Agendabundel
Tekst van het document
3814
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
8 februari 2024
Agendapunt
8
Titel
Raadsbrief Samenwerkingsafspraken gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties 2023 2026 en de nieuwe Leidraad sloop/nieuwbouw
ID
4021
Behandelend ambtenaar
R. Mouktadibillah
Telefoon E-mail
r.mouktadibillah@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder
Wethouder De Vries
Beleidsveld
Wonen en Volkshuisvesting
Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Energie(transitie),
21 december 2023
Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit
8 februari 2024
Utrechtse leidraad bij sloop of renovatie Deel 1 inleiding en werkwijze In het coalitieakkoord staat opgenomen dat het college zeer terughoudend wil zijn met sloop/nieuwbouw van sociale huurwoningen: “We sturen per project of combinatie van projecten. We zijn zeer terughoudend met sloop/nieuwbouw van sociale huurwoningen. Bij projecten waarbij ook woningen verdwijnen, borgen we dat de voorraad sociale huurwoningen ten minste gelijk blijft in absolute aantallen. Bewoners hebben recht op terugkeer en we streven naar behoud van dezelfde woonlasten.” Om deze ambities uit het coalitieakkoord gestalte te geven is er door de gemeenteraad gevraagd om een kader waarlangs de afweging tussen sloop en/of renovatie in Utrecht gelegd kan worden. Uitgangspunt bij sloop/nieuwbouw is ‘we slopen niet, tenzij’. In deze leidraad is uiteengezet welke variabelen gecheckt worden om de uiteindelijke afweging te kunnen maken. Voorafgaand moet er rekening gehouden worden met het feit dat corporaties autonome organisaties zijn en uiteindelijk zelf de keuze voor sloop/nieuwbouw/renovatie maken en denkprocessen over een aanpak voor huurders tot veel onzekerheid kan leiden. De leidraad wordt in gezamenlijkheid toegepast (en blijft vertrouwelijk tot de besluitvorming gereed is). De leidraad is in feite een verdere invulling van het eerdergenoemde ‘tenzij’.
Het gaat om de nieuwe projecten, zoals genoemd gedefinieerd in de brief Woningbouwambities in relatie tot het coalitieakkoord . Dat wil zeggen projecten waarvoor geen intentiedocument, een omgevingsvisie of een grondexploitatie is vastgesteld bij het aanbieden van deze Leidraad. In reeds lopende projecten willen we de keuze niet terugdraaien, maar biedt de methodiek van de leidraad mogelijk inzicht voor de onderbouwing van de eerdere keuze. Wil de leidraad effectief benut worden dan zal het uitgangspunt moeten zijn dat de corporaties en gemeente in een vroeg stadium met elkaar in gesprek gaan als sloop een te overwegen scenario is. Het voorstel is om dit te doen in de aanloop naar een Intentiedocument (IDOC). Hieronder wordt aangegeven welke werkwijze we hanteren in het planproces. Werkwijze in relatie tot planproces. Om langs een leidraad sloop tot een goede afweging te komen is het van belang om het proces van planvorming zorgvuldig te doorlopen. Hierbij moeten de stakeholders op de juiste momenten in de tijd worden betrokken. Corporaties en gemeente spreken af dat de partijen elkaar in een vroeg stadium betrekken. Voordat een draagvlakmeting wordt gehouden moeten gemeenten en corporaties afgestemd hebben over de richting en intentie van het project. Uitgangspunt hierbij is dat we het eens zijn over de ontwikkeling en er een vastgesteld intentiedocument ligt.
De leidraad geldt hierbij als onderbouwing. Voorstel is om onderstaand schema (figuur 1) te volgen. De gemeente en de corporaties sluiten aan bij de actualisatie van het MPR en Peilstok (2x per jaar). Daarbij delen corporaties en gemeente de portefeuillestrategie met elkaar. Dat doen we gebiedsgericht. Corporaties geven aan waar zij de komende periode na gaan denken over renovatie dan wel sloop. Vertrouwelijkheid is hierbij een voorwaarde vanwege de maatschappelijke impact. Aan de hand van de leidraad sloop (deel 2 in dit document) wordt in een verkenning met elkaar sloop tegen renovatie afgezet. Vervolgens komt er een goed onderbouwd advies voor sloop of renovatie om richting een eerste bestuurlijk gedragen gezamenlijke intentie te komen. Daarmee is er nog geen definitief besluit, maar formuleren we met elkaar de onderzoeksvraag voor de volgende fases. Daarna worden de reguliere ASP en UPPtrajecten verder vervolgd waarin huurders actief betrokken worden. Parallel hieraan wordt het project
ook geregistreerd in het MPR waardoor ook de relatie met de prestatieafspraken wordt geborgd. In dat vervolgtraject kan de leidraad houvast bieden om inzichtelijk te houden wat de afweging voor sloop of renovatie is. In deel 2 van dit document wordt in de leidraad getoond welke variabelen moeten worden onderzocht bij de afweging voor sloop of renovatie. Figuur 1.
Deel 2 Leidraad 1. Wijk. Een plan moet worden bekeken in de bredere context van de omgeving. Hieronder moet een onderbouwing worden gegeven op variabelen die een sloop/renovatie plan afzet tegen de ontwikkelingen die we in de betreffende wijk of, indien mogelijk, buurt zien. • • • • •
Huidige voorraad wijk en buurt naar segment en woningtypologie Benodigde en al geplande voorraadontwikkeling wijk en buurt Past het plan bij mogelijke gebiedsvisie, omgevingsvisie of toekomstige buurtagenda Demografie en ontwikkeling daarvan in wijk en buurt (ook bezetting), wat is er nodig in een wijk Effect op bestaande sociale structuren in een wijk of buurt.
2. Project Vervolgens wordt gekeken naar de eigenschappen van het project. Hierbij is het van belang om inzichtelijk te krijgen van zowel sloop/nieuwbouw als renovatie wat dit zou betekenen voor onderstaande variabelen en de verbetering daarop. Deze moeten dan voor sloop/nieuwbouw en renovatie naast elkaar worden gezet. • • • • •
Onderbouwing bouwkundige staat Voorgenomen netto toegevoegde aantallen Woningtypologie (o.b.v. de vraag) (on-)Mogelijkheden die de betreffende corporatie heeft om elders woningen toe te voegen Verbeterniveau op de volgende onderdelen1: - Duurzaamheid en energie - Circulariteit - Contactgeluid tussen woningen onderling - Binnenklimaat (waaronder schimmel) - Groen - Toegankelijkheid - Veiligheid
1 Omdat het gaat om een verkenning van mogelijkheden volstaat hier een quickscan op deze onderdelen.
• • •
• •
- Stedenbouwkundige en architectonische waarde Kostenplaatje: vergelijking sloop versus renovatie Afweging woonlasten voor en na sloop of renovatie Mogelijkheden op terugkeervoorrang 3. Proces Plan van aanpak voor huurders en hoe deze te betrekken (afspraken over inspraak, herhuisvesting, informatievoorziening enz.) Effect op voorraad. Planning en doorlooptijd (hoe lang woningen niet bewoond kunnen worden in geval sloop resp. renovatie)
De leidraad is niet bedoeld om via een score op een ja of nee te komen. Het is bedoeld om alle variabelen die bij sloop nieuwbouw of renovatie komen kijken op een rij te zetten en in samenhang te bekijken. Het kan fungeren als checklist om de terughoudendheid met sloop te borgen. In goed (bestuurlijk) overleg en in een gezamenlijke afweging bepalen corporaties en gemeente of sloop of renovatie de beste optie is voor een complex. Deze afweging wordt ook in het vervolg UPP en ASPtraject gebruikt om huurders te betrekken.
Samenwerkingsafspraken Utrecht 2023 tot en met 2026 (Prestatieafspraken in een turbulente tijd) Gemeente Utrecht Bo-Ex, Cazas Wonen, Habion, SSH, Stichting Portaal, Woonin Utrechtse Huurdersorganisaties
26 oktober 2023
Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023
Vooraf: over deze prestatieafspraken voor Utrecht Deze meerjarige prestatieafspraken vormen een overeenkomst tussen de gemeente Utrecht, de woningcorporaties verenigd in STUW (Bo-Ex, Cazas Wonen, Habion, SSH, Stichting Portaal, Woonin) en hun huurdersorganisaties (Huurdersvereniging Bo-Ex, Huurdersvereniging Weidelanden, BoKS, Huurdersraad Portaal Regio Utrecht, Wooninspraak) en kennen een looptijd van 2023 tot en met 2026. Via deze stedelijke afspraken geven partijen vanuit een gedeeld perspectief concreet invulling aan de gemeentelijke woonambities, zoals omschreven in de woonvisie ‘Utrecht beter in balans’ en in het coalitieakkoord Utrecht 2022-2026, en nemen zij hun aandeel in de landelijke en regionale woonopgave. Deze prestatieafspraken staan daarmee niet op zichzelf. Ze zijn een Utrechtse vertaling van diverse afspraken en convenanten waar al een handtekening onder staat en die daarmee kaderstellend zijn. In het bijzonder gaat het daarbij om de nationale prestatieafspraken (NPA) en de daaruit voortvloeiende Woondeal regio Utrecht, om de Regiodeal Flexwonen en om het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting. De opgave voor de komende jaren is over de volle breedte fors. Dit betekent keuzes maken in wat meer en minder belangrijk is. Partijen geven daarbij zoveel mogelijk prioriteit aan nieuwbouw.
De woningbouwproductie is de afgelopen jaren achtergebleven bij de groeiende vraag met als gevolg oplopende wachttijden en afnemende slaagkansen voor alle doelgroepen. Ook de minimale inschrijftijd voor een kamer is opgelopen. Partijen zetten alles op alles om deze trends te keren de komende jaren. Dat lukt alleen door de pijlen gelijk te richten en door dingen anders te gaan doen. Bijvoorbeeld door het versnellen van doorlooptijden, door goede monitoring en stevige sturing en door vaker modulair te bouwen en flexconcepten toe te passen. Prioriteit geven aan nieuwbouw betekent ook dat de gemeente en corporaties sturen op voldoende nieuwbouwlocaties. Deze prestatieafspraken zijn te beschouwen als kaderafspraken voor een periode van vier jaar, die op onderdelen jaarlijks geconcretiseerd worden middels een jaarprogramma. Deze manier van werken draagt enerzijds bij aan koersvastheid en anderzijds aan de benodigde flexibiliteit onderweg. Dit betekent ook dat de corporaties geen jaarlijks ‘bod’ meer uitbrengen. Het jaarprogramma voor 2023/2024 staat achteraan in dit document. Hierna volgen voor elk van de hoofdthema’s eerst de hoofdlijnen uit de nationale prestatieafspraken1, de context en de ambities voor Utrecht en daarna per subthema de vertaling naar de stedelijke kaderafspraken voor Utrecht. De hoofdthema’s zijn: a. Vergroten sociale voorraad b. Betaalbare woonlasten c.
Verduurzaming van de woningvoorraad d. Zorgen voor kwalitatief goede woningen e. Goed huisvesten van aandachtsgroepen f. Werken aan leefbare en veilige wijken Om de uitvoering van de afspraken zoals vastgelegd in deze overeenkomst te monitoren wordt een monitoringssysteem ontwikkeld.
1 De Nationale Prestatieafspraken zijn ondertekend in juni 2022 en op een aantal punten inmiddels verder doorontwikkeld. We hebben in deze prestatieafspraken de afspraken opgenomen zoals deze in het oorspronkelijke stuk van de Nationale Prestatieafspraken zijn benoemd.
1
Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023
Inhoud van de prestatieafspraken Vergroten sociale voorraad .....................................................................................................................................4 1 Woningen toevoegen door nieuwbouw .....................................................................................................5 2 Bestaande woningen behouden of beter benutten en doorstroming bevorderen....................................7 Betaalbare woonlasten ..........................................................................................................................................10 3 Zorgen voor betaalbare huren..................................................................................................................11 4 Voorkomen van betalingsachterstanden en ontruimingen ......................................................................12 Verduurzaming van de woningvoorraad ...............................................................................................................13 5 Toewerken naar een CO2-neutrale woningvoorraad................................................................................14 6 Werken aan klimaatbestendige en groene buurten.................................................................................15 7 Circulair bouwen en slopen
......................................................................................................................15 Zorgen voor kwalitatief goede woningen ..............................................................................................................16 8 Zorgen voor kwalitatief goede woningen .................................................................................................16 Goed huisvesten aandachtsgroepen .....................................................................................................................17 9 Zorgdragen voor goede huisvesting en ondersteuning van aandachtsgroepen ......................................18 Werken aan leefbare en veilige wijken .................................................................................................................20 10 Samenwerken via een gebiedsgerichte wijkaanpak.............................................................................22 11 Bevorderen van de veiligheid en het voorkomen van overlast, ondermijning en criminaliteit ...........23 Organisatie en samenwerking ...............................................................................................................................24 12 Voortzetten van de goede samenwerking ...........................................................................................24 13 Werkwijze bij bijzondere
omstandigheden ..........................................................................................24 Werkprogramma 2023/2024 .................................................................................................................................26
2