Agendabundel
Tekst van het document
Verslag ochtendvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen 25
7. Raadsbrief Groot tekort aan woonruimte voor kwetsbare Utrechters .........................................13 8. Beantwoording 2022, nr. 154, Vragen over uitsterfbeleid fossiele tankstations Gevaar van afschalen tankstations met toename aantal auto’s .........................................................................19 Lijst met toezeggingen ....................................................................................................................24
30
7. Raadsbrief Groot tekort aan woonruimte voor kwetsbare Utrechters 35
De voorzitter heropent de vergadering om 13.45 uur. Aan de orde is het vervolg van agendapunt 7, de bijdrage van de zijde van het college aan agendapunt 7. Pagina 13 van 25
5
10
15
Wethouder De Vries benadrukt het belang van dit debat. Het is zaak naar een combinatie van oplossingen te zoeken. De problematiek raakt hem enorm. Iedereen kent de verhalen van Utrechters die echt in de knel zitten. Bij alle oplossingen komt de afweging tussen snelheid en zorgvuldigheid aan de orde en wie waarvoor verantwoordelijk is. In de richting van de heer Van der Zweth geeft de wethouder aan dat hij ambtelijk heeft laten uitvragen om hoeveel plekken het nu gaat: dat zijn er 1600. Daarbij zijn de tijdelijke woningen voor de drie locaties al meegenomen. De woningcorporaties hebben al vaker onderzoek gedaan naar splitsen. Dat gaat om enkele tientallen. Het tijdelijk ophogen van 30% naar 35% voor kwetsbaren betekent zo’n 185 woningen. Gaat het om het aanbod van Woonin, de 1000 extra woningen, dan worden dat er 300 voor de zeer kwetsbaren. Alles helpt een beetje. Op korte termijn ziet de wethouder geen winst in het erbij betrekken van particuliere woningen, maar op termijn wellicht wel – met name in de nieuwbouw. In de richting van D66 geeft de wethouder aan dat het bespreekbaar maken van particuliere verhuur met de campagne hopelijk wordt vlot getrokken. In het debat ging het ook over de nieuwe projecten, de Merwedekanaalzone, en het percentage sociaal. Die ontwikkeling staat wel vast. De eerste aanbieding wordt gedaan aan de corporaties.
Nu gaat het om 30% sociaal waarvan 5% voor studenten, 5% voor de bijzondere doelgroepen en 20% voor de reguliere doelgroep. Gaat het om de exacte invulling, dan vindt er nog verdere afstemming plaats.
20
De heer Van Zweth (PvdA) hoopt dat de wethouder een groter percentage kan toezeggen voor de kwetsbare doelgroepen.
25
Wethouder De Vries kan toezeggen dat dat gesprek wel degelijk wordt gevoerd. Het CDA informeerde naar de tijdelijke locaties. Op de vraag hoe kansrijk die tijdelijke locaties zijn – en daarbij worden de vanmorgen in het debat genoemde locaties ook meegenomen – geeft de wethouder aan dat die redelijk hoopvol lijken. De analyse wordt nu gemaakt. Wel kijkt het college kritisch naar die locaties: of ze kwalitatief goed zijn bijvoorbeeld of locaties waar door vertraging tussentijdse invulling mogelijk is.
30
Mevrouw Zwinkels (CDA) is blij dat de genoemde locaties worden meegenomen. Ze gaat ervanuit dat dit ook voor Rijnenburg geldt. Ze hoort graag hoe die informatie naar de raad komt.
35
40
45
50
55
Wethouder De Vries zegt toe dat hij met een brief naar de raad komt over de locaties. Dat heeft hij afgelopen donderdag ook al toegezegd. Uiteraard komt er vanuit het college een voorstel als het gaat om de grotere aanpak. In de richting van GroenLinks benadrukt de wethouder dat tijdelijke woningbouw niet ten koste mag gaan van permanente woningbouw. Het is immers geen doel op zich; het gaat om het invullen van de tussentijd. Dit gebeurt alleen omdat het moet gezien de grote nood. Over tien, vijftien jaar zal het aantal sociale woningen zijn toegenomen. Snelheid is geboden, maar nogmaals, het proces dient wel zorgvuldig te verlopen. Dat vergt keuzes maken. Er hangen verschillende voorwaarden aan. Het college kijkt daarbij ook naar de mogelijkheid van een verder leven van die tijdelijke woningen. De woningbouwprojecten waaraan een percentage sociale woningen kan worden toegevoegd, is een halfjaarlijks terugkerende uitdaging. Dat is in feite een vraag voor zijn collega. De heer Koning (D66) doelde met zijn vraag niet alleen op de tijdelijke woningen. De vraag is in hoeverre het college vasthoudt aan alle regelgeving of bereid is concessies te doen om wel te kunnen doorbouwen. Wethouder De Vries benadrukt dat het zowel om die tijdelijke als om de permanente woningen gaat. Hij zal dat moeten inventariseren. Dat antwoord komt op een later moment naar de raad.
Onderzocht wordt het instrumentarium om huizen toe te wijzen en de mogelijkheid om sociale huur verder af te toppen. Vanuit de leegstandsverordening zal het college bekijken hoe het daarmee in juridisch opzicht verstandig kan omgaan. Kantoorpanden worden daarbij inderdaad meegenomen. Gaat het om woningdelen, dan wil het college de regeling stimuleren. Dat betekent goede informatievoorziening naar particulieren over wat er wel en wat er niet kan. Daarvoor is die campagne bedoeld. Een aanknopingspunt is het moment van ingaan van de nieuw huisvestingsverordening. Pagina 14 van 25
5
10
15
20
25
30
35
40
45
EénUtrecht wees op de tijdelijke woningen en de aantallen op de locaties. De wethouder zegt toe daar kritisch naar te kijken. De gemeente kan van het aanbod van Woonin gebruik maken en als de aantallen dan beneden de 100 liggen, hoeft er geen Verklaring van geen bedenkingen te komen. Dat versnelt de procedures. Hij komt met een voorstel voor de locaties, een totaaloverzicht - in zijn eerder toegezegde brief in Q2. D66 had het over de mensen die niet aan tafel zitten. Het klopt dat het vaak om mensen gaat met bestaande belangen. Juist de mensen om wie het gaat, melden zich niet. De wethouder heeft de oproep gehoord om juist die groep meer te betrekken en hij doet graag onderzoek naar manieren om die groep kan bereiken. Het is altijd goed helder in beeld te hebben welke mensen op zoek zijn naar een woning. Die tijdelijke woningen zijn met name geschikt voor de kleinere huishoudens. De wethouder waarschuwt wel dat splitsen heel moeilijk terug te draaien is. Voor de toewijzing van grotere woningen is in ieder geval een bepaalde bezettingsnorm nodig. Die gaan echt niet naar eenpersoonshuishoudens. Desgevraagd neemt hij de vraag of de huisvestingsverordening nog verder kan worden aangescherpt, mee. Het idee is om in juni met de basis te komen, het raamwerk. Daar liggen dan diverse politieke keuzes onder. Zo’n verdere aanscherping kan er daar een van zijn.
Het lijkt hem goed hierop later gezamenlijk terug te komen – wellicht na de technische sessie. De ChristenUnie sprak over het versnellen van de besluitvorming. De wethouder benadrukt dat de oplossing alleen in gezamenlijkheid kan lukken. Het gaat om het hier en nu, om het jaar 2023. Hij hoort graag in tweede termijn de voorstellen van de raad. Het gaat ook om het UPP. Breder inzetten op het eigen gemeentelijk vastgoed vormt een mogelijkheid, maar daaraan zijn wel weer kosten verbonden. De wethouder zegt toe dat wel te onderzoeken. Ook daarbij gaat het om kleinere aantallen, in 2025 en 2026 om maximaal 200 woningen. Gevraagd werd of bewoners leegstand kunnen melden bij de gemeente. Als eigenaren een woning leeg laten staan, valt dat onder de leegstandsverordening. Het toekomstige meldpunt is bedoeld voor eigenaren die een woning leeg laten staan. Dat wordt onderdeel van de leegstandsverordening. Bij goed verhuurderschap komt de mogelijkheid voor buurtbewoners om leegstand te melden. Dat wordt onderdeel van de aanpak goed verhuurderschap. Medio 2023 zal de raad hierover een besluit nemen. In algemene zin zijn de locaties niet genoemd in de brief van Woonin. De wethouder stelt voor nu niet per locatie de mitsen en maren aan te stippen, maar hij neemt ze wel mee. Mevrouw Zwinkels (CDA) wil graag horen dat de wethouder laat zien hoe die permanente locaties worden meegenomen.
Wethouder De Vries licht toe dat dit begint bij het inzichtelijk maken van de locaties. Het hangt ook af van het eigenaarschap bij zo’n locatie. Aantallen spelen eveneens een rol, want bij meer dan 100 woningen vindt er een ander participatieproces plaats – en dus een ander tempo. Het heeft ook te maken met de bevoegdheden van het college en die van de raad. Eerst wordt inzichtelijk gemaakt om welke locaties het gaat, welke bezwaren er aan de locaties kleven en vervolgens hoe deze tijdelijke kansen worden meegenomen in het grotere geheel. Die verkenning komt in Q2 naar de raad; die tijdelijke woningen eind Q1. BIJ1 sprak over het toevoegen van extra sociale huurwoningen. De doelgroep zou eveneens groter moeten zijn. Wat er bij nieuwe projecten aan sociale woningbouw in Utrecht gebeurt, is heel goed, zeker in vergelijking met andere steden. Maar er zijn meer groepen die woonruimte nodig hebben. Het moet wel realistisch zijn.
50
Het lid Minnaert (BIJ1) heeft het ook gehad over het verhogen van het percentage woningen voor kwetsbare mensen. Ze zou heel realistisch willen kijken naar wat er daadwerkelijk nodig is. Ze wil hier echt meer op inzetten, want zolang de wooncrisis duurt, is 40% niet genoeg.
55
Wethouder De Vries licht toe dat de onrendabele top wel van belang is om alles rondgerekend te krijgen. Een financieel voorstel is prima, maar hij moet realistisch blijven. De vraag is altijd weer in hoeverre zoiets haalbaar en betaalbaar is. Het is nu een beperkte groep die in een sociale huurwoning mag wonen. De heer Usta (DENK) hoort dat er een vergelijking met andere steden wordt gemaakt, maar het gaat hier om de stad Utrecht.
Pagina 15 van 25
5
10
15
20
25
30
35
40
Wethouder De Vries benadrukt dat de percentages sociaal in zowel Amsterdam als Rotterdam echt anders zijn dan hier. Hij wil realistisch zijn en zich inzetten voor alle mensen in de stad. Van Utrecht Solidair begrijpt de wethouder dat die echt een mogelijkheid ziet in tijdelijke woningen en dat er absoluut een einde moet komen aan de verkoop van sociale woningen. De wethouder zit er scherp in en vindt het “onverkoopbaar” dat er in deze tijd sociale huurwoningen worden verkocht. De gemeente neemt de corporaties in heel veel zaken mee. Hij ziet de relatie met de corporaties als een goed huwelijk: gezamenlijk optrekken maar er hoort af en toe ook een verschil van mening bij. De gemeente en de corporaties zijn wel partners en dat wordt zichtbaar als het gaat om het realiseren van die sociale woningen. Student&Starter sprak over het versnellen van het Utrechts planproces. Er komt een campagne voor hospihousing. Binnen bepaalde projecten eerst beginnen met de sociale huurwoningen en daarna met de rest kan een interessante optie zijn. Dat neemt hij mee in de gesprekken met de corporaties. Het benutten van de periode tussen sloop en nieuwbouw voor bepaalde doelgroepen lijkt een heel praktisch idee. Ook dat punt neemt hij mee. Volt sprak over kantoorvastgoed. Kantoorvastgoed omzetten wordt zeker meegenomen.
De Partij voor de Dieren sprak ook over de leegstand en over beboeten, de escalatieladder. Er werd ook een aantal suggesties gedaan. Optoppen zal hij zeker onderzoeken. Gevraagd werd ook naar zonnepanelen en het gebruik van circulaire materialen. Dat zijn allemaal afwegingen die moeten worden gemaakt, maar daarop kan de wethouder nu geen toezegging doen. Tijdelijke woningen staan naar verwachting tien tot vijftien jaar en in die tijd bouwen mensen wel wachttijd op. Als dat voor bepaalde groepen niet lukt, moet dat worden onderzocht. Leegstaande onderwijspanden neemt de wethouder graag mee in het onderzoek. Het middensegment en betaalbare koop is een zeker een punt om mee te nemen. Of leegstaande winkelpanden kunnen worden getransformeerd, is het onderzoek waard maar dient wel juridisch te worden onderzocht. Een tijdelijke woning is uiteraard slechts een tijdelijke oplossing. Op de langere termijn moet het aantal permanente woningen groeien. Bewoners wachten ook in die tijdelijke woning wel wachttijd op. Bij de bijzondere doelgroepen wordt bekeken hoe die kunnen worden ondersteund. De ChristenUnie kaartte net als het CDA de locaties aan. Daar komt de wethouder nog bij de raad op terug. Een aantal suggesties lijkt heel bruikbaar zoals het gebruiken van leegstaande onderwijspanden. Er moet zeker aandacht zijn voor het middensegment en voor betaalbare koopwoningen.
Dat vraagstuk neemt de wethouder mee in het grotere overzicht. Leegstaande winkelpanden transformeren lijkt ook een interessante optie, maar hij wil dan eerst de juridische mogelijkheid bestuderen. De suggestie neemt de wethouder wel mee. Het CDA noemde de regeling vanuit het rijk voor het huisvesten van aandachtsgroepen. In 2022 heeft de gemeente 2 miljoen euro toegezegd gekregen. Hij zal zeker kijken of hij voor 2023 ook een aanvraag kan doen. Radicale tijden vergen soms radicale oplossingen. Hij zou willen voorkomen dat de gemeente net zoals deze zomer nogmaals zo’n maatregel zou moeten treffen. Op de vraag of Utrecht vol is, licht de wethouder toe dat hij zoekt naar een balans. Groei is geen doel op zich. De voorzitter geeft het woord aan wethouder Voortman die wethouder Streefland vervangt.
45
50
55
60
Wethouder Voortman gaat in op de vraag of er nu een tijdelijk of een structureel probleem is. Ze verwacht structurele problemen de komende jaren. Er ligt een enorme druk op zowel de maatschappelijke opvang als de asielopvang. Die zal zich doorvertalen naar de vraag naar huisvesting. Het college ziet een structurele oplossing in het versnellen van de woningbouw. Ze zou willen voorkomen dat er ieder jaar tijdelijke oplossingen nodig zijn. Dit jaar is het echter wel nodig. Het landelijk programma “Een thuis voor iedereen” heeft tot doel om een meer evenwichtige verdeling van sociale huurwoningen voor kwetsbare groepen te maken. Daarvoor stellen alle gemeenten een woonzorgvisie op waarin de woonbehoeften van alle aandachtsgroepen in beeld worden gebracht. Dat moet leiden tot een regionaal woonprogramma. Naar verwachting zal de Wet Versteviging volkshuisvesting een handvat bieden om toe te werken naar 30% sociale huur en 30% toewijzing aan aandachtsgroepen. Dat biedt vooral potentieel op de langere termijn. Niet overal in de regio worden die percentages nu behaald. Utrecht komt aan het eind van dit jaar naar de raad met haar woonzorgvisie. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) is wel benieuwd hoe lang die termijn is bij zo’n regionaal woonprogramma. Pagina 16 van 25
5
10
15
20
25
30
35
40
45
Wethouder Voortman heeft die termijn niet paraat. Ze verwacht dat dit oplossingen zijn die echt gaan helpen. Ze komt hierop terug in Q2. Dan ligt die verkenning er en dan kan er worden gefocust op de termijn waarop de langetermijnoplossingen echt soelaas bieden. Een precieze planning van de woonzorgvisie heeft de wethouder niet. Ze begrijpt dat de raad wel wat wil meegeven, maar ze moet even nadenken over de vorm – bijvoorbeeld een technische briefing en komt daarop terug. Ze moet een zoeken naar een goede vorm en denkt daarbij aan eerst een technische briefing. Verschillende fracties begonnen over het tijdelijk ophogen van percentages voor kwetsbare groepen. Dat is mogelijk binnen het kader van de huisvestingsverordening maar dat heeft wel impact op reguliere woningzoekenden en op de leefbaarheid. Die percentages zijn niet voor niets zo vastgesteld. Ophogen naar 35% zou in 2023 185 woningen meer voor kwetsbare doelgroepen opleveren – en dus minder naar de regulier woningzoekenden. Die 30%-70% wordt niet voor niets de magic mix genoemd. Ophoging zou dus zeker niet te hoog en in ieder geval tijdelijk moeten zijn. De balans tussen vragende en dragende groepen is van groot belang. De grootste ingewikkeldheden zijn divers. Om in 2023 extra huisvestingsmogelijkheden te realiseren zijn er geen mogelijkheden zonder lastige consequenties.
Dat stelt iedereen voor complexe dilemma’s – niet alleen rond de woningen, maar ook als het gaat om parkeren, participatie en kwaliteit. Al die zaken zijn belangrijk en niet alles kan. Enkele fracties informeerden naar de kostendelersnorm en korting op de AOW, de samenwoonboeten. In Amsterdam wordt op dit moment verkend of daartoe een concreet experiment kan worden gestart. De eerste stap is richting het rijk en de verzekeringsbanken. De wethouder zal informeren bij de collega in Amsterdam om te bezien of samenwerking mogelijk is. De kostendelersnorm is sinds 1 januari jl. verruimd. Utrecht past maatwerk toe waar dat mogelijk is en zoekt de ruimte op om samenwoonboetes niet toe te passen. Lobbyen om de kostendelersnorm af te schaffen is niet eenvoudig. Afschaffing is niet gelukt, maar de norm is wel verruimd. Gaat het om kansengelijkheid voor jongeren, dan is prioritering van de schaarste per definitie ingewikkeld. Dat doet immers geen recht aan individueel leed. Voor kwetsbare doelgroepen werkt de gemeente aan een werkwijze voor de verdeling waarbij het gaat om bestaanszekerheid, een dak boven het hoofd en om veiligheid. Utrecht moet voldoen aan haar wettelijke taken. Dat wordt allemaal meegenomen in de verdere uitwerking van de toegezegde verkenning. De gecombineerde maatregelen moeten ook effect hebben voor andere woningzoekenden.
De mogelijkheden voor jongeren zijn verankerd in de huisvestingsverordening. Gevraagd werd hoe de gemeente Goede buur en Kamers met aandacht zo snel mogelijk kan opschalen. Daar zet de gemeente maximaal op in. Particulieren moeten zich dan wel melden en daarop is komende zomer de campagne gericht. De wethouder wil de hele stad graag meenemen in die mooie initiatieven om ervoor te zorgen dat dit zich uitbreidt. Het breder onder de aandacht brengen van de verhuisadviseur is een van de maatregelen die de gemeente verder wil verkennen. Er is al een evaluatie geweest van de pilot woningvoorrang voor mensen die in hun eigen wijk willen verhuizen. Daarbij worden mensen gefaciliteerd. Dat wordt verder verkend. Alleenstaande moeders met een status worden niet meegenomen in de taakstelling. Het meenemen in de taakstelling is een landelijke regel. Utrecht maakt een inhoudelijke afweging en wil deze groep behandelen alsof ze binnen de taakstelling valt. De LVV-doelgroep met een reguliere verblijfsvergunning wordt ondersteund door te kijken hoe huisvesting voor die mensen kan worden gerealiseerd. Dat vergt nog wel een check op de juridische mogelijkheden, maar de wethouder verwacht dat dit in de praktijk prima mogelijk is. Utrecht is continu in gesprek met de regio om van elkaar te leren.
50
Mevrouw Passier (Volt) hoorde wethouder De Vries zich kritisch uiten tijdens de rib.
55
Wethouder Voortman hoorde wethouder De Vries aangeven dat de regio het beter doet dan Utrecht. Dat had betrekking op het afgelopen jaar. De regio had voor de MOBW-groep meer woningen gerealiseerd dan Utrecht. Dat was wellicht ook een gevolg van de versnellingsactie van Utrecht op statushouders. Helder is dat de oplossing alleen samen met de regio kan. Eind Q2 komt de wethouder met een brief naar de raad met daarin een update van de woonzorgvisie met een raamwerk op hoofdlijnen. De raad kan de brief agenderen.
60
Rondje gemiste vragen: Pagina 17 van 25
De heer Dijkstra (EénUtrecht) heeft het antwoord niet goed gehoord op de vraag naar het verhogen van de verhouding naar 65%. Wordt dat onderzocht of was dat alleen een idee? 5
Mevrouw Ramaker (VVD) hoort nog graag meer over wat er nu onconventioneel is aan actief grondbeleid. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) had gevraagd naar die 1000 extra woningen van Woonin. De wethouder komt weliswaar nog terug op de genoemde locaties, maar snelheid is geboden. Hij hoort liever in dit debat of anders morgen een reactie en niet over een aantal weken.
10 Mevrouw Zwinkels (CDA) had over het zorgvastgoed gevraagd of herontwikkeling in bijvoorbeeld Overvecht kan worden aangegrepen om meer voor deze kwetsbare doelgroep beschikbaar te krijgen. 15
20
25
30
De heer Koning (D66) hoorde dat de woonraad in een onderzoek wordt meegenomen, maar hij zou liever zien dat de gemeente daarvoor iets concreters organiseert. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) begrijpt dat Woonin een petitie houdt omdat ze de meest wanhopige woningzoekenden wil helpen, maar ondertussen verkoopt Woonin nog altijd sociale woningen. De wethouder sprak over een goed huwelijk, maar misschien moet hij met een scheiding dreigen. Wethouder De Vries ziet bij Woonin beide kanten van de medaille. Wat de gemeente afgelopen zomer heeft gedaan voor de opvang van statushouders was een idee vanuit de corporaties zelf. Dat geldt ook voor dit aanbod van tijdelijke woningen. De gemeente en de corporaties hebben elkaar gewoon nodig, maar kunnen elkaar wel aanspreken. D66 vroeg om meer concretisering. De wethouder heeft wel ideeën voor zo’n “bond voor woningzoekenden.” Hij spreekt wekelijks met diverse partijen en het gaat erom te onderzoeken hoe al die partijen kunnen worden verenigd. Concreter kan hij het nu niet maken. De ChristenUnie riep op tot snelheid en de wethouder is het daar helemaal mee eens. Hij voelt die urgentie ook. Maar zorgvuldigheid is ook belangrijk en de wethouder wil ook de raad in positie houden. De locaties moeten ook haalbaar zijn. Dat vergt echt even tijd.
In zijn betoog gaf de wethouder een voorbeeld van actief grondbeleid en het in de kracht zetten van corporaties.
35
40
Wethouder Voortman licht toe dat het percentage voor kwetsbare groepen bij veel fracties vragen opriep. Dat beschouwt ze als een aanmoediging om dat verder uit te zoeken. 70%-30% werd altijd als passend beschouwd. Zorgvastgoed vormt onderdeel van de werkwijze van de taskforce. Op Careyn-Rosendael worden op dit moment ook asielzoekers gehuisvest. De wethouder trekt na wat de precieze stand van zaken is. Bij herontwikkelingen die toch al plaatsvinden, wordt zeker gekeken naar kansen. Tweede termijn:
45
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat er een goed debat is gevoerd. De urgentie is bij alle partijen wel duidelijk. Veel maatregelen komen bij veel fracties terug en dat gaat wellicht helpen bij het vervolg. Tijdelijke woningen zijn lastig maar helpen veel op korte termijn. Mevrouw Zwinkels (CDA) kijkt uit naar de voorstellen waarmee het college in Q2 komt.
50 De heer Dijkstra (EénUtrecht) hoort nog graag of de wethouder bereid is als deel van de oplossing de drempels voor delen en splitsen te verlagen voor alle typen woningen. Pagina 18 van 25
Wethouder De Vries verwijst naar het coalitieakkoord waar het nodige staat over bepaalde wijken en bepaalde woningen. Hij heeft iets gezegd over de aantallen die hiermee te behalen zijn en over de ervaringen van de corporaties hiermee in het verleden. 5
De voorzitter concludeert dat hiermee de tweede termijn ten einde is.
10
De heer Van der Zweth (PvdA) zou eerst zo’n breder plan van aanpak voor kwetsbare doelgroepen in de commissie van april willen bespreken, en de brief over de 1000 extra woningen in maart – die vanochtend echter nog niet werd geagendeerd. Dat vergt dan wel wat flexibiliteit. De agendering komt nog. Mevrouw Zwinkels (CDA) is bereid de agendering van de verduurzaming van de VvE’s op 23 maart indien nodig naar een later tijdstip te verschuiven.
15
20
De voorzitter stelt dat hiermee dit punt voldoende aan de orde is gekomen.
8. Beantwoording 2022, nr. 154, Vragen over uitsterfbeleid fossiele tankstations Gevaar van afschalen tankstations met toename aantal auto’s Dit punt is geagendeerd door de fracties van de PVV, DENK en de VVD.
30
De heer Bosch (PVV) verbaast zich over de beantwoording van de wethouder op de vragen van de verschillende fracties. Het college verstopt zich achter de EU met haar belachelijke regels bijvoorbeeld om benzineauto’s vanaf 2035 te verbieden. Het college gelooft kennelijk in de nieuwe wetten die straks in 2030 van kracht moeten worden. De realiteit is dat het aantal auto’s nog steeds toeneemt en dat elektrische auto’s nog lang niet voor iedereen betaalbaar zijn. De stroomnetten kunnen die grote stroomvraag helemaal niet aan. De energiewende zal in 2035 nog helemaal niet zijn voltooid. Als er in 2035 geen tankstations meer zijn en als de wetgeving wordt uitgesteld, dan is er in Utrecht straks geen enkele plek meer om te tanken.
35
De heer Van Heuven (PvdD) vindt het strelend dat zijn schriftelijke vragen nu door een andere partij zijn ingediend voor een commissiedebat. Het is niet de bedoeling dat er in 2035 geen tankstations meer zijn. Zo staat het niet in de beantwoording. Er komt een uitsterfbeleid en het beleid voor fossiele tankstations zal pas in 2050 zijn afgerond.
25
40
45
50
55
De heer Bosch (PVV) begrijpt uit de beantwoording dat de tankstations in 2035 zullen zijn uitgefaseerd. Hij is er helemaal niet gerust op. Het college stelt dat er na 2035 nog 18 jaar – de gemiddelde leeftijd van een auto – met brandstofauto’s kan worden gereden. Hij wil dus horen hoe het college dat uitsterfbeleid voor zich ziet tot 2035 en hoe het daarna gaat. Het college is van plan een transitieplan tankstation op te stellen. Misschien kan de wethouder dat toelichten. Hij is ook benieuwd naar de gronden waarop de wethouder zich baseert om die tankstations te laten uitsterven. Kunnen mensen dan nog een klassieker bezitten? De PVV ziet graag dat het college de ondernemers duidelijkheid biedt. Dit college heeft immers het geld niet om al die ondernemers uit te kopen. De heer Bosch moet vaststellen dat de meerderheid van de gemeenteraad is losgezongen van de realiteit. De heer Cornielje (PvdA) wijst op al die elektrische auto’s. Daar komen er steeds meer van, zeker in de toekomst. 60% van de auto’s die er in 2021 bij kwamen in Utrecht, is elektrisch. De heer Bosch (PVV) ziet dat dit slechts een heel klein percentage betreft. Dat stelt helemaal niets voor in het geheel. Hij zal die Utrechtse cijfers nog eens nakijken. Bovendien zitten die elektrische auto’s met namen in de leasecategorie en de deelcategorie. Daar zitten ook al die bestelautootjes bij.
Elektrische auto’s zijn voor de gewone man helemaal nooit betaalbaar. De PvdA is compleet losgezongen van de realiteit en komt op voor de elite. Pagina 19 van 25
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Usta (DENK) is bezorgd over het uitsterfbeleid van fossiele tankstations. Dat gebeurt vanwege de Europese wetgeving. Er is een prognose gemaakt voor de behoefte aan brandstof, maar die prognose is veel te kortzichtig. Straks gaan Europeanen auto’s uit andere werelddelen importeren. De levensduur van de auto’s wordt verkort. Het is heel onzeker of de vraag naar fossiele energie zal afnemen, maar het aantal voertuigen zal evenredig toenemen met het aantal inwoners van Utrecht. De heer Peters (D66) is benieuwd of DENK wel wil dat de vraag naar fossiele brandstof überhaupt afneemt. De heer Usta (DENK) verzekert dat DENK zeker het belang van meer duurzame energie inziet, maar zo’n transitie moet wel betaalbaar blijven. Als de elektrische mobiliteit zo wordt ontwikkeld dat de kwaliteit even goed is als de mobiliteit op brandstof en als het financieel betaalbaar is, dan is hij daar zeker voorstander van. De mensen die afhankelijk zijn van brandstof voor hun mobiliteit kunnen de brandstof straks niet meer betalen. Daarom bepleit DENK het aantal fossiele tankstations in ieder geval te behouden en zelfs te bekijken of dit aantal in verhouding moet toenemen in verhouding tot het groeiende aantal automobilisten. Daarop krijgt hij graag een toezegging. De heer Te Hoonte (VVD) heeft zich eveneens verbaasd over de voortvarende beantwoording van de vragen.
Er is natuurlijk wel een transitie gaande en het is een goed streven op termijn geen fossiele brandstof meer te gebruiken. Het is echter nog geen realiteit. Het college stelt zaken voor die contraproductief zijn voor de transitie en gaat eraan voorbij dat de scheidslijn tussen fossiel en niet-fossiel helemaal niet zo scherp is. Het niet laten plaatsen van snelladers bij tankstations zal bovendien de transitie frustreren, terwijl de raad daar toch al meermaals om heeft gevraagd. Geen tankstations in de gemeente zal leiden tot extra kilometers autorijden. De VVD wil graag de toezegging van het college dat het primair gaat faciliteren om het ondernemers mogelijk te maken over te schakelen naar elektrisch als ze zien dat hun klanten daaraan toe zijn. Het college moet zichzelf richten op het oppakken van zaken die niet lukken in deze stad zoals het realiseren van een waterstoftankstation, voldoende snelladers en het uitrollen van fatsoenlijke prijzen op laadpalen. De heer Bosch (PVV) is benieuwd of de VVD ook hecht aan betaalbaarheid voor iedereen. Als auto’s niet betaalbaar zijn en als er ook geen tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s is, wil hij weten of de VVD die transitie toch wil doorzetten en fossiele brandstoffen wil afschaffen.
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat zaken gelijk op lopen: naarmate er een oplossing komt voor bepaalde schaarse stoffen en naarmate er meer elektrische auto’s worden verkocht, zullen die auto’s goedkoper worden. Prijzen lopen nog sterk uiteen, maar er gebeurt wel van alles in deze transitie. Die keuze wil de VVD positief stimuleren naar elektrisch en niet naar negatief stimuleren door boos te zijn over die transitie. Er is landelijk beleid op de invoering van elektrische auto’s en dat beleid steunt de VVD. De transitie is nu al gaande. De VVD zet erop in die transitie te stimuleren door voldoende laadpalen te plaatsen, tegen acceptabele prijzen, een goed parkeerbeleid. Het zal zeker zo zijn dat sommige mensen langer fossiel blijven rijden omdat die auto’s zo duur zijn. Hij roept de wethouder op de tijd en energie van mensen die zijn aangesteld om die energietransitie te bewerkstelligen daarop in te zetten. De heer Peters (D66) vindt het belangrijk dat de gemeente echt inzet op faciliteren. Hij ziet graag dat er voldoende rekening wordt gehouden met de spreiding in de stad om het aantal extra vervoersbewegingen binnen de stad zo veel mogelijk te beperken. D66 ziet dat er slechts heel beperkt openbare waterstoftankstations zijn, eentje in de provincie Utrecht.
Utrecht als voorloper op het vlak van duurzaamheid en als draaischijf van mobiel Nederland moet bij uitstek een gemeente zijn die hierop volop inzet. Graag een reactie. De heer Bosch (PVV) wil weleens weten hoeveel waterstofauto’s er überhaupt rondrijden. Het is echt niet zo gek dat er slechts eentje in de provincie Utrecht is. De heer Peters (D66) weet dat het om 0,3% gaat. Waterstof is echt een transitiebrandstof voor het zwaardere verkeer. Dan gaat het met name om vrachtauto’s, vuilniswagens, DHLPagina 20 van 25
vrachtwagens. De heer Bosch (PVV) is zeker niet tegen waterstof, maar het vergt wel stroom om die waterstof op te wekken. Het net is bovendien overbelast. 5
10
De heer Peters (D66) stelt dat waterstaf duurzaam en minder duurzaam op te wekken is. Het zal waarschijnlijk wel wat meer zonnepanelen en windturbines vergen. Juist dit soort tankstations zou een oplossing kunnen bieden. Als het gaat om die netcongestie, kan waterstof juist een batterijfunctie hebben. Er kan wellicht met accu’s worden gewerkt waardoor het juist een oplossing biedt voor die congestie. De heer Bosch (PVV) is benieuwd of de heer Peters dan ook wil denken aan kernenergie. De heer Peters (D66) weet dat de bouw van een kerncentrale zeker twintig jaar zal vergen en dan is de levensduur van windmolens ten einde.
15
20
25
30
35
40
45
De heer Te Hoonte (VVD) meent dat het toch niet twintig jaar mag duren voordat Utrecht een waterstoftankstation heeft. Hij wil ook weten waar D66 de ambtelijke capaciteit op zou willen inzetten. De heer Peters (D66) vindt de ontwikkeling niet snel gaan. Er mag best wat meer tempo bij. Desgevraagd geeft hij aan dat dit ook geldt voor fossiele brandstoffen en laadpunten geldt. De heer Van Heuven (PvdD) is blij dat de term uitsterfbeleid fossiele tankstations gemeengoed aan het worden is en ook dat er wordt gewerkt aan een transitieplan tankstations. De Partij voor de Dieren wil graag haast maken met de energietransitie. Een elektrische laadpaal kost minder ruimte dan een fossiel tankstation. Hij hoort graag of de wethouder kan ingaan op wat er met eventueel vrijkomende ruimte gaat gebeuren. De PvdD denkt aan het vergroenen van de omgeving. Hopelijk kan dat in het plan landen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het een goede zaak dat de gemeente inzet op het faciliteren van de transitie. Ze benadrukt dat de veiligheidscirkels bij waterstofstations groter moeten zijn. Dat roept de vraag op of er wel daadwerkelijk ruimtewinst wordt geboekt. Ze krijgt graag een reactie van de wethouder. De heer Cornielje (PvdA) hoort dat de PvdA ervan wordt beschuldigd zich niet bezig te houden met mensen met lage inkomens en vervoersarmoede. Dat is pertinent niet waar.
Onderzoek naar vervoersarmoede wees uit dat het terugdringen van autoafhankelijkheid in combinatie met het bieden van alternatieve vormen van mobiliteit de eerste kwestie op de agenda is. Mensen met lage inkomens hebben minder vaak een auto. Wil de gemeente die vervoersarmoede aanpakken, dan moet de focus op andere dingen liggen dan op de winsten van Shelltankstations. De heer Te Hoonte (VVD) meent dat het om de mening van een paar partijen gaat. De heer Cornielje (PvdA) citeerde uit een onderzoek uit 2019 in de vier grote steden naar vervoersarmoede. De autoafhankelijkheid zo te groot zijn en meer inzet op openbaar vervoer is gewenst. Deze discussie gaat niet over energiearmoede, maar om de winsten van Shell. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat mensen ook gewoon om 06.00 uur op hun werk moeten zijn en dan rijden er helemaal geen bussen.
50
55
De heer Cornielje (PvdA) verzekert dat de PvdA geen link ziet tussen tankstations en armoede en hij is ook zeker niet tegen elektrische auto’s. De heer Bosch (PVV) hoort nu allemaal praatjes van de woordvoerder van de PvdA. Het is bizar dat juist de PvdA zich schuldig maakt aan de afbraak van het openbaar vervoer. Het openbaar vervoer in de stad wordt elk jaar minder terwijl de PvdA toch in het college zit. De heer Cornielje (PvdA) adviseert dat onderzoek echt eens te lezen. Daarin staat heel helder dat de samenleving te autoafhankelijk is. De PvdA komt met oplossingen voor vervoersarmoede. Samen met GroenLinks is er een landelijk plan ingediend om gratis openbaar vervoer te Pagina 21 van 25
verzorgen voor mensen met lage inkomens. Armoede vormt echt geen argument om tankstations te behouden. 5
10
15
20
25
30
Mevrouw Oudejans (Student&Starter) onderschrijft de beantwoording van het college op de schriftelijke vragen. Het college slaat een belangrijke weg in naar een duurzamer Utrecht. Dit beleid stimuleert het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen. Het zou goed zijn om stimulerende reclame-uitingen voor alternatieve vervoerswijzen te integreren rondom bestaande tankstations. Zonder concrete stappen geen klimaattransitie en geen energietransitie. De heer Bosch (PVV) begrijpt dat die alternatieve vervoerswijzen over fietsen gaan. Mevrouw Oudejans (Student&Starter) beaamt dat fietsen en bakfietsen mooie alternatieve vervoerswijzen zijn – net als het openbaar vervoer. Desgevraagd verheldert ze tegen auto’s te zijn die rijden op fossiele brandstoffen. Auto’s in de binnenstad moeten een veel kleinere plek krijgen. De heer Te Hoonte (VVD) hoort dat het nu om de binnenstad gaat. Er is geen plek in Nederland waar zo weinig auto’s zijn als in de binnenstad van Utrecht. Gaat het nu om een transitie naar fossielvrij rijden of een transitie naar geen auto’s? Het mag niet zo zijn dat de gemeente voorbijgaat aan de individuele mobiliteitsbehoefte. Mevrouw Oudejans (Student&Starter) legt uit dat het om de ruimte gaat die auto’s innemen: parkeerplekken en de uitstoot van auto’s op fossiele brandstof. Ook elektrische auto’s nemen ruimte in in de binnenstad.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) is blij met de beantwoording. GroenLinks is voor vergroening, maar ze kan zich allerlei bestemmingen voorstellen. Fossiele brandstoffen zullen steeds schaarser worden, zeker als er een verbod is op de verkoop van die auto’s. Die ontwikkeling juicht GroenLinks toe. Ruimte in de stad is schaars, dus ook zij is benieuwd of in het uitfaseerplan ook voorstellen komen voor die ruimte bijvoorbeeld groen of ruimte voor voorzieningen die beter passen bij het vervoer van de toekomst. Ze kijkt uit naar het uitfaseerplan. De heer Bosch (PVV) geeft aan dat het wel om vervuilde grond gaat, postzegeltjes. Die worden echt niet vanzelf mooi groen. Sanering zal veel kosten met zich meebrengen.
35
40
45
Mevrouw Heijne (GroenLinks) zou eerst willen onderzoeken hoe die vervuiling kan worden aangepakt. Daarvoor krijgt ze graag een voorstel. Er zijn verschillende manieren om die vervuiling aan te pakken. De heer Te Hoonte (VVD) zou die vrijgekomen plekken graag inzetten voor het opladen van auto’s en niet voor groen. Mevrouw Heijne (GroenLinks) zei al het prima te vinden als er voorzieningen komen die beter passen bij het vervoer van de toekomst: snelladers of een hub voor deelmobiliteit. Eerst het voorstel, dan het debat.
50
Mevrouw Alblas (ChristenUnie) sluit zich aan bij de bijdragen van D66 als het gaat om spreiding en bij de Partij voor de Dieren en GroenLinks als het gaat om de vrijkomende ruimte. Het is belangrijk dat iedereen die energietransitie kan meemaken. Toch zijn haar zorgen gericht op iets anders. De ChristenUnie heeft grote zorgen over de klimaatcrisis en zet graag in op een klimaatrechtvaardig transitiebeleid. Ze ziet graag een snelle en eerlijke overgang. Het is immers het mondiale zuiden dat het minst heeft bijgedragen aan de klimaatcrisis maar wel met de grootste lasten kampt. Ze maakt zich er geen zorgen om dat er in 2025 geen fossiele tankstations meer in de stad zijn. Er blijven stations over waar auto’s elektrisch kunnen worden geladen.
55
De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat er in Utrecht nu eenmaal auto’s rondrijden en als alle tankstations zijn verdwenen, zullen die automobilisten naar Nieuwegein moeten rijden.
60
Mevrouw Alblas (ChristenUnie) heeft niet gezegd dat alle fossiele tankstations in Utrecht moeten verdwijnen. Overigens is ze groot voorstander van deelmobiliteit. Pagina 22 van 25
5
De heer Bosch (PVV) meent dat angst voor een klimaatcrisis helemaal niet nodig is. Mocht de zeespiegel verder stijgen – en dat gaat echt heel erg langzaam - dan lijkt het hem handiger de dijken wat op te hogen. De ChristenUnie heeft kennelijk geen bezwaar tegen elektrische tankstations. Dat kan hij niet rijmen met de eenzaamheid waarover de ChristenUnie dikwijls spreekt.
10
Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vreest dat Utrecht straks aan zee komt te liggen door de zeespiegelstijging die wel degelijk alarmerend is. Ze wil best nog eens met de heer Bosch discussiëren over het wel of niet bestaan van de klimaatcrisis, maar dit is daarvoor niet het moment. Vervoersarmoede en eenzaamheid kan ze niet linken aan fossiele tankstations.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Oosters hoort nu een voorstelling van zaken alsof de gemeente alle tankstations zou weghalen maar dat is zeker niet het geval. Ze wil graag helderheid bieden over wat het college voorstaat. Het gaat erom hernieuwbare alternatieven voldoende ruimte te geven. Het is zeker niet zo dat de gemeente tankstations weghaalt voordat de vraag naar die brandstoffen is verdwenen. De vraag naar fossiele brandstoffen zal wel gaan afnemen door de vraag naar hernieuwbare brandstoffen. Daarom moet er een strategie komen op de positie van motorbrandstoffen in de verkoop in de stad. Dan is er de keuze tussen een passieve, een actieve of een faciliterende rol, maar de rol moet wel in overeenstemming zijn met het tempo van de transitie in de stad. De transitie wordt niet versneld door het snel verwijderen van de fossiele brandstofstations, maar wel door hernieuwbare energie voldoende ruimte te geven. Dat transitievoorstel komt in Q2 naar de raad. Overigens betekent de groei van de stad niet per definitie ook een groei van het autogebruik – zoals vastgesteld in het mobiliteitsplan 2030. Door corona is het autogebruik toegenomen, maar het college hoopt met de alternatieven stappen te kunnen maken. De heer Bosch (PVV) wijst op de groei van het autogebruik. Dat wordt nu aan de coronatijd geweten. De provincie gaat over het openbaar vervoer.
Hij is benieuwd hoe de wethouder ervoor gaat zorgen dat die transitie wel wordt gemaakt. Wethouder Oosters benadrukt dat er inderdaad wel een alternatief moet zijn voor mensen zonder auto. Dat is altijd de insteek van het hele college geweest in het mobiliteitsplan en in de gesprekken met de provincie. Utrecht wil juist een groei van het openbaar vervoer, een groei van het fietsen en een groei van het verplaatsen middels deelmobiliteit. Enkele fracties spraken hun zorg uit over vervoersarmoede. Het mag niet zo zijn dat mensen met een laag inkomen niet meer van de ene naar de andere plek kunnen komen. Het is niet zo dat de tankstations daarop invloed hebben. Naar verwachting zijn er in 2035 regels om geen fossiele brandstof meer te verkopen. In 2050 wil Nederland fossielvrij zijn. Daar moet de gemeente dus wel mee aan de slag. Elektrisch rijden moet voor iedereen goed betaalbaar worden. Verschillende fracties informeerden naar de ruimte die overblijft wanneer die fossiele tankstations verdwijnen. Dat komt ook in het plan terug. Het is nog maar de vraag of er echt ruimte komt, want laden vergt veel meer tijd dan benzinetanken. Gevraagd werd naar de campagne. De gemeente zal bekijken wat ze kan doen in de abri’s langs de weg. Spreiding is eveneens een punt van aandacht. De uitfasering dient in dat opzicht goed te worden gepland.
De heer Te Hoonte (VVD) hoort de wethouder onderschrijven dat het zaak is waterstofgebruik te stimuleren. Hij is benieuwd wat er nu zou moeten gebeuren. Er wordt al vijf jaar over gesproken, maar er zijn nog altijd geen waterstoftankstations in Utrecht. Wethouder Oosters kan dat niet zo een, twee, drie aangeven. In de stad zijn veel ondernemers die waterstofstations in de stad zouden willen toevoegen. Het vergt forse investeringen. De gemeente kan een facilitaire rol vervullen. De ruimtevraag speelt ook mee. Het lid Peters (D66) wijst op het landelijke belang bij meer waterstoftankstations, juist in het centraal gelegen Utrecht. Misschien kan de gemeente daar nog wat doen op lobbygebied. Wethouder Oosters ziet dat er genoeg initiatieven zijn in de omgeving van Utrecht. De gemeente kijkt welke rol ze daarin kan spelen. Wat het rijk zou kunnen betekenen als het om de investering Pagina 23 van 25
gaat, heeft ze niet paraat. Dat moet ze nagaan. Ze zegt toe daar in Q2 op terug te komen – het liefst met de visie mee. 5
De heer Van Heuven (PvdD) hoort graag in welk vorm het transitieplan tankstations naar de raad komt, een raadsbrief, een visie of gelijk een raadsvoorstel. Wethouder Oosters denkt aan een voorstel. Het is een visie die naar de raad komt en daarbij heeft de raad een kaderstellende rol. Het zal geen deel uitmaken van de Omgevingsvisie.
10
Rondje gemiste vragen: De heer Bosch (PVV) had nog gevraagd hoe iemand die straks een klassieke auto bezit, nog kan tanken.
15
20
25
Wethouder Oosters benadrukt dat het geen zin heeft tankstations sneller te verwijderen dan de afname van de vraag toelaat. De heer Usta (DENK) had gevraagd of het aantal stations niet moet toenemen als het aantal automobilisten blijft groeien. Nu gaat het college uit van een afnemende vraag naar brandstof. Wethouder Oosters verzekert dat het college niet tegen de vraag in tankstations zal weghalen. Ze is er zeker van dat de vraag naar fossiele brandstof zal afnemen door de transitie. Dat is bovendien ook het landelijk beleid. Heel Europa maakt die transitie naar niet-fossiele brandstoffen door. De heer Te Hoonte (VVD) hoort nog graag of gas ook wordt meegenomen in de toezegging. Wethouder Oosters neemt gas daar ook in mee.
30
De heer Bosch (PVV) wacht de visie van het college af en komt wellicht met moties. De heer Te Hoonte (VVD) wacht ook de visie af.
35
De heer Usta (DENK) idem. De voorzitter concludeert dat de commissie de brief van de wethouder afwacht. Dit punt gaat niet door naar de raad. Hij bedankt de leden en het college voor hun bijdrage en sluit de vergadering net voor 16.30 uur.
40
Lijst met toezeggingen 45
7. Raadsbrief Groot tekort aan woonruimte voor kwetsbare Utrechters Wethouder: De Vries, Beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting Wethouder Voortman (namens wethouder Streefland): - In Q2 2023 volgt een raadsbrief inzake verkenning kwetsbare doelgroepen.
50
Wethouder De Vries: - In maart 2023 volgt een raadsbrief inzake brief van Woning aanbod 1000 tijdelijke extra woningen en locaties, conform toezegging in het mondelinge vragenuur van 9 februari jl.
55 Pagina 24 van 25
8. Beantwoording SV 2022 nr. 154 vragen over Uitsterfbeleid Fossiele Tankstations Gevaar van afschalen tankstations met toename aantal auto’s Wethouder: Oosters, Beleidsterreinen: Milieu en Emissieloos Vervoer 5
Wethouder Oosters: - In Q2 volgt een visie uitfaseren tankstations inclusief waterstof en LPG.
10
15
20
Pagina 25 van 25