Agendabundel
Tekst van het document
Bundel van de Adviescommissie Controle en Financiën van 4 maart 2021
Agenda bijlagen Agenda advies-cie CF 4-3-2021 def.doc 1 2
3
Opening en mededelingen, vaststellen agenda. Behandelvoorstel: Aangeven of u nog wijzigingen op de conceptagenda heeft en vaststellen agenda. Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst Behandelvoorstel: Aangeven of u vragen, opmerkingen of correcties heeft bij het conceptverslag (reeds rondgestuurd). Wanneer u geen vragen of opmerkingen heeft, kunt u het verslag vaststellen en zal deze worden toegevoegd aan de volgende commissie M&S. Adviescommissie CF 28-01-2021.docx Ingekomen en verzonden stukken Ter kennisname: •Raadsbrief Stand van zaken herijking gemeentefonds + ledenbrief VNG •Raadsbrief Kritisch op claims van verbonden partijen •Presidiumflits omtrent werkwijze Procedure raadsreacties maatregelenpakketten •Verzoek aan (db) presidium omtrent gewijzigde planning jaarstukken 2020 (zie memo en bijlage I). Hierop is het vergaderschema aangepast. Behandelvoorstel: •Reactie op de Raadsbrief Stand van zaken herijking gemeentefonds door de ambtelijke organisatie en gelegenheid tot het stellen van vragen. •Gewijzigde planning jaarstukken 2020: korte toelichting door ambtelijke organisatie en gelegenheid tot het stellen van vragen. •Is de adviescommissie akkoord op de vergadering van 29 april door te schuiven naar 27 mei i.v.m. uitgestelde publicatie jaarstukken? NB: wellicht VJN/JS omdraaien op de jaarplanning.
•Overige stukken: ter kennisname waarbij leden van de adviescommissie kunnen aangeven of ze dit onderwerp nader willen bespreken. Raadsbrief Kritisch op claims van verbonden partijen.pdf Raadsbrief Stand van zaken Herijking Gemeentefonds.pdf Bijlage 1 Beknopte samenvatting Panteia.pdf Bijlage 2 Rapport Contra-expertise Herijking Gemeentefonds.pdf 20210203_ledenbrief_start-consultatie-herijking-gemeentefonds (1).pdf Procedure raadsreacties maatregelenpakketten corona (versie februari 2021).pdf Memo Verzoek aan DB Presidium wijziging planning behandeling jaarstukken 2020.pdf Vergaderschema 2021 (01032021).pdf
4
1e technische begrotingswijziging 2021 Behandelvoorstel: toelichting door de ambtelijke organisatie en gelegenheid tot het stellen van vragen. NB: mogelijkheid tot het vooraf stellen van technische vragen voorafgaand aan de adviescommissie reeds uitgezet. Vervolg: doorgeleiding naar commissie M&S (bsp: wellicht A-punt als er weinig opmerkingen zijn) Achtergrond: we streven als adviescie C&F naar het beter leesbaar maken van de begrotingswijzigingen. Hoe ziet de adviescommissie (en de accountant) dit nu? Raadsvoorstel 1e BGW 2021.pdf Eerste BGW 2021 raad.pdf
5
Voorstel beter inzichtelijk maken van de investeringen in de P&C cyclus Behandelvoorstel: Presentatie door ambtelijke organisatie en de mogelijkheid tot het stellen van vragen . Achtergrond: we streven als adviescie naar meer inzicht omtrent de investeringen, zie hiervoor de eerdere adviezen van de adviescie C&F. Autorisatie en monitoring investeringen 4 maart 2021.pptx
6
Voorstel om de leesbaarheid van de (lopende) begroting te verbeteren Behandelvoorstel: Toelichting door ambtelijke organisatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen hierover. Achtergrond: we streven als adviescie naar een betere leesbaarheid van de begroting, zie hiervoor de eerdere adviezen van de adviescie C&F. Memo begroting leesbaarder 18022021.docx
7
Aanpak voor de toekomstige opzet van de programmabegroting
Behandelvoorstel: Toelichting door ambtelijke organisatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen hierover. Op 1 april zal dit onderwerp wederom op de agenda terugkomen op verzoek van het SK (voorstel 20 minuten). Memo begroten van de toekomst adviescie F&C definitief.docx 8
Vooruitblik jaarplan 2021 Behandelvoorstel: Het Jaarplan wordt elke vergadering indien nodig geactualiseerd. Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zullen zichtbaar worden weergegeven. Do. 1 april 18.00-19.30 Vergadering adviescommissie (90 minuten) Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten) Voortgang accountantscontrole (30 minuten) Toekomstige begroting (20 minuten) Jaarverslag/jaarplan Rekenkamer en Concernaudit (loopt van april tot en met maart) --> verschoven naar 10 juni IT rapportage deloitte (15 minuten) --> denk aan geheimhouding, kan pas weer besproken worden als we fysiek bij elkaar kunnen komen Invulling technische briefing op 8 juni (JS/VJN) i.a.m.
ambtelijke organisatie Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten) Afsluiting (5 minuten) Vraag aan ambtelijke organisatie: Welke onderwerpen van de veeglijst (zie jaarplan) kunnen aan de agenda worden toegevoegd?: •Uitkomsten onderzoek cederen kasstromen erfpachtcontracten, adviescie 20-1-2020 (voor VJN 2021 •Afronden onderzoek WAAVA (incl aandacht circulair op activeren/afschrijven) (bron: LTA: Q2 2021) Vraag aan adviescie: welke andere onderwerpen kunnen aan de agenda worden toegevoegd? \*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\* \*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\*\* NB: 5 minuten wissel pauze, zodat we het laatste deel van de vergadering gebruiken om een advies richting de commissies te formuleren dan wel met elkaar in gesprek te gaan over voorliggende onderwerpen. Voor afsluiting een korte rondvraag richting ambtelijke organisatie door de voorzitter. Jaarplan adviescommissie C&F 2021 versie maart 2021.docx
9 10
11
Voortgang controle accountant met adviescie C&F Behandelvoorstel: toelichting door de accountant. Wvttk Behandelvoorstel: Dit agendapunt creëert de vrije ruimte voor het behandelen van onderwerpen die niet zijn aangemeld. U kunt naar eigen inschatting onderwerpen inbrengen. Rondvraag en sluiting
AGENDA Adviescommissie Controle en Financiën
4 maart 2021 van 18.00-19.30 uur (digitaal)
Agendapunt 1 t/m 8 worden behandeld in aanwezigheid van de (medewerkers van) de afdeling Concernmanagement Financiën, Inkoop en Juridische Zaken/Concern Control, de voorzitter/secretaris van de Rekenkamer en de accountant.
Agendapunt 9 t/m 11 worden behandeld in aanwezigheid van de accountant. (2 min)
1. a. Opening en mededelingen. b. Vaststellen agenda.
Behandelvoorstel: Aangeven of u nog wijzigingen op de conceptagenda heeft en vaststellen agenda. (3 min)
2. Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst
Behandelvoorstel: Aangeven of u vragen, opmerkingen of correcties heeft bij het
conceptverslag (reeds rondgestuurd). Wanneer u geen vragen of opmerkingen heeft, kunt u het verslag vaststellen en zal deze worden toegevoegd aan de volgende commissie M&S. (10 min)
3. Ingekomen en verzonden stukken.
Ter kennisname:
Raadsbrief Stand van zaken herijking gemeentefonds + ledenbrief VNG Raadsbrief Kritisch op claims van verbonden partijen
Presidiumflits omtrent werkwijze Procedure raadsreacties maatregelenpakketten
Verzoek aan (db) presidium omtrent gewijzigde planning jaarstukken 2020 (zie memo en bijlage I). Hierop is het vergaderschema aangepast.
Behandelvoorstel:
Reactie op de Raadsbrief Stand van zaken herijking gemeentefonds door de ambtelijke organisatie en gelegenheid tot het stellen van vragen.
Gewijzigde planning jaarstukken 2020: korte toelichting door ambtelijke organisatie en gelegenheid tot het stellen van vragen.
1
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
Is de adviescommissie akkoord op de vergadering van 29 april door te
schuiven naar 27 mei i.v.m. uitgestelde publicatie jaarstukken? NB: wellicht
VJN/JS omdraaien op de jaarplanning.
Overige stukken: ter kennisname waarbij leden van de adviescommissie kunnen aangeven of ze dit onderwerp nader willen bespreken.
(15 min)
4. 1e technische begrotingswijziging 2021
Behandelvoorstel: toelichting door de ambtelijke organisatie en gelegenheid tot het stellen van vragen.
NB: mogelijkheid tot het vooraf stellen van technische vragen voorafgaand aan de adviescommissie reeds uitgezet.
Vervolg: doorgeleiding naar commissie M&S (bsp: wellicht A-punt als er weinig opmerkingen zijn) Achtergrond: we streven als adviescie C&F naar het beter leesbaar maken van de begrotingswijzigingen. Hoe ziet de adviescommissie (en de accountant) dit nu? (15 min)
5. Voorstel beter inzichtelijk maken van de investeringen in de P&C cyclus
Behandelvoorstel: Presentatie door ambtelijke organisatie en de mogelijkheid tot het stellen van vragen .
Achtergrond: we streven als adviescie naar meer inzicht omtrent de investeringen, zie hiervoor de eerdere adviezen van de adviescie C&F. (15 min)
6.
Voorstel om de leesbaarheid van de (lopende) begroting te verbeteren
Behandelvoorstel: Toelichting door ambtelijke organisatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen hierover.
Achtergrond: we streven als adviescie naar een betere leesbaarheid van de begroting, zie hiervoor de eerdere adviezen van de adviescie C&F. (15 min)
7. Aanpak voor de toekomstige opzet van de programmabegroting
Behandelvoorstel: Toelichting door ambtelijke organisatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen hierover. Op 1 april zal dit onderwerp wederom op de agenda terugkomen op verzoek van het SK (voorstel 20 minuten).
2
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
(5 min)
8. Vooruitblik jaarplan 2021
Behandelvoorstel: Het Jaarplan wordt elke vergadering indien nodig geactualiseerd.
Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zullen zichtbaar worden weergegeven. Do. 1 april
Vergadering adviescommissie (90 minuten)
18.00-19.30
Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten)
Voortgang accountantscontrole (30 minuten)
Toekomstige begroting (20 minuten)
Jaarverslag/jaarplan Rekenkamer en Concernaudit (loopt van april tot en met maart) --> verschoven naar 10 juni IT rapportage deloitte (15 minuten) --> denk aan geheimhouding, kan pas weer besproken worden als we fysiek bij elkaar kunnen komen
Invulling technische briefing op 8 juni (JS/VJN) i.a.m. ambtelijke organisatie
Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten)
Afsluiting (5 minuten)
Vraag aan ambtelijke organisatie: Welke onderwerpen van de veeglijst (zie jaarplan) kunnen aan de agenda worden toegevoegd?:
Uitkomsten onderzoek cederen kasstromen erfpachtcontracten, adviescie 20-1-2020 (voor VJN 2021
Afronden onderzoek WAAVA (incl aandacht circulair op activeren/afschrijven) (bron: LTA: Q2 2021)
Vraag aan adviescie: welke andere onderwerpen kunnen aan de agenda worden toegevoegd?
****************************************************************************************
NB: 5 minuten wissel pauze, zodat we het laatste deel van de vergadering gebruiken om een advies richting de commissies te formuleren dan wel met elkaar in gesprek te gaan over voorliggende onderwerpen. Voor afsluiting een korte rondvraag richting ambtelijke organisatie door de voorzitter. (5 min)
9. Voortgang controle accountant met adviescie C&F
Behandelvoorstel: toelichting door de accountant.
(3 min)
10.Wvttk
3
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
Behandelvoorstel: Dit agendapunt creëert de vrije ruimte voor het behandelen van onderwerpen die niet zijn aangemeld. U kunt naar eigen inschatting onderwerpen inbrengen. (2 min)
11. Rondvraag en sluiting.
4
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
Bijlage 1: Proces Jaarrekening 2020 en aanpassen Vergaderschema 2021 (bijlage) De gemeentelijke organisatie bereidt momenteel de Jaarstukken 2020 voor. Een belangrijk onderdeel hiervan is de accountantscontrole op deze stukken. Met name als gevolg van de virusuitbraak Covid-19 zijn dit jaar extra inspanningen noodzakelijk voor zowel de gemeentelijke organisatie als de controle van de accountant. De accountant heeft aangegeven te koersen op het afronden van haar controle op 9 april. Aansluitend zal de organisatie de eventuele laatste correcties kunnen doorvoeren om de Jaarstukken 2020 definitief af te kunnen ronden. Bijgaande memo bevat een voorstel om de planning van de behandeling van de jaarstukken als volgt aan te passen:
Publicatiedatum en verzending JS - 29-april Deadline indienen schriftelijke vragen JS - 19-mei Beantwoording schriftelijke vragen JS - 4-juni CIE M&S en S&R (Combi CIE) - 29-juni Raad JS (ongewijzigd) - 8-jul
Dit voorstel is verwerkt in bijgaand vergaderschema. Door de wijzigingen moeten ook een aantal andere vergaderingen verplaatst worden, te weten: - Adviescommissie C&F: van 29 april naar 27 mei. De adviescommissie besluit zelf over haar vergaderdata, deze wijziging is dus nog onder voorbehoud maar voor de compleetheid van het vergaderschema is de datum wel alvast opgenomen. - Technische briefing JS & VJN (a) (optie), RIB’s (besloten) over raadstoets (a): juni.
van 1 juni naar 8
Voorstel: bijgaand vergaderschema conform vast te stellen. In de loop van maart ontvangt de raad de LTA van het college. Het college zal dan ook een inschatting maken of er voldoende ruimte in het vergaderschema is om naast de behandeling van de JS en de VJN ook de onderwerpen die voor de zomer behandeld moeten worden, te behandelen. Op basis van de analyse van het college die middels een brief naar u verstuurd wordt, spreekt de griffier dan nogmaals met u over het vergaderschema in relatie tot de voorraad tot de zomer.
5
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
2 Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst 1 Adviescommissie CF 28-01-2021.docx
VERSLAG ADVIESCOMMISSIE CONTROLE EN FINANCIËN
28 januari 2021 van 18.00-19.30 uur, digitale vergadering via MS Teams Adviescommissie: Dimitri Gilissen (voorzitter), Janneke Admiraal, Has Bakker, Cees Bos, David Bosch (tot 19.00), Henk
van Deún (vanaf 19.00), Floor de Koning, Julia van Ophem (vanaf 19.00), Bert van Steeg, Tessa Sturkenboom (tot 19.00), Rick van der Zweth en Daniëlle Rijnders (commissiegriffier)
Overige deelnemers: Sebastiaan van den Boogaard (strategisch adviseur), Sandra Emsbroek (strategisch adviseur bedrijfsvoering), Gerth Molenaar (secretaris Rekenkamer), Gloria Sundermann (adviseur Financiën en Control), Paul Venhoeven (voorzitter Rekenkamer), Antoine van Vlodorp (manager Concernaudit), Edwin Westphal (concernmanager Financiën, Inkoop en Juridische zaken), Niels Fritz en Rein-Aart van Vugt (Deloitte)
Niet aanwezig: Ruurt Wiegant (commissie), Katie Zwetsloot (CFO)
1a. Opening en mededelingen
De voorzitter heet allen welkom en opent de vergadering; in het bijzonder verwelkomt hij
mevrouw Emsbroek, die de ontwikkelingen rond de de Jaarrekening 2020 volgt. Er zijn berichten van verhindering volgens bovenstaand overzicht. 1b. Vaststellen agenda
De agenda wordt vastgesteld zoals opgegeven. 2. Verslag vorige vergadering (07-01-2021)
Geen opmerkingen; het verslag wordt vastgesteld. 3. Ingekomen en verzonden stukken
a. DB Presidium flits
Betreft de behandeling van de programmabegroting, ter informatie bij de stukken gevoegd. Binnenkort beslist het presidium of er bij de behandeling van P&C-stukken voortaan met spreektijden per commissie gewerkt gaat worden.
b. Raadsbrief Uitspraak hoger beroep REMU NV vs. Eneco
Omdat de inhoud van de brief financiële impact kan hebben, is deze ter informatie bij de stukken gevoegd, inclusief het Arrest van het Gerechtshof Amsterdam d.d. 08-12-2020.
Desgevraagd geeft de heer Westphal aan dat de gemeente waarschijnlijk binnen twee weken beslist of zij een cassatieverzoek indient, in overleg met de provincie Utrecht. 4. Brief van de provincie Utrecht over de beoordeling van de begroting 2021
De provincie heeft de gemeente gecomplimenteerd met het coronabeleid, de begroting en de inzichtelijkheid daarvan, maar wijst ook op de smalle financiële marges, maar, stelt de heer
Westphal, dat speelt bij alle gemeenten. De provincie vraagt daar nadrukkelijk aandacht voor bij de rijksoverheid. De heer Van den Boogaard vult aan dat er in overleg met de raad maatwerkafspraken met de provincie zijn gemaakt.
Pagina 1 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
In de brief wordt ook aandacht besteed aan de schuldquote van de gemeente. De heer Westphal
licht toe dat de gemeente al enige jaren een groeiende schuldquote begroot, terwijl de realisatie juist een dalende schuldquote laat zien: de investeringsuitgaven blijven iets achter, terwijl de gemeente veel incidentele bijdragen van de rijksoverheid ontvangt, voor zaken zoals een woningbouwimpuls of moeilijk te begroten regionale afspraken.
Vorig jaar heeft Deloitte geadviseerd om een analyse te maken van de baten en lasten in de
voorgaande drie jaren. Deze wordt waarschijnlijk eind februari a.s. afgerond. Voorts houdt de
gemeente bij het aangaan van leningen rekening met onderuitputting, en wordt er gewerkt aan versterking van projectbeheersing en control, waarvoor de raad extra middelen beschikbaar
heeft gesteld. Belangrijk om te vermelden is de centrale investeringsmodule waaraan nu gewerkt wordt.
De heer Van Vugt is blij met de positieve brief van de provincie, die eerdere constateringen van de accountant bevestigt: de toenemende schuldquote en het beheersbaar houden van risico's – precies de onderwerpen die de Adviescommissie ook al had genoemd tijdens de zomersessie (september jl.).
De Adviescommissie wijst erop dat de investeringen (corona-steunpakketten) fors zijn
opgeschaald. De heer Westphal bevestigt dit; het gaat in het bijzonder om pakket 4. In de eerste tranche werden er investeringen gedaan die al volledig waren voorbereid. De tweede tranche zal aan de orde komen bij de behandeling van de Voorjaarsnota. In de eerste tranche is snelle uitvoerbaarheid een belangrijk criterium geweest; die investeringen zijn volgens de heer Westphal niet de oorzaak van de onderuitputting.
De provincie vraagt bij de rijksoverheid aandacht voor de smalle financiële marges; hoe lopen
de gesprekken daarover? De heer Westphal geeft aan dat het domein Jeugd de meeste aandacht krijgt. In gesprekken met het Kabinet in de komende weken wordt bekeken of daarin nog
incidentele maatregelen kunnen worden genomen. De VNG en de G4 richten zich nu het meest op de Kabinetsformatie, want het Kabinet is immers demissionair. Voor Gemeentefinanciën
wordt een aparte gesprekstafel ingericht, waaraan de gemeente Utrecht vertegenwoordigd zal zijn.
5. Board letter accountant & reactie college
Tijdens de vorige vergadering kon dit onderwerp niet behandeld worden omdat het college
integrale geheimhouding had opgelegd. Deze is inmiddels opgeheven, met uitzondering van de bevindingen ten aanzien van de ICT. Deloitte heeft deze in overleg met het college in een
geheime bijlage gezet. Met het college is ook afgesproken dat Deloitte er bij het opstellen van de managementletter voortaan rekening mee houdt dat deze in een openbare vergadering behandeld moet kunnen worden.
Pagina 2 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
Voor de belangrijkste aandachtsgebieden en speerpunten wordt verwezen naar blz. 4 van de managementletter.
De samenwerking met de gemeentelijke organisatie tijdens de interim-controle verliep goed, meldt de heer Van Vugt, zeker gezien het feit dat er grotendeels 'op afstand' moest worden
gewerkt. Overleg, ook over de moeilijke dossiers, liep goed. Vanuit de organisatie werden de accountants pro-actief van informatie voorzien.
Het is de accountant opgevallen dat er goede vorderingen worden gemaakt op de meeste bevindingen uit de interim-rapportage 2019. Er is een plan van aanpak gemaakt voor de doorontwikkeling van risicomanagement, er worden voortvarende stappen gezet bij de grondexploitaties en er wordt aandacht besteed aan het budgetrecht van de raad. De organisatie heeft de eerste stappen gezet ten aanzien van het begrotingsrecht bij
(vervangings-)investeringen. Andere onderwerpen zijn nog niet opgepakt, maar dat heeft te
maken met de coronamaatregelen en andere prioriteiten van de organisatie. Er is nog werk te doen, stelt de heer Van Vugt, bijvoorbeeld wat betreft de centrale kaderstelling in processen zoals subsidies, debiteuren, ondersteuning bij kredieten en projectbeheersing en zo meer.
Bij de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording worden goede vorderingen gemaakt. Op 27 januari jl. heeft de Tweede Kamer de daarmee verband houdende wetgeving niet als
controversieel verklaard; dat betekent dat de wet zo goed als zeker in 2021 ingevoerd zal worden.
De Jaarrekening 2020 zal grotendeels in het teken van COVID-19 staan, verwacht de heer Van Vugt, met de TOZO-regeling als prominent onderdeel. Een arbeidsintensieve regeling, zowel voor de organisatie zelf als voor de controlerend accountant. Ook de SISA-regeling (single
information, single audit) zal veel aandacht vragen. In 2019 waren er dertien SISA-regels; dit jaar zijn het er 31.
Vragen en reacties
Het is enkele leden van de Adviescommissie opgevallen dat niet alle bevindingen uit 2019 zijn
afgehandeld. De heer Van Vugt bevestigt dit, maar, zo voegt hij daaraan toe, dat wordt ook niet verwacht. De accountant gaat na of de bevindingen worden (h)erkend en of er acties voor
worden gepland. In het tweede halfjaar 2020 is dit voor veel bevindingen uit 2019 gebeurd, al
moest er ook veel werk worden gedaan voor de bijzondere steunmaatregelen (corona). De heer Westphal vult aan dat nu de acties worden uitgevoerd die noodzakelijk zijn voor de
samenstelling van de jaarrekening. Alle acties die samenhangen met kaderstelling worden gepland voor het tweede halfjaar.
Er wordt een begin gemaakt met het verbeteren van het begrotingsrecht van de raad bij
investeringen, wordt opgemerkt, terwijl daar al enkele jaren om wordt gevraagd. Waarom nu Pagina 3 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
pas? Dit onderwerp lijkt steeds te worden doorgeschoven: bij de begrotingsbehandeling, omdat
er er dan wordt aangegeven dat investeringen met de A-status uit de programma's volgen, maar bij de behandeling van de programma's wordt er niet over gesproken 'omdat we dat bij de
begrotingsbehandeling of bij de behandeling van de kadernota al hebben gedaan.' Zodoende heeft de raad het nooit over (zeer) grote investeringen.
De heer Westphal licht toe dat er de afgelopen tijd vooral is gewerkt aan het verbeteren van de verwijzingen naar investeringen, als eerste stap. Veel méér was niet mogelijk, gezien de
werkdruk. Er is toegezegd dat de investeringen inzichtelijker zullen zijn bij de behandeling van de begroting 2022. Een eerste opzet zou de heer Westphal graag in maart a.s. met de Adviescommissie willen bespreken. De Adviescommissie kan zich hierin vinden.
De heer Van der Zweth memoreert dat de accountant de Adviescommissie er wel eens op attent
heeft gemaakt dat de raad maar weinig informatie krijgt over winstneming bij grondexploitaties. Hierop geeft de heer Van Vugt aan dat de accountant van plan is om daar expliciet aandacht aan te besteden in de rapportages.
6. Evaluatie Programmabegroting 2020
Het slotdebat over de programmabegroting 2020 vond plaats in december jl. De heer Van den
Boogaard heeft vernomen dat de ervaringen met de 'technische avond' wisselend zijn geweest.
Hij memoreert ook het grote aantal raadsvragen: het waren er ongeveer 530, een flinke opgave voor de ambtelijke organisatie. De heer Van den Boogaard is benieuwd of de Adviescommissie suggesties ter verbetering/vermindering heeft. De ambtelijke organisatie signaleerde dat de
algemene beschouwingen werden gemist bij het debat. De heer Westphal doet de suggestie om de technische toelichting voortaan vóór de gelegenheid tot het indienen van vragen te geven. Vanuit de Adviescommissie wordt opgemerkt dat er wel wat 'last minute stress' was vanwege onzekerheid over de spreektijd. Er werd ook enigszins getobd met de vele verschillende
onderwerpblokjes, waardoor het bijna niet mogelijk was om debat te voeren. Lastig was het dat moties en amendementen niet werden aangekondigd, waardoor er in het slotdebat alsnog veel werden ingediend. De 'technische briefing' werd op prijs gesteld; jammer dat daar maar zo
weinig raadsleden aan deelnamen, mogelijk omdat deze direct na de installatie van de nieuwe burgemeester was gepland. Sommige raadsleden ontvangen de antwoorden op de technische vragen graag schriftelijk; om die reden maken zij liever gebruik van de schriftelijke
vragenronde. De technische vragen waren weergegeven op een Excel-sheet, maar daar stonden
de antwoorden niet bij. Het zou handig zijn als dit een volgende keer gecombineerd zou kunnen worden.
Dat de vele raadsvragen de ambtelijke organisatie veel (extra) werk bezorgen wordt niet
ontkend, maar, wordt gezegd, dit is het enige moment om vragen te stellen over een begroting van zo'n € 1,5 miljard.
Pagina 4 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
De raadsleden moeten niet worden beperkt in het aantal vragen dat zij willen stellen, vindt de Adviescommissie, maar hun voorbereiding kan wellicht beter. Er zijn deze keer echter ook vragen gesteld die niet gesteld hadden hoeven worden als er een volledige toelichting op investeringen (pakket 4) opgenomen was geweest.
Wellicht is het een volgende keer mogelijk om de vragen niet naar fractie maar naar thema te
rangschikken; mogelijk scheelt dat de ambtelijke organisatie werk. De bespreking van de motie 'Markt' verliep tamelijk rommelig.
Voor de griffie is de behandeling van de programmabegroting een omvangrijke opgave; de griffiemedewerkers denken regelmatig na over de vraag of het efficiënter en mogelijk ook
minder intensief kan. Met het oog op de coronamaatregelen is de behandeling deze keer zo regulier mogelijk gehouden. 7. Vooruitblik jaarplan 2021
De heer Westphal meldt dat de ambtelijke organisatie al wat verder vooruit kijkt, bijvoorbeeld
naar de begroting 2022. Er wordt in het bijzonder ingezet op verbetering van leesbaarheid en
verduidelijking van investeringen. Een eerste opzet zou in de volgende vergadering voorgelegd kunnen worden. De heer Westphal zou ook graag een keer aandacht willen besteden aan de
wijze van begroten voor de toekomst. Er wordt afgesproken dat dit onderwerp op de agenda van 4 maart a.s. wordt gezet. Op 4 maart a.s. krijgt de Adviescommissie ook de planning van de jaarstukken 2020 voorgelegd.
De heer Van den Boogaard wijst erop dat de ambtelijke organisatie bezig is met de behandeling van de Voorjaarsnota. Hij verwacht dat dat dit jaar weer een 'echte' nota wordt, en geen
kaderbrief zoals het afgelopen jaar. De heer Bos vraagt of het mogelijk is om twee versies te krijgen, namelijk inclusief en exclusief coronamaatregelen. Doel is om een helder beeld te
kunnen vormen van de financiële koers van de gemeente. De heer Van den Boogaard erkent dat een groot deel van de Voorjaarsnota over de coronamaatregelen zal gaan, want ze zijn nu
eenmaal verweven met het primaire proces. Er wordt gewerkt met scenario's, die regelmatig
worden geactualiseerd. De steunpakketten worden apart vermeld en verantwoord. De heer Bos stelt in dat geval prijs op een uitvoeriger toelichting, zodat de raad een beter beeld krijgt van
'going concern' en 'incidentele regelingen.' Volgens de heer Van den Boogaard gaat de tweede bestuursrapportage daar uitgebreid op in. Bij de Voorjaarsnota gaat het om de integrale afweging.
De derde technische begrotingswijziging (december 2020) werd schriftelijk afgedaan; dat was
een noodoplossing. Mevrouw Rijnders wijst erop dat de eerste technische begrotingswijziging
op 4 maart a.s. bij de Adviescommissie op de agenda staat. Het is gebruikelijk dat leden van de Adviescommissie haar vooraf hun vragen toesturen.
Pagina 5 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
Er zijn geen vragen of opmerkingen over de jaarplanning 2021.
Schorsing
De ambtenaren verlaten de vergadering. 8. Raadstoets
Mobiliteit en Maatschappelijke Ondersteuning zijn gekozen als onderwerpen voor de raadstoets. Hiervoor zijn al vier raadsrapporteurs aangemeld, er zijn er nog twee nodig. Geïnteresseerden
kunnen zich tot 1 februari a.s nog melden. In de voorgestelde aanpak (zie bijlage) kunnen allen zich vinden.
9. Voortgang controle accountant met Adviescommissie Controle & Financiën
Aan hetgeen eerder al ter sprake kwam, heeft de heer Van Vugt niets toe te voegen. In aansluiting op de vragen van de heer Bos bij agendapunt 7 wijst de heer Van Vugt erop dat de verschillen tussen de jaarrekening en de begroting heel duidelijk moeten worden gemaakt, en dat de impact van de coronamaatregelen duidelijk moet worden. Daarmee zal een deel van de vraag van de heer Bos beantwoord worden. Wellicht helpt dat als 'doorkijkje' naar de
Voorjaarsnota 2021, en kan aan de hand daarvan worden vastgesteld wat de oorzaak van de onderuitputting is, als gevolg van het feit dat ambtenaren zich met andere dan de reguliere taken moesten bezighouden.
Mevrouw Rijnders merkt op dat de IT-rapportage niet in een digitale bijeenkomst kan worden
besproken. Indien nodig moet daar een aparte fysieke bijeenkomst voor worden georganiseerd – of de bespreking moet op een later moment plaatsvinden. Mevrouw Rijnders zal hierover overleggen met de voorzitter en de heer Van Vugt. 10. Rondvraag en sluiting
Er wordt geen gebruik gemaakt van de rondvraagmogelijkheid. De voorzitter sluit de vergadering.
Pagina 6 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
3 Ingekomen en verzonden stukken 1 Raadsbrief Kritisch op claims van verbonden partijen.pdf
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
S.T.M. van den Bogaard
Datum
19 januari 2021
Doorkiesnummer
14 030
Kenmerk
8462254
sebastiaan.van.den.bogaard@utrecht.nl
Onderwerp
Kritisch op claims van verbonden partijen
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Financiën
Geachte leden van de raad, In de commissie Mens en Samenleving van 1 juli 2020 is gesproken over de kosten voor de gemeente aan verbonden partijen. In deze commissievergadering heeft de portefeuillehouder toegezegd kritisch te blijven kijken naar claims in begrotingen van verbonden partijen en dit ook onder de aandacht te brengen van het bestuur van verbonden partijen en de gemeenteraad (20/T183). Conform de toezegging informeren wij u door middel van deze brief voor over de uitkomsten. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. De paragraaf verbonden partijen in de programmabegroting en jaarstukken geeft een overzicht van de verschillende verbonden partijen. Kritische grondhouding ten aanzien van claims Zoals bij u bekend is er sprake van onzekerheid rond de financiële context van gemeenten. De onvoorspelbare ontwikkeling van de coronacrisis en de economische crisis die hieruit voortvloeit vergroot deze onzekerheid nog meer. Wij hadden, en hebben, een kritische grondhouding als het gaat om claims van verbonden partijen. Bovenstaande toezegging treft specifiek de gemeenschappelijke regelingen (GR), omdat de grootste deelnames van de gemeente Utrecht naar deze organisaties gaan.
GR’en zijn ontstaan bij wet of als het gevolg van het idee dat taken slimmer en goedkoper zijn uit te voeren door ze samen met andere overheden op te pakken. GR’en staan op een zekere afstand van de overheden die erin deelnemen. De claims in de begroting van een GR kunnen leiden tot extra bijdragen van de overheden. Zoals gezegd heeft het college een kritische grondhouding op deze claims. Twee niveaus om kritisch naar claims te kijken Bestuurlijk zijn er twee niveaus om kritisch te kijken naar claims in begrotingen van gemeenschappelijke regelingen. Als lid van een (dagelijks of algemeen) bestuur geeft een
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 januari 2021 8462254
portefeuillehouder mede sturing aan een GR-organisatie en stelt ze de begroting vast. Daarnaast is ook de gemeenteraad in positie doordat zij haar zienswijze inbrengt bij cyclusproducten van de betreffende gemeenschappelijke regeling. Omdat de omstandigheden verschillen van GR tot GR, verschilt ook de wijze waarop wij kritisch zijn op claims in hun begroting. Voor de gemeenschappelijke regelingen geven wij hieronder weer hoe wij de afgelopen periode onze kritisch grondhouding hebben getoond. Recreatieschappen De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht Het recreatieschap De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht werken op basis van gemeenschappelijke regelingen met als partners de provincies Noord-Holland en Utrecht en 10 gemeentes. De gemeente Utrecht draagt op basis van een percentage van de deelnemerskosten bij aan De Stichtse Groenlanden en met een gelimiteerd bedrag bij aan Het Plassenschap. Beide bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. De beide gemeenschappelijke regelingen zijn deelnemer in de gemeenschappelijke regeling van de uitvoeringsorganisatie, recreatie Midden-Nederland (RMN). Door de besturen van Plassenschap loosdrecht en van het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden is geconstateerd dat de organisatie met drie gemeenschappelijke regelingen op de huidige wijze niet efficiënt is.
De uitvoeringsorganisatie is klein en dat heeft relatief hoge overheadkosten tot gevolg,zie ook de Raadsbrief "Transitie recreatieschappen en RMN" van 15 september jl. Op basis van deze gedeelde conclusies is door de beide besturen een aantal ’richtinggevende uitspraken’ opgesteld om de aansturing en de uitvoering anders te organiseren. Deze uitspraken zijn inmiddels door de recreatieschappen, met verzoek om te reageren, aan u voorgelegd. De transitie heeft als doelen een vereenvoudiging van de organisatievorm van het collectief, een heldere relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer van de uitvoering, een doelmatige uitvoering en op wat langere termijn: een positieve begrotingsontwikkeling door verbetering op de drie genoemde aspecten. Zoals in het raadsvoorstel Zienswijzen recreatieschappen begroting en kadernota 2022 (kenmerk 7169912) is de kadernota van Het Plassenschap Loosdrecht en de ontwerpuitgangspunten begroting 2022 van het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden, als gevolg van de transitie, beleidsarm geformuleerd. Vanuit een kritische grondhouding heeft u in de zienswijze aangedrongen op het opnemen van een bedrag voor bovengenoemde transitie, in plaats van deze als PM post op te nemen. De recreatieschappen hebben daarop aangegeven dat zij helaas niet in staat zijn om de kosten van de transitie te ramen en een vast bedrag daarvoor aan te geven.
Wij stellen u voor om nu de recreatieschappen op te dragen om eventuele transitiekosten in hun begrotingen zelf op te vangen in plaats van met een toekomstige begrotingswijziging als claim naar de deelnemende gemeente en provincies neer te gaan leggen. Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) De BghU volgt voor de begrotingscyclus de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling BghU. Het bestuur BghU stelt jaarlijks een (concept)begroting vast inclusief een meerjarenbegroting die aan de gemeenteraad voor zienswijze wordt aangeboden. Eventuele begrotingswijzigingen worden ook aan de gemeenteraad voor een zienswijze aangeboden. De jaarrekening wordt na vaststelling door het bestuur met de gemeenteraad gedeeld.
2/5
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 januari 2021 8462254
De BghU is een uitvoeringsorganisatie met een hoge mate van cyclische, gestandaardiseerde processen. De BghU werkt aan het verder verbeteren van de efficiency van deze processen, onder meer door inzet van software en het combineren van processen. Door onze kritische grondhouding laat de begroting van de BghU een stabiel meerjarig beeld zien dat is gericht op de continuïteit van de organisatie. De meerjarenbegroting 2021-2024, waarover u in april 2020 een zienswijze heeft vastgesteld, past binnen de kaders die door de gemeente Utrecht zijn gesteld. Regionale Uitvoeringsdienst De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) is een wettelijk verplicht samenwerkingsverband (op basis van een gemeenschappelijke regeling) tussen 11 gemeenten en de provincie. De RUD voert de basistaken milieu uit voor deze organisaties en werkt met een hybride systeem van outputfinanciering op basis van een jaarlijks uitvoeringsprogramma (DVO) en een vaste kosten regeling. Jaarlijks wordt er een programmabegroting en een kadernota opgesteld, waarover de gemeenten hun zienswijzen kunnen geven. De kadernota biedt een beleidsmatig kader voor de daaropvolgende jaren. Door middel van bestuursrapportages wordt het gemeentebestuur geïnformeerd over de financiële stand van zaken. In het algemeen bestuur van de RUD wordt door de bestuurlijke eigenaren toezicht gehouden op de bedrijfsvoering.
Onze kritische grondhouding komt tot uiting bij bijvoorbeeld de recente gemeentelijke reactie/zienswijze op de eerste bestuursrapportage 2020 en de eerste begrotingswijziging 2020 waarbij wij de RUD Utrecht hebben verzocht: maatregelen te nemen om de voorraad door te schuiven werk (vanwege de coronamaatregelen) zo beperkt mogelijk te houden; bij controles voorrang te geven aan bedrijven met een groot milieurisico; de afname van de algemene reserves te beperken door optimaal gebruik te maken van de besparingsmogelijkheden binnen de RUD Utrecht. Veiligheidsregio Utrecht De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) volgt voor de begrotingscyclus de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio VRU. De VRU overhandigt jaarlijks een kadernota en een programmabegroting aan de deelnemende gemeenten. De gemeenten worden vervolgens in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen naar voren te brengen. De zienswijzen worden betrokken bij het opstellen van de programmabegroting. De programmabegroting wordt in het voorjaar van het voorgaande jaar opgesteld. Voordat het bestuur de programmabegroting 2022 definitief vaststelt, wordt deze eveneens voor zienswijzen aan de gemeenten aangeboden. De gemeenten hebben op deze manier twee gelegenheden om invloed uit te oefenen op de programmabegroting van de VRU (zienswijze op kadernota en zienswijze op programmabegroting).
De kritische grondhouding van de gemeente Utrecht is bij de VRU bekend. De VRU heeft daarom in de kadernota 2022 aangegeven zich te realiseren dat de gemeentefinanciën onder druk staan en binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders actief te zoeken naar mogelijkheden om de gemeentelijke bijdrage de komende jaren te beperken. De VRU heeft bijvoorbeeld aangegeven:
3/5
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 januari 2021 8462254
in de huidige beleidsperiode (tot en met 2023) geen bijdrage te vragen voor nieuw beleid, maar in plaats daarvan structurele kosten voor nieuwe beleid te dekken uit besparingen door steeds efficiënter te gaan werken en bestaand beleid te heroverwegen (nieuw voor oud); schommelingen in de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te voorkomen door het inzetten van egalisatiereserves.
GGD regio Utrecht De GGD regio Utrecht (GGDrU) volgt voor de begrotingscyclus de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU: jaarlijks legt de GGDrU een kaderbrief en een conceptbegroting voor zienswijze voor aan de raden van de 26 deelnemende gemeenten, indien van toepassing ook de begrotingswijzigingen. Het Algemeen Bestuur van de GGDrU stelt de begrotingen en jaarrekeningen vast. De coronabestrijding trekt een zware wissel op de GGDrU. De (meer)kosten van de coronabestrijding zijn voor rekening van het Rijk en hebben geen effect op gemeentebijdragen. Waar mogelijk probeert de GGDrU het reguliere werk zo goed als mogelijk in uitvoering te houden. Of dat geheel zal lukken zal ook afhangen van maatregelen en van de effecten van de epidemie, zoals bijvoorbeeld de behoefte aan reizigersvaccinatie. Dat is op dit moment niet goed te voorspellen. Onze kritische grondhouding is zichtbaar in het feit dat recent op uitdrukkelijk verzoek van Utrecht een scheiding is aangebracht in jeugdgezondheidszorg taken (JGZ-taken) en overige taken, zowel financieel als inhoudelijk. Reden is dat Utrecht geen JGZ afneemt. Geregeld is dat Utrecht gevrijwaard blijft van kosten of aanspraken op deze taak. Hiermee heeft een forse inperking van het risico plaatsgevonden voor de gemeente Utrecht. Ambtelijk wordt de doelmatigheid en kostenefficiëntie strak gevolgd en voortdurend kritisch bevraagd.
Een recente discussie over bezuinigingen op de bijdrage van gemeenten aan de GGDrU heeft geleid tot het voorstel van de directie en het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur om de GGDrU geen taakstelling op te leggen. Afval Verwerking Utrecht De Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU) volgt voor de begrotingscyclus de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling. Jaarlijks legt de AVU een conceptbegroting voor zienswijze voor aan de raden van de 26 deelnemende gemeenten, indien van toepassing ook de begrotingswijzigingen. Het Algemeen Bestuur van de AVU stelt de begrotingen en jaarrekeningen vast. Het grootse deel van de begroting van de AVU bestaat uit de aangeboden hoeveelheid afval per gemeente maal een tarief per ton. Het AVU-bureau zelf is beperkt qua omvang (+/- 2fte en incidenteel beperkte inhuur). Kostenbeperkingen aan de AVU liggen vooral in het beperken van (grof)restafval. Het Utrechts Archief (HUA) Het Utrechts Archief (HUA) werkt op basis van een gemeenschappelijke regeling met als partners het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen, de provincie Utrecht en de gemeente Utrecht. Eenmaal per vier jaar wordt een vierjarig beleidsplan en een meerjarenbegroting opgesteld en jaarlijks een programmabegroting. HUA ontvangt een lump sum financiering, die ieder jaar geïndexeerd wordt.
4/5
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 januari 2021 8462254
De kritische houding van de gemeente Utrecht is onder andere tot uiting gekomen in de recente herijking van de bestemmingsreserves. Het bestuur heeft besloten om de incidentele middelen die daardoor vrij zijn gevallen in te zetten voor de digitale ontwikkelingen, zodat de partners minder aan deze nieuwe taken hebben hoeven bij dragen. Verder is er aangedrongen op een verbetering van de meetbaarheid van de effectindicatoren en de bijbehorende doelstellingen. Hierdoor hebben deelnemende partijen een beter zicht op de resultaten van HUA en de besteding van de budgetten.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
5/5
1 Raadsbrief Stand van zaken Herijking Gemeentefonds.pdf
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
J.M.W. Koolenbrander
Datum
4 februari 2021
Doorkiesnummer
030 - 28 61619
Kenmerk
8528353
a.koolenbrander@utrecht.nl
Onderwerp
Stand van zaken herijking gemeentefonds
Bijlage(n)
2
Beleidsveld
Financiën
Geachte leden van de raad, Zoals u weet loopt sinds 2019 het traject van de herijking van het gemeentefonds (BZK en Financiën) met als doel een nieuwe geactualiseerde en verbeterde verdeling van het gemeentefonds te bewerkstelligen. De bedoelde afronding vóór de zomer van 2020 heeft om verschillende redenen vertraging opgelopen. Gelet op de druk op de gemeentefinanciën door onder andere knelpunten in het sociale domein en de opschalingskorting, vinden wij net als de andere gemeenten dat eerst het gemeentefonds moet worden vergroot, voordat herverdeling aan de orde kan zijn. De VNG draagt dit standpunt krachtig uit. Al vóór het aftreden van het kabinet is daarom door BZK besloten de definitieve besluitvorming over de nieuwe verdeling aan een nieuw kabinet te laten. De extra tijd die hiermee ontstaat wordt benut om de Raad voor het openbaar bestuur (ROB) om advies te vragen over het nieuwe verdeelmodel. Deze adviesaanvraag is op 2 februari gepubliceerd. Na dit advies zal het (aangepaste) voorstel – vermoedelijk in de tweede helft van maart – ter consultatie aan de VNG worden voorgelegd. Indien een nieuw kabinet besluit tot invoering over te gaan, zal de nieuwe verdeling op zijn vroegst per 1 januari 2023 van kracht worden.
Wij hebben u tot nu toe in cyclusdocumenten geïnformeerd over de stand van zaken en de voortgang van de herijking, het meest recent bij de Programmabegroting 2021. Het financiële risico dat de herijking van het gemeentefonds met zich meebrengt is verwerkt in het risicomodel. Inzet G4 tot nu toe Vanuit de G4 is het proces van de herijking nauwlettend gevolgd, omdat de G4 met hun vaste bedragen een bijzondere positie hebben in het verdeelmodel. Bij de start van het proces, in december 2019, hebben de colleges van de G4 gezamenlijk hun standpunt gedeeld met de fondsbeheerders. De G4 zijn uiteraard voorstander van een verdeelmodel dat middelen op basis van objectieve maatstaven verdeelt, maar de ervaring leert dat het de vraag is of alle extra uitgaven van de G4 kunnen worden geobjectiveerd. Daarnaast is gewezen op het feit dat tegenover onze hogere inkomsten ook (fors) hogere uitgaven staan. Hier dient de nieuwe verdeling rekening mee te houden. Deze lijn hebben wij in een brief naar aanleiding van het AO Financiële verhoudingen op 2 juli 2020 nogmaals onder de aandacht gebracht van de fondsbeheerders. Daarin hebben wij ook onze verwachting verduidelijkt dat het gemeentefonds integraal wordt herijkt, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken en problematiek van onze steden.
Wij benadrukten in deze brief dat een grotere omvang van het gemeentefonds daarbij noodzakelijk is, omdat verdelen van schaarste de invoering van een nieuwe verdeling zal belemmeren.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2021 8528353
Het onderzoek naar een nieuwe verdeling van het Gemeentefonds heeft in hoofdlijn plaatsgevonden langs twee sporen: sociaal domein en klassiek domein. Daarnaast is in de adviesaanvraag te lezen hoe de fondsbeheerders met de eigen inkomsten en de invoering willen omgaan. Het onderzoek naar de nieuwe verdeling van het sociaal domein is begin 2020 afgerond. De fondsbeheerders constateerden toen dat voor het nieuwe verdeelmodel voor het klassiek domein nader onderzoek noodzakelijk was. Er zijn destijds herverdeeleffecten voor het sociaal domein gepubliceerd, maar niet voor de verdeling als geheel. In september 2020 is het onderzoek naar de verdeling voor het klassiek domein afgerond. De Minister heeft beide modellen op 7 december 2020 met de Tweede Kamer gedeeld. De gehanteerde aanpak in het klassieke domein riep bij de G4 vragen op, voornamelijk over de wijze waarop met het vaste bedrag en de eigen inkomsten wordt omgegaan. Op deze punten hebben de fondsbeheerders keuzes gemaakt die invloed hebben op de verdeling, maar geen expliciete uitkomst zijn van het onderzoek. In november 2020 hebben de G4 wethouders Financiën deze punten en vragen over de onderbouwing van de objectivering van de specifieke vaste bedragen besproken met de minister van BZK. Daarbij hebben zij afgesproken, dat deze vragen en keuzes worden meegenomen in de adviesaanvraag aan de ROB.
Tegelijkertijd heeft de G4 aan onderzoeksbureau Panteia een second opinion gevraagd op de gehanteerde methoden en gemaakte keuzes. Het onderzoeksrapport en een beknopte samenvatting zijn als bijlagen bij deze brief opgenomen. Adviesaanvraag ROB en herverdeeleffecten Aan de ROB is gevraagd om de nieuwe verdeelmodellen te beoordelen. Conform de gemaakte afspraken zijn de vragen van de G4 hierin goed opgenomen. De ROB neemt deze vragen dus mee in haar beoordeling. Uiteraard deelt de G4 het onderzoeksrapport met de ROB als de achtergrond bij onze vragen. Bij de adviesaanvraag zijn ook de voorlopige herverdeeleffecten van de beoogde nieuwe verdeling voor alle gemeenten opgenomen. Op dit moment is het voorlopige beeld voor de G4 als volgt: Gemeente Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht G4 totaal
Bedrag in miljoenen euro’s -41 -42 -60 +1 -142
Bedrag per inwoner in euro’s -49 -66 -115 +4 -61
Dit zijn voorlopige herverdeeleffecten, op basis van data uit 2017. Het advies van de ROB kan voor de fondsbeheerders aanleiding zijn om andere keuzes te maken. Ook wijzigen de herverdeeleffecten als de gebruikte data wordt geactualiseerd. Gelet op de stand van zaken zijn conclusies voor de gevolgen voor de Utrechtse begroting op dit moment voorbarig. Vervolg Na publicatie van het ROB-advies stellen de fondsbeheerders een definitief verdeelvoorstel op. Dit voorstel biedt BZK vervolgens – vermoedelijk in maart 2021 – ter consultatie aan de VNG aan. De uitkomsten hiervan zijn onderdeel van de formatie van een nieuw kabinet – samen met de uitdrukkelijke wens van gemeenten voor voldoende middelen voor de uitvoering van onze taken en het wegnemen van de bestaande tekorten in het sociaal domein. Vanzelfsprekend informeren wij u opnieuw indien daartoe aanleiding is. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
2/2
1 Bijlage 1 Beknopte samenvatting Panteia.pdf
Bijlage 1 bij raadsbrief Stand van zaken herijking gemeentefonds (8528252) Beknopte samenvatting contraexpertise Panteia nieuw verdeelmodel gemeentefonds Inleiding Aan de orde komen: de werking van het verdeelmodel van het gemeentefonds in het algemeen de aanleiding voor de “herijking” van de verdeling de kritiek van Panteia op de onderzoeksmethode van het nieuwe verdeelmodel Werking van het verdeelmodel Het gemeentefonds is jaarlijks circa €31 miljard groot. Wat gemeenten individueel ontvangen wordt bepaald door het verdeelmodel. Het verdeelmodel bestaat uit drie componenten: Component Kostenmodel sociaal domein
Kostenmodel klassiek domein Inkomstenmodel
Doel van de component Globale vergoeding van kosten die samenhangen met kenmerken van het sociaal domein Idem, bij het klassiek domein Globale aftrek vanwege eigen inkomsten op grond van de “inkomstencapaciteit”
Toelichting Het gemeentefonds is vrij besteedbaar. Gemeenten mogen daarom meer of minder uitgeven dan deze component. Idem, bij het klassiek domein Dit wordt de verevening van inkomsten genoemd. In het huidig stelsel worden alleen verschillen in OZB capaciteit (deels) verevend. In het nieuwe model worden ook de overige eigen inkomsten (OEM) verevend.
De uitkering aan de gemeenten is de uitkomst van het kostenmodel van het sociaal domein plus de uitkomst van het kostenmodel van het klassiek domein, min de uitkomst van het inkomstenmodel. Het voorgestelde model bevat voor alle drie componenten een nieuwe versie. Aanleiding voor een nieuw verdeelmodel De decentralisaties in het sociaal domein van 2015 hebben taken en kosten gemeenten sterk veranderd. Er bestaat een redelijk brede consensus over de noodzaak van een aanpassing van het verdeelmodel aan die verandering. Verder wil men het verdeelmodel voor het sociaal domein van vóór de decentralisaties vereenvoudigen. Bij het klassiek domein gaat het vooral om vereenvoudiging en actualisering. Een specifiek punt is dat men de G4-bedragen in het reguliere model wil integreren. Het reguliere model moet dus ook de grootstedelijke problematiek afdekken. Bij het inkomstenmodel ten slotte gaat het om actualisering en uitbreiding. Het onderdeel dat de OZB verevent is sinds 1997 onvoldoende aangepast aan de ontwikkeling van WOZ-waarden en OZBtarieven en is daarom aan actualisatie toe. Bovendien wil men de overige eigen middelen (OEM) ook verevenen.
1
Opmerkingen Panteia op de onderzoeksmethode van het nieuwe verdeelmodel Invloed van grootstedelijke problemen op kosten niet onderzocht De noodzaak van de G4-bedragen is volgens Panteiae niet onderzocht. Het onderzoek van BZK gaat er namelijk van uit dat het vaste bedrag van de G4 ‘extra inkomsten’ zijn, en behandelt ze op dezelfde wijze als extra inkomsten uit het grondbedrijf. Bij verdeelonderzoeken behoort juist wel rekening te worden gehouden met extra uitgaven door extra kosten, maar niet met extra uitgaven door hogere inkomsten. Het gevolg is dat de (extra) grootstedelijke kosten van de G4 niet meer gehonoreerd worden. Er is uiteraard een verband tussen het vast bedrag van de G4 in het gemeentefonds en onze hogere uitgaven, omdat we door grootstedelijke problematiek hogere uitgaven hebben. In het onderzoek van de fondsbeheerders wordt het verband echter omgedraaid, en wordt geconcludeerd dat we meer uitgeven, omdat we meer krijgen. Deze aanpak betekent dat in het onderzoek verder ook geen poging wordt gedaan de G4-bedragen te verklaren uit grootstedelijk omstandigheden. Bij de gekozen aanpak in het nieuwe onderzoek is ook geen poging gedaan de G4-bedragen te verklaren uit grootstedelijk omstandigheden.
In het rapport over het klassiek domein (van bureau Cebeon) wordt dat ook erkend: “Dit (onderzoek) biedt op zichzelf niet voldoende houvast voor de beoordeling van de noodzaak en omvang van (de G4) hogere feitelijke netto lasten. Hiervoor zou nader onderzoek nodig zijn naar de achtergronden van de netto lasten van de G4 in relatie tot hun takenpakket en de verschillen ten opzichte van andere grote gemeenten.” In gewoon Nederlands: de noodzaak van de G4-
bedragen is niet onderzocht. Inkomsten worden “over-verevend” In het onderzoek worden de kosten van de gemeenten niet alleen verklaard met verdeelmaatstaven, maar ook met de feitelijke omvang van de eigen middelen. De gedachte is dat gemeenten met veel eigen middelen extra uitgaven kunnen doen, en dat daarvoor het kostenmodel moet worden gecorrigeerd. De redenering daarbij is als volgt: Gemeenten verhogen hun OZB of inkomsten uit andere eigen middelen. Dit is een eigen keus van de individuele gemeente. De hogere inkomsten leiden tot extra uitgaven. Statistische analyse van de uitgaven werkt door in de financiële gewichten van de verdeelmaatstaven waar die gemeenten-met-veel-eigen-middelen goed op scoren. Het onderzoek wil voorkomen dat gemeenten extra geld uit het gemeentefonds krijgen ómdat ze nu extra eigen middelen hebben. Daarom kijken ze alleen naar de uitgaven die de gemeenten níét met eigen middelen bekostigen – dus alleen naar de uitgaven die de gemeenten met het huidige gemeentefonds betalen. Deze aanpak leidt tot een zekere mate van verevening van inkomsten in het kostenmodel, terwijl de verevening van inkomsten ook al in het inkomstenmodel geschiedt. De eigen middelen wordt dus op twee plekken in het verdeelmodel (deels) verevend. Panteia noemt dit “oververevening”. Overige opmerkingen 2
Andere punten die Panteia noemt: In de steekproef zijn grote gemeenten oververtegenwoordigd. Het gevolg kan zijn dat de kostenstructuur van kleine gemeenten niet goed uit de verf komt. Vooraf is aan de onderzoekers een aantal beperkingen opgelegd: Twee ervan kunnen slecht uit pakken voor grote gemeenten: Maatstaven in het kostenmodel mogen geen negatieve waarde hebben. Reden is dat het lastig uit te leggen is dat een gemeente hoger scoort op een maatstaf (bijvoorbeeld “inwoners”) en dan minder uitkering ontvangt. Ten tweede is gekozen voor zogenaamde “lineaire” maatstaven. Beide methodische beperkingen kunnen ertoe leiden dat probleemcumulatie in grote steden onvoldoende in het model worden verwerkt. Tot slot is er het zgn. kip-ei-probleem. De vraag is: bepalen de inkomsten de uitgaven of bepalen de uitgaven de inkomsten? Uit het voorgaande bleek dat bij de statistische analyse wel rekening worden gehouden met de invloed van een deel van het gemeentefonds, namelijk de G4-bedragen. Ook is de invloed van de eigen middelen op de uitgaven onderzocht. De omgekeerde relatie is echter niet onderzocht: bepaalde kosten (en daarmee uitgaven) kunnen gemeenten nopen tot inkomstenverhoging.
3
1 Bijlage 2 Rapport Contra-expertise Herijking Gemeentefonds.pdf
Onderzoek herijking verdeelmodel gemeentefonds Een contra-expertise
Zoetermeer , 21 januari 2021 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Panteia. Panteia aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
The responsibility for the contents of this report lies with Panteia. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of Panteia. Panteia does not accept responsibility for printing errors and/or other imperfections.
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
2
Meetpunt 1: doelstelling
7
2.1 2.2 2.3
Aanleiding voor herijking verdeelmodel Doel van de herijking Conclusie ten aanzien van het aspect doelstelling
7 7 9
3
Meetpunt 2: Uitgangspunten
10
3.1 3.2 3.3
Uitgangspunten Keuze maatstaven Conclusies ten aanzien van het aspect uitgangspunten
10 12 13
4
Meetpunt 3: Onderzoeksaanpak
15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Keuze voor lineaire regressie Opbouw regressie Steekproef Schalen van kosten en maatstaven Omgang met negatieve gewichten Conclusies ten aanzien van de methode
15 16 18 19 20 22
5
In het bijzonder: Aanpak kip-ei probleem
23
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Endogene factoren Algemene eigen middelen Specifieke Vaste Bedragen Stap van verklaringsmodel naar verdeelmodel Conclusies ten aanzien van de aanpak van het kip-eiprobleem
23 24 27 28 28
6
Meetpunten 4, 5 en 6: Betrouwbaarheid, validiteit, transparantie/ reproduceerbaarheid
31
6.1 6.2 6.3 6.4
Betrouwbaarheid 31 Validiteit 31 Reproduceerbaarheid, transparantie en onderhoudbaarheid 33 Conclusies ten aanzien van betrouwbaarheid, validiteit, transparantie en reproduceerbaarheid 34
7
Conclusies
37
7.1 7.2 7.3
Inleiding Plussen en minnen van de herijking Slotconclusie
37 38 40
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2
41 Reactie van AEF en Cebeon op de contra-expertise Visie Panteia op de reactie van AEF en Cebeon
41 45
3
1
Inleiding Gemeenten vervullen een belangrijke rol in de uitvoering van overheidstaken. Het takenpakket van gemeenten is omvangrijk en omvat terreinen als bestuur en burgerzaken, infrastructuur, onderwijs, openbare orde en veiligheid, sport, cultuur en recreatie, jeugd, Wmo en participatie. De rol van gemeenten is de afgelopen decennia sterk veranderd, onder andere door decentralisatie van overheidstaken. Gemeenten bekostigen hun activiteiten deels met eigen middelen, die zij verkrijgen uit gemeentelijke belastingen en heffingen, leges en andere bronnen van inkomsten. De bekostiging van gemeentelijke taken is echter voor een groot deel afhankelijk van inkomsten uit het gemeentefonds. Via het gemeentefonds verdeelt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ca. 30 miljard euro over alle gemeenten in Nederland. Als de totale omvang van het gemeentefonds is vastgesteld, dient de vraag te worden beantwoord hoe dit bedrag over de gemeenten verdeeld wordt. Het ministerie hanteert hiervoor verdeelmodellen. Daarmee wordt aan de hand van structuurkenmerken van een gemeente (bijvoorbeeld oppervlakte of aantal inwoners) bepaald welke bijdrage een gemeente uit het gemeentefonds ontvangt.
Het is een algemeen aanvaarde opvatting dat door verandering van het takenpakket van gemeenten, onder andere als gevolg van decentralisatie, de bestaande verdeelmodellen niet goed meer aansluiten bij de werkelijke kosten van gemeenten. Het ministerie van BZK heeft daarom opdracht gegeven om de verdeelmodellen te herijken. Deze opdracht is uitgevoerd door twee onderzoeksbureaus: Cebeon heeft nieuwe verdeelmodellen ontwikkeld voor het “klassieke domein”, dit omvat de taken op gebied van bestuur en burgerzaken, infrastructuur, onderwijs, openbare orde en veiligheid, sport, cultuur en recreatie. AEF heeft nieuwe verdeelmodellen ontwikkeld voor het “sociaal domein”, dit omvat de gemeentelijke taken op het gebied van jeugd(zorg), Wmo en participatie. Voor de ontwikkeling van deze herijkte verdeelmodellen hebben beide onderzoeksbureaus gebruik gemaakt van een nieuwe methode: er wordt gewerkt met regressieanalyse, waar voorheen de methoden van verschillenanalyse gebruikt werd. De gehanteerde methode bij de herijking van de verdeelmodellen en de uitgangspunten en (bestuurlijke) keuzes die daarin gemaakt zijn, kunnen van bepalende invloed zijn op de uitkomsten van de verdeelmodellen. Met andere woorden: de herijking van de verdeelmodellen kan leiden tot herverdeeleffecten tussen gemeenten.
Voor gemeenten die hierdoor minder inkomsten uit het gemeentefonds ontvangen, kunnen de financiële consequenties soms zeer ingrijpend zijn. Naar aanleiding van de publicatie van de rapporten voor de herijkte verdeelmodellen in het sociaal en klassieke domein heeft de gemeente Den Haag, mede namens de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, aan Panteia gevraagd een contraexpertise uit te voeren. De hoofdvraag is daarbij als volgt geformuleerd: Wat is de kwaliteit van het verdeelmodel en heeft het model zwakke punten?