CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 29 juni 2023, gemeente Utrecht34.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken van 29 juni 2023 Agenda bijlagen Cie-Behandeling VJN 2023.docx 2023 Planning behandeling VJN.pdf 1 Opening en mededelingen 2 Raadsvoorstel Voorjaarsnota 2023 en Eerste bestuursrapportage 2023 AANPASSING: De aanpassingen in het erratum zijn in Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 verwerkt (26 juni 2023, Raadsvoorstellen weekoverzicht 2 juli 2023). Dossier 3291 voorblad.pdf Raadsvoorstel Voorjaarsnota 2023 en eerste bestuursrapportage 2023.docx Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 (inclusief erratum, juni 2023).pdf Subsidiestaat 2023.pdf Subsidiestaat 2024.pdf 2.1 Raadsbrief Schriftelijke vragen Voorjaarsnota 2023 en Eerste Bestuursrapportage 2023 Raadsbrief Beantwoording schriftelijke raadsvragen en erratum VJN-1e berap 2023.docx Schriftelijke vragen VJN-1e berap 2023.docx Bijlage vraag 286.pdf Erratum VJN-1e berap 2023.docx 3 Raadsvoorstel Meerjaren Perspectief Ruimte 2023 Dossier 3398 voorblad Raadsvoorstel Meerjaren Perspectief Ruimte 2023.docx Meerjaren Perspectief Ruimte 2023.pdf Bijlage Financieel overzicht bij hoofdstuk 2 MPR.pdf Wijzigingsbesluit Parkeerbelastingsverordening - DROP.docx Meerjaren Groenprogramma ''Ruimte voor Groen uitvoeringsprogramma 2023-2027'.pdf Bijlage Voortgang woningbouwprojecten 100+.pdf Bijlage Projectenlijst middenhuur.pdf Wijzigingsbesluit Nadere regel uitgifte

parkeervergunningen en garageplaatsen 2023 DROP.docx 4 Raadsvoorstel Meerjaren Perspectief Utrechts Vastgoed 2023 Dossier 3397 voorblad Raadsvoorstel Meerjaren Perspectief Utrechts Vastgoed 2023.docx Meerjaren Perspectief Utrechts Vastgoed 2023.pdf 5 Raadsvoorstel Programma Water en Riolering Utrecht 2024-2028 Dossier 3382 voorblad Raadsvoorstel Programma Water en Riolering Utrecht 2024-2028.docx Programma water en riolering Utrecht 2024-2028.docx Overzicht - Tekstuele wijzigingen Bijdrageregeling niet-rioleringsprojecten.docx

Schema commissiebehandeling VJN 2023 De commissiebehandeling van de VJN 2023 staat gepland op 27-28-29 juni 2023. De VJN-commissie is een doorlopende vergadering waar de zes commissies de VJN bespreken verdeeld over drie dagen (7 dagdelen). Dinsdagavond is traditiegetrouw voor financiën gereserveerd zonder spreektijden.

Indeling VJN 2023 Woensdag start 10.00

Donderdag start 10.00

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (VBF)

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte

Voorzitter: Ralph Peters Griffier: Gijs Corten

Voorzitter: Gertjan te Hoonte Griffier: Johan Dorst

Openbare orde en Veiligheid (incl. mensenhandel en

Mobiliteit, Groen, Dierenwelzijn, Openbare ruimte,

drugscriminaliteit), Handhaving, Ombudszaken, Internationale zaken, Regionale samenwerking,

Markten en Havens en Werven

Burgerzaken, Personeel en Organisatie, Financiën, Participatie

NB Financiën op dinsdagavond met wethouder Financiën Voorzitter: Has Bakker Griffier: Johan Dorst Woensdag vervolg

Donderdag vervolg

Commissie Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport (JWCS)

Commissie Ruimtelijke ontwikkeling en grondzaken

Voorzitter: Rachel Heijne Griffier: Maud van Leeuwen

Jeugd en Jeugdzorg, Diversiteit en inclusie, Publieksdienstverlening, Wmo en Welzijn,

Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, Asiel en Integratie, Erfgoed (exclusief werven), Cultuur, Sport

(ROG)

Voorzitter: Joost Vasters Griffier: Frank de Kok Ruimtelijke ordening en Ruimtelijke Projecten (Groot Merwede, MWKZ, Stationsgebied), Westraven, A12-

zone, Rijnenburg, Lunetten-Koningsweg en Overvecht en Utrecht Science Park, Grondzaken

NB: wethouder van Hooijdonk afwezig tussen 16.4517.30 Woensdag vervolg

Donderdag vervolg

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed

Voorzitter: Ingeborg Hornsveld Griffier: Willemien Kok

Voorzitter: Bert van Steeg Griffier: Mariska de Vos

Economie (VOWE)

en Wonen (EDVW)

Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Milieu en

Volksgezondheid, Drugs, Sekswerk, Onderwijs (incl.

Emissieloos vervoer, Wonen en Volkshuisvesting,

Evenementen

Overvecht

MBO), Werk en Inkomen, Economische Zaken,

Vastgoed, Wijk- en Buurtaanpak, Samen voor

NB: Inbreng door de fracties per blok in 2 termijnen.

Planning behandeling VJN 2023

SCHRIFTELIJKE VRAGEN

Dinsdag

Verzending VJN

het format in de bijlage.

16 mei

Presentatie Voorjaarsnota 2023

Verstuur per fractie alle vragen in één keer

18.45—19.15 Naast de VJN worden ook de eerste Bestuursrappor-

Lever schriftelijke vragen over de VJN aan via

naar raadsvragencyclus@utrecht.nl.

tage 2023 en bijbehorende stukken toegevoegd

Respecteer de deadline en lever uw vragen aan 30 mei vóór 14.00 uur.

Schriftelijke vragen kunnen, naast informatief/technisch, politiek van aard zijn.

Dinsdag 23 mei

Technische bijeenkomst VJN en JS

(avond)

In de technische bijeenkomst krijgen raadsleden een toelichting op de VJN van de ambtelijke organisatie. Er is ruimte voor beantwoording van inhoudelijke vragen.

Graag wel de focus op het voorliggende on-

Dinsdag

Deadline indienen schriftelijke vragen

De VJN-commissie is een doorlopende verga-

derwerp.

30 mei

VJN

dering waar de zes commissies de VJN be-

Algemene Beschouwingen (8 juni 2023): dit is een politiek debat op hoofdlijnen tussen fracties onderling. De algemene bijdrage van uw

fractie bestaat uit uw visie op de stad. Wat moet er in uw ogen anders? Waar gaat u op inzetten komend jaar en deze raadsperiode?

spreken verdeeld over drie dagen. Dinsdag-

14.00 uur Donderdag

Algemene Beschouwingen VJN (ochtend)

8 juni Dinsdag

avond is traditiegetrouw voor financiën gereserveerd zonder spreektijden. Voor woensdag en donderdag krijgen alle fracties en het col-

Beantwoording schriftelijke vragen VJN

lege één pot spreektijd voor beide dagen. Behandeling vindt plaats in twee termijnen.

13 juni

Het college reageert pas tijdens de behandeling in de commissies.

Dinsdag

Commissie Financiën VJN (avond)

amendementen indienen, uiterlijk voor de

27 juni Neem voor ondersteuning bij het opstellen, of

de beoordeling van uw moties en amendementen, tijdig contact op met de griffie.

Woensdag

COMMISSIE VBF, JWCS en VOWE over VJN

28 juni

(hele dag, aansluitend aan elkaar)

Donderdag

COMMISSIE MGOR, ROG, EDVW over VJN

29 juni

(hele dag, aansluitend aan elkaar)

Donderdag

Raadsvergadering VJN/JS (hele dag)

6 juli

Fracties kunnen hun voorgenomen moties en bijdrage in de raad, via moties@utrecht.nl

In de bijlage vindt u een lijst met onderwerpen en de bijbehorende namen en telefoonnummers van de medewerkers die u kunt bellen met uw technische vragen.

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer

3291

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

28 juni 2023

Agendapunt

2

Omschrijving

Voorjaarsnota 2023 en Eerste bestuursrapportage 2023

ID

3486

Behandelend ambtenaar

Cora Bakker

Telefoon

06 10 515 676

E-mail

cora.bakker@utrecht.nl

Datum collegebesluit

9 mei 2023

Geocodering Thema Portefeuillehouder

Wethouder Schilderman

Beleidsveld

Financiën

Referendabel

Nee

Reden niet referendabel

Sub d: Raadsvoorstel over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening.

Raadsadviseur (lijst)

Raadsadviseur/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Gemeenteraad

8 juni 2023

Commissie Veiligheid, Bestuur en

27 juni 2023

Financiën Commissie Veiligheid, Bestuur en

28 juni 2023

Financiën Commissie Veiligheid, Bestuur en

28 juni 2023

Financiën Gemeenteraad

6 juli 2023

Toelichting De bijlages zitten hoofdzakelijk in de Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023. Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Cora Bakker 11139558 6 juli 2023 Nee (artikel 3 lid 2 onder d Verordening raadgevend referendum) Ja, een of meer bijlage(n)

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het geactualiseerde financiële beeld ten opzichte van de Begroting 2023 vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 4 bestaande uit: a. De financiële ontwikkelingen met een bedrag van 23,8 miljoen euro (voordeel) in 2024 en structureel 18,5 miljoen euro (voordeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.1. b. De prijsstijgingen, bestaande uit een nacalculatie voor de cao 2023 en reguliere indexatie van de begroting voor het jaar 2024 met een bedrag van 30,5 miljoen euro (nadeel) in 2023 en structureel 29,8 miljoen euro (nadeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.2 c. De knelpunten met een bedrag van 6,8 miljoen euro (nadeel) in 2023 en structureel 27,0 miljoen euro (nadeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.3. d. Het bestemmen van de inkomsten voor groei van de stad voor de uitgaven van deze groei met een bedrag van 4,4 miljoen euro in 2023 en vanaf 2024 12,9 miljoen structureel, zoals toegelicht in paragraf 4.2.4. 2. In te stemmen met de extra inzet voor beleid (inclusief wensen van de raad) van 5,6 miljoen euro in 2023 en structureel 4,2 miljoen euro, zoals toegelicht in paragraaf 4.2.5 en 4.2.6. 3. In te stemmen met de financiële strategie met maatregelen om in deze voorjaarsnota te komen tot een sluitend financieel beeld bestaande uit: a.

Het financiële uitgangspunt “verwachte rijksinkomsten" van 11,1 miljoen euro in 2023, oplopend naar 51,6 miljoen euro structureel, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.1, bestaande uit: i. Te verwachten inkomsten Rijk voor 23,4 miljoen euro in 2027 en vanaf 2028 26,5 miljoen euro structureel ii. Bijstelling bestaand beleid gemeentefonds voor 11,1 miljoen euro in 2023, oplopend naar 19,3 miljoen euro structureel b. De extra compensatie voor het effect van de inflatie 2022, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.2, bestaande uit: i. Verhogen van de meerjarenbegroting met 16,8 miljoen euro in 2023 en structureel 10,3 miljoen euro ii. Dit vanaf 2023 voor 6,0 miljoen euro structureel te dekken uit de aangekondigde nacalculatie van het Rijk voor de inflatie 2022 iii. Dit voor 2,5 miljoen euro in 2024 en structureel 4,0 miljoen euro structureel te dekken uit de begrote middelen voor het na-ijl effect van prijsstijgingen uit de Begroting 2023 iv. Dit voor een bedrag van 0,7 miljoen euro incidenteel te dekking uit de verwachte compensatie voor het opzeggen van het Gazprom contracten

c.

v. De reservering in de Begroting 2023 voor extreme prijsstijgingen te verlagen met 0,5 miljoen euro voor de jaren 2024 en 2025 Bijsturen op de huidige begroting door inkomsten te verhogen en te bezuinigen voor 8,6 miljoen euro in 2023 en structureel 8,9 miljoen euro, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.3, bestaande uit: i. Inkomsten te verhogen met 0,3 miljoen euro in 2024 en structureel 3,7 miljoen euro ii. Bezuinigen op het huidige beleid met 7,8 miljoen euro in 2024 en structureel 4,0 miljoen euro, zoals toegelicht in bijlage 3 iii. Bijstellen van ambities uit het coalitieakkoord met 0,8 miljoen in 2023 en structureel met 1,2 miljoen euro

4. Om te komen tot een houdbaar stelsel Jeugdzorg en WMO het tekort van 5,1 miljoen euro in 2024, oplopend naar 15,4 miljoen euro structureel, binnen het brede sociaal domein op te lossen door inhoudelijke keuzes te maken volgens de volgende sporen: a. Een slagvaardig proces, waarbij i. In het najaar 2023 wordt besloten over een invulling en weging van de door te voeren maatregelen en de uitwerking daarvan ii. onze partners in stad worden betrokken bij de uitwerking iii. en op de reguliere momenten van de begrotingscyclus de voortgang en ontwikkelingen worden gemonitord b. Op een duurzame en toekomstbestendige manier onze inwoners die dat het meest nodig hebben zo goed als mogelijk helpen door: i. Het richten van de inzet op het wegnemen van de oorzaken die leiden tot behoefte aan zorg en ondersteuning, waarbij zoveel als mogelijk de maatregelen en basisvoorzieningen die daaraan een bijdrage leveren zoveel mogelijk te ontzien ii. Met het vertrekpunt dat we een basis voor iedereen bieden de principes voor ongelijk investeren voor gelijke kansen te hanteren om ervoor te zorgen dat de beperkte middelen worden ingezet voor de inwoners en buurten die dit het hardst nodig hebben iii. Het vereenvoudigen van de organisatie van zorg en ondersteuning in de stad en in de wijk iv.

Te stoppen met pilots, tijdelijke programma’s en regelingen die geen structurele bijdrage leveren aan de verbetering van de uitvoeringspraktijk. v. In te zetten op 100% compensatie vanuit het Rijk op de “extra” Utrechtse inzet boven op het wettelijk minimum. Wordt dit niet geëffectueerd, dan beoordelen we de “extra” inzet volgens de redeneerlijn van uitgangspunten i t/m iv. c. Financiële uitgangspunten om het tekort inhoudelijk in te vullen: i. Een extra bijdrage van het Rijk voor de jaren 2024 en 2025 van in totaal 4,5 miljoen euro voor het creëren van een groeipad om de taakstelling vanaf 2026 te realiseren ii. Een verwachte extra bijdrage van het Rijk voor jeugd, waarbij we een risico inschatting maken van 35% wat leidt tot een extra inkomsten van 5,6 miljoen euro in 2026, oplopend naar 5,8 miljoen euro structureel vanaf 2027 iii. een ingroei periode van twee jaar voor de Wmo (2024 en 2025) en om de maatregelen uit te werken en implementeren voor een totaal bedrag van 8,2 miljoen euro, en vanaf 2026 het tekort volledig op te lossen binnen het brede sociale domein iv. inzet van extra tijdelijke capaciteit om de opgave vorm te geven van in totaal 1,5 miljoen euro voor de jaren 2024 en 2025 5. Met het oog op het gang houden van woningbouwprojecten middelen binnen het ruimtelijke domein beschikbaar te maken door: a.

het bestedingsdoel van de reservering voor betaalbaar wonen te verbreden van “betaalbaar wonen” naar “betaalbaar wonen en het op gang houden van woningbouwprojecten”. b. Een bedrag van 3,3 miljoen euro te onttrekken aan de reservering voor betaalbaar wonen en dit te bestemmen voor investeringen in de openbare ruimte die nodig zijn om woningbouwprojecten op gang te houden, zoals genoemd in bijlage 4 (deels geheim)

2

6. De actualisatie van het Meerjarenperspectief Ruimte 2023 hoofdstuk 2, getiteld “Koers houden in een veranderde markt”, zoals opgenomen in bijlage 5 vast te stellen overeenkomstig de uitgangspunten zoals toegelicht in bijlage 6 en toevoeging van de jaarschijf 2027, inclusief de onderstaande keuzes: a. Het tekort voor het pakket Groei in Balans in 2027 (3,9 miljoen euro) en het tekort in het structurele beeld (2,3 miljoen euro) te dekken door verlaging van budgetten uit het coalitieakkoord voor de schaalsprong groen, de schaalsprong fiets en “spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte” en van kapitaallastenbudgetten vanaf 2027 voor sportaccommodaties en cultuur volgens het principe “samen trap op, samen trap af” en deze in een volgende voorjaarsnota op basis van projectvoorstellen een inhoudelijke prioritering opnemen voor de toebedelen. b. Verlaging van het budget duurzame mobiliteit voor de schaalsprong fiets met 5 miljoen euro incidenteel verdeeld over de jaren 2023 tot en met 2027 en 0,85 miljoen structureel vanaf 2024, dit als onderdeel van het bijsturen (paragraaf 4.3.3) om de begroting sluitend te maken 7. In te stemmen met een kasschuif van de resultaten van de jaren 2023 tot en met 2027, zoals opgenomen in het financiële beeld in paragraaf 4.1, via de Algemene dekkingsreserve om het saldo van de begroting vanaf 2024 in evenwicht te laten zijn. 8.

De mutaties uit de Eerste Bestuursrapportage 2023 vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 5 bestaande uit: a. De majeure afwijkingen op de Programmabegroting 2023 voor een bedrag van 0,8 miljoen euro (positief), zoals toegelicht in hoofdstuk 6 b. Het instellen van nieuwe reserves: i. reserve Betaalbaar wonen en woningbouwprojecten met als doel het realiseren van meer betaalbare woningen in het sociale en middenhuursegment en het op gang houden van woningbouwprojecten, overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 8 ii. reserve Armoedebestrijding en schuldhulpverlening voor een periode van vier jaar met doel eventuele incidentele ruimte voor armoedebeleid en schuldhulpverlening beschikbaar houden voor inzet armoederegelingen en het opvangen van overschrijdingen, overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 8 c. De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten, zoals toegelicht in hoofdstuk 7 d. De budgettair neutrale bijsturingsvoorstellen, zoals opgenomen in bijlage 7 Totaaloverzicht budgettair neutrale wijzigingen e. De wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten, zoals toegelicht in hoofdstuk 9 f. De investeringskredieten 2023 (vervangings- en uitbreidingsinvesteringen) vrij te geven van in totaal 203,9 miljoen euro, zoals toegelicht in hoofdstuk 9 g. Het opheffen van de reserve Re-integratiefonds Werk en Inkomen 9.

Hiermee de Voorjaarsnota 2023 en Eerste Bestuursrapportage 2023 vast te stellen en de Begroting 2024 op te stellen en de Begroting 2023 aan te passen. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

3

Geheimhouding Het college heeft tijdelijke geheimhouding opgelegd op de bijlage ‘Investeringsprojecten’ en bijlage 4B ‘Aanpak continuering woningbouw (Deel B Strategische projectinzet)’ op grond van artikel 87 van de Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 2 sub b en i van de Wet open overheid totdat aanbestedingen zijn uitgevoerd, de onderhandelingen zijn afgerond en de woningbouwprojecten zijn afgerond. De bijlagen bevat financiële informatie voor de gemeentelijke inzet en de strategie per project. Deze informatie kunnen marktpartijen gebruiken bij aanbestedingen en onderhandelingen met de gemeente. Het is van belang dat marktpartijen geen inzage krijgen in onze financiële mogelijkheden, de inzet per project en strategische doelen die de gemeente daarmee wil bereiken. Daarom mag deze informatie niet openbaar worden.

4

Samenvatting In deze voorjaarsnota worden keuzes voorgesteld die passen bij het huidige tijdsbeeld waarin onzekerheden blijven. Daarmee blijft Utrecht investeren in de grote opgaven die veel inwoners nu en in de toekomst raken: kansengelijkheid, betaalbaar wonen en het klimaat. Om deze investeringen mogelijk te maken, zijn vanwege het financiële vertrekpunt met een structureel tekort bijsturingsmaatregelen noodzakelijk. Met als resultaat een structureel sluitend begrotingsbeeld.

Context Aanleiding Onderdeel van de Utrechtse planning en control cyclus zijn de voorjaarsnota en de bestuursrapportages. In de voorjaarsnota wordt meerjarig vooruitgekeken en worden de ontwikkelingen geschetst, indien nodig wordt beleid aangepast of geïntensiveerd en wordt het financiële beeld geactualiseerd. De voorstellen in de Voorjaarsnota 2023 zijn de basis voor het opstellen van de Programmabegroting 2024. Bij de Voorjaarsnota 2023 hoort ook de Eerste Bestuursrapportage 2023 over de eerste drie maanden van dit begrotingsjaar. In deze bestuursrapportage rapporteert het college over de uitvoering voor het jaar 2023 van de programma’s en investeringsprojecten, ook wordt de begroting bijgesteld met voorstellen voor bijsturing (budget neutraal). Juridische context De gemeenteraad heeft het budgetrecht, dit wil zeggen de bevoegdheid om financiële middelen toe te wijzen aan de verschillende gemeentelijke taken en ervoor te zorgen er geen financieel tekort is. Dit is opgenomen in artikel 189 en verder van de Gemeentewet. Conform de Financiële Verordening van de gemeente Utrecht biedt het college aan de raad in het lopende jaar twee bestuursrapportages aan en ieder jaar voor 1 juni een voorjaarsrapportage die de basis vormt voor de programmabegroting van het volgende jaar (jaar t+1).

Het instellen van reserves en het toevoegen en onttrekken van bedragen aan de reserves is een raadsbevoegdheid, dit overeenkomstig de nota Reserves. Beslistermijn Conform artikel 2 Beleidscyclus lid 2 van de Financiële Verordening biedt het college de raad de Voorjaarsnota 2023 en Eerste Bestuursrapportage 2023 aan op uiterlijk 1 juni 2023. De raad stelt de voorjaarsnota uiterlijk op 14 juli 2023 vast, gelijktijdig met de Jaarstukken 2022 en de meerjarenprogramma’s zoals het MPR, MPUV, MJIP en het Meerjarenprogramma Water en Riolering. Beoogd effect De voorjaarsnota geeft inzicht in de actuele financiële ontwikkelingen, zowel beleidsmatig als financieel, op basis waarvan de integrale afweging kan plaatsvinden van middelen en beleidsmaatregelen. De voorjaarsnota biedt een basis voor het een reële en sluitende begroting 2024. Met het vaststellen van de Eerste Bestuursrapportage 2023 wordt de Programmabegroting 2023 aangepast aan de actuele ontwikkeling, en worden de uitgaven van het college voor deze ontwikkelingen rechtmatig. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Programmabegroting 2023 en Eerste begrotingswijziging 2023

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Het geactualiseerde financiële beeld ten opzichte van de Begroting 2023 vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 4 bestaande uit: a) De financiële ontwikkelingen met een bedrag van 23,8 miljoen euro (voordeel) in 2024 en structureel 18,5 miljoen euro (voordeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.1.

5

b) De prijsstijgingen, bestaande uit een nacalculatie voor de cao 2023 en reguliere indexatie van de begroting voor het jaar 2024 met een bedrag van 30,5 miljoen euro (nadeel) in 2023 en structureel 29,8 miljoen euro (nadeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.2 c) De knelpunten met een bedrag van 6,8 miljoen euro (nadeel) in 2023 en structureel 27,0 miljoen euro (nadeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.3. d) Het bestemmen van de inkomsten voor groei van de stad voor de uitgaven van deze groei met een bedrag van 4,4 miljoen euro in 2023 en vanaf 2024 12,9 miljoen structureel, zoals toegelicht in paragraf 4.2.4. Argumenten 1.1

Er zijn onvermijdelijke ontwikkelingen binnen en buiten Utrecht die het financieel beeld van de gemeente beïnvloeden Sinds de vaststelling van de Begroting 2023 zijn er een aantal ontwikkelingen geweest die het financiële beeld beïnvloeden. Dit zijn ontwikkelingen die op ons afkomen, zoals actualisatie van de inkomsten van het Rijk, inkomsten voor groei van de stad, stijgende prijzen en knelpunten. Op basis van deze ontwikkelingen wordt de beschikbare financiële ruimte bepaald, het financiële vertrekpunt van deze voorjaarsnota.

1.2

De begroting wordt aangepast aan de ontwikkeling van het prijspeil Door de inflatie stijgen jaarlijks de prijzen. Om de begroting in lijn te laten lopen met de reële kostenontwikkeling wordt de gehele begroting geïndexeerd voor de verwachte stijging van de kosten. Op deze wijze kunnen de huidige taken en ambities op dezelfde wijze of hetzelfde niveau uitvoeren. Ook de inkomsten worden aangepast aan dit prijspeil, zodat een deel van de kostenstijging gedekt wordt uit deze extra inkomsten. Dit betreft de reguliere indexatie van de begroting. In deze voorjaarsnota is ook een extra aanvulling voor de inflatie 2022 opgenomen.

1.3

De knelpunten zijn onvermijdelijk, onuitstelbaar en onoplosbaar De gemeentelijke begroting staat voortdurend onder spanning door ontwikkelingen die onvermijdelijk op ons afkomen, zoals bijvoorbeeld de consequenties van wettelijke verplichtingen. Als de kostenstijging niet langer kunnen worden uitgesteld en ook niet kunnen worden opgevangen binnen de programma’s of door bijsturen van beleid, moeten ze worden geaccepteerd en moet de begroting hiermee worden aangepast. Zo blijft de begroting reëel sluitend. Knelpunten moeten voldoen aan drie criteria: ze moeten onvermijdelijk zijn (bijsturen is niet mogelijk), onuitstelbaar (niet verschuifbaar in de tijd) en onoplosbaar (niet binnen bestaande budgetten op te vangen).

1.4

De groei van de stad vraagt om noodzakelijke investeringen De groei van de stad betekent niet alleen een uitbreiding van het aantal woningen en infrastructuur, het vraagt om uitbreiding van het voorzieningenniveau van scholen tot zorg, beheer van de nieuwe gebieden en toename van gebruik van diensten van de gemeente. Dit vraagt om investeringen in de nieuwe gebieden en bestaande stad en ook het verhogen van de uitvoeringsbudgetten voor de gemeentelijke taken. Door de groei ontvangen wij extra inkomsten uit het gemeentefonds door de groei van het aantal inwoners en extra OZB in verband met de toename van het aantal woningen. Door deze inkomsten te reserveren voor de groei van de stad, kunnen wij onze ambitie voor gezond stedelijk leven realiseren.

6

1.5

Het meerjarenbeeld voldoet aan de uitgangspunten van ons financiële beleid Een meerjarenbegroting moet voldoen aan financiële randvoorwaarden. Deze hebben wij zelf opgesteld, maar ook onze toezichthouder, de provincie Utrecht, ziet daarop toe. Van belang zijn een begroting met een structureel evenwicht en een weerstandsvermogen dat toereikend is om risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen en ook de financiële indicatoren, zoals de schuldquote, zijn geactualiseerd in de Jaarstukken 2022 en zijn op niveau. Met de besluiten uit deze voorjaarsnota blijft ook de begroting structureel in evenwicht, daarmee voldoen wij aan de twee genoemde randvoorwaarden.

Kanttekeningen/ Risico’s 1.1

Bij het opstellen van de voorjaarsnota is uitgegaan van het voorlopige resultaat uit de Jaarrekening 2022 en voorstel voor bestedings- en dekkingsvoorstellen. De controle van de accountant is nog niet afgerond en kunnen nog correcties moeten worden aangebracht, waardoor het uiteindelijke rekeningresultaat kan wijzigen. De bestedings- en dekkingsvoorstellen worden gelijktijdig met de Jaarstukken 2022 ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. Bij afwijkende besluitvorming wijzigt ook het beschikbare bedrag uit het jaar 2022 voor integrale afweging.

1.2

Het later of niet geheel realiseren van de financieel begrote bedragen leidt direct tot een tekort en noodzaak voor aanvullende maatregelen Het vertrekpunt van de Voorjaarsnota 2023 laat een structureel tekort zien. Daarmee is er noodzaak om keuzes te maken over het bijstellen van beleid om tot een sluitend financieel beeld te komen. In deze voorjaarsnota worden hiertoe voorstellen gedaan. De beoogde maatregelen uit de financiële strategie moeten tijdig en geheel gerealiseerd worden om het begrotingstekort op te lossen. Het later of niet geheel realiseren van de financieel begrote bedragen leidt direct tot een tekort en noodzaak voor aanvullende maatregelen. Het weerstandsvermogen is op het gewenste niveau en kan dit risico incidenteel afdekken.

Beslispunt 2

In te stemmen met de extra inzet voor beleid (inclusief wensen van de raad) van 5,6 miljoen euro in 2023 en structureel 4,2 miljoen euro, zoals toegelicht in paragraaf 4.2.5 en 4.2.6.

Argumenten 2.1

De extra inzet voor beleid heeft een maatschappelijke en of bestuurlijke urgentie en is in lijn met het coalitieakkoord Ontwikkelingen in het afgelopen jaar leiden tot aanpassingen in ons regulier beleid. Deze aanpassingen zijn beschreven in hoofdstuk 2 van de Voorjaarsnota

2.2

Vanuit het presidium is een verzoek ontvangen voor extra budget ten behoeve van het versterken van het democratieprogramma (0,2 mln structureel) en ten behoeve van een raadswissel (0,025 mln structureel).

2.3

Uitvoering wordt gegeven aan wens van de raad voor een financiële bijdrage te voor slachtofferhulp voor de aardbeving in Turkije en Syrië

7

In het debat naar aanleiding van raadsvragen over de aardbeving in Turkije en Syrië heeft het college aan de raad toegezegd een geldelijke bijdrage te doneren voor slachtofferhulp aan giro 555 voor één euro per inwoner. Kanttekeningen/ Risico’s 2.1

Dit besluit vergroot het tekort in het financieel beeld en daarmee ook de omvang van de benodigde bijsturing op de begroting. In de financiële strategie (paragraaf 4.3) zijn maatregelen opgenomen om te komen tot een sluitend financieel beeld.

2.2

Het verzoek van het presidium is nog niet bevestigd door de raad

Beslispunt 3

In te stemmen met de financiële strategie met maatregelen om in deze voorjaarsnota te komen tot een sluitend financieel beeld bestaande uit: a) Het financiële uitgangspunt “verwachte rijksinkomsten" van 11,1 miljoen euro in 2023, oplopend naar 51,6 miljoen euro structureel, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.1, bestaande uit: i. Te verwachten inkomsten Rijk voor 23,4 miljoen euro in 2027 en vanaf 2028 26,5 miljoen euro structureel ii. Bijstelling bestaand beleid gemeentefonds voor 11,1 miljoen euro in 2023, oplopend naar 19,3 miljoen euro structureel b) De extra compensatie voor het effect van de inflatie 2022, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.2, bestaande uit: i. Verhogen van de meerjarenbegroting met 16,8 miljoen euro in 2023 en structureel 10,3 miljoen euro ii. Dit vanaf 2023 voor 6,0 miljoen euro structureel te dekken uit de aangekondigde nacalculatie van het Rijk voor de inflatie 2022 iii. Dit voor 2,5 miljoen euro in 2024 en structureel 4,0 miljoen euro structureel te dekken uit de begrote middelen voor het na-ijl effect van prijsstijgingen uit de Begroting 2023 iv. Dit voor een bedrag van 0,7 miljoen euro incidenteel te dekking uit de verwachte compensatie voor het opzeggen van het Gazprom contracten v.

De reservering in de Begroting 2023 voor extreme prijsstijgingen te verlagen met 0,5 miljoen euro voor de jaren 2024 en 2025 c) Bijsturen op de huidige begroting door inkomsten te verhogen en te bezuinigen voor 8,6 miljoen euro in 2023 en structureel 8,9 miljoen euro, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.3, bestaande uit: i. Inkomsten te verhogen met 0,3 miljoen euro in 2024 en structureel 3,7 miljoen euro ii. Bezuinigen op het huidige beleid met 7,8 miljoen euro in 2024 en structureel 4,0 miljoen euro, zoals toegelicht in bijlage 3 iii. Bijstellen van ambities uit het coalitieakkoord met 0,8 miljoen in 2023 en structureel met 1,2 miljoen euro

Argumenten 3.1

Met het inschatten en financieel vertalen van de ontbrekende inkomsten van het Rijk worden onnodige bezuinigingen voorkomen Een van de vereisten aan het begrotingssaldo is dat deze structureel in evenwicht moet zijn. Op het moment dat er sprake is van een tekort moeten er maatregelen genomen worden om de begroting weer in evenwicht te brengen. Sinds het regeerakkoord uit 2021 zijn de inkomsten onzeker, vanaf 2026 is het gemeentefonds gekort waardoor een aanzienlijk structureel tekort in de gemeentelijke begrotingen ontstaat. Om aan de 8

vereiste van een structureel sluitende begroting te voldoen moet worden bijgestuurd om de kosten te verlagen of inkomsten te verhogen. Echter het is zeker dat er aanvullende inkomsten komen. Door hier een inschatting van te maken sluit de begroting aan bij de verwachting en wordt voorkomen dat onnodige bijsturingsmaatregelen genomen moeten worden. 3.2

Met het risicovoller inschatten van de onzekere inkomsten van het Rijk wordt invulling gegeven aan motie 321 “Accres vanaf 2026” In het coalitieakkoord is het “scherper aan de wind varen” een van de financiële uitgangspunten. In motie 321 “Accres vanaf 2026” is door de raad opgeroepen om de onzekere inkomsten van het Rijk risicovoller te begroten. In deze voorjaarsnota wordt hier invulling gegeven met een risico inschatting voor de inkomsten van het Rijk.

3.3

De inflatie gedurende 2022 is sterk toegenomen en leidt zonder aanvullende compensatie tot knelpunten De begroting voor 2023 en verder is op de reguliere wijze verhoogd voor het verwachte effect van de prijsstijgingen. De prijzen zijn echter doorgestegen en daarom worden de budgetten bij uitzondering extra verhoogd voor dit effect, met als doel de begroting te compenseren voor een reële kostenontwikkeling, zodat de begroting is om de reguliere taken te blijven uitvoeren. Met deze verhoging van in totaal 10 miljoen euro worden knelpunten voorkomen of verlaagd, zoals bijvoorbeeld in de meerjarenprogramma’s en kostenstijging van de bibliotheek. Dit is het kader voor nadere uitwerking bij de Begroting 2024. De indexatie waarmee in de voorjaarsnota is gerekend, is abusievelijk nog niet toereikend voor de dekking van de knelpunten bibliotheek en VNG-contributie. Deze worden conform het kader van deze voorjaarsnota in de Begroting 2024 van aanvullende dekking voorzien.

3.4

Knelpunten door prijsstijgingen worden verminderd of voorkomen Een reële compensatie van de begroting voor de prijsontwikkeling zorgt voor een begroting die passend is voor de uitvoering van de reguliere taken. Omdat de inflatie in 2022 zo sterk is opgelopen is aanvullende compensatie gewenst voor een begroting op een reëel kostenniveau. Het niet doorvoeren van deze aanvulling leidt tot knelpunten die ook moeten worden meegenomen in het financiële beeld.

3.5

Belastingen worden niet verhoogd In het coalitieakkoord is afgesproken om de belasting niet te verhogen, met uitzondering van de gebruikelijke jaarlijkse inflatiecorrectie van alle tarieven. Hierbij geldt dat in extreme situatie dit kan worden herzien. Dit betekent dat het oplossen van het tekort vraagt om bijsturing aan de kostenkant van de begroting. Wel worden een aantal kostendekkende tarieven verhoogd, waar deze gekoppeld zijn aan een knelpunt.

3.6

Tekorten worden zoveel mogelijk binnen het begrotingsprogramma opgelost Uitgangspunt bij het ontstaan van tekorten is om eerst te bezien of deze kunnen worden opgelost binnen het beleidsterrein en/ of begrotingsprogramma budgetten anders te alloceren en/ of beleid aan te passen.

3.7

In het coalitieakkoord is afgesproken om bij tekorten ook te kiezen voor bijsturen binnen de extra middelen uit het coalitieakkoord Voor de benodigde bijsturingsmaatregelen wordt ook gekeken naar de ambities uit het coalitieakkoord, voor zover deze nog niet gestart zijn. Daarbij zijn de ambities uit het brede sociale domein buitenbeschouwing te laten, gezien de aparte opgave waar het sociaal domein voor staat.

9

Kanttekeningen/ Risico’s 3.1

De risicoschattingen en maatregelen moeten tijdig en geheel gerealiseerd worden om het tekort op te lossen. Het later of niet geheel realiseren van de financieel begrote bedragen leidt direct tot een tekort en noodzaak voor aanvullende maatregelen. Het weerstandsvermogen is op het gewenste niveau en kan dit risico incidenteel afdekken.

Beslispunt 4

Om te komen tot een houdbaar stelsel Jeugdzorg en WMO het tekort van 5,1 miljoen euro in 2024, oplopend naar 15,4 miljoen euro structureel, binnen het brede sociaal domein op te lossen door inhoudelijke keuzes te maken volgens de volgende sporen: a. Een slagvaardig proces, waarbij i. In het najaar 2023 wordt besloten over een invulling en weging van de door te voeren maatregelen en de uitwerking daarvan ii. onze partners in stad worden betrokken bij de uitwerking iii. en op de reguliere momenten van de begrotingscyclus de voortgang en ontwikkelingen worden gemonitord b. Op een duurzame en toekomstbestendige manier onze inwoners die dat het meest nodig hebben zo goed als mogelijk helpen door: i. Het richten van de inzet op het wegnemen van de oorzaken die leiden tot behoefte aan zorg en ondersteuning, waarbij we zoveel als mogelijk de maatregelen en basisvoorzieningen die daaraan een bijdrage leveren zoveel mogelijk te ontzien ii. Met het vertrekpunt dat we een basis voor iedereen bieden de principes voor ongelijk investeren voor gelijke kansen te hanteren om ervoor te zorgen dat de beperkte middelen worden ingezet voor de inwoners en buurten die dit het hardst nodig hebben iii. Het vereenvoudigen van de organisatie van zorg en ondersteuning in de stad en in de wijk iv.

Te stoppen met pilots, tijdelijke programma’s en regelingen die geen structurele bijdrage leveren aan de verbetering van de uitvoeringspraktijk. v. In te zetten op 100% compensatie vanuit het Rijk op de “extra” Utrechtse inzet boven op het wettelijk minimum. Wordt dit niet geëffectueerd, dan beoordelen we de “extra” inzet volgens de redeneerlijn van uitgangspunten i t/m iv. c. Financiële uitgangspunten om het tekort inhoudelijk in te vullen: i. Een extra bijdrage van het Rijk voor de jaren 2024 en 2025 van in totaal 4,5 miljoen euro voor het creëren van een groeipad om de taakstelling vanaf 2026 te realiseren ii. Een verwachte extra bijdrage van het Rijk voor jeugd, waarbij we een risico inschatting maken van 35% wat leidt tot een extra inkomsten van 5,6 miljoen euro in 2026, oplopend naar 5,8 miljoen euro structureel vanaf 2027 iii. een ingroei periode van twee jaar voor de Wmo (2024 en 2025) en om de maatregelen uit te werken en implementeren voor een totaal bedrag van 8,2 miljoen euro, en vanaf 2026 het tekort volledig op te lossen binnen het brede sociale domein iv. inzet van extra tijdelijke capaciteit om de opgave vorm te geven van in totaal 1,5 miljoen euro voor de jaren 2024 en 2025

Argumenten 4.1

In de voorjaarsnota kaders worden gesteld, die vervolgens nader worden uitgewerkt

10

In de systematiek van de planning en control-cyclus is de voorjaarsnota het instrument om de kaders voor de komende jaren vast te stellen, zowel beleidsmatig als financieel. Deze worden vervolgens in opmaat naar de begroting of een beleidsnota nader uitgewerkt. In deze voorjaarsnota worden drie sporen vastgesteld om te komen tot een structureel houdbaar sociaal stelsel. Daarmee wordt richting gegeven aan de uitwerking van inhoudelijke keuzes. De uitwerking van inhoudelijke keuzes worden in het derde kwartaal van 2023 aan de raad voorgelegd. 4.2

Met de aanpak voor inhoudelijke keuzes worden voorwaarden gecreëerd om het sociaal stelsel houdbaar en toekomstbestendig te maken We zien de vraag naar zorg uit de Jeugdwet en Wmo toenemen. Met als gevolg een gebrek aan personeel en stijgende kosten. Tegelijkertijd wordt deze stijgende vraag niet gecompenseerd door passende inkomsten van het Rijk. Dat maakt dat Utrechters niet de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben en dat bovendien de zorg onbetaalbaar wordt. In deze voorjaarsnota stellen we een aanpak voor waarmee we de Jeugdzorg en Wmo houdbaar willen maken.

4.3

We willen basiszorg bieden voor alle Utrechters en aanvullend hulp en ondersteuning voor de kwetsbare inwoners De ambitie dat iedereen kan rekenen op goede hulp en ondersteuning staat onder druk. De stijging van de vraag naar zorg, het tekort aan personeel, ruimte voor passende voorzieningen en de stijging van de zorgkosten maken dat er Utrechters niet de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben. Met de uitgangspunten richten wij ons op én een goede basiszorg voor alle Utrechters én richten ons vanuit de opgave kansengelijkheid op de kwetsbare inwoners die deze hulp en ondersteuning het hardst nodig hebben.

4.4

De financiële compensatie van het Rijk is niet toereikend De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid de gemeenten (incidenteel) gecompenseerd voor de stijgende uitgaven op de Jeugdwet en Wmo. Wij zien dat het Rijk gemeenten niet compenseert voor de stijgende zorgvraag en daarmee oplopende uitgaven. Ook dalen de inkomsten vanuit het Gemeentefonds door een bezuiniging uit de Hervormingsagenda jeugd. De stijgende kosten moeten gemeenten daarom grotendeels zelf opvangen.

4.5

Dit betreft een omvangrijke inhoudelijke beleidswijziging wat een intensief traject samen met de partners met zich meebrengt. Inhoudelijke wijziging vraagt tijd om goed te worden uitgewerkt, afgestemd met partners en geïmplementeerd. Dit vraagt extra ambtelijke inzet en een geleidelijke invoering daarvan. Daarom stellen we voor de ambtelijke capaciteit tijdelijk uit te breiden om dit traject goed te doorlopen. Voor de Wmo te kiezen we voor een ingroeipad om de maatregelen in te voeren. Deze ingroeiperiode is voor gerealiseerd door de afspraken uit het principeakkoord met het Rijk.

Kanttekeningen/ Risico’s 4.1

Het later of niet geheel realiseren van de financieel begrote bedragen leidt direct tot een tekort en noodzaak voor aanvullende maatregelen. De beoogde maatregelen moeten tijdig en geheel gerealiseerd worden om het tekort voor jeugdhulp en Wmo op te lossen een structureel begrotingstekort te voorkomen. Het later of niet geheel realiseren van de financieel begrote bedragen leidt direct tot een tekort en noodzaak voor aanvullende maatregelen. Het weerstandsvermogen is op het gewenste niveau en kan dit risico incidenteel risico afdekken.

11

4.2

Realisatie van de uitwerking van het principeakkoord op de jeugdhulp en andere ontwikkelingen op het terrein van jeugd en Wmo zijn van invloed op het ingeschatte tekort. Dit kan zijn ontwikkeling van de zorgvraag, uitwerking zorgakkoord, uitkomsten verdeling inkomsten gemeentefonds en ook compensatie van de stijgende zorgvraag in de reguliere systematiek van het gemeentefonds. In de reguliere planning en control momenten monitoren we de realisatie van de maatregelen en ontwikkeling van het tekort.

Beslispunt 5

Met het oog op het gang houden van woningbouwprojecten middelen binnen het ruimtelijke domein beschikbaar te maken door: a. het bestedingsdoel van de reservering voor betaalbaar wonen te verbreden van “betaalbaar wonen” naar “betaalbaar wonen en het op gang houden van woningbouwprojecten”. b. Een bedrag van 3,3 miljoen euro te onttrekken aan de reservering voor betaalbaar wonen en dit te bestemmen voor investeringen in de openbare ruimte die nodig zijn om woningbouwprojecten op gang te houden, zoals genoemd in bijlage 4 (deels geheim)

Argumenten 5.1

De behoefte aan nieuwe woningen groot is Op de woningmarkt is sprake van grote krapte, voor nu en op de langere termijn. Er zijn te weinig woningen om alle woningzoekenden te huisvesten. Het realiseren van nieuwe woonruimten, zowel tijdelijk als permanent is noodzakelijk om de krapte op te kunnen lossen.

5.2

Om woningbouw op gang te houden (inclusief betaalbaar wonen) is het soms nodig om te investeren in andere zaken dan de woningen zelf om de business case van het woningbouwproject haalbaar te maken. De reservering voor betaalbaar wonen in de reserve Investeringsimpuls RSU is voor een groot deel bijeengebracht met inkomsten uit de Conversieregeling Erfpacht 2017. In lijn met de motie 2017/191 zijn deze middelen steeds ingezet voor het toevoegen van meer betaalbare woningen. We merken nu dat deze nauwe omschrijving het lastig maakt om gericht woningbouwprojecten te ondersteunen, als daarvoor een bredere inzet van middelen nodig is.

5.3

Door deze investeringen in de openbare ruimte kunnen twee woningbouwprojecten doorgang vinden die zonder extra gemeentelijke investering naar verwachting geannuleerd zouden worden. Twee woningbouwprojecten kunnen worden gerealiseerd door een investering van de gemeente in de openbare ruimte uit de reservering betaalbaar wonen. Deze projecten worden toegelicht in een geheime bijlage (zie bijlage XX) over woningbouw bij het Meerjaren Programma Ruimte 2023. Voor deze projecten geldt dat maximaal wordt ingezet op het oplossen van knelpunten binnen het project. Alleen als dat onvoldoende soelaas biedt, zal het budget van 3,3 miljoen euro worden ingezet. Als dit bedrag niet volledig nodig blijkt te zijn voor de betreffende projecten, kan het restant weer worden toegevoegd aan de reservering voor betaalbaar wonen.

Beslispunt 6

De actualisatie van het Meerjarenperspectief Ruimte 2023 hoofdstuk 2, getiteld “Koers houden in een veranderde markt”, zoals opgenomen in bijlage 5 vast te stellen overeenkomstig de uitgangspunten zoals 12

toegelicht in bijlage 6 en toevoeging van de jaarschijf 2027, inclusief de onderstaande keuzes: a. Het tekort voor het pakket Groei in Balans in 2027 (3,9 miljoen euro) en het tekort in het structurele beeld (2,3 miljoen euro) te dekken door verlaging van budgetten uit het coalitieakkoord voor de schaalsprong groen, de schaalsprong fiets en “spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte” en van kapitaallastenbudgetten vanaf 2027 voor sportaccommodaties en cultuur volgens het principe “samen trap op, samen trap af” en deze in een volgende voorjaarsnota op basis van projectvoorstellen een inhoudelijke prioritering opnemen voor de toebedelen. b. Verlaging van het budget duurzame mobiliteit voor de schaalsprong fiets met 5 miljoen euro incidenteel verdeeld over de jaren 2023 tot en met 2027 en 0,85 miljoen euro structureel vanaf 2024, dit als onderdeel van het bijsturen (paragraaf 4.3.3) om de begroting sluitend te maken Argumenten 6.1

Door toevoeging van het begrotingsjaar 2027 ontstaat financiële ruimte voor invulling van ambities De gemeentelijke meerjarenbegroting beslaat een periode van vier jaar. De voorjaarsnota bevat de kaders voor de begroting van het volgende jaar (t+1) en er wordt een extra jaar aan het meerjarenperspectief toegevoegd, in dit geval het jaar 2027. Ook voor de ruimtelijke investeringen uit het coalitieakkoord (“pakket Groei in balans”) wordt deze jaarschijf toegevoegd. Vanaf deze jaarschijf zijn nu ook de kapitaallasten opgenomen van ruimtelijke investeringen en investeringen in maatschappelijke voorzieningen uit voorgaande jaren. De resterende ruimte wordt ingevuld om nieuwe gebiedsontwikkelingen in balans te kunnen ontwikkelen.

6.2

Het budget wordt ingezet op basis van inhoudelijke afwegingen. Voor het jaar 2027 is er sprake van een tekort. Voor enkele budgetten zijn nog geen concrete projectvoorstellen beschikbaar. Het tekort wordt opgelost door deze budgetten te verlagen met eenzelfde percentage. Wanneer in een volgende Voorjaarsnota weer extra groeibudget beschikbaar komt voor ruimtelijke investeringen gaan we weer versnellen (“samen trap-op, samen trap-af”). Ondertussen blijven we doorwerken aan planontwikkeling, zodat we bij de Voorjaarsnota 2024 een inhoudelijke weging kunnen maken voor de verdeling van het verlaagde budget 2027.

6.3

Een deel van het budget duurzame mobiliteit is nog niet inhoudelijk geoormerkt Vanwege de knellende financiële positie gebruiken we ook een deel van de niet-geprogrammeerde gelden binnen het MPR, om knelpunten in het brede financiële beeld op te lossen. Dit gaat om 5 miljoen euro van de nietgeprogrammeerde middelen voor de schaalsprong fiets en een structurele verlaging van het budget voor investeringen Bereikbaarheid met 0,85 miljoen euro (bezuiniging huidig beleid). De incidentele vrijval van 5 miljoen euro is als volgt verdeeld: 2023 (1 miljoen euro), 2024 (0,4 miljoen euro), 2025 (1 miljoen euro), 2026 (1,2 miljoen euro) en 2027 (1,4 miljoen euro). De stand van de reserve bereikbaarheid komt daarmee uit op ongeveer 2 miljoen euro in 2028, en dit geeft nog (beperkte) ruimte om urgente knelpunten op lopende projecten op te kunnen vangen.

13

Kanttekeningen/risico’s 6.1

In de VJN ramen we de groei voor het komende jaar (t+1) en in het MPR wordt uitgegaan van t+4. De groei van de stad leidt tot meer inkomsten in het gemeentefonds, omdat dit mede is gebaseerd op aantal inwoners. Jaarlijks maken we in de voorjaarsnota een inschatting van de groei en daarmee gepaarde extra inkomsten voor het komende jaar (t+1). Deze extra inkomsten (groeikader) worden structureel doorgetrokken. Een deel van deze extra inkomsten worden ingezet om de stad in balans te laten groeien en investeringen in de stad te financieren. Deze investeringen worden geraamd in het MPR. Omdat het MPR een meerjarenplanning is, wordt hier een inschatting gemaakt van de groeiontwikkeling van de komende 4 jaar (t+4). Dit is een door de raad vastgesteld uitgangspunt.

6.2

Er zijn minder middelen beschikbaar om de door de Raad vastgestelde doelen van het mobiliteitsplan 2040 te realiseren. De bereikbaarheid komt onder druk komt te staan en we kunnen minder investeren in de schaalsprong fiets en fietsenstallingen zoals op de stations Overvecht, Vaartsche Rijn en Leidsche Rijn, en uitrol rekken/ trommels in de vooroorlogse wijken. De structurele verlaging van het investeringsbudget bereikbaarheid heeft ook effect op het deelprogramma Anders Reizen (waaronder Deelmobiliteit, Verkeersmanagement, Mobiliteitsmanagement en Goederenvervoer). Voor de consequenties voor dit deelprogramma verwijzen we naar het MPR pagina 136 (actualisatie MPB). De investeringen in bereikbaarheid waaronder Anders Reizen blijven nodig om de groeiende stad bereikbaar en leefbaar te houden. Dit betekent dat we ruimte hiervoor zullen blijven zoeken.

Beslispunt 7

Instemmen met een kasschuif van de resultaten van de jaren 2023 tot en met 2027, zoals opgenomen in het financiële beeld in paragraaf 4.1, via de Algemene dekkingsreserve om het saldo van de begroting vanaf 2024 in evenwicht te laten zijn.

Argumenten 7.1

Met deze kasschuif we komen we tot een structureel sluitend financieel beeld Een vereiste van onze toezichthouder, de provincie Utrecht, is een structureel sluiten financieel beeld. Met deze kasschuif worden voordelen uit het ene jaar ingezet om het tekort van een ander jaar mee te dekken. Na deze kasschuif zijn alle begrotingsjaren vanaf 2024 in evenwicht. Daarmee voldoen wij aan de vereiste van de toezichthouder. Deze kasschuif wordt via de Algemene dekkingsreserve uitgevoerd.

Beslispunt 8

De mutaties uit de Eerste Bestuursrapportage 2023 vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 5 bestaande uit: a. De majeure afwijkingen op de Programmabegroting 2023 voor een bedrag van 0,8 miljoen euro (positief), zoals toegelicht in hoofdstuk 6 b. Het instellen van nieuwe reserves: i. reserve Betaalbaar wonen en woningbouwprojecten met als doel het realiseren van meer betaalbare woningen in het sociale en middenhuursegment en het op gang houden van woningbouwprojecten, overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 8 14

ii. reserve Armoedebestrijding en schuldhulpverlening voor een periode van vier jaar met doel eventuele incidentele ruimte voor armoedebeleid en schuldhulpverlening beschikbaar houden voor inzet armoederegelingen en het opvangen van overschrijdingen, overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 8 c. De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten, zoals toegelicht in hoofdstuk 7 d. De budgettair neutrale bijsturingsvoorstellen, zoals opgenomen in bijlage 7 Totaaloverzicht budgettair neutrale wijzigingen e. De wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten, zoals toegelicht in hoofdstuk 9 f. De investeringskredieten 2023 (vervangings- en uitbreidingsinvesteringen) vrij te geven van in totaal 203,9 miljoen euro, zoals toegelicht in hoofdstuk 9 g. Het opheffen van de reserve Re-integratiefonds Werk en Inkomen Argumenten 8.1

Hiermee worden de afwijkingen verwerkt in de Programmabegroting 2023, zodat deze weer actueel is Sinds het vaststellen van de Programmabegroting 2023 hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan. Door het aanpassen van de begroting met deze ontwikkelingen zijn de bijbehorende uitgaven rechtmatig.

8.2

De majeure afwijkingen zijn niet of maar beperkt beïnvloedbaar In het hoofdstuk 6 Uitvoering programma zijn voor- en nadelen opgenomen die niet of beperkt beïnvloedbaar zijn.

8.3

Het instellen van een aparte reserve voor betaalbaar wonen en woningbouwprojecten doet recht aan de specifieke herkomst en bestemming van deze middelen De middelen voor betaalbaar wonen zijn nu onderdeel van de reserve Investeringsimpuls RSU. Deze reserve is bestemd voor vastgestelde projecten die bijdragen aan het realiseren van de ruimtelijke ambities uit de RSU 2040. De middelen voor betaalbaar wonen en woningbouwprojecten hebben een andere herkomst en besteding. Met het instellen van een reserve betaalbaar wonen en woningbouwprojecten ontstaan twee reserves: één voor de middelen betaalbaar wonen en woningbouwprojecten en één voor ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Het instellingsbesluit is opgenomen in bijlage 8.

8.4

Hiermee houden we incidente financiële ruimte beschikbaar voor toekomstige inzet en knelpunten in het kader van armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Vanwege de onzekerheid als gevolg van de koopkrachtcrisis en het toenemende gebruik van armoederegelingen en schuldhulpverlening stellen we voor om voor de komende vier jaren een bestemmingsreserve te vormen. Incidentele financiële ruimte blijft hierdoor beschikbaar voor toekomstige inzet en knelpunten in het kader van financiële bestaanszekerheid.

8.5

Reservemutaties, overhevelingen, verschuivingen tussen programma’s, corresponderende posten en mutaties baten lasten zijn een raadsbevoegdheid. Een aantal financiële bijstellingen van de begroting zijn een specifieke raadsbevoegdheid. In de Eerste Bestuursrapportage zijn deze opgenomen in bijlage 7 en worden op hoofdlijnen toegelicht in hoofdstuk 8.

15

Dit is ook van toepassing op de corresponderende posten, waarvoor wij in de september- en decembercirculaire 2022 voegt het Rijk extra middelen voor nieuwe taken toe aan het gemeentefonds en neemt middelen uit voor vervallen taken. Vertaling hiervan in de gemeentebegroting gebeurt door middel van de corresponderende posten. Dat wil zeggen dat de uitgaven met hetzelfde bedrag worden verhoogd, tenzij het bedrag niet nodig is voor de uitvoering van de taak. Deze corresponderende posten zijn individueel beoordeeld en worden toegevoegd aan het betreffende programma 8.6

Met deze wijzigingsvoorstellen van investeringsprojecten wordt de Programmabegroting 2023 geactualiseerd. In hoofdstuk 9 rapporteren wij over de afwijkingen op de investeringen. Door omstandigheden kunnen voorgenomen investeringen niet volledig of volgens planning worden uitgevoerd. Dit leidt tot afwijkingen in de geautoriseerde investeringsplanning van 2023.

8.7

Met het verhogen van de kredieten zijn de uitgaven rechtmatig. Het is een raadsbevoegdheid om de kredieten vrij te geven en aan te passen. Hiermee worden de aanpassingen op de investeringen uit hoofdstuk 9 geautoriseerd. Daarmee is het budget van deze investeringen beschikbaar en kan rechtmatig gestart worden met de uitvoering. Om de rechtmatigheid van de kredieten te waarborgen dient het krediet waar de overschrijding op plaatsvindt bijgesteld te worden. Ook worden kredieten voor 203,9 miljoen euro verhoogd en aangepast aan het verwachte prijsniveau. De uitgaven die binnen de kredieten zijn daarmee rechtmatig.

8.9

De reserve Re-integratiefonds werk en inkomen is niet meer nodig voor het oorspronkelijke doel. Deze reserve is bedoeld om de samenwerking met uitzendbureaus en sociaal ondernemers bij het aan het werk helpen van mensen uit de bijstand te bekostigen. In de praktijk ging het in het bijzonder om de kosten van twee Social Impact Bonds (SIB). Deze zijn inmiddels afgesloten. De kosten voor de samenwerking met uitzendbureaus worden binnen het reguliere re-integratiebudget opgevangen.

Beslispunt 9

Hiermee de Voorjaarsnota 2023 en Eerste Bestuursrapportage 2023 vast te stellen en hiermee de Begroting 2024 op te stellen en de Begroting 2023 aan te passen.

16

Financiën Voorjaarsnota 2023 Financieel vertrekpunt De extra inkomsten uit het gemeentefonds zijn niet genoeg om deze ontwikkelingen en knelpunten op te vangen. Dit wordt met name veroorzaakt door de oplopende inflatie, groeiende vraag naar zorg in het kader van de Jeugdwet en de Wmo en blijvende onzekerheid over de inkomsten van het Rijk. Dit betekent dat onze financiële situatie nu echt anders is dan de afgelopen jaren en laat het financiële vertrekpunt voor alle jaren een tekort zien, oplopend naar 72 miljoen structureel. Utrecht blijft investeren in kansengelijkheid, wonen en klimaat en maken ook middelen vrij voor de raad. Daarmee loopt het tekort op naar 77 miljoen euro structureel. Pijlers onder het gemeentelijk financieel beleid zijn een sluitende begroting en het hebben van voldoende buffer om risico’s op te vangen (weerstandsvermogen). Deze buffer hebben we het afgelopen jaar versneld aangevuld tot het gewenste niveau. Het tekort op de begroting vraagt nu om keuzes te maken voor de toekomst. Voor onze financiële strategie zijn de afspraken uit het coalitieakkoord ter hand genomen. Dit betreft het “scherper aan de wind te gaan varen” en bij een tekort nadrukkelijk onze ambities uit het coalitieakkoord te heroverwegen. In drie stappen zijn keuzes voorgesteld om het tekort in de begroting op te lossen. Deze keuzes leiden tot een structureel sluitend meerjarenbeeld. 1.

Risico-inschatting In het regeerakkoord heeft het Rijk gemeenten gekort vanaf 2026. Ondanks overleg hierover geeft het rijk nog geen duidelijkheid over de compensatie hiervan. Wel is het zeker dat gemeenten hiervoor extra inkomsten gaan krijgen. Om geen onnodig tekort in de begroting te laten zien, is een inschatting gemaakt van de verwachte rijksinkomsten en planningsoptimisme. Daarmee wordt reëler begroot en worden onnodige bezuinigingsmaatregelen te voorkomen. Ook is bij de investeringsprogramma’s scherper gekeken naar verwachte planning en oplevering en is rekening gehouden met planningsoptimisme. 2. Aanvullend compenseren voor inflatie 2022 Door onze begroting aanvullend te compenseren voor het effect 2022, worden alle budgetten voor de uitvoering op een reëel prijspeil gebracht. Zowel de budgetten voor onze uitvoering als voor uitvoering door onze partners. Hierdoor worden knelpunten veroorzaakt door de prijsstijgingen voorkomen of verminderde. Onder andere bij de meerjarenprogramma’s en leerlingenvervoer. 3. Bijsturen op de begroting Zoals in het coalitieakkoord vastgelegd worden de belastingen niet verhoogd. Wel wordt bijgestuurd op de begroting door een taakstelling, een aantal bezuinigingen en worden ambities bijgesteld om het financiële tekort op te lossen. Dit betreft ook ambities uit het coalitieakkoord waar nog niet mee is gestart.

Eerste Bestuursrapportage 2023 Per saldo geeft de Eerste Bestuursrapportage een voorlopig positief saldo van 0,96 miljoen euro in 2023, bestaande uit de financiële ontwikkelingen 2023.

Vervolg Na de Eerste Bestuursrapportage 2023 volgen de Tweede Bestuursrapportage 2023 en als laatste de Jaarstukken 2026. De jaarstukken zijn het laatste verantwoordingsmoment over de Programmabegroting 2026. Na de voorjaarsnota 2023 volgt de Programmabegroting 2024 en dan volgt bovenstaand beschreven vervolg alleen dan voor het jaar 2024.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. De Voorjaarsnota is een richtinggevend document. Participatie is (mogelijk) relevant op het moment dat er uitwerking plaatsvindt van de gemaakte keuzes. De Eerste Bestuursrapportage betreft een aanpassing van de Programmabegroting

17

2023 op basis van onvermijdelijke ontwikkelingen. Hieruit volgen geen beleidsrelevante keuzes waarvoor participatie nodig is.

Communicatie Naast de beleidsinhoudelijke Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage is er een bewonerssamenvatting die in één oogopslag aan bewoners, bedrijven en instellingen laat zien hoe de gemeentebegroting is opgebouwd.

(Niet)Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening(artikel 3 lid 2 onder d Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Voorjaarsnota 2023 en Eerste Bestuursrapportage 2023 - Bijlage 4A Aanpak continuering woningbouw (Deel A Beleid) - Bijlage 5 Hoofdstuk 2 van het Meerjarenperspectief Ruimte 2023 - Bijlage 7 Totaaloverzicht budgettair neutrale wijzigingen - Bijlage 8 Instellingsbesluit reserves - GEHEIM Bijlage 4B Aanpak continuering woningbouw (Deel B Strategische projectinzet) - GEHEIM Bijlage Investeringsprojecten Bijlagen informatief - Subsidiestaat 2023 - Subsidiestaat 2024

18

Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023

Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................ 5

Deel 1: Voorjaarsnota 2023 ................................................................................ 7 1 Nu kiezen voor de toekomst ............................................................................ 9 1.1 Groeien in blijvende onzekerheid ............................................................................................ 9 1.2 Scherper op ambities .......................................................................................................... 10 1.3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen ...................................... 12

2 Wat willen we bereiken ................................................................................. 15 2.1 Kansengelijkheid ................................................................................................................ 15 2.2 Wonen in een stad die groeit in balans ................................................................................... 22 2.3 Klimaat ............................................................................................................................. 27 2.4 Levendige en leefbare stad .................................................................................................. 29 2.5 Uitvoering ......................................................................................................................... 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7b5fd6db-5620-45db-b7f2-62aa91ad1250