalbaar binnen die termijn. Dat is wat de commissie nu terugziet in de brief, namelijk de hoofdlijnen en de planning daarvan op hoofdlijnen. De verdere uitwerking van het Coalitieakkoord komt terug in de begrotings- en verantwoordingsstukken bij de Voorjaarsnota en bij de Programmabegroting.

Dan zal dit iets uitgebreider terugkomen. De onderwerpen in het Coalitieakkoord landen ultiem in de raadsvoorstellen; daar ligt de echte uitvoering van de gestelde ambities. Het Coalitieakkoord is daarvan één. Het college voert veel meer uit dan alleen dat akkoord. Het college voert ook alle gewone taken uit. Alle zaken die in de raad worden aangenomen ook. VOLT vroeg hoe het college beoordeelt of iets voldoende bijdraagt. Het college maakt in eerste instantie die afweging. Dat doet het college aan de hand van meerdere criteria, niet alleen door indicatoren. Dat is daarvan wel een onderdeel. Dat kan slechts een deel van de werkelijkheid vangen. Het college kijkt daarbij ook naar signalen vanuit de stad, gesprekken van bewoners, van instellingen of van bedrijven. Vaak is het meetbare effect niet alleen het vervolg van wat de gemeente doet. Daarover voerde de wethouder al eerder een discussie in relatie tot de economie. Dit is een wijze waarop het college dit meet. Dat neemt niet weg dat uiteindelijk de raad met een kaderstellende rol aangeeft of hij van mening is dat een raadsvoorstel voldoende bijdraagt aan de doelstellingen. Vervolgens meet de raad het ook. Mevrouw Bode (VOLT) vraagt hoe wordt afgewogen of dat wat gedaan wordt het juiste is om te doen. Het bestuur zou ook iets anders kunnen doen.

Wethouder Schilderman licht toe dat dat bijvoorbeeld plaatsvindt in de Verantwoording. Heel veel onderdelen van beleid worden altijd geëvalueerd, vaak spreekt de raad daarover op een moment waarop de raad een raadsvoorstel vaststelt, en wordt afgesproken op welke termijn die afweging plaatsvindt. Dat vindt zowel plaats in de beleidscyclus als in de financiële bij de Verantwoording van dat jaar. VOLT vroeg naar de uitvoering. En specifiek met de vraag naar de criteria om ergens mee te stoppen en een visie op waarop mensen in te zetten zijn. Beide vragen gaan volgens de wethouder over hoe goed gezamenlijk te kunnen prioriteren, hoe wordt bepaald dat mensen en middelen effectief worden ingezet. Dat is de worsteling die in deze zaal gemaakt wordt. Te zien is dat op sommige onderdelen dit explicieter te maken is; dat is een van de onderdelen die het college terugneemt in Sturen en Verantwoorden; dat het college duidelijker is over de financiële en personele implicaties en dat de raad dat navolgbaar terug kan vinden in de begroting daarvan. Daarbij tekent de wethouder aan dat de wereld niet ultiem vormbaar is door alleen de Pagina 18 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

870

880

890

900

910

gemeente. Een absolute effectmeting van het beleid is in die zin altijd een uitdaging, tenzij dat de doelstelling op veel lager niveau wordt gesteld; alleen een resultaatdoelstelling is expliciet te meten. Of het het effect heeft gehad is veel lastiger te meten. Dat is bij uitstek het gesprek dat hier gevoerd wordt: neemt het bestuur nog steeds de juiste maatregelen? Meting is dan een mogelijkheid maar het gaat ook om politieke keuzes; vindt de raad dat iets werkt of iets prettig is. Dat gesprek voert de raad hier. VOLT vroeg of het college bereid is de consequenties te laten zien van wat de raad het college vraagt. Dat is expliciet de bedoeling van het college; het college geeft de effecten weer bij bijvoorbeeld amendementen en moties. Daarop is een advies gebaseerd. Daarnaast is de raad bezig met een initiatief om meer na te denken over de financiële consequenties van voorstellen van de raad beter in kaart te brengen. De wethouder kijkt erg uit naar dat stuk en zal dat ook voortvarend oppakken. Mevrouw Bode (VOLT) weet van het advies op moties en amendementen. Zij merkt op dat er consequenties kunnen zijn die op dat moment dan nog niet inzichtelijk zijn omdat er extra mensen nodig zijn die ergens anders vandaan gehaald moeten worden. Zij krijgt daarop graag een antwoord.

Wethouder Schilderman antwoordt dat dat zoveel mogelijk bij moties en amendementen wordt aangegeven of er de capaciteit is om een bepaald iets uit te voeren. De raad hoort regelmatig terug van het college wanneer de capaciteit een probleem is. Dat is ook terug te zien in de begroting. Dan is een beperkt aantal maatregelen in het volgende jaar te nemen. Niet alle projecten die gewenst zijn, zijn direct uit te voeren. Dat is bij uitstek het gesprek rondom het MPR: welke projecten die nu gefinancierd worden, worden nu uitgevoerd en de personele capaciteit is daarvan één. De VVD wilde inzicht krijgen in de structurele consequenties van een programma. Bij het opstellen van een programma, dienen de structurele consequenties en de financiële dekking inzichtelijk gemaakt te worden. Zij deelt met mevrouw Ramaker dat het wat explicieter naar voren zou kunnen komen bij de raadsvoorstellen van het college. Het college ziet dit als een punt waarop het verder gaat verbeteren. Het lijkt haar goed om daarop terug te komen in het kader van Sturen en Verantwoorden. De VVD vroeg bij raadsvoorstellen expliciet en duidelijker de juridische, financiële en personele consequenties aan te geven. Het college probeert dat vaak met argumenten in een raadsvoorstel aan te geven. Dat zou in sommige gevallen net iets explicieter te maken zijn.

Het proces van sturen en verantwoorden zal niet enkel gaan over hoe de begroting eruit ziet. Het college kan bij de raadsvoorstellen soms net iets scherper zijn; daaraan wordt gewerkt. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de wethouder bedoelt dat het college de zoektocht ingaat hoe scherper is neer te zetten dat de schaarse middelen bepalen wat te doen is. Wethouder Schilderman merkt op dat de PvdA expliciet ook vraagt naar de personele kant ervan. Zij bevestigt dat dat een van de zaken is waar het nu krap is. Zij deelt dat het college dat inzichtelijker kan maken en dat het prioriteit heeft om dat te doen. Zij weet niet zeker of zij hem boven juridisch zou stellen omdat ook zij recentelijk heeft ervaren dat dat op bepaalde onderdelen net iets scherper kan. Daarbij is het soms nog wel zoeken met hoeveel personeel de organisatie het per se moet doen. Dat is vaak ook afhankelijk van de specifieke uitvoering van een bepaald voorstel. Zij wil niet de verwachting wekken hierover te kunnen delibereren op fte niveau.

Pagina 19 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

920

930

940

950

960

Mevrouw Ramaker (VVD) benadrukt het punt te willen maken dat wat de staf aan werk doet explicieter in de raadsvoorstellen en brieven naar voren te laten komen. In die zin dankt zij de wethouder voor het antwoord. Wethouder Schilderman vervolgt haar beantwoording met in te gaan op de inbreng van EenUtrecht die inging op ambities en doelen stellen en in welke mate die SMART zijn. De wethouder bevestigt dat er verschil is tussen ambitie en specifieke doelstelling; de ambitie heeft vaak betrekking op een veel langere termijn, waarvoor mogelijk ook de middelen er niet zijn en waarvoor de methode nog niet bedacht is, en de doelstelling is veel specifieker het beleid dat de raad vaststelt en naar aanleiding waarvan de raad ook middelen allorceert om iets te doen. Dit zal ook expliciet naar voren komen in de beleidscyclus. Wanneer de raad een raadsvoorstel vaststelt, moet de visie waarnaar gestreefd wordt heel duidelijk zijn: de meer abstractere lange termijnbeweging en wat de doelstelling is die specifiek voorgesteld wordt op basis waarvan specifieke maatregelen genomen moeten worden. Daarbij geldt wel dat het Coalitieakkoord vooral de ambitie weergeeft en iets minder de specifieke doelstelling. De doelstellingen ziet de raad terug in de bijbehorende raadsvoorstellen.

Zij beschouwt de inbreng van EenUtrecht als een aanmoediging voor het college om daarin explicieter te zijn: wat is een ambitie en wat is een doelstelling? Bij een doelstelling is dan explicieter te maken welke maatregelen daarbij horen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder erkent dat het soms beetje door elkaar heen loopt: is het een cijfer, een doelstelling of een ambitie? Hij stelt zich voor dat er dan twee soorten cijfers te geven zijn: het cijfer van een na te streven ambitie en het cijfer van de doelstelling. Wethouder Schilderman deelt met EenUtrecht dat het iets helderder zou moeten zijn. Zij weet niet zeker of het verstandig is om daar twee getallen aan te hangen. De begroting is een jaarstuk. Zij aarzelt of de ambities ook in die stukken opgenomen moeten worden. Zij stelt voor hierover door te praten in het kader van Sturen en Verantwoorden. De vraag is dan wat de consequentie is van welk niveau van rapportage en wat de verwachting is en wat daarna gaat gebeuren. De heer Dijkstra (EenUtrecht) gaat vaak na wat de burger ervan vindt en wat het bestuur heeft gedaan. Bekend is dat in de programmabegroting en soms ook in het Coalitieakkoord daaraan kwalificaties worden gegeven. Hij vraagt specifiekere duiding als het gaat om cijfers over tevredenheid. Bijvoorbeeld binnen twee jaar van een 6 op een 7 willen uitkomen.

Wethouder Schilderman verwacht dat het heel lastig is hierover uitspraken te doen in zijn algemeenheid over alle onderwerpen waarover de gemeente gaat. Zij stelt daar ernstige vraagtekens bij of alles wat de gemeente doet door die mal kan gaan. De wethouder geeft de voorkeur aan het niveau van doelstellingen. Anders zouden de maatregelen en de ambities ver uit elkaar gaan staan EenUtrecht begon over een stuk over de ruimtelijke strategie en stelde de vraag wat te doen wanneer twee doelen strijdig zijn met elkaar. Uit de ambities komen vaak meerdere doelen. Er zijn gevallen waarin die tegenstrijdig kunnen uitwerken. Juist wanneer het gaat over ruimtelijk, deed de RSU een poging daarop het antwoord te geven, namelijk dat daar verschillende doelstellingen zijn en dat dat met de barcode steeds inzichtelijker gemaakt wordt. Dat is ook terug te zien in de specifieke gebieden waar ook hierop een afweging ligt in welke mate de raad daarin een bepaalde ontwikkeling wil toestaan en in welke mate de raad een bepaald doel wil nastreven.

Pagina 20 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

970

980

990

1000

1010

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of het college inziet kien te moeten zijn op doelen die elkaar uitsluiten. Die zouden niet naast elkaar moeten bestaan. Wethouder Schilderman denkt dat hier een paar zaken door elkaar heen lopen: enerzijds de overtuiging of zaken samen kunnen gaan of niet. Ze kan zich voorstellen dat daarin een verschil van inzicht zit en in welke mate bepaalde zaken samen kunnen gaan. In heel veel beleidsstukken die de raad vaststelt wordt richting gegeven aan hoe dergelijke keuzes gemaakt moeten worden. Er bestaan meerdere ambities waaruit meerdere doelen volgen. Grond is uiteindelijk beperkt. Dat betekent dat daarop een specifieke afweging gemaakt moet worden. Het college gebruikt in de voorbereiding alle kaders die de raad heeft vastgesteld om te komen tot een voorstel. De raad bepaalt of het geslaagd is of niet. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt vast dat zijn punt niet bij het college aankomt. Hij stelt voor het gesprek over de barcode als voorbeeld te benutten om na te gaan waar het conflict zit en dan te proberen nog conclusies te trekken. Hij had gehoopt dat het college kritischer zou kijken naar tegenstrijdige doelen die samen worden genomen. Hij hoort dat niet terug en hij betreurt dat. Wethouder Schilderman merkt op dat ultimo de raad bepaalt of de raad van mening is dat de keuzes uiteindelijk goed gemaakt worden.

Het college doet daarvoor een voorstel. De kwaliteit van het gesprek laat zij over aan het oordeel van de raad. Het idee is dat het college op hoofdlijnen inzicht wil geven in de voortgang in de begroting. De concrete uitwerking en kosten blijven beleid en raadsvoorstellen. Die moeten terugkomen via de reguliere cyclus. Daarmee komt zij ook weer terug in de begroting en in de jaarrekening. De inzet is niet het Coalitieakkoord los te zingen van de begroting. Het college gebruikt het Coalitieakkoord als inzet voor alle raadsvoorstellen die het college de raad doet toekomen. Die zullen uiteindelijk allemaal moeten landen in de begroting. De wethouder zegt toe hierover bij de raad terug te komen bij de bespreking van deze stukken. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de Rekenkamer concreet is in zijn aanbevelingen. De Rekenkamer merkt op dat in het Coalitieakkoord hele concrete maatregelen staan die niet voldoen aan de verwachtingen wanneer het stadsbestuur tot uitvoering wil komen. Hij vraagt of de wethouder dat herkent. Hij vraagt of dat ook terug zal komen in de nadere Verantwoording. Wethouder Schilderman zet uiteen dat het niet aan haar is om een weergave te geven van de mate van concreetheid van het Coalitieakkoord. De discussie over leraren en de parkeergelegenheid voor die groep is een onderwerp dat uitgewerkt gaat worden.

Dat is ook een klein onderdeel van het verdere parkeerbeleid. Dit is terug te zien bij het verdere parkeerbeleid. Zij betwijfelt de winst ervan wanneer het college daarover expliciet en los daarvan gaat rapporteren. Dit wordt uitgewerkt en de raad zou dat kunnen betrekken bij het desbetreffende raadsvoorstel. De heer Van Steeg (CDA) hoopt dat het daarin daadwerkelijk staat. Nu heeft de raad een opsomming gekregen van verschillende raadsvoorstellen. Dat is niet het werk in uitvoering van het Coalitieakkoord. Waar het hem om gaat is wat het Collegeakkoord betekent in de verandering van beleid. Dat is zijns inziens onvoldoende inzichtelijk zowel in tijd als in de financiën als in personeel. Hij wil dat graag concreter zien. Daarvoor is de brief van het college onvoldoende. De vraag is dan op welke momenten de raad daarin meer inzicht krijgt. Wanneer dat betekent dat die maatregel terugkomt in het parkeerbeleid, vindt hij dat prima. Maar dat inzicht wordt op dit moment niet gegeven.

Pagina 21 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

1020

1030

1040

1050

1060

Wethouder Schilderman herhaalt dat deze maatregel terugkomt in het parkeerbeleid. Als het gaat om de uitvoering op hoofdlijnen van het Coalitieakkoord heeft het college die toegezegd: de grootste punten met daarin een planning in de tijd op hoofdlijnen. Dat heeft het college aangeleverd. Het Coalitieakkoord is een richtinggevend document dat zal moeten landen in verschillende beleidsvoorstellen. In de brief van het college staan de grootste beleidsvoorstellen. Zij herhaalt haar informatie over het parkeerbeleid. Ibidem geldt dat voor andere voorstellen daarin. Uiteindelijk wordt het onnavolgbaar wanneer los daarvan een een begroting bestaat, een uitvoering van het Coalitieakkoord en allerlei beleidsvoorstellen. Het Coalitieakkoord moet landen in beleidsvoorstellen en in de begroting. Het college zal zijn best doen om die in de begroting nog helder te maken zodat de raad het gevoel krijgt bij hoe het gaat met de uitvoering daarvan. Zij raadt de raad af dit te gebruiken als een los rapportage-instrument. Dan wordt het overzicht diffuus. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat op zich prima. Hij vindt dat onduidelijk is wat de opsomming van de komende raadsvoorstellen die het college nu heeft gegeven betekent voor de uitvoering van het Coalitieakkoord. De Rekenkamer zegt ook dat dat onduidelijk is.

Wethouder Schilderman heeft de indruk dat de Rekenkamer op zoek was naar iets anders dan wat het college aan de raad heeft toegezegd. Het college heeft toegezegd om op een korte termijn een uitwerking op hoofdlijnen te geven waarin de grootste onderwerpen met een tijdsplanning staan. Het college zal in de verschillende raadsvoorstellen bij de begroting, bij de Voorjaarsnota, bij de jaarstukken nauwkeuriger hierop terugkomen. Daar kan de raad die expliciet bezien. Zowel de PvdA als Student & Starter vroegen het college hier periodiek op terug te komen. Het college zal de voortgang op hoofdlijnen inzichtelijk maken bij de P&C cyclus. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de P&C cyclus een uitgebreid boekwerk is. Alles komt daarin in verschillende hoofdstukken terug. De charme van het stuk dat nu aan de orde is, zaken bij elkaar staan. Hij vraagt of de wethouder het met hem eens is dit in deze vorm bij de P&C-cyclus te ontvangen. Wethouder Schilderman kan zich daarbij iets voorstellen. Zij zal nagaan of daarvoor een aparte vorm is te bedenken; bijvoorbeeld een paragraaf of een hoofdstuk daarin. Zij zal nagaan hoe daaraan precies vorm te geven. Zij zegt toe dit expliciet te zullen maken. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dit een belangrijke stap en kijkt daar naar uit. Hij brengt de worsteling van de raad ook in connectie met de lange termijn agenda.

Hij probeert dit periodiek en op niveau te brengen waarmee de raad veel meer kan. Dit helpt. Wethouder Schilderman vindt dit een mooie aanmoediging. Zij vervolgt haar beantwoording met in te gaan op de inbreng van de Partij voor de Dieren over hoe ervoor te zorgen dat de raad niet ondersneeuwt. Zij vindt dat een goede waarschuwing. Het college verwacht de stukken toe te spitsen op de kaderstellende rol. Zij ziet ook dat er nadrukkelijk ook uitvoerende stukken naar de raad gaan. Zij denkt de raad te kunnen helpen door zich als college iets meer te richten op het kaderstellende en net iets minder op het uitvoerende. Dat verlaagt ook de werkdruk in de organisatie; en dat helpt dan ook weer voor het personeelstekort waarvoor de commissie aandacht vroeg. Wethouder Van Hooijdonk gaat in op de vraag van mevrouw Bode over het energieprogramma waarover raad en college in januari 2022 spraken met de Pagina 22 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

1070

1080

1090

1100

1110

voorgangers van mevrouw Bode. Destijds is ook de cyclus voor het energieprogramma vastgesteld. Die bestaat uit drie delen: (1) december/januari een brief over het jaarplan – die zit nu in de pijplijn voor de raad. Dan heeft de raad een overzicht van wat er op dit gebied gedaan wordt en welke keuzes het college maakt binnen het programma. (2) In het voorjaar een voortgangsrapportage waarin tegemoetgekomen zal worden aan wat mevrouw Bode vraagt: een overzicht, wat allemaal gedaan is, wat daar uitgekomen is, en wat de lessen zijn. Hoe zal op basis van de lessen bijgestuurd worden? De Voorjaarsnota en (3) de Jaarplanbrief met de cyclus. De wethouder zou zelf de raad aanbevelen om vooral de voortgangsrapportage te agenderen. Dat is sinds 2018 niet meer gebeurd. Het college getroost zich veel inspanning om daar alles bij elkaar te zetten. Zij zal daarover met liefde het debat aangaan. Eerder is gezegd en benadrukt dat energie bij uitstek een onderwerp is waarover de gemeente niet alle zeggenschap heeft. Dan zal de gemeente extra slim moeten zijn als het gaat om interventies; daarover is te debatteren. In dit verband noemt de wethouder “de cirkels van invloed”. Over sommige zaken gaat de gemeente. Bijvoorbeeld als het gaat om het vastgoed van de gemeente.

En bij andere onderwerpen zit het stadsbestuur veel meer op afstand en zal het stadsbestuur via andere partners proberen om haar zin te krijgen. In die zin is het een zoektocht naar hoe hierover te rapporteren. Mevrouw Bode maakte nog een opmerking over klimaatneutraliteit. Dat lijkt haar vooral een politiek debat en niet zozeer Rapporteren en Verantwoorden. In december heeft het college een brief aan de raad gestuurd over de elektriciteitsproductie van de gemeente. Het college heeft geschetst hoe ver het stadsbestuur zou komen wanneer het met alle aangewezen locaties aan de slag gaat. Afgelopen week is daarover gedebatteerd; dat debat was vooral procesmatig. De collega van mevrouw Bode mevrouw Smit heeft gevraagd naar de momenten waarop daarover gesproken gaat worden. De wethouder stelt in het vooruitzicht dat die er dit jaar gaan komen. Dan is er het debat over het aantal knoppen het stadsbestuur wil aanzetten wanneer het gaat over de energieproductie. Zij proefde in het debat dat partijen daarin verschillend zitten. Dat is niet een kwestie van verantwoorden, maar van een politiek debat: hoe ver wil het stadsbestuur daarin gaan? Mevrouw Bode (VOLT) licht toe het punt te hebben willen maken van het verschil tussen wat wordt gezegd en wat er komt.

Zij parafraseert wat hierover is gezegd: “we willen ons aanmelden, voorloper zijn, zitten in programma's, roepen klimaatneutraal te willen zijn.” Maar wanneer zij dan kijkt naar wat er komt, is dat er niet. Wethouder Van Hooijdonk merkt op altijd extreem duidelijk te zijn over het gegeven dat het fysiek onmogelijk is om klimaatneutraal te zijn. Niet iedereen vindt dat een leuke boodschap. Het college is ook duidelijk over datgene wat het college eraan doet en wat het oplevert. Zij schetst de politieke afwegingen. Voor het maken van deze afwegingen zitten de raad en college bij elkaar. De heer Van Steeg stelde een vraag over betaald parkeren. In de redenering van hem gaat mank als zou dat alleen een instrunment zijn om middelen binnen te halen. De wethouder bestrijdt dat. Het is expliciet in het mobiliteitsplan een knop om te sturen op bereikbaarheid. En ook om te sturen op de kwaliteit van de openbare ruimte. Het is een prikkel los van het gegeven dat het ook middelen oplevert. Er zijn genoeg ambities om te investeren. Soms is er een kasritmeprobleem; dat het geld niet hetzelfde jaar wordt uitgegeven maar wel in het daaropvolgende jaar. Er is er voor gekozen deze knop aan te zetten in het kader van het mobiliteitsbeleid. Pagina 23 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

De voorzitter begrijpt dat hiermee het college aangekomen is bij de afronding van de beantwoording. Hij legt de vraag voor of de commissie antwoorden heeft gemist op gestelde vragen. Mochten die er zijn, vraagt hij alleen het onderwerp te noemen en niet het hele betoog en van welk lid van het college het antwoord wordt verwacht. Hij constateert dat er geen gemiste vragen zijn. Hij legt de vraag voor wat de agenderende partijen nu verder willen met dit onderwerp. 1120

Mevrouw Bode (VOLT) dankt het college voor enkele tips, zoals het agenderen van de voortgangsrapportage. Zij had de reactie van de burgemeester en de andere wethouders op prijs gesteld. De voorzitter herhaalt zijn vraag of VOLT hieraan een een vervolg wil geven. Mevrouw Bode (VOLT) antwoordt dat voor nu niets richting de raad gaat. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft begrepen dat het college hiermee verder aan de slag gaat in het kader van Sturen en Verantwoorden.Zij is tevreden met het resultaat.

1130

1140

Punt van orde De heer Koning (D66) merkt op dat het college altijd met één mond spreekt. Hij vindt dat het de raad niet gaat helpen wanneer elk collegelid antwoord gaat geven op dezelfde vraag. Hij vraagt de voorzitter daarvan iets te vinden. De voorzitter antwoordt dat hij de inbreng van de heer Bakker terecht vindt. Hij kan zich een informelere setting voorstellen als het gaat om de vraag hoe het debat gevoerd wordt, en hoe de commissie het doet richting het college. Omwille van de tijd en omdat hij beseft dat mensen hier scherp in zitten, laat hij het hierbij. Voortzetting debat De heer Dijksta (EenUtrecht) dankt het college voor de antwoorden namens het hele college. Hij kan daar goed mee leven. Hij dankt ook voor het rapport van de Rekenkamer. Hij heeft geen behoefte om met een concreet voorstel richting de raad komen. De heer Van Steeg (CDA) heeft ook geen behoefte verder richting de raad te gaan; hij dankt het college voor de antwoorden en hij hoopt dat de verdere uitwerking concreet terug zal komen in de de bestaande verantwoordingscyclus. De voorzitter schorst de vergadering en heropent die voor de voortzetting ervan.

1150

1160

9. Raadsbrief Proces Sturen en Verantwoorden Wethouder: Schilderman, Beleidsterrein: Financiën Met de vaststelling van de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen worden de kwijtscheldingsmogelijkheden maximaal verruimd conform het wettelijk maximum. Op 10 november jl. is motie M2022/299 “kwijtschelden belastingen minima” aangenomen. In deze motie verzoekt de raad het college op om de vermogensgrens voor kwijtschelding gelijk te trekken met de vermogensgrens van de bijstand. Die is hoger dan de wettelijk toegestane grens. Op dit moment worden de implicaties van de motie onderzocht. Die zijn op deze korte termijn nog niet voldoende in beeld. Inzet is de reactie van het college op motie M2022/299 vóór de commissiebehandeling van dit voorstel aan de gemeenteraad aan te bieden zodat deze bij de behandeling betrokken kan worden.

De voorzitter licht toe dat in de tweede helft februari een brief van het college volgt. En dat de commissie dit voor de volgende vergadering ook op de agenda heeft gezet Pagina 24 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

en dat zojuist hierover ook enig debat was. Neemt niet weg dat de VVD en VOLT hierover een debat hebben aangevraagd.

1170

1180

1190

1200

1210

De commissie Mevrouw Ramaker (VVD) beschouwt de procesbrief in juli als een onderdeel van de rijdende trein. Haar fractie heeft nagedacht over in hoeverre de raad zelf invloed heeft op Sturen en Verantwoorden. Zij vindt dat de raad in dezen ook aan zet is. Het college doet een procesvoorstel. Partijen zijn daarover goed met elkaar in gesprek. De VVD vindt het belangrijk dat de raad zelf zijn piketpalen kan slaan. Mevrouw Ramaker heeft vooral gekeken naar de versterking van de controlerende rol. De beschrijvende wijze van de deel van de financiën viel haar op nadat zij was geïnstalleerd als raadslid. Vaak moest zij op zoek gaan in de begroting of in andere stukken waar de cijfers staan. De leesbaarheid gaat ook over cijfers. Zij weet dat de wethouder daarmee hard aan de slag is. Ook de adviescommissie is met sturen en verantwoorden bezig. Zij verzoekt de wethouder de financiële onderbouwing van raadsvoorstellen te versterken. Zij heeft alle raadsvoorstellen van 2022 gescand. Zij wordt dan blij van de presentatie van de lokale omroepvoorziening. Zij leest daar duidelijk wat de kosten zijn, waaruit die gedekt worden. Dat is voor haar helder en dan is het debat ook gemakkelijker over de inhoud te voeren. De heer Maas (VOLT) merkt op dat duidelijk is dat hierover nog uitgebreid gesproken gaat worden. Hij heeft dit geagendeerd om de wethouder nog iets mee te geven.

Volgens zijn fractie is de essentie van het publiceren van de begroting dat de raad daarmee in staat gesteld wordt zijn controlerende taak uit te voeren. Daarover is vanochtend uitgebreid gesproken. Hij ziet de voorstellen graag zo dat ze aan de voorkant helderder worden. Financiële Verantwoording dient volgens zijn fractie een op een gekoppeld worden aan doelen of aan de te behalen resultaten. Hij constateert dat daaraan nog wel eens ontbreekt. Hij vindt het gelukkig dat de wethouder die constatering ook doet. Hij hoopt dat de wethouder een scherp oog heeft bij het formuleren van het uiteindelijk voorstel. Hij stelt zijn functie als raadslid in die zin daarvan ten dienste en in het vooruitzicht. In de adviescommissie is gesproken over het budgetrecht van de raad. Hij gaat ervan uit dat het goed gaat komen. De adviescommissie zal daarover verder spreken, zoals ook de voorstellen van de heer Dijkstra van EenUtrecht waaraan de wethouder refereerde. Hij spreekt de hoop uit dat de wethouder in staat is om ook daarvan iets mee te nemen. Hij ziet de ondoorzichtigheid zoals de wethouder aangaf bij de MPR graag verdwijnen zodat de controle op de financiële onderbouwing veel duidelijker wordt. Hij sluit zich aan bij de desbetreffende opmerking van de VVD. Hij ziet uit naar het voorstel. Hij hoopt dat de wethouder de aanbeveling van zijn fractie daarin meeneemt.

Niet-agendererende partijen Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) onderschrijft het punt van de VVD van harte.

Pagina 25 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

1220

1230

1240

1250

1260

De beantwoording Wethouder Schilderman dankt voor de aangedragen suggesties. Zij heeft in het vorige debat ook iets gezegd over de constateringen die hieronder liggen en die het college deelt: namelijk dat de financiële paragraaf van raadsvoorstellen strakker zouden kunnen en dat ook de koppeling tussen de beleidscyclus en de begroting aandacht vraagt. Dit zijn de onderwerpen waarop het college terug zal komen in Sturen en Verantwoorden. Zij deelt de constatering dat vooruitgang is geboekt bij de lokale omroep. Het is de doelstelling van het college om dit vaker beter te doen. Zij vindt het mooi dat de raadsleden en zij op één lijn zitten. De VVD vroeg naar cijfers in een oogopslag. Zij denkt dat het goed is om daarover te blijven doorpraten. Het is lastig om die cijfers te geven die dan vervolgens ook de informatie bieden waar de raad naar op zoek is. Dit is geprobeerd in de afgelopen zomer met de bewonerssamenvatting; dan ontstaat een bol inkomsten en een bol uitgaven. Dat levert niet de sturingsinformatie op. De wethouder denkt dat het goed is wanneer raad en college in de komende tijd de discussies voeren op welk niveau de raad inzicht wil in welke cijfers en wat daarbij helpt. Het moet uitvoerbaar zijn aan de andere kant.

Voor het college is het belangrijk dat uit de begrotingsstukken een sturingskader gaat waaraan de raad iets heeft en waaraan het college iets heeft en wat tegelijkertijd iets betekent in de ambtelijke organisatie. Het is voor het college van belang dat op deze drie plekken de sturing op dezelfde wijze te voelen is. Dat zijn onderdelen waaraan het college dat zal meten. Hiermee heeft zij iets gezegd over de uitgangspunten waarmee het college bij de raad terug zal komen. Mevrouw Ramaker (VVD) dankt de wethouder voor deze informatie. Zij benadrukt dat het mogelijk is om in een tabel de cijfers zichtbaar te maken. Zij vindt het nu vaak te beschrijvend. Zij heeft bij Provinciale Staten ervaring met de begrotingswijziging bij het statenvoorstel. Dat is dan in een keer en dan hoeft de raad niet een half jaar te wachten. Dergelijke zaken maken het leven gemakkelijker. Wethouder Schilderman beschouwt dit als een sterke aanmoediging. Zij stelt voor daarover in de komende tijd door te spreken. VOLT vroeg hoe een aantal stukken helderder te maken en hoe de financiële Verantwoording duidelijker is te koppelen aan wat raad en college bespreken. Zij benadrukt dat dat de doelstelling is. De heer Maas (VOLT) vraagt of de raad meer raadsvoorstellen kan verwachten als het voorbeeld van de lokale omroep dat zijn collega van de VVD noemde en of de wethouder haar collega's daartoe gaat aansporen.

Wethouder Schilderman krijgt daarin de volledige medewerking en zij beseft dat het hier dan wel gaat om een kleine omslag. VOLT vroeg ook of het college terug zal komen op het budgetrecht zoals ingebracht door EenUtrecht. De wethouder lijkt dat heel goed. Zij merkte in de stukken van de adviescommissie dat daarover verschillende ideeën bestaan. Zij benadrukt dat er politieke keuzes te maken zijn in hoe zaken in dat opzicht zijn te doen. Het college wil de raad daartoe ultiem in staat stellen, eerst met de uitgangspuntenbrief - dan is te zien waaraan gewerkt wordt en dan kan de raad het college daarin verdere zaken meegeven en vervolgens in het raadsvoorstel waarin de raad zich kan uitspreken over de wijze waarop de raad de stukken graag wil zien. Ze kan zich voorstellen dat daarover politieke verschillen van mening kunnen zijn. Het is niet enkel technisch. Pagina 26 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

1270

VOLT stelde vragen over het verdwijnen van de ondoorzichtigheid in de MPR. Het college deelt dat het inderdaad soms lastig is om te sturen op de gemaakte keuzes binnen het MPR. De wethouder verwacht dit jaar daarin een stap vooruit te kunnen zetten. Zij benadrukt dat het MPR complex is. Zij schetst dat ook in de openbare ruimte steeds meer gekeken wordt naar meerjarenprogramma's. Zij kan zich voorstellen dat het college meerdere pogingen nodig heeft om uiteindelijk tot de gewenste verandering te kunnen komen. Zij hoopt te kunnen rekenen op enig begrip van de commissie. De heer Maas (VOLT) waardeer deze toezegging zeer. Hij benadrukt het belang van meer overzicht in dezen. Gemiste vragen? Nee. De voorzitter vraagt of de VVD en VOLT hebben bereikt wat zij met dit debat beoogden en verneemt daarop de bevestiging van beide partijen. Hij concludeert dat dit onderdeel is afgerond en schorst de vergadering voor enkele minuten en heropent die voor de voortzetting van de vergadering.

1280

10. Raadsvoorstel zienswijze kadernota 2024 Veiligheidsregio Utrecht

1290

Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid De raad heeft de kadernota van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) voor het begrotingsjaar 2024 ontvangen. De kadernota is op 7 november jl. behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur van de VRU. Daarbij zijn de adviezen van de bestuurlijke adviescommissie bedrijfsvoering en financiën en de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid betrokken. In de tabel in bijlage 1 zijn de mutaties van de gemeentelijke bijdragen en vergoedingen aan de VRU opgenomen. De voorliggende kadernota heeft betrekking op het eerste jaar van de nieuwe beleidsperiode 2024-2027. Voor de periode vanaf 2024 wordt de gewenste beleidsontwikkeling opgenomen in de Bestuursagenda VRU 2024-2027. Het regionale risicoprofiel vormt de basis voor de bestuursagenda. Op dit moment worden de reacties van de raden op de eerste versie van het regionale risicoprofiel verzameld en wordt input gevraagd op het te voeren beleid voor de komende beleidsperiode. Op 24 november 2022 heeft de commissie VBF over dit risicoprofiel gesproken. De bestuurlijke bespreking en besluitvorming hierover vindt plaats in de eerste helft van 2023.

De voorzitter leidt de bespreking in aan de hand van de annotatie bij de agenda (zie hierboven). De bespreking vindt plaats in twee termijnen.

1300

1310

De commissie De heer Van Steeg (CDA) vindt dat de kaderbrief er goed uitziet. De loonkosten stijgen. Hij vindt dit niet het moment om naar de Veiligheidsregio te kijken. Gekeken wordt naar de plannen 2024 – 2027 en dan nadrukkelijk naar hoe de crisisorganisatie er uit gaat zien. Daarover is discussie binnen de VRU: over de kerntaken, over hoe inkomsten van het openbaar meldsysteem moeten leiden tot inperking van de kerntaken. Hij vraagt of de burgemeester daarover iets kan zeggen. Ook de Omgevingswet leidt tot extra kosten. De heer Van Steeg vindt het het belangrijkst dat de raad wordt meegenomen in de discussie over de toekomst van de Veiligheidsregio Utrecht en de positie van de Veiligheidsregio in crisisbeheersing. Hij roept het college op de raad daar nadrukkelijk bij te betrekken en nadrukkelijk aan de Veiligheidsregio mee te geven dat de raad in de toekomst bij die discussie over de invulling van die regio wil worden betrokken.

Pagina 27 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

De heer Koning (D66) kan zich vinden in de zienswijze. Zijn fractie kijkt uit naar de bespreking van Bestuuragenda 2024-2027. Dan kan de raad meer ingaan op de inhoud. Mevrouw Ramaker (VVD) schaart zich achter de inbreng van D66. Ook zij kijkt uit naar het vervolg. 1320

1330

1340

1350

De voorzitter concludeert daarmee aan het einde gekomen te zijn van de eerste termijn. De beantwoording Burgemeester Dijksma dankt de commissie voor de steun die zij ervaart als het gaat om de zienswijze. Richting de heer Van Steeg merkt zij op dat het geen rocket science is. Het gaat hier over loon- en prijsbeleidstellingen die worden doorgevoerd in de begroting. De gemeente is in principe daartoe ook verplicht. Zij kan zich goed voorstellen dat het van belang is om met de raad de discussie over de plannen 2024-2027 goed te voeren; wat betekent het dat de VRU-organisatie van de ene crisis in de andere terecht gekomen is. Zij merkt aan de betrokken collega’s dat zij daarover zeer tevreden zijn. De VRU heeft een bijzondere bijdrage geleverd aan opvang van asielzoekers door heel veel gemeenten daarin te supporten, ook als het gaat om menskracht. De VRU deed dat meer dan in sommige andere regio's. Dat was vooral voor de kleinere gemeenten in de regio van cruciaal belang. Die kleinere gemeenten hadden zonder die ondersteuning met handjes, minder gemakkelijk een bijdrage kunnen leveren. Het college bereidt zich ook voor op andere vormen van crises. Als voorbeeld noemt de burgemeester grote natuurbranden. Daarover gaat zij binnenkort in gesprek met de VRU en met de raad. Zij merkt op dat een groot deel van de bijdrage van Utrecht naar de Veiligheidsregio gaat.

Zij vindt dat er goed gestuurd moet worden op de zich uitdijende begroting. Daarover is zowel buiten de gemeente als binnen de gemeente discussie. Dat betekent dat de huidige directeur kijkt naar de organisatie, naar de invulling daarvan. Vragen als of vacatures in de top allemaal ingevuld moeten worden of gekeken moet worden of het mogelijk is op een andere manier. Zij kijkt uit naar het debat over de taken en over de wijze waarop de VRU zich gaat ontwikkelen. Daarbij zal ook gekeken worden naar het organisatiemodel en naar de kosten die dat met zich meebrengt. Hoe de organisatie nog moderner is te maken. De burgemeester vindt het goed om dat breed te delen met de raad. Tweede termijn Geen tweede termijn. De voorzitter concludeert dat dit met de A-status doorgaat naar de raad. 11. Raadsbrief rapport coronalessen gemeente Utrecht

1360

Burgemeester, Beleidsterrein: Bestuurlijke Zaken Geagendeerd door: Marijn de Pagter (VVD), Rick van der Zweth (PvdA), Maarten Koning (D66), Esma Kendir (S&S), Julia Kleinrensink (GroenLinks), Jantine Zwinkels (CDA) De coronacrisis heeft de hele wereld, en dus ook Utrecht, twee jaar lang in zijn greep gehouden. De Universiteit Utrecht en Crisisplan B.V. hebben onderzoek gedaan naar de wijze waarop de gemeente Utrecht, ook de gemeenteraad, hebben gehandeld. De VVD, PvdA, D66, S&S, GL en CDA willen het rapport "Grote stad, langdurige crisis. Leren van twee jaar Utrechtse Corona-ervaringen" bespreken tijdens een debat in de commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën. Het debat is gericht op het leren van de crisis en te bepalen hoe de gemeenteraad haar positie kan versterken in vergelijkbare crises. Pagina 28 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

De voorzitter leidt de bespreking in aan de hand van de annotatie bij de agenda (zie hierboven). 1370

1380

1390

1400

1410

De commissie De heer De Pagter (VVD) merkt op dat ook de raad zijn rol moest nemen in de periode van corona. De beleidsruimte voor de raad was beperkt vanwege wat het Rijk de gemeenten oplegde. De VVD vindt het belangrijk het rapport over de coronacrisis te bespreken omdat de rol van de raad in dat rapport terugkomt. De raad kan niet leren van zijn rol in die periode. In het rapport staat dat gepoogd is de raad te betrekken bij de maatregelen in de coronacrisis. Hij merkt op dat iets in de communicatie niet goed is gegaan en in het aanhaken van oude raadsleden bij de overgang naar de nieuwe raad. Hij vindt dat daar ook een verantwoordelijkheid zit van fracties. Hij wil graag dat de burgemeester een reflectie geeft op de timing en of zij het ermee eens is dat het beter had gekund. Ten tweede merkt hij op dat het rapport minder waarde heeft gekregen omdat de raad niet goed betrokken is bij het beleid. Vanuit het college is vooral gekeken naar de inhoud van het rapport. In het rapport staat weinig weerwoord. Het rapport doet veel constateringen. Hij kan zich voorstellen dat vanuit de raad kritische kanttekeningen zijn geweest. Hij is van enkele zaken uit het rapport geschrokken. Het gaat om uitspraken van wethouders waartegen geen weerwoord was. De VVD stelt voor alsnog een aanvullend onderzoek te laten doen en dat de raad daarop alsnog een blik zal laten werpen.

Hij hoopt dat de huidige onderzoekers daartoe bereid zijn. Hij stelt ook voor oud raadsleden daarbij te betrekken. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) begrijpt die behoefte. De raad heeft het ook een beetje nagelaten; zij legt de vraag voor of dit nu niet het moment is om in die zin inbreng te leveren in plaats van een heel onderzoek te laten doen. De heer De Pagter (VVD) vindt het van belang oud raadsleden hierbij te betrekken. Het gaat hem om het bredere verhaal en een bredere terugblik op die periode. Hij vindt het ook goed dat er vanuit externe partijen aanbevelingen komen voor de rol van de raad in dezen. De heer Van Steeg (CDA) kan een eind meegaan met de VVD, zeker kijkend naar de kwalificaties van de raad in het onderzoek. Het onderzoek richt zich nadrukkelijk op de gemeentelijke organisatie. Zouden niet veel meer reacties uit de samenleving meegenomen moeten worden? De heer De Pagter (VVD) voorziet dan wel een hele grote scope. Hij wil beginnen met het betrekken van oud raadsleden om een bestuurlijk overzicht te hebben van zaken die al of niet goed gaan en hoe hiervan te kunnen leren. Wanneer daarbij vervolgonderzoek gewenst is, zou dat wat hem betreft ook mogelijk zijn. Hij pleit voor beperking van de scope. De heer Van Steeg (CDA) is het daarover op zich eens.

Kijkend naar wie geïnterviewd zijn, zou hij ook vanuit de samenleving reflectie willen op het beleid en hoe dat ontvangen is in de gemeente Utrecht. De heer De Pagter (VVD) heeft de indruk dat het CDA en zijn fractie daarover hetzelfde denken. Hij handhaaft zijn standpunt. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat in de appendix staat wie allemaal geïnterviewd zijn; dat zijn ook mensen uit de stad: de cultuursector, de horeca, mensen die veel met de gemeente te maken hebben. Zij zoekt naar het voorstel van Pagina 29 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

1420

1430

1440

1450

1460

het CDA. Met het voorstel van de heer De Pagter zal nog een keer hetzelfde gedaan worden. De voorzitter stelt voor dat de heer Van Steeg kort reageert op dit punt waarna de heer De Pagter doorgaat met zijn betoog. De heer Van Steeg (CDA) zag die lijst ook en daar zaten wat hem betreft geen ondernemers bij. Er zaten vertegenwoordigers van ondernemers bij. De cultuursector kwam vrij ruim aan bod. Hij had gehoopt dat een aantal anderen er wel bij betrokken waren. Een iets grotere verbreding had zijns inziens geholpen om het ook een neutraler beeld te geven van de uitvoering van de gemeentelijke organisatie. De heer De Pagter vervolgt zijn inbreng in zijn termijn. Vanuit de raad is geen weerwoord gegeven op bepaalde punten uit het rapport. Hij parafraseert enkele uitspraken in het rapport waarvan hij is geschrokken. Hij vraagt zich af hoe de burgemeester dit ziet. Hij betreurt dergelijke beelden. Hij vindt het des te belangrijker daar tegenover als raad iets neer te kunnen zetten en zijn inzicht te delen met de onderzoekers. Hij geeft enkele punten mee die zijn fractie zijn opgevallen als het gaat om de rol van de raad: hij begrijpt dat in het begin de raad moest zoeken naar zijn rol zoals iedereen die moest zoeken. De raad heeft ook in het begin lang stilgelegen. Hij hoopt dat dat niet weer gebeurt in de komende 100 jaar.

Hij pleit ervoor sneller naar fysieke locaties te gaan, zoals andere gemeenten dat hebben gedaan en niet te wachten op een digitale oplossing. De raad heeft drie maanden heel beperkt kunnen vergaderen. De raad lag feitelijk stil. Het is hem opgevallen dat vanuit het college veel informatie kwam, en die behoefte was er ook voor een deel. Hij merkte dat het soms zoeken was naar wat wel en wat niet met de raad werd gedeeld. Dit onderzoek was kwalitatief. Hij hoopt dat de Rekenkamer ook kwantitatief onderzoek gaat doen, in de zin ook van welk geld is uitgegeven. Hij hoopt dat de andere fracties die hoop ook hebben zo dat dat voor volgend jaar is mee te geven aan de Rekenkamer. Voor nu hoopt hij dat dit rapport alsnog is uit te breiden met een addendum voor de raad. Hij hoopt dat de burgemeester zal reflecteren op de timing van dit rapport. Zijn fractie vond dat terugkijkend behoorlijk ongelukkig. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het goed dat dit rapport er ligt. Hij ziet ook dat het college bijna alle aanbevelingen overneemt. Hij vindt dat positief. Hij vindt het ontbreken van reacties uit de raad een gemis. De heer De Pagter (VVD) nuanceert dat vanuit zijn fractie wel degelijk contact is geweest met de onderzoekers. Die afspraak kon niet doorgaan en vervolgens is er geen nieuwe afspraak gemaakt.

De heer Van der Zweth (PvdA) mist dergelijke gelegenheden niet vaak maar ook hij had dit gemist. Hij betreurt dat voor het rapport. Terugkijkend is hij positief over hoe het college heeft gereageerd op deze crisis en op de steunpakketten. Die gingen ook snel en waren effectief. In die tijd was de PvdA ook oppositiepartij. De maatregelen waren ook breed gedragen in de raad. Zijn fractie zegt het rapport na: die manier van werken vast te houden. Hij licht een aantal aanbevelingen er uit. De tweede aanbeveling gaat over sturen op nabijheid. Beschreven wordt dat dat goed ging in de crisis; dit ging uit van gelijkwaardigheid, uitwisseling, gemeenschappelijk gewin. Dat had betrekking op het contact met de stad over en weer. Hij merkt op dat dit regelmatig een ander geluid uit de stad Pagina 30 van 55

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 26 januari 2023

1470

1480

1490

1500

teweegbracht; sprekend over participatie en contact. Zijn fractie verwacht de uitgangspunten terug te zien en dit goed te blijven doen. De derde aanbeveling verbaasde zijn fractie: actief op zoek gaan naar zachte signalen over harde problemen. Het college reageert dan met participatie en met in contact staan met elkaar, dat dat belangrijk is. Hij vindt dat een veiligheidsvraagstuk. Dat wordt niet genoemd. Hij vraagt de reflectie van de burgemeester daarop en of de burgemeester met hem deelt dat dit wel degelijk thuishoort in het veiligheidsdomein en dat dat terug had moeten komen in de reactie daarop. De vierde en laatste aanbeveling die de heer Van der Zweth er uitlicht, is aanbeveling 4; de onafhankelijke onderzoekers geven aan dat er teveel spanning staat op de gemeentelijke organisatie en dat de gemeente te weinig mensen heeft om dit goed gezamenlijk te doen en dat het bestuur daarop moet blijven letten. Er gaat nog flink geïnvesteerd worden op de gemeentelijke organisatie. Destijds kwam daarop veel kritiek vanuit de raad. Hij benadrukt dat hierop hoogspanning staat. Hij zou het een goede zaak vinden wanneer geïnvesteerd wordt in personeel. De heer Van Steeg (CDA) zag dat ook. Hij legt de vraag voor of er geen verschil is in investeren in personeel en het in het voeren van een crisisorganisatie en de mentaliteit die daarbij hoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=06b01fc1-7123-4499-9e70-af74212c89df