CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 5 maart 2024, gemeente Utrecht3.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bundel - Raadsinformatiebijeenkomst van 5 maart 2024 1

Standplaatsen Tijd: 20.00 - 21.30 uur Locatie: oude Stadhuis Beleidsveld: Economische Zaken / Wethouder: Susanne Schilderman Agendeerders: David Bosch (UtrechtNu!), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht), Victor Paalman (Horizon), Mohamed Talhaoui (PvdA), Mariam Al-Saqaff (VVD), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Bert van Steeg (CDA), Nadia Stylianou (D66), Mahaar Fattal (GroenLinks) Onlangs is er een nieuw standplaatsenbeleid gepresenteerd, wat wederom reacties heeft opgeroepen in onze stad. Vanuit de fracties van UtrechtNu!, Stadsbelang Utrecht, Horizon, PvdA, VVD, CDA, D66, en GroenLinks bestaat de behoefte om tijdens een algemene RIB verschillende standplaatsondernemers te horen over dit nieuwe beleid. Voor deze algemene RIB wensen wij alle huidige standplaatshouders uit te nodigen, evenals eventuele betrokken klanten, organisaties en juridische bijstandsverleners. Het zou ook wenselijk zijn dat er vanuit de gemeente Utrecht betrokken ambtenaren aanwezig zijn om waar nodig vragen te beantwoorden. Het is de uitdrukkelijke wens van de fracties dat het gesprek open van aard zal zijn. Standplaatsen-doc-Info-en-Bijdragen-deelnemersWEB Bijdrage-RIB-Standplaatsen-KaasboerWEB

Standplaatsen Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst Werkvorm Portefeuillehouder Vervolg

5 maart 2024 Gertjan te Hoonte 20.00 – 21.30 uur Zaal Bespreken raadsvoorstel Gesprek tussen raadsleden en aanwezigen Susanne Schilderman De gemeenteraad debatteert over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie: Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie op 14 maart. Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook Eén deelnemer, Vishandel Heek Eén deelnemer, De Oliebollenbakkers Eén deelnemer, Het Goudhaantje Eén deelnemer, Koninklijke Centrale Vereniging Ambulante Handel (CVAH) Eén deelnemer, Vredenburgmarkten Eén deelnemer, Domstad bloemen Eén deelnemer, Smaragdplein bloemen Eén deelnemer, Intercheese Holland Twaalf deelnemers

Links naar Deelnemers

Programma 20:00 – 20:10 uur Opening en voorstellen 20.10 – 20.40 uur Ophalen van meningen en gevoelens 20.40 – 21.00 uur Vragen van raadsleden 21.00 – 21.25 uur Gesprek tussen raadsleden en ondernemers 21.25 – 21.30 uur Afronding en conclusie

Motivatie Agendeerders David Bosch (UtrechtNu!), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht), Victor Paalman (Horizon), Mohamed Talhaoui (PvdA), Mariam Al-Saqaff (VVD), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Bert van Steeg (CDA), Nadia Stylianou (D66), Mahaar Fattal (GroenLinks)

1

Motivatie Onlangs is er een nieuw standplaatsenbeleid gepresenteerd, wat wederom reacties heeft opgeroepen in onze stad. Vanuit de fracties van UtrechtNu!, Stadsbelang Utrecht, Horizon, PvdA, VVD, CDA, D66, en GroenLinks bestaat de behoefte om tijdens een algemene RIB verschillende standplaatsondernemers te horen over dit nieuwe beleid. Voor deze algemene RIB wensen wij alle huidige standplaatshouders uit te nodigen, evenals eventuele betrokken klanten, organisaties en juridische bijstandsverleners. Het zou ook wenselijk zijn dat er vanuit de gemeente Utrecht betrokken ambtenaren aanwezig zijn om waar nodig vragen te beantwoorden. Het is de uitdrukkelijke wens van de fracties dat het gesprek open van aard zal zijn.

Bijdrage Deelnemer, Koninklijke Centrale Vereniging Ambulante Handel (CVAH) Hierbij ontvangt u puntsgewijs mijn reactie/bijdrage op het raadsvoorstel nieuwe standplaatsenbeleid gemeente Utrecht. VERGUNNINGSDUUR: Het college stelt een vergunningsduur voor van 12 jaar. De CVAH kan zich hier niet in vinden. Naar aanleiding van ons rapport “Schaarse Vergunningen op de Markt” was ons advies in eerste instantie aan gemeenten, vergunningen voor minimaal 15 jaar. Ons rapport stamt uit 2019 waardoor het onderzoek met betrekking tot de terugverdientijd inmiddels is achterhaald door de corona periode en de zero-emissie problematiek. Hiermee is ook het SEO rapport “Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel” in opdracht van de Ministerie van Economische Zaken en Klimaat waarnaar u verwijst mijn inziens achterhaald. Ambulante ondernemers zijn wekelijks of zelfs meerdere keren per week actief op standplaatsen. Jaarlijks staan zij gemiddeld 100-200 keer op een standsplaats in de zero-emissiezone. Een elektrische vrachtwagen kost minimaal 340.000 euro. En gezien het feit dat deze ondernemers beschikken over een schaarse vergunning, zijn de vergunningen niet meer voor onbepaalde tijd. Hoe en met wat moeten deze ondernemers investeren of hun investering terugverdienen in een korte bepaalde duur.

De banken geven geen financiering meer omdat er sprake is van een korte bepaalde tijd vergunning. Tweedehands elektrische bussen en vrachtwagens zijn nog lang niet beschikbaar. Er zijn ambulante ondernemers die op leeftijd zijn en meerdere standplaatsen elders hebben waar geen Zero Emissie zone is. Bij navraag in het lande laten de ondernemers weten dat meer dan de helft gaat stoppen en dan zal er in 2030 nog maar een hele kleine markt over blijven. Voor zowel het stedelijk woonmilieu als voor de winkeliers en horeca zou dat een flink (omzet)verlies betekenen. Om dit enigszins te voorkomen moet de duur van de bepaalde tijd vergunningen verhoogd worden. Al een geruime tijd zijn wij in gesprek met een aantal leden van de tweede kamer om het rapport betreffende de terugverdientijd te herzien. Een termijn van 12 jaar is ons inziens niet meer reëel gezien de investeringen die gedaan moeten worden. Dit heeft ertoe geleid dat er op 28 februari jl. tijdens het tweeminutendebat MKB een motie is ingediend door de heer Pieter Grinwis (ChristenUnie) en Minister EZK, Inge Van Dijk (CDA), en André Flach (SPG).

De tekst luidt ongeveer als volgt; “constaterende dat marktkooplieden, ofwel ambulante ondernemers, te maken hebben met sterk stijgende kosten door onder andere het invoeren van zero-emissiezones en afnemende inkomsten na de coronacrisis; constaterende dat de looptijd van schaarse vergunningen in veel gemeenten lang niet toereikend is voor ambulante ondernemers om hun investeringen terug te verdienen; overwegende dat een eerder onderzoek uit 2021 naar de terugverdientijd inmiddels achterhaald is; verzoekt de regering om middels een gesprek met de VNG er bij gemeenten op aan te dringen om de vergunningsduur ambulante handel goed en met actuele gegevens te onderbouwen en daartoe een nieuw onderzoek naar de terugverdientijd te financieren”. Wij zijn van mening dat een vergunningsduur van 20 jaar dan ook te rechtvaardigen is. 2

OVERGANSRECHT: De CVAH blijft van mening dat de bestaande standplaatshouders een overgangsperiode zonder mededinging verdienen. Gezien de geschiedenis van deze ondernemers en de werkwijze van de gemeente zijn wij van mening dat er sprake is van bijzonder omstandigheden waardoor deze standplaatshouders een overgangsperiode verdienen. HUUROVEREENKOMST: legeskosten worden niet verhoogd maar de huurovereenkomst wel. Uit het beleid maak ik op dat de huur wordt verhoogd omdat de vergunningsverleningsproces hogere kosten meebrengt voor de gemeente, zoals de nieuwe verdeelsystematiek en de handhaving na verlening van de standplaatsvergunning. Wij zijn van mening dat de standplaatshouder opnieuw gestraft worden voor de keuzes die de gemeente maakt. Genoemd wordt o.a. hogere kosten handhaving, dat uit de afgelopen periode is gebleken dat extra handhaving nodig is. Waaruit blijkt dit? Ik ben van mening dat de handhaving gezien de problemen die naar boven zijn komen, niet juist heeft gewerkt in de afgelopen jaren. Dit stelt niet vast dat er sprake zou moeten zijn van extra handhaving. Hierdoor gaan wij namens de standplaatshouders dan ook niet akkoord met een verhoging van 13%. Deelnemer, De Oliebollenbakkers Hieronder treft u puntsgewijs mijn reactie. -

-

-

Termijn van 12 jaar is te kort. Het is gebaseerd op een rapport dat inmiddels achterhaald is. Er spelen nu ontwikkelingen zoals ZE, Corona-effecten, impact van selectiecriteria en dergelijke die niet zijn meegenomen. Deze ontwikkelingen maken het dat een langere periode 15 tot 20 jaar reëler is om als terugverdientermijn te hanteren. Van belang is te melden dat aan de ondernemers wordt gevraagd veel te investeren en te doen. Er moet dan ook een ruime mogelijkheid zijn om deze investeringen en inspanningen terug te kunnen verdienen. Uit voorgestelde 12 jaar wordt niet duidelijk dat de gemeente heeft gedacht aan deze zaken Zoals het er nu voorstaat, moet iedereen invulling geven aan de selectiecriteria, ook al is er sprake van 1 inschrijving. Ik zou graag zien dat pas nadat vaststaat dat er sprake is van meerdere inschrijvers er wordt gevraagd te komen met aanvullende informatie die betrekking heeft op de selectiecriteria. Dit scheelt de ondernemers enorm veel administratief werk. De discussie over overgangstermijn blijft, ook al hebben er verschillende overlegsessies plaatsgevonden. Dit is iets waar de raadsleden zich bewust van moeten zijn. Vorenstaande betekent dan ook dat er geprocedeerd gaat worden. Het valt mij op dat de kosten voor de ondernemers hoger worden.

Ik vraag met klem om de kosten niet te laten oplopen, omdat dit de terugverdientijd van de investeringen nog verder zal doen oplopen en voor sommige ondernemers zelfs het einde kan betekenen van hun onderneming.

3

Gemeente Utrecht Griffie Postbus 8375 3503 RJ Utrecht Betreft: bijdrage voor raadsinformatiebijeenkomst standplaatsen Bodegraven, 1 maart 2024 Geachte leden van de gemeenteraad, Als ondernemer wil ik gebruikmaken van de mogelijkheid om een bijdrage te leveren aan de raadsinformatiebijeenkomst van dinsdag 5 maart 2024 over het nieuwe standplaatsenbeleid en de wijziging van de APV. Mijn bijdrage is op papier. Zelf inspreken vind ik lastig. Op papier een bijdrage indienen betekent ook dat ik uitgebreider mijn indrukken van de voorstellen van het college en mijn mening hierover met u kan delen. Gelijk aan het begin van deze bijdrage wil ik u ook melden dat ik ook juridisch advies heb gevraagd over de voorstellen van het college en de stukken die ik als ondernemer toegestuurd heb gekregen. In een bijlage zijn de juridische opmerkingen over de toepassing van de Dienstenrichtlijn en het raadsvoorstel en de stukken van het college verwoord. Nu komt eerst wat mij als kaasboer en als ondernemer opvalt en waar ik zorgen over heb. Als kaasboer heb ik veel vragen over de nadere regel en het aanwijzingsbesluit. Deze documenten zijn nadelig voor bestaande en nieuwe ondernemers en bovendien onduidelijk. Ik zie dat er kavels zijn van ongelijke grootte.

Als ik dan naar de kavels van de Hindersteinlaan in Vleuten kijk, zie ik dat voor de standplaats op vrijdag een oppervlakte ter beschikking wordt gesteld van 25 m2, maar voor de kavel op maandag een oppervlakte van 35 m2. De locatie waar ik sta biedt meer dan genoeg ruimte voor een standplaats op vrijdag van ook 35 m2. Daar moet ik aan toevoegen dat sinds ik in de coronatijd gedwongen werd om meer ruimte in te nemen (klanten moesten meer afstand bewaren en dus was er meer ruimte bij de kraam nodig) ik echt 35 m2 oppervlakte nodig heb en gebruik. Mijn kraam wordt ook drukker bezocht. Dus dat verklaart ook dat nu 35 m2 oppervlakte wenselijk en nodig is. Vraag: waarom zijn de oppervlaktes van de standplaatsen aan de Hindersteinlaan niet allemaal 35 m2? Bij de andere standplaatsen in de gemeente Utrecht zie ik ook verschillende oppervlaktes. Soms 10 m2, dan 20 m2, veel standplaatsen met 25 m2. Vragen: Krijgt een aanvrager alleen een vergunning voor een locatie als hij precies aan de maat voldoet? Een aanvrager met kraam van 25 m2 krijgt niet een plek op locatie waar de maat volgens het aanwijzingsbesluit 20 m2 is? 1

Ik zie in het aanwijzingsbesluit 88 standplaatsen op gemeentegrond. 53 van de standplaatsen op gemeentegrond zijn gereserveerd voor dagplaatsen. In het aanwijzingsbesluit zijn er 14 standplaatsen op private grond. Hiervan zijn 9 standplaatsen gereserveerd voor dagplaatsen. In totaal dus 62 standplaatsen waarop kaasboeren, visboeren, groenteboeren etc. kunnen inschrijven. Er blijken 14 standplaatsen te zijn die helemaal vrij zijn. Dat wist ik niet. Mijn eerste conclusie: er is dus nu al ruimte voor nieuwe ondernemers op de markt voor standplaatsen. De markt zit niet potdicht. Volgens mij geen reden om de standplaatsvergunningen dus schaars te noemen of schaars te maken. In het aanwijzingsbesluit valt op dat er beschikbare vergunningen zijn voor een dag, vergunningen voor meer dagen en zelfs vergunningen voor zes dagen of de gehele week. Ik lees dat een ondernemer alleen een vergunning kan krijgen als hij inschrijft op de gehele duur van de vergunning. Voor mij is echter onduidelijk hoe dit in de praktijk gaat werken. Vragen: als een huidige standplaatshouder niet inschrijft op zijn huidige plek waar hij bijv.

zes dagen staat blijft deze vergunning dan langdurig een vergunning die alleen vergund wordt als een ondernemer een aanvraag indient om daar zes dagen te verkopen? Moeten volgens de nadere regels elk jaar een uitgifteronde van beschikbare dagplaatsvergunningen gehouden worden? Er zijn ook vrij beschikbare vergunningen, plekken waar nu geen ondernemer staat. Ik zag dat nu al in het winkelgebied Seinedreef twee vergunningen voor vijf dagen beschikbaar zijn. Als ik de nadere regels goed lees, mogen deze plekken alleen aan ondernemers vergund worden die voor vijf dagen inschrijven en daar vijf dagen op dezelfde plek hun waren willen verkopen. Waarom is het zo, dat de standplaatsen in het winkelgebied Seinedreef alleen vergund worden als een of meer ondernemers een aanvraag indient om daar vijf dagen dezelfde waren te mogen verkopen? Wil hierover mijn mening geven. Kaasboeren hebben absoluut niet de gewoonte om vijf dagen achter elkaar op een plek kaas te verkopen. Dat komt niet bij ze op. Het is ook totaal niet rendabel. Visboeren en groenteboeren hebben ook niet zo’n vreemde handelwijze. Door deze twee nu vrij beschikbare standplaatsvergunningen alleen beschikbaar te stellen voor ondernemers die vijf dagen op dezelfde standplaats hun waren willen verkopen, zijn deze twee standplaatsen geen plekken waar kaasboeren, visboeren en groenteboeren op zullen inschrijven.

Voor consumenten lijkt het mij ook beter als niet vijf dagen achter elkaar op dezelfde plek een kaasboer of groenteboer staat. Variatie in het eten vinden mensen belangrijk. Niet elke dag zuurkool of hutspot in de winter. Niet elke dag dezelfde branche op een standplaatslocatie is ook heel belangrijk. Vraag: waarom kan er niet ingeschreven worden op tien nieuwe i.p.v. twee nieuwe standplaatsvergunningen in het winkelgebied Seinedreef, zodat op deze locatie een kaasboer, visboer en groenteboer afwisselend op de standplaats kan komen? Als kaasboer weet ik dat veel van mijn collega’s op een dag op meer dan één locatie kaas verkopen, ‘s ochtends op de ene locatie en ‘s middags op een andere locatie. Dat 2

kan omdat ze kaaswagens hebben die niet veel opbouwtijd en afbouwtijd nodig hebben. Van 8 uur tot 12 uur kaas verkopen in de ene plaats en daarna van 13:30 tot 17:30 uur kaas verkopen in de andere plaats is goed mogelijk als de locaties op 15-30 minuten reisafstand van elkaar liggen. Heel wat gemeenten verlenen standplaatsvergunningen voor dagdelen. ‘s Ochtends dan bijv. visverkoop op een locatie en ‘s middags op dezelfde locatie kaasverkoop. Sommige klanten komen dan op een dag bij twee standplaats-ondernemers en kunnen dan zowel vis als kaas die dag op een standplaats kopen. Voor een deel van de consumenten heel handig. Ondernemers kunnen op sommige locaties en in sommige plaatsen of wijken maar beperkt verkopen. Dan is een dag daar staan gewoon niet lonend. Dat heeft soms ook met de dag van de week te maken. Als ondernemer kun je op maandag nooit dezelfde omzet halen als op de zaterdag. Op maandag een hele dag kaas verkopen op een standplaats is duidelijk niet verstandig. Wel is het zo dat consumenten op maandagmiddag meer aankopen doen dan op maandagochtend. Alleen op maandagmiddag kaas verkopen is voor een aantal kaasboeren wel een optie, terwijl zij absoluut niet op maandag van ‘s ochtends 8 uur tot ‘s middags 17:00 uur kaas willen verkopen..

Door dagdeelvergunningen te verstrekken zorgen gemeenten voor een gevarieerder aanbod voor de consumenten en mogelijkheden voor ondernemers om een goed (met kaas) belegde boterham te verdienen. Ik denk dat als het college van Utrecht ook de bereidheid heeft om dagdeelvergunningen te verlenen het aantal standplaatsen in Utrecht (sterk) kan gaan toenemen en er voor de consumenten een gevarieerder aanbod op de standplaatsen zal komen. Vragen: Waarom wil het college geen standplaatsvergunningen voor dagdelen verlenen? Klopt het dat een ondernemer die enkel een middag of een ochtend in Utrecht kaas wil verkopen en dat op een standplaats wil doen, straks niet in de gemeente Utrecht een standplaatsvergunning kan krijgen? Als kaasboer woon ik zelf in Bodegraven. Ik heb het aantal (mogelijke) standplaatsen in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk (35.000 inwoners) vergeleken met het aantal standplaatsen in de gemeente Utrecht. Het overzicht van de (mogelijke) standplaatsen in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk staat op p.

13 van het Standplaatsenbeleid Bodegraven-Reeuwijk (juni 2016) in Bijlage I overzicht standplaatslocaties: Op het Raadhuisplein in Bodegraven 5 standplaatsen zowel op vrijdag als zaterdag Bij winkelcentrum Broekvelden 3 standplaatsen op zes dagen (ma – za) Bij het Dronenplein naast de Salvatorkerk 2 standplaatsen op zes dagen (ma – za) Bij de supermarkt in Reeuwijk-Brug 1 standplaats op zes dagen (ma – za) Bij parkeerplaats Kaagjesland in Reeuwijk Dorp 1 standplaats op zes dagen (ma – za) Bij de supermarkt in Nieuwerbrug 3 standplaatsen op zes dagen (ma – za) Bij vrachtwagenparkeerterrein nabij Molendijk in Waarder 1 standplaats op zes dagen (ma – za) Bij Dorpshuis Custwijc in Driebruggen 1 standplaats op zes dagen (ma – za) Bij de supermarkt in Waarder op zowel woensdag als donderdag 1 standplaats. Totaal zijn dat 10 + 18 + 12 + 6 + 6 + 18 + 2+ 6 + 6 = 84 standplaatsen 3

In de gemeente Utrecht zijn er 62 standplaatsen beschikbaar waarop kaasboeren, visboeren, groenteboeren etc. kunnen staan. In Bodegraven-Reeuwijk zijn er 84 standplaatsen waarop kaasboeren, visboeren, groenteboeren etc. kunnen staan. Utrecht dat tienmaal groter is in inwonertal dan Bodegraven-Reeuwijk heeft duidelijk minder plekken beschikbaar voor kaasboeren, visboeren, groenteboeren etc.. Voor mij is de conclusie snel getrokken dat het aantal mogelijke dagstandplaatsen in de gemeente Utrecht veel te laag is. Dat komt door het plafond voor dagstandplaatsvergunningen. Dat plafond is nadelig voor ondernemers en voor de consumenten. Dat plafond moet dus gewoon ingetrokken worden. Ik lees dat het college mogelijkheden ziet voor uitbreiding van het aantal standplaatsen op gemeentegrond. Die mogelijkheden zijn er inderdaad. Ben zelf in deel Utrecht wezen kijken naar beschikbare plekken voor nieuwe standplaatsen en kon concluderen dat deze plekken er in ruime mate zijn. Volgens mij zijn er ook mogelijkheden om op private grond het aantal standplaatsen te verhogen.

Vragen: heeft het college ook onderzoek gedaan naar uitbreiding van het aantal standplaatsen op private grond? Waarom maakt het college niet bekend op welke gemeentelijke gronden extra standplaatsen kunnen komen? Omdat Utrecht zo weinig standplaatsen heeft lijkt het mij dat Utrecht niet een maximumstelsel moet hanteren maar een minimumstelsel. De standplaatsen die in het aanwijzingsbesluit staan zijn hoe dan ook toestaan en daar bovenop kunnen nieuwe standplaatsen vergund worden. Zelf denk ik niet dat als er geen maximumstelsel is er veel standplaatsen bijkomen en overal in Utrecht er standplaatsen bij kunnen komen. Als je elders namelijk een goede plek hebt, dan vraag je niet een standplaats in Utrecht aan. Het beginnen op een volkomen nieuwe standplaats is vaak een sprong in het diepe. Zoiets kan goed mislukken. Heel onwaarschijnlijk dat plotseling 50 ondernemers aanvragen voor nieuwe standplaatsen in Utrecht gaan doen. Bovendien is er nu bij veel ondernemers personeelsgebrek. Voor een sterke toename van standplaatslocaties in Utrecht hoeft volgens mij niet gevreesd te worden. Ik ben benieuwd hoeveel aanvragen voor standplaatsvergunningen in 2023 zijn ingediend en hoeveel van deze aanvragen afgewezen zijn. Hoeveel ondernemers in 2023 stopten kon ik niet lezen in de stukken. Wel is bij mij bekend dat elk jaar veel ondernemers in de ambulante handel stoppen.

Nu zorgen de sterk gestegen energieprijzen en de personeelstekorten bovendien voor extra problemen bij ambulante handelaren. Vragen: voor welke locaties werden in 2023 aanvragen voor standplaatsvergunning ingediend? Hoeveel van de aanvragen zijn afgewezen? Hoeveel ondernemers stopten in 2023? In het Voorstel aan de gemeenteraad lees ik, dat al de standplaatsen in het omgevingsplan zullen worden opgenomen. Ik denk dan: dat is simpel. Er komt in het omgevingsplan te staan dat aan de Hindersteinlaan in Vleuten standplaatsen zijn toegestaan. 4

Vragen: Worden de afmetingen van de standplaatsen en de tijden dat standplaatsen zijn toegestaan ook in het omgevingsplan vermeld? Wat vermeldt het omgevingsplan straks over standplaatsen? In de bijgevoegde bijlage staan juridische opmerkingen over o.a. de Dienstenrichtlijn, jurisprudentie over schaarse vergunningen, het raadsvoorstel en de stukken van het college die u als gemeenteraad heeft ontvangen. Als ondernemer had ik zelf deze opmerkingen niet kunnen bedenken, maar wel is het zo, dat ik de opmerkingen steun. Ik hoop dat u als gemeenteraad uw voordeel kunt doen met de bijgevoegde bijlage met juridische opmerkingen. Mijn verzoek aan u als gemeenteraad is, dat u niet het college de bevoegdheid gaat verlenen om een vergunningenplafond vast te stellen. Hoogachtend,

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=26c7708f-ebb2-48a2-bf77-8c600cdecd37