CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 12 december 2023, gemeente Utrecht16.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

8.

Zorgen voor kwalitatief goede woningen

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 8.1 Corporaties investeren in de verbetering van kwaliteit van woningen in de lijn van de NPA. De focus ligt daarbij op het aanpakken van schimmelwoningen, loden leidingen, brandveiligheid en asbest. De gemeente en de corporaties zetten zich bovendien gezamenlijk in voor de juiste voorlichting aan bewoners over goed gebruik van de woning en de ventilatiemogelijkheden, om schimmelwoningen te voorkomen. Zie werkafspraak 8.1

16

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Goed huisvesten aandachtsgroepen ONS VERTREKPUNT Hoofdlijn van de Nationale Prestatieafspraken: • Gemeenten hebben nadrukkelijk een taak in het kader van zorg en begeleiding. Per 1 januari 2024 zijn gemeenten verplicht een woonzorgvisie te hebben met de lokale behoefte. Een onderdeel van deze woonzorgvisie is de leefomgeving en voldoende aanbod van voorzieningen. • Jaarlijks investeren corporaties 40 miljoen in het levensloopbestendig maken van woningen en het mogelijk maken van zelfstandig thuis wonen. • Per gemeente wordt een fair share geleverd in het beschikbaar stellen van woonruimte aan aandachtsgroepen, zoals dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit intramurale (zorg)instellingen of detentie, statushouders en arbeidsmigranten en mensen met sociale of medische urgentie. De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties zien dat er voor alle kwetsbare doelgroepen een opgave ligt in Utrecht, en dat deze opgave toeneemt. Nieuwbouw van woningen, ook tijdelijke woningen, en realisatie van passende woon(zorg)vormen worden als een sleutel tot de oplossing gezien, mits altijd in samenhang met zorg en ondersteuning op maat. De vraag “hoeveel dan, en welk woningtype hebben we dan nodig?” wordt nu gesteld. De in 2023 op te stellen woonzorgvisie moet hier een antwoord op geven.

Als eerste stap in dit proces worden de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan huisvesting en ondersteuning van de verschillende aandachtsgroepen inzichtelijk gemaakt. Het gaat dan niet alleen om de vraag van aandachtsgroepen naar aantallen en typen woningen, maar ook de behoefte aan zorg en ondersteuning. De geleerde lessen uit de versnellingsactie huisvesting statushouders van afgelopen zomer worden daarbij meegenomen. Een eerste prestatieafspraak betreft een procesafspraak over het opstellen van de woonzorgvisie. Vooruitlopend op het inzichtelijk hebben van de antwoorden en de exacte opgave en de vertaling daarvan naar onder andere het woningbouwprogramma, zijn in deze prestatieafspraken ook enkele afspraken vastgelegd die daar volgens de partijen niet op kunnen wachten. Het gaat om vraagstukken die nu spelen of knelpunten die zich nu voordoen in de praktijk, waar op korte termijn actie op gewenst is. Op korte termijn is daarnaast het evalueren van het het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’ van belang, dat in juli 2019 is ondertekend. Dit plan van aanpak maakte sindsdien deel uit van de prestatieafspraken.

In het plan van aanpak is het uitgangspunt vastgelegd dat 30% van de vrijkomende woningen met voorrang worden toegewezen aan aandachtsgroepen en 70% van de woningen regulier worden verhuurd, om zo de balans te houden in de woningtoewijzing aan alle woningzoekenden. De percentages worden gezien als ‘signaalwaarden’, die gezamenlijk worden gemonitord. Ook is in het plan van aanpak vastgelegd dat de corporaties binnen die genoemde 30% jaarlijks 385 woningen beschikbaar stellen voor uitstroom/instroom Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen en vrouwenopvang (contingentafspraken). Verder zijn afspraken opgenomen over toewijzing, begeleiding, ondersteuning en nazorg na plaatsing. Er is veel aanleiding, onder andere vanuit de opgehoogde taakstelling voor de huisvesting van statushouders, om de afspraken uit het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’ te herzien. Begin 2022 is het Actieplan ‘Een (t) huis voor ouderen’ opgesteld en bekrachtigd in een intentieovereenkomst. Partners zijn de gemeente, corporaties, vertegenwoordigers van ouderen en van huurders, ontwikkelaars en beleggers, zorginstellingen en zorgkantoor. Hiermee is een gezamenlijke basis gelegd van waaruit de partners samenwerken om de stad beter in te richten voor de groeiende groep ouderen.

In het actieplan zijn uitgangspunten en richtlijnen geformuleerd, acties benoemd en afspraken gemaakt over monitoring en sturing. 17

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

AMBITIE De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties zien het goed huisvesten en ondersteunen van aandachtsgroepen als een urgente opgave en willen hier een stevige bijdrage aan leveren. Daarbij hebben zij altijd oog voor de gevolgen hiervan voor reguliere woningzoekenden. Waar dit knelt of dreigt te knellen zijn andere, onorthodoxe woonoplossingen nodig om te voorzien in passende huisvesting.

9.

Zorgdragen voor goede huisvesting en ondersteuning van aandachtsgroepen

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 9.1 De gemeente stelt in 2023 een woonzorgvisie op in afstemming met de corporaties, de huurdersorganisaties, zorgorganisaties en cliëntenorganisaties. Als eerste stap in dit proces worden de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan huisvesting en ondersteuning van de verschillende aandachtsgroepen inzichtelijk gemaakt. Het gaat hierbij om het in kaart brengen van de vraag van aandachtsgroepen naar aantallen en typen woningen, zorg en ondersteuning en het in beeld brengen van het huidige aanbod. De in het actieplan ‘Een (t)huis voor ouderen’ geformuleerde actie om het aanbod aan levensloopbestendige woningen inzichtelijk te maken valt ook onder deze eerste stap. De huisvestingsopgave wordt uiteindelijk vertaald in de woningbouwprogrammering. Partijen maken in (navolging van) de woonzorgvisie ook afspraken over hoe en waar zij bijdragen aan het opbouwen van draagkrachtige communities door middel van toewijzing, sociaal beheer en community building. 9.2

Partijen evalueren in 2023 het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’, zoals ondertekend in 2019. Op basis van de evaluatie bepalen partijen of afspraken zoals opgenomen zijn in dit plan van aanpak, moeten worden herzien. Tot dat moment houden partijen vast aan het in het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’ vastgelegde uitgangspunt dat 30% van de vrijkomende woningen met voorrang worden toegewezen aan aandachtsgroepen en 70% van de woningen regulier worden verhuurd, om zo de balans te houden in de woningtoewijzing aan alle woningzoekenden. We zijn ons daarbij bewust van de maatschappelijke opgave over het huisvesten van de aandachtsgroepen. Voor de uitvoering van afspraak 9.2 sluiten we aan bij de raadsbrief Aanpak realisatie van huisvestingsmogelijkheden in het sociaal segment.

9.3

Jaarlijks in het eerste kwartaal verzorgen de corporaties een rapportage van Woningnet waarin de verhuringen aan reguliere woningzoekenden en de verhuringen met voorrang aan aandachtsgroepen inzichtelijk zijn gemaakt over het voorgaande jaar.

9.4

De gemeente besteedt in externe communicatie aandacht aan het feit dat er meer aandachtsgroepen zijn en komen in de stad, en legt hierbij uit hoe Utrecht omgaat met de huisvesting en ondersteuning van deze groepen. Waar dit opportuun is, doen gemeente, corporaties, huurdersorganisaties en zorgpartijen dit in gezamenlijkheid.

9.5

De gemeente gaat met particuliere verhuurders in gesprek over de huisvestingsopgave van aandachtsgroepen en hun inzet daarbij. De wijze waar op dit aanbod van de gemeente kan worden aangestuurd wordt bepaald door de Wet Regie op de volkshuisvesting.

18

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

9.6

De gemeente en de corporaties streven ernaar om het (regionale) project ‘Living Lab Eerst een Thuis’, gericht op het huisvesten van daklozen, voort te zetten en omarmen daarmee de visie op het voorkómen en tegengaan van dakloosheid.

9.7

De gemeente behoudt de buurtteams in Overvecht gericht op het kunnen voortzetten van de huidige werkwijze van de corporaties en de buurtteams bij ‘Sociaal renoveren’.

9.8

SSH continueert haar huidige bijdrage aan de ondersteuning van aandachtsgroepen via de aanpak ‘Goeie Buur’. SSH heeft daarin met zeven zorginstellingen een aanpak ontwikkeld voor het huisvesten van kwetsbare jongeren.

19

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Werken aan leefbare en veilige wijken ONS VERTREKPUNT Hoofdlijn van de Nationale Prestatieafspraken: • Kwetsbare gebieden waar leefbaarheid onder druk staat en veel corporatiebezit aanwezig is vragen om een integrale wijkgerichte aanpak onder regie van de gemeente (samenwerking tussen sectoren en actoren moet worden verbeterd): • Rol corporaties: doorgaan met actieve betrokkenheid in aanpak van problemen in fysieke leefomgeving en samenwerking met maatschappelijke partners in het sociale- en veiligheidsdomein. • Rol gemeente: focus op leefbaarheid in wijken en ontwikkelen van een gerichte wijkaanpak, in samenwerking met maatschappelijke partners. Afspraken maken met maatschappelijke partners over zorg en begeleiding van bewoners. • De aangepaste Woningwet biedt corporaties de ruimte om, samen met anderen, een gebiedsgerichte aanpak mogelijk te maken. Investeringen zijn nodig in het wijk/sociaal beheer, sociale samenhang en ontmoeting en een integrale, wijkgerichte aanpak. In totaal trekken corporaties t/m 2030 jaarlijks € 75 miljoen extra uit voor dergelijke uitgaven aan leefbaarheid. • Er komt een wetsvoorstel die mogelijkheden voor corporaties tot uitwisseling persoonsgegevens verruimt, met inachtneming van het waarborgen van de privacy van huurders, met als doel om overlast en woonfraude te voorkomen of tegen te gaan.

• Herstructurering van corporatiebezit is belangrijk voor het verbeteren van de duurzaamheid en kwaliteit van woningen, maar biedt ook belangrijke kansen voor het verbeteren van de leefbaarheid en het realiseren van meer gemengde wijken. Utrecht werkt aan leefbare en veilige wijken voor een brede groep inwoners. De komende vierjaarsperiode continueren partijen hun nauwe samenwerking aan de opgaven in de wijken. Gebiedsgericht kijken en handelen is hierbij het uitgangspunt. Dat gebeurt via het voortzetten van de bestaande wijkaanpak ‘Samen voor Overvecht’, en een verbreding van deze aanpak naar een drietal andere wijken. Vanuit een gedeelde visie op wat er nodig is in een wijk wordt een buurtagenda gemaakt met daarin een samenhangende aanpak op wonen, leefbaarheid, sociale inzet, veiligheid, openbare ruimte, voorzieningen, economie en mobiliteit. Het gaat dus om een integrale gebiedsgerichte aanpak waarin fysieke en sociale activiteiten samengaan, in combinatie met een persoonsgerichte aanpak gericht op participatie, werk en inkomen. De bestaande ambitie om in wijken met een laag aandeel sociale huur dit aandeel omhoog te brengen om de keuzevrijheid voor woningzoekenden te vergroten, wordt voortgezet. Het onderstaande in de Utrechtse woonvisie opgenomen schema ‘Gewenste ontwikkelrichting woningvoorraad’ geeft de relatieve beweegrichting aan en geldt als vertrekpunt.

20

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Rondom het thema ‘veiligheid’ werken de gemeente, corporaties, zorgpartijen en politie al jaren met elkaar samen in uitvoeringsnetwerken. Er is sprake van korte lijnen in de wijken zodat de corporaties hun signalerende rol goed kunnen uitvoeren en signalen snel worden opgepakt. In sommige buurten of complexen wordt extra ingezet op het verbeteren van de veiligheid en het aanpakken van ondermijning, criminaliteit en incidenten openbare orde bijvoorbeeld door het aanstellen van een (extra) buurtbeheerder, de inzet van buurtapps, het plaatsen van woningen in de plint van een woning en/of het sturen in de woningtoewijzing. De corporaties werken in wijken en buurten soms al nauw samen met bewoners- of wijkcommissies en willen deze samenwerking de komende jaren verder uitrollen, om huurders sterker te positioneren. Op stedelijk niveau willen de huurdersorganisaties meer betrokken zijn bij het thema ‘veiligheid’. Het gaat om het delen van cijfers en analyses over veiligheid en het delen van informatie over beleid, aanpak en activiteiten. AMBITIE Utrecht werkt aan leefbare en veilige wijken voor een brede groep inwoners. Gebiedsgericht kijken en handelen is hierbij het uitgangspunt. Om de keuzevrijheid voor woningzoekenden te vergroten willen de partijen in wijken met een laag aandeel sociale huur dit aandeel omhoog brengen.

In de wijk Overvecht willen partijen het aandeel juist omlaag brengen ten behoeve van een betere veerkracht in de wijk, door ook woningen in andere prijssegmenten toe te voegen. Om veiligheid in wijken te bevorderen en overlast, ondermijning, incidenten openbare orde en criminaliteit tegen te gaan zetten de gemeente en de corporaties hun samenwerking met zorgpartijen en politie in stevige uitvoeringsnetwerken voort. Zij betrekken op stedelijk niveau de huurdersorganisaties de komende jaren intensiever bij de aanpak op het thema ‘veiligheid’.

21

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

10. Samenwerken via een gebiedsgerichte wijkaanpak Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 10.1 De bestaande wijkaanpak ‘Samen voor Overvecht’ wordt doorgezet en structureel gemaakt, met de strategische aansturing door de Wijkcoalitie Samen voor Overvecht. De corporaties zijn vertegenwoordigd in het Bestuurlijk Overleg corporaties Samen voor Overvecht. 10.2

Een (vorm van) wijkaanpak wordt stapsgewijs verbreed naar de wijken Kanaleneiland, Noordwest (Geuzenwijk en delen van Ondiep en Pijlsweerd) en Leidsche Rijn (Parkwijk-Zuid en Terwijde-Oost). In deze wijken wordt de aanpak uitgewerkt in buurtagenda’s, die samen met wijkbewoners, organisaties en ondernemers in de wijken worden opgesteld. De gemeente en de corporaties informeren de huurdersorganisaties via de Stuurgroep Huren over de voortgang van de aanpak en in het bijzonder over de wijze en het moment waarop wijkbewoners worden betrokken.

10.3

Eenmaal per jaar nemen de gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties via de Stuurgroep Huren (als platform, aangevuld met collega’s) alle wijken onder de loep op basis van bestaande monitoringsinstrumenten (zoals de leefbaarometer). Doel van de bijeenkomst is om te bepalen of in de wijken die niet genoemd zijn in afspraak 10.1 en 10.2 extra inzet benodigd is. De gemeente organiseert deze bijeenkomst.

10.4

Het in de Utrechtse woonvisie opgenomen schema ‘Gewenste ontwikkelrichting woningvoorraad’ geeft de relatieve beweegrichting van de woningvoorraad per wijk aan en geldt als vertrekpunt. De gemeente, corporaties en huurdersorganisaties blijven de bestaande ‘analyse wijkenstrategie’ hanteren als instrument om de (toekomstige) ontwikkeling van de woningvoorraad per wijk in beeld te hebben. De analyse toont per wijk een prognose van de balans tussen woningbouwproductie en woningonttrekkingen, zowel absoluut als relatief. Minstens eenmaal per jaar wordt de ‘analyse wijkenstrategie’ in de Stuurgroep Huren besproken, afgezet tegen de gewenste ontwikkelrichting van de voorraad per wijk.

10.5

Als onderdeel van het toewijzingsbeleid kunnen corporaties voor een (beperkt) aantal projecten gebruik maken van de zogenaamde vrije toewijzingsruimte. Corporaties mogen 15% van de vrijkomende woningen vrij toewijzen. De huurprijs blijft sociaal. Hierbij geldt een inkomensgrens conform huisvestingsverordening zodat deze woningen ten goede komen aan (lagere) middeninkomens. De vrije toewijzingsruimte mag niet ten koste gaan van de slaagkans van de doelgroep van de woningcorporaties. Ten aanzien van het instrument hebben partijen het volgende afgesproken: g. Corporaties zetten dit instrument in ten dienste van het streven naar gemengde wijken; h. Inzet ten behoeve van urgente situaties en bij herhuisvesting; i. (voor zover dit beïnvloedbaar is) de inzet van het instrument gaat niet ten koste van de slaagkans van regulier woningzoekenden op de wachtlijst; j. Partijen monitoren jaarlijks hoe en waar dit instrument is toegepast en voeren hierover het gesprek; dit sluit aan op de afspraak om jaarlijks de cijfers van woningnet te bespreken. Partijen maken, op basis van monitoring van de toewijzing, jaarlijks een afspraak over de benutting van de vrije toewijzingsruimte door de corporaties. Voor 2022 en 2023 is de afspraak dat Bo-Ex, Cazas Wonen, Habion en SSH 7,5% hanteerden, Portaal 10% en Woonin (in 2022 nog Mitros) 15%.

22

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

10.6

Als onderdeel van de pilot ‘Anders toewijzen’ zijn woningen in complexen toegewezen aan mensen die een bijdrage willen leveren aan de buurt waar de leefbaarheid onder druk staat. De gemeente en de corporaties onderzoeken samen met de huurdersorganisaties op welke manier deze werkwijze structureel ingebed kan worden.

11. Bevorderen van de veiligheid en het voorkomen van overlast, ondermijning en criminaliteit 11.1

Gemeente en corporaties werken vanuit een gezamenlijke aanpak en activiteiten samen op het thema veiligheid. De gemeente en de corporaties agenderen periodiek het thema ‘veiligheid’ voor de Stuurgroep Huren, zodat ook de huurdersorganisaties op de hoogte zijn van cijfers, analyses, beleid, aanpak en activiteiten op dit thema.

11.2

De gemeente en de corporaties hebben een convenant woonfraude opgesteld, als onderdeel van het convenant ‘Samenwerkingsovereenkomst Woonproblematiek 2019-2022’, waarin onder andere afspraken zijn opgenomen voor het delen van gegevens. De gemeente en corporaties evalueren dit convenant en bespreken de uitkomsten van de evaluatie met de huurdersorganisaties in de Stuurgroep Huren.

11.3

De gemeente initieert veiligheidsoverleggen op wijkniveau.

23

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Organisatie en samenwerking AMBITIE De gemeente Utrecht, de STUW- corporaties en de huurdersorganisaties hebben een goede samenwerking en hechten er veel belang aan om deze samenwerking de komende jaren voort te zetten. Dit samenwerking wordt bevorderd door wederzijdse inspanning, vertrouwen, openheid en aanspreekbaarheid. Dat vraagt ook van partijen dat zij zich open durven op te stellen en bepaalde marges van onzekerheid aanvaarden. De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties: • zijn transparant en open naar elkaar toe, ook over ieders mogelijkheden qua menskracht en financiële middelen; • houden het gemeenschappelijke doel in het oog en werken binnen de kaders van de eigen organisatie toe naar het bereiken van dit gemeenschappelijke doel; • delen in een vroegtijdig stadium informatie met elkaar die betrekking heeft op de onderwerpen in deze prestatieafspraken; • spreken elkaar aan op het moment dat er belemmeringen of knelpunten in de uitvoering van deze prestatieafspraken of in de samenwerking optreden; • spreken elkaar aan op het niet nakomen van gemaakte afspraken.

12. Voortzetten van de goede samenwerking 12.1

Ten minste vier maal per jaar vindt in de Stuurgroep Huren bestuurlijk overleg plaats tussen de gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties over de (uitvoering van) deze prestatieafspraken en onderwerpen die deze prestatieafspraken raken. In de andere hoofdstukken van deze prestatieafspraken zijn daarnaast specifieke onderwerpen benoemd die in de Stuurgroep huren aan de orde dienen te komen. De Stuurgroep Huren wordt ambtelijk voorbereid. De gemeente laat andere betrokken portefeuillehouders aansluiten in de Stuurgroep Huren, waar dit tot meerwaarde kan leiden.

12.2

De uitvoering van de afspraken zoals vastgelegd in deze overeenkomst wordt gemonitord, waartoe een gezamenlijk monitoringssysteem wordt ontwikkeld.

12.3

Partijen maken jaarlijks gezamenlijk jaarafspraken, waarin zij concrete activiteiten en werkzaamheden benoemen waar zij het volgende jaar (gezamenlijk) aan zullen werken. Partijen kiezen voor een programmatische aanpak om de jaarafspraken tot uitvoering te brengen. Partijen houden hier in hun begroting (qua budget en capaciteit) rekening mee. Dit betekent dat de corporaties geen jaarlijks ‘bod’ meer uitbrengen.

12.4

Partijen betrekken elkaar bij het opstellen van beleid dat de onderwerpen van deze prestatieafspraken raakt, informeren elkaar actief over belangrijke ontwikkelingen die zij op de woningmarkt zien, en delen de resultaten van relevant onderzoek met elkaar.

13. Werkwijze bij bijzondere omstandigheden 13.1

Deze meerjarenafspraken gelden vanaf het moment van ondertekening tot en met 31 december 2026. Deze overeenkomst kan eerder tussentijds beëindigd worden als alle partijen hiermee 24

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

schriftelijk instemmen. In 2026 worden nieuwe meerjarenafspraken opgesteld voor de periode vanaf 1 januari 2027. 13.2

De publiekrechtelijke omgeving van deze overeenkomst leidt tot het voorbehoud dat als de Rijksoverheid of de provinciale overheid haar beleid verandert, dit ook kan betekenen dat de afspraken uit deze overeenkomst moeten worden bijgesteld.

13.3

Uitgangspunten bij deze afspraken zijn eigen verantwoordelijkheid en redelijkheid en billijkheid jegens elkaar, ook bij gewijzigde omstandigheden. Als één van de betrokken partijen meent dat deze afspraken gevolgen hebben die onredelijk of onbillijk zijn, is deze partij gerechtigd voorstellen te doen aan de andere partijen om deze onredelijkheid/onbillijkheid te voorkomen. Dit geldt ook als er sprake is van overmacht, waardoor een partij zich onverhoopt niet aan een afspraak kan houden.

13.4

Bij een eventueel geschil vindt er ambtelijk overleg plaats om tot een oplossing te komen. Als dit ambtelijke overleg niet tot een voor partijen aanvaardbare oplossing leidt, vindt bestuurlijk overleg plaats tussen de gemeente, de corporatie(s) en huurdersorganisaties.

25

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Jaarprogramma 2023/2024 De nummers in de eerste kolom geven het nummer van de jaarafspraak aan. De nummers in de tweede kolom verwijzen naar een eventuele bijbehorende kaderafspraak. Daar waar geen nummer vermeld is, staat de jaarafspraak op zichzelf. ONDERWERP en AFSPRAAK 1. Woningen toevoegen door nieuwbouw 1 1.3 Herpositioneren Bestuurlijk Productieoverleg in lijn met de afspraken in 1.3. Bijzondere aandacht daarbij voor: • Verkennen en vervolgens voor 1 januari vaststellen van voorstel voor de instrumenten die gemeente en corporaties gaan inzetten om corporaties positie te geven op locaties van marktpartijen • Opstellen standaard anterieure overeenkomst 2 1.3 De gemeente stelt per wijk met o.a. de corporaties het gewenste woningbouwprogramma op. Daarin wordt ook studentenhuisvesting opgenomen. Twee keer per jaar nemen SSH en gemeente de harde planvoorraad en de woningbouwprogramma’s door. Op deze manier kunnen beide partijen de voortgang per wijk monitoren en indien nodig bijsturen. 3 1.3 Gemeente en corporaties evaluaeren de werkwijze rondom de anterieure overeenkomst en op welke wijze een verdere standarisering helpend is voor de samenwerking.

Corporaties hebben aagegeven met een standaard anterieure overeenkomst te willen werken (op te stellen in 2023) met als doel om bij realisatie van woningbouwprojecten de planontwikkelingskosten in de hand te houden en tijdsverlies door discussies over de randvoorwaarden te voorkomen.

TREKKER

Aanpassen Utrechts Plan Proces Ontwerpen monitor voortgang nieuwbouwambitie en effect op wachttijden.

Gemeente Corporaties

SSH legt bij nieuwbouw de nadruk op de realisatie van (onzelfstandige) kamers met gedeelde voorzieningen. Daarbij onderzoekt de gemeente samen met SSH of in het nieuwbouwprogramma één reguliere woning gezien kan worden als twee à drie (onzelfstandige) studentenkamers. Gemeente en corporaties onderzoeken mogelijkheden om samenwerking in projecten te verbeteren. Een optie die daar bekeken wordt is of er een speciale accounthouder of functionaris bij de gemeente kan komen die als loket dient voor plannen van corporaties, waarbij de betreffende accounthouder zorgt voor de nodige toetsing bij de afdelingen. Gemeente heeft een woningbouwregisseur aangesteld. Deze heeft zich reeds aan STUW voorgesteld en maakt momenteel kwartier. Gemeente bekijkt in welke vorm en hoedanigheid op het verzoek van STUW kan worden ingegaan.

SSH

4

1.4

5

1.5

6

1.6

7

Gemeente

Gemeente m.m.v. Corporaties

Gemeente Gemeente

26

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Gemeente en corporaties werken afspraken uit ten aanzien van de verdeling van aandachtsgroepen over beschikbaar komende woningen (w.o. nieuwbouw). Gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het verdeelvraagstuk op niveau van stad en indien nodig (sub)wijk en buurt. Corporaties sturen op basis van vakmanschap bij nieuwbouw zelf binnen de kaders van stedelijke afspraken op toewijzing en doelgroepen. De gemeente legt dit niet via anterieure overeenkomsten op. Uitgangspunt hierbij is dat de jaarlijkse prognose aan te huisvesten aandachtsgroepen ingelost wordt. Gemeente en corporaties werken afspraken uit ten aanzien van de verdeling van huurcategorieën in de nieuwbouw (SH2/SH3).

8

2. Bestaande woningen behouden of beter benutten en doorstroming bevorderen 9 2.1 In samenhang met de afspraak Stop de Verkoop maken partijen afspraken op welke

wijze meerwaardeafdrachten ingezet kunnen worden voor de volkshuisvesting. De gemeente heeft in afstemming met corporaties een ‘Leidraad sloop en nieuwbouw’ opgesteld. Beide partijen volgen de leidraad als werkwijze. De gemeente en corporaties evalueren in 2024 de Leidraad en bespreken deze binnen het productieoverleg. De uitkomsten van de evaluatie worden vervolgens gedeeld met de huurdersorganisaties in de Stuurgroep Huren. 11 2.3 Uitvoeren van concrete (lopende) projecten waarbij kansen worden benut om woningen beter te benutten door (pilots met) woningdelen mogelijk te maken. Het gaat naast splitsen en optoppen hierbij ook om concepten als ‘Kamers met aandacht’, ‘Onder de pannen’ en ‘Hospi-housing’. 12 2.3 Gemeente en corporaties werken samen om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Dat kan zijn via splitsen, woningdelen, optoppen enz. Indien partijen hierin bepaalde keuzen hebben gemaakt spant de gemeente zich in voor aanpassing van regelgeving, vastgelegd in de Huisvestingsverordening (o.a. splitsingsregeling en kostendelersnorm). 13 2.4 De corporaties en de gemeente werken een plan ‘doorstroom na tijdelijk wonen’ uit. Doel is te voorkomen dat mensen op straat komen te staan na afloop van hun huurcontract bij tijdelijk wonen projecten. Een van de doelgroepen die hieronder valt is ‘Goeie Buur’ (SSH).

14 2.4 Gemeente, SSH en BoKS bespreken de resultaten van het uitgevoerde Experiment Doorstroming in het kader van het bevorderen van de algehele doorstroming van de woningmarkt . 3. Zorgen voor betaalbare huren 10

2.2

15

3.1

De corporaties, huurdersorganisaties en de gemeente monitoren hoe de loonkosten zich ontwikkelen ten opzichte van de inflatie.

16

3.1

17

3.2

De corporaties en hun huurdersorganisaties stemmen de invulling van de beschikbare beleidsruimte met betrekking tot huuraanpassing op individueel woningniveau met elkaar af. De corporaties en hun huurdersorganisaties stemmen het al dan niet benutten van de mogelijkheid om een inkomensafhankelijke huurverhoging door te voeren met elkaar af.

4. Voorkomen van betalingsachterstanden en ontruimingen 18 De gemeente vereenvoudigt de bestaande (inkomens)regelingen en maakt deze breder toegankelijk voor verschillende groepen. De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties zorgen er samen voor dat de bestaande (inkomens)regelingen bekend en goed bereikbaar zijn voor alle huurders die daar recht op hebben. 19 Gemeente en corporaties herijken en optimaliseren in 2023 de bestaande afspraken en processen rondom voorkomen huisuitzetting, zoals vastgelegd als een onderdeel van

Gemeente m.m.v. Corporaties

Gemeente m.m.v. Corporaties Gemeente

Corporaties

Corporaties Gemeente faciliteert

Corporaties

Gemeente

Corporaties Gemeente Huurders Corporaties Huurders Corporaties Huurders

Gemeente

Gemeente

27

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

het convenant Samenwerkingsovereenkomst Woonproblematiek 2019 – 2022 (dit convenant is verlengd tot eind 2024). Dit doen zij in samenspraak met andere deelnemende partijen. Wetenschappelijk onderzoek laat het belang zien van ‘de juiste interventie op het juiste moment’ en van continuïteit in contact in geval van betalingsachterstanden. Gebruikmakend van deze wetenschappelijke inzichten worden processen opnieuw ingericht en afspraken geconcretiseerd. 20 Stuw vraagt de gemeente in het kader van de vroegsignalering weer in de hele stad huisbezoeken af te leggen. Huisbezoeken worden ook door de gemeente gezien als een belangrijk instrument om schulden te voorkomen, echter de middelen en juridische mogelijkheden hiervoor zijn beperkt. Gemeente en STUW werken in 2024 een voorstel uit dat past binnen de beschikbare middelen en bijdraagt aan de wederzijdse ambities en recht doet aan de mogelijkheden. 5. Toewerken naar een CO2-neutrale woningvoorraad 21 5.1 In 2023 en 2024 zullen de corporaties hun woningen in Utrecht toekomstklaar isoleren zie bijlage Kwantificering verduurzaming. 22 5.2 In 2023 en 2024 verbeteren de corporaties hun woningen met een E, F- en G-label naar een label C of hoger, zie bijlage Kwantificering verduurzaming. Voor het versneld aanpakken van deze woningen kunnen de corporaties gebruik maken van een subsidieregeling van de gemeente Utrecht.

De middelen komen via de energiearmoede aanpak van het Rijk beschikbaar (tot eind 2025). Jaarlijks bespreken de gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties de concrete planning en de voortgang in de Stuurgroep Huren. 23 5.4 In 2023 en 2024 zorgen de corporaties ervoor dat in Utrecht hun bestaande woningen in hun voorraad aardgasvrij worden gemaakt, zie bijlage Kwantificering verduurzaming. 24 De gemeente en de corporaties werken aan de aanvraag van gebiedsgerichte ontheffing voor de Wet Natuurbescherming voor na-isolatie. Streven is om voor eind 2023 een gebiedsgerichte aanvraag bij de provincie in te dienen. 25 De gemeente en SSH werken aan de aanvraag van een gebiedsgerichte ontheffing voor monumentenregels bij plaatsing van dubbelglas, zodat SSH in staat is om versneld dubbelglas aan te brengen in stadspanden. 26 Zodra landelijk een regeling wordt ingevoerd die ervoor zorgt dat het instemmingsrecht van huurders bij renovatievoorstellen kan komen te vervallen, bespreken gemeente, corporaties en huurdersorganisaties de consequenties en hoe hiermee om te gaan in Utrecht. Doel van het Rijk is dat renovatievoorstellen die leiden tot een lagere energierekening zonder instemming van 70% van de huurders kunnen worden uitgevoerd. 6.

Werken aan klimaatbestendige buurten 27 6.1 Afstemmen werkzaamheden van gemeente en corporaties (nieuwbouw, grootschalige renovatie en groot onderhoud van de corporaties en plannen m.b.t. de openbare ruimte/woonomgeving van de gemeente). 28 De corporaties bespreken met het tuinbeleid van Portaal als voorbeeld welke uitgangspunten voor de Utrechtse corporaties kunnen gelden om ervoor te zorgen dat groen rondom hun complexen/woningen zoveel mogelijk behouden wordt. 29 Aan de hand van de reeds beschikbare informatie over hittestress bespreken gemeente en corporaties, samen met de huurdersorganisaties, op welke locaties in of nabij het woningbezit van de corporaties de kans op hittestress het grootst is en welke acties zij inzetten om hittestress tegen te gaan en afkoeling te bevorderen. Hierbij is aandacht voor de buitenruimte, de gebouwen, de binnenruimte en de bewoners.

Gemeente

Corporaties Corporaties

Corporaties Gemeente

SSH

Corporaties

Corporaties

Corporaties

Gemeente

28

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Naast het toepassen van zonnepanelen onderzoeken de corporaties ook de mogelijkheden (al dan niet met subsidie van provincie of stad) voor toepassing van groene daken, wateropvang of het wit schilderen van daken. 7. Circulair (ver)bouwen en slopen 31 De gemeente en de corporaties bezien samen hoe bouwprojecten waaronder de Bouwstroom zodanig vormgegeven kunnen worden, dat hiermee tevens een bijdrage wordt geleverd aan circulariteit. 8. Zorgen voor kwalitatief goede woningen 32 8.1 De aanpak van vocht- en schimmelproblematiek is complex en vraagt om een brede waaier aan maatregelen en hangt daarnaast nauw samen met de verduurzaming van woningen. Gemeente en corporaties in Utrecht onderzoeken (waar onder de kosten) of het gezamenlijk inhuren van een onafhankelijke schimmelexpert, die ingeschakeld kan worden als de corporatie en huurder(s) gezamenlijk niet tot een adequate oplossing komen voor schimmelproblematiek, nuttig zou kunnen zijn in Utrecht. 9. Zorgdragen voor goede huisvesting en ondersteuning van aandachtsgroepen 33 9.1 Opstellen woonzorgvisie in afstemming met de corporaties, de huurdersorganisaties, zorgorganisaties en cliëntenorganisaties. 34 9.2 Partijen evalueren in 2023 het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’, zoals ondertekend in 2019.

Gezien de urgentie op het huisvesten van aandachtsgroepen wordt begin 2023 al gestart met de evaluatie van die onderdelen van het plan van aanpak die daar betrekking op hebben. Partijen besteden in de evaluatie extra aandacht aan het voorkómen van een te grote druk op voorraad kleine/goedkope huurwoningen. 35 De gemeente, de corporaties en zorgorganisaties maken in afstemming de huurdersorganisaties een gezamenlijke ‘menukaart’ om huurders met een kwetsbare positie te ondersteunen bij het ‘landen’ in de buurt (dus via maatwerk en in samenspraak met de betreffende huurder zelf). 36 De gemeente en de corporaties gaan in gesprek over het idee ‘Wijk zoekt nieuwe bewoner’ en bepalen of en hoe zij hiermee starten in Utrecht. Hierbij worden bewoners gezocht die passen bij de kenmerken van een wijk, om daarmee enerzijds te zorgen voor een zachte landing en anderzijds de veerkracht van de wijk te verstevigen. 37 Partijen zien dat woningen met voorrang in de woningtoewijzing voor 65-plussers niet altijd aan senioren worden verhuurd omdat er geen geschikte kandidaat is. In 2023 onderzoeken partijen welke redenen en oplossingsrichtingen hiervoor zijn. 38 De corporaties brengen in Q1 2023 voor de Monitor Ouderen Wonen en Zorg in kaart welke woningen toegankelijk zijn voor ouderen.

39 Goeie buur: Jongeren die de SSH huisvest in het kader van de Goeie Buur-aanpak die na vijf jaar niet in staat zijn zelfstandig vervolg huisvesting te vinden. Partijen maken een afspraak over doorstroming van de jongeren na afloop van hun tijdelijke contract ( ‘goeie buur’ jongeren). SSH wenst dat een beroep kan worden gedaan op de urgentieregels in de huisvestingsverordening. Gemeente onderkent het geschetste probleem maar geeft aan dat het instrument urgenties hiervoor niet bedoeld is. Als alternatief wil gemeente een voorstel doen uitgaande van directe bemiddeling. Partijen ronden voor het einde van Q4 een voorstel af. Zie ook: werkafspraak 13. 40 In 2023 gaat de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) (rvo.nl) weer open. Deze middelen kunnen door de gemeente worden aangevraagd voor huisvesten van aandachtsgroepen, bijvoorbeeld in de nieuwbouw van sociale corporaties (ter dekking onrendabele top). De gemeente nodigt de corporaties uit projecten in te dienen. 30

Corporaties

Corporaties

Gemeente

Gemeente Gemeente

Gemeente

Gemeente

Corporaties

Corporaties Gemeente

Gemeente

29

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

10. Samenwerken via een gebiedsgerichte wijkaanpak 41 10.2 Een (vorm van) wijkaanpak wordt stapsgewijs verbreed naar de wijken Kanaleneiland, Noordwest (Geuzenwijk en delen van Ondiep en Pijlsweerd) en Leidsche Rijn (ParkwijkZuid en Terwijde-Oost). De gemeente komt met een aanvulling waarin de stappen in 2023 concreter zijn opgenomen. 42 10.6 De gemeente en de corporaties onderzoeken samen met de huurdersorganisaties op welke manier de werkwijze van de pilot ‘anders toewijzen’ structureel ingebed kan worden. We volgen daarbij de ontwikkelingen op rijksniveau. De minister kijkt in het kader van de Nationale woon- en bouwagenda welke structurele mogelijkheden er zijn voor anders toewijzen. We kijken vervolgens gezamenlijk welke instrumenten we daarvoor willen benutten. 11. Bevorderen van de veiligheid en het voorkomen van overlast, ondermijning en criminaliteit 43 11.2 De gemeente en de corporaties evalueren het convenant woonfraude (als onderdeel van het convenant ‘Samenwerkingsovereenkomst Woonproblematiek 2019-2022’) en bespreken de uitkomsten met de huurdersorganisaties in de Stuurgroep Huren. 12. Voortzetten van de goede samenwerking 44 12.2 Ontwikkelen van monitoringssysteem om de uitvoering van de afspraken zoals vastgelegd in deze overeenkomst te monitoren. 45

46

Uitwerken van een governance-model zodat duidelijkheid ontstaat over welke gremia en personen betrokken zijn bij (de uitvoering van) de Stedelijke prestatieafspraken Utrecht. Partijen zullen nagaan welke afspraken er staan in de ‘Prestatieafspraken gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties 2022-2026’ (https://www.stuw.nl/wpcontent/uploads/2022/04/Prestatieafspraken-2022-2026.pdf) die niet zijn overgenomen in deze samenwerkingsafspraken. Deze afspraken zullen vervolgens worden besproken en per afspraak zal in onderling overleg worden overeengekomen of deze zal worden gehandhaafd, dan wel aangepast, dan wel geschrapt. Het alsdan ontstane overzicht zal worden gehecht aan deze afspraken.

Gemeente

Corporaties

Gemeente

Gemeente m.m.v. Corporaties Gemeente

Gemeente Corporaties

30

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Kwantificering verduurzaming 1. Aantal woningen met een E, F- of G-label dat de corporatie in de jaren 2023 t/m 2026 gaat verbeteren naar een label D of hoger, in de gemeente Utrecht. Bo-Ex: Disclaimer voor alle cijfers onder 1 t/m 4: dit is een inschatting, om gezamenlijk met de gemeente een ambitie te stellen. We geven geen garantie af voor de haalbaarheid van deze getallen. Deze planning is gebaseerd op de natuurlijke momenten waarop wij de intentie hebben om de EFG- labels te verduurzamen. Getallen kunnen lager uitvallen, aangezien er ook nog complexen met een monumentale status tussen zitten. Ons beleid is om de woningen naar minimaal label C te brengen, vandaar dat de aantallen voor punt 1 en 2 identiek zijn. Echter, in specifieke gevallen zou het kunnen dat hiervan wordt afgeweken. 2023

2024

2025

2026

41

130

126

2

2024 2

2025 0

2026 0

Cazas Wonen: 2023 0

Habion: Alle woningen hebben al het label C en hoger. Voornemens om 65 woningen te voorzien van zonnepanelen in 2024. Portaal: Wij renoveren in de basis niet naar label B, maar streven altijd naar minimaal label B en bij voorkeur naar de Standaard. Dit laatste besluiten pas tijdens de voorbereiding van een project aangezien de ingrepen niet altijd financieel haalbaar zijn of dat het een ingreep vraagt van een bouwdeel dat nog niet aan vervanging toe is. Daarnaast altijd de bekende disclaimer dat vertraging in de tijd tot verandering van de getallen kan leiden. 2023

2024

2025

2026

Wij doen niet aan renovatie naar label D

Wij doen niet aan renovatie naar label D

Wij doen niet aan renovatie naar label D

Wij doen niet aan renovatie naar label D

SSH: Onzelfstandige eenheden zijn niet labelplichtig, daarom hebben wij alleen labels voor zelfstandige eenheden. We hebben in totaal 58 zelfstandige, verspreid liggende, eenheden met een EFG-label, waarvan 15 monumentaal. De SSH werkt de maatregelen uit om de EFG-labels uit te faseren van de niet monumentale woningen. Door de diversiteit gaat het om maatwerk per woning. Woonin: 513 woningen in Utrecht met een E, F of G label staan op de MJIB voor renovatie in de periode 2023-2026. Meer dan de helft (278) hiervan is ‘hard’ (er is een projectbesluit genomen). Voor de overige 235 moet nog een projectbesluit worden genomen. Bij renovatie isoleren naar de isolatiestandaard. Dit komt in de praktijk vaak overeen met label A/A+. We pakken E, F en G labels niet alleen bij renovatie aan, maar ook via andere werkstromen. Zo verduurzamen we bij planmatig onderhoud indien nodig het dak of de gevel, waardoor 31

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

een woning met een E, F of G label naar een D of beter stijgt. Ook plaatsen we projectmatig zonnepanelen en vervangen we CV ketels. Naar verwachting verduurzamen we op deze manier t/m 2028 zo’n 450 E, F en G labels naar label D of beter. Gemiddeld zo’n 90 p.j. dus. T/m 2026 komt dat naar schatting neer op 270 woningen. In Utrecht gaat het dan zo’n 90%, circa 240 woningen. 2. Aantal woningen met een E, F- of G-label dat de corporatie in de jaren 2023 t/m 2026 gaat verbeteren naar een label C of hoger, in de gemeente Utrecht. Bo-Ex: Deze planning is gebaseerd op de natuurlijke momenten waarop wij de intentie hebben om de EFG-labels te verduurzamen. Getallen kunnen lager uitvallen, aangezien er ook nog complexen met een monumentale status tussen zitten. Ons beleid is om de woningen naar minimaal label C te brengen, vandaar dat de aantallen voor punt 1 en 2 identiek zijn. Echter, in specifieke gevallen zou het kunnen dat hiervan wordt afgeweken. 2023

2024

2025

2026

41

130

126

2

2024 0

2025 0

2026 0

Cazas Wonen: 2023 0

Habion: Alle woningen hebben al het label C en hoger. Voornemens om 65 woningen te voorzien van zonnepanelen in 2024. Portaal: Zie onder #1. 2023

2024

2025

2026

335

383

671

80

SSH: Zie onder #1. Woonin: Zie onder #1. 3. Aantal woningen dat de corporatie aardgasvrij gaat maken in de jaren 2023 t/m 2026, in de gemeente Utrecht. Bo-Ex: Deze cijfers zijn gebaseerd op onze hardere renovatie- en sloop-nieuwbouwprojecten. Wij hebben hier alleen bestaande woningen meegenomen waarbij de bron voor ruimteverwarming aardgasvrij wordt, dus geen complexen waar het kookgas eruit gaat. Disclaimer: de planning van deze projecten kan nog aan verandering onderhevig zijn.

32

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

2023

2024

2025

2026

0

0

194

453

2024 0

2025 0

2026 0

Cazas Wonen: 2023 0

Habion: 323 woningen van de 424 woningen die Habion bezit in Utrecht, zijn aangesloten op het warmtenet. Dit blijft de komende jaren ongewijzigd. Portaal: Wat betreft gasloos maken van woningen, dat doen we bij renovaties in Overvecht en uiteraard bij sloop/nieuwbouw. 2023

2024

2025

2026

0

212

213

80

SSH: Op het USP wordt in samenwerking met de andere partijen gewerkt aan vervanging van het huidige gasgestookte warmtenet. Hier worden bij realisatie 2.200VHE (Johanna, Cambridge, Bisschoppen) op aangesloten. Verder verwijderen we kookgas bij keukenrenovaties. Woonin: Voor 824 woningen is gasafsluiting in deze periode concreet. Het gaat om de renovatie van 464 10hoogflats (die direct daarbij worden afgesloten van het gas) en nog 360 woningen in Overvecht Noord die vallen onder het project ‘OVN aardgasvrij’. Bij deze woningen wordt in 2023 m.b.v. de CHW het kookgas vervangen voor elektrisch koken, waardoor ze volledig aardgasvrij worden. Bij de Norbruislaan gaan we volledig van het gas af. Hiervoor is het investeringsbesluit al genomen, en draagvlak behaald onder de huurders. Start uitvoering gepland voor mei 2024 en loopt door in 2025. Dit terwijl de buurt in de plannen van de gemeente (transitievisie warmte) pas na 2040 op de planning staat. Het betreft 81 bestaande woningen. Maar hierbij wordt ook een deel (27 woningen) gesplitst naar 2 woningen en er worden 27 woningen toegevoegd op de zolders. en nog 1 woning die ergens halverwege het gebouw hangt. We hebben in de nieuwe situatie 134 gasloze woningen. 4. Aantal woningen dat de corporatie toekomstklaar gaat isoleren in de jaren 2023 t/m 2026, in de gemeente Utrecht.

Toekomstklaar wil zeggen dat de woning voldoet aan de Standaard voor woningisolatie. De Standaard geeft aan wanneer een woning voldoende geïsoleerd is zodat deze - voor wat betreft naoorlogse woningen - verwarmd kan worden met een temperatuur van 50 graden zonder dat de woning opnieuw aangepakt hoeft te worden. Dit betreft zowel de isolatie, kierdichting als ventilatie (zie Standaard en streefwaarden voor woningisolatie (rvo.nl)). Bo-Ex: Deze cijfers zijn gebaseerd op onze hardere renovatie- en sloop-nieuwbouwprojecten. Wij hebben van de renovatieprojecten nog niet precies in beeld of deze voldoen aan de Standaard, maar dit is wel de verwachting, gezien de integrale aanpak van de schil. Disclaimer: de planning van deze projecten kan nog aan verandering onderhevig zijn.

33

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

2023

2024

2025

2026

48

323

194

453

2024 39

2025 79

2026 53

Cazas Wonen: 2023 110

Habion: Geen, woningen voldoen. Voornemens om 65 woningen te voorzien van zonnepanelen. Portaal: Zie onder #1. 2023

2024

2025

2026

onbekend

onbekend

onbekend

onbekend

SSH: Nog niet bekend, we moeten nog uitzoeken wat de impact van de standaard is en of we deze willen volgen. Wel zijn we gestart met het enkel glas vervangen voor isolatieglas in stadspanden, dit gaan we stapsgewijs doen voor alle 200 stadspanden in Utrecht. Verder werken we aan een plan voor de verduurzaming van 900 eenheden (de hoogbouw) van het Tuindorp West Complex. Woonin: Zie onder #1. Hard + zacht uitgesplitst in jaren in de tabel hieronder. 2023

2024

2025

2026

189

104

117

103

34

Utrechtse leidraad bij sloop of renovatie Deel 1 inleiding en werkwijze In het coalitieakkoord staat opgenomen dat het college zeer terughoudend wil zijn met sloop/nieuwbouw van sociale huurwoningen: “We sturen per project of combinatie van projecten. We zijn zeer terughoudend met sloop/nieuwbouw van sociale huurwoningen. Bij projecten waarbij ook woningen verdwijnen, borgen we dat de voorraad sociale huurwoningen ten minste gelijk blijft in absolute aantallen. Bewoners hebben recht op terugkeer en we streven naar behoud van dezelfde woonlasten.” Om deze ambities uit het coalitieakkoord gestalte te geven is er door de gemeenteraad gevraagd om een kader waarlangs de afweging tussen sloop en/of renovatie in Utrecht gelegd kan worden. Uitgangspunt bij sloop/nieuwbouw is ‘we slopen niet, tenzij’. In deze leidraad is uiteengezet welke variabelen gecheckt worden om de uiteindelijke afweging te kunnen maken. Voorafgaand moet er rekening gehouden worden met het feit dat corporaties autonome organisaties zijn en uiteindelijk zelf de keuze voor sloop/nieuwbouw/renovatie maken en denkprocessen over een aanpak voor huurders tot veel onzekerheid kan leiden. De leidraad wordt in gezamenlijkheid toegepast (en blijft vertrouwelijk tot de besluitvorming gereed is). De leidraad is in feite een verdere invulling van het eerdergenoemde ‘tenzij’.

Het gaat om de nieuwe projecten, zoals genoemd gedefinieerd in de brief Woningbouwambities in relatie tot het coalitieakkoord . Dat wil zeggen projecten waarvoor geen intentiedocument, een omgevingsvisie of een grondexploitatie is vastgesteld bij het aanbieden van deze Leidraad. In reeds lopende projecten willen we de keuze niet terugdraaien, maar biedt de methodiek van de leidraad mogelijk inzicht voor de onderbouwing van de eerdere keuze. Wil de leidraad effectief benut worden dan zal het uitgangspunt moeten zijn dat de corporaties en gemeente in een vroeg stadium met elkaar in gesprek gaan als sloop een te overwegen scenario is. Het voorstel is om dit te doen in de aanloop naar een Intentiedocument (IDOC). Hieronder wordt aangegeven welke werkwijze we hanteren in het planproces. Werkwijze in relatie tot planproces. Om langs een leidraad sloop tot een goede afweging te komen is het van belang om het proces van planvorming zorgvuldig te doorlopen. Hierbij moeten de stakeholders op de juiste momenten in de tijd worden betrokken. Corporaties en gemeente spreken af dat de partijen elkaar in een vroeg stadium betrekken. Voordat een draagvlakmeting wordt gehouden moeten gemeenten en corporaties afgestemd hebben over de richting en intentie van het project. Uitgangspunt hierbij is dat we het eens zijn over de ontwikkeling en er een vastgesteld intentiedocument ligt.

De leidraad geldt hierbij als onderbouwing. Voorstel is om onderstaand schema (figuur 1) te volgen. De gemeente en de corporaties sluiten aan bij de actualisatie van het MPR en Peilstok (2x per jaar). Daarbij delen corporaties en gemeente de portefeuillestrategie met elkaar. Dat doen we gebiedsgericht. Corporaties geven aan waar zij de komende periode na gaan denken over renovatie dan wel sloop. Vertrouwelijkheid is hierbij een voorwaarde vanwege de maatschappelijke impact. Aan de hand van de leidraad sloop (deel 2 in dit document) wordt in een verkenning met elkaar sloop tegen renovatie afgezet. Vervolgens komt er een goed onderbouwd advies voor sloop of renovatie om richting een eerste bestuurlijk gedragen gezamenlijke intentie te komen. Daarmee is er nog geen definitief besluit, maar formuleren we met elkaar de onderzoeksvraag voor de volgende fases. Daarna worden de reguliere ASP en UPPtrajecten verder vervolgd waarin huurders actief betrokken worden. Parallel hieraan wordt het project

ook geregistreerd in het MPR waardoor ook de relatie met de prestatieafspraken wordt geborgd. In dat vervolgtraject kan de leidraad houvast bieden om inzichtelijk te houden wat de afweging voor sloop of renovatie is. In deel 2 van dit document wordt in de leidraad getoond welke variabelen moeten worden onderzocht bij de afweging voor sloop of renovatie. Figuur 1.

Deel 2 Leidraad 1. Wijk. Een plan moet worden bekeken in de bredere context van de omgeving. Hieronder moet een onderbouwing worden gegeven op variabelen die een sloop/renovatie plan afzet tegen de ontwikkelingen die we in de betreffende wijk of, indien mogelijk, buurt zien. • • • • •

Huidige voorraad wijk en buurt naar segment en woningtypologie Benodigde en al geplande voorraadontwikkeling wijk en buurt Past het plan bij mogelijke gebiedsvisie, omgevingsvisie of toekomstige buurtagenda Demografie en ontwikkeling daarvan in wijk en buurt (ook bezetting), wat is er nodig in een wijk Effect op bestaande sociale structuren in een wijk of buurt.

2. Project Vervolgens wordt gekeken naar de eigenschappen van het project. Hierbij is het van belang om inzichtelijk te krijgen van zowel sloop/nieuwbouw als renovatie wat dit zou betekenen voor onderstaande variabelen en de verbetering daarop. Deze moeten dan voor sloop/nieuwbouw en renovatie naast elkaar worden gezet. • • • • •

Onderbouwing bouwkundige staat Voorgenomen netto toegevoegde aantallen Woningtypologie (o.b.v. de vraag) (on-)Mogelijkheden die de betreffende corporatie heeft om elders woningen toe te voegen Verbeterniveau op de volgende onderdelen1: - Duurzaamheid en energie - Circulariteit - Contactgeluid tussen woningen onderling - Binnenklimaat (waaronder schimmel) - Groen - Toegankelijkheid - Veiligheid

1 Omdat het gaat om een verkenning van mogelijkheden volstaat hier een quickscan op deze onderdelen.

• • •

• •

- Stedenbouwkundige en architectonische waarde Kostenplaatje: vergelijking sloop versus renovatie Afweging woonlasten voor en na sloop of renovatie Mogelijkheden op terugkeervoorrang 3. Proces Plan van aanpak voor huurders en hoe deze te betrekken (afspraken over inspraak, herhuisvesting, informatievoorziening enz.) Effect op voorraad. Planning en doorlooptijd (hoe lang woningen niet bewoond kunnen worden in geval sloop resp. renovatie)

De leidraad is niet bedoeld om via een score op een ja of nee te komen. Het is bedoeld om alle variabelen die bij sloop nieuwbouw of renovatie komen kijken op een rij te zetten en in samenhang te bekijken. Het kan fungeren als checklist om de terughoudendheid met sloop te borgen. In goed (bestuurlijk) overleg en in een gezamenlijke afweging bepalen corporaties en gemeente of sloop of renovatie de beste optie is voor een complex. Deze afweging wordt ook in het vervolg UPP en ASPtraject gebruikt om huurders te betrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=91ffb997-72f2-4a57-8abe-e68bcbf6bdc4