Agendabundel
Tekst van het document
Juridische context Conform de Financiële Verordening van de gemeente Utrecht biedt het college aan de raad in het lopende jaar twee bestuursrapportages aan en ieder jaar voor 1 juni een voorjaarsrapportage die de basis vormt voor de programmabegroting van het jaar t+1 . Beoogd effect De voorjaarsnota geeft inzicht in de actuele financiële ontwikkelingen en knelpunten, op basis waarvan de integrale afweging kan plaatsvinden. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Programmabegroting 2022 en Eerste begrotingswijziging 2022
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het financiële beeld vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de Voorjaarsnota 2022 en deze te betrekken bij de integrale afweging later dit jaar, inclusief: a. het doen van uitgaven voor noodzakelijke kosten voor het creëren van opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen, uitgaande van een volledige compensatie door het Rijk en de wijzigingen in de Programmabegroting
3
b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
2022 bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 te verwerken (zie hoofdstuk 1.1) de verwerking van de financiële ontwikkelingen in hoofdstuk 2.1 in de Programmabegroting 2022 en verder het naar boven bijstellen van de onvermijdelijke kosten scenario C met 5,071 miljoen euro (hoofdstuk 2.2) en deze na actualisatie bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 te muteren op de algemene reserve de knelpunten en meevallers in hoofdstuk 2.3 de aanpassing van de begroting met de corresponderende posten in hoofdstuk 2.4 de budgetneutrale bijsturingsvoorstellen in hoofdstuk 2.5 het bestemmen van de inkomsten als gevolg van de groei van de stad te voor uitgaven voor de groei van de stad, zoals weergegeven in hoofdstuk 2.8 het incidenteel verhogen van de budgetten voor strategische en stedelijke inzet bij Ruimte (hoofdstuk 3.1) het inzetten van de overgebleven TONK-middelen van 5,6 miljoen euro voor de ondersteuning van kwetsbare ondernemers en inwoners (hoofdstuk 3.2). het laten vrijvallen van 2,051 miljoen euro uit de coronareserve vanuit maatregelenpakket 3 Werken, opleiden en begeleiden (Hoofdstuk 3.4) het aanpassen van de begroting voor het jaar 2022 met de investeringen uit het coalitieakkoord 2022-2026 (Hoofdstuk 4),
Argumenten 1.1
Hiermee worden onvermijdelijke financiële ontwikkelingen en knelpunten verwerkt ten behoeve van de Programmabegroting 2022 en 2023.
1.2
Het Rijk heeft gemeenten gevraagd om 25.000 tot 50.000 opvangplekken te realiseren voor Oekraïense vluchtelingen Met de oorlog in Oekraïne is een grote vluchtelingenstroom binnen Europa op gang gekomen. Het Rijk verwacht dat in korte tijd 25.000 tot 50.000 vluchtelingen in Nederland opgevangen moeten worden. De bestaande opvangcapaciteit is niet toereikend. Daarom heeft het rijk de veiligheidsregio’s gevraagd 2.000 opvangplekken te realiseren. Utrecht heeft als doel om 800 plekken te creëren.
1.3
Het Rijk heeft aangegeven om gemeenten reëel te compenseren voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen Het Rijk is verantwoordelijk voor de opvang van vluchtelingen. Voor de Oekraïense vluchtelingen wordt deze opvang door gemeenten (en veiligheidsregio’s) gereorganiseerd. De kosten die gemeenten maken worden door het rijk gecompenseerd, net als bij corona. Toegezegd is dat deze compensatie toereikend zal zijn om alle kosten te dekken. De compensatieregelingen worden op dit moment uitgewerkt, in samenspraak met de VNG. De eerste uitwerking richt zich op een periode van 6 maanden. Hoe deze compensatie zich verhoudt tot de kosten is nog niet bekend. Wij gaan ervan uit, dat het Rijk, net als bij de coronacrisis, gemeenten reëel zal compenseren.
1.4
De financiële ontwikkelingen in hoofdstuk 2.1 beïnvloeden de financiële ruimte Sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2022 zijn er ontwikkelingen geweest die het gemeentelijk financieel beeld beïnvloeden. Op basis daarvan wordt de beschikbare financiële ruimte bepaald.
1.5
De ontwikkeling van het coronavirus brengt veel onzekerheden met zich mee De onvermijdelijke kosten worden via de bestuursrapportages gevolgd. Gezien de onzekerheden worden de mutaties op de algemene reserve conform de werkwijze van 2021 pas bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 verwerkt.
4
1.6
De knelpunten in hoofdstuk 2.3 zijn onvermijdelijk, onuitstelbaar en onoplosbaar De gemeentelijke begroting staat voortdurend onder spanning door ontwikkelingen die onvermijdelijk op ons afkomen. Dat kunnen prijsstijgingen zijn of consequenties van wettelijke verplichtingen. Als de kosten van deze knelpunten niet langer kunnen worden uitgesteld en ook niet kunnen worden opgevangen binnen de programma’s, moeten ze worden geaccepteerd. Zo blijft de begroting reëel sluitend. De knelpunten moeten voldoen aan drie criteria: ze moeten onvermijdelijk zijn (bijsturen is niet mogelijk), onuitstelbaar (niet verschuifbaar in de tijd) en onoplosbaar (niet binnen bestaande budgetten op te vangen).
1.7
Verwerking van de corresponderende posten in de begroting is een raadsbevoegdheid In de september- en decembercirculaire 2021 voegt het Rijk extra middelen voor nieuwe taken toe aan het gemeentefonds en neemt middelen uit voor vervallen taken. Vertaling hiervan in de gemeentebegroting gebeurt door middel van de corresponderende posten. Dat wil zeggen dat de uitgaven met hetzelfde bedrag worden verhoogd als de inkomsten die wij van het rijk ontvangen. Deze corresponderende posten zijn individueel beoordeeld, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord.
1.8
Met de budgetneutrale bijsturingsvoorstellen wordt de Programmabegroting 2021 geactualiseerd De bijsturingsvoorstellen gaan over onttrekkingen aan reserves, verhogen van baten en lasten, verdelen incidenteel budget over de meerjarige periode van uitvoering. Deze bijsturingsvoorstellen hebben geen impact op de financiële ruimte. De bevoegdheid voor het muteren aan reserves en het verhogen van baten en lasten is conform het BBV-regeling een bevoegdheid van de raad.
1.9
Het bestemmen van de inkomsten als gevolg van de groei van de stad voor uitgaven voor de groei van de stad is een voortzetting van de bestaande financiële spelregels ten aanzien van de groei van de stad.
1.10
Hiermee wordt de incidentele overbesteding op strategische en stedelijke inzet gedekt. Door de klimaatverandering, de energietransitie en de uitdagingen bij bereikbaarheid is een grotere rol in de regie op de openbare ruimte nodig vanuit de gemeentelijke overheid. Daarnaast is door de wooncrisis meer inzet nodig op beleidsmatige taken en vastgoedontwikkeling. De uitvoering en de organisatie staan onder druk. Versterking van de capaciteit is in de loop van vorig jaar urgent geworden, en vanaf dat moment zagen wij ons genoodzaakt hierop te acteren. In de Tweede Bestuursrapportage 2021 is dit al gemeld met betrekking tot de woonopgave. De overige versterking aan het eind van 2021 komt terug in de Jaarstukken 2021. Door het wegvallen van incidentele dekking wordt het budget overschreden. Structurele voortzetting van de inzet wordt meegenomen in de integrale afweging.
1.11
Hiermee wordt invulling gegeven aan de raadsbrede aangenomen motie 25 “TONK-middelen inzetten voor ondernemers Op 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad unaniem motie 25 “TONK-middelen inzetten voor ondernemers” aangenomen om door coronamaatregelen getroffen ondernemers en inwoners financieel te ondersteunen vanuit de overgebleven TONK-middelen (5,6 miljoen euro). De Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) was bedoeld om een terugval in je inkomsten als gevolg van de coronacrisis op te vangen. TONK was een vergoeding voor noodzakelijke kosten. Met dit beslispunt wordt invulling gegeven aan de uitvoering van deze motie
5
(eerste fase). De definitieve inzet van de tweede fase vindt onder voorwaarden plaats, zie raadsbrief 24 maart 2022 Het budget voor de uitvoering van de motie wordt aan de Begroting 2022 toegevoegd. Dit zorgt voor 5,6 miljoen hogere lasten waarvan 2,7 miljoen euro in het programma Werk en Inkomen en 2,9 miljoen euro in het programma Economie en Werkgelegenheid voor iedereen. Deze hogere lasten dekken we met de in de motie benoemde onderbesteding op het Tonk budget welke onderdeel uitmaakt van het resultaat Jaarstukken 2021. 1.12
De ontwikkeling van het bijstandsbestand en het geheel aan extra dienstverlening vanuit maatregelenpakket 3 werken, opleiden en begeleiden (Pakket 3) laat zien dat er geen toenemend beroep op de bijstand door ondernemers plaatsvindt Bij de Tweede Bestuursrapportage 2021 is de coronareserve aangevuld met een bedrag van 2,051 miljoen euro, in verband met het risico van een toenemend beroep op de bijstand door ondernemers als gevolg van de beëindiging van de Tozo-regeling in het najaar van 2021. Om deze instroom te voorkomen is binnen pakket 3 de maatregel dienstverlening ondernemers geïntensiveerd. Met de uitwerking van motie 2022/M25 wordt deze dienstverlening nog uitgebreid. De ontwikkeling van het bijstandsbestand is dermate gunstig dat het budget van 2,051 miljoen kan vrijvallen uit de bestemmingsreserve.
1.13
Het toevoegen van budgetten en ambities aan de begroting is een raadsbevoegdheid Een aantal ambities uit het coalitieakkoord “Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat” hebben een financieel beslag op het jaar 2022. Zoals het voortzetten van tijdelijke maatregelen en het inzetten van beleidsimpulsen. Met het toevoegen van deze ambities aan de begroting 2022 wordt de rechtmatigheid van de uitgaven gewaarborgd. De doorwerking voor de jaren 2023 en verder wordt betrokken bij de integrale afweging later dit jaar.
Kantekeningen 1.1
Niet alle actuele ontwikkelingen zijn financieel vertaald in het financieel beeld Ten tijde van het opstellen van de voorjaarsnota vindt een aantal ontwikkelingen plaats, die een materiële impact hebben op het financieel beeld. De financiële effecten kunnen we nog niet goed inschatten. Deze ontwikkelen hebben we tekstueel opgenomen in hoofdstuk 1, maar nog niet financieel verwerkt in het financieel beeld. Daarnaast zijn er een aantal financiële onzekerheden vanuit het Rijk, waarvoor we meer informatie nodig hebben om een exacte doorvertaling te kunnen maken naar onze eigen begroting. Een eerste inschatting hebben we gemaakt voor de herijking en uitwerking van het Regeerakkoord, maar deze kennen nog de nodige onzekerheden. Met betrekking tot aanpassing van de interne rekenrente vindt er onderzoek plaats naar de impact hiervan op de kapitaallasten. Verder speelt nog een geschil met de belastingdienst over de vennootschapsbelasting (Vpb) die wij betalen voor de inkomsten uit reclameconcessies. Dit betreft een landelijk verschil van inzicht die wij aanhangig gemaakt hebben. De uitkomst hiervan is nog niet bekend maar kan wel van invloed zijn op het financieel beeld.
1.2
Het is onzeker of de uiteindelijke compensatieregeling voor de opvang van Oekraiense vluchtelingen van het Rijk voldoende is om alle kosten voor de totale noodopvang van Utrecht te dekken Het Rijk heeft aangegeven om de opvang van Oekraïense vluchtelingen te compenseren. Momenteel wordt zo’n compensatieregeling uitgewerkt, waarbij
6
1.3
1.4
wordt uitgegaan van 700 euro per gerealiseerd bed per week. Het is onzeker of dit budget toereikend is voor het totaal aan kosten voor huur, project- en uitvoeringskosten en leefgeld. Voor de transformatiekosten (investeringen voor aanpassingen van het pand) wordt een separate regeling ontwikkeld. Hoe die regeling eruit komt te zien is nu nog onbekend. Het is onzeker of de kosten voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen na 1 juni 2022 worden vergoed De compensatieregeling van het Rijk richt zich op de periode van zes maanden met optie tot verlenging. Het Rijk heeft aangegeven de kosten voor ‘minimaal zes maanden’ te willen compenseren. Dat biedt nog een risico voor de kosten die na deze periode gemaakt worden voor het realiseren van opvangplekken. Niet alle financiële ontwikkelingen zijn doorvertaald in het financieel beeld De recent stijgende inflatie door de politieke instabiliteit, zoals toegelicht in hoofdstuk 1 Actuele ontwikkelingen, is nog niet meegenomen. Wel is een eerste inschatting gemaakt van de doorwerking van het Regeerakkoord op de inkomsten uit het gemeentefonds. De inkomsten nemen met name kabinetsjaren 2023 t/m 2025 toe. Voor het jaar 2026 zijn de inkomsten onzeker en is vooralsnog rekening gehouden met stabiele overheidsfinanciën (zie ook hoofdstuk 1).
Beslispunt 2
Argumenten 2.1
In aanvulling op het bij de Programmabegroting 2022 genomen raadsbesluit om dotaties en onttrekkingen aan de egalisatiereserve Overhead te verwerken bij de eerstvolgende programmabegroting, de verwerking van dotaties en onttrekkingen aan de egalisatiereserve Overhead ook via de P&C-documenten van het lopende jaar mogelijk te maken (hoofdstuk 1.5).
Om een betere inschatting te maken van de mutaties stellen we voor om vanaf heden de tussentijdse P&C momenten hiervoor te benutten Om de schommelingen per jaar in de bijdragen uit het overheadvierkant op te vangen heeft de raad bij de vaststelling van de begroting 2022 op 11 november 2021 besloten om een nieuwe reserve in te stellen. Op die manier kunnen de pieken en dalen geëgaliseerd worden. Bij het instellen van de reserve is voorgesteld om de dotatie/onttrekking bij de eerstvolgende programmabegroting te verwerken. Met dit besluit benutten we nu ook de tussentijdse P&C momenten.
Beslispunt 3
In te stemmen met de wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten in hoofdstuk 4.1
Argumenten 3.1
Met deze bijsturingsvoorstellen wordt de Programmabegroting 2022 geactualiseerd In de bestuursrapportage rapporteren wij over de afwijkingen op de investeringen. Door omstandigheden kunnen voorgenomen investeringen niet volledig of volgens planning worden uitgevoerd. Dit kan leiden tot afwijkingen in de geautoriseerde investeringsplanning van 2022. Besluitvorming hierover is de bevoegdheid van de raad.
Beslispunt
7
4
In te stemmen met de aanpassing van de doelstellingen en indicatoren in de Programmabegroting zoals gepresenteerd in hoofdstuk 5
Argumenten 4.1
Hiermee worden doelstellingen en indicatoren in lijn gebracht met vastgestelde aanpassingen in beleid.
Beslispunt 5
De Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2022 vast te stellen en te verwerken in de Programmabegroting 2022 en verder.
Argumenten 5.1
Het vaststellen van de Voorjaarsnota 2022 en de Eerste Bestuursrapportage 2022 is een raadsbevoegdheid.
5.2
Bijstellen van de begroting is in lijn met het advies van de Adviescommissie Controle en Financiën van de Utrechtse gemeenteraad. De Adviescommissie controle en financiën heeft geadviseerd raadsbesluiten waar nodig direct te vertalen in de begroting en deze niet meer in een aparte begrotingswijziging door de raad te laten bekrachtigen. Vanaf 2022 voeren wij dit advies uit voor de P&C producten.
5.3
In het kader van begrotingsrechtmatigheid is het conform de BBV verplicht om van afwijkingen die tijdig bekend en gemeld zijn een begrotingswijziging te maken en daarmee de begroting aan te passen. Overschrijdingen die tijdig bekend zijn maar niet worden verwerkt in een begrotingswijziging zijn overeenkomstig de BBV-regelgeving en onze eigen financiële verordening onrechtmatig en tellen mee in de oordeelsvorming van de accountant voor de jaarrekening als geheel. Door het vaststellen van deze bestuursrapportage worden de verwachte afwijkingen onderdeel van de begroting. Daarmee zijn deze uitgaven van het college rechtmatig.
Financiën Voorjaarsnota 2022 De beschikbare financiële ruimte voor gemeente Utrecht neemt af van 13,6 miljoen euro positief in 2023 tot zelfs 19 miljoen euro negatief in 2026. De oorzaak ligt hoofdzakelijk in de financiële doorwerking van het Regeerakkoord op het gemeentefonds. Het nieuwe kabinet heeft ons via het Regeerakkoord extra incidentele middelen toegekend. Dit heeft een positief effect op onze financiële ruimte op korte termijn, maar op de lange termijn blijf het beeld onzeker. Zo nemen de inkomsten voor Jeugdhulp af en komt voor 2026 de opschalingskorting weer voor 100% voor rekening van gemeenten. In deze voorjaarsnota is een aantal onzekerheden niet vertaald, maar geven we zoals gemeld in hoofdstuk 1 een toelichting op de onzekerheden die het financiële beeld richting de begroting 2023 nog kunnen beïnvloeden. Eerste Bestuursrapportage 2022 Per saldo geeft de Eerste Bestuursrapportage een voorlopig positief saldo van 22,6 miljoen euro in 2022, bestaande met name uit de financiële ontwikkelingen 2022 (€ 31,6 miljoen positief) en de knelpunten/meevallers 2022 (18,3 miljoen euro negatief). Ook het financiële nettoresultaat over het jaar 2021 (7,1 miljoen euro positief) en de reservering voor onvermijdelijke kosten corona en het groeikader zijn in het financiële beeld opgenomen.
Ook zijn de financiële effecten van het coalitieakkoord voor het jaar 2022 in deze bestuursrapportage opgenomen. Het positieve saldo van deze bestuursrapportage wordt betrokken bij de integrale afweging (beleidskeuzes) bij de Programmabegroting 2023. Dit betreft een voorlopig saldo, omdat we hier ook een aantal ontwikkelingen nog niet financieel vertaald hebben. Net zoals bij de voorjaarsnota verwachten we nog 8
extra inkomsten van het Rijk als compensatie voor de stijgende prijzen, die deels wel zijn opgenomen in deze bestuursrapportage.
Vervolg Na de Eerste Bestuursrapportage 2022 volgen de Tweede Bestuursrapportage 2022 en als laatste de Jaarstukken 2022. De jaarstukken zijn het laatste verantwoordingsmoment over de Programmabegroting 2022. Na de voorjaarsnota 2022 volgt de Programmabegroting 2023 en dan volgt bovenstaand beschreven vervolg alleen dan voor het jaar 2023. Dit jaar vindt bij de programmabegroting de integrale afweging plaats.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. Dit betreft een aanpassing van de Programmabegroting 2022 op basis van onvermijdelijke ontwikkelingen. Participatie is (mogelijk) relevant op het moment dat de beleidskeuzes worden voorbereid.
Communicatie Er is over dit voorstel geen specifieke communicatie moment gepland, wel gaat een persbericht uit.
Niet-Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder d Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Voorjaarnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022 - Subsidiestaat 2023 Bijlagen informatief -
9
1 Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022 (juni 2022).docx
Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022
1
Inhoudsopgave Colofon ......................................................................................................................................3 Voorwoord .................................................................................................................................5 Inleiding ....................................................................................................................................7
Deel 1 Voorjaarsnota 2022 .................................................................................9 1. Actuele Ontwikkelingen ................................................................................11 1.1 Oekraïne.............................................................................................................................11 1.2 Prijsstijgingen......................................................................................................................13 1.3 Financiële onzekerheden .......................................................................................................14 1.4 Effect aanpassing interne rekenrente ......................................................................................14 1.5 Aanpassen spelregel egalisatiereserve Overhead ......................................................................15 1.6 Ontwikkelingen Vennootschapsbelasting..................................................................................15 1.7 Overschrijding inhuurplafond .................................................................................................15
2. Actualisatie Financieel Beeld ........................................................................17 2.1 Financiële ontwikkelingen......................................................................................................19 2.2 Onvermijdelijke kosten Corona scenario C ...............................................................................24 2.3 Knelpunten en meevallers .....................................................................................................28 2.4 Overheveling taken naar gemeenten.......................................................................................38 2.5 Budget neutrale bijsturingsvoorstellen ....................................................................................40 2.6 Resultaat Jaarrekening .........................................................................................................47 2.7 Algemene dekkingsmiddelen.................................................................................................47 2.8 Groeikader ..........................................................................................................................47
Deel 2 Eerste Bestuursrapportage 2022............................................................49 3. Uitvoering programma's ...............................................................................50 3.1 Overbesteding strategische en stedelijke inzet Ruimte ..............................................................50 3.2 Inzet overgebleven TONK-middelen ........................................................................................51 3.3 Aanvullende zorg Jeugd ........................................................................................................52 3.4 Maatregelen Corona .............................................................................................................52
4. Investeren in Utrecht voor het jaar 2022......................................................73 4.1 Versterken weerstandsvermogen ...........................................................................................73 4.2 Beleidsprioriteiten ................................................................................................................73 4.3 Groei in balans ....................................................................................................................76
5. Investeringen ...............................................................................................77 5.1 Bijsturingsvoorstellen investeringsprojecten 2022.....................................................................77
6. Aanpassingen doelstellingen en indicatoren in de programmabegroting ......83 6.1 Aanpassingen doelstellingen en indicatoren in de programmabegroting .......................................83
2
Colofon Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022 Uitgave Gemeente Utrecht Informatie Gemeente Utrecht Bedrijfsvoering- en Strategienetwerk Afdeling FIJ Postbus 16200 3500 CE Utrecht www.utrecht.nl Finutrecht@utrecht.nl
3
Voorwoord Raadsvoorstel 2022, zaaknummer 9954726 Utrecht, 12 mei 2022 Voor u ligt de Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022 van de gemeente Utrecht. De Voorjaarsnota maken we jaarlijks als voorbereiding op de programmabegroting. Normaal gesproken is de voorjaarsnota het document waarin de integrale afweging plaatsvindt en de beleidsmatige keuzes voor het komende begrotingsjaar worden voorgelegd, inclusief meerjarige doorkijk. Ten tijde van het opstellen van deze voorjaarsnota zijn de coalitieonderhandelingen echter nog in volle gang. Daarom bevat deze voorjaarsnota – anders dan gebruikelijk - geen voorstellen voor beleidskeuzes voor de periode 2023 en verder, maar alleen voorstellen voor onvermijdelijke financiële ontwikkelingen en knelpunten. Hiermee geeft de voorjaarsnota een actueel beeld van de financiële kaders voor de integrale afweging. De integrale afweging vindt vervolgens (op hoofdlijnen) plaats in het coalitieakkoord en zal gezien de grote onzekerheden voor een belangrijk deel ook nog worden beïnvloed door de meicirculaire. Wij verwachten daarom bij de Programmabegroting 2023 een meer gedetailleerde financiële vertaling voor te leggen. De Eerste Bestuursrapportage 2022 is het eerste moment van bijstellen of bijsturen van de kaders zoals vastgelegd in de programmabegroting 2022.
Deze rapportage biedt een actueel inzicht in belangrijke financiële ontwikkelingen die zich in het huidige jaar voordoen. Ook zijn de financiële effecten uit het coalitieakkoord voor het jaar 2022 opgenomen. Wij wensen u veel leesplezier. De secretaris, Gabrielle G.H.M. Haanen
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
5
Inleiding De bestuurlijke Planning & Control cyclus stelt de raad in staat om invulling te geven aan hun kaderstellende en controlerende taak. Deze nota bevat de Voorjaarsnota 2022 en de Eerste Bestuursrapportage 2022 van de gemeente Utrecht. In het eerste deel Voorjaarsnota 2022 zijn de ontwikkelingen opgenomen die een meerjarig effect hebben op het financieel beeld. In Deel 2 zijn de mutaties die alleen betrekking hebben op 2022 opgenomen. Aangepast proces P&C-cyclus In verband met de gemeenteraadsverkiezingen in maart van dit jaar en de nog lopende onderhandelingen worden in deze voorjaarsnota geen beleidskeuzes als onderdeel van een integrale afweging voorgelegd. Deze voorjaarsnota betreft een weergave van de onvermijdelijke ontwikkelingen die een meerjarig effect hebben op het financieel beeld en geeft daarmee de financiële kaders voor de integrale afweging. De integrale afweging vindt (op hoofdlijnen) plaats bij het coalitieakkoord en zal op basis van belangrijke ontwikkelingen in de meicirculaire bij de programmabegroting 2023 concreter financieel wordt vertaald. Voor het jaar 2022 zijn de financiële effecten uit het coalitieakkoord opgenomen in de Eerste bestuursrapportage.
Actuele ontwikkelingen nog niet financieel vertaald Op dit moment zien we een aantal ontwikkelingen, zoals de sterke prijsstijging van de (bouw- en energie) kosten en de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Deze ontwikkelingen hebben een materiële impact op het financieel beeld, maar we kunnen de financiële effecten nog niet goed inschatten. Deze ontwikkelingen zijn wel benoemd in hoofdstuk 1, maar zijn nog niet verwerkt in de cijfers van de Voorjaarsnota 2022 en de Eerste Bestuursrapportage 2022. Daarnaast zijn er nog steeds een aantal financiële onzekerheden met betrekking tot de financiële doorwerking van Rijksbeleid, waarvoor we nog geen exacte doorvertaling kunnen maken naar onze begroting. Wel hebben we een eerste inschatting gemaakt voor de herijking gemeentefonds en uitwerking van het Regeerakkoord. Tabel: samenvattend financieel beeld (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) x € 1.000 Hfst Bedragen x € 1.000 2 Actualisatie financieel beeld 3 Afwijkingen 2022 4 Investeren in Utrecht jaar 2022
1e Berap 2022 33.905 -6.457 -11.367
Totaal saldo 2.4 Algemene dekkingsreserve 2.4 Verevening met bestemmingsreserve Totaal beschikbare financiële ruimte
2023 19.170 0 0
2024 8.056 0 0
2025 -169 0 0
2026 -19.029 0 0
Structureel -19.429 0 0
16.081 19.170 8.056 5.600 -5.600 925 -
-169 -19.029
-19.429
22.606 13.570 8.056
-169 -19.029
-
-
-19.429
Voorjaarsnota 2022 De beschikbare financiële ruimte voor gemeente Utrecht neemt af van 13,6 miljoen euro positief in 2023 tot zelfs 19 miljoen euro negatief in 2026. De oorzaak ligt hoofdzakelijk in de financiële doorwerking van het Regeerakkoord op het gemeentefonds. Het nieuwe kabinet heeft ons via het Regeerakkoord extra middelen toegekend. Dit heeft een positief effect op onze financiële ruimte op korte termijn, maar op de lange termijn geeft het onzekerheid, omdat deze middelen incidenteel zijn toegekend. Zo nemen de inkomsten voor Jeugdhulp af en komt voor 2026 de opschalingskorting weer voor 100% voor rekening van gemeenten. In deze voorjaarsnota is een aantal onzekerheden niet vertaald, maar geven we zoals gemeld in hoofdstuk 1 een toelichting op de onzekerheden die het financiële beeld richting de begroting 2023 nog kunnen beïnvloeden.
7
Eerste Bestuursrapportage 2022 Per saldo geeft de eerste bestuursrapportage een voorlopig positief saldo van 22,6 miljoen euro in 2022, bestaande met name uit de financiële ontwikkelingen 2022 (31,6 miljoen euro positief) en de knelpunten/meevallers 2022 (24,7 miljoen euro negatief). Ook het financiële resultaat over het jaar 2021 (32,2 miljoen euro positief) en de reservering voor onvermijdelijke kosten corona zijn in het financiële beeld 2022 opgenomen. Ook zijn de financiële effecten van het coalitieakkoord voor het jaar 2022 in deze bestuursrapportage opgenomen. Het positieve saldo van deze bestuursrapportage wordt betrokken bij de integrale afweging (beleidskeuzes). Dit is een voorlopig saldo, omdat we hier ook een aantal ontwikkelingen nog niet financieel kunnen vertalen.
8
Deel 1 Voorjaarsnota 2022
9
1. Actuele Ontwikkelingen 1.1 Oekraïne Met de oorlog in de Oekraïne is inmiddels een groep van 4 miljoen vluchtelingen het land ontvlucht. Vluchtelingen worden in de regio (Europa) opgevangen. Inmiddels zijn er 28.000 Oekraïners naar Nederland gekomen en het Rijk verwacht dat dit op de korte termijn verder kan stijgen naar minimaal 50.000 vluchtelingen. Per Veiligheidsregio moeten voor de opvang 2.000 plekken worden gerealiseerd. Voor Utrecht zijn dit in eerste instantie 800 plekken. Daarbij houden we ook rekening met het scenario dat de aantallen verder toe gaan nemen. Projectorganisatie Het realiseren van 800 opvangplekken binnen Utrecht past niet binnen de reguliere werkzaamheden. Daarom is aparte integraal werkende projectorganisatie, het Oekraïne crisisteam’ opgezet die zich onder andere richt op eerste opvang in de Jaarbeurs, het realiseren van opvanglocaties, de registratie van de vluchtelingen, verstrekken van leefgeld, inschrijving bij Burgerzaken, coördinatie van vrijwilligerswerk, organiseren van onderwijs voor de kinderen, medische zorg en begeleiding naar werk. Categorieën opvang De eerste opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne vindt nu plaats in de Jaarbeurs. Het streven is dat vluchtelingen niet langer dan een nacht hier verblijven en dan doorstromen naar crisis- of noodopvang plekken. Dat kan zijn binnen of buiten de veiligheidsregio.
Wij onderscheiden thans in onze stad de volgende categorieën opvang: 0
A.
B.
C.
D.
Vooropvang jaarbeurs hub: Oekraïense vluchtelingen worden eerst in de jaarbeurs geregistreerd, opgevangen en binnen een dag doorgeplaatst naar passende opvang in Utrecht, regio of rest van Nederland. De jaarbeurs dient als verdeelstation en informatie knooppunt Crisisopvang 1 tot 30 dagen. Het gaat om opvang voor de eerste maand in afwachting van duurzamere opvang. Het niveau is noodopvang met Bed, Bad, Brood. Deze opvang kan bv in een hotel plaatsvinden of in een gastgezin (laatste kan ook langer duren). Noodopvang, mid long stay, 0 – 6 maanden. Deze locaties moeten snel beschikbaar zijn. Het betreft opvang met een (gedeelde) wooneenheid, slaapvertrek, dagverblijf / eetzaal., toiletten, douche en wasruimte en geen of een centrale was- en kookgelegenheid. Mogelijke locaties zijn tijdelijke kantoorruimte, lege school, vakantiepark, sporthal of hotelschip. Reguliere opvang, long stay, 3 – 24 maanden. Het betreft hier reguliere opvangplekken die voor langere periode beschikbaar zijn. Deze opvang is gericht op zelfstandigheid. Naast de voorzieningen in categorie b gaat het om een mogelijkheid tot koken en wassen. Bewoners besturen zelf en samen een huishouden. In deze categorie gaat het ook om long stay opvang; in deze categorie wordt gekeken naar meer duurzame oplossingen voor woonruimte. Naast zelfstandigheid staat hier duurzaamheid centraal.
Het is de bedoeling dat vluchtelingen doorstromen van de ene naar de andere opvang. We vinden het wenselijk dat mensen die bij in crisisopvang locaties (cat. A) of noodopvang locaties (cat. B) worden opgevangen een duurzamere opvangplek vinden in reguliere opvanglocatie (cat. C) (en daarna eventueel woonruimte in cat. D).
11
Compensatie door het Rijk Het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten compensatie ontvangen voor het creëren van opvangplekken en compensatie ontvangen voor andere kosten. Op dit moment worden compensatieregelingen, in overleg met de VNG, uitgewerkt. Hierbij gaat het Rijk (zie Verzamelbrief opvang Oekraïne, 6 april 2022) uit van: Het normbedrag voor gemeentelijke opvanglocaties voor Oekraïners is 700 euro per week per gerealiseerde opvangplek. Bestuurlijk is aangegeven dat gemeenten geen financieel nadeel van deze opgave mogen hebben. Het normbedrag is van toepassing voor de periode waarin de regeling van kracht is (vooralsnog één jaar). Het normbedrag kan gedeclareerd worden vanaf het moment dat een Gemeentelijke Opvang Oekraïne (GOO) gerealiseerd is. Gemeenten kunnen een contract aangaan met een locatie voor een termijn van maximaal twaalf maanden. Het Rijk vraagt daarbij om alleen lange termijncontracten af te sluiten als dit een kostenvoordeel oplevert ten opzichte van korte termijncontracten. Het Rijk vraagt daarnaast om rekening te houden met de mogelijkheid om locaties op enig moment in te zetten voor andere doeleinden zoals spoedzoekers of studentenhuishouding. Transitie en transformatiekosten van panden worden vergoed op basis van werkelijke kosten. Het ministerie van JenV zal binnenkort vragen om voor dit soort kosten eerst een verzoek in te dienen.
Deze regeling wordt nog nader uitgewerkt. Daarnaast zijn er kosten voor maatschappelijke organisaties die mensen begeleiden of activiteiten organiseren voor deze doelgroep. Over de vergoeding van overige kosten (onderwijs, zorg, Wmo, Jeugd, PG) worden aparte afspraken gemaakt met de afzonderlijke ministeries. Uitgaven en investeringen Vanaf dag één dat er Oekraïense vluchtelingen in Utrecht aankwamen, zijn we pro-actief gestart met het creëren van opvang. Inmiddels heeft het Rijk ons de vraag heeft gesteld om 800 opvanglocaties te realiseren. Hoewel er meer duidelijkheid is over de compensatieregelingen is er op dit moment nog geen volledig zicht op de kosten. Daarom is het voor deze bestuursrapportage nog niet mogelijk om een reële inschatting van de te verwachten kosten te geven. Risico’s We zien de volgende risico’s en onzekerheden waar we uw raad ook over blijven informeren. 1. Het is onzeker of de uiteindelijke compensatieregeling van het Rijk voldoende is om alle (cumulatieve) kosten ten behoeve van de totale noodopvang van Utrecht te dekken. Het Rijk heeft aangegeven om de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne te compenseren. Momenteel wordt een compensatieregeling uitgewerkt voor het realiseren van opvangplekken, waarbij wordt uitgegaan van een compensatiebedrag van 700 euro per gerealiseerd bed per week.
Deze regeling omvat de compensatie voor kosten als opvang, catering, leefgeld, energie, schoonmaak, beveiliging etc. maar ook uitvoeringskosten binnen het ambtelijk apparaat. Er is op dit moment nog geen totaaloverzicht op de uitvoeringskosten en overige indirecte kosten. Het is daardoor onzeker of dit budget toereikend is voor het totaal aan kosten voor huur, project- en uitvoeringskosten en leefgeld. 2. Het is nu onduidelijk of de reeds gemaakte transitie- en transformatiekosten worden goedgekeurd door het ministerie van Justitie en Veiligheid en passen binnen de regeling die daarvoor uitgewerkt wordt. Er is wel toegezegd dat deze kosten worden vergoed. Een inschatting van de risico’s wordt opgenomen in de tweede bestuursrapportage, evenals het effect van de kosten op de begroting 2022 en verder. Tussentijds informeren we de raad met twee wekelijkse nieuwsflitsen over de volle breedte van impact van deze grote opgave voor Utrecht.
12
1.2 Prijsstijgingen Onzekerheid door stijgende kosten en leveringsonzekerheid Gedurende 2021 zien we de bouwkosten stijgen. Sinds de oorlog in Oekraïne zien we niet alleen de bouwkosten stijgen, maar ook de prijzen van bijvoorbeeld brandstof en energie. Het Centraal Planbureau (CPB) geeft in haar nieuwe vooruitzichten in het Centraal Economisch Plan ook aan dat de prijzen snel stijgen, dempt de economische groei en is er sprake van een toenemende inflatie. Naast de prijsstijgingen is de onzekerheid rond levering van grondstoffen en (deel)producten groot. Voor de bouwmaterialen zien wij dit nu al bij de beschikbaarheid van hout, maar ook voor staal wordt schaarste verwacht. Ook leidt de krapte op de arbeidsmarkt voor vaktechnisch personeel tot hogere kosten en minder beschikbaarheid aan arbeid om projecten binnen de beoogde planperiode af te ronden. Deze trend van kostenstijging werkt niet alleen door in de bouwkosten voor maatschappelijk vastgoed, maar ook voor de kosten van het onderhoud daarvan, investeringen en beheer van de openbare ruimte, ophalen van afval, investeringen in (ondergronds) infrastructuur en kosten van vervoer (leerlingen en Wmo). Dit geldt ook voor de kostenontwikkeling bij de maatschappelijke instellingen en verbonden partijen.
Daarnaast ontvangen wij signalen dat bij aanbestedingen risico's van prijsstijgingen volledig bij de afnemers wordt neergelegd en de contractprijzen zullen stijgen. Het is nog onzeker hoe de prijsstijgingen zich daadwerkelijk manifesteren. Vanwege de onzekerheden hoe de prijsstijgingen zich gaan manifesteren, hebben wij nog geen structurele effecten doorgerekend. Impact op de begroting Standaard indexeren wij de begroting op basis van verschillende indices. . De loonstijging gaat via de CAO, mits deze bekend is. In onze aanname is er voor 2023 een stijging van 2,5% geraamd voor lonen. Voor de prijsindex hanteren we het gemiddelde van de ontwikkeling van de overheidsconsumptie over de afgelopen 3 jaren. In de berekening van de prijsindex is ervoor gekozen een gedifferentieerde index te hanteren, namelijk Grond-, weg- en waterbouw index (GWW) en de Bouwindex. We hanteren ook gemiddelde over de afgelopen 3 jaren. Voor de subsidiebudgetten vertalen we de loon- en prijsontwikkeling vertalen we naar een gewogen index voor de subsidiebudgetten, namelijk 70% loon- en 30% prijsindex. Gedurende het jaar stellen wij de begroting niet bij voor prijsontwikkelingen. De reguliere werkwijze is dat in het lopende begrotingsjaar het budget (uitvoerings- of investeringsbudget) taakstellend is.
De huidige snelle stijging van de kosten stelt ons voor een dilemma in hoe de huidige begrotingssystematiek zich verhoudt tot onze ambities. Kunnen de verwachte kostenstijgingen worden opgevangen binnen de budgetten en wat zijn daar de consequenties van? Dit vraagstuk geldt niet alleen voor het huidige begrotingsjaar, maar ook voor de jaren 2023 en verder. In de raadsbrief over de stijgende (bouw)kosten van 1 april 2022 hebben we aangegeven het effect van de stijgende prijzen nader te onderzoeken. De lijn is en blijft dat prijsstijgingen primair worden opgevangen binnen de beschikbare budgetten, voor investeringen betreft dit in de post onvoorzien van het project en/of door aanpassingen in het programma. De verschillende scenario’s, de risico’s, effect van indexering gemeentefonds en de impact van herprioriteren bij het handhaven van de huidige lijn worden bij het onderzoek in beeld gebracht. Een groot deel van de dekking van deze prijsstijgingen wordt naar verwachting gevonden in het accres van het gemeentefonds. De omvang daarvan wordt bekend gemaakt in de Meicirculaire, deze komt eind mei of begin juni beschikbaar. Daarna kunnen wij ook meer inzicht geven in het totale financiële effect van de stijgende kosten op onze (meerjaren)begroting door gelijktijdig de extra inkomsten van het Rijk de recente CPB-raming (maart 2022) financieel te vertalen in het meerjarenbeeld.
Dan zullen we aan uw raad een apart voorstel doen hoe hiermee om te gaan.
13
In deze voorjaarsnota hebben we indexering volgens de reguliere methodiek toegepast MEVverkenningen. Voor het huidige jaar hebben we als onderdeel van de knelpunten een aantal budgetten extra verhoogd zoals de stijgende energiekosten, bouwkosten voor onderwijsinstellingen (wettelijk verplichte taak), specialistisch reinigen van toiletvoorzieningen en groen onderhoud. Dit op basis van een eerste inschatting.
1.3 Financiële onzekerheden In het regeerakkoord (januari 2022) heeft het Rijk ook keuzes gemaakt die ook de gemeentefinanciën raken; extra middelen maar ook een korting voor jeugdhulp en voor 2026 een aanpassing van de financiering van gemeenten. Vooruitlopend op deze nieuwe systematiek zijn de inkomsten voor het gemeentefonds vanaf 2026 aanzienlijk verlaagd, dit geeft onzekerheden over de structurele inkomsten voor onze begroting. Een eerste inschatting op onze inkomsten uit het gemeentefonds hebben wij gemaakt, daarbij zijn wij voor 2026 uitgegaan van gelijkblijvende inkomsten ten opzichte van 2025. Over de herijking (andere verdeling) van het gemeentefonds heeft het Rijk wel meer duidelijkheid gegeven in de recent ontvangen maartbrief. Met ingang van 2023 wordt het nieuwe model ingevoerd. Voor Utrecht heeft dit een structureel nadelig effect. Er wordt een aantal aanvullende onderzoeken uitgevoerd over deze verdeling. Dit zijn onderwerpen uit het advies van het ROB en een onderzoek naar de grootstedelijke kosten. We wachten op de uitkomst van deze aanvullende onderzoeken.
Daarnaast is het nog niet duidelijk welke impact de keuzes vanuit het Rijk hebben, bijvoorbeeld als het gaat om structurele financiële middelen in het klimaatakkoord, de extra korting voor Jeugdhulp, het verhogen van de eigenbijdrage van het WMO-abonnementstarief, armoedebeleid, compensatie voor uitvoeringskosten Omgevingswet en WKB. Het is ook nog niet duidelijk hoe de Rijksfondsen worden verdeeld onder de gemeenten, dit zijn fondsen voor o.a. woningbouw, volkshuisvesting, ontsluiting nieuwe woningen. Zodra we meer duidelijkheid krijgen van het Rijk, zullen we deze informatie financieel vertalen naar onze gemeente en uiteraard u informeren. We verwachten van het Rijk nog een aantal uitwerkingen de komende maanden, voorjaarsnota van het Rijk, meicirculaire 2022 en de contourenbrief juni 2022.
1.4 Effect aanpassing interne rekenrente Bij de Voorjaarsnota 2021 is besloten de interne rente te verlagen van 2% naar 1,5%. Dit, omdat de marktrente gedaald is en de gemiddelde rente van de gemeentelijke leningenportefeuille ook lager is. Op grond van BBV-voorschriften moet de interne toerekening zoveel mogelijk aansluiten bij de werkelijke rentelasten. Ten tijde van het opstellen van de voorjaarsnota gingen we ervan uit dat dit een budgettair neutrale aanpassing was. In geval van annuïtaire afschrijvingen, nemen de afschrijvingsbedragen eerst toe en daarna af. De doorvertaling van de aanpassing van de rente op de lange en korte termijn in het financieel beeld wordt onderzocht. Wij informeren u over de uitkomsten van het onderzoek bij de Tweede Bestuursrapportage 2022.
14
1.5 Aanpassen spelregel egalisatiereserve Overhead Om de schommelingen per jaar in de bijdragen uit het overheadvierkant op te vangen heeft de raad bij de vaststelling van de begroting 2022 op 11 november 2021 besloten om een nieuwe reserve in te stellen. Op die manier kunnen de pieken en dalen geëgaliseerd worden. Bij het instellen van de egalisatiereserve Overhead is voorgesteld om de dotatie/onttrekking bij de eerstvolgende programmabegroting te verwerken. Om een betere inschatting te maken van de mutaties op egalisatiereserve van de overhead stellen we voor om hiervoor ook de tussentijdse P&C-momenten van het lopende jaar hiervoor te benutten.
1.6 Ontwikkelingen Vennootschapsbelasting Gemeente Utrecht is belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting (Vpb) en betaalt belasting over de winst uit bedrijfsafval en over de inkomsten uit reclameconcessies. Over het eerste bestaat geen verschil van mening. Met betrekking tot de reclame-inkomsten zijn we echter van mening dat er geen sprake kan zijn van een te belasten winst en tevens, als men daar toch aan toe zou komen, dat de winst op een andere wijze en tot een lager bedrag moet worden berekend dan de Belastingdienst voorstaat. Met dit standpunt staat Utrecht niet alleen, ook andere gemeenten zijn het niet eens met dit standpunt van de belastingdienst. Tegen de aanslagen vanaf 2016 hebben wij bezwaar ingediend en tegen de uitspaak op het bezwaar zijn we in beroep gegaan. Met het beroep vragen wij nu een oordeel van de rechter hierin. Overigens procederen ook andere gemeenten in vergelijkbare zaken. Het is nu nog niet in te schatten hoelang de procedure zal gaan duren. Het kan wel enkele jaren duren voordat een finaal oordeel is te verwachten. In het eerste kwartaal van 2022 hebben wij de Vpb-aanslag 2018 betaald, daarnaast hebben wij ook een voorlopige aanslag Vpb 2021 aangevraagd om de rentelasten te beperken. Onze aangiftes over 2019 en 2020 zijn nu in behandeling bij de belastingdienst, dit zal hoogstwaarschijnlijk in 2022 nog tot belastingaanslagen leiden.
Als er dan nog geen uitspraak is gedaan inzake het beroep, of als wij dit beroep verliezen, zal dit in 2022, afhankelijk van de mate waarin de belastingdienst onze aangiftes corrigeert, leiden tot een tekort op het begrote bedrag aan te betalen Vpb van ongeveer 1 miljoen euro.
1.7 Overschrijding inhuurplafond In de Programmabegroting 2022 is het inhuurplafond vastgesteld op 57,9 miljoen euro. Op basis van actuele ontwikkelingen wordt een overschrijding van het inhuurplafond verwacht van 6,6 miljoen euro. Redenen voor deze overschrijding zijn de steeds krapper wordende arbeidsmarkt, toename van tijdelijke werkzaamheden (bijvoorbeeld voor toeslagenaffaire) en het relatief hoge ziekteverzuim. Ook lopende het jaar zien we nog steeds extra onvoorziene taken vanuit het Rijk naar ons toe komen waarvoor wij uitvoeringskracht zullen moeten inhuren. Zoals de corona- en Oekraïne-crisis.
15
2. Actualisatie Financieel Beeld In dit hoofdstuk geven we meer in detail een toelichting op het actuele financiële beeld. We beginnen met de financiële ontwikkelingen en lichten vervolgens de diverse onderdelen toe. Samenvattend financieel beeld 2022-2026 De actualisatie van de financiële ontwikkelingen laat de eerste jaren incidenteel een aflopend voordelig saldo zien. Vanaf 2025 is een omslag te zien naar een structureel nadelig saldo van 19,4 miljoen euro. Het financiële beeld is een tussenstand, de definitieve uitwerking van het Regeerakkoord en het effect van de stijgende prijzen zijn nog onzeker. Ook is het coalitieakkoord niet meegenomen in de financiële ruimte voor 2023 en volgende jaren. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de financiële ontwikkelingen, die in de volgende paragrafen per programma worden toegelicht. De knelpunten die alleen op 2022 betrekking hebben, worden in Deel 2 Eerste Bestuursrapportage 2022 toegelicht. De beschikbare financiële ruimte wordt integraal afgewogen met onder andere de afspraken uit het coalitieakkoord. Tabel: samenvattend financieel beeld (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) Hfst Omschrijving 2.1 Financiële ontwikkelingen
1e Berap 2022 31.564
2023
2024
2025
56.696 49.149 36.531 1.085
23.020
22.620
2.2 Onvermijdelijke kosten corona*
-5.071
0
0
0
2.3 Knelpunten en meevallers
-18.273 -32.821 -36.243 -30.765
-36.114
-36.114
2.4 Overheveling taken naar de gemeenten
-4.370
x € 1.000 2026 Structureel
0
0
0
0
0
0
2.5 Budgetneutrale wijzigingen**
-6.525
5.600
0
0
0
0
2.6 Resultaat jaarrekening 2021 (incl. resultaatbestemming) 2.7 Algemene dekkingsmiddelen (2e Berap 2021) 2.8 Groeikader
7.104
0
0
0
0
0
25.106
0
0
0
0
0
-5.935 -5.935 -5.935
-5.935
-5.935
3
Afwijkingen 2022***
-6.457
0
0
0
0
0
4
Investeren in Utrecht voor het jaar 2022
-11.367
0
0
0
0
0
Totaal saldo
16.081 19.170
8.056
-169
-19.029
-19.429
-
-
8.056
-169
2.4 Algemene dekkingsreserve** 2.4 Verevening met bestemmingsreserve** Totaal beschikbare financiële ruimte
-
5.600 925
-5.600 -
22.606 13.570
-19.029
-19.429
* Aanvulling scenario C wordt bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 verwerkt in Begroting 2022 (conform de werkwijze in 2021) ** De budgetneutrale wijzigingen en de onttrekking aan de reserves horen bij elkaar en zijn toegelicht in hoofdstuk 2.4. *** De ontwikkelingen uit de eerste bestuursrapportage worden toegelicht in hoofdstuk 3
17
Tussenstand van het financiële beeld 2022 Knelpunten, meevallers en ontwikkeling uit eerste bestuursrapportage De knelpunten en uitvoering van motie 2022/25 beperken voor een groot deel de financiële ruimte. Bij de knelpunten en meevallers zien we zeven grote ontwikkelingen: kosten voor de uitvoering van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsboring Bouw van structureel 1,6 miljoen euro Aflopende bijdragen uit grondexploitaties geven een nadeel van 0,7 miljoen euro, vanaf 2026 neemt deze toe naar 5,3 miljoen euro een voordeel op het bijstandsbudget (BUIG) van 3,6 miljoen euro sterk stijgende (energie)prijzen door geopolitieke ontwikkelingen voor 2022 (3,7 miljoen euro) stijgende druk op de Wmo voorzieningen brengen extra kosten met zich mee, daar tegenover staat een overschot op de centrumgemeente taken. Per saldo stijgen de kosten van 2,5 miljoen euro in 2022 naar 10,6 miljoen euro in 2026 een verhoging van de dotatie op de onderhoudsvoorziening van vastgoed ten bedrage van 4,565 miljoen euro voor de jaren 2022 t/m 2025 extra personele inzet (7,5 miljoen euro) voor onder andere Wet Open Overheid, het organiseren van veilige verkiezingen, groei van de stad met betrekking tot wonen, klimaatverandering, energietransitie en bereikbaarheid Ontwikkelingen die alleen betrekking hebben op het jaar 2022 zijn opgenomen in Deel 2: Eerste Bestuursrapportage.
Dit betreft een vrijval van coronamiddelen uit de reserve van 2,1 miljoen euro. Ook zijn de voor de extra ondersteuning van ondernemers en inwoners die door de coronacrisis in financiële problemen zijn geraakt, overeenkomstig de unaniem aangenomen motie (5,6 miljoen euro) opgenomen in de bestuursrapportage. Tegenover de kosten van de motie, staat een positief resultaat uit de Jaarstukken 2021 van niet bestede Tonk-middelen. Het netto resultaat na resultaatbestemming is in de bestuursrapportage meegenomen, maar staat toegelicht in hoofdstuk 2.6. Financiële ontwikkelingen We hebben extra inkomsten van het Rijk uit de september- en decembercirculaire 2021 en de verwachte compensatie voor stijgende prijzen (31,0 miljoen euro) op basis van het prijspeil in september 2021. Tegenover deze compensatie staan ook de kosten voor de indexering van de begroting voor de cao en materiële prijsstijging (24,2 miljoen euro). De recent stijgende inflatie door de politieke instabiliteit, zoals toegelicht in de paragraaf Actuele ontwikkelingen, is nog niet meegenomen. Ook is een eerste inschatting gemaakt van de doorwerking van het Regeerakkoord op de inkomsten uit het gemeentefonds. De inkomsten nemen met name kabinetsjaren 2023 t/m 2025 toe, dit is een aflopende reeks van 43 miljoen euro in 2023 naar 7 miljoen euro.
Voor het jaar 2026 zijn de inkomsten onzeker en is vooralsnog rekening gehouden met stabiele overheidsfinanciën (zie ook hoofdstuk 1 Actuele Ontwikkelingen) door als uitgangspunt in 2026 het accres van 2025 fictief door te trekken. Tenslotte is het weerstandsvermogen met 4 miljoen euro aangevuld. Dit is overeenkomstig de spelregels van het Herstelplan weerstandsvermogen. Coronacrisis Tenslotte zijn de effecten van de coronacrisis voor 2022 geactualiseerd. In vergelijking met het najaar ziet het dagelijkse leven in de stad er weer als vanouds uit en zijn alle maatregelen vanuit het rijk inmiddels afgeschaald. Ondanks dit positieve beeld vallen de onvermijdelijke kosten naar verwachting 5,1 miljoen euro hoger uit. Dit is het gevolg van de lockdown aan het begin van dit jaar en het langer voortduren van de coronamaatregelen daarna. Daartegenover staat een vrijval uit de coronareserve van 2,1 miljoen euro vanuit maatregelenpakket 3. Deze reservering kan verlaagd worden door de positieve ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden. Resultaat 2021 Zowel de Tweede Bestuursrapportage 2021 als de Jaarstukken 2021 hebben een positief saldo. Na de resultaatsbestemming 2021, resteert een positief resultaat van 32,2 miljoen euro. Coalitieakkoord: Investeren in Utrecht voor het jaar 2022
18
De ambities voor deze coalitieperiode staan in het coalitieakkoord “Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat”. We gaan in 2022 direct aan de slag met een aantal onderdelen, zoals het voortzetten van tijdelijke maatregelen en het inzetten van beleidsimpulsen. In hoofdstuk 4 staan deze investeringen in Utrecht voor het jaar 2022 opgenomen. Dit hoofdstuk is volledig nieuw ten opzichte van de oorspronkelijke Eerste Bestuursrapportage 2022, omwille van de leesbaarheid is niet het hele hoofdstuk gemarkeerd. In de Begroting 2023 wordt het gehele coalitieakkoord opgenomen en volgt besluitvorming over de prioriteiten, bijbehorende budgetten en bijsturingsmaatregelen. Nog te verwachten inkomsten De financiële vertaling van het regeerakkoord wordt door het Rijk in de meicirculaire (eind mei / begin juni 2022) nader uitgewerkt, dit verkleint de onzekerheden met betrekking tot inkomsten uit het gemeentefonds. Het is nog onduidelijk of dan ook wordt ingegaan op het jaar 2026. Daarnaast verwachten wij dat de stijgende prijzen ook doorwerken in het gemeentefonds, dit wordt ook in de meicirculaire bekend gemaakt. Een deel van de stijgende prijzen op onze uitgaven hebben wij al in de Eerste Bestuursrapportage verwerkt 2022.
2.1 Financiële ontwikkelingen Sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2022 zijn er financiële ontwikkelingen geweest die het gemeentelijke financiële beeld beïnvloeden en de beschikbare ruimte bepalen om nieuwe activiteiten en uitgaven voor de groeiende stad te kunnen dekken. De samenstelling van de financiële ruimte is als volgt: Tabel: Financiële ontwikkelingen (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) x € 1.000 2026 structureel
Financiële ontwikkelingen
2022
2023
2024
2025
Autonome ontwikkelingen
12.917
7.184
7.183
8.804
10.018
10.018
Regeerakkoord
19.965
43.340
35.944
21.705
6.980
6.580
Groei van de stad
-1.700
5.935
5.935
5.935
5.935
5.935
382
237
87
87
87
87
31.564
56.696
49.149
36.531
23.020
22.620
Overige ontwikkelingen Totaal financiële ontwikkelingen
Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen bestaan uit externe, niet beïnvloedbare nominale (loon en prijs) en reële (volume) ontwikkelingen in 2022 en 2023. Deze ontwikkelingen zijn verwerkt conform vastgesteld beleid. Tabel: Autonome ontwikkelingen (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) Autonome ontwikkelingen
x € 1.000 2026 Structureel
2022
2023
2024
2025
Gemeentefonds
19.593
28.200
28.199
29.820
31.034
31.034
Loon- en prijscompensatie programma’s
-2.676
-24.235
-24.235
-24.235
-24.235
-24.235
Aanvullen weerstands- vermogen
-4.000 0
3.219
3.219
3.219
3.219
3.219
12.917
7.184
7.183
8.804
10.018
10.018
Belasting en heffingen (inflatiecorrectie) Totaal autonome ontwikkelingen
19
Gemeentefonds Het gemeentefonds beweegt mee met een breed deel van de rijksuitgaven (normeringssystematiek). Dit wil zeggen als het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds meegroeit. De begroting, en dus ook de algemene uitkering wordt in constante prijzen geraamd. Voor het jaar t+1 worden jaarlijks bij de voorjaarsnota de budgetten gecompenseerd voor stijgende kosten. Dat is ook het moment om de raming van de algemene uitkering te gaan prognosticeren, inclusief de loon en prijsontwikkeling voor t+1 (het is een combinatie van correctie van het prijspeil en herverdeelnadelen). Het positieve saldo bestaat uit de verwachte compensatie voor loon- en prijsstijgingen en de effecten uit de september- en decembercirculaire. Per saldo nemen de inkomsten uit de algemene uitkering structureel met 31 miljoen euro toe. Er zijn nog steeds een aantal financiële onzekerheden met betrekking tot de financiële doorwerking van Rijksbeleid, waarvoor we nog geen exacte doorvertaling kunnen maken naar onze begroting. We hebben een eerste inschatting gemaakt voor de herijking gemeentefonds en uitwerking van het Regeerakkoord. Loon- en prijscompensatie programma’s De bijstelling van het gemeentefonds hebben we nodig om een deel van onze uitgaven te indexeren voor loon- en prijsontwikkelingen. Er ligt een nieuwe CAO. De loonindexatie is per 1 december 2021 1,5% en per 1 april 2022 2,4%.
Dat is totaal 3,9%. Op basis van het CPB en het inflatiecijfer is een schatting van 2,5% loonstijging vanaf 2023 opgenomen. Voor de prijsindex hanteren we het gemiddelde van de ontwikkeling van de overheidsconsumptie over de afgelopen 3 jaren. Die bedraagt 2,05%. In de berekening van de prijsindex 2023 is ervoor gekozen een gedifferentieerde index te hanteren, namelijk Grond-, weg- en waterbouw index (GWW) en de Bouwindex (BDB). We hanteren ook gemiddelde over de afgelopen 3 jaren, de GWW-index bedraagt 4,1% en de BDB-index bedraagt 3,3%. Zowel de looncorrectie over 2022 als de loon- en prijsontwikkeling 2023 vertalen we vanaf 2023 naar een gewogen index voor de subsidiebudgetten. Met de geschetste ontwikkelingen bedraagt die 2,4% voor 2023.
➢
Loonkosten
Indexatie 2023 2,5%
Basis
➢
Materiële kosten
2,05%
CPB overheidsconsumptie gemiddelde van 3 jaar
➢
Weg en waterbouw
4,1%
Grond-, weg- en waterbouw index (GWW) gemiddelde
CPB loonkostenontwikkeling
van 3 jaar ➢
Bouwkosten
3,3%
Bouwindex (BDB), gemiddelde van 3 jaar
➢
Subsidiebudgetten
2,4%
Gewogen gemiddelde van loon- en materiële kosten
➢
Belastingen
2,4%
index Verwachte loon- en prijsontwikkelingen
Wij hebben met deze indexeringen nog geen rekening gehouden met de recente sterke stijging van de prijzen en inflatie. Weerstandsvermogen Op basis van de voorlopige jaarrekeningcijfers blijkt de ratio van het weerstandsvermogen 0,73. In de voorjaarsnota 2021 is een herstelplan gemaakt om de weerstandsratio weer op 1 te krijgen. Daarom is er volgens de spelregels een aanvulling van 4 miljoen euro nodig. Belastingen (inflatiecorrectie) Jaarlijks indexeren we de belastingopbrengst met de inflatie. Evenals voorgaande jaren bepalen we die aan de hand van de verwachte loon- en prijsontwikkeling vanaf 2022. De indexering komt daarmee op 2,4%, namelijk 70% loonindexatie en 30% indexatie materiële kosten. De recente sterke toename van de inflatie is nog niet meegenomen in deze indexering, omdat we de impact op onze kosten en de inkomsten van het rijk nog niet voldoende in beeld hebben.
20
Regeerakkoord Het regeerakkoord heeft ook een financiële doorwerking op het gemeentefonds. We hebben een eerste inschatting gemaakt van de gevolgen voor de gemeente Utrecht. In de meicirculaire 2022 wordt het daadwerkelijke effect bekend gemaakt. De samenstelling van de financiële ruimte is als volgt: Tabel: Regeerakkoord (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo Regeerakkoord
2026
x € 1.000 Structureel
30.374
18.800 25.600
25.600
-6.000
-6.000 -6.000
-6.000
2022
2023
2024
15.215
25.038
0
-6.000
8.000
7.002
1.840
0
0
0
250
10.500
14.250
17.875
0
0
Extra middelen jeugdzorg**
0
29.000
26.000
18.000 11.800
10.700
Toename kosten jeugdzorg
0
-11.800
-16.600
-15.300 -10.500
-9.800
-8.000
-8.000
-8.000
-8.000 -8.000
-8.000
0
-5.400
-7.920
-7.920 -7.920
-7.920
4.500
3.000
2.000
2.250
0
0
0
0
0
2.000
2.000
2.000
pm
pm
pm
pm
pm
pm
19.965
43.340
35.944
21.705
6.980
6.580
Accres regeerakkoord* Ingeboekt te verwachten extra middelen
2025
jeugdhulp Verlagen risico ingerekend accres op basis van de Meicirculaire 2021) Bevriezen oploop opschalingskorting
Ingeboekt te verwachten accres GF Herijking Gemeentefonds Uitvoeringskosten WKB en omgevingswet WMO abonnementstarief eigen bijdrage Specifieke Uitkeringen (zoals klimaatakkoord) Totaal beschikbare financiële ruimte *) incl. Woningbouw en Volkshuisvesting **) incl. Extra korting jeugdzorg
Accres regeerakkoord De extra uitgaven die het Rijk heeft gepland, zullen leiden tot extra inkomsten in het gemeentefonds (trap-op-trap-af). Op basis van de financiële uitwerking van het regeerakkoord (startnota) hebben wij het effect voor Utrecht bepaald. Daarbij hebben we rekening gehouden met: Groei van het algemene deel van het gemeentefonds (accres):
de procentuele groei van het accres door de extra maatregelen is door vertaald,