Agendabundel
Tekst van het document
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat de flexibiliteit er helemaal uit is. Het gaat beter, maar er zijn wel problemen met de vaste mensen op de vaste lijnen. Dit is een probleem, mensen moeten een bekend gezicht zien. Een nieuwe aanbesteding is al genoemd. Deze vindt plaats in 2023. Er moet goed gekeken worden naar wat er is geleerd en hoe klanttevredenheid nog nadrukkelijker kan worden benoemd. Wethouder Klein reageert op de vragen en de opmerkingen. Het is een zware tijd voor het onderwijs, maar ook voor het leerlingenvervoer. De moeilijkste periode is altijd het opstarten in een nieuw schooljaar en nu is er ook sprake van lockdowns zodat er vaker opgestart moet worden. Leerlingen en chauffeurs hebben ook last van COVID. Er zijn maatregelen, ziektes en quarantaine. Dit maakt dat er veel wisselingen zijn. De flexibele pool van mensen die kunnen vervangen is op, dat maakt dat dit onderwerp terecht de aandacht heeft. Het is goed te constateren dat de gemeente en de vervoerder aan dezelfde kant staan. Partijen willen dit goed doen en samen met ouders, leerlingen en vervoerder hiernaar kijken. Als er klachten zijn moeten mensen dit kunnen aangeven en de gemeente kijkt goed naar hoe de klachten opgelost kunnen worden. Er zijn korte lijnen en er is dagelijks contact met de vervoerder en de scholen. De grootste zorg is het chauffeurstekort.
Er is geen gerustheid dat iemand in kan springen. De werkdruk is ook een punt van zorg. GroenLinks vroeg of de werkdruk is toegenomen. De wethouder herkent dit. Dit heeft te maken met wat zij zojuist zei. Zeker als er bijvoorbeeld een extra kind moet worden opgehaald, neemt de werkdruk toe. Het is belangrijk dat leerlingen op een goede manier op school aankomen en daar horen vaste gezichten bij. Het ziekteverzuim is echt een probleem. GroenLinks stelt voor combinaties van vervoer te maken, zoals met ouderenvervoer of regionaal vervoer. De wethouder vindt dit een goed idee en gaat hiernaar kijken. De aanbesteding loopt vier jaar, met een mogelijkheid tot verlening van tweemaal twee jaar. In de loop van 2022 vindt de volgende aanbesteding plaats. De PvdA meldde de problemen die voorkomen. De wethouder gaat dit met de vervoerder bespreken en vragen of zij dit herkennen. De vraag werd gesteld of de financiering uit subsidie kan en dat er geen aanbesteding plaats hoeft te vinden. Deze discussie wordt breder gevoerd, het is goed om hierover verder te spreken. Het is wel zo dat er sprake is van een Europese aanbesteding, het gaat om veel geld. Het zal niet makkelijk zijn, maar de voor- en nadelen worden wel bekeken. De PvdA vroeg hoe er actie is ondernomen, ook naar aanleiding van de schriftelijk gestelde vragen.
De gezamenlijke inspanning is opgevoerd, routes zijn verbeterd en ouders zijn daar goed over geïnformeerd. Voor de langere termijn is het heel belangrijk om nieuwe chauffeurs op te leiden. Dit wordt voor een deel samen gedaan met collega’s van Werk en Inkomen. De SP vroeg aandacht voor de werkomstandigheden van de chauffeurs. Dit zijn zeker belangrijke zaken, ook in de opdracht die aan een vervoerder gegeven wordt. Dit heeft ook aandacht gekregen in de vorige aanbesteding. Er was 25% aandacht voor de leerling, 25% voor de chauffeur, 10% voor goede communicatie, 20% voor duurzaamheid en 20% voor kosten. Er is dus echt niet alleen gekeken naar wie de goedkoopste aanbieder was, in tegendeel. Het is belangrijk om met elkaar, dus ook met de vervoerder, te kijken hoe de problemen die er zijn opgelost kunnen worden. Er is nu een aanbesteding voor vier jaar gedaan. Het is waardevol om gebruik te maken van de mogelijkheid tot verlenging van tweemaal twee jaar. Partijen zijn dan op elkaar ingespeeld en er hoeft niet helemaal opnieuw begonnen te worden. D66 merkte op dat het belangrijk is dat mensen weten waar zij moeten zijn wanneer er iets misgaat. Dit is een terechte opmerking. Ouders kunnen zowel bij de vervoerder terecht als bij de gemeente. Bij de start van een nieuw schooljaar zijn de openingstijden van de gemeente ruimer. Voor scholen is er een calamiteitennummer beschikbaar.
Het is helemaal waar dat niet iedereen geschikt is voor chauffeur in het leerlingenvervoer, een chauffeur moet gevoel hebben voor de leerling die hij of zij vervoert. Naast een taxipas is er een opleiding nodig voor leerlingenvervoertaxi, contractvervoer en levensreddend handelen. Chauffeurs hebben een vaste planner bij wie ze terecht kunnen met vragen en bij de start van het schooljaar worden er chauffeursbijeenkomsten georganiseerd waarbij de school uitlegt wat er belangrijk is bij welke leerling. Hierom is het ook belangrijk dat er zo weinig mogelijk wisselingen van chauffeurs zijn. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of dit in de praktijk ook zo wordt uitgevoerd. Pagina 17 van 31
5
Wethouder Klein antwoordt dat dit voor zover zij weet zo is, maar soms is er sprake van een noodgeval, bijvoorbeeld als een chauffeur zich ’s morgensvroeg ziekmeldt. Dan wordt er iemand anders ingezet. Het is ook belangrijk te noemen dat de uitkomst van het medewerkerstevredenheidsonderzoek in 2019 een 6,8 was en in 2020 een 8,1. Dit zijn belangrijke feiten om in de raad mee te geven.
10
De heer Rood (GroenLinks) geeft aan dat er veel verbeterd is, maar het is toch ongemakkelijk als een ouder te horen krijgt dat de chauffeur niet komt. Hij vraagt hoe de mensen dan geholpen worden.
15
Wethouder Klein antwoordt dat als een chauffeur zie is, er een andere chauffeur komt die aan alle eisen voldoet. Dit was echter lastig te plannen in de fase toen de scholen half open gingen, zeker met de tegenstrijdige coronaregelgeving. De ouders is toen gevraagd indien mogelijk hun kind zelf naar school te brengen. De VVD gaf vroeg de wethouder in gesprek te gaan met de vervoerder. De wethouder doet dat en de aangegeven onderwerpen worden meegenomen naar het vervolg.
20
Het CDA noemde dat het belangrijk is met vaste mensen te werken. De wethouder onderschrijft dit, hierop wordt ingezet. Klanttevredenheid is, naast medewerkerstevredenheid, een belangrijk punt. Het is goed om dieper met elkaar over de voorwaarden die straks worden afgesproken te spreken en ouders moeten betrokken worden.
25
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de commissie een terugkoppeling kan krijgen van het gesprek dat de wethouder met de vervoerder gaat voeren.
30
Wethouder Klein antwoordt dat de gesprekken al gevoerd worden. Zij komt sowieso bij de raad terug als er problemen zijn die niet worden opgelost. Zij laat dit in dat geval in Q1 van 2022 aan de raad weten. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of er een officiële tussentijdse evaluatie is gepland.
35
Wethouder Klein antwoordt dat dit niet het geval is. De aanbesteding loopt tot 2023 vanaf het nieuwe schooljaar. Een jaar van tevoren wordt gestart met de voorbereiding en de gesprekken met de raad. Zij zegt toe in Q1 een update te geven over eventuele acute zaken. De voorzitter schorst de vergadering voor twee minuten.
40
45
50
55
9. Terugloop in de bereikcijfers van de voorschoolse educatie
De fracties van de PvdA, GroenLinks, D66, SP en ChristenUnie willen met elkaar en de wethouder in debat over welke stappen er gezet moeten worden om het bereik van de voorschoolse educatie te vergroten en de kwaliteit te verhogen. Twee weken geleden was hierover een raadsinformatiebijeenkomst (RIB). Dit onderwerp wordt in één termijn besproken. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat de PvdA kritisch is. Veel mensen zijn goed bezig, maar de uitkomst is onvoldoende. Het gaat ook nog om kinderen met een achterstand die nu een nog groter risico lopen en in het basisonderwijs is er een lerarentekort. De kansengelijkheid staat onder druk. De PvdA is daarom kritisch op het proces omdat alles dat aan voorschoolse educatie geboden wordt, en dat was op een heel hoog niveau, de kinderen meer kansengelijkheid biedt. De PvdA vraagt waarom harmonisatie gepaard moest gaan met een bezuiniging. De wethouder heeft aangegeven dat zij dacht dat dat verantwoord was. Mevrouw Assen vraagt de wethouder hoe zij hier nu tegenaan kijkt. De PvdA vraagt zich af wat de situatie zou zijn zonder die bezuiniging. De cijfers liegen er niet om.
Pagina 18 van 31
De heer Van Steeg (CDA) deelt deze zorgen. Aan de andere kant geven de organisaties die de voorschoolse educatie zelf aan dat zij het kunnen. Hij vraagt mevrouw Assen waar voor haar de balans zit tussen corona, een nieuw stelsel en het feit dat het niet werkt op deze manier. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat zij de aanbieders van de kinderopvang heeft horen zeggen dat zij niet meer alles kunnen doen met de bezuinigingen. Er wordt bijvoorbeeld gewezen op de niet-groepsgebonden uren. Dit waren uren waarvan de medewerkers zeiden dat dat uren zijn waardoor extra zorg aan kinderen geboden kan worden. Dit kan nu niet meer. Zij deelt de opvatting niet dat aanbieders kunnen bieden wat zij willen voor dit bedrag. Mevrouw Kendir (Student&Starter) heeft in de RIB steeds gehoord dat aanbieders gemotiveerd zijn, maar dat zij te weinig taakuren hebben. Er zijn onvoldoende middelen. De heer Saiah (D66) geeft aan dat er is overgestapt naar een nieuw stelsel. Dan is het geen bezuiniging, want er zijn de tekorten van het onderwijsachterstandbeleid en er is een andere inrichting. Er wordt met zorgconsulenten gewerkt waarbij er anders ingedeeld kan worden. En er is opgeschaald van tien naar zestien uur. Het is aan de organisatie te kiezen hoe dit in te vullen. Dit zijn arbeidsvoorwaarden en dit is geen bezuiniging van de gemeente. Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat er miljoenen euro’s minder zijn vrijgemaakt voor voorschoolse educatie. Dit was inderdaad niet de keuze van dit college, maar is veroorzaakt door de landelijke korting op de onderwijsachterstandsmiddelen. Wat de heer Saiah zegt klopt echt niet.
De heer Saiah (D66) denkt dat hij hetzelfde zegt als mevrouw Assen. Er is gekort op het onderwijsachterstandsbeleid. Het college heeft dit deels opgeplust binnen het coalitieakkoord. Dit is echter bij lange na niet genoeg. Het gaat nu over de taakuren en de uren waarin er zorg verleend kan worden. Hiervan zegt de heer Saiah dat er is overgestapt op een nieuw stelsel waarin met zorgconsulenten gewerkt wordt. De uren worden anders verdeeld. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat de korting moest worden doorgevoerd, maar dan nog is het een keuze van dit college hoe dit opgevangen wordt. De heer Saiah (D66) vindt dit onzin. Als de gemeente met zes miljoen euro gekort wordt, kan dit op een of andere manier worden opgelost. In het coalitieakkoord is wel degelijk ruimte gemaakt om het gat te dichten, maar er blijft een gat. Mevrouw Assen denkt daar te makkelijk over. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt de heer Saiah of hij geen mogelijkheid ziet om dit met minder pijn in te vullen en het geld te besteden waar het zo hard nodig is. Het bereik daalt en de kwaliteit daalt. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) hoort mevrouw Assen zeggen dat er een dilemma is en dat men dit van te voren had kunnen zien aankomen. Zij vraagt mevrouw Assen wie er wat haar betreft aan zet is.
Moet de gemeente bijvoorbeeld die extra taak- en ontwikkeluren betalen? Mevrouw Assen antwoordt dat nadat de harmonisatie is doorgevoerd en het college zag dat er bijvoorbeeld meer behoefte was aan een Hbo’er op de groep, er ook extra maatregelen zijn genomen. Dit betekent dat er lokaal meer kan dan wat er wettelijk moet. Er wordt vaak verwezen naar de oude situatie en dat alles dat nu gebeurt samenhangt met landelijke wetgeving, maar voorheen deed de gemeente ook meer dan wat moest. Dat leidde tot een hoger bereik en een hogere kwaliteit. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) denkt wel dat de gemeente een bijdrage kan leveren in het stimuleren. Er zijn aardig wat subsidies die aangevraagd kunnen worden waardoor er meer uren verkregen kunnen worden. Zij vraagt mevrouw Assen of dit een oplossing is. Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat er gemeentelijke subsidies zijn die organisaties kunnen aanvragen en die nu niet uitgeput worden. Zij vraagt de wethouder welke kansen er zijn om deze gelden in te zetten, bijvoorbeeld voor de professionaliseringsslag waarom wordt gevraagd en de niet-groepsgebonden uren. Pagina 19 van 31
5
10
15
20
25
30
35
40
Mevrouw Assen (PvdA) ziet dat er hard gewerkt wordt, maar de inschrijving of toeleiding is te complex. Zij vraagt de wethouder welke mogelijkheden zij ziet om hier iets in te doen, dan wel via meer toeleiders, dan wel via het consultatiebureau. En hoe neemt de wethouder de belemmeringen weg die worden geschetst op het gebied van privacy? Het delen van relevante informatie over kinderen om het werk goed te kunnen doen is wat minimaal nodig is. Mevrouw Assen vraagt de wethouder of zij tijdens de RIB nog iets heeft gehoord dat leidt tot nieuwe inzichten. Een groot deel hangt samen met geld. De PvdA beraadt zich op nieuwe moties. Het minimale dat de PvdA wil is: bij toeleiding worden er kinderen verloren. De PvdA vraagt de wethouder welke mogelijkheden zij ziet om de toeleiding te verbeteren. Hoe wordt er een slag geslagen in de informatie die gedeeld moet worden? De niet-groepsgebonden uren moeten omhoog om kwaliteit en bereik te verbeteren. Mevrouw Assen vraagt de wethouder hoe zij dit ziet. De PvdA wil op deze punten echt actie zien en overweegt hierop moties. Ook landelijk speelt het tekort aan medewerkers in de kinderopvang, de PvdA hoopt dat hier ook een aanpak vanuit Utrecht voor komt. De heer Rood (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks ook zorgen heeft.
De landelijke bezuinigingen hebben impact, evenals corona en GroenLinks houdt vinger aan de pols als het gaat om het nieuwe stelsel. Begeleiders hebben te maken met meer en zwaardere indicaties, tegelijkertijd loopt het aantal kinderen in de voorschoolse educatie terug. In de RIB gaven betrokkenen bij de voorschoolse educatie aan dat zij een rol zien van de gemeente bij het opstellen van een duidelijke visie, met doelstellingen waarnaar alle organisaties kunnen streven en het faciliteren van de professionalisering. GroenLinks maakt zich ook zorgen over de werkdruk in de voorschoolse educatie. Bekeken moet worden of het aanbod op aantrekkelijke tijden georganiseerd kan worden. GroenLinks vraagt de wethouder in gesprek te blijven met de consultatiebureaus en wanneer daar behoefte aan is in dialoog een visie op te stellen en daarin te voorzien. De heer Rood vraagt de wethouder welke rol zij daarin ziet voor de gemeente. Er zijn veel verschillende benamingen voor voorschoolse educatie. De heer Rood vraagt de wethouder of zij dit overzichtelijker kan maken. De heer Rood vraagt welke rol de gemeente ziet in het faciliteren van professionalisering en of de activiteiten op een gepaste manier georganiseerd kunnen worden. Tot slot vraagt De heer Rood of de wethouder een beeld heeft van de impact van de toeslagenaffaire.
Heeft dit invloed gehad op de dalende aantallen en hebben ouders voldoende vertrouwen? De heer Saiah (D66) vindt het een ongepaste opmerking van mevrouw Assen dat de kwaliteit gedaald zou zijn. Dit is een belediging voor alle organisaties die zich inzetten om goede voorschoolse educatie neer te zetten. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat medewerkers dit zelf zeggen. Zij kunnen hun educatie onvoldoende voorbereiden en hebben niet meer de tijd om hun werk naar eigen tevredenheid te kunnen doen. De heer Van Steeg (CDA) is het eens met D66, er hoeft niet direct meer geld bij, maar er is wel verbetering nodig.
45
50
55
60
De heer Saiah (D66) ziet een verschil tussen meer geld erbij en spreken over kwaliteit. Hij kan niet concluderen dat de kwaliteit gedaald is. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe de heer Saiah de medewerkers dan beluistert die aangeven dat zij hun werk niet goed meer kunnen doen. De heer Saiah (D66) geeft aan dat er is overgegaan naar een nieuw systeem, dan is het logisch dat medewerkers aangeven dat er zaken anders gaan. Hij vindt niet dat de kwaliteit achteruit is gegaan. De heer Simsek (DENK) begrijpt niet dat het ontkend wordt dat de kwaliteit achteruit gaat, terwijl medewerkers dit zelf aangeven. De heer Saiah (D66) ontkent niets, hij heeft alleen aan dat er is overgestapt naar een nieuw stelsel en dat zaken nu anders gaan. Pagina 20 van 31
5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Saiah (D66) vervolgt zijn bijdrage. Ieder kind moet een eerlijke en goede start kunnen maken. Dat is een recht. Dat recht staat nu onder druk, juist omdat er nu sprake is van een nieuw systeem. Er wordt met een gemengd gevoel teruggekeken naar hoe dit door het Rijk is opgelegd. Niet alles is verkeerd. Het idee was meer keuzevrijheid voor ouders te creëren doordat er meer aanbieders zijn. In Utrecht was iets moois opgezet. De kwaliteit was uitermate hoog, maar het bereik moet zo spoedig mogelijk weer hoger. De heer Saiah hoopt dat de kinderopvang gratis wordt, hierdoor vallen veel drempels weg. Er moet een goede toeleiding zijn en hulp, zeker bij het invullen van de formulieren. De heer Saiah vraagt de wethouder of er een beroep gedaan kan worden op buurtteams, de sociaal makelaars, de mensen die dicht bij de ouders staan om te zorgen dat ouders niet vastlopen. Er wordt nu erg gekeken naar de cijfers en voor D66 is het belangrijk de percentages omhoog te krijgen, zeker in die wijken waar de cijfers laag zijn. De heer Saiah vraagt de wethouder of zij inzicht kan geven in wat er gedaan wordt om de cijfers omhoog te krijgen.
Op het moment dat bekend is dat een grote groep niet naar de voorschoolse educatie gaat, zijn er veel initiatieven in de stad die wel bijdragen aan iets soortgelijks en die zorgen dat kinderen laagdrempelig de taal leren en met andere kinderen in contact komen. Dit zijn mooie initiatieven. Het is de vraag of er voldoende initiatieven zijn en of hier voldoende geld voor is. Er moet gekeken worden naar de gratis initiatieven zoals de bibliotheek en de VoorleesExpress en bezien worden of deze initiatieven kunnen groeien. Mevrouw Assen (PvdA) deelt dit met de heer Saiah, maar tegelijkertijd is bekend dat er veel projecten lopen, maar het bereik is nog klein. Zij vraagt de heer Saiah of hij wil dat dit breder aangeboden wordt. De heer Saiah (D66) antwoordt bevestigend. De initiatieven moeten in kaart gebracht worden en bezien moet worden hoe deze duurzaam kunnen groeien. De gemeente moet kijken wat er gedaan kan worden en hoe dit geborgd kan worden. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt de heer Saiah of het hem om alle wijken waar het bereik laag is gaat, of ook om andere wijken. De heer Saiah (D66) antwoordt dat er wat hem betreft zelfs buurtgericht gekeken kan worden, maar in de wijken waar het bereik het laagst is moeten er zeker extra initiatieven opgezet worden. Er moet op buurtniveau zicht zijn op welke kinderen er wel of niet deelnemen aan voorschoolse educatie.
De heer Saiah (D66) vervolgt zijn bijdrage. De kinderen zijn te lang op een dag op de voorschoolse educatie aanwezig, namelijk van 09.00 uur tot 14.00 uur. Dit is te intensief voor een jong kind. De heer Saiah vraagt of de gemeente hier afspraken over kan maken. Ook ouders maken hier opmerkingen over. Er is van tien naar zestien uur gegaan, natuurlijk veroorzaakt dat meer druk, maar kan ervoor gezorgd worden dat dit voor de kinderen en de medewerkers behapbaar blijft? De heer Saiah vraagt de wethouder om een reactie zowel over de kinderen als over de medewerkers.
45
De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) vraagt de heer Saiah of hij bereid is te kijken naar een ander systeem. Uit divers onderzoek blijkt dat kinderen van deze leeftijd leren door te spelen en niet door in een schoolsituatie te zitten.
50
De heer Saiah (D66) antwoordt dat er op de voorschoolse educatie voornamelijk gespeeld wordt. Stadsbelang Utrecht wil de voorschoolse educatie afschaffen, maar D66 vindt dit een goede voorbereiding op de start op de basisschool. Er is wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat voorschoolse educatie goed is.
55
Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat de universiteit ook aanwezig was bij de RIB, zij zijn eerder ook betrokken geweest bij het vormgeven van voorschoolse educatie. Zij vraagt of de heer Saiah de universiteit opnieuw zou willen vragen onderzoek te doen naar voorschoolse educatie zodat er een nieuwe nulmeting is waarvandaan er verder gegaan kan worden.
60
De heer Saiah (D66) vindt dit een heel goed voorstel, maar geeft het college mee dit pas te doen als er geen coronaperikelen meer zijn en wanneer de toeleiding weer op een normale manier georganiseerd is. Pagina 21 van 31
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Assen (PvdA) begrijpt het punt, maar de universiteit doet sowieso veel onderzoek naar de impact van corona. Er kan onderzocht worden welk deel coronagerelateerd is en welk deel niet. De heer Saiah (D66) vindt dat dit ook achteraf onderzocht kan worden. Hij hecht eraan het onderzoek pas te doen als er geen coronaperikelen meer zijn. Dan is er een nulmeting waarmee doorgepakt kan worden. De heer Saiah (D66) vervolgt zijn bijdrage. De basis is dat het recht op toegang tot voorschoolse educatie onder druk staat. Hopelijk kan dit worden gekeerd. De heer Wiegant (SP) geeft aan dat het helaas niet goed gaat met de voorschoolse educatie. Dit is niet zo gek. Minder geld betekent minder kwaliteit. Dit wordt ook door de medewerkers geconstateerd en deze hebben daar het beste zicht op. Dit is geen belediging, maar een constatering. De problemen komen te liggen bij de meest kwetsbare groepen en bij de medewerkers. Een goede voorschoolse educatie kan veel problemen voorkomen en is belangrijk voor het bieden van gelijke kansen. De heer Wiegant sluit aan bij de eerder gestelde vragen. Het meest laaghangende fruit is de verbetering van de toeleiding, dit moet eenvoudiger. Hij vraagt of de wethouder hier mogelijkheden in ziet. Daarnaast lijkt er een te scherp privacybeleid gevoerd te worden. Er is wetgeving, maar sommige zaken mogen wel gedeeld worden.
De heer Wiegant vraagt de wethouder dit onder de aandacht te brengen bij de organisaties. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) vraagt welke informatie er wanneer naar wie toe moet. De heer Wiegant (SP) weet dit niet precies. Het gaat om datgene dat nodig is om het werk goed uit te kunnen voeren. De heer Wiegant (SP) vervolgt zijn bijdrage. Er zijn ook zorgen over het feit dat medewerkers zich niet gehoord voelen door de organisatie. Hij vraagt wat de wethouder hiervan vindt. Verder vraagt hij in hoeverre er bij de voorschoolse educatie gewicht wordt gegeven aan de werkomstandigheden. Tot slot onderstreept de heer Wiegant de oproep van D66 de voorschoolse opvang gratis te maken. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de SP vindt dat het doel is dat kinderen uiteindelijk samen naar de groep gaan. Dit was het doel, maar dit komt niet tot zijn recht. De heer Wiegant (SP) vindt dit een goed punt. De SP is voor een systeem waarbij er geen specifieke groepen zijn van kwetsbare kinderen. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) hoopt op gratis kinderopvang, in ieder geval voor deze groep en misschien wel breder. De ChristenUnie wilde deze Wet harmonisatie kinderopvang niet. Het blijft een worsteling. Wat de toeleiding betreft kan de gemeente aan een knop draaien.
Zij vraagt de wethouder of zij, samen met de wethouder Jeugd, kan kijken wat zij kan doen om de angst en de weerstand bij ouders weg te nemen. De toeslagenaffaire is niet helpend. Er kan wat worden gedaan om het vertrouwen weer terug te krijgen. Een ander punt is de ruimte voor professionalisering. Medewerkers die voorheen bij Spelenderwijs hebben gewerkt hadden daar zes uur extra. Dat was wel heel ruim, maar mevrouw Streefland vraagt de wethouder wat de gemeente kan doen om organisaties te ondersteunen bij het aanvragen van subsidie voor professionalisering. Mevrouw Assen (PvdA) hoort mevrouw Streefland zeggen dat zes uur ruim is, maar dit droeg juist erg bij aan het leveren van kwaliteit en het kunnen sparren. Zij vraagt mevrouw Streefland of zij zes uur te veel vindt. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) antwoordt dat het eerder tien uur waren en nu vier. Dat betekent zes uur minder. De ratio voor voorbereiden en uitvoeren is bijna nergens zo groot, dit kan ook anders. Het zit niet altijd in tijd, het gaat erom hoe er gewerkt wordt en welke visie er is.
Pagina 22 van 31
5
Mevrouw Kendir (Student&Starter) sluit zich aan bij veel punten die zijn benoemd. GroenLinks gaf aan dat de gemeente met een duidelijke visie moet komen met betrekking tot voorschoolse educatie. Tijdens de RIB werd gezegd dat de dagen te lang zijn en dat het beter zou zijn als kinderen meer dagen per week, minder uren komen. Daarnaast is het zo dat kinderen geen vaste groep krijgen, dit is wel belangrijk. Mevrouw Kendir vraagt de wethouder of hiernaar gekeken kan worden. Ten slotte geeft mevrouw Kendir aan dat de communicatie met de consultatiebureaus niet soepel verloopt. Als een consultatiebureau iets constateert, komt dat niet altijd bij de organisaties terecht. Dit is niet gewenst.
10
Mevrouw Streefland (ChristenUnie) geeft aan dat de procedure is dat informatie van een consultatiebureau altijd naar de organisaties gaat. Nagegaan kan worden of dit wel of niet zo is. Zij vraagt of dit vanuit de gemeente niet goed gaat of dat het zit in de combinatie met de organisaties voor kinderopvang?
15
Mevrouw Kendir (Student&Starter) denkt dat dit een organisatorisch punt is. De lijntjes moeten kort gehouden worden. De gemeente kan hier het gesprek over voeren.
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Kendir (Student&Starter) vervolgt haar bijdrage. Er moet geïnvesteerd worden in de kwaliteit van de medewerkers. Zij vraagt de wethouder hierbij te kijken of de organisaties daar de middelen voor hebben en zo niet, of er middelen beschikbaar gesteld kunnen worden. De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) vraagt zich af of de kinderen waar het omgaat op deze manier echt kansen krijgen. Hij wijst een artikel in de Wet op het primair onderwijs. Hier worden bepaalde richtlijnen gesteld. De gemeente moet voorzieningen hebben voor kinderen met een taalachterstand. Verder zijn er geen verplichtingen met betrekking tot de voorschoolse educatie. De wijze waarop dit wordt uitgevoerd in Utrecht klinkt aardig, maar dit kan anders en beter. Kleine kinderen moeten spelenderwijs kunnen keren. Daarbij is het niet de bedoeling dat de voorschoolse educatie op hele dagen gedaan wordt en ook niet dat het als alternatief voor de kinderopvang gaat fungeren. Stadsbelang Utrecht vraagt zich af of er op deze wijze doorgegaan moet worden. Kleine kinderen leren niet op de manier zoals het nu wordt georganiseerd. Het onderwijsachterstandbeleid kostte in 2022 bijna acht miljoen euro extra, dus meer dan de overheid levert. Reeds op 19 april 2019 heeft Stadsbelang Utrecht vragen gesteld.
Uit onderzoek blijkt dat tachtig tot negentig procent van de deskundigen zich afvraagt of er wel een meetbaar effect is. Stadsbelang Utrecht wil dat mensen met minder kansen serieus meer kansen krijgen. Het moet anders en dat kan door het geld op een andere manier te besteden, met name aan kinderen in groep zes, zeven en acht van de basisschool. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er geen enkele investering in het onderwijs is die zich zo goed terugbetaalt als de voorschoolse educatie. De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat de wetenschappers elkaar tegenspreken. Het meetbare effect van voorschoolse educatie is twijfelachtig. Uit onderzoek, onder andere van professor Leseman, blijkt dat er meer effect te behalen is bij iets oudere kinderen. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) geeft aan dat professor Leseman nooit bovenbouwonderzoek doet en zich uitgebreid bezig houdt met voorschoolse educatie. Zij vraagt waar de heer Walenkamp zijn informatie vandaan haalt. De heer Van Steeg (CDA) meldt dat taalonderwijs heel belangrijk is, hier moet zo vroeg mogelijk mee begonnen worden. De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat het een groot probleem is als kinderen thuis de Nederlandse taal niet leren. Kinderen leren de taal vooral door te spelen en dat is op een andere manier dan nu gebeurt.
De heer Van Steeg (CDA) meldt dat dat precies is wat er op de voorschoolse educatie gebeurt.
60
De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) vraagt zich af of dit de juiste manier is om dit te organiseren. Het is beter in te zetten op kinderen in groep zes, zeven en acht dan op jongere Pagina 23 van 31
5
kinderen. Mevrouw Streefland stelde terecht de vraag naar het onderzoek van Leseman. Deze was aanwezig bij de RIB en heeft aangegeven dat het beter kan. Goedkoop is duurkoop. Er moet meer worden samengewerkt, aandacht zijn voor government en worden geïnvesteerd in de medewerkers. Professor Leseman heeft toegezegd met concrete suggesties te komen voor verbetering. De heer Walenkamp vraagt hoe de wethouder tegen deze toezegging aankijkt en wat zij hiermee gaat doen. De heer Walenkamp wijst op de website www.socialevraagstukken.nl. Hier staat de evaluatie van het onderzoek van mevrouw De Haan, Elbers en de heer Leseman die duidelijk aangeven dat er verschil zit in effectresultaat en dat de wijze van organisatie beter kan.
10
Mevrouw Streefland (ChristenUnie) deelt dat taalonderwijs in de bovenbouw van de basisschool belangrijk is, maar het is en-en.
15
Mevrouw Kendir (Student&Starter) geeft aan dat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het het beste is als kinderen eerst hun moedertaal leren en daarna pas Nederlands. Het is aan het onderwijs achterstanden te verhelpen.
20
De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) meldt dat wanneer kinderen twee- of meertalig worden opgevoed, dit op een juiste manier georganiseerd moet worden. Als de moedertaal in Nederland niet het Nederlands is maar Turks en kinderen op zesjarige leeftijd pas Turks gaan leren is het de vraag of dat niet een uitdaging wordt.
25
Mevrouw Kendir (Student&Starter) geeft aan dat als kinderen eerst het Turks van thuis hebben meegekregen en later op school Nederlands leren, dit in veel gevallen goed gaat. Het gaat nu over kinderen waar dat niet goed gaat. Het is wetenschappelijk bewezen dat het het beste is als kinderen eerst de moedertaal leren. De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) meldt dat als een kind pas op zeven- of achtjarige leeftijd Nederlands leert, dit een achterstand betekent.
30
De heer Simsek (DENK) constateert dat de heer Walenkamp het over steeds oudere kinderen heeft. Het idee van de voorschoolse educatie is dat kinderen die thuis eerst een andere taal leren op hele jonge leeftijd gelijk Nederlands kunnen leren.
35
De heer Saiah (D66) geeft aan dat het gaat over voorschoolse educatie. Daar gaan kinderen vanaf tweeënhalf jaar naar toe om Nederlands te leren, maar ook om te spelen. Dit zijn ook autochtone kinderen. Het gaat om kinderen met een risico op taalachterstand. Ook betreft het niet alleen de kinderen uit armere gezinnen.
40
De heer Van Steeg (CDA) meldt dat de heer Walenkamp refereert aan onderzoeken waarin wordt gepleit voor meer investering in voorschoolse educatie, terwijl hij aan de andere kant pleit voor het investeren in kinderen in de bovenbouw van het basisonderwijs. Hij vraagt wat het voorstel van de heer Walenkamp is.
45
De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat wat hem betreft het geld anders besteed wordt, dus investeren in kinderen in de bovenbouw van het basisonderwijs. Het systeem faalt en moet anders.
50
De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) vervolgt zijn bijdrage. Stadsbelang Utrecht voelt zich gesteund door het advies van de Onderwijsraad waarin staat dat als bijlessen en huiswerkbegeleiding voor iedereen toegankelijk is en als dat wordt georganiseerd in de bovenbouw van het basisonderwijs dat de kwaliteit ten goede komt.
55
Mevrouw Van Assen (PvdA) vraagt of de heer Walenkamp bestrijdt dat wanneer een kind op jonge leeftijd een achterstand oploopt dit later culmineert. Dit is breed gedragen wetenschappelijk onderzocht. De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat dit kan culmineren, maar dit kan op een andere manier worden opgelost dan nu gebeurt.
Pagina 24 van 31
5
10
15
20
25
30
De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) vervolgt zijn bijdrage. Uit divers onderzoek blijkt dat 67% van de leerlingen van groep acht aan diverse leerdoelen en vaardigheden niet voldoet. Stadsbelang Utrecht wil het geld beter besteden en op een andere manier inzetten. Er moet worden geïnvesteerd in die kinderen die problemen hebben met de Nederlandse taal in de bovenbouw van het basisonderwijs, zodat zij serieus voorbereid zijn op de middelbare school. Mevrouw Meerding (VVD). Geeft aan dat de bereikcijfers van de voorschoolse educatie flink teruglopen en dat baart ook de VVD zorgen. Deels is dit te wijten aan corona, deels is de oorzaak gelegen in de veranderingen die voortkomen uit de landelijke Harmonisatiewetgeving. Het systeem waarbij werkende ouders kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen voor de voorschoolse educatie werkt blijkbaar nog onvoldoende. Ook is in de RIB gehoord dat er van alles speelt voor medewerkers op de werkvloer. Medewerkers hebben minder uren om hun taken uit te voeren, er zijn veel personeelswisselingen geweest en dat zorgt voor ontevredenheid. Dit klinkt alles behalve rooskleurig. De VVD heeft wel de hoop dat het misschien nog even wennen is aan het nieuwe systeem en dat het op termijn weer beter gaat en dat het bereik aantrekt. Temeer omdat er op dit moment geen makkelijke lokale oplossingen zijn, tenzij er opeens een zak met geld gevonden wordt.
Het zou bijvoorbeeld mooi zijn als er meer toeleiders komen, maar daar moet dan wel geld voor zijn. De VVD vraagt hoe de wethouder hier tegenaan kijkt en welke oplossingen zij zelf nog ziet. De VVD is ook benieuwd hoe dit in andere steden gaat. Het is voorstelbaar dat Utrecht niet de enige gemeente is die met deze problemen kampt. Verder valt op dat landelijke evaluaties zijn uitgevoerd over de Harmonisatiewetgeving. In die evaluaties komt een best positief beeld naar voren. De VVD vraagt of deze evaluaties niet kloppen of dat er in Utrecht een specifieke situatie is waardoor het in Utrecht extra moeilijk is. De VVD vraagt tot slot aandacht voor iets anders. Uiteindelijk is de voorschoolse educatie er om leerachterstanden aan te pakken. Een van de onderliggende problemen waarom kinderen soms voorschoolse educatie nodig hebben, is dat zij een taalachterstand hebben omdat de ouders bijvoorbeeld thuis geen Nederlands kunnen spreken. Volgens de VVD kan een deel van de leerachterstand worden weggenomen door een betere integratieaanpak vanuit de gemeente. Mevrouw Meerding vraagt hoe de wethouder hier tegenaan kijkt en of er nog winst te behalen is door ook te focussen op het belang dat ouders de Nederlandse taal beheersen. Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat er ook autochtone kinderen de voorschoolse educatie bezoeken.
35
Mevrouw Meerding (VVD) onderschrijft dit, zij zei niet voor niets ‘een van de redenen’. Er wordt nu gesproken over het voorkomen van leerachterstanden door de inzet van de voorschoolse educatie en de VVD vraagt of de leerachterstanden niet helemaal kunnen worden voorkomen. Dat zou ideaal zijn. Hier mag meer naar gekeken worden.
40
De heer Simsek (DENK) geeft aan dat voor ouders de financiële drempel een rol speelt. Daarom steunt DENK de oproep van de SP. DENK deelt de zorgen van de PvdA over de bezuinigingen in de harmonisatie en de gevolgen daarvan voor de kwaliteit en de problemen die er zijn met de toeleiding. Verder vraagt DENK aandacht voor de invloed van de toeslagenaffaire op het vertrouwen van ouders. Ook heeft DENK vragen over de lange dagen die kinderen maken op de voorschoolse educatie.
45
50
55
De heer Van Steeg (CDA) meldt dat er op dit moment grote uitdagingen zijn ten aanzien van de voorschoolse educatie. De twee belangrijkste oorzaken daarvoor zijn de coronacrisis en het nieuwe stelsel. De voorschoolse educatie is een belangrijk middel om gelijke kansen te bieden aan kinderen, maar ook voor de ontwikkeling van burgerschap en taalontwikkeling. Kortom: een belangrijk middel om een goede start te maken in de samenleving. Het goede van de RIB was dat er zowel medewerkers waren als managers. De managers geven aan dat zij het aankunnen en dat het gaat lukken, terwijl de medewerkers over lopen. Dit laatste is begrijpelijk en eigenlijk altijd zo bij een stelselwijziging. Het CDA vindt daarom dat men voorzichtig moet zijn om te zeggen dat er geld bij moet. Het is wel goed om te kijken naar de grootte van de groepen en of de medewerkers voldoende kwaliteit kunnen bieden. Hier wordt wel wat aan gedaan, maar wellicht kan er meer gedaan worden en zijn er nog andere mogelijkheden. Inzet op de kwaliteit is wat het CDA betreft heel belangrijk.
Pagina 25 van 31
5
10
15
20
De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat veertig mensen de RIB hebben bijgewoond en veel pedagogisch medewerkers waren zeer kritisch. Het kost acht miljoen euro meer dan er van het Rijk verkregen wordt. Hij vraagt de heer Van Steeg of hij bereid is naar een ander stelsel te kijken. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat er moet gekeken worden naar hoe het beter gedaan kan worden. Stadsbelang Utrecht wil de voorschoolse educatie afschaffen, maar het voorkomen van taalachterstanden is belangrijk. Het CDA wil dat dit op een goede manier gebeurt en waar nodig moet de gemeente misschien bijspringen. De heer Van Steeg (CDA) vervolgt zijn bijdrage. Ten aanzien van de toeleiding meldt de heer Van Steeg dat te zien is dat het aantal kinderen dat op de voorschoolse educatie komt hard terugloopt. Hier moet maximaal op ingezet worden. Dit gebeurt al door ambassadeurs, maar bezien moet worden wat hier nog meer gedaan kan worden om mensen te bereiken en mensen het vertrouwen te geven. Er zijn andere steden die wat voorlopen op Utrecht, hiervan kan geleerd worden. De gemeente moet een regierol nemen en ervoor zorgen dat medewerkers in gesprek blijven over wat er van het nieuwe stelsel geleerd kan worden. In de RIB hebben deze aangegeven hier geen tijd meer voor te hebben. Het CDA vraagt de wethouder welke rol de gemeente heeft om het stelsel goed te laten werken.
Mevrouw Assen (PvdA) hoort de heer Van Steeg een aantal problemen schetsen, maar de oplossing hoeft wat hem betreft niet extra geld te zijn. Mevrouw Assen denkt dat de zaken die hij voorstelt niet zonder extra middelen kunnen.
25
De heer Van Steeg (CDA) vindt dit lastig. Er is net gestart met een nieuw stelsel en een aantal organisaties geeft aan dat zij het kunnen met het geld dat zij nu krijgen. Hij voorziet ook een aantal problemen, misschien kan de gemeente daarvoor iets extra’s doen. Het CDA wil niet op voorhand meer geld vragen.
30
Wethouder Klein reageert op de gemaakte opmerkingen en beantwoordt de gestelde vragen. De gemeente geeft niet op. De Harmonisatiewet was bepaald niet het plan van de gemeente. De uitbreiding van tien naar zestien uur is verplicht. Het is belangrijk goed te kijken wat daar de effecten van zijn. Daarbij komt de coronacrisis waardoor het persoonlijk contact erg op afstand is gekomen. Er is sprake van een grote uitdaging. Van de peuters met een risico op achterstand komt 69% op de voorschoolse educatie. Er zijn ook kinderen die niet op de voorschoolse educatie komen omdat zij de hele dag, of langer dan zestien uur op een kinderopvangorganisatie zijn of op andere plekken. Het percentage van 69% moet echt omhoog en dat betekent dat de gemeente niet opgeeft.
35
40
45
50
De PvdA stelde een vraag over het geld. De wethouder heeft de indruk dat de drempel die mensen ervaren een veel groter probleem is dan geld. In het coalitieakkoord is 2,6 miljoen euro structureel erbij gedaan, juist omdat het college belang hecht aan gelijke kansen. Wat het jonge kind in de jongste jaren kwijtraakt, is ontzettend moeilijk om later in te halen. Dat maakt de voorschoolse educatie heel belangrijk. De wethouder blijft dit verdedigen. Daarom is het belangrijk om te kijken waar zaken knellen, zoals de huisvestingskosten. Hiervoor heeft de gemeente extra subsidie verleend. Ook is besloten om de maatregelen ten aanzien van de transitiekosten twee jaar langer te laten doorlopen. Daarnaast is het budget dat eerder werd gebruikt voor zorgconsulenten beschikbaar gesteld als subsidie voor de extra ondersteuning in de voorschoolplus zodat er vanuit Jeugdzorg belangrijke taken worden opgepakt. De taak van de zorgconsulent is nu weg, maar dit wordt opgepakt vanuit Jeugdzorg. Mevrouw Assen (PvdA) begrijpt dat er tijd nodig is voor de omschakeling en de samenwerking met de buurtteams en vraagt de wethouder hoe zij vindt dat dit gaat.
55
60
Wethouder Klein antwoordt dat een en ander niet in beton gegoten is. Er moet altijd gekeken worden naar wat het beste is voor de kinderen en wat het beste werkt. Dit betekent dat er goed geleken moet worden naar wie wat doet. Dit is de belangrijkste vraag die steeds wordt gesteld. Vanuit de transitie jeugd is gezegd dat de positie van de zorgconsulent in het grote geheel moet komen omdat het belangrijk is dat bekend is wat er in het gezin speelt. Er moet een bredere blik zijn. De wethouder denkt dat als dit op de manier gedaan blijft worden zoals het nu gebeurt dit Pagina 26 van 31
heel goed kan werken. Het is niet verstandig om daar op dit moment zaken weer terug te draaien. Dit is een ontwikkeling die goed is, maar wel goed gemonitord moet worden. 5
Mevrouw Assen (PvdA) denkt dit misschien ook, maar ziet wel medewerkers die hinder ondervinden en extra werkdruk ervaren. Deels als gevolg van corona, maar ook de wachtlijsten spelen een rol. De zorgconsulenten hadden daar minder mee te maken. Zij vraagt de wethouder of daar nog iets aan is te doen om te voorkomen dat er teveel verloren gaat in de overgangsfase.
10
Wethouder Klein antwoordt dat het budget dat er was voor de zorgconsulenten nu besteed wordt aan de voorschool-plus. Zij is het mevrouw Assen eens dat er geen zaken van tafel moeten vallen.
15
20
25
Veel fracties zien kansen in verbetering van de toeleiding. De wethouder is het daarmee eens, hier moeten de inspanningen op gericht zijn. Steeds moet bekeken worden wat er anders kan. De kwaliteit kwam aan de orde. Deze zou niet goed zijn, of niet zo goed als het was. Hier wil de wethouder wat tegengas op geven. De inspectie beoordeelt de wettelijke eisen, dit is op orde. Een aantal jaren geleden heeft Utrecht besloten een eigen kwaliteitskader te behouden. Dit heeft te maken met welke mensen er werken in de voorschoolse educatie en met welke opleiding. De wethouder vindt het goed om met professor Leseman te bezien of dit kwaliteitskader geactualiseerd moet worden en hiermee gezamenlijk met de aanbieders naar te kijken. De raad ontvangt tweemaal per jaar nieuwe cijfers. De wethouder wil bij de volgende brief opnemen hoe zij voorstelt dit punt op te pakken. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) vindt dit een goed voorstel, maar denkt dat dit aangescherpt kan worden door niet alleen te analyseren hoe het ervoor staat, maar ook te kijken hoe het onderling leren vergroot kan worden.
30
Wethouder Klein onderschrijft dit. Ook kan bekeken worden in de raad of het Utrechts kwaliteitskader vandaag de dag nog goed is, of dat dit moet worden aangepast. Zij wijst erop dat de kwaliteit niet per se slecht is. Hetgeen in de RIB door een aantal mensen is benoemd neemt zij serieus. Er waren echter ook veel mensen niet aanwezig. Het personeelstekort is een aandachtspunt, dit zet de kwaliteit onder druk. Hier is al wat aan gedaan door bijvoorbeeld het aanstellen van Hbo’ers op de groep.
35
Mevrouw Assen (PvdA) vindt het lastig dat de wethouder zegt dat er veel mensen niet aanwezig waren bij de RIB. Zij heeft namelijk van medewerkers gehoord dat zij het moeilijk vinden om in het bijzijn van hun werkgever daar aanwezig te zijn. Zij wil van de wethouder horen wat zij ervan vindt dat er medewerkers zijn die zeggen dat zij hun werk minder goed kunnen doen.
40
45
50
55
Wethouder Klein antwoordt dat zij ook eerder met een deel van deze medewerkers gesproken heeft. Het is spijtig om te horen. Het is een eerste vereiste om je werk te kunnen doen, dat gevoeld wordt dat het ook goed gaat. Zij heeft wel het gevoel dat het gesprek daarover gevoerd wordt. De raad heeft een brief ontvangen van Kind & Co Ludens waarin daar ook aandacht aan wordt besteed. Het is belangrijk dat werkgevers en werknemers hier goed met elkaar over spreken. Ten aanzien van de toeleiding wil de wethouder nog proberen of daar nog zaken verbeterd kunnen worden. Het zijn de mensen die dit werk ook deden bij Spelenderwijs die nog steeds toeleider zijn en die ook veel verschillende talen spreken. Hier wordt goed gekeken hoe dingen anders gedaan kunnen worden en wat daarvoor nodig is. Het is belangrijk om hier procesbegeleiding op te hebben, daar is extra fte bijgekomen en daar is ook geconcludeerd dat het goed is om makkelijker informatie bij elkaar te kunnen hebben. Zowel bij de planner bij de aanbieder van de voorschoolse educatie als bij de toeleider. Hierin wordt geïnvesteerd. Mevrouw Assen stelde een vraag over de gemeentelijke subsidies. Als het gaat om onderwijsachterstandenbeleid gaat het geld mee naar volgend jaar. De wethouder gaat na of er zaken verdwijnen. Zij denkt van niet, maar als dit zo is komt zij daar bij de raad op terug.
Ten aanzien van de professionaliseringsslag meldt de wethouder dat dit voor een deel aan de werkgever is, maar de gemeente organiseert tweemaal per jaar een dag. Vanwege corona is dit nu niet mogelijk.
Pagina 27 van 31
De heer Rood (GroenLinks) vraagt of er nu al bekeken kan worden wat er in het voorjaar of de zomer van 2022 mogelijk is. 5
10
15
20
25
Wethouder Klein denkt dat dit inderdaad verstandig is. Het juiste moment moet afgewacht worden. De PvdA vroeg of de wethouder naar aanleiding van de RIB nieuwe inzichten heeft opgedaan. Wethouder Klein antwoordt dat de aandacht voor de professionalisering heel belangrijk is, evenals het verminderen van de werkdruk. Het is goed dat eenieder weet wie wat doet. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat professor Leseman de suggestie heeft gedaan dat de gemeente meer de regierol neemt ten aanzien van de professionalisering. Zij vraagt of de wethouder daartoe bereid is. Wethouder Klein antwoordt bevestigend. Net zoals de gemeente zaken organiseert voor leraren wil zij dit ook hier doen. Het grote verschil is echter dat er voorheen sprake was van welzijnsorganisaties, hier had de gemeente een hele andere invloed op. Er is nu sprake van kinderopvang, dus dan moet er gekeken worden wat er aan andere beroepen wel of niet moet worden aangeboden. Zij ziet wel mogelijkheden en ruimte om iets te doen. Ten aanzien van het delen van informatie meldt de wethouder dat de medewerkers de informatie natuurlijk moeten krijgen, dit moet op een nette manier. Dit werd niet door iedereen herkend, maar dit moet wel goed zijn. Zij gaat na of hier nog problemen spelen. Ten aanzien van de nietgroepsgebonden uren meldt de wethouder dat het niet aan de gemeente is om te bepalen hoe dit moet worden opgelost.
GroenLinks benoemde de themadagen. Het is goed om dit te doen op een moment dat dit weer kan.
30
De heer Rood (GroenLinks) vraagt of de wethouder met de universiteit wil kijken naar de actualisatie van het kwaliteitskader of naar de verkenning of het kader geactualiseerd moet worden.
35
Wethouder Klein antwoordt dat zij hier in de eerstvolgende brief, eind mei/begin juni 2022 op terugkomt. Zij wil in ieder geval kijken of het Utrechts kwaliteitskader nog helemaal is hoe deze nu moet zijn. Als er reden is tot actualisatie moet bezien worden hoe dat gebeuren kan. Het is belangrijk om dat met de aanbieders samen te doen. De professionalisering zit daar dan ook in.
40
Ten aanzien van de visie geeft de wethouder aan dat de raad de nota van uitgangspunten heeft vastgesteld. Hier is vervolgens de subsidieregeling op gebaseerd. Daarnaast is er het kwaliteitskader. Zij is het er niet mee eens dat er geen visie is. Ten aanzien van de tijdstippen van de voorschoolse educatie meldt de wethouder dat de 16 uur wettelijk verplicht zijn. Hoe deze uren over de week verdeeld worden, is aan de aanbieder. Er zijn aanbieders waar de uren anders verdeeld zijn. Het is afhankelijk van het kind wat het beste werkt.
45
De heer Saiah (D66) geeft aan dat het ouders niet altijd bekend is dat er andere mogelijkheden zijn. Hier kan door de gemeente beter over gecommuniceerd worden. Wethouder Klein is het daarmee eens. Het zijn vooral de toeleiders die ouders kunnen helpen bij het in kaart brengen van de voor- en de nadelen van de verschillende opties.
50
55
60
GroenLinks sprak over het overzichtelijk maken van het aanbod. Wethouder Klein pakt dit op. Ten aanzien van de invloed van de toeslagenaffaire meldt zij dat zij vreest dat dit inderdaad invloed heeft. Het is verschrikkelijk wat er gebeurd is en het is begrijpelijk dat dit wat doet met mensen. D66 ging in op de kwaliteit. Dit is iets om goed in de gaten te blijven houden. Ten aanzien van de vraag hoe mensen nog beter begeleid kunnen worden, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een toeslag, meldt de wethouder dat dit inderdaad op een laagdrempelige manier moet gebeuren. Het zijn vooral de sociaal raadslieden die hier in de wijk een rol spelen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of hierover actief naar de sociaal raadslieden wordt gecommuniceerd. Pagina 28 van 31
Wethouder Klein antwoordt bevestigend.
5
10
15
20
25
D66 vroeg wat er gedaan wordt om het bereik te verhogen. Wethouder Klein heeft hier zojuist iets over gezegd en zij gaat hier in de volgende brief dieper op in, zoals dat in voorgaande brieven ook gedaan heeft. Ook gaat zij in de brief in op de pilots die hiervoor zijn opgezet. Er zijn andere initiatieven in de stad die ook helpen bij taakontwikkeling en overige ontwikkelingen. Hier besteedt de gemeente aandacht aan. Andere steden zijn hier ook mee bezig. Ukkiepukkie in Rotterdam is bijvoorbeeld een hele laagdrempelige inloop voor kinderen en ouders. Dit is een manier die in Utrecht goed kan aansluiten. Er wordt gekeken naar dit soort initiatieven, de wethouder koppelt dit terug in de volgende brief. De SP gaf aan dat het bereik vergroot kan worden door verbetering van de toeleiding. Wethouder Klein onderschrijft dit. Ten aanzien van het privacybeleid gaat zij na hoe dit loopt. Het komt soms voor dat mensen voor de zekerheid iets niet doen, terwijl het wel mag. De wethouder is het eens met de oproep tot gratis kinderopvang. Het onderwerp toeleiding pakt zij samen met haar collega van Jeugd op. Als aanbieders van voorschoolse educatie gebruik kunnen maken van andere subsidies zal de gemeente hen daarop wijzen. Ten aanzien van de opmerkingen die gemaakt zijn over de vaste groep merkt de wethouder op dat ouders zelf kiezen wanneer zij hun kind brengen.
Het is dan niet zo dat andere kinderen uit de buurt ook op dat moment aanwezig zijn. De wethouder gaat bezien of er wat verbeterd kan worden in de communicatie tussen de consultatiebureaus en de pedagogisch medewerkers. Mevrouw Kendir (Student&Starter) vindt het goed te horen dat er bekeken wordt of de communicatie met de consultatiebureaus verbeterd kan worden. Zij vraagt wanneer de raad hiervan een update krijgt. Wethouder Klein antwoordt dat dit met de brief die in mei/juni 2022 gebeurt.
30
35
Stadsbelang Utrecht is geen voorstander van de voorschoolse educatie. Wethouder Klein is vurig pleitbezorger voor aandacht voor de jongste kinderen. Op de voorschoolse educatie spelen de kinderen bovendien ook. De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) geeft aan nu blijkt dat de toestand nog veel zorgwekkender is. Er zijn blijkbaar pedagogisch medewerkers die geen kritiek durven te uiten. Er moet structureel wat veranderen. Hij verzoekt de wethouder na te denken over wat deskundigen zeggen, namelijk dat kinderen met name in de bovenbouw van de basisschool de boot missen omdat rijke ouders hun kind naar bijles kunnen sturen. Hij vraagt de wethouder wat zij hiervan vindt en of zij hier iets aan gaat doen.
40
Wethouder Klein antwoordt dat het uiteraard zo is dat er ook aandacht moet zijn voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool, maar niet als uitwisseling voor de voorschoolse educatie. Ten aanzien van de bijles meldt zij dat dit een aandachtspunt is, ook al heeft een kind op de voorschoolse educatie gezeten.
45
De VVD geeft aan dat de bereikcijfers omhoog moeten. De wethouder meldt dat de cijfers niet dalen, zij hoopt dat de cijfers na corona weer stijgen en zij blijft zich hiervoor inspannen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de wethouder het niet alleen aan corona koppelt
50
55
60
Wethouder Klein antwoordt dat dat zeker niet zo is, maar het is wel zo dat een kind niet goed via een scherm gediagnostiseerd kan worden. Zodra het mogelijk is wordt er weer fysiek afgesproken. De oorzaak is zeker niet alleen de coronacrisis. Er werd gevraagd of het misschien voor een deel een beetje wennen is. Wethouder Klein antwoordt dat dat het geval is, maar er wordt steeds gekeken wat er gedaan kan worden om het proces verder te helpen. Als het nodig is om bijvoorbeeld meer toeleiders te hebben dan moet dat gebeuren. Het is goed om in de brief iets te zeggen over hoe het in andere steden gaat. De cijfers die Utrecht voor de harmonisatie had heeft geen enkele andere stad gehad. Het is goed na te gaan hoe de andere steden er nu voor staan. Ten aanzien van de opmerking die gemaakt is over de leerachterstanden geeft de wethouder aan dat die er ook zijn, maar bij een kind van 2,5 tot 4 Pagina 29 van 31
5
10
15
20
jaar spreekt men niet over leerachterstanden. Het gaat om het risico op taal- of leerachterstand. Het allerbelangrijkste is dat men zich realiseert dat ieder kind anders is en dat daar goed op aangesloten wordt. Het is niet aan de overheid om mensen voor te schrijven welke taal zij met hun kinderen spreken. Mevrouw Meerding (VVD) heeft willen zeggen dat het belangrijk is dat het kind thuis ook Nederlands spreekt. Als de wethouder vindt dat ouders dat zelf mogen bepalen heeft de gemeente een probleem en moet de voorschoolse educatie aanbieden. Wethouder Klein vindt het natuurlijk ook belangrijk dat ouders de Nederlandse taal leren. Ten aanzien van de opmerkingen van het CDA geeft de wethouder aan dat het nieuwe stelsel een soort tweeslag betreft. Eerst kwam de Harmonisatiewet en toen de verplichting om 16 uur aan te bieden. Mevrouw Meerding (VVD) constateert dat de wethouder het met haar eens is. Haar vraag is of het dan niet de taak van de gemeente is om iets extra’s te doen om ouders de taal te laten leren. Wethouder Klein antwoordt dat taalvaardigheid voor volwassenen een belangrijk onderwerp is waar de gemeente ook op inzet. Er wordt van alles aan gegaan om mensen hiertoe uit te nodigen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of het juist is dat de wethouder het nu nog niet het moment vindt om extra op de toeleiding in te zetten.
25
30
35
40
Wethouder Klein antwoordt dat hier in fte al wat is bijgedaan, volgens haar hoeft dit nu inderdaad niet acuut. De heer Rood (GroenLinks) vraagt of de raad de brief eerder kan ontvangen, in elk geval voor de voorjaarsnota. Wethouder Klein antwoordt dat er ieder half jaar nieuwe cijfers komen. Dan wordt getoond wat de maatregelen hebben opgeleverd. Daarom verschijnt de brief in mei/juni 2022. Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat zij dit onderwerp toch wil agenderen voor de raad. De PvdA denkt aan het indienen van een motie ten aanzien van de toeleiding en wat het onderzoek van de universiteit naar het kwaliteitskader precies inhoudt. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) vraagt of het klopt dat er eerst een voorstel komt met wat de wethouder aan de universiteit gaat vragen. Zij vraagt of het handig is als de raad dat voorstel eerst weet. Wethouder Klein antwoordt dat zij vanaf januari 2022 met professor Leseman gaat spreken. Zij kan zich voorstellen dat het interessant is voor de raad te weten wat dat voorstel inhoudt.
45
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wanneer de raad hierover wordt geïnformeerd. Wethouder Klein antwoordt dat zij zich eerst nog gaat oriënteren, de raad kan zeker nog zaken meegeven. Zij gaat hier in de reguliere brief die gaat over de voorschoolse educatie op in.
50
De voorzitter sluit de vergadering om 16.51 uur.
55
Pagina 30 van 31
Lijst van toezeggingen Wethouder Klein 5
Met betrekking tot agendapunt 7, Status van het lerarentekort in Utrecht: •
De wethouder stuurt een raadsbrief naar de raad in Q4 zodra de nieuwste cijfers binnen zijn over te de peiling lerarentekorten en zal daarin meenemen of de peiling van het lerarentekort ook kwalitatief wordt gepeild. De cijfers worden deze maand (13 december) nog verwacht en daarna volgt de brief aan de raad.
•
De wethouder komt in Q1 2022 met een raadsbrief over de laatste stavaza van de NPOgelden (staat nog niet als toezegging in bestand griffie/raad) en zal in deze brief ook een passage meenemen over de inzet van Utrecht voor eventuele structurele mogelijkheden voor scholen in de toekomst.
•
De wethouder komt in Q1 2022 terug met een antwoord op de vraag van de PvdA over de mogelijkheid van het inzetten van basisbanen op scholen na gesprek met wethouder Voortman en de schoolbesturen en met een terugkoppeling van gesprekken met MBObesturen over de mogelijkheden van samenwerking tussen bedrijven en MBO voor inzet van vakmensen op scholen n.a.v. de vraag van de CU .
10
15
20
25
30
35
Met betrekking tot agendapunt 8: Leerlingenvervoer Speciaal Onderwijs: •
De wethouder zal de raad in Q1 2022 per raadsbrief informeren over de inhoud en uitkomsten van de gesprekken met de uitvoerder van het leerlingenvervoer.
Met betrekking tot agendapunt 9: Terugloop bereikcijfers voorschoolse educatie: •
De wethouder komt in de volgende raadsbrief over de nieuwe bereikcijfers voorschoolse educatie, in juni 2022, terug bij de raad op de opdracht aan prof. Leeseman over het Utrechtse kwaliteitskader en of er reden is voor actualisatie. Ook de samenwerking met aanbieders en professionalisering wordt hierin meegenomen. Daarnaast geeft de wethouder in deze brief dieper inzicht in hetgeen dat gedaan wordt om de cijfers voor bereik omhoog te krijgen. Wat heeft geholpen? Welke resultaten zijn er? Welke pilots zijn er en hoe hebben ze geholpen? Daarnaast gaat ze in op voorbeelden van andere steden en de evaluatie landelijk beleid en de communicatie met centra voor jeugd en gezin.
Pagina 31 van 31