CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Adviescommissie Controle en Financiën 29 april 2021, gemeente Utrecht20.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel van de Adviescommissie Controle en Financiën van 29 april 2021

Agenda bijlagen Agenda advies-cie CF 29-4-2021.doc 1 2

3

Opening en mededelingen en vaststellen agenda Behandelvoorstel: Aangeven of u nog wijzigingen op de conceptagenda heeft en vaststellen agenda. Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst Behandelvoorstel: Aangeven of u vragen, opmerkingen of correcties heeft bij het conceptverslag (reeds rondgestuurd). Wanneer u geen vragen of opmerkingen heeft, kunt u het verslag vaststellen en zal deze worden toegevoegd aan de volgende commissie M&S. Adviescommissie C&F 01-04-2021.docx Ingekomen en verzonden stukken Ter kennisname: •Begrotingsrichtlijnen 2022 (provincie) •Lokale heffingen (deloitte) •Raadsvoorstel Zienswijze meerjarenbegroting 2022-2025 Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) --> op de cie van 29 april (15 minuten) Behandelvoorstel: •Stukken ter kennisname waarbij leden van de adviescommissie kunnen aangeven of ze dit onderwerp nader willen bespreken. brief gedeputeerde begrotingsrichtlijnen gemeenteraad.pdf Notitie Lokale Heffingen 2021.pdf Raadsvoorstel Zienswijze meerjarenbegroting BghU 2022-2025.pdf Zienswijzebrief BghU meerjarenbegroting 2022-2025.pdf Jaarstukken BghU 2020 met verklaring WG.pdf Ontwerpbegroting BghU 2022 en meerjarenperspectief 2023-2025.pdf Aanbiedingsbrief Utrecht.pdf

4

Risicovolle projecten Behandelvoorstel: toelichting door de ambtelijke organisatie en gelegenheid tot het stellen van vragen. Raadsvoorstel Regeling Risicovolle Projecten.pdf Regeling risicovolle projecten gemeente Utrecht.pdf Besluit wijziging Financiële verordening - DROP.pdf Afwegingskader IJking en herijking.pdf RRP_Bijlage 2_Handleiding_projectbeheersing.pdf RRP_Bijlage 3_Rapport Twynstragudde Quickscan VRP en handleiding PB.pdf Adviesbrief adviescommissie Controle en Financien RRP.pdf

5

Voortgang begroting van de toekomst Behandelvoorstel: Toelichting door ambtelijke organisatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen hierover. Achtergrond: Dit is een vervolg van de bespreking op 4 maart. De bijlagen geven een impuls van waar dit project is gestart, en dat het verdere programma voor een gezamenlijke sessie samen met Dimitri, Floor en Cees wordt afgestemd. Begroting van de toekomst (input meeting gem Utrecht).pdf Verbeteringen begroting.pptx

6

Update WAAVA Behandelvoorstel: Toelichting door ambtelijke organisatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen hierover. Achtergrond: toegezegde notitie met de uitwerking van drie onderzoeksvragen (ondergrens activeren, restwaarde en componentenmethode). Vervolg: aanpassen nota in Q3 2021 (LTA). Memo notities componentenmethode en restwaarde (waava).docx Notitie Componentenbenadering 22-4-2021 .docx Notitie Restwaarde 22-4-2021.docx

7

Vooruitblik jaarplan 2021 Behandelvoorstel: •Het Jaarplan wordt elke vergadering indien nodig geactualiseerd. Wordt ingestemd met deze onderwerpen? •Dient volgorde te worden omgedraaid i.v.m. gewijzigde planning JS? Do. 27 mei 18.00-19.30 Vergadering adviescommissie (90 minuten) Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten) Jaarstukken (beschikbaar 29 april) --> cie op 29 juni (concept) Accountantsrapport van bevindingen, incl. accountantsverklaring over de Jaarstukken Concept Reactie van het college op het accountantsrapport Update voortgang Leesbaarheid van de begroting (15 minuten) Advies aan commissie M&S en S&R n.a.v. de jaarstukken en het accountantsrapport. Update bevindingen Raadstoets --> 8 juni presentatie Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten) Afsluiting (5 minuten) Do 10 juni 18.00-19.30Vergadering adviescommissie (90 minuten) Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten) Voorjaarsnota (beschikbaar 20 mei) --> Cie op 22-24 juni Berap incl. resultaatsbestemming en MPUV en MPR --> meer aandacht voor i.v.m. corona Advies aan commissie M&S en S&R n.a.v.

Voorjaarsnota/Berap Voortgang leesbaarheid investeringen (10 minuten) Definitieve verslagen/ jaarplan concernaudit (10 minuten) Definitieve bevindingen Raadstoets (15 minuten) Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten) Afsluiting (5 minuten) \*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\* \*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\* NB: 5 minuten wissel pauze, zodat we het laatste deel van de vergadering gebruiken om een advies richting de commissies te formuleren dan wel met elkaar in gesprek te gaan over voorliggende onderwerpen. Voor afsluiting een korte rondvraag richting ambtelijke organisatie door de voorzitter. Jaarplan adviescommissie C&F 2021 versie april 2021.docx

8

Voortgang controle accountant met adviescie C&F Behandelvoorstel: toelichting door de accountant. Wvttk Behandelvoorstel: Dit agendapunt creëert de vrije ruimte voor het behandelen van onderwerpen die niet zijn aangemeld. U kunt naar eigen inschatting onderwerpen inbrengen. Rondvraag en sluiting.

9

10

AGENDA Adviescommissie Controle en Financiën

29 april 2021 van 18.00-19.30 uur (digitaal)

Agendapunt 1 t/m 7 worden behandeld in aanwezigheid van de (medewerkers van) de afdeling Concernmanagement Financiën, Inkoop en Juridische Zaken/Concern Control, de voorzitter/secretaris van de Rekenkamer en de accountant.

Agendapunt 8 t/m 10 worden behandeld in aanwezigheid van de accountant. (2 min)

1. a. Opening en mededelingen. b. Vaststellen agenda.

Behandelvoorstel: Aangeven of u nog wijzigingen op de conceptagenda heeft en vaststellen agenda. (3 min)

2. Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst

Behandelvoorstel: Aangeven of u vragen, opmerkingen of correcties heeft bij het

conceptverslag (reeds rondgestuurd). Wanneer u geen vragen of opmerkingen heeft, kunt u het verslag vaststellen en zal deze worden toegevoegd aan de volgende commissie M&S. (5 min)

3. Ingekomen en verzonden stukken.

Ter kennisname:   

Begrotingsrichtlijnen 2022 (provincie) Lokale heffingen (deloitte)

Raadsvoorstel Zienswijze meerjarenbegroting 2022-2025

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) -> op de cie van 29 april (15 minuten)

Gewijzigde planning JS 2020 (bij stukken presidium 26-4)

Behandelvoorstel: 

Stukken ter kennisname waarbij leden van de adviescommissie kunnen aangeven of ze dit onderwerp nader willen bespreken.

1

Commissiegriffier financiën  danielle.rijnders@utrecht.nl

(25-30 min)

4. Raadsvoorstel Risicovolle projecten

Behandelvoorstel: toelichting door de ambtelijke organisatie en gelegenheid tot het stellen van vragen.

Update 19-4: inmiddels is het raadsvoorstel ontvangen. Wat vind de adviescie hiervan? Zijn eerdere aanbevelingen overgenomen? Wenst de adviescie een adviesbrief op te stellen? Wat is het advies van de accountant? (10-15 min)

5.

Voortgang begroting van de toekomst

Behandelvoorstel: Toelichting door ambtelijke organisatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen hierover.

Achtergrond: Dit is een vervolg van de bespreking op 4 maart. NB: De bijlagen geven een impuls van waar dit project is gestart. Het verdere

programma voor een gezamenlijke sessie zal samen met Dimitri, Floor en Cees worden afgestemd. (20 min)

6. Update WAAVA

Behandelvoorstel: Toelichting door ambtelijke organisatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen hierover.

Achtergrond: toegezegde notitie met de uitwerking van drie onderzoeksvragen (ondergrens activeren, restwaarde en componentenmethode).

Vervolg: aanpassen nota in Q3 2021 (LTA). (5 min)

7. Vooruitblik jaarplan 2021

Behandelvoorstel: 

Het Jaarplan wordt elke vergadering indien nodig geactualiseerd. Wordt ingestemd met deze onderwerpen?

Dient volgorde te worden omgedraaid i.v.m. gewijzigde planning JS?

Do. 27 mei

Vergadering adviescommissie (90 minuten)

18.00-19.30

Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten)

Jaarstukken (beschikbaar 29 april) --> cie op 29 juni

(concept) Accountantsrapport van bevindingen, incl.

2

Commissiegriffier financiën  danielle.rijnders@utrecht.nl

accountantsverklaring over de Jaarstukken  

Concept Reactie van het college op het accountantsrapport

Update voortgang Leesbaarheid van de begroting (15 minuten)

Advies aan commissie M&S en S&R n.a.v. de jaarstukken en het

Update bevindingen Raadstoets --> 8 juni presentatie

Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten)

Afsluiting (5 minuten)

accountantsrapport.

Do 10 juni

Vergadering adviescommissie (90 minuten)

18.00-19.30

Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten)

Voorjaarsnota (beschikbaar 20 mei) --> Cie op 22-24 juni

Berap incl. resultaatsbestemming en MPUV en MPR --> meer aandacht voor i.v.m. corona

  

Advies aan commissie M&S en S&R n.a.v. Voorjaarsnota/Berap

Voortgang leesbaarheid investeringen (10 minuten) Definitieve verslagen/ jaarplan concernaudit (10 minuten)

Definitieve bevindingen Raadstoets (15 minuten)

Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten)

Afsluiting (5 minuten)

****************************************************************************************

NB: 5 minuten wissel pauze, zodat we het laatste deel van de vergadering gebruiken om een advies richting de commissies te formuleren dan wel met elkaar in gesprek te gaan over voorliggende onderwerpen. Voor afsluiting een korte rondvraag richting ambtelijke organisatie door de voorzitter. (10 min)

8. Voortgang controle accountant met adviescie C&F

Behandelvoorstel: toelichting door de accountant.

(3 min)

9. Wvttk

Behandelvoorstel: Dit agendapunt creëert de vrije ruimte voor het behandelen van onderwerpen die niet zijn aangemeld. U kunt naar eigen inschatting onderwerpen inbrengen.

(2 min)

10. Rondvraag en sluiting.

3

Commissiegriffier financiën  danielle.rijnders@utrecht.nl

2 Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst 1 Adviescommissie C&F 01-04-2021.docx

VERSLAG ADVIESCOMMISSIE CONTROLE EN FINANCIËN

1 april 2021 van 18.00-19.30 uur, digitale vergadering via MS Teams Adviescommissie: Dimitri Gilissen (voorzitter), Janneke Admiraal, Has Bakker, Cees Bos, Henk van Deún,

Floor de Koning, Eva Oosters, Bert van Steeg, Rick van der Zweth en Daniëlle Rijnders (raadsadviseur Financien, Control & Audit)

Overige deelnemers: Sebastiaan van den Bogaard (strategisch adviseur), Sandra Emsbroek (strategisch adviseur

bedrijfsvoering), Lizette Jongen (coördinator fiscaliteit), Gerth Molenaar (secretaris Rekenkamer), Agnes Scholte

(strategisch adviseur bedrijfsvoering), Gloria Sundermann (trainee financiën en control), Paul Venhoeven (voorzitter Rekenkamer), Antoine van Vlodorp (manager concernaudit), Edwin Westphal (concernmanager financiën, inkoop en juridische zaken), Katie Zwetsloot (CFO), Niels Fritz en Rein-Aart van Vugt (Deloitte)

Niet aanwezig: Ruurt Wiegant (commissie)

1a. Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering. Er zijn geen mededelingen. 1b. Vaststellen agenda

Na agendapunt 2 wordt een toelichting op de tussenstand van de controle aan de agenda toegevoegd. De agenda wordt verder vastgesteld conform opgave. 2. Verslag vorige vergadering (04-03-2021)

Geen opmerkingen; het verslag wordt vastgesteld. Stand van zaken controle (toegevoegd onderwerp)

Tijdens een vorige vergadering van de Adviescommissie kondigde de heer Westphal aan dat de publicatiedatum van de jaarrekening verschoven moest worden naar 29 april a.s. Dit blijkt

echter niet haalbaar te zijn omdat enkele dossiers (waaronder materiële vaste activa, waardering vastgoed en subsidies) nog openstaande vragen bevatten. Deloitte maakt daar een nieuwe

planning voor. Het SISA-proces is daarentegen veel vlotter verlopen dan vorig jaar. Dit geldt ook voor de grondexploitaties, de coronaregelingen en Wmo Jeugd.

De vertraging hangt samen met de bijzondere omstandigheden (coronamaatregelen,

thuiswerken). Zolang de buitenschoolse opvang niet open is, moeten medewerkers hun werk

combineren met de opvang van kinderen; voor velen betekent dat: improviseren. Daarnaast is

de gemeente niet in alle gevallen goed genoeg ingericht om snel antwoord te kunnen geven op

vragen van de accountant. Er worden al maatregelen ter verbetering getroffen. Op 6 april a.s. is er overleg met de accountant gepland. Daarna is er meer duidelijkheid te geven over de planning.

Pagina 1 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

De heer Van Vugt sluit zich aan bij de mededeling van de heer Westphal; op de wijze van

samenwerking heeft hij nauwelijks iets aan te merken. Zaken worden in openheid en goed overleg onderling besproken, en punten van discussie zijn er bijna niet. Processen gaan duidelijk beter dan vorig jaar, vindt de heer Van Vugt, vooral het SISA-proces, dat werd

uitgebreid van dertien naar eenendertig regelingen. Daar heeft de ambtelijke organisatie echt

vooruitgang geboekt. Het sociaal domein is goed op orde, inclusief de TOZO-regeling. Ook op het gebied van de grondexploitaties zijn er forse stappen in de goede richting gezet.

Knelpunten hebben naar het inzicht van de heer Van Vugt grotendeels te maken bij het op

afstand werken, ziekteverzuim en enig verloop op de afdeling. Gebrek aan kennis en/of kunde speelt zeker niet.

Het is niet goed aan te geven wat de impact van de vertraging zal zijn. Hierop zal de accountant zo snel mogelijk na 6 april a.s. terugkomen. In elk geval zijn alle inspanningen erop gericht om de uiterste termijn (15 juli a.s.) te halen. De heer Van Vugt verwacht niet dat dat nu in het geding komt.

Desgevraagd licht de heer Van Vugt toe dat TOZO een grote post is bij de gemeente Utrecht,

ongeveer € 60 miljoen. Dit geeft wel veel extra werk voor zowel de afdeling als de accountant, maar het proces loopt boven verwachting goed, temeer gezien het feit dat de regeling dit jaar voor het eerst werd ingevoerd en met grote spoed operationeel moest worden.

Op een vraag van de heer Venhoeven geeft de heer Van Vugt dat er vooraf een 'prepared by

client'-lijst is gemaakt, een overzicht waarop wordt aangegeven wat de accountant verwacht

aangeleverd te krijgen. De invulling daarvan is onder druk gekomen als gevolg van het gebrek aan capaciteit (ziekteverzuim, werken op afstand en verloop op de afdeling). Van onwil of

onbegrip is geen sprake geweest. Op het eerste concept van de jaarrekening moeten altijd de grondexploitaties nog worden geboekt; dat gebeurt altijd later. Een correctie is dat eigenlijk

niet. Of er veel correcties te verwachten zijn is nu nog niet goed aan te geven, want het is nog

niet bekend of er in de posten die nog moeten worden aangeleverd, correcties moeten worden gemaakt.

Hoe is duidelijk geworden dat de planning in de knel zou komen? Volgens de heer Van Vugt was de planning vanaf het begin al aan de ambitieuze kant – een goede zaak, vindt hij, want dat

houdt de organisatie scherp. De controle is in de eerste week van maart begonnen. Ongeveer

drie weken later werd duidelijk dat vijf à zes (van de ruim twintig) processen de planning onder

druk zouden gaan zetten. Op 26 maart jl. trokken de organisatie en de accountant gezamenlijk de conclusie dat de planning zou moeten opschuiven. De organisatie heeft zelf het initiatief genomen om hierover met de Adviescommissie te communiceren. 3. Ingekomen en verzonden stukken Geen bijzonderheden.

Pagina 2 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

4. Vennootschapsbelasting (Vpb) en horizontaal toezicht

Mondelinge toelichting door mevrouw Jongen; zie haar presentatie, deze wordt toegevoegd aan de vergaderstukken. De gemeente Utrecht is belastingheffer (decentrale belastingen), maar ook belastingbetaler: loonheffingen medewerkers en bijstandsgerechtigden, de TOZO-regeling,

omzetbelasting, overdrachtsbelasting, vennootschapsbelasting en zo meer. In 2009 sloot de

gemeente een convenant met de Belastingdienst, waarin is vastgelegd hoe beide partijen met elkaar samenwerken. De gemeente Utrecht onderhoudt een goede relatie met de Belastingdienst.

In het kader van het horizontaal toezicht wil de Belastingdienst een wat minder vrijblijvende

samenwerking. Vooruitlopend daarop heeft de gemeente de eigen fiscale strategie al bijgesteld, met als belangrijkste overweging dat zij compliant wil zijn. Daarnaast is het standpunt

ingenomen dat het beter is om fouten te voorkómen dan achteraf te moeten repareren. Bij de

uitrol van het horizontaal toezicht heeft de Belastingdienst bevestigd dat de gemeente Utrecht 'op schema' ligt.

Nieuw is dat er voortaan ook Vpb – 'winstbelasting' – bij overheden wordt geheven, conform

Europese regels. De achterliggende gedachte is dat overheden niet moeten concurreren met private bedrijven; zou dat toch het geval zijn, moet het fiscale speelveld gelijk zijn. Bij

gemeenten gaat het om grote bedragen, want bij Vpb-plichtige activiteiten moet er over de winst (opbrengst na aftrek van kosten) 25% belasting worden afgedragen. Tijdens de implementatie zijn de belangrijkste economische activiteiten geïnventariseerd, en is

afgesproken hoe partijen daarmee zullen omgaan. Om te kunnen bepalen of een bepaalde

activiteit Vpb-plichtig is, wordt er getoetst aan het economisch verkeer en wordt bekeken of het er met die activiteiten duurzaam positief resultaat wordt behaald en of het concurrerende

activiteiten zijn. Discussie is er met de Belastingdienst over verrekenbare verliezen en over de vraag of het in bepaalde gevallen niet gewoon om vermogensbeheer gaat – en niet om een economische activiteit. Sinds 2014/2015 heeft de gemeente een aantal activiteiten

geïdentificeerd die mogelijk belastingplichtig zijn. Daarover loopt nog discussie met de

Belastingdienst. Enkele gemeenten hebben daarover al rechtszaken aangespannen, die in Utrecht met belangstelling worden gevolgd.

Vragen en reacties

Uit de presentatie bleek dat Utrecht de grenzen van de regels niet opzoekt, maar dat andere gemeenten die dat wél doen. Wat zijn hun ervaringen? Het zijn meestal particulieren die de

grenzen opzoeken, zegt mevrouw Jongen. Als je dit als gemeente vaak doet, betekent dit dat je vaak in een gerechtelijke procedure bent verwikkeld. Gemeenten wisselen hierover regelmatig

informatie en ervaringen uit. Mevrouw Jongen heeft de ervaring dat er tijdens vooroverleg met de Belastingdienst goed uit valt te komen; de Belastingdienst is echt wel bereid om mee te

denken. De heer Van Vugt vult aan dat gemeenten zich gedurende enkele jaren meer op het Pagina 3 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

standpunt zijn gaan stellen dat overheden elkaar niet zouden moeten bestrijden; zij zoeken dus minder dan voorheen de randen van de wetgeving op. Zelfs in het bedrijfsleven doet men dat

niet snel meer, veelal vanuit het perspectief van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Met belastinginkomsten worden immers allerlei maatschappelijke voorzieningen bekostigd.

Hoe zijn de belastingaanslagen verwerkt in risico-analyses en is de laatst ontvangen aanslag

een grote tegenvaller? Mevrouw Jongen geeft aan dat de gemeente wel heeft gereserveerd voor

belastingaanslagen. Over de specifieke aanslag voor reclameconcessies, bijna € 500.000, is met de Belastingdienst afgesproken dat er tegelijk met een bezwaar ook een verzoek om uitstel van betaling kan worden gedaan.

Uit de presentatie kan worden geconcludeerd dat de Belastingdienst maatwerk levert – is dat wel

efficiënt? Hierop wijst mevrouw Jongen erop dat niet alle gemeenten op dezelfde manier werken. Zaken kunnen fiscaal anders uitpakken, al naar gelang de omvang van de gemeente; los daarvan verandert de belastingwetgeving nogal eens. De gemeente Utrecht wil vooraf duidelijkheid

hebben over haar fiscale positie, dus als er ergens onzekerheid over is, wordt er direct een afspraak met de Belastingdienst gemaakt.

De heer Bos merkt op dat de gemeente feitelijk grondmonopolist is. Zo wordt er bijvoorbeeld

grond uitgegeven voor abri's, waarin de exploitant grote reclameposters ophangt. Waarom vindt de gemeente dat zij daarvoor niet Vpb-plichtig is?

Reclameconsessies voor de openbare ruimte ziet de gemeente als normaal vermogensbeheer,

stelt mevrouw Jongen; zij speelt immers geen actieve rol bij het reclamebeleid van de exploitant. De heer Van Vugt wijst erop dat de Vpb voor gemeenten in 2016 is ingevoerd. De

Belastingdienst is daarin nog zoekende; er zijn gemeenten die zelfs nog geen aanslag over 2016 hebben ontvangen. Grondexploitaties vormen het grootste knelpunt, maar eigenlijk is de

discussie daarover nog niet uitgekristalliseerd. De heer Van Vugt verwacht dat dit nog wel enige jaren zal duren. De gemeente Utrecht monitort het risico doorlopend. De heer Van Vlodorp

merkt op dat belastingen opgenomen worden in het rechtmatigheidsverantwoordingstraject 2021.

Update vraag na vergadering: Er is sprake van een stelpost Vpb voor de betaling van de aanslagen. Specifiek voor het risico op een hogere aanslag heeft VTH dit als risico opgenomen in de risicoparagraaf. Als zodanig komt het bij de jaarrekening en de begroting tot uitdrukking. 5. Voorstel om de leesbaarheid van de (lopende) begroting te verbeteren

Zie de presentatie 'Voorbeelden voor een leesbaardere begroting,' bij vergaderstukken, toelichting door mevrouw Sundermann.

Pagina 4 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

De commissie is blij verrast met het mooie overzicht, al vallen de vele 'rode' scores van Utrecht wel direct op. Het is duidelijk wat er in de komende begroting al verbeterd wordt – de eerste

quick wins. Hoe zal het in de volgende jaren verder gaan, zowel op korte als op langere termijn? Voor twee producten is een volledige lijn uitgezet, vertelt mevrouw Sundermann, namelijk voor

het boek en voor de website. Er is aangenomen dat de website meer wordt gebruikt; daar is dan ook meer informatie en uitleg te vinden. Voor verbeteringen en uitbreiding is de website

geschikter dan het boekwerk. Vanuit de commissie wordt aangegeven dat velen gewend zijn om te beginnen met het boekwerk, omdat dit een compacte beschrijving geeft. De website wordt

dan vaak gebruikt voor een verdiepingsslag. Het interessantst om te volgen is het verloop van

veranderingen in de loop der jaren, liefst in de vorm van vergelijkende tabellen. Daar geeft het boekwerk dan weer wat minder inzicht in.

Mevrouw Sundermann concludeert dat de raad het prettig zou vinden als de grootste materiële

wijzigingen apart worden aangegeven en als er een overzicht met geplande investeringen wordt toegevoegd, zowel in het boek als op de website. De manier waarop de gemeente Zoetermeer de impact van moties weergeeft, wordt waardevol gevonden. Waarschijnlijk, zegt mevrouw Sundermann, kunnen nog niet alle aanpassingen al in de komende begroting gerealiseerd worden, onder andere de wat langere vooruitblik nog niet.

De extra visualisaties zijn toegevoegd om duidelijk met de stad te kunnen communiceren. Welke vorm spreekt in het bijzonder aan, of heeft in het bijzonder toegevoegde waarde? Voor

bewoners kan het zeker wel relevant zijn als zij kunnen zien hoeveel geld de gemeente uitgeeft,

wordt gezegd. Daarvoor is een kwalitatieve weergave geschikt, liefst zo concreet en toegankelijk mogelijk.

6. Opzet technische briefing Jaarrekening 2020 en Voorjaarsnota 2021

Zie de presentatie 'Opzet technische bijeenkomst 8 juni,' bij vergaderstukken. Geen van de commissieleden heeft daar vragen of opmerkingen over.

De Jaarrekening en de Voorjaarsnota worden apart behandeld, want bij gecombineerde

behandeling wordt er het meest gesproken over de Voorjaarsnota. Kan ook de briefing worden

opgeknipt? Mevrouw Rijnders legt uit dat er voor een 'financiële avond' op 8 juni is gekozen. Het presidium heeft nadien echter op die avond ook een paar raadsinformatiebijeenkomsten gepland. Graag aandacht voor de aanlevering van RIB’s op deze avond. 7. Vooruitblik jaarplan 2021

Zie het overzicht in de vergaderagenda. De ambtelijke organisatie heeft gevraagd om kort stil te

staan bij de toekomstige begroting. Mevrouw Rijnders stelt voor om voor alle onderwerpen in de volgende vergadering twintig minuten in te plannen. Daarmee gaan allen akkoord. Het geactualiseerde jaarplan wordt vastgesteld.

Pagina 5 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

Schorsing

De ambtenaren verlaten de vergadering. 8. Voortgang controle accountant

In aanvulling op wat eerder in de vergadering werd gemeld meldt de heer Van Vugt dat het

Deloitte enigszins verbaasde dat de in september jl. gemaakte afspraken over de inlevering van de 'moeilijke posten' niet nader werden ingevuld – een gevolg van de coronacrisis. De grootste knelpunten bevinden zich bij Vastgoed en Ruimte, twee afdelingen met een zeer hoog

ambitieniveau, maar, naar gaandeweg bleek, ook met veel ziekteverzuim en veel verloop. Daar vallen dan als eerste gaten in de bedrijfsvoering. De heer Van Vugt wil dit nog met de

organisatie zelf en met het college bespreken: men wil zolang mogelijk inhoudelijk blijven

aanleveren, maar doet dan uiteindelijk toch consessies aan de bedrijfsvoering. Overigens is de gemeente Utrecht daar niet uniek in.

Utrecht werkt met decentrale sturing. Daarnaast zou er naar de mening van de heer Van Vugt

centrale regie moeten worden gevoerd op integrale processen, bijvoorbeeld de Jaarrekening. Die versterking moet nog worden toegevoegd; dat vindt de organisatie zelf ook. Vanuit de centrale

kaderstelling zou er nog een kwaliteitstoets moeten worden gedaan op alle materiaal dat van de afdelingen komt. Ook daarover wordt nagedacht in de ambtelijke organisatie; hier kan een rol weggelegd zijn voor team Audit.

De accountant voorziet een aanzienlijk positief resultaat. Dat komt doordat de gemeente de resultaten uit grondexploitatie pas in de laatste boekingsgang meeneemt. 9. Rondvraag en sluiting

Er wordt geen gebruik gemaakt van de rondvraagmogelijkheid. De voorzitter bedankt de deelnemers voor hun inbreng, en sluit de vergadering.

Pagina 6 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

3 Ingekomen en verzonden stukken 1 brief gedeputeerde begrotingsrichtlijnen gemeenteraad.pdf

• PROVINCIE:: UTRECHT

De raad van de gemeente Postbus

DATUM NUMMER

31 maart 2021 82223ADC

TEAM REFERENTIE

UW BRIEF VAN

DOORKIESNUMMER

UW NUMMER

E-MAILADRES

BIJLAGE

Circulaire begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten 2022

ONDERWERP

BEI / IBT Financieel toezicht Mw. A.J.J. van Dixhoorn-Hoogenboom 06-52769516 ria. van. dixhoorn-hoogen boom@ provincie-Utrecht. nl Richtlijnen voor begroting 2022

Geachte raad,

leder jaar ontvangt u van ons een begrotingscirculaire. Deze circulaire is een aanvulling op het Gemeenschappelijk Toezichtkader gemeenten 2020 (GTK 2020). In het GTK 2020 zijn de basisuitgangspunten van het financieel toezicht opgenomen. In de circulaire informeren wij u over aantal actuele onderwerpen en onderwerpen die wat het financieel toezicht betreft bijzondere aandacht verdienen bij het opstellen van uw begroting 2022, meerjarenraming 2023 - 2025 en jaarrekening. Deze circulaire vindt u in de bijlage. Wij zien financiële onzekerheden bij het opstellen van uw begroting 2022. Afgelopen jaar was een turbulent en onzeker jaar voor het opstellen van uw begroting. We zien dat de gemeenten in financieel zwaar weer verkeren, desondanks is het de meeste gemeenten gelukt om dankzij hun inspanningen een structureel en reëel sluitende begroting te presenteren. Ook het opstellen van de begroting 2022 zal het nodige van u vergen. Er is op het moment van het schrijven van deze brief nog geen duidelijkheid over een aantal onderwerpen, die de financiële positie van de gemeenten raken. We denken hierbij aan de herijking van het Gemeentefonds en een structureel hogere vergoeding voor de kosten Jeugdzorg. Ook de impact van de Coronapandemie op onze samenleving en de economie dragen bij aan deze financiële onzekerheid.

Wij realiseren ons dat uw verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is veel inzet en veerkracht vraagt. Wij spreken hiervoor onze waardering uit en ondersteunen onze gemeenten daar waar mogelijk. Doel van ons financieel toezicht is te voorkomen dat uw gemeente een structureel tekort op de begroting krijgt, dat niet (makkelijk) meer door u zelf op te lossen is. Financieel toezicht is dan ook een wezenlijk onderdeel van de "check and balances" binnen het openbaar bestuur. Daarnaast draagt financieel toezicht bij aan een bestendig en sterk openbaar bestuur. Een bestuur waar onze inwoners op kunnen bouwen. Wij beoordelen uw structurele begrotingspositie. Uitgangspunt bij ons financieel toezicht is, dat u onder repressief toezicht blijft. Repressief toezicht betekent dat uw gemeente zonder onze voorafgaande goedkeuring de begroting kan uitvoeren. Daarbij is leidend dat de structurele lasten gedekt moeten zijn door structurele baten. Het inzicht in de structurele begrotingspositie van

PROVINCIE-UTRECHT.NL

College van Gedeputeerde Staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111

17766

uw gemeente blijft een belangrijk aandachtspunt. Nogmaals dringen wij er bij u op aan om het begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Wij adviseren u hiervoor gebruik te maken van de voorbeelden uit het GTK 2020 en uit de notitie "Structurele en incidentele baten en lasten" van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (commissie BBV). Ook bevelen wij u aan het structureel begrotingssaldo op deze wijze in de aanbiedingsbrief bij of in de inleiding van de begroting op te nemen.

Wij lichten het financieel toezicht graag toe. Gedurende het jaar volgen wij de ontwikkelingen van de financiële positie van uw gemeente. Wanneer wij zien dat de resultaten van jaarrekening, bestuursrapportages of kadernota ongunstig uitpakken, nodigen wij u mogelijk uit voor een overleg. In dit ambtelijk of bestuurlijk overleg geven wij aan welke verbeteringen nodig zijn om te voorkomen dat uw gemeente onder preventief toezicht, verscherpt toezicht, moet worden geplaatst. Ook op uw initiatief kan een overleg plaats vinden. Wenst u bijvoorbeeld een uitgebreidere toelichting op de begrotingsrichtlijnen, of heeft u vragen over de werkwijze van financieel toezicht en of over de financiële positie van uw gemeente? Wij zijn van harte bereid om met u in gesprek te gaan. Neem dan contact op met Ria van Dixhoorn. U kunt haar hierover mailen (ria.van.dixhoorn-hoogenboom@provincie-Utrecht.nl) of bellen (telefoonnummer 06-52769516). Wij presenteren jaarlijks de toezichtbrieven van de Utrechtse gemeenten op onze website. Op de Interbestuurlijk Toezichtkaart {!BT-kaart) ziet u hoe de provincie de gemeenten heeft beoordeeld op alle vormen van Interbestuurlijk Toezicht. Naast financiën zijn dit Omgevingsrecht, Informatie- en archiefbeheer en Huisvesting vergunninghouders. Tot slot Wij sturen een afschrift van deze brief - ter kennisgeving - aan uw college van burgemeester en wethouders.

De begrotingsrichtlijnen en de toetsingsaspecten uit het GTK 2020 zijn ook voor het college van belang. Afgelopen jaar hebben we, als provincies, op verschillende wijzen op rijksniveau aandacht gevraagd voor de financiële situatie van de gemeenten. We blijven dit doen daar waar mogelijk. Samen met u!

Hoogachtend, Gedeputeerde staten van Ut cht namens hen,

<.. ------·~- i -·-

·---~---···--.,,,

I .;._""::::::J'

R.C.L. (Robert) Strijk Gedeputeerde Financiën, Organisatie, Economie en Europa

2

1 Notitie Lokale Heffingen 2021.pdf

NOTITIE Lokale heffingen (belastingen, heffingen en rechten)

-1-

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................... - 2 1.

Introductie .................................................................................................................... - 3 Inleiding ................................................................................................................... - 3 Richtlijnen ................................................................................................................ - 4 Leeswijzer ................................................................................................................ - 4 Stellige uitspraken en aanbevelingen ...................................................................... - 5 -

2.

Het belang van lokale heffingen voor raadsleden ........................................................ - 8 Wat zijn lokale heffingen? ....................................................................................... - 8 Vereisten bij lokale rechten en heffingen ............................................................. - 10 Verantwoordelijkheden raad................................................................................. - 13 -

3.

Lokale heffingen en rechten ....................................................................................... - 15 Directe lasten ......................................................................................................... - 17 Indirecte lasten ...................................................................................................... - 19 Egalisatie van tarieven ........................................................................................... - 19 Aandachtspunten tarieven .................................................................................... - 25 BTW compensatiefonds......................................................................................... - 26 -

4.

De paragraaf lokale heffingen .................................................................................... - 28 4.2

5.

Algemeen ............................................................................................................... - 28 Toelichting onderdelen paragraaf lokale heffingen .............................................. - 28 Lokale heffingen in andere paragrafen ................................................................. - 32 Rioolheffing ................................................................................................................. - 33 Algemeen ............................................................................................................... - 33 Grondexploitatie .................................................................................................... - 35 -

6.

Begraafrechten ........................................................................................................... - 37 -

7.

Bijlagen........................................................................................................................ - 40 Definities ................................................................................................................ - 40 (Reken)voorbeelden .............................................................................................. - 42 Casuïstiek ............................................................................................................... - 46 -

-2-

1. Introductie Inleiding Deze notitie geeft een overzicht van alle relevante aspecten van lokale heffingen en bijbehorende voorzieningen en reserves met betrekking tot vraagstukken van begroting en verantwoording voor gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Daar waar in de notitie alleen over gemeenten wordt gesproken, worden ook provincies en gemeenschappelijke regelingen bedoeld. Deze notitie is niet van toepassing op de waterschappen vanwege de afwijkingen tussen het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het Besluit Begroting en Verantwoording Waterschappen (BBVW) op het gebied van lokale belastingen en heffingen. De Commissie BBV is ten aanzien van dit document niet alleen verantwoordelijk voor het opstellen ervan maar ook voor het onderhoud. De Commissie BBV zorgt voor regelmatige actualisatie naar aanleiding van wijzigingen in de Gemeentewet, het BBV en eventuele andere relevante wet- en regelgeving. Het doel van deze notitie is inzicht te bieden aan raadsleden en meer specifiek duiding te geven aan vakspecialisten op het gebied van lokale heffingen. Aanpassingen in de wetgeving in de afgelopen jaren in combinatie met jurisprudentie leiden in de praktijk nog steeds tot veel vragen rondom de tariefstelling voor lokale heffingen en bijbehorende voorziening(en).

Het is van belang dat de lezer zich ervan bewust is dat het BBV zogenoemde ‘principle based‘ wetgeving is. Dit in tegenstelling tot de relevante fiscale wetgeving die ‘rule based‘ is. Principle based betekent dat verslaggeving een combinatie is van regels (wetten) en doelstellingen. Niet de regel op zichzelf staat centraal maar het doel dat wordt nagestreefd met de regel. Hierdoor ontstaat de ruimte die het BBV beoogt om raadsleden te voorzien van de juiste informatie om hun besluiten op te baseren. Terminologie als ‘moeten ‘ of ‘aantonen’ zijn in die zin niet dwingend zoals in juridische zin (‘rule based’). Het zijn aanwijzingen die opgevolgd moeten worden, tenzij er gemotiveerd van wordt afgeweken binnen de doelstellingen van de regels (‘principle based’). Met het wijzigingsbesluit van het BBV (5 maart 2016) zijn nadere aanwijzingen in de toelichting gegeven over de transparantie die moet worden betracht ten aanzien van de maximaal kostendekkende tarieven. In de paragraaf lokale heffingen moet in de begroting en verslaggeving de berekeningswijze van de verschillende tarieven worden toegelicht, de aansluiting met de in de programma’s opgenomen cijfers en de mate van kostendekkendheid per onderdeel van de verordening – en mogelijke kruissubsidiering tussen lokale heffingen. -3-

Richtlijnen Richtlijnen van de Commissie BBV aan gemeenten zijn een belangrijk instrument van de Commissie om in navolging van artikel 75, lid 2 BBV een eenduidige toepassing van het BBV te bevorderen. De richtlijnen van de Commissie zijn onderverdeeld naar stellige uitspraken en aanbevelingen. De betekenis van beide categorieën kan voor de praktijk van de begrotingscyclus inclusief jaarverslaggeving verschillen. Met stellige uitspraken geeft de Commissie een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Dit betekent dat verwacht wordt dat stellige uitspraken worden gevolgd. Indien een gemeente toch voor een afwijkende interpretatie kiest dan moet zij dit expliciet motiveren en kenbaar maken bij de begroting en de jaarstukken. De gemeente moet dan onderbouwd motiveren dat in haar specifieke omstandigheden een andere lijn beter past die ook ‘BBVproof’ is. Bij aanbevelingen gaat het om uitspraken die ‘steun en richting geven aan de praktijk’. De Commissie BBV spoort gemeenten aan om de stellige uitspraken en aanbevelingen te volgen, omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie). De stellige uitspraken en aanbevelingen die de Commissie BBV in deze notitie heeft geformuleerd inzake lokale heffingen zijn samengevat in paragraaf 1.4. Bij elk van de stellige uitspraken c.q.

aanbevelingen wordt aangegeven aan welk hoofdstuk of paragraaf deze tekst is ontleend. In deze notitie is rekening gehouden met de wetgeving, de eerder opgestelde notitie over riolering (2014) en alle gepubliceerde antwoorden over lokale heffingen tot 1 januari 2021. Met de publicatie van de notitie Lokale heffingen in 2021 worden de voorgaande notitie Riolering en gepubliceerde antwoorden ingetrokken. Naast deze notitie kunnen de notities Overhead (2016), Materiële vaste activa (2020) en Erfpacht (2017) aanvullende informatie bieden op het gebied van lokale heffingen. Leeswijzer Deze notitie begint met dit inleidende hoofdstuk en een hoofdstuk specifiek bedoeld voor raadsleden, leden van Provinciale Staten en leden van het algemeen bestuur van gemeenschappelijke regelingen. Hoofdstuk 3 begint met de algemene achtergrond van lokale heffingen en de uitgangspunten die hierbij van toepassing zijn. Hoofdstuk 4 gaat in op de inhoud van de paragraaf lokale heffingen. Hoofdstuk 5 en 6 gaan in op specifieke -4-

heffingen. In de bijlagen van hoofdstuk 7 zijn definities en rekenvoorbeelden van belastingen en heffingen opgenomen ter ondersteuning van de voorgaande hoofdstukken. Stellige uitspraken en aanbevelingen In deze notitie zijn een aantal nieuwe stellige uitspraken en aanbevelingen opgenomen. Deze zijn met ingang van het begrotingsjaar 2022 van toepassing of zoveel eerder als mogelijk. In de notitie zijn de volgende stellige uitspraken en aanbevelingen opgenomen: Stellige uitspraken 

De methodiek voor het toerekenen van overhead, zoals opgenomen in het overzicht overhead, aan lokale heffingen en rechten mag niet afwijken van de overige methodieken voor het toerekenen van overhead aan gemeentelijke taakvelden (paragraaf 3.2).

Indien een voorziening onderhoud (artikel 44, lid 1, sub c BBV) onvoldoende is onderbouwd dan komen deze gelden niet in een reserve maar in een voorziening ex. artikel 44, lid 2 BBV. Dit geldt ook voor de baten uit lokale heffingen die aan het einde van het belastingjaar niet zijn besteed omdat begrote investeringen en (onderhouds)werkzaamheden niet zijn uitgevoerd (paragraaf 3.3).

Als een gemeente spaart in het tarief voor toekomstige vervangingsinvesteringen in de voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen ex artikel 44, lid 1, sub d BBV, dan mogen deze niet gebruikt worden om boekwaarden van eerdere, bestaande investeringen af te boeken (paragraaf 3.3).

Ook wanneer de jaarlijkse spaarbedragen voor de heffing gelijk zijn aan de jaarlijkse vervangingsinvesteringen (=ideaalcomplex) moeten de ‘spaarbedragen’ als last worden geboekt en wordt vervolgens de daarmee gevormde voorziening afgeboekt op de geactiveerde vervangingsinvesteringen (paragraaf 3.3).

Het is toegestaan om de bijdragen van derden (baten van de heffing) in te zetten ten behoeve van tariefegalisatie. De middelen worden dan op begrotingsbasis gedoteerd aan een voorziening ex artikel 44, lid 2 BBV. Er moet extracomptabel worden aangetoond dat deze middelen binnen een redelijke termijn ingezet worden ter bestrijding van de lasten waarvoor een heffing is opgelegd (paragraaf 3.3).

Indien baten van lokale heffingen in één jaar geraamd en gerealiseerd worden en de lasten zich over meerdere jaren uitstrekken, is het toegestaan deze te matchen. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een voorziening ex artikel 44, lid 2 BBV (baat gaat -5-

voor de last uit) of de balanspost ‘nog te verrekenen bedragen’ (last gaat voor de baat uit) (paragraaf 3.3) 1. 

Investeringen in riolering in uitbreidingsgebieden kunnen ten laste van de grondexploitatie worden gebracht. De bijdragen die de gemeente via de grondprijs ontvangt, zijn te beschouwen als bijdragen van derden, die de gemeente op grond van artikel 62, lid 2 BBV op de waardering van de investering in mindering brengt (paragraaf 5.2).

Aanbevelingen 

De commissie BBV adviseert (documenten die ondersteunend zijn aan) onderhoudsen investeringsplannen2 die basis zijn voor de berekening van tarieven voor heffingen en rechten uiterlijk eens in de vijf jaar te actualiseren en vast te laten stellen door de raad vanuit hun kaderstellende rol en de rechtmatigheidstoets. De raad kan besluiten deze actualisatie uit te stellen op basis van een raadsbesluit. Binnen deze vijf jaar dienen de onderhouds- en investeringsplannen wel tussentijds te worden bijgesteld als ze niet meer actueel zijn (paragraaf 2.2).

De commissie BBV adviseert dat in het geval dat een gemeente kiest voor tariefegalisatie dit vast te leggen in een raadsbesluit (paragraaf 3.3).

De commissie BBV adviseert om periodiek een analyse uit te voeren op de begrote en gerealiseerde lasten en baten van de lokale heffingen. Het inzichtelijk maken van de opbouw van de voorzieningen ex artikel 44, lid 1, sub c, lid 1, sub d, en lid 2 BBV vormt een expliciet onderdeel van deze analyse (paragraaf 3.3).

De commissie BBV adviseert in geval van heffingen die beogen het gedrag te beïnvloeden de risico’s die hiermee samenhangen op te nemen in de paragraaf lokale heffingen (paragraaf 3.4).

De commissie BBV adviseert om in de paragraaf lokale heffingen onder het onderdeel beleid een overzicht op te nemen van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing (paragraaf 0).

1

De post ‘Nog te verrekenen bedragen’ mag niet worden gebruikt om een tekort op een taak (bijvoorbeeld af-

valinzameling of rioolbeheer) op de balans te ‘parkeren’ en zo te verrekenen met toekomstige begrotingsjaren. De post ‘Nog te verrekenen bedragen’ wordt gebruikt als de lasten voor het verstrekken van een bouwvergunning reeds zijn gemaakt, terwijl bijhorende bouwleges in volgende begrotingsjaren wordt opgelegd. 2

Vergelijkbaar met actualiteit onderhoudsplannen, zie notitie Materiële vaste activa.

-6-

De commissie BBV adviseert om in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) eenduidig onderscheid te maken tussen onderhoud en vervangingsinvesteringen (paragraaf 5.1).

-7-

2. Het belang van lokale heffingen voor raadsleden De begrippen lokale heffingen, gemeentelijke belastingen, leges en retributies hebben allemaal betrekking op bedragen die een gemeente oplegt aan bewoners, bedrijven en forensen/toeristen. De begrippen worden door elkaar gebruikt in de wetgeving hetgeen soms tot onduidelijkheid kan leiden. Dit hoofdstuk voor de raad geeft op hoofdlijnen aan wat lokale belastingen, rechten (leges) en heffingen zijn en welke aandachtspunten en informatie de raad op dit vlak heeft. We gaan ook kort in op de taken en verantwoordelijkheden waar raadsleden zich van bewust moeten zijn. In deze notitie wordt voor het vervolg alleen nog onderscheid gemaakt binnen de lokale heffingen indien dit voor de verwerking in de begroting of jaarrekening relevant is. Wat zijn lokale heffingen? Gemeenten kennen vier inkomstenbronnen, waarvan de uitkering uit het Gemeentefonds verreweg het grootst van omvang is. Daarnaast heeft de gemeente inkomsten zoals inkomensoverdrachten afkomstig van andere overheden3, gemeentelijke belastingen, leges, heffingen en retributies en overige eigen middelen. Over de omvang van de uitkering van het gemeentefonds, subsidies en de specifieke uitkeringen hebben de gemeenten geen zeggenschap. Met overige eigen middelen bedoelen we de opbrengsten uit verkopen (zoals bouwgrond) of inkomsten uit bezittingen (aandelen of onroerende zaken).

Lokale heffingen kunnen worden geheven op grond van hoofdstuk XV van de Gemeentewet en dan in het bijzonder: 

Paragraaf 2: onroerende-zaakbelastingen

Paragraaf 3: andere belastingen.

Daarnaast zijn er heffingen die op grond van andere wetten dan de Gemeentewet worden geheven, zoals de afvalstoffenheffing op basis van artikel 15.33 Wet Milieubeheer, BIZbijdrage op grond van artikel 1 Wet op de bedrijveninvesteringszones (BIZ) en de paspoortleges op grond van artikel 7 Paspoortwet. De raad stelt het beleid (uitgangspunten) en de tarieven vast die vervolgens worden opgenomen in de begroting en meerjarenraming. De inkomsten uit belastingen zijn veel ruimer inzetbaar dan die van rechten en heffingen. Inkomsten uit heffingen moeten besteed worden ter bestrijding van lasten die met deze heffingen samenhangen. Voor rechten geldt dat de inkomsten dienen als compensatie voor lasten verbonden aan het leveren van een

3

zie bladzijde 51 van het Iv3 informatievoorschrift 2021 gemeenten en gemeenschappelijke regelingen

-8-

specifieke individuele dienst. Voor zowel heffingen als rechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Het is vanuit het budgetrecht aan de raad om de mate van kostendekkendheid vast te stellen (tot 100%). We onderscheiden de gemeentelijke heffingen in drie soorten: belastingen, rechten en (bestemmings)heffingen. Deze driedeling is voor het berekenen van tarieven van belang. Belastingen4 Besteding Algemene middelen

Rechten

(Bestemmings)heffingen

Specifieke lasten verband

Specifieke lasten, verband houdend

houdend met individuele

met collectieve voorzieningen

diensten Opbrengst Vrij Soort

 Forensenbelasting  Hondenbelasting

Maximaal kostendekkend

Maximaal kostendekkend

 Gebruiksrechten, zoals

 Afvalstoffenheffing

marktgelden

 Baatbelasting

 Onroerendezaakbelasting  Genotsrechten, zoals

 BIZ-bijdrage

 Roerende ruimte

 Rioolheffing

belasting

leges  Vermakelijkheidsrechten5

 Parkeerbelasting  Precariobelasting  Reclamebelasting  Toeristenbelasting  Opcenten motorrijtuigenbelasting

 Gebruiksrechten (P)

 Bodembeschermingsheffing (P)

(P)

 Genotsrechten (P)

 Grondwaterbeschermingsheffing (P)  Grondwaterheffing (P)  Ontgrondingenheffing (P)  heffing nazorg stortplaatsen (P)

Een gemeente kan overigens de opbrengsten uit de toeristenbelasting, parkeerbelastingen of hondenbelasting aanwenden voor voorzieningen ten behoeve van respectievelijk toeristen, parkeren en honden, maar kan deze ook voor andere doelen inzetten. Er is geen maximum aan de opbrengsten en zij hoeven niet kostendekkend te zijn.

4

P: Heffing door provincie Hiervoor geldt niet de eis van kostendekkendheid uit artikel 229b gemeentewet: HR 24 januari 2003, nr. 37 789, BNB 2003/113 5

-9-

Het tarievenbeleid dat ten grondslag ligt aan lokale heffingen is een autonome bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de raad. Een gedegen kennis van de inhoudelijke, financiële en juridische uitgangspunten bij de ondersteunende ambtenaren helpt bij het maken van de juiste afwegingen in dat proces. Het is belangrijk dat de raad bij het vaststellen van tarieven inzicht heeft in de manier waarop deze worden bepaald. Dit inzicht is niet alleen van belang voor de gemeente zelf, maar draagt ook bij aan een groter draagvlak voor de tarieven bij inwoners en bedrijven. Vereisten bij lokale rechten en heffingen De raad oefent zijn invloed uit op de lokale heffingen en rechten door vaststelling van de heffingen en de hoogte daarvan. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Beleidskader Het beleidskader is uiteenlopend van aard en wordt op verschillende momenten door het college aan de raad aangeboden ter vaststelling. De vaststelling van de belastingverordening is de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad. De raad heeft, binnen de wettelijke grenzen, bepaalde vrijheden bij de invulling van de verordening. Deze vrijheden zijn een (politieke) weerspiegeling van de keuzes die een raad maakt: - 10 -

de keuze om een belasting, heffing of recht wel of niet te heffen

de maatstaf voor de heffing

het tarief en welke lasten hierin opgenomen worden

mogelijke vrijstellingen

De kwijtscheldingregeling wordt door de raad vastgesteld en heeft als kader de leidraad invordering van de rijksoverheid6. Ook hier is ruimte voor eigen invulling door de gemeente: 

hoger percentage voor kosten van bestaan

privé vermogen ondernemers onderdeel kwijtscheldingsregeling

De gemeentelijke onderhouds- en investeringsplannen zoals het GRP (gemeentelijk rioleringsplan) vormen samen met de financiële verordening het inhoudelijk en budgettair kader voor wat betreft de verwerking van de taken in begroting en jaarrekening op korte en lange(re) termijn. Onderhouds- en investeringsplannen hebben meestal een lange planningshorizon. De hardheid van de ramingen neemt daarbij vanzelfsprekend af naarmate de te bekostigen maatregelen verder in de toekomst liggen. Het is raadzaam om de onderhouds- en investeringsplannen dan wel de onderliggende stukken regelmatig te actualiseren en vast te stellen zodat deze een goede basis vormen voor de begroting en de tariefberekening. Zowel de onderhouds- en investeringsplannen als de financiële verordening worden vastgesteld door de raad. Aanbeveling De commissie BBV adviseert (documenten die ondersteunend zijn aan) onderhouds- en investeringsplannen7 die basis zijn voor de berekening van tarieven voor heffingen en rechten uiterlijk eens in de vijf jaar te actualiseren en vast te laten stellen door de raad vanuit hun kaderstellende rol en de rechtmatigheidstoets. De raad kan besluiten deze actualisatie uit te stellen op basis van een raadsbesluit. Binnen deze vijf jaar dienen de onderhouds- en investeringsplannen wel tussentijds te worden bijgesteld als ze niet meer actueel zijn.

Investeringen In de financiële verordening zijn de grensbedragen opgenomen die het onderscheid aangeven tussen lasten die in de exploitatie worden verwerkt en lasten die als investering moeten worden opgenomen. Investeringen met een economisch nut kunnen worden

6 7

https://vng.nl/sites/default/files/2020-03/20200109_wijzigingsbesluit-leidraad-invordering-per-1-1-2020.pdf. Vergelijkbaar met actualiteit onderhoudsplannen, zie notitie Materiële vaste activa.

- 11 -

verhaald door heffingen, zie artikel 35, lid 1, sub b BBV. Zie voor meer informatie over investeringen de notitie Materiële vaste activa van de commissie BBV. Begroting De begroting moet elk jaar voor 15 november8 na goedkeuring door de raad worden aangeleverd bij de financieel toezichthouder. Uit oogpunt van rechtszekerheid moeten de lokale heffingen en rechten, vooruitlopend op het heffingsjaar waarop deze van toepassing zijn, worden vastgesteld door de raad. Paragraaf lokale heffingen In de paragraaf lokale heffingen moeten de volgende zaken aan de orde komen: 

de geraamde inkomsten;

het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;

een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten9 niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

een toelichting over de mate waarin kostendekkendheid tussen onderdelen wordt bereikt door gebruik te maken van kruissubsidiëring;

een aanduiding van de lokale lastendruk;

een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Uitgangspunten tariefstelling Bij de tariefstelling gelden een aantal algemene rechtsbeginselen als uitgangspunt: 

verbod van willekeur: het verbod van willekeur eist dat belangen op een juiste manier worden afgewogen;

gelijkheidsbeginsel: het gelijkheidsbeginsel gaat uit van een gelijke behandeling van gelijke gevallen en van ongelijke behandeling van ongelijke gevallen naar mate van de ongelijkheid. Het is denkbaar dat sprake is van gelijke diensten, maar dat een verschillend tarief wordt geheven omdat de uitvoering van de dienst verschilt.

8

Gemeenschappelijke regelingen: artikel 34, lid 2: 1 augustus. In de Tweede Kamer is een wetsvoorstel tot wijziging van de Wgr ingediend waarin de indieningstermijn wordt gesteld op 15 september (kamerstuk 35513, nr. 2) 9 Hoge Raad 27 september 2019, nr. 19/01561, ECLI:NL:HR:2019:1424., en Hoge Raad 4 februari 2005, nr. 38 860, BNB 2005/112 Belastingblad 2005, p. 395

- 12 -

Bijvoorbeeld voor het heffen van een hoger tarief voor het voltrekken van huwelijken in pittoreske locaties ten opzichte van tarieven voor het sluiten van huwelijken in het stadskantoor. De wetgever en de rechter hebben gemeenten een grote vrijheid hierin gelaten; 

profijtbeginsel: het profijtbeginsel is gebaseerd op de gedachte dat burgers en bedrijven moeten bijdragen in de lasten van de door de overheid voortgebrachte voorzieningen naar de mate van het profijt dat zij (de burgers) van die voorzieningen hebben. Het profijtbeginsel moet in een meerjarig perspectief worden geplaatst;

rechtszekerheidsbeginsel: voor het begin van het belastingjaar moeten tarieven worden vastgesteld zodat potentiële belastingplichtigen weten waar ze aan toe zijn;

stelselmatigheid: zowel ten aanzien van de balans als de exploitatierekening moet er sprake zijn van een getrouw, duidelijke en stelselmatige weergave van het vermogen c.q. het saldo. Dit betekent consistentie ten aanzien van de methodiek van (door)berekenen. Lasten moeten stelselmatig toegerekend worden;

lasten die toegerekend worden aan de tariefstelling vallen uiteen in directe lasten uit de programma’s en indirecte lasten uit het overzicht overhead;

kostentoerekening (uitsluitend voor heffingen en rechten): activiteiten moeten direct of meer dan zijdelings10 in verband staan met de diensten/zorgplichten om te kunnen worden toegerekend aan de heffing. Er zijn diverse lasten waarover discussie is gevoerd of deze verhaalbaar zijn, zoals de lasten van bezwaar- en beroepsprocedures, lasten van algemene beleidsvoorbereiding11, algemene inspraakprocedures, toezicht, handhaving en controle. Lasten van producten die geen dienst zijn zoals een gratis huwelijk en een vrijstelling voor een evenement als een buurt barbecue mogen niet in de heffing worden verwerkt;

maximale kostendekkendheid voor heffingen en rechten: volgens artikel 229b Gemeentewet is het niet toegestaan dat de geraamde baten van de heffing de geraamde lasten overstijgen. Ook de rioolheffing en de afvalstoffenheffing kennen een maximale opbrengstnorm (100%). De eis van maximale kostendekkendheid geldt niet voor belastingen. Verantwoordelijkheden raad

De drie taken van de raad zijn van invloed op alles wat aan hen wordt voorgelegd. Voor lokale heffingen kunnen deze taken als volgt ingevuld worden:

10 11

HR 4 juni 2010, nr. 08/00313, ECLI:NL:HR:2010:BL0990, BNB 2010/234. Specifieke beleidsvoorbereiding mag wel. Denk aan beleid ten behoeve van een gemeentelijk rioleringsplan

- 13 -

volksvertegenwoordiging: in een verkiezingsprogramma wordt op hoofdlijnen ingevuld welke resultaten een partij wil bereiken. Er kunnen dilemma’s ontstaan, omdat elk voorstel om voorgestelde resultaten te bereiken inhoudelijke en financiële voor- en nadelen met zich meebrengt;

kaderstellen: de raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de kaders in de vorm van beleid, begroting en verordeningen. Deze zijn in de vorige paragraaf kort genoemd. Met de kaders bepaalt de raad op hoofdlijnen welke resultaten met welke uitvoering en bijbehorende middelen door het college uitgevoerd moeten gaan worden. Denk hierbij aan de inzet van afvalstoffenheffing voor het reduceren van zwerfvuil en afvalscheiding;

controleren: de raad ziet ook toe op de uitvoering door het college. Zijn de kaders gevolgd, welke resultaten zijn bereikt en wat zijn de financiële resultaten.

- 14 -

3. Lokale heffingen en rechten Dit hoofdstuk behandelt de uitgangspunten en aandachtspunten betreffende heffingen en rechten die in het algemeen gelden. Een aantal specifieke aandachtspunten komen in de volgende hoofdstukken aan de orde. In het BBV vormt de verslaggeving van lokale heffingen een apart aandachtspunt. Voor gemeentelijke belastingen geldt dat tariefstelling vrij is (binnen bepaalde wettelijke grenzen) en de bijbehorende baten vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Voor heffingen en rechten zijn kostendekkendheid en bestrijding van lasten verbonden aan de dienst echter leidend. Hieronder volgen de basisregels die leidend zijn voor de berekening van de tarieven voor heffingen en rechten en de verwerking in de begroting en jaarrekening. Basisregels Uit de Gemeentewet en het BBV volgen een aantal principes ten aanzien van de externe verslaggeving van heffingen en rechten: 

ter bestrijding van de lasten kan de gemeente een heffing of recht in rekening brengen. Wat wel en wat niet onder de lasten valt is primair een fiscaal vraagstuk waardoor lasten volgens het BBV toegerekend moeten worden, maar fiscaal niet toegestaan zijn. Een last mag echter niet in strijd zijn met het BBV12;

heffingen en rechten zijn maximaal 100% kostendekkend, het betreft een integrale kostprijs dus inclusief overhead en (omslag)rente. Ook bijdragen aan voorzieningen voor noodzakelijke onderhoud en vervanging van de betrokken activa (onder voorwaarden) en de omzetbelasting die ingevolge de Wet op het BTW compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds, maken onderdeel uit van de lasten (zie bijvoorbeeld artikel 228a lid 3 en 229b lid 2 sub a en b Gemeentewet en artikel 15.33 Wet Milieubeheer);

investeringen moeten worden geactiveerd, nu het gaat om investeringen met economisch nut (artikel 59 BBV), waarvoor ter bestrijding van de lasten een heffing kan worden geheven (artikel 35, lid 1, sub b BBV).

Opbouw tarief De totale lasten van een heffing zijn samengesteld uit directe en indirecte lasten. Alle lasten van een gemeente zijn volgens een ministeriele regeling (Iv3)13 toe te rekenen aan één van de taakvelden. Taakvelden worden vervolgens gebruikt om programma’s op te bouwen. 12

HR 16 januari 2015, 13/04173, ECLI:NL:HR:2015:67 en HR 17 februari 2017, 16/01547, ECLI:NL:HR:2017:253. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/uitwisseling-financiele-gegevens-met-sisa-en-iv3/informatie-voor-derden-iv3 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c80eebcf-48c3-44a2-a172-9d80f5002fc4