CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 10 april 2025, gemeente Utrecht31.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 10 april 2025 1 2 3

3.1

3.2 3.3 4

5

6

7

Opening Vaststellen van de agenda van 10 april 2025 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Lange Termijnagenda cie EDVW 10 april 2025 Behandelvoorraad PROCEDUREEL Commissie EDVW 10 april 2025 Ingekomen agenderingen Commissie EDVW PROCEDUREEL 10 april 2025 Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ Dossier 4540 voorblad Raadsvoorstel Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ Wijkanalyses en wijkrichtingen Verslag geluiden ophalen fase 1 Participatieverslag fase 2 Inhoudelijke trends en ontwikkelingen in het wonen U10 Woonbehoefteonderzoek - Gemeente Utrecht Advies Doorstroming Utrecht Woonzorgbehoefteonderzoek & aandachtsgroepen (provincie Utrecht) Reactienota Beleidsnota Wonen in Utrecht Technische sessie ontwerp-beleidsnota warmte Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven commissie EDVW 6 maart tm 3 april 2025 Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag openbare bijeenkomst commissie Energie(transitie),

Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 13 maart 2025. 2025.03.13 Conceptverslag commissie EDVW Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Motielijst cie EDVW 10 april 2025 Toezeggingenlijst cie EDVW 10 april 2025 Ingekomen stukken Nr.1 Brief Woonzoekers Utrecht Nr. 2 Boek Woonzoekers Utrecht LIS-STUK 1 Brief Woonzoekers Utrecht LIS-STUK 2 Boek Woonzoekers Utrecht Openbare lijst LIS 10 april 2025 SV 2024 nr. 204 Achterstallig onderhoud Overvecht Wethouder: De Vries, beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door Mirac Usta (DENK), David Bosch (UtrechtNu!), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Gertjan te Hoonte (VVD), Lenno van Straalen (ChristenUnie), Jantine Zwinkels (CDA), Charlotte Passier (Volt) en Titus Stam (PvdA) Het onderwerp van achterstallig onderhoud in Overvecht raakt direct aan de leefbaarheid en veiligheid in de wijk en verdient daarom een grondige bespreking. Dit onderhoud heeft invloed op het welzijn van de bewoners, de uitstraling van de wijk en het vertrouwen in het gemeentelijk beleid. Het is van groot belang om te bespreken welke stappen het college neemt om deze problematiek aan te pakken en hoe de gemeente samen met bewoners en andere betrokken partijen duurzame oplossingen kan realiseren.

Door dit onderwerp te agenderen, krijgt de raad de mogelijkheid om dieper in te gaan op de beantwoording van de schriftelijke vragen, aanvullende vragen te stellen en samen te kijken naar mogelijke actiepunten om de situatie in Overvecht (en breder) te verbeteren. Dossier 4546 voorblad

8

Beantwoording SV2024 nr 204 over Achterstallig onderhoud Overvecht Initiatiefvoorstel 'Geef woningzoekenden een Stem' Wethouders: De Vries en Eerenberg, beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting, en Ruimtelijke Ordening Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Ingediend door Berdien van der Wilt (D66) Het initiatiefvoorstel heeft als doel om woningzoekenden een grotere stem en vaste plek te geven in de participatie bij gebiedsontwikkeling en woonbeleid, te midden van een woningcrisis. Door woningzoekenden vroegtijdig en structureel te betrekken kan een betere afweging van verschillende belangen gemaakt worden, door zowel inwoners als raadsleden en het college. Dit laatste sluit daarmee aan bij de doelstelling van Samen Stad Maken: ‘Geen Utrecht zonder U’, om als raad en college iedere stem mee te laten wegen. Daarnaast kan een betere betrokkenheid van woningzoekenden en toekomstige bewoners nieuwe plannen verrijken en bijdragen aan meer binding met hun toekomstige woonplek. In dit voorstel worden concrete aanbevelingen gedaan over de manieren en verschillende fasen waarin de gemeente stappen kan zetten om woningzoekenden beter te betrekken bij woningbouwprocessen.

Dossier 4573 voorblad Initiatiefvoorstel 'Geef woningzoekenden een Stem' Raadsvoorstel Initiatiefvoorstel 'Geef woningzoekenden een stem' Samenvatting Participatie-avond 20 november Raadsbrief Reactie Initiatiefvoorstel Geef woningzoekenden een stem

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 10 april 2025 Onderwerp

Beleidsveld

Planning

Fatale termijn

Datum

Beoogd

Aangeboden/

Toelichting wijziging

Toelichting in geval van

aanbieden

Raadsbesluit

aangeboden

kwartaal

Gestopt

planning

gestopt

aan raad

commissie procedureel

Nota wijk- en

Buurt- en

2024 Q3

Gestopt

20240425 De ‘nota Wijk-

buurtaanpak

wijkgericht

en buurtaanpak 2024 en

2024 en verder

werken

verder’ wordt een ‘Uitvoeringsprogramma Buurt- en wijkgericht werken’. Deze is op 27 september 2024 naar de raad gestuurd.

Zienswijze

Circulaire

programma-

Economie

2025 Q1

Aangeboden

en productbegroti ng AVU 2026 Zienswijze

Circulaire

ontwerp-

Economie

2025 Q1

begrotingswijz iging AVU 2025 Aanpassing

Circulaire

afvalstoffenver

Economie

ordening n.a.v. actualisatie

2024 Q2

23-042024

Aangeboden

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 10 april 2025 VNG modelverorden ing en aanpassing definitie van een huis-aanhuisblad Beleidsnota

Circulaire

Utrecht

Economie

2024 Q4

17-09-

Aangeboden

2024

Circulair Beleidsnota

Energie en

Warmte

Klimaat

Kaders publiek

Energie en

warmtebedrijf

Klimaat

2025 Q3

2025 Q3

2025 Q2

2025 Q2

Er is meer tijd nodig om een goede vergelijking te maken tussen de varianten en ook de twee aangenomen moties zorgvuldig te verwerken. Wij verwachten het voorstel in Q2 aan uw raad aan te bieden.

Herijking

Energie en

Regionale

Klimaat

Energiestrategi e

2025 Q2

2025 Q2

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 10 april 2025 Klimaatvisie

Energie en

2025 Q3

2025 Q4

2026 Q4

2026 Q4

Klimaat Raadsvoorstel

Milieu en

Gebiedsplan

Emissieloos

Gebiedsgericht

Vervoer

Grondwaterbe heer Zienswijze

Milieu en

Ontwerp

Emissieloos

Programmabeg

Vervoer

2024 Q2

27-06-

Aangeboden

2024

roting 2025 Beleidsnota

Milieu en

Luchtkwaliteit

Emissieloos

2024 Q3

18-10-

Aangeboden

2024

Vervoer Beleidsnota

Vastgoed

2024 Q4

Vastgoed

19-12-

Aangeboden

2024

Evaluatie en

Wonen en

aanpassing

Volkshuisvesting

2024 Q3

Gestopt

Het ministerie van binnenlandse zaken heeft

leegstandsvero

het experiment m.b.t. de

rdening

leegstandswet, waar Utrecht aan meedoet, verlengd tot 31 december 2029. De extra bevoegdheden die zijn vastgelegd in de leegstandsverordening

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 10 april 2025 blijven daarmee beschikbaar de komende periode, waardoor de noodzaak vervalt om de leegstandsverordening in 2024 aan te passen. Beleidsnota

Wonen en

Wonen

Volkshuisvesting

Wijziging

Wonen en

Huisvestingsve

Volkshuisvesting

rordening

2025 Q1

25-03-

Aangeboden

2025 2026 Q1

De volgende benodigde wijziging van de Huisvestingsverordening staat in het teken van de nieuwe Beleidsnota Wonen (waarover de raad nog moet besluiten) en de aangekondigde Wet versterking regie op de volkshuisvesting. Deze wijzigingen zijn nu nog niet bekend of zeker. Als die duidelijkheid er is, start de voorbereiding voor het wijzigen van de Huisvestingsverordening. We verwachten dit in Q1

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 10 april 2025 2026 aan te bieden aan de gemeenteraad. Inzet Fonds

Wonen en

betaalbare

Volkshuisvesting

2024 Q2

Gestopt

Zoals aangegeven in de commissie EDVW van 11

koop voor

april wordt er nu gewerkt

betaalbaar en

aan een

collectief

uitvoeringsprogramma

wonen

coöperatief wonen i.p.v. een raadsvoorstel. De omzetting van de doelbestemming van de inzet fonds betaalbare koop wordt gedaan bij het eerstvolgende product van de P&C-cyclus. Dit is conform de nieuwe standaard voor beleidsdocumenten en de raadsbrief Betaalbaar wonen en inzet fonds betaalbare koop (29 november 2023).

Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen PROCEDUREEL commissie van 3 april 2025 Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Milieu en Emissieloos vervoer, Vastgoed, Wonen en Volkshuisvesting, Buurt- en wijkgericht werken, Samen voor Overvecht

Wethouder

Commissie EDVW tot zomerreces 2025 • 10 april • 22 mei • 26 juni veegcommissie RIB EDVW tot zomerreces 2025 • 1 april • 13 mei • 17 juni Dagdelen commissie Ochtend 10.00 - 13.00 uur (180 min - 30 min opening = 150 min beschikbaar) Middag 14.00 uur - 16.45 uur (165 min beschikbaar) Avond 20.00 – 23.00 uur (180 min beschikbaar)

Agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Vast te stellen op 10 april 2025

Stukken afkomstig van commissieleden Datum: 25-3-2025 De raad wordt gevraagd de nota Woonbeleid vast te stellen. Hierin worden betaalbaar, passend en prettig Soort stuk: raadsvoorstel wonen als belangrijkste doelen uitgewerkt in subdoelen en Beleidsnota Wonen in Utrecht uit te voeren activiteiten. Daarbij zijn de volgende ‘Van woningmarkt naar principes leidend: - Ongelijk investeren voor gelijke kansen; volkshuisvesting 2025-2030’ - De beweging van woningmarkt naar volkshuisvesting lukt Wethouder: De Vries alleen als we er samen voor gaan; - Ruimte om te onderzoeken en te experimenteren; Beleidsterrein: Wonen en - We werken wijkgericht. Volkshuisvesting

Stukken afkomstig van het college Datum: 8-4-2025 Binnenkort geeft het college de ontwerp-beleidsnota warmte vrij voor inspraak. De ontwerp-beleidsnota gaat Soort stuk: Aanbieding over het energiesysteem van de toekomst en gaat onder technische sessie ontwerpmeer in op de voorkeursoplossingen van warmte voor de beleidsnota warmte bestaande bouw, netbewuste nieuwbouw, buurtinitiatieven en op welke bronnen we inzetten. Wethouder: Maatoug Beleidsterrein: Energie & Klimaat

In een technische sessie laat het college de ontwerpbeleidsnota graag ambtelijk toelichten, omdat het een complex en omvangrijke nota is, met diverse onderdelen waar de raad al langer om vraagt. Ook heeft deze nota een relatie met andere voorstellen vanuit de portefeuille Energie & Klimaat, zoals het publiek warmtebedrijf.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 22 mei 2025 2. Tijd: 180 minuten

Voorstel: Het inplannen van een technische sessie op de EDVW commissiedag van 22 mei.

2

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer

4540

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

10 april 2025

Agendapunt

3.1

Titel

Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’

ID

4762

Behandelend ambtenaar

Jonker - Verkaart, Marieke

Telefoon

0618350830

E-mail

m.jonkerverkaart@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema Portefeuillehouder

Wethouder De Vries

Beleidsveld

Wonen en Volkshuisvesting

Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Energie(transitie),

10 april 2025

Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Wonen en Volkshuisvesting Ontwikkelorganisatie Ruimte Rita van der Meulen, Luuk Huttenhuis, Marieke Jonker-Verkaart 13139001 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ vast te stellen, met daarin de volgende 3 hoofddoelstellingen en bijbehorende subdoelstellingen: a. Betaalbaar wonen: In 2030 maken meer mensen kans op het vinden van betaalbare woonruimte in Utrecht.: 1. We houden het bouwtempo van 3.000 woningen per jaar op peil. 2. Nieuwe woningen moeten vooral betaalbaar zijn. 3. We werken met corporaties aan duurzame groei van de corporatievoorraad. 4. We stimuleren de groei van het aantal woningen voor middeninkomens. 5. We benutten de bestaande woningvoorraad beter. b. Passend wonen: In 2030 wonen meer Utrechters passend.: 6. We werken aan een evenwichtige woonruimteverdeling van sociale huurwoningen. 7. We sturen op voldoende huisvesting voor inwoners in een kwetsbare positie. 8. We realiseren passende woonconcepten voor aandachtsgroepen. 9. We bevorderen de toegang tot betaalbare woningen voor middeninkomens. 10. We bevorderen doorstroming. 11. We bieden ruimte aan collectieve woonvormen. c. Leefbaar wonen: In 2030 wonen meer Utrechters prettig in hun huis en buurt. 12. We zorgen voor een betere positie van huurders en woningzoekenden. 13. We werken aan gemengde en leefbare wijken. 14. We werken aan toekomstbestendige woningen. 15.

We verbeteren onze informatievoorziening voor inwoners. en waarbij de volgende 4 leidende principes worden gehanteerd: i. ongelijk investeren voor gelijke kansen; ii. de beweging van woningmarkt naar volkshuisvesting lukt alleen als we er samen voor gaan; iii. ruimte om te onderzoeken en te experimenteren; iv. we werken wijkgericht. 2. De Woonvisie Utrecht beter in Balans (2019) en de volgende beleidsdocumenten: - Actieplan Middenhuur (2017) en aangepaste voorwaarden middenhuur (2022) - Actieplan Betaalbare koopwoningen (2021) en addendum actieplan betaalbare koop (2024) - Actieplan Studentenhuisvesting 2023 – 2030 (2023) - Actieplan Een (t)huis voor ouderen (2022)

- Actieplan Utrechtse wooncoöperaties (2021) - Notitie Toekomst woonwagenlocaties Utrecht (2013) - Plan van Aanpak Huisvesting en ondersteuning kwetsbare doelgroepen (2019) in te trekken en te vervangen door de beleidsnota Wonen in Utrecht “Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030” en het overzicht ‘Lijst met beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ hierop aan te passen.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

2

Samenvatting Utrecht wil een stad zijn en blijven voor iedereen. Waar je ook vandaan komt, en hoe groot je portemonnee ook is. Door het woningtekort is het voor sommige groepen echter steeds moeilijker, of zelfs niet meer haalbaar, om betaalbare woonruimte te vinden. De beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting’ kent drie doelstellingen die bijdragen aan de ambitie uit de koersdocumenten van de Omgevingsvisie (Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040, Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen): we willen dat iedereen die in Utrecht wil komen of blijven wonen, een passende woonplek kan vinden. Doelstelling 1 richt zich op het toevoegen van voldoende woningen. De gemeente richt zich primair op het toevoegen van betaalbare woonplekken voor mensen met een laag- of middeninkomen, mensen in een kwetsbare positie en mensen die geen dak boven het hoofd hebben. Doelstelling 2 richt zich op passend wonen. De opgave is niet alleen om meer woonplekken te creëren, maar ook te zorgen dat meer Utrechters wonen in een huis dat past bij hun financiële situatie, levensfase, gezinsgrootte en/of zorgbehoefte. Met doelstelling 3 draagt de beleidsnota bij aan leefbaar wonen. De basiskwaliteit van woningen moet op orde zijn. Maar het gaat ook om een prettige, gezonde en veilige woonomgeving met een gevarieerd woningaanbod voor verschillende huishoudens en inkomensgroepen.

Met ruimte voor gemeenschapsvorming en ontmoeting.

Context Aanleiding De vijfjarentermijn van de huidige woonvisie ‘Utrecht beter in balans’ uit 2019 is verstreken. Daarom is de nu voorliggende beleidsnota opgesteld. Met deze nieuwe beleidsnota bouwt de gemeente grotendeels voort op de koers van de woonvisie uit 2019, de koers uit de omgevingsvisie (Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU) en Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen) en verankert principes uit het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht’: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat 2022-2026. Met de beleidsnota pakt de gemeente, in lijn met landelijke ontwikkelingen, meer regie op de volkshuisvesting. Daarom zijn delen van het beleid aangescherpt en aanvullende acties geïnitieerd. Juridische context De beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025 - 2030’ wordt na vaststelling onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. De Omgevingsvisie Utrecht is een omgevingsvisie zoals bedoeld in de Omgevingswet. Hier is al het gemeentelijke beleid over de fysieke leefomgeving in opgenomen. Daarom gelden voor deze beleidsnota ook de inhoudelijke en procedurele verplichtingen uit de Omgevingswet die gelden voor een omgevingsvisie. De raad is bevoegd om de beleidsnota vast te stellen, omdat het hierbij gaat om kaderstelling wat een bevoegdheid is van de raad.

Het college heeft op grond van artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet de terinzagelegging van het ontwerp van deze beleidsnota voorbereid. Naar aanleiding van de terinzagelegging is de beleidsnota op onderdelen aangepast waarna de beleidsnota definitief wordt voorgelegd aan de raad. De wijzigingen zijn weergegeven in de reactienota. Het vaststellen van de beleidsnota als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht is op grond van artikel 3.1 lid 1 van de Omgevingswet een bevoegdheid van de raad. De beleidsnota is zelfbindend voor de gemeente, dat betekent dat de gemeente hier ook naar handelt. Het geeft duidelijkheid over welke richting de gemeente op wil gaan. Daarnaast dienen initiatieven in de stad bij te dragen aan de ambities zoals deze zijn opgenomen in de beleidsnota. De Woningwet schrijft in artikel 42 voor dat gemeenten een actuele woonvisie moeten hebben en deze een keer in de vijf jaar moeten actualiseren. Met deze nota voldoet de gemeente aan deze wettelijke eis. De beleidsnota is een vertaling van de ambitie “Gezond stedelijk leven voor iedereen” en de koersdocumenten van de Omgevingsvisie: Ruimtelijke Strategie Utrecht en Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen. De doelstellingen uit deze beleidsnota dragen bij aan het begrotingsprogramma “Ontwikkelen en Wonen voor iedereen”, doelstelling Huisvesting.

De nieuwe beleidsnota wordt na vaststelling onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien.

3

Beoogd effect Het nieuwe beleid moet mensen meer kans geven op betaalbare woonruimte, ervoor zorgen meer mensen gaan wonen in een woning die bij hun situatie past en dat mensen prettig kunnen wonen in hun huis en buurt. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening • Raadsbrief Aanpak opstellen beleidsnota, november 2023 • Raadsbrief Opbrengsten fase 1 Beleidsnota Wonen, juni 2024 • Raadsbrief Voortgang beleidsnota Wonen, november 2024 • Raadsbrief Vrijgave voor inspraak ontwerp-beleidsnota Wonen, januari 2025 De volgende moties en amendementen hebben een plek gekregen in de beleidsnota Wonen: • M48 Wijkgerichte invoering verhuurvergunning. • M88 Pas het pijlenschema van de woonvisie aan op ambities middenhuur • M286 Ga versnippering bij het realiseren van woonzorgwoningen tegen • A47 Ruimte voor samen wonen • M475 Maak nu écht werk van een Middenhuurloket! • M259 Liever een klein en fijn huis • M477 Vriendelijk zijn voor friendscontracten • M288 Geclusterde woonvormen voor senioren in Utrecht • M109 Meer toegang tot middenhuur • A46 Laat het tweede huis geen geitenpaadje worden

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ vast te stellen, met daarin de volgende 3 hoofddoelstellingen en bijbehorende subdoelstellingen: a. Betaalbaar wonen: In 2030 maken meer mensen kans op het vinden van betaalbare woonruimte in Utrecht.: 1. We houden het bouwtempo van 3.000 woningen per jaar op peil. 2. 2.Nieuwe woningen moeten vooral betaalbaar zijn. 3. 3.We werken met corporaties aan duurzame groei van de corporatievoorraad. 4. We stimuleren de groei van het aantal woningen voor middeninkomens. 5. We benutten de bestaande woningvoorraad beter. b. Passend wonen: In 2030 wonen meer Utrechters passend.: 6. We werken aan een evenwichtige woonruimteverdeling van sociale huurwoningen. 7. We sturen op voldoende huisvesting voor inwoners in een kwetsbare positie. 8. We realiseren passende woonconcepten voor aandachtsgroepen. 9. We bevorderen de toegang tot betaalbare woningen voor middeninkomens. 10. We bevorderen doorstroming. 11. We bieden ruimte aan collectieve woonvormen. c. Leefbaar wonen: In 2030 wonen meer Utrechters prettig in hun huis en buurt. 12. We zorgen voor een betere positie van huurders en woningzoekenden. 13. We werken aan gemengde en leefbare wijken. 14. We werken aan toekomstbestendige woningen. 15. We verbeteren onze informatievoorziening voor inwoners. 4

en waarbij de volgende 4 leidende principes worden gehanteerd: i. ongelijk investeren voor gelijke kansen; ii. de beweging van woningmarkt naar volkshuisvesting lukt alleen als we er samen voor gaan; iii. ruimte om te onderzoeken en te experimenteren; iv. we werken wijkgericht. Argumenten 1.1

Inzet op betaalbaar wonen is belangrijk, omdat het voor mensen met een laag- of middeninkomen lastig is om woonruimte te vinden die past bij hun financiële situatie (subdoelstelling 1 t/m 5). In de RSU is de ambitie opgenomen om een stad voor iedereen te zijn. Dit vraagt onder andere om meer betaalbare woningen. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht is het doel opgenomen om in 2040 35% sociale huur en 25% middensegment (middenhuur en betaalbare koop) in de voorraad te hebben. Het aandeel sociale huur in Utrecht is de afgelopen jaren gedaald, van 35% in 2019 naar 33% in 2023. Het gemiddeld aantal reacties dat wordt uitgebracht op een woning neemt toe, evenals het aantal urgentieaanvragen. Daarmee is de druk op het vinden van een woning in de sociale huur sterk toegenomen. Daarnaast neemt de woningvoorraad die beschikbaar is voor mensen met een middeninkomen af. De midden categorie krimpt in Utrecht van 30% in 2019 naar 26% in 2023. Om die stad voor iedereen te kunnen zijn, richt de beleidsnota zich op mensen die het het zwaarst hebben in het wonen. Dat zijn mensen die momenteel geen dak boven het hoofd hebben, mensen met de kleinste portemonnee (lage- en middeninkomens) en mensen in een kwetsbare positie.

In de beleidsnota wordt ingezet op tempo en betaalbaarheid van nieuwbouwwoningen, zodat er snel woonplekken komen die zoveel mogelijk langjarig betaalbaar zijn voor mensen met een laag- en middeninkomen. Daarom wordt sterk ingezet op sociale huur en middenhuur. Daarmee wordt tevens uitvoering gegeven aan M88 Pas het pijlenschema van de woonvisie aan op ambities middenhuur Naast het realiseren van nieuwbouw wordt ingezet op het creëren van meer woonplekken door de bestaande woningvoorraad beter te benutten.

1.2

De beleidsnota is ambitieus maar heeft oog voor haalbaarheid (subdoelstelling 1 t/m 4). Vanwege de huidige marktomstandigheden is het moeilijk om projecten haalbaar te maken als er hoge eisen in het woonprogramma zijn opgenomen. Het uitgangspunt blijft om 75% betaalbaarheid in woonprogramma’s te realiseren om zo een bijdrage te leveren aan de RSU-doelen. Wanneer een project op andere onderdelen meerwaarde biedt of wanneer aantoonbaar de haalbaarheid van de programmering in het geding is, is afwijking van het betaalbaarheidspercentage onder voorwaarden mogelijk om het bouwtempo op peil te houden. Daarin wordt gewerkt met ondergrenzen om een basiskwaliteit te behouden. Ook zijn de eisen voor middenhuurwoningen aangescherpt, door de koppeling uit het actieplan middenhuur tussen prijs en oppervlakte los te laten. De uitgangspunten volgen de Wet betaalbare huur en sturen gebiedsspecifiek op oppervlaktes.

1.3

Voor passend wonen zijn keuzes in verdeling van de schaarste belangrijk, omdat de woningvoorraad onder druk staat (subdoelstellingen 6, 7 en 9). Er is een toenemende vraag naar sociale huur van regulier woningzoekenden en ook de vraag naar huisvesting van mensen in een kwetsbare positie is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Daarnaast is het door de gestegen koopen huurprijzen met name voor lage en middeninkomens lastig om een woonplek te vinden in de stad.

5

Dit vraagt om keuzes in de verdeling van schaarse woonruimte. Hiervoor wordt eerst het huidige (regionale) woonruimteverdelingssysteem geëvalueerd. Vervolgens wordt samen met partners en inwoners onderzocht wat de doelstellingen en prioriteiten zijn voor een zo evenwichtig mogelijk woonruimteverdelingssysteem. Daarnaast zijn uitgangspunten opgenomen voor het huisvesten van mensen in een kwetsbare positie via het jaarlijkse verdeelbesluit. Om ervoor te zorgen dat middeninkomens een passende plek houden in de stad, wordt de huisvestingsvergunning voor middenhuur en betaalbare koop gehandhaafd en wordt voorrang op huishoudgrootte onderzocht. 1.4

Voor passend wonen is inzet op doorstroming belangrijk, omdat de verhuisketen stagneert (subdoelstelling 10) Woningnood gaat ook over mensen die nu al in Utrecht wonen, maar voor wie er geen passende (doorstroom)woning vrijkomt. Senioren blijven in (ruime) eengezinswoningen vastzitten terwijl ze naar een gelijkvloers appartement zonder tuin willen, (groeiende) gezinnen zitten vast in te kleine starterswoningen en voor afgestudeerde studenten is er geen starterswoning beschikbaar. Daarom wordt ingezet op doorstroming. Dit ontstaat wanneer mensen verhuizen naar een voor hun passende woning, omdat deze beschikbaar is. Zij laten een woning achter voor een ander huishouden. Hierdoor ontstaan verhuisketens. Hoe langer de verhuisketen, hoe meer huishoudens een passende woning betrekken. Er wordt ingezet op een breed en samenhangend pakket aan maatregelen om de doorstroming te bevorderen. Voor een lange verhuisketen is het belangrijk om te focussen op passende woonconcepten voor ouderen in alle prijscategorieën.

1.5

Voor passend wonen is inzet op diverse woonconcepten belangrijk, omdat er groepen zijn met specifieke woonbehoeften (subdoelstelling 8 en 11). Utrecht wil een thuisbasis bieden aan veel verschillende mensen en heeft oog voor de specifieke woonbehoeften van aandachtsgroepen. Hiermee wordt ingespeeld op de komst van de Wet versterking regie volkshuisvesting, en aangesloten bij de indeling van aandachtsgroepen uit het landelijke programma ‘Een thuis voor iedereen’.We onderscheiden de volgende aandachtsgroepen: • Ouderen • Studenten • Jongeren • Woonwagenbewoners • Arbeidsmigranten • Mensen met een beperking In de nota is aangegeven wat we voor deze aandachtsgroepen doen om meer woningaanbod te creëren die passen bij hun behoeften. Met het accommoderen van diverse woonvormen, zoals de wooncoöperatie, wordt tegemoet gekomen aan de wens van een deel van de huidige en toekomstige inwoners om zelf woningen te ontwikkelen en zeggenschap te hebben over hun woonomgeving. Met de inzet op de aandachtsgroepen studenten en ouderen is tevens uitvoering gegeven aan amendement A 47 Actieplan Studentenhuisvesting en moties M288 Geclusterde woonvormen voor senioren in Utrecht en M286 Ga versnippering bij het realiseren van woonzorgwoningen tegen, zoals ook toegelicht in de recente brief Stand van zaken Een (t)huis voor ouderen van 7 maart 2025

1.6

De subdoelstellingen bij leefbaar wonen dragen bij aan een betere positie voor huurders en woningzoekenden, een basiskwaliteit van woningen, leefbare wijken en een verbeterde informatievoorziening voor inwoners (subdoelstellingen 12 t/m 15).

6

Het doel is dat iedereen in een woning woont waarvan de basis op orde is. Maar wonen gaat over meer dan de woning zelf. Het gaat ook om een prettige, gezonde en veilige woonomgeving met een gevarieerd woningaanbod voor verschillende huishoudens en inkomensgroepen. En waar ruimte is voor gemeenschapsvorming en ontmoeting. Slecht verhuurderschap is daarom onacceptabel en er wordt opgetreden tegen misstanden. De gemeente handhaaft op de norm voor goed verhuurderschap en op huurprijzen in het gereguleerde segment. Woningzoekenden betrekken worden betrokken bij woningbouwinitiatieven. Voor een betere woonomgeving wordt ingezet op toekomstbestendige woningen, bijvoorbeeld door het verduurzamen van woningen. Daarnaast wordt gewerkt aan leefbare wijken door onder andere buurtvoorrang, differentiatie in huurprijzen en door het versterken van gemeenschapskracht in complexen, buurten en wijken. Tenslotte wordt de informatievoorziening voor inwoners verbeterd door zoveel mogelijk informatie op één plek te bundelen. Hiermee geven we invulling aan motie M477 Vriendelijk zijn voor friendscontracten. 1.7

De leidende principes geven sturing aan het bereiken van de doelstellingen Het leidende principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ geeft hoe in het beleid geprioriteerd wordt. In het beleid wordt rekening gehouden met iedereen, maar wordt gekozen om inzet te plegen op díe groepen mensen die zonder hulp eigenlijk niet aan een woning komen en die de gevolgen van het woningtekort het hardst voelen namelijk mensen die momenteel geen dak boven het hoofd hebben, mensen met lagere inkomens en mensen in een kwetsbare positie. Het leidende principe ‘de beweging van woningmarkt naar volkshuisvesting lukt alleen als we er samen voor gaan’ geeft aan dat samenwerking essentieel is en erkend dat alle partners een rol te spelen hebben om deze beweging vorm te geven. Het leidende principe ‘ruimte om te onderzoeken en te experimenten’ geeft aan dat niet alles vooraf in een beleidsnota kan worden vastgelegd. Er is daarom ruimte nodig voor experimenten, onderzoek en het werken met bandbreedtes in woningbouw. Het leidende principe ‘we werken wijkgericht geeft aan dat er wijkgericht op de woonopgaven wordt gestuurd. Zo wordt de diversiteit in de stad behouden.

1.8

De voorgestelde lijn in de nota wordt grotendeels ondersteund door inwoners en samenwerkingspartners. De opgave, ambitie en belangrijkste dilemma’s zijn het afgelopen jaar in verschillende fases van het proces getoetst bij inwoners en samenwerkingspartners zoals corporaties, marktpartijen en zorgpartners. Dit is gedaan via een Stadsgesprek, twee peilingen via DenkMee, straatinterviews en individuele gesprekken. Het resultaat is verwerkt in de participatieverslagen. Op hoofdlijnen vragen inwoners en belangenbehartigers om meer betaalbare woningen, al dan niet voor een specifiek doelgroep (bijv. ouderen of jongeren). Ze vragen daarbij aandacht voor leefbaarheid en het waarborgen van kwaliteit. Corporaties en ontwikkelende partijen hebben in gesprekken aandacht gevraagd voor de moeilijke marktomstandigheden en de stapeling van eisen vanuit de gemeente, die impact hebben op het bouwtempo. Corporaties benadrukten aanvullend het belang om oog te hebben voor leefbaarheid in wijken. Naar aanleiding van de inspraak zijn geen fundamentele wijzigingen doorgevoerd in de beleidsnota. Wel is op de onderwerpen de tekst aangescherpt en waar passend een koppeling gemaakt met andere uitvoeringsprogramma’s. Op het thema dakloosheid is de nota inhoudelijk aangescherpt: het principe van 'Wonen Eerst' is duidelijker verankerd. De wijzigingen zijn opgenomen in de reactienota.

Er is noodzaak om de beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar

1.9

7

volkshuisvesting’ 2025-2030 nu vast stellen. Op basis van de woningwet (artikel 42) zijn gemeenten verplicht een actuele woonvisie te hebben, welke eens in de vijf jaar wordt geactualiseerd. Omdat de huidige woonvisie ‘Utrecht beter in balans’ dateert uit 2019 is het belangrijk dat besluitvorming nu plaatsvindt. Kanttekeningen/Risico’s 1.1

De inzet voor het behalen van meerdere beleidsdoelen is (nog) ongedekt (alle subdoelstellingen). De beleidsnota is opgesteld vanuit het perspectief om in beeld te krijgen wat nodig is om de doelen voor 2030 te bereiken. Veel van het beschikbare budget is incidenteel bekostigd tot en met 2026. Dat betekent dat een (groot) deel van het beleid in en na 2026 niet uitgevoerd of opgepakt kan worden indien geen aanvullende middelen beschikbaar komen. Dat betekent dat het beleid en de uitvoering zich meer zullen moeten toespitsen op de wettelijke taken en op diegenen die het het zwaarst hebben in het wonen (o.a. realisatie sociale huur en huisvesting kwetsbare doelgroepen). Voorbeelden van maatregelen die zonder extra middelen niet meer, of in mindere mate, mogelijk zijn zijn wijkgericht sturen op woningbouw, aanpassen van de huisvestingsverordening, (extra) handhaving (opkoopbescherming, leegstand, tweede woning, verhuurvergunning), de verhuispremie en ondersteuning en communicatie richting inwoners. De huidige financiële kaders in de programmabegroting zijn, in het licht van de actuele financiële situatie en de bezuinigingsopgave voor 2026 en verder, afhankelijk van de besluitvorming in de Voorjaarsnota 2025. Daarnaast is er samenhang met beschikbare budgetten bij het sociale domein.

De ervaringen van 2024 leren dat de uitvoering van het verdeelbesluit vraagt om een andere manier van sturing en organisatie binnen de hele keten van uitvoeringsorganisaties die betrokken zijn bij de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. Gezien de (financiële) onzekerheid rond de bekostiging vanuit het Rijk voor de inburgering van statushouders, de schaarste in personeel én de bezuinigingsopgave in het sociaal domein, bestaat het risico dat het huidige niveau van de zorg- en ondersteuning niet altijd gerealiseerd kan worden. In de financiële paragraaf van de beleidsnota is beschreven welke activiteiten per doelstelling niet (meer), of in mindere mate, worden uitgevoerd als er geen additionele middelen beschikbaar komen. Binnen het huidige beschikbare budget is prioriteren binnen beleid en uitvoering daarvan onvermijdelijk. De prioritering is terug te lezen in de paragraaf financiën van de beleidsnota.

1.2

De realisatie is afhankelijk van andere partijen en (markt)omstandigheden (subdoelstelling 1 t/m 4). De gemeente is afhankelijk van andere partijen zoals corporaties, ontwikkelaars en zorgpartijen voor het realiseren van meer betaalbare en passende woningen. Het risico is dat partijen andere prioriteiten leggen en te weinig inzetten op de gemeentelijke opgave. Dit kan ook veroorzaakt worden door ongunstige (markt)omstandigheden (bijv. hogere rente of netcongestie) of onvoldoende middelen bij corporaties waardoor woningbouwontwikkelingen niet van de grond komen.

1.3

Netcongestie kan leiden tot vertraging van nieuwbouw van woningen (subdoelstelling 1 t/m 4). Netcongestie is op dit moment de belangrijkste beperking bij het (versneld) in aanbouw nemen van nieuwe woningen. Er is in beeld gebracht wat de consequenties zijn van twee scenario’s die de netbeheerders hebben voorgesteld: 1) een aansluitstop: geen nieuwe kleinverbruik aansluitingen meer. Dit is in feite een bouwstop. 8

2) incidentele stroomuitval: accepteren dat de stroom soms uitvalt. Begin 2025 beslissen de netbeheerders welk scenario in werking treedt. 1.4

Inzet op tempo en betaalbaarheid zal ten koste gaan van de hoogste kwaliteit (subdoelstelling 1 t/m 4). Kwaliteit, betaalbaarheid en tempo hangen met elkaar samen. Meer van het één heeft invloed op het ander. In deze nota wordt gekozen voor tempo en vervolgens voor betaalbaarheid. Dat betekent dat het geambieerde betaalbaarheidspercentage van 75% en de hoogste kwaliteit (woonoppervlaktes) niet altijd gehaald worden. Om te voorkomen worden dat we door ondergrenzen van betaalbaarheid en oppervlakte zakken zijn ondergrenzen opgenomen in beleidsnota op deze twee aspecten. Daarnaast moet toegewerkt worden naar een situatie waar, voor wonen én voor andere beleidsportefeuilles, naast de beleidsambitie ook een heldere ondergrens is geformuleerd. Dit in samenhang met de Nota van Uitgangspunten (NvU) uit het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling (UPG), waarin de integrale afweging aan de voorkant wordt gemaakt per gebied en locatie.

1.5

Betaalbare koop is een segment dat projecten vaak haalbaarder maakt, terwijl de focus in de beleidsnota ligt op middenhuur (subdoelstelling 4). De beleidsnota zet in op de groei van het middensegment (middenhuur en betaalbare koop). De focus in de beleidsnota ligt daarbij op middenhuur (streven is min. 25%) ten opzichte van betaalbare koop (max. 10%). Hiervoor is gekozen omdat middenhuur beter langjarig geborgd kan worden en het een brede groep middeninkomens bedient. Het is nog niet mogelijk om betaalbare koop langjarig te borgen en betaalbare koop bedient met name de hoge middeninkomens. Het financiële rendement op betaalbare koop is op dit moment echter hoger dan op middenhuur, dus draagt betaalbare koop meer bij aan de haalbaarheid van projecten. In dit geval verkiezen we langjarige betaalbaarheid voor een brede groep woningzoekenden boven tempo.

1.6

Mensen zijn niet vanzelfsprekend bereid tot verhuizen naar een meer passende woning (subdoelstelling 9 en 10). Mensen zijn vaak gehecht aan hun (t)huis en buurt en zijn daarom niet vanzelfsprekend bereid te verhuizen. Om doorstroming te bevorderen wordt ingezet op een breed en samenhangend pakket aan maatregelen: toewijzingsmaatregelen in de zin van Groot naar Beter en buurtvoorrang, de verhuispremie, de woonadviseur Ouderen, woningruil en informatie en communicatie.

Beslispunt 2

De Woonvisie Utrecht beter in Balans (2019) en de volgende beleidsdocumenten: - Actieplan Middenhuur (2017) en aangepaste voorwaarden middenhuur (2022) - Actieplan Betaalbare koopwoningen (2021) en addendum actieplan betaalbare koop (2024) - Actieplan Studentenhuisvesting 2023 – 2030 (2023) - Actieplan Een (t)huis voor ouderen (2022) - Actieplan Utrechtse wooncoöperaties (2021) - Notitie Toekomst woonwagenlocaties Utrecht (2013) - Plan van Aanpak Huisvesting en ondersteuning kwetsbare doelgroepen (2019) in te trekken en te vervangen door de beleidsnota Wonen in Utrecht “Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030” en het overzicht ‘Lijst met beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina 9

https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ hierop aan te passen. Argumenten 2.1

Hiermee blijft de omgevingsvisie actueel. De Omgevingsvisie Utrecht bevat het overkoepelende integrale beleid over de fysieke leefomgeving en het stedelijk beleid over diverse beleidsvelden van gemeente Utrecht. Door deze aanpassing blijft het thematisch beleid op het gebied van Wonen actueel. In de afgelopen jaren is het Utrechtse woonbeleid uit de Woonvisie aangevuld met een serie actieplannen. Ook in deze actieplannen zijn (woon)beleidspunten opgenomen. Dit pakket van documenten maakte het woonbeleid in de loop van de tijd steeds minder helder en vindbaar. Door de actieplannen op te nemen in de nieuwe beleidsnota is er één document met het complete woonbeleid.

Financiën De doelstellingen uit de beleidsnota dragen bij aan het programma “Ontwikkelen en Wonen voor iedereen”. De realisatie van de doelstellingen en het tempo daarvan is mede afhankelijk van de beschikbare middelen in de programmabegroting. De meerjarenbegroting van de opgave wonen (doelstelling Huisvesting), inclusief de daarmee samenhangende budgetten voor vergunningen, toezicht en handhaving (doelstelling Bebouwde omgeving), is tot en met 2026 voor een groot deel incidenteel bekostigd. Het gevolg is dat een aanzienlijk deel van de kosten voor activiteiten uit deze beleidsnota niet is gedekt. Uitvoering van alle activiteiten en initiatieven in de nota vraagt structureel om €10,2 miljoen, waarvan €4,6 miljoen structureel is gedekt in de Programmabegroting. Daarmee is in totaal €5,6 miljoen ongedekt.

Vervolg De uitvoering van de beleidsnota wordt in uitvoeringsprogramma’s verder uitgewerkt. De uitvoeringsprogramma’s zijn een bevoegdheid van het college. Ze zullen ter kennisneming aan de raad worden aangeboden. Jaarlijks wordt een monitoringsrapportage opgesteld die ingaat op de ontwikkelingen in het wonen (rapportage Wonen in Utrecht) en de ruimtelijke programmering (MPR).

Samen stad maken (voorheen: Participatie) Volgens de beleidsnota Samen Stad Maken is er bij het opstellen van deze beleidsnota participatie uitgevoerd. Deze participatie is uitgevoerd op het niveau van ‘peilen’. Tijdens het opstellen van de concept beleidsnota Wonen in Utrecht is in twee fases gepeild. In deze fases zijn zowel inwoners als professionals gepeild en gesproken: - In fase 1 “we zien” (jan-juli 2024) zijn geluiden opgehaald uit de stad. Hiervoor zijn eerdere enquêtes geanalyseerd, is een online-enquête uitgevoerd op het platform DenkMee, zijn straatinterviews gehouden met inwoners en zijn gesprekken gevoerd met vakmensen en belangengroepen die een rol vervullen op het gebied van wonen, bouwen, zorg en welzijn. - In fase 2 “richting bepalen” (aug-dec 2024) iseen internetpeiling en een stadsgesprek georganiseerd. Zie hiervoor ook de raadsbrief uit november. Het verslag van het stadsgesprek en de uitkomsten van de internetpeiling zijn verwerkt tot een participatieverslag. In dat verslag staat hoe de opbrengsten van de internetpeiling en het stadsgesprek zijn verwerkt in de beleidsnota wonen. Ook zijn wederom diverse gesprekken gevoerd met vakmensen en belangengroepen die een rol vervullen op het gebied van wonen, bouwen, welzijn en zorg In fase 3 “besluitvorming” (jan-maart 2025) is de ontwerp nota ter inzage gelegd. Dit heeft 35 zienswijzen opgeleverd.

Ook in deze fase zijn gesprekken gevoerd met vakmensen en belangengroepen die een rol vervullen op het gebied van wonen, bouwen, welzijn en zorg. Dit heeft geleid tot een nadere aanscherping van de nota, het opnemen van concrete acties op thema’s zoals dakloosheid en woningtoegankelijkheid en waar nodig aansluiting op andere uitvoeringsprogramma’s.

10

Communicatie Na vaststelling van de beleidsnota informeert de gemeente de belangenbehartigers en maatschappelijke partners. Dit zijn onze partners die ook input hebben gegeven op de nota. Zij worden tevens betrokken bij het opstellen en uitvoeren van de uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast wordt de nota gepubliceerd op de website van de gemeente Utrecht en worden het overzicht ‘Lijst met beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ hierop aangepast.

Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming: - Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting’ 2025 - 2030 met bijlagen: o Wijkanalyses en wijkrichtingen o Verslag geluiden ophalen fase 1 o Participatieverslag fase 2 o Inhoudelijke trends en ontwikkelingen in het wonen o U10 Woonbehoefteonderzoek – gemeente Utrecht o Advies Doorstroming Utrecht o Woonzorgbehoefteonderzoek & aandachtsgroepen (provincie Utrecht) o Reactienota Ter inzagelegging beleidsnota Wonen Bijlagen informatief: - BEVAT PERSOONSGEGEVENS: Namenlijst inspraakreacties Beleidsnota Wonen

11

Beleidsnota Wonen in Utrecht

Van woningmarkt naar volkshuisvesting Looptijd 2025-2030

Utrecht.nl/ wonen

2

Inhoudsopgave

A B C D

Inleiding

10

Opgave

28

Monitoren, sturen en verantwoorden

82

A1. Introductie A2. Doelstellingen Leidende principes

B1. Opgave Doelstelling 1 Doelstelling 2 Doelstelling 3 Wijkgericht werken

11 24 27

29 29 46 64 74

C1. Indicatoren C2. Risico’s C3. Financiën C4. Voortgang en verantwoording Begrippenlijst Exacte begrenzing middenhuur zone A en zone B

83 86 88 93 94 100

Bijlagen

108

Beleidsnota Wonen 2025-2030 | 3

Canon

Wonen in Utrecht door de jaren heen 1900: Invoering woningwet 1900 Woningbouwverenigingen die werken aan volkshuisvesting krijgen overheidssteun.

102.086 inwoners

1901

1907

Invoering Woningwet Het doel was om bouw en bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te bevorderen.

Oprichting ‘Jaffa’ (nu Bo-Ex)

1970

1970

1960

Bewoners voeren actie tegen de sloop van oude panden en verenigen zich in ‘Bouwen voor de buurt’

Utrechters vertrekken uit de oude, verkrotte stadswijken naar de nieuwbouwwijken van Utrecht als naar groeikernen als Houten en Nieuwegein.

Realisatie nieuwe wijken Hoograven, Kanaleneiland, Overvecht en Lunetten

1990: Van volkshuisvesting naar woningmarkt Einde aan sturing op de volkshuisvesting vanuit (rijks)overheid. De markt neemt het over.

2000 233.667 inwoners

1995

1995

Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting Sturing en financiële steun aan de corporaties door de (rijks)overheid stopt.

De markt neemt het over met een lager aandeel van corporatiewoningen als gevolg.

2023

2022

2021

Wet goed verhuurderschap geeft gemeenten meer mogelijkheden om ongewenst verhuurgedrag tegen te gaan.

Opkoopbescherming treedt in werking en versnelde toewijzing huisvesting statushouders.

Utrecht pakt meer grip op wonen met aandacht voor de bescherming van de Utrechter op het gebied van wonen. Bijvoorbeeld invoering van aanpak discriminatie op de woningmarkt.

2024 374.374 inwoners

4

1950 193.190 inwoners

1912

1915

1940

Oprichting ‘Coöperatieve Woningvereniging voor Gemeente Personeel’ (nu Woonin)

Start bouw Elinkwijk. Een tuinwijk gericht op de combinatie wonen, werken en groen.

1 miljoen zogenaamde woningwetwoningen gebouwd door bedrijven, woningbouwverenigingen en gemeenten.

1945: Wederopbouw Corporaties krijgen zowel bij de wederopbouw en bestrijden van de woningnood als de stadsvernieuwing een cruciale rol. 1947

1945

Groei woningbezit van de woningbouwverenigingen onder toezicht overheid

Herstel van de oorlogsschade en bestrijden van de woningnood

2008

2015

2015

Economische crisis bouw komt nagenoeg tot stilstand.

Herziening Woningwet Corporaties moeten hun bezit splitsen tussen kerntaken en niet-kerntaken.

Rol van corporaties verder aan banden Rol van corporaties in de ontwikkeling van woningen buiten de sociale huur wordt verder aan banden gelegd als gevolg van de herziene Woningwet.

2015: Terug naar volkshuisvesting Gemeente Utrecht neemt de regie terug van de markt. 2021

2017

Ruimtelijke Strategie Utrecht met nadruk op gezond stedelijk leven

Invoering actieplan middenhuur

Rijk

Gemeente

Ontwikkeling

Beleidsnota Wonen 2025-2030 | 5

Voorwoord Wonen is een grondrecht. Net zoals dat geldt voor onderwijs en zorg, hebben we als overheid de verantwoordelijkheid om daarvoor te zorgen; om te zorgen dat mensen betaalbaar, passend en aangenaam kunnen wonen. In de afgelopen decennia hebben we wonen echter steeds meer aan de markt overgelaten. Met de Ontwerp nota volkshuisvesting in de jaren negentig, verschenen in 1988, is de liberalisering van ons woonbeleid ingezet. Subsidies voor corporaties werden afgeschaft, waardoor die minder gingen bouwen. De liberalisering legde de basis voor een vrije huursector met hoge huren, en bevorderde eigenwoningbezit. Met terugwerkende kracht kunnen we zeggen dat het toenmalige woonbeleid mede heeft geleid tot een enorm tekort aan betaalbare woningen, en het wonen meer en meer tot winstmodel heeft gemaakt. Daar plukken we nu de wrange vruchten van. Als we om ons heen kijken, denk ik dat we de conclusie kunnen trekken dat de markt stuk is. Huizenprijzen gaan door het dak en zijn losgeslagen van inkomensgroei. Vooral in de steden lopen de wachttijden voor een sociale huurwoning steeds verder op. Jongeren zitten letterlijk vast bij hun ouders. Voor mensen met een middeninkomen – denk aan zorgmedewerkers, brandweer- of politiemensen – is er geen plek meer in de stad. Onze woningmarkt heeft z’n grenzen bereikt.

Het is niet eenvoudig om wat zich in decennia in onze maatschappij heeft vastgezet te keren – laat staan in korte tijd. De ervaring leert dat het makkelijker is om iets toe te geven aan de markt, dan iets terug te pakken. Maar het is wél de richting die we als Utrecht zijn ingeslagen. In de afgelopen jaren hebben we al een behoorlijk aantal stappen gezet in de overgang van woningmarkt naar volkshuisvesting. Zo waren we de eerste Nederlandse gemeente die er met het Actieplan Middenhuur voor heeft gekozen om middenhuur te reguleren, zorgen we er met de opkoopbescherming voor dat woningen niet kunnen worden gekocht om vervolgens (veel te duur) verhuurd te worden, en maakt de invoering van de vergunningsplicht het voor mensen met een lager inkomen gemakkelijker om een betaalbare woning te kopen. Ook landelijke wetgeving, zoals de Wet betaalbare huur en de toekomstige Wet regie op de volkshuisvesting, helpt ons. Het is een lijn die we in deze nota nadrukkelijk voortzetten. Dat brengt ook moeilijke keuzes met zich mee, zeker in een tijd waarin de woningmarkt onder druk staat. Die druk zie en voel ik ook in Utrecht. Als wethouder hoor ik regelmatig schrijnende verhalen. Het liefst zou ik iedereen helpen aan een prettig thuis. Maar de waarheid is dat dat niet lukt.

Op dit moment is het aanbod te klein – er zijn simpelweg te weinig woningen, en als gemeente hebben we maar beperkt grond in handen – terwijl de vraag groot is. Utrecht is een populaire stad, en we wíllen ook die open stad zijn waar iedereen terecht kan, waar plek is voor iedereen. Waar je ook vandaan komt, en hoe groot je portemonnee ook is. In deze nota máken we die keuzes. Soms zijn die pijnlijk, maar de stad verdient het dat we realistisch zijn.

6

Voor mij staan een paar dingen vast. We blijven ongelijk investeren voor gelijke kansen. Het is één van de belangrijkste prioriteiten in het coalitieakkoord, en het pást ook bij onze stad; de stad van Sint Maarten, de stad waarin we delen. Concreet betekent dit dat we meer in de ene wijk of buurt zullen investeren dan in de andere, of het nu gaat om geld of aandacht. En het betekent dat we in ons woonbeleid rekening houden met iedereen, maar ervoor kiezen om extra ons best te doen voor díe groepen mensen die zonder hulp in veel gevallen niet aan een woning komen. Daarnaast is wonen méér dan het stapelen van stenen. Als je kijkt naar de korte termijn, lijkt de oplossing eenvoudig: bouwen, bouwen, bouwen. Maar we mogen niet uit het oog verliezen dat we bouwen aan een thuis voor verschillende mensen, en dat bouwen aan een stad gelijk staat aan bouwen aan een samenleving. Een diverse stad vraagt om diversiteit in wonen. We ontkomen er in deze tijd niet aan dat we bouwen in hogere dichtheden en kiezen voor kleinere woningen, maar daar moet tegenover staan dat er óók grote(re) woningen worden gebouwd. Geen gesegregeerde stad, met alleen sociale bouw óf dure koop, maar ruimte voor variatie. En ruimte voor gezamenlijkheid, voor gemeenschapsvorming.

Zeker in sterk verstedelijkt gebeid, waar de focus op het individu groot is, is daar behoefte aan – bijvoorbeeld in de vorm van wooncoöperaties. Dit idee is verankerd in deze nota: zorgen voor woningen betekent dat je ook zorgt voor een veilige, prettige leefomgeving, inclusief openbare plekken waar mensen elkaar tegenkomen, die uitnodigen tot ontmoeting. Tot slot is er de vraag (met) wie (je) de stad bouwt. In Utrecht kiezen we primair voor corporaties, gezien hun blijvende maatschappelijke betrokkenheid bij de stad. Idealiter krijgen corporaties ook een grotere rol in de totstandkoming van middenhuur; daar is nog een slag te slaan. En natuurlijk blijft er ruimte voor de markt. Omdat onrendabele woningen niet worden gebouwd, zullen er altijd zekere winstmarges zijn. Maar waar we in deze nota, in lijn met bovenstaande, op inzetten, is dat er ook iets tegenover moet staan – of het nu gaat om investeringen in de openbare ruimte, om het toevoegen van kwaliteit of om het bouwen voor een grote(re) verscheidenheid aan doelgroepen. Deze nota vormt de basis voor ons woonbeleid in de komende vijf jaar. Ik ben blij dat de nota tot stand is gekomen in nauw overleg met de stad, waaronder ook veel woningzoekenden, ouderen of mensen met een beperking.

Want hoewel de overheid een grote verantwoordelijkheid heeft in het voorzien in woonruimte, zijn de (toekomstige) bewoners ervarings-deskundigen. Zij weten wat er nodig is om ervoor te zorgen dat ‘Utereg me stadsie’ een plek is én blijft waar het goed wonen is. Wethouder Wonen en Volkshuisvesting Dennis de Vries

Beleidsnota Wonen 2025-2030 | 7

Samenvatting Utrecht wil een stad zijn en blijven voor iedereen. Waar je ook vandaan komt, en hoe groot je portemonnee ook is. Door het woningtekort is het voor sommige groepen echter steeds moeilijker of zelfs niet meer haalbaar om betaalbare woonruimte te vinden. De beleidsnota Wonen in Utrecht kent drie doelstellingen, die bijdragen aan het waarmaken van de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en de ontwerp Sociale Visie Utrecht 2040:

We willen dat iedereen die in Utrecht wil komen of blijven wonen, een passende woonplek kan vinden. Utrecht is een stad waar ook mensen die minder te besteden hebben betaalbaar kunnen wonen. Er zijn voldoende woningen voor mensen in een kwetsbare positie, inwoners met vitale beroepen en mensen met een lager inkomen.

Doelstelling 1 In 2030 maken meer mensen kans op het vinden van betaalbare woonruimte in Utrecht Het lukt de komende jaren niet om de schaarste substantieel terug te dringen. Dat realiseren we ons. Wat wij wel kunnen doen is scherpere keuzes maken om de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief te laten groeien en zo goed mogelijk te benutten en behouden. Om zoveel mogelijk een stad voor iedereen te kunnen zijn, richten we ons primair op het toevoegen van betaalbare woonplekken voor mensen met lage en middeninkomens, mensen in een kwetsbare positie en mensen die geen dak boven het hoofd hebben. Voor hen zijn de gevolgen van de schaarste het grootst. a. b. c. d.

We houden het bouwtempo van 3.000 zelfstandige woningen per jaar op peil. We streven naar een bouwprogramma dat voor 75% uit betaalbare woningen bestaat. We werken samen met corporaties aan duurzame groei van de corporatievoorraad. We stimuleren de groei van het aantal woningen voor middeninkomens. De focus ligt daarbij op middenhuur. e. Er staan al 167.000 woningen in de stad. We willen dat deze beter worden benut.

8

Doelstelling 2 In 2030 wonen meer Utrechters passend De opgave is niet alleen om meer woonplekken te creëren, maar ook om te zorgen dat er meer woningen komen die passen bij de financiële situatie, levensfase, gezinsgrootte en/of zorgbehoefte van verschillende doelgroepen, zoals ouderen. Dat bevordert de doorstroming, waardoor er meer mensen aan een woning komen. De woningen díe er zijn, verdelen we evenwichtig in verhouding tot de vraag. We hebben daarbij extra aandacht voor mensen in een kwetsbare positie, zoals mensen met een zorgvraag en statushouders. Dat doen we omdat het níet hebben van woonruimte voor hen het meest ingrijpend is. Zij hebben een passend thuis nodig om te kunnen werken aan herstel. En andersom leidt wachten op een woning vaak tot extra zorg-, opvang-, jeugdhulp- en begeleidingskosten, die we als samenleving moeten opbrengen. a. We werken aan een evenwichtige woonruimteverdeling van sociale huurwoningen. b. We kiezen ervoor extra aandacht te geven aan het realiseren van meer woonplekken voor mensen in kwetsbare posities. c. We stimuleren de ontwikkeling van passende woningen en woonconcepten voor specifieke aandachtsgroepen. d. We zetten in op het toewijzen van betaalbare woningen aan middeninkomens. e. We bevorderen doorstroming. f. We bieden ruimte aan collectieve woonvormen.

Doelstelling 3 In 2030 wonen meer Utrechters prettig in hun huis en buurt We willen dat Utrechtse woningen én woonbuurten leefbaar zijn en blijven. Dat doen we door ervoor te zorgen dat huurders en woningzoekenden een betere positie hebben. Daarnaast moeten woningen in de basis kwalitatief op orde zijn. Maar prettig wonen gaat over meer dan de woning. Het gaat ook om een leefbare, gezonde en veilige woonomgeving met een gevarieerd woningaanbod voor verschillende huishoudens en inkomensgroepen. En waar ruimte is voor gemeenschapsvorming en ontmoeting. a. b. c. d.

We zorgen voor een betere positie voor huurders en woningzoekenden. We werken aan gemengde en leefbare wijken. We werken aan toekomstbestendige woningen. We verbeteren onze informatievoorziening voor inwoners.

In ons beleid hanteren we een aantal principes die leidend zijn: 1. In ons beleid houden we rekening met iedereen, maar kiezen ervoor om extra ons best te doen voor díe groepen mensen die zonder hulp in veel gevallen niet aan een woning komen. Dat betekent dat we ongelijk investeren voor gelijke kansen. 2. De beweging van woningmarkt naar volkshuisvesting lukt alleen als we er samen voor gaan. 3. Met de schaarste in het woningaanbod, is het van belang dat we op zoveel mogelijk manieren proberen om meer woonplekken te realiseren. We willen daarom ruimte bieden om te kunnen onderzoeken en experimenteren. 4. We willen gelijke kansen voor iedereen. Segregatie en sociale en ruimtelijke barrières willen we zoveel mogelijk voorkomen. Tegelijkertijd mogen wijken en bewoners (blijven) verschillen en hun eigen identiteit hebben. Daarom werken we wijkgericht. Beleidsnota Wonen 2025-2030 | 9

A

10

Inleiding

A1. Introductie Inleiding Een passende woonplek voor iedereen

Wonen is een fundamentele basis in het dagelijks leven en voegt op verschillende manieren waarde toe. We komen er na een werkdag tot rust, we studeren en eten er, we vieren er onze verjaardagen. We ontvangen er familie, vrienden en buren. We zorgen er voor anderen en ontvangen er zorg. Het is meer dan een dak boven het hoofd; een huis biedt geborgenheid, privacy en veiligheid. Mensen die dit niet hebben, missen niet alleen die veilige basis. Zonder dak boven je hoofd is het ook een stuk lastiger om andere zaken in het dagelijks leven – zoals financiën – goed op orde te hebben of te krijgen. Dat maakt wonen bij uitstek een maatschappelijk vraagstuk. Utrecht biedt die thuisbasis aan veel verschillende mensen: studenten, starters, nieuwkomers, gezinnen en ouderen. En er komen er al jaren meer bij.

We willen dat iedereen die in Utrecht wil komen of blijven wonen, een passende woonplek kan vinden. ‘Ontwikkelen en wonen voor iedereen’ – Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen Dat is de langetermijndoelstelling en het bijbehorende programma uit de begroting waar we met deze beleidsnota Wonen in Utrecht 2025 – 2030 aan bijdragen. De visie op wonen is ingebed in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en de ontwerp Sociale Visie Utrecht 2040: “Utrecht is een stad waarin iedereen welkom is en zich welkom moet voelen. De gemeente wil dat (toekomstige) Utrechters prettig wonen in een woning die past bij hun inkomen, omgeving, huishoudenssamenstelling en wensen. Een stad voor iedereen vraagt in eerste instantie om een betaalbare woning voor iedereen. Het is belangrijk om op lange termijn ook een stad te blijven voor mensen met een lager- of middeninkomen.” (Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040) “Utrecht is een stad waar ook mensen die minder te besteden hebben betaalbaar kunnen wonen. Er zijn voldoende woningen voor mensen in een kwetsbare positie, inwoners met vitale beroepen en mensen met een lager inkomen.” (ontwerp Sociale Visie Utrecht 2040)

De realiteit

De realiteit is op dit moment helaas anders. De woningnood is al jaren gaande en de schaarste aan woonruimte wordt – ondanks alle inspanningen – alleen maar groter. De ongelijkheid neemt daardoor toe. Voor lage en middeninkomens is het lastig of zelfs niet meer haalbaar om een woonplek te vinden die past bij hun financiële situatie, levensfase, gezinsgrootte en/of zorgbehoefte.

Beleidsnota Wonen 2025-2030 | 11

De vraag naar sociale huurwoningen stijgt, terwijl het aanbod achterblijft. Er zijn steeds meer mensen in een schrijnende situatie. Het aantal mensen dat met spoed een woning nodig heeft stijgt en het aantal daklozen neemt toe. Instellingen voor maatschappelijke opvang/ beschermd wonen zitten vol en jongeren blijven steeds vaker gedwongen bij hun ouders wonen. Mensen met een middeninkomen vallen tussen wal een schip; zij verdienen te veel voor een sociale huurwoning, maar te weinig om particulier te kunnen huren of om een woning te kopen. En doordat er onvoldoende passende woon(zorg)concepten zijn voor ouderen, kunnen zij niet doorstromen.

“Vroeger woonden arme mensen in de stad, nu ‘de rijken’. Steeds meer expats, rijke tweeverdieners. De binnenstad is steeds minder voor ‘gewone’ mensen.” Hartenkreet uit het Stadsgesprek over wonen in Utrecht

Alle zeilen bij voor degenen die het het zwaarst hebben

Wij realiseren ons dat het de komende jaren niet gaat lukken om de schaarste substantieel terug te dringen. Utrecht is momenteel geen stad voor iedereen. Wat wij wel kunnen doen is scherpere keuzes maken om de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief te laten groeien en zo goed mogelijk te benutten en behouden. Om focus aan te brengen in de vraag op wie het woonbeleid primair gericht moet zijn, hanteren we een belangrijk uitgangspunt van de gemeente Utrecht: ongelijk investeren voor gelijke kansen. Dit betekent dat we in het Utrechtse woonbeleid prioriteit geven aan mensen voor wie de gevolgen van de schaarste het grootst zijn. Dit zijn mensen die geen dak boven het hoofd hebben, mensen met lage en middeninkomens en mensen in een kwetsbare positie. Door ons op deze groepen te focussen, proberen wij Utrecht zoveel mogelijk een stad voor iedereen te laten zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=4c2cc7ea-4d7f-4785-86e6-12eb551e0717