CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 11 april 2023, gemeente Utrecht31.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Raadsinformatiebijeenkomst van 11 april 2023

1

Vernieuwing standplaatsenbeleid Tijdstip:19.30 - 20.45 uur Locatie: Hal, Stadhuis Utrecht, Stadhuisbrug 1 Beleidsterrein: Economische Zaken / wethouder: Susanne Schilderman Raadsinformatiebijeenkomst: de raad gaat in gesprek met standplaatshouders, vaste klanten die ook de sociale en maatschappelijke meerwaarde van deze ondernemers willen toelichten en eventueel juridisch adviseurs van standplaatshouders Agendeerders: David Bosch (PVV), Mariam Al-Saqaff (VVD), Bina Chirino (CU), Mohamed Talhaoui (PvdA), Ralph Peters (D66), Bert van Steeg (CDA), Anton Stam (Volt), Mahaar Fattal (GroenLinks), Juriaan Otto (EenUtrecht), Esma Kendir (Student & Starter) en Cees Bos (SBU) Motivatie: De agenderende fracties wensen een algemene RIB op 11 april 2023 over de situatie omtrent de standplaatshouders en het vervallen van hun vergunningen per 1 januari 2024. Aanleiding is o.a. de Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid en de uitkomsten van het debat van 23 maart 2023 in de commissie VOWE. Er is behoefte om tijdens deze algemene RIB de verschillende ondernemers te horen en geluiden op te halen om zo tot een constructieve oplossing te komen. Voor deze RIB wensen wij in ieder geval alle huidige standplaatshouders uit te nodigen en eventuele vaste klanten die ook de sociale en maatschappelijke meerwaarde van deze ondernemers willen toelichten.

Ook eventuele juridische adviseurs van ondernemers zijn welkom. Infoblad-info-en-bijdragen-deelnemers-WEB

1.1

Raadsvoorstel Wijzigingsbesluit APV Utrecht 2010, standplaatsen Dossier 3261 voorblad Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010 ten behoeve van Standplaatsen.docx Besluit tot wijziging Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen - DROP.docx Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid.docx Concept Nadere regel artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen DROP.docx Concept Aanwijzingsbesluit artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen -DROP.docx Bijlage - Locatielijst bij Concept ‘Aanwijzingsbesluit artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen.pdf Extern juridisch advies VBK advocaten over beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht d.d. 8 maart 2023.pdf

1.2

Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid Dossier 3358 voorblad Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid.pdf Bijlage - Locatielijst bij Concept ‘Aanwijzingsbesluit artikel 5.pdf Extern juridisch advies VBK advocaten over beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht d.d.pdf Concept Aanwijzingsbesluit artikel 5.pdf Concept Nadere regel artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen.pdf

2

Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven

Tijdstip:19.30 - 20.30 uur Locatie: Grote Trouwzaal, Stadhuis Utrecht, Stadhuisbrug 1 Beleidsveld: Energie en klimaat / Lot van Hooijdonk Agenderenden: Gert Dijkstra (EenUtrecht), Charlotte Passier (Volt), Veerle Smit (Volt), Ralph Peters (D66), Rachel Heijne (GroenLinks), Joachim Cornielje (PvdA), Kirsten Alblas (ChristenUnie), Gertjan te Hoonte (VVD), Jantine Zwinkels (CDA) en Partij voor de Dieren. Motivatie: Lokale energie-initiatieven hebben in de afgelopen paar jaar, mede op verzoek en met steun van de gemeente, diverse ideeën en soms ook plannen ontwikkeld waarmee lokaal warmte kan worden opgewekt en geleverd voor het verwarmen van woningen. Dit als mogelijk alternatief voor het centrale warmtenet c.q. de stadsverwarming van Eneco. Bij het beoordelen van deze alternatieven blijkt regelmatig dat de lokale warmte netten op prijs/prestatie – met het huidige systeem - slechter scoren dan het centrale warmtenet. Dit was het geval bij het plan Buurt warmtenet (2021) van de lokale energie-initiatieven NEV en KVA. Hun buurt warmtenet met duurzame bron bleek financieel niet haalbaar. In de vergelijking met aansluiting op het bestaande warmtenet wordt de financiering van duurzame bronnen voor het warmtenet niet meegenomen. Daardoor ontstaat een ongelijk speelveld voor alternatieven.

De lokale energie-initiatieven NEV en KVA in Overvecht-Noord ontwikkelen nu een Hybride-Plus warmteplan voor hun buurten. Maar ook dat lijkt vast te lopen op bestaande stedelijke randvoorwaarden en aannames bij de ontwikkeling van het stadswarmtenet en de vergelijking met alternatieven. Dat roept vele vragen op. Doel van de RIB (openbare informatie voor op de website – kort en bondig): Raadsleden willen graag in gesprek met Utrechters en Utrechtse energie-initiatieven over hoe zij de toekomst zien van de lokale energie-initiatieven en hun plannen in Utrecht, gelet op het huidige speelveld en de ‘concurrentie’ met het centrale warmtenet c.q. de stadsverwarming van Eneco. Het gaat om organisaties zoals aangesloten bij Energie-U of de Community of Practice van Utrechtse Energiecoöperaties, waaronder NEV en KVA uit Overvecht. De raadsleden zijn nieuwsgierig naar de reactie hierop van de gemeente De agenderende fracties willen graag een antwoord op de volgende vragen: Wat is er nodig om te komen tot een gelijkwaardig speelveld waarin baten/lasten voor alternatieven, zoals die van de lokale energie-initiatieven, volledig integraal kunnen worden vergeleken met de aansluiting op het centrale warmtenet van Eneco c.q.

de stadsverwarming? Op welke manier kunnen we in deze baten/lasten vergelijking de voordelen van lokaal eigenaarschap van Utrechters en Utrechtse (bewoners)organisaties hierin waarderen en mee laten wegen in de integrale beoordeling? Anders gezegd, welke extra investering mag dat lokale eigenaarschap (met bijkomende baten) kosten? Als lokale energievoorstellen zoals in Overvecht inderdaad niet concurrerend zijn, zoals wordt aangegeven in de reactie van het college op de SV 228/2022, wat betekent dit dan voor alle andere vergelijkbare lokale energie-initiatieven in de stad? Op welke manier moet duurzaamheid worden afgewogen bij lokale energie-initiatieven ten opzichte van de aansluiting op stadsverwarming en op welke manier kunnen de inzichten die de NEV en KVA geven in hun standpuntennota verduurzaming stadsverwarming van september 2022 worden benut? Met welke stedelijke randvoorwaarden dienen alternatieve energie-initiatieven zoals het Hybride-Plus plan van de NEV en KVA uit Overvecht Noord wel (en niet) rekening te houden, waarbij zij nog steeds voldoende ruimte overhouden om op zoek te gaan naar lokale duurzame alternatieven? RIB-Lokale-energie-initiatieven-Concept-doc-Info-en-Bijdragen-deelnemers-WEB.docx Presentatie-RIB-Ruimte-voor-Lokale-Energie-initiatieven-GU-WEB.pptx 2 Presentatie-Ruimte-voor-Buurtinitiatief-NEV-KVA.pptx 2.1

Beantwoording SV 2022 nr. 228 Beantwoording SV 2022 nr 228 over Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven.pdf

2.3

Standpuntnota verduurzaming stadsverwarming Duurzame-stadsverwarming-standpunt-nota NEV en KVA-v1.0.pdf

3

Windmolens Rijnenburg Tijdstip: 20.30 - 21.30 uur Locatie: Grote Trouwzaal, Stadhuis Utrecht, Stadhuisbrug 1 Beleidsveld: Energie en klimaat / Lot van Hooijdonk Agenderenden: Gert Dijkstra (EenUtrecht), David Bosch (PVV), Gertjan te Hoonte (VVD) en Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) Motivatie: Lange tijd is voor de polder Rijnenburg en Reijerscop uitsluitend ingezet op een energiepark. Bij de start van het nieuwe college (2022) is er nu afgesproken dat het plan wordt aangepast en het energiepark gecombineerd zou moeten worden met nieuwbouw. Wat betekent dit voor de besluitvorming in de raad en de participatie van betrokkenen? Doel van de RIB: Het doel is tweeledig: (A) helder krijgen welke besluitvorming en participatie nu wel of niet nog nodig is en (B) scherp krijgen welke risico's er zijn die kunnen maken dat het energiepark er alsnog niet komt of de nieuwbouw vertraging oploopt. •Welke (integrale) besluitvorming is nog nodig? •Is alsnog een extra participatieronde nodig? •Hoe voorkomen we een kostbare juridische strijd als daarvoor al duidelijk is dat windmolens er niet mogen komen.

•Wat is de invloed van de uitspraak van de rechter in Roermond waar het besluit van de gemeente om het plaatsen van drie windmolens goed te keuren is vernietigd? RIB-windmolens-Rijnenburg-doc-Info-en-Bijdragen-deelnemers-WEB.docx Presentatie-RIB-Windmolens-Bijdrage-BVRR.pptx Presentatie-RIB-windmolens-BVRR.pptx

Presentatie-RIB-Windpark-de Laat.pptx Presentatie-RIB-Windpark-Rijnenburg-en-Reijerscop-GU.pptx Bijdrage-RIB-windmolens-Ongevallenlijst-Wind-atch.pdf 3.1

Beantwoording SV 2022 nr. 230 Beantwoording SV 2022 nr 230 over Onderbouwing en participatie Windmolens Rijnenburg en Reijerscop.pdf

1 Vernieuwing standplaatsenbeleid 1 Infoblad-info-en-bijdragen-deelnemers-WEB

Vernieuwing standplaatsenbeleid Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst

Links naar

11 april 2023 Gertjan te Hoonte 19.30 – 20.45 uur Hal, Stadhuis Bespreken Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid en de uitkomsten van het debat van 23 maart 2023 in de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (VOWE) Gesprek tussen raadsleden, standplaatshouders, vaste klanten die ook de sociale en maatschappelijke meerwaarde van deze ondernemers willen toelichten en eventueel juridisch adviseurs van standplaatshouders Wethouder Susanne Schilderman 2 ambtenaren Dit onderwerp is geagendeerd in de cie. VOWE d.d. 20 april 2023 Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook

Deelnemers

47 deelnemers

Werkvorm

Portefeuillehouder Betrokken ambtenaren/presentatoren Vervolg

Programma 19:30 – 19:40 19:40 – 20:00 20:00 – 20:15 20:15 – 20:40 20:40 – 20:45

Opening en voorstellen Pitches van aanwezige ondernemers, juristen en klanten (1 minuut per pitch) Vragen van raadsleden Gesprek tussen raadsleden, ondernemers, juristen en klanten Afronding en conclusie

Motivatie Agendeerders David Bosch (PVV), Mariam Al-Saqaff (VVD), Bina Chirino (CU), Mohamed Talhaoui (PvdA), Ralph Peters (D66), Hessel Stellinga (CDA), Anton Stam (Volt), Mahaar Fattal (GroenLinks), Jurriaan Otto (ÉénUtrecht), Esma Kendir (S&S) en Cees Bos (SBU)

1

De partijen PVV, VVD, CU, PvdA, D66, CDA en Volt, GroenLinks, EenUtrecht, Student & Starter en SBU wensen een algemene RIB op 11 april 2023 over de situatie omtrent de standplaatshouders en het vervallen van hun vergunningen per 1 januari 2024. Aanleiding is o.a. de Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid en de uitkomsten van het debat van 23 maart 2023 in de commissie VOWE. Er is behoefte om tijdens deze algemene RIB de verschillende ondernemers te horen en geluiden op te halen om zo tot een constructieve oplossing te komen. Voor deze RIB wensen wij in ieder geval alle huidige standplaatshouders uit te nodigen en eventuele vaste klanten die ook de sociale en maatschappelijke meerwaarde van deze ondernemers willen toelichten. Ook eventuele juridische adviseurs van ondernemers zijn welkom.

Bijdrage(n) Deelnemer Ik wil graag mijn zorgen met jullie delen voor alle jonge mensen (opvolgers) die aan het roer staan van deze zaken. Allemaal gezinnen met kinderen die zich een slag in de rondte werken om het allemaal rond te breien. Wij zijn allemaal hardwerkende mensen die van vroeg tot laat aan het werk zijn om Utrecht zoveel mogelijk te laten leven en gezelligheid te brengen. Wij zijn een luisterend oor voor onze klanten, en als er dan gevraagd wordt naar belevenissen van klanten vinden wij niet dat wij daar over naar buiten kunnen treden, een soort beroepsgeheim is dat. Maar dat we een aanwinst zijn is een ding wat zeker is. Ook vinden wij dat er over onze investeringen zo makkelijk wordt gedaan, €200.000 heb je niet zomaar terugverdiend hoor. Ook vinden wij het heel verdrietig dat wij als leugenaar neergezet worden als wij zeggen dat er 10 jaar geleden gezegd is dat de standplaatsen gewoon doorgaan mits je je niet zou gedragen. En we kunnen ook niet begrijpen waarom andere steden/plaatsen wel de standplaatsen gewoon voor 15/20 jaar verlengd worden?! En dan dat we groen moeten worden, hoe groen wil je het hebben? Nieuwe verkoopwagen, vragen als iemand om 2 porties Kibbelling vraagt of het in 1 zak mag , scheelt verpakkingsmateriaal en de klant geld , we doen allemaal zoveel mogelijk ons best .

Maar nee, er wordt gesproken over houten wagens, mensen denk toch na!! Dat kan toch helemaal niet i.v.m. brandveiligheid. Wij hopen op wijsheid van de gemeenteraad en dat dit rare plan teruggedraaid wordt. Deelnemer Als standplaatshouder op de Hindersteinlaan Vleuten wil ik de raad wijzen op het feit wat we al zo doen voor Vleuten. De Koningsdag wordt door ons al meer dan 15 jaar gesubsidieerd (Oranjevereniging Wilhelmina) Ook de verschillende sportverenigingen doen nooit een tevergeefs beroep op ons. Dus waar onder andere de Gemeente Utrecht subsidies stopten. Hebben wij met verschillende standplaatshouders deze leegte ingevuld. Dus standplaatshouders horen zeker bij de buurt nog niet gesproken over de verdere sociale contacten. Deelnemer Goed dat ik na het aanbieden van de petitie ook nog de mogelijkheid heb om een inhoudelijke bijdrage aan een raadsinformatiebijeenkomst over het standplaatsenbeleid te leveren. De plannen van het college voor de standplaatsen zijn heel nadelig voor bestaande ondernemers. Het college wil het aantal standplaatsvergunningen beperken tot 87 vergunningen en de vergunningen van 2

bestaande ondernemers gaan herverdelen onder nieuwe en bestaande ondernemers. Twee jaar lang wil het college geen nieuwe standplaatsvergunningen verlenen. De stukken die het college aan de gemeenteraad aangeleverd heeft, zijn niet de gemakkelijkste stukken om te lezen. Er staat veel juridische taal en opmerkingen in. Dat is wat ik van huis uit en als kaasboer duidelijk niet gewend ben. Ik heb de gewoonte om me op het kaas verkopen te concentreren. Is er iets moeilijks met belastingen of iets dergelijks dan raadpleeg ik mijn accountant. Wel begreep ik dat het plan van het college rond de standplaatsen mij en andere ondernemers zwaar treft. Dat is ook de reden, dat ik aangaande het plan van het college rond de standplaatsen juridisch advies wilde hebben. In deze aangelegenheid is het dus zo, dat ik de afgelopen weken niet enkel zelf stukken bestudeerd en gelezen heb. Ik heb ervoor gekozen om een adviseur in te schakelen die de stukken die het college stuurt ook leest en beoordeelt. Over de Dienstenrichtlijn en over de vraag of de standplaatsvergunningen in Utrecht al of niet schaarse vergunningen zijn, hoorde ik veel interessante dingen. Samengevat: wat het college wil, gaat in tegen het doel van de Dienstenrichtlijn. Het college legt de Dienstenrichtlijn en de jurisprudentie van de Raad van State verkeerd en in nadelige zin voor bestaande ondernemers uit.

Er is voor ondernemers en consumenten veel beter beleid mogelijk. Omdat ik veel dingen hoorde die duidelijk juridisch anders zijn dan het college aan de gemeenteraad meldt voelde ik wel: dit is informatie die ik ook met raadsleden moet delen. Dat heb ik dan ook in een brief van 10 maart 2023 gedaan en opnieuw in een schrijven van 30 maart 2023. Op 23 maart 2023 heb ik bovendien de gemeenteraad in een brief gevraagd inspraak over de door het college voorgestelde wijziging van de APV te verlenen. Ik hoop dat u mijn eerdere brieven gelezen hebt. Deze bijdrage bevat ook juridische informatie die ik ontvangen heb en wil doorgeven. Vanavond wil ik aanvullend op mijn eerdere brieven nog enkele opmerkingen maken over de uitleg die het college van de Dienstenrichtlijn geeft en het plan van het college tot het beperken van het aantal beschikbare standplaatsvergunningen tot het lage aantal van 87 vergunningen. Doel van de Dienstenrichtlijn is dat nieuwe ondernemers toegang tot een markt hebben. Dat is niet hetzelfde als gemeenten verplichten nieuwe ondernemers de mogelijkheid te geven om op een plek waar reeds een bestaande ondernemer waren verkoopt, waren te gaan verkopen. De Dienstenrichtlijn verplicht de gemeente Utrecht aan een nieuwe ondernemer die op een standplaats in Utrecht waren wil verkopen de mogelijkheid te bieden een standplaatsvergunning in Utrecht te krijgen.

Waar die verkoop plaatsheeft en voor welke locatie die vergunning geldt, schrijft de Dienstenrichtlijn niet voor. Wat wel voorgeschreven wordt, is dat op de Utrechtse markt voor standplaatsen ruimte moet zijn voor nieuwe ondernemers om toe te treden. Die toegang is er, als er standplaatsvergunningen beschikbaar zijn voor nieuwe ondernemers en aan nieuwe ondernemers ergens in de gemeente Utrecht een standplaatsvergunning verleend kan worden. Wanneer er (blijvend) voor nieuwe ondernemers geen toegang tot de Utrechtse markt voor standplaatsen is, zijn standplaatsvergunningen in Utrecht schaars. Er is geen toegang voor nieuwe ondernemers tot de Utrechtse markt voor standplaatsen, als het aantal aanvragers van vergunningen hoger is dan het beschikbare aantal vergunningen. Wat ik nu uit de stukken concludeer is dat het nu heel moeilijk is om een standplaatsvergunning in Utrecht te krijgen. Er zijn voor 77 locaties namelijk maar hoogstens 90 vergunningen beschikbaar. Dat is echt heel weinig voor een grote gemeente als Utrecht. De gemeente waar ik woon heeft ongeveer 10 % van de inwoners van Utrecht, maar wel meer dan 50 standplaatsvergunningen. De helft daarvan is aan bestaande ondernemers verleend. In mijn woonplaats kan een ondernemer makkelijker een standplaatsvergunning krijgen dan in Utrecht.

Er zijn dus in mijn gemeente geen schaarse standplaatsvergunningen, want er is veel ruimte voor nieuwe ondernemers om een standplaatsvergunning te krijgen. Omdat het college van Utrecht niet meer dan 86 standplaatsvergunningen wil verlenen, is het begrijpelijk dat nu in Utrecht gesproken wordt over schaarse vergunningen. Als het college een plan 3

heeft om twee jaar lang geen nieuwe standplaatsvergunningen te verlenen, dan is er namelijk geen toegang tot de Utrechtse markt voor standplaatsen. Als ondernemer zeg ik dan tegen u als gemeenteraad: vraag het college / geef het college opdracht om een eind te maken aan het vreemde beleid om het aantal vergunningen te beperken tot 86 en het aantal vergunningen voor Vleuten zelfs sterk te verlagen. Wanneer een normaal aantal vergunningen voor een gemeente als Utrecht beschikbaar is, dat is meer dan tweehonderd vergunningen, zijn de vergunningen helemaal niet schaars en er is toegang tot de Utrechtse markt voor standplaatsen voor nieuwe ondernemers en wordt aan de Dienstenrichtlijn voldaan. Op korte termijn, binnen een half jaar, is het al mogelijk om het aantal beschikbare vergunningen met tientallen te verhogen. Ook kan het college ervoor kiezen om het huidige veel te lage maximum te veranderen in een minimum te verlenen aantal standplaatsvergunningen en in een beleidsregel aangeven dat meer vergunningen verleend kunnen worden als op een locatie de verkeer – en parkeersituatie dat toelaat. Bovendien hoop ik, dat u het college vraagt om het uitgangspunt van de Dienstenrichtlijn: vergunningen worden voor een onbepaalde tijd verleend, in de praktijk ook toe te passen en aan nieuwe ondernemers vergunningen voor onbepaalde tijd te gaan verlenen.

Twee overzichten van standplaatsen met elkaar vergeleken. Een overzicht met de standplaatsen die in 2010 verleend werden en een overzicht met de standplaatsen die het college in 2024 wil verlenen. Ik zie opmerkelijke verschillen. In het overzicht van de standplaatsvergunningen die het college in 2024 wil verlenen, staan voor de Hindersteinlaan in Vleuten zes vergunningen minder vermeld. Voor de Oranjelaan in De Meern staan drie vergunningen minder vermeld. Het raadsvoorstel heeft het erover dat standplaatsen alleen daar toegestaan zijn waar het bestemmingsplan dat toelaat. Op welke locaties in Utrecht zijn volgens het bestemmingsplan standplaatsen en/of markten toegestaan? Volgens mij zou het logisch zijn dat op locaties waar markten toegestaan zijn ook standplaatsen toegestaan zijn. Standplaatsen staan vaak ook bij winkels. Het college heeft het erover dat interne juristen veel jurisprudentie gebruikt hebben ter voorbereiding van het nieuwe standplaatsenbeleid. Om welke jurisprudentie van de Raad van State gaat het? Waarom wordt geen melding gemaakt van de Conclusie van de Advocaat-Generaal Widdershoven over schaarse vergunningen? Ik zie dat de definitie van schaarse vergunningen die het college hanteert afwijkt van de definitie van schaarse vergunning van de Raad van State.

De definitie van schaarse vergunning die de Raad van State hanteert, is: een vergunning is schaars als het aantal aanvragers groter is dan het beschikbare aantal vergunningen. In die situatie is de markt voor nieuwe toetreders gesloten. Heel opvallend is dat het advies van het advocatenkantoor VBK geen melding maakt van deze definitie van schaarse vergunning die de Raad van State hanteert en ook niet de inhoud van de conclusie van de Advocaat-Generaal van de Raad van State over schaarse vergunningen gebruikt heeft bij het opstellen van het advies aan het college. In het advies van VBK wordt het verlengen van de bestaande vergunningen niet toegestaan geacht. Opmerkelijk genoeg baseert het advies dit op jurisprudentie van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) en op één uitspraak van de Raad van State. De jurisprudentie van het CBB heeft betrekking op technisch schaarse vergunningen. De Dienstenrichtlijn kent ook technisch schaarse vergunningen welke onder artikel 12 van de Dienstenrichtlijn vallen. Vergunningen die onder artikel 12 van de Dienstenrichtlijn vallen, moeten altijd voor een beperkte periode verleend worden. Bij vergunningen zoals standplaatsvergunningen die onder artikel 11 van de Dienstenrichtlijn vallen, geldt volgens de Dienstenrichtlijn als uitgangspunt dat deze voor een onbepaalde tijd verleend moeten worden.

4

In het advies van het advocatenkantoor valt op dat gesproken wordt over beleidsmatig schaarse vergunning, maar vervolgens wordt op pagina 3 in een noot naar artikel 12 van de Dienstenrichtlijn verwezen. VBK vermeldt in het advies niet, dat in de uitspraak van de Raad van State over een standplaats in Veere (ECLI:NL:RVS:2020:1467) geen melding wordt gemaakt van een schaarse vergunning. Ook betrekt de Raad van State de Dienstenrichtlijn niet in de overwegingen. Verder was het hoger beroep ingediend door een winkel die stelde schade te lijden door de verkoop van frites door een standplaatshouder. Het geschil heeft volgens rechtsoverweging 7 betrekking op de toepassing van artikel 4:84 van de Awb. VBK geeft in het advies aan, dat, als er een limiet aan het aantal vergunningen gesteld is, er sprake is van schaarse vergunningen. Jurisprudentie van de Raad van State laat echter zien, dat de Afdeling aan de hand van de lokale situatie beoordeelt of er sprake is van schaarse vergunningen. Wanneer het aantal aanvragen om vergunningen hoger is dan het aantal beschikbare vergunningen oordeelt de Raad van State, dat sprake is van schaarse vergunningen. In zo’n situatie is de toegang tot de markt afgesloten voor nieuwe ondernemers en moet er dus ruimte worden geboden voor nieuwe ondernemers om op termijn toe te treden tot de markt.

Een voorbeeld van een uitspraak waarin de Raad van State aan de hand van de lokale situatie oordeelt, dat sprake is van schaarse vergunningen, is de uitspraak van de Raad van State van 7 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3606) in een hoger beroep dat ging over een geschil over de afwijzing van een aanvraag om een vergunning voor een standplaats tijdens het carnaval in 2020, 2021 en 2022 in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch. Uit rechtsoverweging 4.1 blijkt duidelijk, dat de Afdeling oordeelt dat een vergunning schaars is, als het aantal aanvragers hoger is dan het aantal beschikbare vergunningen. Hieronder geef ik rechtsoverweging 4.1 in het geheel weer: 4.1. Het college heeft meer inschrijvingen ontvangen dan dat er standplaatsen beschikbaar waren. De standplaatsvergunningen waren daarom schaarse vergunningen. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, geldt in het Nederlands recht een rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het bestuur op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. Deze rechtsnorm is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen.

Om die gelijke kansen te realiseren moet het bestuur een passende mate van openbaarheid verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van de schaarse vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. Het bestuur moet hierover tijdig voorafgaand aan de start van de aanvraagprocedure duidelijkheid scheppen, door informatie over deze aspecten bekend te maken via een zodanig medium dat potentiële gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. In mijn brief aan de gemeenteraad van 30 maart 2023 heb ik er reeds op gewezen, dat VBK in het advies geen aandacht besteed heeft aan de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 21 februari 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:1330) waaruit blijkt, dat het college van Utrecht in 2018 ten onrechte aanvragen afgewezen had om bestaande vergunningen voor botenverhuur voor onbepaalde tijd te verlengen. Als ondernemer hoop ik, dat u als gemeenteraad ervoor bent dat de bestaande vergunningen van standplaatsondernemers voor onbepaalde tijd verlengd worden en dat tegelijk het aantal beschikbare standplaatsvergunningen sterk wordt uitgebreid. Deelnemer Het is oktober en onze dochters (4 en 8 jaar) komen enthousiast de kamer binnen rennen:” Papa, mama, de oliebollenkraam is er weer!”. Zo gaat het al jaren. Ik woon nu zo’n 15 jaar bij de Amsterdamsestraatweg, eerst in de Bremstraat en vanaf 2012 aan het Van Beuningenplein.

Tot een jaar of drie geleden was ik een regelmatige klant van de oliebollenkraam (elk jaar van uitstekende kwaliteit oliebollen, appelflappen en appelbeignets maakte mij een 5

herhaalaankoper). Door een vervelend voorval heb ik een betere band met de eigenaren gekregen. Door twee types die zich naast ons huis verborgen hielden, zijn ze toen overvallen. Daarop ben ik samen met de buren die verdomhoek stevig gaan snoeien, heb tegels gewipt, vrolijke aanplant gedaan, lamp aan de muur gehangen en sinds dit jaar een muurschildering laten maken. Want deze aardige mensen mag dit niet nog eens overkomen. De buren hebben een felle bouwlamp opgehangen, want ook zij waren van mening dat deze mensen niet met angst hun beroep uit hoefden te oefenen aan het Van Beuningenplein. Hoe fijn was het dan ook dat ze gewoon zijn gebleven en het Van Beuningenplein is een vrolijk hoekje rijker. De eigenaren van de oliebollenkraam hebben hun sociale toegevoegde waarde in de wintermaanden. Ze weten precies wie waar woont en voeren zo overdag, terwijl wij en de meeste buren aan het werk zijn sociale controle. Ik vind het heel fijn en een veilig idee dat ze een oogje in het zeil houden. In die bijna twaalf jaar dat wij er wonen, is het Van Beuningenplein gevrijwaard van vervelende zaken. En ik denk dat de aanwezigheid de eigenaren met hun oliebollenkraam daar zomaar een aandeel in hebben. Ze zijn zo verzorgd, hun kraam is altijd netjes, ze ruimen alles eromheen dagelijks op, geen vieze baklucht en in al die jaren zie ik alleen maar gezelligheid rond de kraam.

Zelfs op oudejaarsdag, terwijl het hartstikke druk is, hebben ze alles onder controle en is alles weer keurig opgeruimd voor de Oud & Nieuw gezelligheid op straat en het Van Beuningenplein. In de vier maanden dat de eigenaren er zijn met hun oliebollenkraam voelt het als dat het Van Beuningenplein twee fijne bewoners en buren rijker is en ik vertrouw erop dat dat nog jaren zo mag blijven.

Deelnemer Geachte wethouder, beste mevrouw Schilderman, Hierbij vraag ik u via deze formele weg, in uw functie als wethouder, om de aangekondigde maatregel om Utrechtse standplaatsen op Europees niveau te verloten, volgens de Europese wetgeving, niet uit te voeren. Het kan niet zo zijn dat een maatregel, op Europees niveau bedacht, op regionaal niveau kan leiden tot werkloosheid of onmeetbare schade aan regionaal cultureel erfgoed. Ik vertrouw erop dat de gemeente Utrecht het aandurft om tegen deze Europese wetgeving in, eigen wet- en regelgeving toe te passen op maat, omdat Utrecht staat voor haar ondernemers en trots is op wat zij, vaak al generaties lang, de stad brengen. Mijn eerste baantje had ik als veertienjarige bij de IJssalon Venezia aan de Oudegracht, bij Italo de Lorenzo. Nonno kwam vaak langs. The godfather van de Italiaanse ijssalon in Nederland dronk zijn Spa rood ongekoeld. ‘Due capuccini!’ leerde ik van Romana en hele kilometers liep ik ermee over die brug op zaterdagen. Duizenden ijsjes schepte ik met bolletjes vanielie, vanielje of gewoon stratelli of bûhnaon. Iédereen in Utrecht heeft een persoonlijke herinnering aan Venezia en niemand in Utrecht begrijpt wat er nu gebeurt. Venezia is niet alleen regionaal, maar nationaal cultureel erfgoed. Hun, ónze, Utregse ijssalon, staat nota bene in het Openluchtmuseum.

Mevrouw Schilderman, borg toch de trots van al die Utrechters en herzie de voorgenomen maatregel om de plekken voor standplaatshouders te verloten. Ik hoop echt dat u dat zal doen, namens al die stadsgenoten, al die Utregse jochies en wijffies, al die ijsliefhebbers en om te laten zien dat de gemeente voor haar stad durft te kiezen. Ik wens u wijsheid toe en hoop in de zomer met u aan de gracht samen een ijsje te eten, vannili en aorebej, met slagroom in het hoorntje om terug te kijken op een woelige paar weken en vooruit te kijken naar de honderdste verjaardag van Ijssalon Venezia in het centrum van Utrecht op de Oudegracht in 2028. 6

Deelnemer Behoud de standplaatsen voor iconische en gezichtsbepalende ondernemers die al generaties lang het Utrechtse straatbeeld sieren. Kies voor Utrecht!

Deelnemer Staan met kaas op de standplaats Poortstraat wittevrouwen wijk op zaterdag. Grote omzet verlies/ medewerkers ontslaan… sociale netwerk van de buurt valt weg Deelnemer Wij runnen al zo’n 40 jaar de oliebollenkraam aan de Amsterdamsestraatweg te Utrecht. Het is 2013 en de Vergunning wordt verlengd voor 10 jaar. Dit was om van het papierwerk af te zijn en het gemakkelijker te maken voor gemeente en onszelf. Er wordt op dat moment niet gesproken over opnieuw te moeten inschrijven. Nu kregen we op zeer kort termijn te horen dat het niet meer verlengd wordt. Als het 2023 is gaan wij er vanuit dat het weer automatisch verlengd wordt zoals voorgaande jaren. Hier ziet de gemeente vanaf en wij hopen op een overgangstermijn, voor een langere periode zoals in verschillende gemeentes reeds is gebeurd. Wij zijn altijd netjes geweest en er zijn nooit klachten. We hebben zelfs wat gedaan aan de afwatering in verband met het milieu. Daarop is het hoofd vergunning nog wezen kijken en kregen wij onze goedkeuring. Wat het voor ons betekend dat wij dus 3,5 maand geen inkomen hebben als het niet verlengd wordt. Al onze investeringen voor niks zijn geweest, want ieder jaar doen we wel iets aan de verkoopwagen op het gebied van investering.

Dus wij zijn zelf maar handtekeningen op gaan halen, want wij vroegen ons af, wat vindt de buurt waar wij staan er eigenlijk van dat wij misschien weg moeten? Het ophalen van de handtekeningen was hartverwarmend. Mensen tekenen massaal en willen ons niet kwijt. Zo’n 500 handtekeningen in een paar uur tijd. Wij zijn voor de omwonende eigenlijk buurtgenoten. Zoals iedere standhouder op zijn/haar “eigen plek”. Er zijn met ons 2 buurtbewoners meegekomen zij wonen nabij de kraam, zij doen ook hier hun verhaal.

7

1.1 Raadsvoorstel Wijzigingsbesluit APV Utrecht 2010, standplaatsen 1 Dossier 3261 voorblad.pdf

Raadsinformatiebijeenkomst Dossiernummer

3261

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

11 april 2023

Agendapunt

1.1

Titel

Raadsvoorstel Wijzigingsbesluit APV Utrecht 2010, standplaatsen

ID

3455

Behandelend ambtenaar

Silfhout, Lysbeth van

Telefoon

14030

E-mail

lysbeth.van.silfhout@utrecht.nl

Datum collegebesluit Thema

Economie

Portefeuillehouder

Wethouder Schilderman

Beleidsveld

Economische Zaken

Referendabel

Ja

Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsinformatiebijeenkomst

11 april 2023

Gemeenteraad

22 juni 2023

Voorgesteld besluit

1 Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010 ten behoeve van Standplaatsen.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Wijziging Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Economie Ontwikkelorganisatie Ruimte Lysbeth van Silfhout 10523085 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De wijziging Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, Standplaatsen vast te stellen, met als (belangrijkste) wijzigingen: a. het toevoegen van de aanwijzingsbevoegdheid van het college voor de locaties waar standplaatsen mogen worden in genomen, b. het mobiele karakter van een standplaatsvergunning beter te borgen, en c. het samenvoegen en vereenvoudigen van de artikelen in afdeling 5.3 van APV. d. het onderscheid tussen venten en het innemen van een standplaats aan te passen anders vorm te geven zodat dit verschillende activiteiten zijn. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Per 31 december 2023 verlopen de huidige standplaatsvergunningen op gemeentegrond. De nieuwe vergunningen moeten verleend worden in lijn met de Europese Dienstenrichtlijn, door Nederland vastgelegd in de Nederlandse Dienstenwet. In 2013 heeft het college de vergunningen verleend voor 10 jaar, met voorrang voor zittende standplaatshouders, als overgangsperiode naar een nieuwe toedeling. Hieruit volgt dat de vergunning niet nog een keer verlengd kan worden. Voor een nieuwe procedure van vergunningverlening moet de Algemene plaatselijke verordening worden gewijzigd.

Context Aanleiding In Utrecht hebben we op grond van de Algemene plaatselijke verordening 81 standplaatsvergunningen verleend op gemeentegrond (peildatum 1 januari 2023). Deze vergunning is nodig voor het innemen van een standplaats in de openbare ruimte voor bijvoorbeeld de verkoop van kaas of vis. Dit betreft overigens niet de vergunning voor het innemen van een standplaats op een markt die worden ingesteld op basis van artikel 160 Gemeentewet. De vergunningen voor deze vaste standplaatsen eindigen allemaal per 1 januari 2024. De nieuwe vergunningen moeten verleend worden in lijn met de Europese Dienstenregeling, door Nederland vastgelegd in de Nederlandse Dienstenwet. In 2013 heeft het college de vergunningen verleend voor 10 jaar, met voorrang voor zittende standplaatshouders, als overgangsperiode naar een nieuwe toedeling. Hieruit volgt dat de vergunning niet nog een keer verlengd kan worden. Om ook na 2023 nieuwe standplaatsen in de stad te hebben, gaan we de vergunningen opnieuw verlenen. De standplaatsvergunning is een schaarse vergunning. De Europese Dienstenrichtlijn en de Nederlandse Dienstenwet zijn hierop van toepassing. Dat betekent dat vaste standplaatsen op een zodanige wijze moeten worden gegund dat iedereen zo’n vergunning kan aanvragen. Alle aanvragers, zittend of nieuw, moeten gelijke kansen hebben.

In totaal staan op de nieuwe locatielijst 77 standplaatslocaties waarvoor 86 nieuwe vergunningen worden uitgegeven. Op een aantal locaties gaat het om meerdere vergunningen (stadagen). Juridische context Wijziging Algemene plaatselijke verordening De voorgestelde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV) vormt de juridische basis voor het verlenen van standplaatsvergunningen. De raad heeft de bevoegdheid om de APV te wijzigen. Op grond van de APV kan het college nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een standplaatsvergunning. Hierin wordt onder andere de verdeelmethodiek opgenomen, zodat bij het uitgeven van nieuwe vergunningen wordt voldaan aan de Dienstenrichtlijn. Het college heeft een concept nadere regel en aanwijzingsbesluit vastgesteld, deze zijn bijgevoegd bij dit voorstel. De standplaatsvergunning dient om te voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord en overlast wordt tegengegaan. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld: geluidsoverlast, stankoverlast, verkeershinder en overlast door zwerfafval. De concept nadere regels, het aanwijzingsbesluit en de raadsbrief waarin het college deze toelicht zijn opgenomen als informatieve bijlage. Effect Dienstenrichtlijn De Dienstenrichtlijn is in 2006 in werking getreden.

Eind 2009 moesten alle lidstaten van de EU deze richtlijn hebben geïmplementeerd, zodat er een interne markt voor diensten kon ontstaan. Het doel van de richtlijn is dat dienstverleners, zowel personen als bedrijven, gemakkelijk binnen de gehele Europese Unie diensten kunnen verrichten. De reikwijdte van het begrip 'dienst' is uitgebreid, waardoor economische activiteiten die voorheen niet als een dienst werden beschouwd, dat nu wel worden. Zo moet de detailhandel in goederen inmiddels ook als dienst worden gezien. Standplaatsen zijn een vorm van detailhandel en vallen daarom onder de werking van de dienstenrichtlijn. De Europese Dienstenrichtlijn is in Nederland omgezet in de Dienstenwet. Vergunningen zijn schaars indien het gemeentebestuur een maximum aan het aantal te verlenen vergunningen stelt. Voor standplaatsen geldt in het belang van de openbare orde een maximumstelsel. Jurisprudentie schaarse vergunningen In 2016 is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het bestaan erkend van een nationale rechtsnorm die gevolgen heeft voor de besluitvorming over schaarse vergunningen (ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, Speelautomatenhal Vlaardingen). Het gelijkheidsbeginsel betekent volgens deze uitspraak voor de verdeling van schaarse vergunningen dat het gemeentebestuur aan (potentiële) gegadigden gelijke kansen moet bieden om in aanmerking te komen 2

voor deze vergunningen. Om een eerlijk speelveld, concurrentie en innovatie te kunnen borgen, is het van belang dat vergunningen voor het gebruik van schaarse middelen (zoals de openbare ruimte) niet een onbepaalde duur hebben. Er is inmiddels verdergaande jurisprudentie over schaarse vergunningen. Deze jurisprudentie en de implicatie daarvan is uitgebreid bestudeerd. Daaruit en uit het bijgaande externe juridisch advies blijkt voor de Utrechtse situatie dat zowel zittende vergunninghouders als lokale ondernemers geen enkele voorrangspositie mogen krijgen bij de toedeling. Dit is ook bevestigd door de minister van EZK eind januari 2023 als antwoord op vragen uit de Tweede Kamer. Zij onderschrijft daarin het bestaan van de Europese regelgeving en de noodzaak die te volgen. Het gemeentebestuur kan niet anders dan deze regels te volgen en zittende én nieuwe ondernemers een kans te geven op een standplaats. Beslistermijn Het college kan pas starten met de formele aanvraagprocedure zodra de APV in werking is getreden. Spoedige besluitvorming is van belang om zo snel mogelijk duidelijkheid te kunnen geven aan vergunninghouders, nieuwe ondernemers en inwoners. Gezien het feit dat deze wijziging referendabel is geldt een uitgestelde inwerkingtreding van 5 weken na het raadsbesluit.

Hoe eerder de raad heeft besloten over deze APV-wijziging, hoe eerder het proces van uitgifte kan starten. Niet besluiten betekent dat we op 1 januari 2024 geen standplaatshouders meer in de stad op gemeentegrond hebben met een vergunning. Beoogd effect Door toevoegen van de aanwijzingsbevoegdheid wordt de juridische basis voor de nadere regels en het aanwijzingsbesluit van het college voorzien, en is de APV up-to-date en voor standplaatsen in lijn met de modelverordening van de VNG. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Raadsvoorstel – vastgesteld 11 juli 2013 Simpeler en doeltreffender standplaatsenbeleid; afschaffen Standplaatsverordening Schriftelijke vragen: SV 2019 nr. 233 over De Markt (met antwoord) SV 2022 nr.137 Onzekere tijden voor standplaatshouders (met antwoord) SV 2022 nr. 229 Standplaatsen voor marktkooplui (met antwoord) SV 2023 nr. 15 Nieuwe Europese regels nekken ondernemers met standplaats, wat zit erachter (met antwoord)

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De wijziging Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, Standplaatsen vast te stellen, met als (belangrijkste) wijzigingen: a. het toevoegen van de aanwijzingsbevoegdheid van het college voor de locaties waar standplaatsen mogen worden in genomen, b. het mobiele karakter van een standplaatsvergunning beter te borgen, en c. het samenvoegen en vereenvoudigen van de artikelen in afdeling 5.3 van APV. d. het onderscheid tussen venten en het innemen van een standplaats aan te passen anders vorm te geven zodat dit verschillende activiteiten zijn.

Argumenten 1.1

Door toevoegen van de aanwijzingsbevoegdheid wordt de juridische basis voor de nadere regels en het aanwijzingsbesluit van het college voorzien Op basis van de gewijzigde APV kan het college in nadere regels stellen met betrekking tot de wijze van uitgifte van vergunningen en is het college ook bevoegd

3

de locaties aan te wijzen waar vaste- en seizoensstandplaatsen mogen worden ingenomen. 1.2

Kanttekening 1.1

Met deze aanpassingen worden de bepalingen in de APV met betrekking tot het onderwerp standplaatsen geactualiseerd Hiermee sluiten de bepalingen in de APV weer aan bij de huidige situatie in de stad en voor standplaatsen in lijn met de modelverordening van de VNG.

Om in de toekomst te kunnen selecteren op basis van kwalitatieve criteria, is mogelijk nog een wijziging van kaders nodig Om de overgang voor huidige standplaatshouders niet nog ingrijpender te maken is het voorstel van het college de uitgifte nu te doen via loting. Het college werkt echter ook aan toevoeging van circa 10 nieuwe standplaatsen waarbij een nieuwe manier van selectie wordt toegepast, waarmee ze invulling geeft aan het coalitieakkoord waarin staat dat ‘partijen die aanzienlijk duurzaam en circulair opereren een streepje voor hebben’. Dit kan betekenen dat tussentijds de selectiemethode voor nieuwe standplaatsen wijzigt, zowel voor deze circa 10 nieuwe plekken als ook bij de uitgifte van standplaatsen die vrijkomen in de loop der jaren (bijvoorbeeld bij tussentijdse opzegging). Dit kan betekenen dat de kaders in de APV (of daarbuiten) opnieuw moeten worden gewijzigd. Het college zal hiertoe in dat geval een voorstel doen aan de gemeenteraad.

Financiën De kosten van ambtelijke inzet op dit dossier worden gedekt uit de programma’s Economie & Werkgelegenheid voor Iedereen en Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed. De leges blijven ongewijzigd.

Vervolg Na het besluit tot wijziging van de APV voor standplaatsen stelt het college de Nadere regel en het aanwijzingsbesluit definitief vast. Hierna stelt het college de mogelijkheid tot het aanvragen van een vergunning zo snel mogelijk open en start het proces van toedeling voor de huidige standplaatsen. Het college gaat daarnaast aan de slag om binnen twee jaar een voorstel aan de raad te doen voor circa 10 nieuwe standplaatsen op gemeentelijke grond. Bij nieuwe vergunningverlening is het de bedoeling invulling te geven aan wat hierover staat in het coalitieakkoord: ‘Partijen in de stad die bij een aanbesteding of vergunningaanvraag laten zien aanzienlijk duurzaam en circulair te opereren, hebben een streepje voor’. Hiermee wordt in de komende tien jaar tussentijds toegewerkt naar een mogelijk ander systeem van beoordeling voor nieuw uit te geven vergunningen voor deze tien plaatsen, en ook bij uitgifte van plaatsen die vrijkomen (bijvoorbeeld bij tussentijdse opzegging). Het college onderzoekt hierbij ook de mogelijkheden rondom duurzame leges. Het college zal in het geval van wijziging van deze kaders een voorstel hiertoe doen aan de gemeenteraad.

Participatie Over specifiek de wijziging van de APV heeft geen participatie plaatsgevonden. Over de wijziging van het standplaatsenbeleid heeft de raad in 2013 reeds besloten dat alle vergunningen zouden aflopen per 1 januari 2024. De vergunninghouders zijn in 2013 en in oktober 2022 (opnieuw) geïnformeerd over het aflopen van de vergunningsperiode, en het voornemen van de gemeente om het beleid te wijzigen. Naar aanleiding daarvan is veel contact met individuele ondernemers geweest waarin ze hun vragen en zorgen hebben kunnen uiten. Er is op 16 maart een bijeenkomst georganiseerd om de standhouders verder te informeren over de huidige stand van zaken en met hen daarover het gesprek aan te gaan. Na gesprek in de raad zal nog opnieuw een bijeenkomst gehouden worden over het vervolg.

Communicatie Zodra (na bespreking in de raad) definitief kan worden vastgesteld welke toedelingsmethode gaat worden gebruik, worden de vergunninghouders hierover geïnformeerd. Ook wordt het besluit kenbaar 4

gemaakt en zorgen we voor een eenvoudig proces, toegankelijk via de website. We bieden persoonlijke hulp bij het aanvragen van een vergunning aan, als blijkt dat daar behoefte aan is.

Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Besluit tot wijziging Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, Standplaatsen Bijlagen informatief - Raadsbrief ‘Vernieuwing Standplaatsenbeleid’ - Bijlage - Concept ‘Nadere regel artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen’ - Bijlage - Concept ‘Aanwijzingsbesluit artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen - Bijlage – Locatielijst bij Concept ‘Aanwijzingsbesluit artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen - Bijlage - Extern juridisch advies van VBK advocaten met onderwerp Advies inzake beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht d.d. 8 maart 2023

5

1 Besluit tot wijziging Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen - DROP.docx

Besluit tot wijziging van Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen De raad van de gemeente Utrecht -

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 maart 2023;

Gelet op afdeling 5.3 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2020 en artikel 149 Gemeentewet;

Overwegende dat: -

de verleende vergunningen voor het innemen van een standplaats per 1 januari 2024 van

-

het wenselijk is het onderscheid tussen venten en het innemen van een standplaats anders vorm

-

rechtswege vervallen en nieuwe vergunningen uitgegeven kunnen worden; geven zodat dit verschillende activiteiten zijn;

het ambulante karakter van een standplaatsvergunning beter geborgd kan worden;

Besluit de Algemene plaatselijke verordening 2010 als volgt te wijzigen:

Artikel I De Algemene plaatselijke verordening 2010 wordt als volgt gewijzigd: A. Na afdeling 5.2 wordt een afdeling ingevoegd, luidende: Afdeling 5:2A Venten B. In afdeling 5:2aA Venten worden twee artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 5:11a Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis, waarbij de venter in beweging is en zijn waren voortdurend vanaf een andere plaats aanbiedt; 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

c.

het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:13.

Artikel 5:11b Ventverbod 1. Het is verboden zonder vergunning van het college te venten. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. C. Artikel 5.12 komt te luiden: Artikel 5.12 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: - standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen, afleveren of promoten van goederen dan wel diensten, zowel commercieel als niet-commercieel, gebruikmakend van verplaatsbare fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 5:30 eerste lid van deze verordening. D. Artikel 5:13 komt te luiden: 5.13 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan met het oog op de belangen bepaald in artikel 1:8 van de verordening nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een standplaatsvergunning. 3.

Het college wijst de locaties aan waar vaste- en seizoenstandplaatsen mogen worden ingenomen. Per locatie stelt het college de sta-dag(en) en de afmetingen van de standplaats vast. 4. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. de aanvrager beneden de 18 jaar is. E. Artikel 5:14 vervalt. F. Na artikel 5:14 wordt artikel 5:14aa ingevoegd, luidende: Artikel 5:14 aa Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel II Dit besluit treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het gemeenteblad. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum> De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma De griffier,

Merel van Hall

Bijlage: Overzicht van de wijzigingen in Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010

Bestaande tekst:

Nieuwe tekst

Afdeling 5:2A Venten Artikel 5.12 Begripsbepalingen 1.In deze afdeling wordt onder straathandel verstaan: a. ambulante handel (of venten): het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aanbieden op een openbare telkens wisselende plaats of aan huis; b. vaste standplaats: het voor langere tijd vanaf een vaste plaats op een openbare plaats of op of aan een openbaar water te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aanbieden, gebruikmakend van verplaatsbare fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; c. tijdelijke standplaats: het voor maximaal drie dagdelen op een openbare plaats of op of aan een openbaar water te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan bieden, gebruik makend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; d. mobiel verkooppunt: vitrines, toonbanken e.d. die vanuit winkels of horeca-inrichtingen een openbare plaats op worden gereden van waaruit verkoop plaatsvindt. 2.Onder straathandel wordt niet verstaan: a. een vaste standplaats op een markt in de zin van de marktverordening van de gemeente Utrecht b. een vaste standplaats op een evenement als bedoeld in artikel 5:30 eerste lid van deze verordening; c.

het aan de huizen te koop aanbieden of verkopen door degene, die dat doet in de uitoefening van zijn in deze gemeente gevestigde winkel of op bestelling of geregeld volgens afspraak levert of

Artikel 5:11a Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis, waarbij de venter in beweging is en zijn waren voortdurend vanaf een andere plaats aanbiedt; 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:13.

d. het aan winkeliers te koop aanbieden of verkopen door handelsreizigers. Artikel 5:11b Ventverbod 1. Het is verboden zonder vergunning van het college te venten.

Artikel 5.12 Begripsbepalingen 1.In deze afdeling wordt onder straathandel verstaan: a. ambulante handel (of venten): het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aanbieden op een openbare telkens wisselende plaats of aan huis; b. vaste standplaats: het voor langere tijd vanaf een vaste plaats op een openbare plaats of op of aan een openbaar water te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aanbieden, gebruikmakend van verplaatsbare fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; c. tijdelijke standplaats: het voor maximaal drie dagdelen op een openbare plaats of op of aan een openbaar water te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan bieden, gebruik makend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; d. mobiel verkooppunt: vitrines, toonbanken e.d. die vanuit winkels of horeca-inrichtingen een openbare plaats op worden gereden van waaruit verkoop plaatsvindt. 2.Onder straathandel wordt niet verstaan: a. een vaste standplaats op een markt in de zin van de marktverordening van de gemeente Utrecht b. een vaste standplaats op een evenement als bedoeld in artikel 5:30 eerste lid van deze verordening;

2. Het verbod is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. 5.12 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: - standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen, afleveren of promoten van goederen dan wel diensten, zowel commercieel als nietcommercieel, gebruikmakend van verplaatsbare fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 5:30 eerste lid van deze verordening.

c. het aan de huizen te koop aanbieden of verkopen door degene, die dat doet in de uitoefening van zijn in deze gemeente gevestigde winkel of op bestelling of geregeld volgens afspraak levert of d. het aan winkeliers te koop aanbieden of verkopen door handelsreizigers. Artikel 5.13 Straathandel 1.Het is verboden zonder vergunning van het college, in de uitoefening van de straathandel, andere waren dan gedrukte of geschreven stukken, waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard, te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren op een op een openbare plaats of op of aan een openbaar water. 2.Het college kan in het belang van de openbare orde en veiligheid en het uiterlijk aanzien van de gemeente nadere regels stellen ten aanzien van de straathandel. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert het college de vergunning indien: a.de aanvrager beneden de 18 jaar is of b.de situatie als bedoeld in artikel 5:31, derde lid zich voordoet. 4.Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college straathandel wordt uitgeoefend.

5.13 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan met het oog op de belangen bepaald in artikel 1:8 van de verordening nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een standplaatsvergunning. 3. Het college wijst de locaties aan waar vasteen seizoenstandplaatsen mogen worden ingenomen. Per locatie stelt het college de stadag(en) en de afmetingen van de standplaats vast. 4. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b de aanvrager beneden de 18 jaar is.

Artikel 5:14 Standplaats voor een ander doel dan straathandel 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of op of aan een openbaar water in te nemen, voor een ander doel dan straathandel, met een tafel, een kraam, een voertuig of ander voorwerp. 2.Het college kan een vergunning weigeren op grond van de gronden zoals bedoeld in artikel 1:8 en 5:13 van deze verordening. 3.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 5:14 Standplaats voor een ander doel dan straathandel Vervallen.

Artikel 5.13 Straathandel 4.Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college straathandel wordt uitgeoefend

Artikel 5:14 aa Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen.

1 Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid.docx

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

Lysbeth van Silfhout/Manon den Blanken

Datum

15 maart 2023

Doorkiesnummer

14030

Kenmerk

10523085

E-mail

Lysbeth.van.silfhout@utrecht.nl

Onderwerp

Vernieuwing Standplaatsenbeleid

Bijlage(n)

4

Beleidsveld

Economische Zaken

Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren we u, in aanloop naar de commissie VOWE van 23 maart aanstaande, over de standplaatsen in Utrecht en de wijze waarop we van plan zijn de toedeling van de vergunningen te organiseren. Zoals eerder ook aangegeven aan u en aan de standplaatshouders, nemen wij pas een definitief besluit nadat uw raad hierover heeft gesproken. In deze brief schetsen we de context, en geven we aan welke richting ons als college hierin verstandig lijkt. Wij lichten dit graag aan u toe om u in staat te stellen op basis van een standpunt van het college het gesprek te voeren en eventueel richting mee te geven. Tevens sturen wij u gelijktijdig met deze brief een voorstel tot wijziging van de Apv, die nodig is om het nieuwe beleid te borgen. Alles is erop gericht om voor de zomer de huidige standplaatshouders en andere geïnteresseerden uit te nodigen om een aanvraag in te dienen voor een vergunning op gemeentegrond voor de periode vanaf 1 januari 2024. Ons doel is om na de zomer te komen tot vergunningverlening. Zo kunnen we tijdig duidelijkheid bieden voor zowel de zittende als voor mogelijke nieuwe ondernemers. Standpunt college Het is niet mogelijk om voorrang te geven aan zittende of lokaal gebonden ondernemers. Er is gekeken naar de opties voor uitgifte van de nieuwe vergunningen met het oog op een goede overgang naar de nieuwe situatie.

Wat ons betreft is de keuze daar tussen loting en selectie. Selectie zien wij voor de toekomst als een potentieel waardevol instrument, om meer te kunnen inzetten op bijvoorbeeld duurzaamheid en circulariteit. Omdat in die selectie zittende of lokaal gebonden ondernemers niet als criterium meegenomen kunnen worden, denken wij echter dat enkel toevoegen van criteria voor duurzaamheid en circulariteit een te ingrijpende verandering zou betekenen voor de huidige standplaatshouders. Daarom kiezen we voor een systematiek waarin de zittende ondernemers zo eenvoudig mogelijk kunnen meedingen naar een plek in de nieuwe situatie, een selectie door loting. Voor de toekomst willen we wel naar een situatie met selectie op basis van criteria toe. Om dat te bereiken zetten we in de komende twee jaar in op een uitbreiding van circa 10 standplaatsen op gemeentelijke grond waarmee we ervaring opdoen met deze manier van selectie. Over deze richting gaan we graag met u in gesprek in de commissie van 23 maart, daarna nemen wij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f5c367cc-f7ef-4699-b21c-fb5e59272e57