Agendabundel
Tekst van het document
Binnen Titel 2 vallen de belastbare feiten ten behoeve van de fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning. Voor dit onderdeel kan specifiek worden aangegeven dat de tarieven voor de kleine bouwactiviteiten minder kostendekkend zijn dan de tarieven voor een grote bouwactiviteit. De mate van kruissubsidiëring is dat de kleine bouwactiviteiten ongeveer de helft kostendekkend zijn en de grote bouwwerken ongeveer een kwart meer dan kostendekkend zijn. Het is een bestuurlijke keuze om de drempel voor het indienen van aanvragen voor kleine plannen haalbaar en betaalbaar te houden. Door de tarieven laag te houden wordt bevorderd dat aanvragen voor omgevingsvergunningen worden ingediend.
- 45 -
Casuïstiek 1.
Klimaatadaptie
Het verbreden van de sloot met 15 meter heeft als gevolg dat het regenwater beter kan worden opgevangen. De aanleg van de waterberging kan zodoende als ‘rioolaanleg’ worden geactiveerd. De aanleg van de waterberging is niet als onderhoud ingecalculeerd. Voorts is de aanleg van deze waterberging geen vervanging van een bestaande aanleg. Ten aanzien van de rioolheffing kunnen twee voorzieningen zijn gevormd:
voorziening bijdrage voor toekomstig groot-onderhoud (artikel 44, lid 1, sub c BBV);
voorziening bijdrage voor toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 44, lid 1, sub d BBV).
De aanleg van de waterberging kan dus niet ten laste van een voorziening komen. De afvoer c.q. opvang van regenwater behoort wel tot hetgeen ‘als last opgevoerd mag worden in de rioolheffing’. De afschrijving op de geactiveerde aanleg behoort tot de jaarlijkse rioollasten. 2.
Eenmalig ruimen graven
Het ruimen van de graven betreft reguliere lasten van grafbeheer en kunnen worden meegenomen in het tarief. In principe betekent dit dat in het (eerste) tarief al rekening moet worden gehouden met het later weer ruimen van het graf. Daarmee wordt immers de oorspronkelijke situatie hersteld. Er bestaat echter geen verplichting tot een kostendekkend begraaftarief. Indien een gemeente het ruimen van graven niet eerder opgenomen heeft in het tarief, dan komt een eenmalige actie tot grafruimen ten laste van de algemene middelen uit oogpunt van recht. Activering is niet toegestaan. Anders moeten de huidige nabestaanden betalen voor een eerder niet kostendekkend tarief. Dit is niet toegestaan uit het oogpunt van rechtszekerheid. 3.
Wijzigingen in de omslagrente
Volgens de notitie rente van de Commissie BBV moet de renteomslag voor het toerekenen van rente aan de taakvelden in de begroting en jaarrekening op een voorgeschreven wijze worden berekend. Indien tussen het ene en het andere begrotingsjaar de renteomslag meer dan een 0,5% afwijkt moet het gehanteerde percentage van de renteomslag in de begroting en jaarrekening worden aangepast. Indien de werkelijke rentelasten van externe financiering bij de jaarrekening meer dan 25% afwijkt ten opzichte van de begroting, moet de renteomslag in de jaarrekening na gecalculeerd worden op
- 46 -
basis van de werkelijke rentelasten29. Dit heeft gevolgen voor de rentelasten die aan de taakvelden worden toegerekend. In de situatie dat de berekening van de rente in de kostprijs (het tarief) voor heffingen en rechten gebaseerd is op de omslagrente zoals berekend in het BBV en bij de jaarrekening blijkt de omslagrente af te wijken (met name lager te zijn), ontstaat - zeker wanneer dit meerdere jaren achtereen het geval is - de noodzaak om te beoordelen in hoeverre deze afwijking moet worden betrokken bij het berekenen van de rente in de kostprijs (het tarief) voor heffingen en rechten. 4.
Lagere lasten onderhoud en afschrijvingen door vertraging in de uitvoering van onderhoud en investeringen
Een gemeente heeft in haar financiële verordening het volgende opgenomen: •
Investeringen worden geactiveerd en in 20 jaar afgeschreven.
•
Er wordt niet gespaard voor groot onderhoud;
•
Er wordt niet gespaard voor vervangingsinvesteringen.
De begroting 2018 bevat de volgende budgetten die ook ten behoeve van het meerjarenperspectief zijn gebruikt:
Jaarlijks lasten riolering € 12.000
Jaarlijkse opbrengst rioolheffing € 12.000
Dit betekent voor de jaren 2018 tot en met 2020 het volgende in de begrotingen: Exploitatierekening begroting 2018-2020 (taakveld 7.2 riolering) lasten Exploitatielasten
baten 12.000
Rioolheffing
12.000
12.000
12.000
Balans activa Materiële vaste activa (economisch nut)
passiva Voorzieningen
0
0
In de realisatie blijken er afwijkingen op te treden. Deze luiden als volgt: Jaarlijkse opbrengst rioolheffing 2018: € 12.100, jaar 2019: € 12.000, jaar 2020: € 12.300.
29
Notitie Rente, bladzijde 9: ad e (De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag))
- 47 -
Jaarlijks lasten riolering 2018: € 11.000, 2019: € 11.500, 2020: € 13.300. De verklaring voor de afwijking van de lasten luidt als volgt: 2018: lagere last door uitstellen onderhoud € 700 en lagere afschrijvingslasten € 200 (als gevolg van vertraging investeringen) en € 100 aan efficiency-voordelen; 2019: lagere last door lagere afschrijvingslasten € 400 (als gevolg van vertraging investeringen) en € 100 aan efficiency-voordelen; 2020: hogere last door inhalen van onderhoud € 600 en hogere afschrijvingslasten € 700 (als gevolg van inhaal investeringen en hogere investeringen (dan geraamd)) Dit leidt tot de volgende boekingen in de respectievelijke jaren: Exploitatierekening 2018 (taakveld 7.2 riolering) lasten Exploitatielasten Toevoeging voorziening
baten 11.000 Rioolheffing 900 12.000
12.100 12.100
Balans activa Materiële vaste activa (economisch nut)
passiva Voorziening middelen derden (artikel 44 lid 2) 0
900
900
Resultaat is feitelijk € 1.100 voordelig. Hiervan is € 700 een gevolg van het uitstellen van onderhoud en € 200 een gevolg van lagere afschrijvingslasten door vertraging in de investeringen. Deze moeten aan de voorziening middelen derden worden toegevoegd. Het efficiency-voordeel van € 100 en de hogere opbrengst € 100 (meer areaal) komen ten gunste van de algemene middelen of de ingestelde bestemmingsreserve.
- 48 -
Exploitatierekening 2019 (taakveld 7.2 riolering) lasten Exploitatielasten Toevoeging voorziening
baten 11.500 Rioolheffing 400 11.900
12.000 12.000
Balans activa Materiële vaste activa (economisch nut)
passiva Voorziening middelen derden (artikel 44 lid 2)
1.300 (900+400)
0
1.300
Resultaat is feitelijk € 500 voordelig. Hiervan is € 400 een gevolg van het uitstellen van onderhoud. Deze moet aan de voorziening middelen derden worden toegevoegd. Het efficiency voordeel van € 100 komt ten gunste van de algemene middelen of de ingestelde bestemmingsreserve. Exploitatierekening 2020 (taakveld 7.2 riolering) lasten Exploitatielasten Toevoeging voorziening
baten 13.300 Rioolheffing 0 Onttrekking voorziening 13.300
12.300 1.200 13.500
Balans activa Materiële vaste activa (economisch nut)
passiva Voorziening middelen derden (artikel 44 lid 2)
100 (1.300600-600)
0
100
Resultaat is € 1.000 nadelig. Dit is voor € 600 inhaal van onderhoud. Deze moet uit de voorziening middelen derden worden gedekt. In de voorziening middelen derden moet € 100 opgenomen blijven omdat het uitgestelde onderhoud € 700 bedroeg. Daarnaast zijn de afschrijvingslasten € 700 hoger. Deze worden voor € 600 gedekt uit de voorziening middelen derden omdat in de voorziening in jaar 1 en 2 de niet gerealiseerde afschrijvingen zijn opgenomen. Hogere opbrengst rioolheffing van € 300 (door bijvoorbeeld meer areaal) wordt voor € 100 ingezet om de hogere afschrijvingslast te dekken en komt voor € 200 ten gunste van de algemene middelen of ingestelde bestemmingsreserve. - 49 -
De besparingen als gevolg van een vertraging worden dus onderdeel van een voorziening artikel 44, lid 2 BBV waarbij deze voorziening wordt gebruikt om in de toekomst een bijdrage te doen aan het product riolering. De systematiek bij netto activeren in de situatie waarin een voorziening groot onderhoud riolering vanwege het ontbreken van een deugdelijk onderhoudsplan moet worden omgezet naar een voorziening artikel 44, lid 2 BBV is qua uitwerking hetzelfde als in bovenstaand voorbeeld. Waarbij de voorziening ex artikel 44, lid 2 BBV kan worden gebruikt om een bijdrage te doen aan de exploitatietekorten van het product riolering. 5.
Sloop en herbouw wijk
Bij vooral binnenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen worden oudere wijken of bedrijventerreinen in geheel nieuwe wijken of bedrijventerreinen gerenoveerd. De oude woningen of bedrijventerreinen worden gesloopt en nieuwe woningen of kavels voor bedrijventerreinen worden ontwikkeld. Veelal worden dan nieuwe grondexploitaties geopend met de ontwikkeling van deze nieuwe woningen of kavels voor bedrijven. Soms wordt ook de gehele infrastructuur, zoals wegen, groen- en watervoorzieningen geheel gewijzigd. Het rioolstelsel wordt dan vaak ook vernieuwd. Deze vernieuwing van de riolering betreft dan echter geen eerste aanleg waarbij de verkoopopbrengst van de kavels grond als een bijdrage van derden op de investering in de vervanging van de riolering in mindering kan worden gebracht. Deze vernieuwing van de riolering betreft dan feitelijk een vervanging die wordt geactiveerd en afgeschreven of - indien gespaard is voor de vervanging van de riolering - de voorziening vervanging riolering (artikel 44, lid 1, sub d BBV) wordt op de investering in mindering gebracht. In beide situaties moet een eventuele boekwaarde van de oude riolering die geheel wordt vervangen wel in een keer worden afgeschreven ten laste van de exploitatie.
Bij binnenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen waarbij sprake is van een combinatie van een grondexploitatie, renovatie of onderhoud van de openbare ruimte en vervanging van riolering, is de verwerking in de begroting en jaarrekening een belangrijk aandachtspunt. De werkzaamheden worden gecombineerd uitgevoerd, terwijl een gedeelte van de investeringen en lasten ten laste van de grondexploitatie komen, een deel als investering moet worden geactiveerd, een deel wellicht ten laste van voorzieningen (o.a. groot onderhoud) en een deel ten laste van de reguliere exploitatie moet worden gebracht. Dit vereist een transparante, logische en praktische indeling en splitsing van werkzaamheden vooraf en een goede beheersing van de investeringen en lasten tussentijds met behulp van een projectadministratie.
- 50 -
6.
Sparen voor toekomstige vervangingsinvesteringen in combinatie met een ideaalcomplex
Als een gemeente spaart in het tarief voor toekomstige vervangingsinvesteringen via dotaties in de voorziening vervanging middelen derden ex artikel 44, lid 1, sub d BBV dan mogen deze niet gebruikt worden om boekwaarden van eerdere, bestaande investeringen af te boeken. Een gemeente heeft in haar begroting en bijbehorende meerjarenperspectief het volgende opgenomen:
Jaarlijks lasten riolering € 7.000;
Jaarlijkse opbrengst rioolheffing € 12.000, waarvan € 5.000 betrekking heeft op het sparen voor toekomstige vervanging;
Jaarlijkse omvang vervangingsinvesteringen riolering € 5.000.
In de financiële verordening is ten aanzien van de riolering opgenomen dat de afschrijvingstermijn 20 jaar bedraagt, dat er lineair afgeschreven wordt. Er zijn geen rentelasten. Dit betekent voor de jaren 2018 tot en met 2020 het volgende in de begrotingen:
Exploitatierekening begroting 2018-2020 (taakveld 7.2 riolering) lasten Exploitatielasten Toevoeging voorziening
baten 7.000 Rioolheffing 5.000 12.000
12.000 12.000
Balans activa Materiële vaste activa (economisch nut) Riolering
In mindering brengen voorziening op activa
passiva Toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 44 lid 1d) 5.000 Toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 44, lid 1d) -/-5.000 0
5.000
-/- 5.000
0
In de realisatie blijken er afwijkingen op te treden. Deze luiden als volgt: Jaarlijks lasten riolering 2018: € 7.100, 2019: € 7.000, 2020: € 7.050. Jaarlijkse opbrengst rioolheffing 2018: € 11.800, 2019: € 12.100, 2020: € 12.300, waarvan in ieder jaar € 5.000 betrekking heeft op het sparen voor toekomstige vervanging. Omvang vervangingsinvesteringen riolering 2018: € 6.000, 2019: € 4.500, 2020: € 5.300. - 51 -
Exploitatierekening 2018 (taakveld 7.2 riolering) lasten Exploitatielasten Toevoeging voorziening
baten 7.100 Rioolheffing 5.000 12.100
11.800 11.800
Balans activa Materiële vaste activa (economisch nut) Riolering
In mindering brengen voorziening op activa
passiva Toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 44 lid 1d) 6.000 Toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 44, lid 1d) -/-5.000 1.000
5.000
-/- 5.000
0
Ook wanneer de jaarlijkse spaarbedragen in het tarief gelijk zijn aan de jaarlijkse vervangingsinvesteringen (=ideaalcomplex) moeten de ‘spaarbedragen’ als last worden geboekt en wordt vervolgens de daarmee gevormde voorziening afgeboekt op de geactiveerde vervangingsinvesteringen.
- 52 -
Exploitatierekening 2019 (taakveld 7.2 riolering) lasten Exploitatielasten Toevoeging voorziening Afschrijvingslast
baten 7.000 Rioolheffing 5.000 50 12.050
12.100
12.100
Balans activa Materiële vaste activa (economisch nut) Riolering
In mindering brengen voorziening op activa Afschrijving
passiva Toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 44 lid 1d) 5.500 Toekomstige (1.000+4.500) vervangingsinvesteringen (artikel 44, lid 1d) -/- 4.500 -/- 50 (1.000/20 jaar) 950
5.000
-/- 4.500
500
Het saldo van € 500 aan de passiva zijde ex artikel 44, lid 1, sub d BBV mag niet in mindering worden gebracht op bestaande activa van € 950. Het resultaat is het gevolg van hogere opbrengst rioolheffing (bijvoorbeeld areaal). Dit positieve resultaat van € 500 komt ten gunste van algemene middelen of ingestelde bestemmingsreserve.
- 53 -
Exploitatierekening 2020 (taakveld 7.2 riolering) lasten Exploitatielasten Toevoeging voorziening Afschrijvingslast
baten 7.050 Rioolheffing 5.000 50 12.100
12.300
12.300
Balans activa Materiële vaste activa (economisch nut) Riolering
In mindering brengen voorziening op activa Afschrijving
passiva Toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 44 lid 1d) 6.250 Toekomstige (950 + 5.300) vervangingsinvesteringen (artikel 44, lid 1d) -/- 5.300 -/- 50 900
5.500 (500 + 5.000) -/- 5.300
200
Het saldo van € 200 aan de passiva zijde ex artikel 44, lid 1d mag niet in mindering worden gebracht op bestaande activa van € 900. Het resultaat is het gevolg van hogere opbrengst rioolheffing (bijvoorbeeld areaal). Dit positieve resultaat van € 200 komt ten gunste van algemene middelen of ingestelde bestemmingsreserve. 8.
Matchen baten en lasten over meerdere jaren
In de begroting van een gemeente zijn de uitgangspunten voor de rioolheffing opgenomen. Uit de onderliggende documenten blijkt dat uitgegaan wordt van de volgende veronderstellingen:
Lasten stijgen in jaar 1 tot en met 6 met 6% per jaar; vanaf jaar 7 tot en met 11 met 2% per jaar. Bedragen zijn afgerond naar dichtstbijzijnde tiental.
Rioolheffing (en daarmee de baten) stijgt jaarlijks met 3% per jaar.
- 54 -
Begroot (* € 1.000)
Taakveld 7.2 riolering jaar 1 toevoeging voorziening Saldo
lasten 5.000 500 5.500
jaar 2 toevoeging voorziening Saldo
5.300 365 5.665
jaar 3 toevoeging voorziening Saldo
5.620 215 5.835
jaar 4 toevoeging voorziening Saldo
5.960 50 6.010
jaar 5 onttrekking voorziening Saldo
6.320
jaar 6 onttrekking voorziening Saldo jaar 7 onttrekking voorziening Saldo jaar 8 onttrekking voorziening Saldo jaar 9 onttrekking voorziening Saldo
6.320 6.700 6.700 6.835 6.835 6.970 6.970 7.110 7.110
Voorziening middelen derden (artikel 44, lid 2) stand per 31 december
Resultaat taakveld 0
500 5.500
0
5665 865 5.665
0
5.835 1080 5.835
0
6.010 1130 6.010 6.190 130 6.320
0 1000 0
6.375 325 6.700
0
6.565 270 6.835
0
6.760 210 6.970 6.960 150 7.110
jaar 10 onttrekking voorziening Saldo
7.250
7.170 45 7.215
jaar 11
7.395
7.385
7.395
7.385
Saldo
7.250
baten rioolheffing
- 55 -
675
405
195 0 45 0 0 -35 0 -10
0
1 Raadsvoorstel Zienswijze meerjarenbegroting BghU 2022-2025.pdf
Voorstel aan de gemeenteraad
Zienswijze meerjarenbegroting 2022-2025 Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Jasper Woeltjes 8650680 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De bijgevoegde brief vast te stellen als zienswijze op de conceptmeerjarenbegroting 2022-2025 van de BghU.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting De Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) is een verbonden partij die namens de gemeente Utrecht, een negental overige gemeenten en het waterschap HDSR de lokale heffingen uitvoert. De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op de meerjarenbegroting 2022-2025 van de BghU.
Context Aanleiding Het bestuur van de BghU heeft de conceptbegroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 (tezamen: meerjarenbegroting 2022-2025) vastgesteld en voor zienswijze aangeboden. Ter informatie heeft het bestuur van de BghUtevens de jaarrekening inclusief Jaarverslag 2020 aangeboden. De vaststelling van de begroting staat gepland voor de vergadering van het bestuur van de BghU op 1 juli 2021. Verzoek is zienswijzen uiterlijk op 28 mei kenbaar te maken. Juridische context De gemeenteraad wordt, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Beoogd effect Het bestuur van de BghU neemt de zienswijzen van de gemeente mee bij het vaststellen van de begrotingsstukken. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Niet van toepassing.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De bijgevoegde brief vast te stellen als zienswijze op de conceptmeerjarenbegroting 2022-2025 van de BghU.
Argumenten 1.1
De meerjarenbegroting past bij een stabiele uitvoeringsorganisatie. De BghU is een uitvoeringsorganisatie die sinds 2014 bestaat. De voorliggende meerjarenbegroting laat een stabiel meerjarig beeld zien, gericht op de continuïteit van de organisatie. In 2022 is er sprake van een hogere bijdrage voor de deelnemers als gevolg van het aanbesteden van een nieuw ICT-systeem. In de loop van 2021 vindt de aanbesteding plaats en wordt duidelijk in hoeverre deze kosten en daarmee de bijdrage van Utrecht naar beneden kunnen worden bijgesteld. Eind 2021 is hierover meer bekend.
1.2
De meerjarenbegroting past binnen de kaders van de gemeente Utrecht. De meerjarenbegroting past, inclusief de loon- en prijsontwikkelingen, binnen de uitgangspunten die de gemeente Utrecht hanteert.
Financiën De jaarlijkse bijdrage aan de BghU is opgenomen in de begroting van de gemeente Utrecht.
Vervolg De zienswijzebrief van uw raad wordt, na vaststelling, aan het bestuur van de BghU verzonden.
2
Participatie Niet van toepassing.
Communicatie De zienswijzen die van de deelnemers van de BghU worden ontvangen worden besproken in de vergadering van het bestuur van de BghU. De vergaderstukken worden via de website van de BghU openbaar gemaakt.
Niet-Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 3 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Brief zienswijze meerjarenbegroting 2022-2025 BghU Bijlagen informatief BghU jaarstukken 2020 Ontwerpbegroting 2022 en meerjarenperspectief 2023-2025 Aanbiedingsbrief Utrecht met betrekking tot de begroting 2022 en de jaarstukken 2020
-
3
1 Zienswijzebrief BghU meerjarenbegroting 2022-2025.pdf
Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad
VERSIE VOOR BESLUITVORMING Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht M. Vrisou van Eck Postbus 5150 3502 JD UTRECHT
Behandeld door
J.J.M. Woeltjes
Datum
volgt
Doorkiesnummer
030-2862137
Ons kenmerk
8651788
j.woeltjes@utrecht.nl
Onderwerp
Zienswijze meerjarenbegroting 2022 2025
Bijlage(n) Uw kenmerk
Verzonden
Uw brief van
Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden
Geachte mevrouw Vrisou van Eck, U heeft ons de gelegenheid geboden een zienswijze te geven op de meerjarenbegroting 2022 - 2025 van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. De meerjarenbegroting past binnen de kaders van de gemeente Utrecht. Wij kunnen instemmen met deze meerjarenbegroting en begrotingswijziging. De huidige context van financiële onzekerheid en krapte in de gemeentefinanciën dwingt gemeenten en hun verbonden partijen om extra kritisch te zijn op de kosten en daarmee de bijdrage van de gemeente. In uw begroting is voor 2022 een hogere bijdrage opgenomen als gevolg van de verwachtte kosten van de migratie van het ICT-systeem. Wij begrijpen dat deze migratie noodzakelijk is en goed voorbereid wordt. In uw begroting geeft u aan dat na de aanbesteding blijkt in hoeverre de kosten lager kunnen uitvallen en daarmee de bijdrage van de gemeente. Wij verzoeken u om u de komende periode te blijven inspannen om deze kosten en daarmee de bijdrage van de gemeente te beperken. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,
de griffier, Merel van Hall
de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma
1 Jaarstukken BghU 2020 met verklaring WG.pdf