Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken van 16 maart 2023
1 2 3
Opening Vaststellen van de agenda van 16 maart 2023 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Agenderingen Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 16 maart 2023.doc Behandelvoorraad Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 16 maart 2023 PROCEDUREEL.docx
3.1
Raadsvoorstel Verordening nadeelcompensatie Raadsvoorstel Verordening nadeelcompensatie.docx Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht - DROP.docx Toelichting bij Verordening Nadeelcompensatie.docx
3.2
Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse voorzieningen Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen.docx Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen.docx
3.3
Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Nieuw Buurland, Staatsliedenbuurt Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Nieuw Buurland, Staatsliedenbuurt.docx Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Nieuw Buurland, Staatsliedenbuurt.docx Chw bestemmingsplan Nieuw Buurland, Staatsliedenbuurt.pdf Verbeelding BP_NL.IMRO.0344.BPNWBUURLANDSTAATS-VA01-Kader_01-000.pdf Verkeersonderzoek impact wegafsluitingen Nieuw Buurland.pdf Besluit hogere waarden (HW1262).pdf Wijkbericht en Nieuwsbrief_t.a.v. afhandeling motie M473.pdf Link naar RO publiceer - Chw bestemmingsplan Nieuw Buurland, Staatsliedenbuurt.docx
3.4
Raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Overvecht Raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Overvecht.docx Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Overvecht.pdf Participatieplan Omgevingsvisie Overvecht.pdf
3.5
Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk Raadsvoorstel Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk.docx Vaststellingsrapport JChw Bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk.docx Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk_Toelichting.pdf Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk_Bijlagen toelichting.pdf Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk_Regels.pdf Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk_Bijlagen regels.pdf NL.IMRO.0344.BPJUTRIV178RIVIERE-VA01-Kader_01-000.pdf Link naar RO publiceer- vaststelling.docx
3.6
Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan International School Utrecht (ISU) Cambridgelaan USP Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan International School Utrecht (ISU) Cambridgelaan USP.docx Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan International School Utrecht, Cambridgelaan USP.docx Chw bestemmingsplan International School Utrecht, Cambridgelaan USP.pdf Plankaart BP_NL.IMRO.0344.BPINTERSUCAMUSP-VA01-Kader_01-001.pdf Besluit hogere waarden (HW1216) International School Utrecht Cambridgelaan USP.pdf
Link naar RO publiceer - Chw bestemmingsplan International School Utrecht (ISU) Cambridgelaan USP.docx 3.7 3.8
Agenda 13 april ROG Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven 3 februari tot en met 8 maart Raadsbrieven ROG.docx
3.8.1
Raadsbrief Sturen en Verantwoorden In deze brief wordt de raad geïnformeerd over de uitgangspunten met betrekking tot Sturen & Verantwoorden. Het doel hierbij is om de raad meer concrete handvatten voor de kaderstellende en controlerende taak te geven, zodat er meer scherpte ontstaat in de sturing en de verantwoording. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de P&C cyclus, maar juist ook naar de beleidscyclus (zoals ook de meerjarenprogramma’s). Het bredere perspectief op de vormgeving van beleid biedt de kans voor een verbetering in het geheel van het sturen & verantwoorden én voor een kwaliteitsslag op individuele beleidsstukken. Beleidstukken kennen nu nog een verscheidenheid aan abstractieniveaus en concreetheid. Dit faciliteert het gesprek tussen raad en college onvoldoende en leidt tot onduidelijkheid over het goede moment voor het debat op inhoud en financiën. De raad ontvangt in het tweede kwartaal van dit jaar een raadsvoorstel over de nieuwe opzet die impact heeft op de werkwijze. 13022023 Advies Raadsbrief Sturen en Verantwoorden.docx
4
Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 26 januari en 9 februari 2023. Conceptverslag Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 9 februari 2023.docx Conceptverslag Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 26-1-2023.doc
5
Toezeggingen/moties Ter vaststelling. Lijst toezeggingen-moties-brieven ROG dd8 maart 2023(inclusief voortgangsinformatie).pdf
6
Ingekomen stukken Geen. Veilingstraat 10 Wethouder: Eerenberg, Beleidsterrein: Ruimtelijke Ordening Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door: Dirk-Jan van Vliet (D66), Rick van der Zweth (PvdA), Gert Dijkstra (EenUtrecht & Juriaan Otto) (zal woordvoerder zijn bij commissiedebat), Gertjan te Hoonte (VVD), Pepijn Zwanenberg (GroenLinks), Rik van der Graaf (ChristenUnie) , David Bosch (PVV) en Linda Bode (Volt). De agenderende partijen willen graag met elkaar en het college in gesprek over de concept-bouwenvelop van de Veilingstraat 10. Dit naar aanleiding van een Raadsinformatiebijeenkomst van 20 december 2022, een door omwonenden georganiseerd werkbezoek van 11 februari 2023 en de ingediende zienswijzen. Op basis van de gesprekken die gevoerd zijn met omwonenden, ambtenaren en de projectontwikkelaar hebben verschillende fracties op verschillende punten vragen en/of zorgen. Dit betreft met name de hoogte van het te ontwikkelen gebouw en de invulling van de plint. De agenderende partijen willen graag hierover het gesprek aangaan met de wethouder en onderzoeken wat er wel en wat er niet mogelijk is. Ook geeft dit de partijen de ruimte om tijdig aan te geven welke elementen zij belangrijk vinden. Zodat daarmee de kaders kunnen worden meegegeven aan het college voor het opstellen van een definitieve bouwenvelop. Dossier 3241 voorblad
7
2022-11-bouwenvelop-veilingstraat-10-concept.pdf 8
Actualisatie van de nota grondbeleid en de Grondprijzenbrief 2022 (incl. SV 2022/164) Wethouder: Voortman, Beleidsterrein: Grondzaken Indicatieve behandeltijd: 90 minuten. Geagendeerd door: Rick van der Zweth (PvdA), Gertjan te Hoonte (VVD), Fred Claasen (GroenLinks), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht), Has Bakker (D66), Annemarijn Oudejans (Student en Starter) en Rik van der Graaf (ChristenUnie) en Lisanne Snippe (Partij voor de Dieren). Graag willen de fracties van PvdA, VVD, GL, SBU, D66, CDA, S&S, CU en PvdD de komende actualisatie van de nota grondbeleid en de Grondprijzenbrief 2022 (incl. SV 2022/164) agenderen voor de commissie ROG. De fracties willen richting en aandachtspunten meegeven aan het college voor de actualisatie van de nota grondbeleid die staat gepland voor 2023-Q1/Q2. Specifiek willen de fracties ook ingaan op de grondprijzen met daarbij aandacht voor o.a. de methodiek en de ontwikkeling rondom onzelfstandige studenten eenheden. Dossier 3207 voorblad Raadsbrief Grondprijzen 2022.pdf Grondprijzenbrief 2022.pdf Beantwoording SV 2022 nr 164 over Grondprijzenbrief 2022.pdf
Agenderingen Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (Ter vaststelling op 16 maart 2023)
Stukken afkomstig van het college Datum: 15 februari 2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Verordening Nadeelcompensatie Wethouder: Eelco Eerenberg Beleidsterrein: Ruimtelijke Ordening Commissiegriffier: Frank de Kok
Wanneer inwoners en ondernemers nadeel ondervinden van een planologische maatregel (tot nu toe ook wel planschade genoemd), kunnen zij daarvoor financieel worden gecompenseerd.
Voorstel: Gelet op de mate waarin het voorstel van technische aard is, wordt de commissie in overweging gegeven dit raadsvoorstel direct als A stuk door te geleiden naar de gemeenteraad.
Met de komst van de nieuwe Omgevingswet (nu voorzien op 1 januari 2024) verandert hierover landelijke regelgeving. Als gevolg daarvan is het noodzakelijk ook lokaal de regels hiervoor aan te passen via de vaststelling van een nieuwe verordening. Zo is straks ook compensatie mogelijk bij bouwwerkzaamheden en verkeersbesluiten. Het college stelt voor de verordening vast te stellen en daarbij ook de heffing van een griffierecht in te stellen als drempelwerking voor de indiening van verzoeken voor compensatie bij geringe bedragen.
Datum: 15 februari 2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse voorzieningen Wethouder: Linda Voortman
Het college stelt voor beleid vast te stellen met als doel om de investeringen die de stad gaat maken voor voorzieningen in de gehele stad (bovenwijkse voorzieningen) die ook te kunnen toerekenen aan de kosten van nieuwbouwprojecten in de stad. Aandacht
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie ROG 2. Tijd: 120 minuten
Beleidsterrein: Grondzaken Commissiegriffier: Frank de Kok
hiervoor is volgens het college noodzakelijk nu de stad de ambitie heeft veel nieuwe woningen te bouwen (waarmee het aantal inwoners groeit) en er veel extra investeringen nodig zijn in bovenwijkse voorzieningen in de stad zoals parken, water, fietsroutes en wegen. Het college stelt dat het daarmee wil ‘groeien in balans’. Het college stelt voor het beleid (de nota) vast te stellen en in werking te laten treden op 1 januari 2024.
Datum: 21 februari 2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Nieuw Buurland, Staatsliedenbuurt Wethouder: Eelco Eerenberg Beleidsterrein: Ruimtelijke Ordening Commissiegriffier: Frank de Kok
Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 250 tot 285 woningen nabij de Talmalaan/ Nieuw Buurland. Daarvoor worden eerst 150 sociale huurwoningen gesloopt.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie ROG 2. Tijd: 75 minuten
In december 2021 heeft de raad ingestemd met het Stedenbouwkundig Programma van Eisen, waarmee de uitgangspunten van dit bestemmingsplan al door de raad zijn vastgesteld. Het ontwerp bestemmingsplan heeft er inzage gelegen en tijdens deze periode zijn in totaal 22 zienswijzen ingediend, waarvan 1 zienswijze namens 44 personen. De zienswijzen zijn voor het college aanleiding geweest één kleine aanpassing in het bestemmingsplan te doen. Aan de raad wordt voorgesteld he bestemmingsplan vast te stellen.
Datum: 21 februari 2023 Soort stuk: Raadsvoorstel
Het college is voornemens voor de wijk Overvecht een omgevingsvisie op te stellen. Een omgevingsvisie is een richtinggevend
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie ROG 2. Tijd: 120 minuten
2
Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Overvecht Wethouder: Lot van Hooijdonk Beleidsterrein: Ruimtelijk Project: Overvecht Commissiegriffier: Frank de Kok
document, een ‘stip op de horizon’ als houvast voor de ruimtelijke opgaven in de wijk Overvecht. Daarbij wordt de stip gelegd op het jaar 2040. Alvorens de omgevingsvisie verder wordt ontwikkeld, wordt aan de raad een aantal uitgangspunten voorgelegd door middel van dit raadsvoorstel. Voor de omgevingsvisie Overvecht stelt het college voor de Ruimtelijke Structuur Utrecht 2040 (eerder vastgesteld door de raad) als basis te nemen, waar bij aandacht is voor (kwalitatieve) verdiching van met woningbouw, bijzondere woonconcepten zoals wooncoöperaties en woonvormen voor ouderen, mobiliteit, goen en openbare ruimte en wijkverbetering. Het college stelt aan de raad voor de uitgangspuntennoitite vast te stellen.
Datum: 21 februari 2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk. Wethouder: Eelco Eerenberg Beleidsterrein: Ruimtelijke Ordening Commissiegriffier: Frank de Kok
Dit bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een voormalige bedrijvenlocatie aan de Jutfaseweg. De bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en na sanering worden 37 woningen (waaronder 19 woningen in de categorie ‘betaalbare koop’) en 6 onzelfstandige huurwoningen. Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen en tijdens de terinzagelegging is één zienswijze ingediend die voor het college aanleiding is geweest het bestemmingsplan aan te passen.
Voorstel: Gelet op de beperkte reikwijdte van het bestemmingsplan en het gegeven dat er één zienswijze is waaraan in het voorstel tegemoet is gekomen, wordt de commissie in overweging gegeven het raadsvoorstel direct als A stuk door te geleiden naar de raadsvergadering.
3
Het college stelt voor het bestemmingsplan vast te stellen. Datum: 8 maart 2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan International School Utrecht, Cambridgelaan USP Wethouder: Susanne Schilderman Beleidsterrein: Ruimtelijk Project Utrecht Science Park Commissiegriffier: Frank de Kok
De International School Utrecht (ISUtrecht) is nu nog gevestigd aan de Van Bijnkershoeklaan in Utrecht. Het aantal leerlingen is de laatste jaren sterk gegroeid en de verwachting is dat de komende jaren het aantal leerlingen nog verder zal groeien.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie ROG 2.. Tijd: 60 minuten
Met het vaststellen van het bestemmingsplan kan er een nieuw gebouw voor de ISUtrecht komen aan de Cambridgelaan waarmee de groei van het aantal leeringen kan worden opgevangen. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen geven voor het college geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het college stelt voor het bestemmingsplan vast te stellen, akkoord te gaan met het vaststellingsrapport van de zienswijzen en geen exploitatieplan vast te stellen. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota komt het college dan nog met een voorstel voor verdere financiering van de nieuwbouw van de school
4
Stukken afkomstig van de voorzitter Datum: 9 maart 2023 Betreft: Agenda 13 april ROG
Mede op basis van bovenstaande voorstellen dient voor de agenda van ROG op 13 april 480 minuten te worden gereserveerd Op 13 april is in totaal 525 minuten aan reguliere vergadertijd beschikbaar. De commissie heeft afgesproken op een vergaderdag tot maximaal 21 uur (= reguliere vergadertijd maximaal 405 minuten) in te plannen, zodat een uitloop van bespreking van agendapunten mogelijk is en tijdig de juiste verwachtingen aanwezig zijn over de onderwerpen die worden besproken op een dag.
Voorstel: U uit te spreken welke agendapunten moeten worden doorgeschoven naar een volgende vergadering (25 mei), dan wel of u een extra dagdeel vergaderen voor staat in april/ mei.
De commissie heeft verder afgesproken dat indien agendapunten niet allemaal op basis van bovenstaande afspraak kunnen worden behandeld op een vergaderdag, de voorzitter aan u zal voorleggen of de commissie agendapunten wil doorschuiven naar een volgende cyclus of dat het nodig is om een extra ROG-dagdeel in te plannen. Dit betreft een dagdeel op een donderdag. Los van de agenderingen die mogelijk nog vanuit de commissieleden ter vergadering worden ingebracht kent de agenda op dit moment al 75 minuten te veel aan in te plannen onderwerpen vergadertijd
5
6
1 Behandelvoorraad Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 16 maart 2023 PROCEDUREEL.docx
#RAAD030#
Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (ROG) 16 maart 2023 - PROCEDUREEL Ruimtelijke Ordening en Ruimtelijke Projecten (Groot Merwede, MWKZ, Stationsgebied),
Westraven, A12-zone, Rijnenburg, Lunetten-Koningsweg, Overvecht en Utrecht Science Park, Grondzaken
Behandelvoorraad: Wethouder Eerenberg of wethouder Van Hooijdonk of wethouder Voortman of wethouder Schilderman
Ruimtelijke Ordening
Cie 0 min.
Grondzaken
Cie 120 min.
Raadsvoorstel Verordening Nadeelcompensatie Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse voorzieningen
Ruimtelijke Ordening
Cie 60 min
Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Nieuw Buurland, Staatsliedenbuurt
Ruimtelijke Ordening
Cie 120 min
Raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Overvecht
Ruimtelijke Ordening
Cie 0 min
Raadsvoorstel Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk.
Ruimtelijke Projecten: Science Park
Cie 60 min
Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan
International School Utrecht (ISU) Cambridgelaan USP
Te verwachten raadsvoorstellen (op basis van de lange termijnagenda najaar 2022) Grondzaken
Verwacht
1.
Einde erfpachttijdvak (noot griffie: in raadsbrief van 18-11-2022 wordt geen gewag gemaakt van een raadsvoorstel dat aan de raad wordt voorgelegd, maar enkel over een te organiseren expertmeeting voor de raad)
Q4 2022
2.
Nota en Fonds Bovenwijkse voorzieningen (noot griffie: op 15-02-2023 heeft de raad het raadsvoorstel ontvangen, zie Agenderingen)
Q4 2022
3.
Actualisatie Nota Grondbeleid
Q1 2023
#RAAD030# (noot griffie: tijdens de RIB Grondprijzenbrief op 31-01-2023 heeft de wethouder aangegeven dat de Nota in Q2 van 2023 naar de raad komt) Ruimtelijk project Groot Merwede 4. 5.
6.
7. 8. 9. 10.
Stedenbouwkundig Plan Beurskwartier (noot griffie: in raadsbrief van 25-11-2022 is aangekondigd dat het SP pas medio 2023 naar de raad komt) SPvE De Foreest (noot griffie: in raadsbrief van 25-11-2022 wordt gesproken over een naamswijziging project (Ondaatje) en over een bouwenvelop en geen SPvE en is aangekondigd dat de bouwenvelop volgens planning in mei 2023 word vastgesteld door het college) Herzien SP De Knoop (noot griffie: in raadsbrief van 1-11-2022 wordt niet meer gesproken van het voorleggen van een SP aan de raad, maar van een bestemmingsplan dat medio 2023 aan de raad wordt voorgelegd) Fietsenstallingen Klépierre/ HC Herinrichting Park Paardenveld Trappen Moreelsebrug Nota van Uitgangspunten MWKZ deelgebied 6 Ruimtelijk Project Lunetten - Koningsweg Geen voorstellen Ruimtelijke Project Overvecht
Verwacht Q4 2022 Q4 2022
Q4 2022
Q1 2023 Q1 2023 Q1 2023 Q1 2023 Verwacht
Verwacht
Omgevingsprogramma Overvecht (noot griffie: in raadsbrief van 12-01-2023 wordt melding gemaakt dat een Omgevingsprogramma niet compleet en onvoldoende richtinggevend kan zijn en dat derhalve gewerkt wordt aan het opstellen van een Omgevingsvisie in de plaats daarvan. Daartoe ontvangt de raad volgens planning een RV Uitgangspuntennotitie in Q2 van 2023, waarna de Omgevingsvisie in Q1 van 2024 aan de raad wordt voorgelegd). Op 21 februari heeft de raad het raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie ontvangen) Ruimtelijk Project Utrecht Science Park
Q3 2023
12. 13.
Bestemmingsplan Internationale School Utrecht SPvE Archimedeskwartier Ruimtelijke ordening
Q1 2023 Q2 2023 Verwacht
14.
SPvE Isotopenweg (noot griffie: de raad heeft nog niets ontvangen) Bestemmingsplan Lauwerecht, Nieuw Buurland (noot griffie: de raad heeft op 22-02-2023 het raadsvoorstel ontvangen, zie agenderingen) Voorbereidingskrediet Verlengde Hoogravenseweg 223 – 225 (noot griffie: de raad heeft nog niets ontvangen) Omgevingswet: Verordening Nadeelcompensatie (noot griffie: op 15-02-2023 heeft de raad het raadsvoorstel ontvangen, zie Agenderingen) Omgevingswet: Participatie door initiatiefnemers
Q4 2022
11.
15. 16. 17. 18.
Verwacht
Q4 2022 Q4 2022 Q4 2022 Q1 2023
#RAAD030#
19.
20.
21. 22. 23. 24. 25. 26.
27. 28. 29. 30. 31. 32.
33. 34. 35. 36. 37. 38. 39.
(noot griffie: in de raadsbrief van 08-02-2023 wordt aangegeven dat voorstel in Q3 2023 komt (uiterlijk 4 maanden voor inwerkingtreding en in 1 raadsvoorstel met Bindend Advies en Delegatie) Omgevingswet: Bindend adviesrol raad buitenplanse activiteiten (noot griffie: in de raadsbrief van 08-02-2023 wordt aangegeven dat voorstel in Q3 2023 komt (uiterlijk 4 maanden voor inwerkingtreding en in 1 raadsvoorstel met Participatie en Delegatie) Omgevingswet: Delegatie aan college voor voorbereidingsregels (noot griffie: in de raadsbrief van 08-02-2023 wordt aangegeven dat voorstel in Q3 2023 komt (uiterlijk 4 maanden voor inwerkingtreding en in 1 raadsvoorstel met Bindend Advies en Participatie) Omgevingswet: Wijzigen Coördinatieverordening (noot griffie: in de raadsbrief van 08-02-2023 wordt geen gewag meer gemaakt van de komst van dit raadsvoorstel) Omgevingswet: Eerste wijziging omgevingsplan: o.a.
bruidschat (noot griffie: in de raadsbrief van 08-02-2023 wordt geen gewag meer gemaakt van dit raadsvoorstel) Bestemmingsplan MARK, Hoogbouwkavel LRCN Bestemmingsplan Bedrijventerrein Strijkviertel (noot griffie: in raadsbrief van 25-11-2022 is aangekondigd dat het bestemmingsplan pas medio 2023 naar de raad komt) Bestemmingsplan Jutfaseweg 178 (noot griffie: de raad heeft het voorstel op 21-02-2023 ontvangen, zie agenderingen) SPvE Van Galenstraat/ Van Ginnekenlaan/ Huizingalaan (noot griffie: informeel zijn commissieleden en commissiegriffier op 24 -11-2022 ervan op de hoogte gesteld dat het SPvE medio 2023 naar de raad komt, waarna uit commissiebehandeling van het onderwerp op 12-01-2023 is gebleken dat aan de raad uiterlijk eind februari enkele scenario’s worden voorgelegd alvorens te gaan werken aan een SPvE) Bestemmingsplan Museumhotel Herstel bestemmingsplan Lage Weide (zie raadsbrief 22-11-2023) Bestemmingsplan Zuilense Vecht Bestemmingsplan Groenewoud Bestemmingsplan Papendorp Noord e.o. Bestemmingsplan Tuindorp (omzetting Beheersverordening, Crisis- en Herstelwet) (noot griffie: tijdens de vergadering van ROG van 12-01-2022 heeft wethouder melding gemaakt dat in 2023 de raad nog 5 andere omzettingen beheersverordeningen naar bestemmingsplannen krijgt voorgelegd.
Het betreffen Zuilen, Witte Vrouwen, Pijlsweerd/Vogelenbuurt/ Griftpark, Maxima Park/ De Meern-Noord en Kanaleneiland Noord/ Lombok/ Dichterswijk-West) Bestemmingsplan Reitdiepstraat Bestemmingsplan Marco Pololaan 111- 117 Bestemmingsplan ZO kwadrant De Meern SPvE Brennerbaan 106 SPvE Galgenwaard Bestemmingsplan Veilingstraat 10 Bestemmingsplan Livingstonelaan 609 (noot griffie: blijkens een ter-inzagebericht van de concept bouwenvelop is vast stelling van het bestemmingsplan voorzien in Q4 2023 dan wel Q1 van 2024)
Q1 2023
Q1 2023
Q1 2023 PM Q1 2023 Q1 2023 Q1 2023 Q1 2023
Q1 2023 Q1 2023 Q2 2023 Q2 2023 Q2 2023 Q2 2023
Q2 2023 Q2 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q3 2023 Q3 2023 Q3 2023
#RAAD030# 40 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49.
Definitieve kredietaanvraag Mobiliteitshub XL Papendorp-Noord (noot griffie: zie raadsvoorstel aanvraag voorbereidingskrediet Mobiliteitshub XL Papendorp-Noord december 2022) SPvE Aartbisschop Romerostraat Bestemmingsplan Europlaan 33 -45 Visie omgeving station Zuilen Visie Lage Weide Visie 4e Kwadrant Bestemmingsplan Thomas a Kempisplantsoen (zie raadsbrief 2212-2022) SPvE Kogllaan en Voorveldse Polder Bestemmingsplan Pieter Baan Centrum SPvE Gebiedsontwikkeling Ravellaan Noord
Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q1 2024 Q1 2024 PM
3.1 Raadsvoorstel Verordening nadeelcompensatie 1 Raadsvoorstel Verordening nadeelcompensatie.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Verordening Nadeelcompensatie Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Ruimtelijke ontwikkeling Ontwikkelorganisatie Ruimte Edwin Rooke en Gert-Jan van Rhijn 10433791 Volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De verordening nadeelcompensatie vast te stellen, op basis waarvan inwoners en ondernemers nadeelcompensatie kunnen aanvragen als zij nadeel hebben van een planologische maatregel of financiële neveneffecten bij bouwwerkzaamheden, verkeersbesluiten en vergelijkbare besluiten, met als wijziging ten opzichte van de planschadeverordening: a. De heffing van een griffierecht van € 300,- voor het in behandeling nemen van planschadeverzoeken wordt van toepassing op alle verzoeken om nadeelcompensatie; b. Er is een drempelbedrag opgenomen van 500 euro voor particulieren en 1000 euro voor ondernemers voor nadeelcompensatieverzoeken die gaan over geringe schade.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Nadeelcompensatie kunnen inwoners en ondernemers aanvragen als zij nadeel hebben van een planologische maatregel (voorheen planschade) of financiële neveneffecten bij bouwwerkzaamheden, verkeersbesluiten en vergelijkbare besluiten (waarvoor momenteel nog geen regeling bestaat). Tot op heden is alleen in bijzondere gevallen een nadeelcompensatieverordening vastgesteld, zoals voor de aanleg van HOV door de binnenstad en verkeersbesluiten Zuidelijke Oude Stad. De nu voorliggende verordening nadeelcompensatie is deels een voortzetting van de huidige planschadeverordening en deels een verbreding, doordat die nu ook ziet op de financiële neveneffecten bij bouwwerkzaamheden en de verkeersbesluiten. Ook die worden nu geregeld in de vorm van een verordening. Voorgesteld wordt om de heffing van een griffierecht van € 300,- voor het in behandeling nemen van planschadeverzoeken te handhaven en toe te passen op alle verzoeken om nadeelcompensatie, en om een drempel op te nemen voor nadeelcompensatieverzoeken die gaan over geringe schade (500 euro voor particulieren en 1000 euro voor ondernemers).
Context Aanleiding Van nadeelcompensatie is sprake indien rechtmatig gemeentelijk bestuursoptreden dat zich manifesteert via besluiten, maatregelen en feitelijk handelen, leidt tot onevenredige schade bij individuele burgers c.q. ondernemers die niet onder hun normaal maatschappelijk risico vallen. In die gevallen behoort de schade niet geheel of gedeeltelijk voor hun rekening te blijven en is de gemeente gehouden deze te vergoeden. Naar verwachting treden vanaf 1 januari 2024 of later de wetten Titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht en Afdeling 15.1 Omgevingswet in werking. Deze wetten bevatten gezamenlijk een regeling voor nadeelcompensatie. Door de komst van deze wetten verandert de landelijke regelgeving op dit gebied en moet een nieuwe verordening worden vastgesteld. Beslistermijn Er is samenhang met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Juridische context Afdeling 15.1 Omgevingswet bevat een gewijzigde regeling voor de in artikel 6 van de huidige Wet ruimtelijke ordening opgenomen schaderegeling (planschade) en in Titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht wordt een wettelijke regeling geïntroduceerd voor alle overige nadeelcompensatiezaken.
In het kader van de implementatie van deze wetten is een gemeentelijke verordening nodig waarin naast procedurele aspecten, de heffing van een recht voor de behandeling van schadeverzoeken en de instelling van een adviescommissie worden geregeld. Op grond van artikel 147 Gemeentewet is de raad bevoegd om kaderstellend beleid vast te stellen, waaronder verordeningen. De huidige ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade’ is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening wettelijk verplicht gesteld. De VNG adviseert vanuit het oogpunt van rechtszekerheid, hoewel niet wettelijk verplicht, om een Verordening nadeelcompensatie vast te stellen. Daarbij heeft de VNG in overleg met onder meer gemeenten, waaronder ook wij, een modelverordening opgesteld. Deze modelverordening hebben we gevolgd en als basis gebruikt voor onze verordening nadeelcompensatie. De verordening nadeelcompensatie kan overeenkomstig het voorliggende raadsvoorstel worden vastgesteld omdat het inwerking treden van de verordening expliciet is gekoppeld aan het van kracht worden van de genoemde wetten. In voorliggende nadeelcompensatieverordening wordt de bestaande Utrechtse praktijk van de inzet van een adviseur of een adviescommissie voortgezet.
In eerste instantie wordt bekeken of een ambtelijk adviseur van gemeente zelf een verzoek af kunnen doen, zoals zaken waar het gaat om administratieve en juridische gronden. Ingeval de omvang van de schade daartoe
2
noodzaakt, zoals het vaststellen van gederfde omzet, dan kunnen we de keuze maken voor een externe schadeadvisering. Bij grote, meerjarige projecten waar de nodige nadeelcompensatieverzoeken worden verwacht kan een adviescommissie worden ingesteld. Vanuit de voortzetting van huidige praktijk met de planschadeverordening zullen we in de meeste gevallen een ambtelijk adviseur inzetten om te oordelen over het nadeel. De problematiek van nadeelcompensatie inzake kabels en leidingen staat los van de verordening nadeelcompensatie. In Utrecht gelden voor leidingen en kabels de ’Verordening kabels en leidingen Utrecht’ en een specifieke beleidsregel ‘Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Utrecht 2018’, die op 16 maart 2022 in werking is getreden. Dit komt door de bijzondere aard en problematiek van kabels en leidingen. Overigens vindt op landelijk niveau overleg plaats om te bezien welke gevolgen de Omgevingswet heeft voor de nadeelcompensatie bij kabels en leidingen. Beoogd effect Met de nadeelcompensatieverordening is er een duidelijk kader voor verschillende vormen van schade. De nadeelcompensatieverordening draagt op deze manier bij aan een meer eenduidige behandeling van de schadeverzoeken.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad In de raadsbrieven van maart 2021 en februari 2022 en december 2022 hebben we u geïnformeerd over de voortgang van onze voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De verordening nadeelcompensatie vast te stellen, op basis waarvan inwoners en ondernemers nadeelcompensatie kunnen aanvragen als zij nadeel hebben van een planologische maatregel of financiële neveneffecten bij bouwwerkzaamheden, verkeersbesluiten en vergelijkbare besluiten, met als wijziging ten opzichte van de planschadeverordening: a. De heffing van een griffierecht van € 300,- voor het in behandeling nemen van planschadeverzoeken wordt van toepassing op alle verzoeken om nadeelcompensatie; b. Er is een drempelbedrag opgenomen van 500 euro voor particulieren en 1000 euro voor ondernemers voor nadeelcompensatieverzoeken die gaan over geringe schade.
Argumenten 1.1
De verordening draagt bij aan uniformiteit en éénduidigheid in de behandelingsprocedure van nadeelcompensatieverzoeken. Het is in het belang van verzoeker en gemeente dat het proces en behandeltraject zo duidelijk, transparant en uniform mogelijk verlopen. De verordening is het instrument om dat vast te leggen. In dit verband zullen tevens aangepaste trajectschema’s van het nadeelcompensatieproces voor een ieder worden gepubliceerd op de gemeentelijke website. Planschade is als bijzondere vorm van nadeelcompensatie tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.1). Voor nadeelcompensatie als gevolg van overige schadeveroorzakende besluiten bestaat tot die datum nog geen wettelijke regeling. Met de wetswijziging en vaststelling van de voorliggende verordening wordt deze lacune opgevuld. Hierdoor wordt de rechtszekerheid voor de burger eveneens verder versterkt.
3
1.2
Met het vaststellen van de verordening wordt invulling gegeven aan de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geformuleerde ‘Minimale acties Omgevingswet’ voor de implementatie van de Omgevingswet. Van deze minimale acties maakt onder meer deel uit de aanpassing van mandaatregelingen, intrekking van de verordening planschade en vaststelling van de verordening nadeelcompensatie.
1.3
De hoogte van het griffierecht van 300,- euro recht schept voldoende drempelwerking maar schrikt tegelijkertijd claimanten die te goeder trouw nadeelcompensatie claimen, niet af (artikel 2). In artikel 4:128 (Titel 4.5) schept de nieuwe Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid om voor het in behandeling nemen van alle schadeverzoeken ex artikel 4:126 lid 1 Algemene wet bestuursrecht een griffierecht van maximaal € 500,- te heffen. Voor het in behandeling nemen van verzoeken om planschade ex artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening wordt krachtens die wet momenteel een griffierecht van € 300,- geheven. Dit griffierecht werkt goed als drempel om niet vrijblijvend aanvragen om schade in te dienen. De ervaring is dat aanvragers dit griffierecht niet als te hoog ervaren en er zijn niet eerder bezwaren ontvangen op de hoogte van dit griffierecht. De aanvrager krijgt het griffierecht terugbetaald als nadeelcompensatie wordt toegekend. Op grond van het voorgaande en vanuit het belang van uniformiteit lijkt de introductie van een griffierecht van € 300,-, voor de behandeling van schadeverzoeken die onder de gewijzigde Awb vallen. Met het griffierecht van 300,- euro zetten we de huidige lijn door van griffierecht die we ook voor planschade vragen. Het is niet nodig om het bedrag te verlagen of te verhogen.
1.4
Nadeelcompensatieverzoeken die gaan over schade onder het drempelbedrag kunnen door vaststelling van deze drempelbedragen snel worden afgewezen (artikel 4) In artikel 4 is een drempel opgenomen voor nadeelcompensatieverzoeken die gaan over geringe schade (500 euro voor particulieren en 1000 euro voor ondernemers). Dergelijke geringe schadebedragen zijn voor eigen rekening van de verzoeker en kunnen snel na ontvangst worden afgewezen. Door deze drempel op te nemen in de verordening voorkomen we dat de gemeente onnodige behandelkosten moet maken voor schaden die voor eigen rekening moeten blijven, waarvan de behandelkosten uiteindelijk hoger zijn dan het schadebedrag en de deur openstaat omdat er geen drempel is. Bijvoorbeeld omdat een verzoeker 300 euro omzet mist, omdat hij die dag minder boten heeft kunnen verhuren door de Canal Pride.
Financiën De personele inzet en dekking blijft vooralsnog ongewijzigd. Eventuele planschade moet worden gedekt uit de projecten.
Vervolg Na vaststelling zal de nadeelcompensatieverordening inwerkingtreden op de dag dat de Omgevingswet van kracht wordt. Nieuwe verzoeken om schade op basis van de Omgevingswet handelen we af via de nadeelcompensatieverordening. Verzoeken om schade die binnenkomen en (nog) zien op besluiten ingevolge de Wet ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplannen, handelen we nog af via de planschadeverordening die voor dat doel van kracht blijft. De behandeling van de verschillende soorten nadeelcompensatie blijft vooralsnog ongewijzigd binnen de Utrechtse organisatie.
4
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. Intern is er afstemming geweest tussen de organisatieonderdelen Ruimte, Stadsbedrijven en VTH.
Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien. (Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening Nadeelcompensatie Bijlagen informatief -
5
1 Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht - DROP.docx
Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; gelezen:
het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van datum 2023, kenmerk xxx ; gelet op:
-
artikel 108 lid 2 en 149 van de Gemeentewet; titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht; afdeling 15.1 Omgevingswet;
gezien het advies van de commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken van datum 2023; overwegende:
dat het zowel vanuit rechtszekerheid als uniformiteit van wezenlijk belang is dat de procedurele aspecten van de behandeling van schadeverzoeken die het totale beleidsterrein van nadeelcompensatie bestrijken, worden vastgelegd;
besluit vast te stellen de Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht.
Artikel 1. Toepassingsbereik 1. Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door rechtmatig bestuursoptreden van een bestuursorgaan van de gemeente. 2. Deze verordening heeft eveneens betrekking op aanvragen om schadevergoeding in verband met waardevermindering van een onroerende zaak ten gevolge van planologische besluiten van de gemeente waarop zowel artikel 4:126 lid 1 Algemene wet bestuursrecht als afdeling 15.1 Omgevingswet, van toepassing zijn. 3. Rechtmatig bestuursoptreden is in beginsel gebaseerd op een besluit of feitelijke handeling. 4. Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop de Verordening kabels en leidingen Utrecht en de beleidsregel ‘nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Utrecht 2018’ van toepassing zijn.
Artikel 2. Heffen recht 1. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126 lid 1 Algemene wet bestuursrecht jo. afdeling 15.1 Omgevingswet, vanwege waardevermindering van een onroerende zaak ten gevolge van gemeentelijke planologische besluiten, wordt een recht van € 300,- geheven. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126 lid 1 Algemene wet bestuursrecht, vanwege inkomensverlies door gemeentelijke besluiten of maatregelen, wordt een recht van € 300,- geheven.
Artikel 3. Aanvraag 1. De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld elektronisch formulier. 2. In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting, of b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte.
Artikel 4. Afwijzing aanvraag Het bestuursorgaan wijst een aanvraag om vergoeding van schade geheel of gedeeltelijk af, indien: a. zich kennelijk een afwijzingsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c. de gevraagde of te verwachte schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 500,voor particulieren en € 1000,- voor ondernemers.
Artikel 5. Adviescommissie 1. Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a. er sprake is van een afwijzingsgrond zoals genoemd in artikel 4 van deze verordening; b. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; c. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3. Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4. Een adviescommissie kan worden benoemd als: a. vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b. tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt.
Artikel 6. Procedure 1. Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2. Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken:
a. degene die de activiteit verricht en met wie een schadevergoedingsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en b. degene die als derde-belanghebbende bij de schadevergoedingsovereenkomst als bedoeld onder a kan worden aangemerkt; c. als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: 1°. de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of 2°. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.
Artikel 7. Uitbetaling De toegewezen schadevergoeding dient uiterlijk aan verzoeker te zijn betaald binnen 4 weken na het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.
Artikel 8. Aanvraag voorschot 1. Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. 2. Het voorschot bedraagt maximaal 75% van de voor schadevergoeding in aanmerking komende geldsom. 3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.
Artikel 9. Intrekking oude regeling op termijn De Planschadeverordening 2009 kan worden ingetrokken op het moment dat op alle ingediende verzoeken op grond de huidige Wet ruimtelijke ordening en de Planschadeverordening 2009 onherroepelijk is besloten.
Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op het moment dat Titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht en Afdeling 15.1 Omgevingswet van kracht worden. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter,
Sharon A.M. Dijksma
De griffier,
Merel van Hall
1 Toelichting bij Verordening Nadeelcompensatie.docx
Toelichting bij de Verordening nadeelcompensatie De overheid kan rechtmatig handelen en toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning, het nemen van een verkeersbesluit, het inperken van rechten of door neveneffecten van werkzaamheden. In dat soort gevallen kan het zijn dat de overheid deze schade moet vergoeden. Dit noemen we nadeelcompensatie. Hoe is het nu geregeld? 1. Planschade, een bijzondere vorm van nadeelcompensatie, is nu wettelijk geregeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en betreft met name schade ten gevolge van waardevermindering van een onroerende zaak of eventuele inkomensderving als gevolg van een planologische maatregel, zoals een projectbesluit of omgevingsvergunning. 2. Schade kan echter ook worden veroorzaakt door andere rechtmatige besluiten of handelingen van de gemeente dan planologische zoals verkeersbesluiten waardoor een gebied met winkels tijdelijk minder goed bereikbaar is en daardoor omzetderving ontstaat. Voor deze gevallen bestaat momenteel, in tegenstelling tot planschade, alleen wettelijke regeling van artikel 3:4 Awb. Naar verwachting treden per 1 juli 2023 of later echter twee nieuwe wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie inwerking. Wetwijzigingen 1. De eerste wetswijziging die in werking treedt, betreft titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). ).
Hiermee wordt het ‘algemene nadeelcompensatierecht’ wel wettelijk geregeld. Deze regeling heeft betrekking op schade die een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak veroorzaakt. Die rechtmatige uitoefening kan bestaan uit het nemen van besluiten en/of het uitvoeren van feitelijke maatregelen. 2. Daarnaast zal een wijziging van de Omgevingswet (hierna: Ow als opvolger van onder meer de Wro) in werking treden. Daartoe is in de Ow afdeling 15.1 opgenomen die een specifiek op het omgevingsrecht toegesneden nadeelcompensatieregeling bevat met enkele aanvullende regels op de Awb (zie 1). Deze wetwijziging vervangt de huidige planschaderegeling in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Vereiste gemeentelijke verordening Deze wettelijke regelingen (titel 4.5 Awb en afdeling 15.1 Ow) zijn grotendeels uitputtend van opzet. Ze bevatten reeds veel regels voor de afwikkeling van aanvragen om schadevergoeding, zoals beslistermijnen en het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Over enkele onderwerpen - zoals heffing van recht of instelling adviescommissies - is het mogelijk om aanvullende regels op te nemen in een gemeentelijke verordening. Aanvullende regels bij verordening zijn dus mogelijk maar niet verplicht.
Modelverordening nadeelcompensatie VNG De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in mei 2021 een modelverordening nadeelcompensatie vastgesteld en gepubliceerd. De modelverordening nadeelcompensatie is tot stand gekomen in samenwerking met een klankbordgroep van vertegenwoordigers van gemeenten (waaronder Utrecht), rijk, waterschap en bedrijfsleven. Deze modelverordening is de basis voor vaststelling van de individuele gemeenten van eigen verordeningen. 1
Daarnaast is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties momenteel bezig met een handreiking nadeelcompensatie als ondersteunend document. Hierin wordt uitgebreid ingegaan op de nieuwe wetgeving, schadeoorzaken, schade, aanvragen om schadevergoeding, verhalen van schadevergoeding, rechtsbescherming, procedures enzovoort. Welke keuzes uit modelverordening nadeelcompensatie VNG De modelverordening nadeelcompensatie kent een aantal artikelen waaruit individuele gemeenten een (facultatieve) keuze kunnen maken om deze al dan niet in de eigen verordening over te nemen. Op zich is het gehele model in beginsel facultatief, in die zin dat gemeenten het instrument van een verordening enkel moeten gebruiken voor zover dat in een individuele gemeente wenselijk is én dat het gemeenten vrij staat om een andere invulling te geven dan waarvoor in de modelverordening is gekozen. Gemeenten die ervoor kiezen om de bepalingen uit de modelverordening niet of in gewijzigde vorm over te nemen of deze aan te vullen, moeten er rekening mee moeten houden dat deze bepalingen niet strijdig mogen zijn met geldende regelgeving en/of met bepalingen uit de modelverordening die wel in de eigen verordening worden overgenomen.
Belangrijke keuzes bij het opstellen van de gemeentelijke verordening zijn: het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding (heffing), en de hoogte daarvan; naast de mogelijkheid om ambtelijk of met behulp van een onafhankelijke adviseur een verzoek af te handelen om ook een adviescommissie in te stellen zo ja, in welke gevallen en welke vorm die adviescommissie wordt betrokken bij de afhandeling van aanvragen om schadevergoeding
2
Inhoud Artikelsgewijze toelichting De artikelen in de modelverordening VNG komen hierna aan de orde waarbij wordt aangegeven of deze in al dan niet gewijzigde vorm in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie worden overgenomen. Ook de Utrechtse aanvullingen komen expliciet aan de orde. De argumenten of kanttekeningen in het raadsvoorstel bevatten de redenen van afwijking van de modelverordening. Zie hiervoor het Raadsvoorstel verordening nadeelcompensatie en hierna onder ‘argumenten en kanttekeningen’. Artikel 1. Toepassingsbereik Schade die onder artikel 4:126 lid 1 Awb valt, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente kan zijn gebaseerd op een besluit en/of feitelijke handeling. We spreken in dat geval van een rechtmatige daad c.q. rechtmatig bestuursoptreden. Het is in een uitzonderlijk geval zelfs mogelijk dat de schade niet het gevolg is van enig actief bestuursoptreden; denk aan de uitvoering van een vergunningsvrije activiteit. In Utrecht gelden de specifieke beleidsregel ‘nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Utrecht 2018’ en de Verordening kabels en leidingen Utrecht. Verzoeken om nadeelcompensatie die onder de beleidsregel vallen, zijn in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie uitgezonderd.
Wij stellen voor om in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie in afwijking van en/of aanvulling op de modelverordening het volgende artikel op te nemen: Artikel 1. 1. Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door rechtmatig bestuursoptreden van een bestuursorgaan van de gemeente. 2. Deze verordening heeft eveneens betrekking op aanvragen om schadevergoeding in verband met waardevermindering van een onroerende zaak ten gevolge van planologische besluiten van de gemeente waarop zowel artikel 4:126 lid 1 Algemene wet bestuursrecht als afdeling 15.1 Omgevingswet, van toepassing zijn. 3. Rechtmatig bestuursoptreden is in beginsel gebaseerd op een besluit of feitelijke handeling. 4. Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop de Verordening kabels en leidingen Utrecht en de beleidsregel ‘nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Utrecht 2018’ van toepassing zijn.
3
Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van huidige verzoeken om planschade ex artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) wordt krachtens die wet op dit moment een recht van € 300,- geheven. Voor overige niet onder de Wro vallende verzoeken om nadeelcompensatie, waarvoor op dit moment dus nog geen wettelijke regeling geldt, wordt geen recht geheven. In artikel 4:128 (Titel 4.5) schept de Awb de mogelijkheid om voor het in behandeling nemen van alle schadeverzoeken (artikel 4:126 lid 1 Awb) een recht van maximaal € 500,- te heffen. Wij stellen voor om in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie in afwijking van c.q. in aanvulling op de modelverordening het volgende artikel op te nemen: Artikel 2. Heffing recht 1. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126 lid 1 Algemene wet bestuursrecht jo. afdeling 15.1 Omgevingswet, vanwege waardevermindering van een onroerende zaak ten gevolge van gemeentelijke planologische besluiten, wordt een recht van € 300,- geheven. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126 lid 1 Algemene wet bestuursrecht, vanwege inkomensverlies door gemeentelijke besluiten of maatregelen, wordt een recht van € 300,- geheven. Artikel 3.
Aanvraag Wij stellen voor om artikel 3 uit de modelverordening ongewijzigd over te nemen in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie. Artikel 4. Afwijzing aanvraag Wij stellen voor om dit artikel in te voegen waarin de 3 gevallen zijn opgenomen waarin geen aanspraak bestaat op schadevergoeding: Artikel 4. Afwijzing aanvraag Het bestuursorgaan wijst een aanvraag om vergoeding van schade geheel of gedeeltelijk af, indien: a. zich kennelijk een afwijzingsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c. de gevraagde of te verwachte schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 500,voor particulieren en € 1000,- voor ondernemers. Artikel 5. Adviescommissie Onder adviescommissie als bedoeld in lid 1 word(t)en ook (een) externe adviseur(s) begrepen die (tijdelijk) voor één of meer aanvragen om nadeelcompensatie advies uitbreng(t)en. Bagatelverzoeken waarvan zeer aannemelijk dat de geclaimde nadeelcompensatie het vastgestelde minimumbedrag niet overschrijdt, worden buiten behandeling gelaten. Wij stellen voor om in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie in afwijking van artikel 4 lid 2 van de modelverordening in artikel 5 het volgende lid 2 in te voegen: Artikel 5. Adviescommissie 2.
Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a. er sprake is van een afwijzingsgrond zoals genoemd in artikel 4 van deze verordening; b. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht;
4
c. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. Artikel 6. Procedure Naast de partij met wie een schadeovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, kunnen er ook eventuele andere partijen belanghebbende zijn. Wij stellen voor om in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie in aanvulling op artikel 5 lid 2 van de modelverordening in artikel 6 lid 2 het volgende sub-artikel b op te nemen: Artikel 6. Procedure b. degene die als derde-belanghebbende bij de schadevergoedingsovereenkomst als bedoeld onder a kan worden aangemerkt. Artikel 7. Uitbetaling Voor uitbetaling zijn diverse administratieve en fiatteringstappen vereist waardoor de termijn in artikel 6 van de modelverordening erg krap is. Wij stellen voor om in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie in afwijking van artikel 6 van de modelverordening de maximumtermijn voor betaling te verruimen en in artikel 7 de volgende bepaling op te nemen: Artikel 7. Uitbetaling De toegewezen schadevergoeding dient uiterlijk aan verzoeker te zijn betaald binnen 4 weken na het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel 8.
Aanvraag voorschot Voorgesteld wordt om in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie de eerste variant uit artikel 7 van de modelverordening ongewijzigd over te nemen: 1. Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. 2. Het voorschot bedraagt maximaal 75% van de voor schadevergoeding in aanmerking komende geldsom. 3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing. Artikel 9. Intrekking oude regeling Wij stellen voor om in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie het volgende artikel op te nemen: De Verordening over advisering aan de gemeente Utrecht bij aanvragen om tegemoetkoming in planschade (Gemeenteblad van Utrecht 2009, nr. 53), ook genaamd Planschadeverordening 2009, wordt ingetrokken op het moment dat de Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht in werking treedt. Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel Voorgesteld wordt om in de Utrechtse verordening nadeelcompensatie het volgende artikel op te nemen: 1. Deze verordening treedt in werking op het moment dat Titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht en Afdeling 15.1 Omgevingswet van kracht worden. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht.
5
Argumenten en kanttekeningen Beslispunt 1 argumenten Algemeen 1. De verordening draagt bij aan uniformiteit en éénduidigheid in de behandelingsprocedure van nadeelcompensatieverzoeken. 2. De verordening versterkt de rechtszekerheid van de verzoeker/burger. 3. Met het vaststellen van de verordening wordt invulling gegeven aan de door de VNG geformuleerde ‘Minimale acties Omgevingswet’ voor de implementatie van de Omgevingswet. 4. De verordening nadeelcompensatie is geen strikt autonome verordening maar heeft een overwegend mechanisch karakter die een nadere invulling beoogt van gewijzigde wetgeving en bevat slechts zeer beperkte ruimte voor autonome invulling. Artikel 1. Toepassingsbereik 1. In de verordening worden de grondslag en handelwijze waarop de gemeente via rechtmatig bestuursoptreden schade kan veroorzaken, nader geëxpliciteerd. 2. Gelet op de bijzondere aard en problematiek van nadeelcompensatie kabels en leidingen staat deze los van Titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht en de verordening nadeelcompensatie. Artikel 2. Heffen recht 1. Heffing van een recht is alleen mogelijk bij wettelijk voorschrift. 2. De hoogte van het recht schept voldoende drempelwerking maar schrikt tegelijkertijd claimanten die te goeder trouw nadeelcompensatie claimen, niet af. Artikel 3. Aanvraag 1.
De bepaling sluit goed aan bij de bestaande procedurele behandeling van aanvragen om nadeelcompensatie. Artikel 4. Afwijzing aanvraag 1. In de gevallen genoemd in sub a, b en c ontbreekt een grondslag voor nadeelcompensatie en wordt geen schadevergoeding verleend. 2. De in sub c opgenomen bagatelbedragen zijn gerelateerd aan artikel 3 lid 2 van de Beleidsregel nadeelcompensatie 2019 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 3. De in sub c opgenomen bagatelbedragen zijn gerelateerd aan artikel 3 lid 2 van de Beleidsregel nadeelcompensatie 2019 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (artikel 4). Artikel 5. Adviescommissie 1. Een verordening geeft aan de adviescommissie een zo solide mogelijke basis. 2. Onder het begrip ‘Adviescommissie’ wordt tevens begrepen het inhuren/inschakelen van een externe deskundige/adviseur voor een incidenteel verzoek, hetgeen aansluit bij de huidige werkwijze van de uitvoerende organisatieonderdelen. Artikel 6 Procedure 1. Ook andere partijen dan die waarmee een schadeovereenkomst is gesloten, kunnen derde-belanghebbende(n) zijn. Artikel 7. Uitbetaling
6
1. De interne voor uitbetaling vereiste administratieve en fiatteringstappen vergen extra tijd zodat de uiterste betalingstermijn met 4 weken moet worden verruimd. Artikel 8. Aanvraag voorschot 1. In gevallen waarin het zeer waarschijnlijk is dat nadeelcompensatie wordt verleend, kan de gemeente desgevraagd aan de verzoeker een voorschot verlenen. Artikel 9. Intrekking oude regeling Geen Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel Geen
Beslispunt 1 kanttekeningen Algemeen 1. De uniformering van nadeelcompensatie in één verordening kan tot verwarring leiden in de procedurele uitvoering die is gebaseerd op titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht enerzijds en op afdeling 15.1 Omgevingswet anderzijds. De verhouding tussen titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 Omgevingswet is wettelijk en sluitend geregeld. De relatie tussen beide is zodanig dat de procedurele behandeling van op de Omgevingswet gebaseerde nadeelcompensatieverzoeken en verzoeken die daar los van staan en louter zijn gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht, naast en toch los van elkaar kunnen geschieden. In dat opzicht kan in belangrijke mate worden aangesloten bij de praktijk onder de huidige regelgeving van de Wet ruimtelijke ordening.
7
3.2 Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse voorzieningen 1 Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse voorzieningen Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Grondzaken Ontwikkelorganisatie Ruimte Pieter van der Straaten 10871721 volgt Ja Ja, een of meer bijlage(n)
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen vast te stellen, met als belangrijkste uitgangspunten: a. Bij nieuwbouw in de stad brengt de gemeente een bijdrage in rekening voor gemeentelijke investeringen in zogeheten bovenwijkse voorzieningen; b. Voor deze vorm van kostenverhaal gelden vaste tarieven per type vastgoed; c. De tarieven worden berekend aan de hand van een in de nota opgenomen overzicht van investeringen in bovenwijkse voorzieningen; d. Het profijt van deze bovenwijkse voorzieningen wordt toegerekend aan de hele stad, zonder differentiatie naar wijken e. Het kostenverhaal wordt zowel bij ontwikkelingen van derden als bij gemeentelijke grondexploitaties toegepast; f. De bijdrage per type vastgoed is afhankelijk van de waarde van dat vastgoed en hierbij wordt aangesloten bij de verhoudingen in grondprijzen zoals die volgen uit de Utrechtse Grondprijzenbrief; g. Bij gelijktijdige sloop vindt kostenverhaal alleen plaats voor de netto toevoeging van vastgoed; h. De in de nota genoemde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. 2. De nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen in werking te laten treden op 1 januari 2024. 3.
Het college opdracht te geven om bij projecten die zich op het moment van inwerkingtreding van de nota in precontractuele fase bevinden, per project te beoordelen of toepassing van deze nota juridisch haalbaar is.
Burgemeester en wethouders van Utrecht, de secretaris,
de burgemeester,
Geheimhouding Het college heeft permanente geheimhouding opgelegd op de bijlage “GEHEIM Overzicht projecten in precontractuele fase”, op grond van artikel 55 lid 1, artikel 86 lid 2 en artikel 25 lid 2 Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 2 onder b van de Woo. De raad wordt separaat gevraagd deze geheimhouding op grond van artikel 25 lid 3 Gemeentewet in de eerstvolgende raadvergadering te bekrachtigen. In de bijlage worden projecten genoemd waarbij eerder afspraken zijn gemaakt aangaande het kostenverhaal en waarvoor een uitzondering wordt gemaakt. De gemeente heeft er financieel belang bij dat deze bijlage niet openbaar wordt gemaakt om te voorkomen dat marktpartijen van andere projecten deze informatie gebruiken om een beroep te doen op deze voor hen financieel gunstige uitzondering. Dit kan het sluiten van overeenkomsten vertragen met als gevolg dat opbrengsten uit kostenverhaal ook later worden verkregen. “Financiële belangen” worden als uitzonderingsgrond genoemd in artikel 5.1 lid 2 onder b van de Woo.